logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Gavin Friday - ...

FeestinhetPark 2008: zondag 24 augustus 2008

Het rockende geweld van het Gentse The Germans , de potige, zompige garage rock’n’roll van Triggerfinger en de onschuldige, snedige melodieuze rock van Tim Vanhamel openden gemoedelijk de afsluitende dag vóór de George Clintons/Parliament craziest freaky funk show en de Oostendse nachtburgemeester Arno.

Maar eerst Beenie Man, de man komt uit het verre Jamaica en was daar voor ons part beter gebleven. De man en zijn band spelen dancehall-ragga, een genre speciaal uitgevonden voor hyperkinetische bavianen die aan de prozac zitten. Er bleek in Oudenaarde toch een publiek te bestaan die vatbaar is voor deze opgefokte pokkeherrrie, maar wij kregen er barstende koppijn van. Beenie Man heeft maar één song , speelde die tot vervelens toe dan ook nog 15 keer en het werkte al van de eerste minuten danig op onze zenuwen. Dit is het soort artiest die ervoor zorgt dat Dafalgan en Aspro eeuwig zullen blijven bestaan.

Levende legende George Clinton, peetvader van de P-Funk, had een vrolijke bende meegebracht. Vier gitaristen waarvan er eentje in een pamper was gehuld, backing vocals waaronder een bevallige deerne op rollerskates, een rapper, een geschifte atletische neger die zich meermaals dubbel plooide en een stel blazers waarvan de dikste ruim de 150 kilo overschreed. Ze moeten daar zowat met zijn zestienen op dat podium gestaan hebben en met z’n allen maakten ze er een knettergek kolkend funk-feestje van. Vette funk beats wisselden af met verbluffende gitaarsolo’s. Ouwe knar Clinton zelf betrad het podium pas nadat zijn band met een drietal nummers de tent op stoom had gebracht, ondermeer met een lekker vet “Cosmic slop”.
Het optreden was één lange geweldige funky-jam van een stel prettig gestoorde klassemuzikanten met de zotte Clinton als opperhoofd. In de gloeiende stoofpot die het bonte gezelschap brouwde herkenden we ouwe kleppers als “Free your mind and your ass will follow” (beste songtitel ooit als je ’t ons vraagt), “I got a thing” en “Get off your ass and jam”, zelfs een flard “I am the slime” van die andere geniale weirdo Zappa was in de set geslopen (paste perfect in deze gekte).
Clinton staat er voor gekend dat ie eindeloos kan doorgaan eenmaal hij goed op dreef is, hier hadden we niet anders gewild, maar het strenge uurschema bracht helaas veel te vroeg een einde aan dit bruisend funkpotje.

Arno heeft al iets te veel op de podia van de Belgische festivals gestaan om het Vlaamse volkje nog echt te verrassen, maar toch weet hij nog steeds een uur lang te boeien, ook al is zijn set zeer voorspelbaar geworden (“Oh la la la” en “Les filles du bord de mer” netjes op het einde, vanwege tijdsgebrek kon “Putain putain” er deze keer niet meer bij). Het concert van Arno was lekker strak en stevig en de vervanger van Geoffrey Burton op gitaar doet zijn voorganger helemaal vergeten, en dat wil wat zeggen. Arno heeft een neus voor goeie muzikanten, zijn nieuwe gitarist bracht nog wat meer dynamiet in Arno’s sound en dat zorgde ervoor dat deze set alweer een aardig brokje onvervalste rock’n’roll was en dat Arno zijn liedje nog lang niet is uitgezongen.


Organisatie: FihP, Oudenaarde

Pukkelpop 2008: weekendverslag van 14 – 16 augustus 2008

Geschreven door

Pukkelpop door de ogen en oren van …

dag 1: donderdag 14 augustus 2008

Santi White aka Santogold zorgde voor één van de vroege hoogtepunten in de Dance Hall. Haar originele mix van electronica, indierock, dub/reggae, new wave en punkrock zorgde voor één van de sterkste debuutplaten van 2008. Live werd ze bijgestaan door een volledige band waarbij vooral de twee synchroon handelende backingvocalistes/danseressen opvielen. Uit haar knappe en bejubelde debuutplaat hoorden we de singles “L.E.S. Artistes”, “Creator” en “Lights out”. We herkenden ook sterke songs als”'I'm a lady”, “Say aha”, “You'll find a way” en “Unstoppable”. Eén minpuntje was het nogal onevenwichtige geluid tijdens het begin van het optreden. Verder hoor je mij niet klagen, dit was van grote klasse!

Serj Tankian, ex-frontman van de metalband System of a Down, speelde een degelijke maar ietwat theatrale show op de Main Stage. Vooral de singles “Empty walls”, “The sky is over” en “Lie lie lie” uit zijn debuut ‘Elect the dead’ werden enthousiast onthaald door het grotendeels jonge publiek. Andere songs konden op minder respons rekenen.  Dit was vooral te wijten aan het songmateriaal: inwisselbaar en te matig. Ook het gepreek van Serj inzake politieke en sociale thema's deden de bombastische performance niet goed. Lichte teleurstelling, spijtig!

Het fenomeen/genie Tricky is terug. Zoveel is zeker na zijn passage in de Dance Hall. Samen met een knappe vocaliste en een goed geoliede band bracht hij vooral materiaal van zijn meesterwerk 'Maxinquaye' en zijn laatste album 'Knowle west boy'. We hoorden classics zoals “Black steel” en “Pumpkin” afgewisseld met nieuw werk zoals “Council estate”, “Puppy toy” en “History lesson”. Spijtig dat hij van Chokri maar een schamele 45 minuten toebedeeld kreeg. Dit had gerust wat langer mogen duren. Knappe en intense show!

De spoken word performance van Henry Rollins (ex-frontman Rollins Band, Black Flag) in de Chateau was zeer de moeite waard. De kleine tent was de ideale locatie voor de leuke en hilarische verhalen over zijn reizen door Zuid-Afrika, Pakistan, Thailand en Laos. Beroemdheden zoals Ted Nugent, Cat Stevens en Dave Lee Roth passeerden ook de revue middels grappige anekdoten. Veel waardering en respect voor iemand die zijn publiek moeiteloos honderd minuten lang kan boeien en doen lachen en dit zonder pauze en zonder tekstblad. See you next year Henry!

Het optreden van Thrice in The Shelter was teleurstellend.  De complexe en progressieve songs van hun laatste platen 'The alchemy index' (toegespitst op de vier natuurelementen) werden afgewisseld met de snelle punknummers van hun eerdere albums 'Vheissu' en 'The artist in the ambulance'. Dit zorgde voor matige publieksreacties en weinig vaart tijdens de show. Bovendien had ik de indruk dat ze er weinig zin in hadden en nogal inspiratieloos en geforceerd hun set aframmelden. Duidelijk een gemiste kans!

De eerste festivaldag in de Chateau werd knallend afgesloten door het Canadese electronica-kwartet Holy Fuck. De band die dicht bij elkaar stond opgesteld, bracht een quasi instrumentale set met inventieve, ritmische en aanstekelijke 'songs'. Raakvlakken met bands als Battles, Trans Am, !!! en LCD Soundsystem waren herkenbaar maar stoorden niet, ze gaven er hun eigen draai aan. De diepe bassound en de opwindende en speelse geluidjes en effecten maakten dit tot een absoluut hoogtepunt!

dag 2: vrijdag 15 augustus 2008

Het trio Year Long Disaster uit Los Angeles mocht The Shelter openen op vrijdag. De band rond zanger/gitarist Daniel Davies (zoon van Kinks-gitarist Dave Davies), bassist Rich Mullins (ex-Karma to Burn) en voormalig Third Eye Blind-drummer Brad Hargeaves serveerden ons een felgesmaakte mix van seventies hardrock, bluesrock en een vleugje southern rock. We hoorden echo's van Led Zeppelin, Cream, ZZ Top en Wolfmoter. Storen deed dit niet, wel werden de songs uit hun titelloze debuut met veel inzet en intensiteit de zaal ingeslingerd. Centraal stonden de vette grooves en de opzwepende gitaarsolo's. Dit was een knappe en solide show, spijtig van de matige opkomst en respons.

Het Zweedse kwartet Witchcraft (The Shelter) kon op meer bijval rekenen. Ze brachten een mengeling van doom, klassieke heavy metal en hardrock. Retro dus. Black Sabbath, Candlemass, Pentagram, The Obsessed en Blue Cheer zijn enkele van de invloeden van deze jonge knapen. De veelal midtempo songs uit hun drie fullenghts (waarvan hun laatste 'The alchemist' een klein meesterwerkje is) werden verpletterend en loepzuiver gespeeld. We hoorden massieve songs als “Walk between the lines”, “Queen of bees”, “No angel or demon” en zelfs een nummer in het Zweeds gezongen. Een uiterst geslaagde set!

De eveneens Zweedse postmetal-formatie Cult of Luna (The Shelter) imponeerde door hun massieve gitaarmuur (drie gitaristen) en lange knap opgebouwde songs. Orgineel of vernieuwend was het niet, we hadden het o.a. Neurosis, Isis, Pelican al eerder horen doen. Uit hun recentste wapenfeit 'Eternal kingdom' hoorden we “Ghost trail”, “The great migration” en het titelnummer. Uit hun overige vier albums hoorden we een kleine selectie (“Leave me here”, “Back to chapel town” en “Adrift”).
Een degelijke performance, maar redelijk voorspelbaar en saai. Een gemiste kans!

Volbeat uit Denemarken zorgde voor een absoluut hoogtepunt in The Shelter. Hun mix van rock'n'roll en metal sloeg in als een bom bij het uitzinnige publiek. We herkenden “The gardens tale”, “Soulweeper”, “Pool of booze”, “Danny and Lucy” en “Caroline leaving”. Ook werd er een nieuwe song gebracht van hun komende derde album 'Guitar gangsters and cadillac blood'. Vergelijkingen met Misfits, Social Distortion, Metallica en Life of Agony waren hoorbaar in hun sound, toch gaven ze er hun eigen draai aan.
Zanger/gitarist Michael Poulsen verontschuldigde zich voor het missen van Graspop (zijn vader overleed enkele dagen voordien), maar maakte dit ruimschoots goed met een opwindende en explosieve performance. Zeer knap! In oktober komen ze terug naar Hof Ter Lo in Antwerpen, mis dit niet!

De Zweedse Robyn bewees meer te zijn dan een ééndagsvlieg. Ze zorgde voor een feestje in de Dance Hall met haar aanstekelijke dance-pop-nummers. Live werd ze bijgestaan door twee drummers (die af en toe ook een gitaarpartijtje verzorgden) en een keyboardspeler.
Centraal stond de mooie, soulvolle stem van Robyn en de onweerstaanbare refreinen en melodien van songs uit haar titelloze vierde plaat. We hoorden knappe versies van “Crash and burn girl”, “Cobrastyle”, “Konichiwa bitches”, “Handle me” en “Bum like you”. Ook haar oude hit “Show me love” passeerde de revue. Er was ook plaats voor een korte, grappige medley: “Buffalo stance” (Neneh Cherry), “Push it” (Salt 'n' Pepa) en “Sexual eruption” van Snoop Dogg.
”With every heartbeat” mocht dit puike, maar veel te korte concert in stijl afsluiten. Zeer opwindende performance van deze popdiva!

Meshuggah kreeg de eer om The Shelter af te sluiten op vrijdag. De Zweedse pioniers van de avantgarde- en experimentele metal deden dat met verve. Hun fusie van death-, trash en jazz/fusion maakt al vijftien jaar deel uit van hun originele sound.
Van hun recentste alom bejubelde werkstuk 'ObZen' hoorden we “Bleed”, “Electric red” en ePravuse. Van 'Nothing' kwamen “Stengah” en “Rational gaze” aan bod. Oudere songs zoals “Suffer in truth”, “New millennium cyanide christ” en de alltime classic “Future breed machine” werden niet vergeten.
Vooral leadgitarist Fredrik Thordendal stal de show met zijn bijna 'buitenaardse' en jazzy solo's. Een fenomeen dat uit duizenden herkenbaar is.
Spijtig dat een ander zwaargewicht, Metallica genoemd, op ongeveer hetzelfde moment het hoofdpodium betrad. Daardoor waren er hooguit enkele honderden toeschouwers aanwezig. Jammer voor deze innovatieve en avontuurlijke metalformatie die een goede en degelijke show neerzette.

Absolute headliners en grootste publiekstrekker van Pukkelpop 2008 waren Metallica. Daar bestond geen twijfel over, getuige de ontelbare zwarte Metallica shirts.
James Hetfield en kompanen hadden er duidelijk zin in en serveerden ons een mooie dwarsdoorsnede van hun inmiddels vijfentwintig jaar durende carrière.
Na de inmiddels bekende “Ecstacy of gold”-intro werd er meteen fel afgetrapt met “Creeping death” en “Fuel” (uit ‘Reload’). Daarna hoorden we “Wherever I may roam”, “Harvester of sorrow” (kleine verrassing) en “The unforgiven'”. Middels “Cyanide” kregen we een voorproefje van 'Death magnetic', hun nieuwe langverwachte album dat in september verschijnt. Het was een lange song met veel tempoveranderingen en gitaarsolo's die teruggreep naar 'And justice for all...', die daarna aan de beurt kwam. Dit werd gevolgd door oude krakers zoals eNo remorsee, “Fade to black”, “Master of puppets” en “Damage inc.”.
Meezingers “Nothing else matters” en “Sad but true” ontbraken ook niet. Bij “One” en “Enter Sandman” kwam het vuurwerk en de pyrotechnics in actie. Beetje voorspelbaar natuurlijk, maar toch mistte het zijn effect niet bij het uitzinnige en enthousiaste publiek.
Afgesloten werd er met “Die die my darling” (van The Misfits), het stokoude “Motorbreath” en “Seek and destroy”.
Nummers van de fel bekritiseerde albums 'St. Anger', 'Load' en 'Reload' werden volledig links gelaten. Dit was een kleine aderlating , ze werden niet echt gemist.
Metallica stond ruim twee uur op de planken en voerde een prima, solide show op en was een waardige afsluiter op vrijdag. Much respect!!

dag 3: zaterdag 16 augustus 2008

De Duitse 6-koppige sludge band The Ocean (The Shelter) opende de laatste festivaldag knallend met een korte maar intense set. Met kleine meesterwerkjes als 'Precambrian' en 'Aeolian' op hun naam toonden ze aan dat 'postmetal' niet voorspelbaar en clichématig hoeft te zijn. Dit waren avontuurlijke en epische mokerslagen met samples van violen, cello en piano. Ook enkele ambient-elementen ontbraken niet. De sterke wisselwerking tussen de twee vocalisten en het de goede totaalsound waren ook positief te noemen. Dit was meteen een wake up call van jewelste!

De Limburgse formatie The Rones gaven de aftrap op de Main Stage op zaterdag. Het was hun tweede passage op Pukkelpop (na '06). Hun net verschenen debuut 'Sinner songs' bevat een fijne mix van stoner rock en industrial (denk aan de vette riffs en grooves van Queens of The Stone Age met de sfeervolle electronica van NIN). Zanger Lenn van Meeuwen had ook wel wat weg van de jonge versie van Josh Homme.
Het songmateriaal was niet allemaal even boeiend  en soms verzwakte onze aandacht, maar toch een ruime voldoende.

This is Menace (The Shelter) is een Engelse metalband  rond voormalig Pitch Shifter-bassist Mark Clayden en drummer Jason Bowld. Live werden ze bijgestaan door vier gastzangers. Elke vocalist nam twee songs voor zijn rekening, dit zorgde voor een opwindende en unieke mix van metal, hardcore/screamo , industrial en punk. Wie van diversiteit houdt, moet zeker hun albums 'The scene is dead' en 'No end in sight' eens uitchecken, echt de moeite waard. Een gevarieerde en onderhoudende performance.

Amenra (The Shelter) uit Kortrijk zijn zowat de vaandeldragers van de Belgische sludge/postmetal. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band die de songs van 'MassIII' en 'Mass IV' overtuigend en strak de tent in slingerde. Op de setlist stonden verpletterende en duistere songs als “Razoreater”, ”Silver needle, golden nail”, “Die Strafe.am kreuz” en “Le gardien des reves”. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar de aanwezigen. Hij wisselde zijn oerschreeuw soms af met fraaie clean gezongen stukken, indrukwekkend. De donkere en apocalyptische projecties op de achtergrond maakten het plaatje compleet.
Dit is muziek die het zonlicht weert. Een intense en overdonderende ervaring!!

Het New Yorkse trio A Storm of Light (Chateau) is de band rond Josh Graham, huidig visual artist en keyboardspeler bij Neurosis. Op Pukkelpop kwamen ze hun debuut 'And we wept the black ocean within' voorstellen. De lange, loodzware nummers riepen vergelijkingen op met Neurosis, Red Sparrowes en Isis, postmetal/sludge dus.  Spijtig genoeg waren de songs minder sterk dan voornoemde groepen voorspelbaar en ook ééntoniger. De projecties van desolate sneeuwlandschappen en onstuimige rivieren waren wel sfeervol. Eveneens als de broeierige en donkere keyboardpartijen en samples. Toch kon het geheel ons niet helemaal overtuigen, net een voldoende dus.

The Manic Street Preachers (Main Stage) speelden een greatest hits-set. Het vijftal (met extra gitarist en keyboardspeler) opende de set met hun grootste hit “Motorcycle emptiness”. Daarna volgden de klassesongs in sneltempo: “You stole the sun from my heart”, het oudje “Masses against the classes” en “Your love alone is not enough”. Dat The Manics ook in waren voor een geintje, bewees de rockende cover van Rihanna's “Umbrella”. Vervolgens hoorden we “Ocean spray” (met knappe saxofoonsolo), het punky “You love us” en “Send away the tigers” (titelnummer van hun laatste album). De ietwat overbodige cover van “Pennyroyal tea” (Nirvana) werd opgedragen aan hun verdwenen gitarist Richey James Edwards. Afgesloten werd er met het bombastische “A design for life”, de livefavoriet “Motown junk” en het ijzersterke “If you tolerate this, you're children will be next”. Puike show van deze Britpop veteranen!

Het duo The Dresden Dolls uit Boston zetten de Marquee in vuur en vlam met hun energieke en gedreven 'punkcabaret'. Zangeres/pianiste Amanda Palmer en drummer/occasioneel gitarist Brian Viglione waren in topvorm en hadden er duidelijk zin in. Ze speelden knappe, intense songs als “Mrs. O”, “Girl anachronism”, “Coin-operated boy”, ”Backstabber” en “Half Jack”. De dramatische cover van “Amsterdam” (Jacques Brel) ontbrak ook niet. Het nog steeds relevante “War pigs” van Black Sabbath besloot de veel te korte set. Dit smaakte duidelijk naar meer en was voor velen een absoluut hoogtepunt! Trouwens, in oktober komt Amanda Palmer haar solo-album voorstellen in de Handelsbeurs in Gent, don't miss it!

Godfathers/pioniers van de post-, sludge en experimentele metal, Neurosis, fungeerden als laatste act in The Shelter. Het vijftal uit Oakland, USA, opgericht in '85 (!), heeft reeds tien albums op hun naam staan. Hun unieke sound bevat elementen van doom metal, sludge metal, industrial, ambient en folk. Belangrijkste invloeden zijn Black Sabbath, Swans, Melvins, Pink Floyd en King Crimson, niet de minsten dus.
Steve von Till, Scott Kelly en kompanen brachten vooral materiaal van hun vorig jaar verschenen 'Given to the rising'. Ze speelden daaruit de titeltrack, “To the wind”, “Distill” en “Fear and sickness”. Verder hoorden we lang uitgesponnen en indrukwekkende songs uit ‘The eye of every storm’ en 'A sun that never sets'. De duistere soundscapes/samples en bijhorende visuals van Josh Graham versterkten hun totaalsound. Van contact met het publiek was er geen sprake, de muziek sprak voor zich. Deze grootmeesters bezorgden ons een intense en bijna wereldvreemde ervaring!!

Het Briste Elbow sloot de Marquee in stijl af. Hun subtiele en fraai gearrangeerde pop kon wel op weinig belangstelling rekenen , daarvoor zat Soulwax er voor iets tussen (zij stonden net op het hoofdpodium). Toch lieten ze het niet aan hun hart komen en speelden ze vooral songs van hun laatste fullength 'The seldom seen kid'. We hoorden mooie versies van “Starlings”, “Mirrorball”, “Grounds for divorce”, “One day like this” en “The bones of you”. Ook “Forget myself”, “Newborn” en “Leaders of the free world” passeerden de revue. Laatste song die ze brachten was het prachtige “Scattered black en whites”. Spijtig genoeg dus geen “Red”, ”Powder blue”,“Fugitive motel” of  “Not a job”, daarvoor kregen ze te weinig speeltijd toebedeeld. Toch noteerden we alweer een muzikaal hoogtepunt!

* Persoonlijke favorieten (in willekeurige volgorde) Pukkelpop:
- dag 1: Henry Rollins, Tricky, Santogold
- dag 2: Metallica, Volbeat, Robyn, The Gutter Twins, Witchcraft
- dag 3: Neurosis, Amenra, Elbow, The Dreden Dolls, Sigur Ros
* Ook sterk: Manic Street Preachers, Mercury Rev, Meshuggah, Does it Offend you, yeah?....

* Gemist (door allerlei redenen): Black Mountain, Tindersticks, Bloc Party, Soulfly, Killswitch Engage, Crystal Castles, Fuck Buttons, Creature with the Atom Brain, Jamie Lidell etc.
* Non-muzikaal hoogtepunten: een praatje kunnen slaan met Luc De Vos (Gorki) en stand-up comedian Alex Agnew. Altijd mooi meegenomen!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Yeasayer

Beloftevol voor de toekomst, Yeasayer

Geschreven door

Yeasayer: jonge gasten uit Brooklyn die in het verre Gent hun kunstjes komen tonen voor een select clubje toeschouwers. Was de band al een beetje een hype in de pers en in hun thuisland, hier moest nog alles bewezen worden. We zagen een zeer beloftevolle band in opmars, het moest nog allemaal een beetje in de juiste plooien vallen en er werden al een paar schoonheidsfoutjes gemaakt, maar toch waren we hier getuige van een uiterst talentvol bandje die barst van de creativiteit. Ook al waren de songs niet allemaal even sterk, we voelden een soort zeldzame genialiteit die met de jaren alleen maar kan groeien. Een avontuurlijke smeltkroes van stijlen en sounds deed ons denken aan ondermeer Talking Heads, Afro Celt Sound System, Peter Gabriel, Virgin Prunes, Cold War Kids, Vampire Weekend, Tom Verlaine en weet ik veel wat nog allemaal. Nogal veel sounds werden gehaald uit een ritmebox, maar dat kon ook niet anders, die verscheidenheid aan geluiden zou anders wel een tiental extra muzikanten vergen en daarvoor hebben deze groentjes hoegenaamd nog geen budget genoeg.

De set van Yeasayer duurde amper een uurtje en werkte zichzelf naar een climax toe, ook al omdat de beste songs netjes tot op het einde werden behouden, in tegenstelling tot hun debuutalbum waar ze mooi vooraan staan. Hier hebben we het dan over prachtsongs als “Sunrise”, “Wait for the summer” en “2080”. De stoom en de groove zat daarmee helemaal juist naar het einde toe en het gezelschap overtuigde ons van hun ontegensprekelijke talent. Nog een paar albums met dit soort songs en ze kunnen de volgende keer een absoluut wervelend en onvergetelijk concertje vullen. Maar nu was het ook al meer dan goed.

In afwachting hadden we ook nog het Belgische Du Parc gekregen. Een beetje ongepast, want ze brouwden een soort inspiratieloze slow-core die deed denken aan een vierderangs Black Heart Procession. Niet echt iets om te onthouden.

Organisatie: Democrazy, Gent

The Last Shadow Puppets

The age of the understatement

Geschreven door

Een heerlijk klinkende plaat is de samenwerking tussen Arctic Monkeys frontman Alex Turner en vriend Miles Kane (zanger van The Rascals). Onder The last Shadow Puppets wordt de postpunk omgebogen tot zwierige en sfeervolle georkestreerde ‘60’s pop. De gevarieerde composities klinken lekker ouderwets, zitten ingenieus en subtiel in elkaar en zijn mooi uitgewerkt.
De songs passen in een ‘60’s spaghetti western en onderstrepen het zang- en compositorisch talent van beiden.
Invloedrijk voor deze plaat waren The Walker Brothers en de componisten Burt Bacharach en David Axelrod. “Standing next to me”, “Calm like you”, “Only the truth” en de titelsong klinken simpel, to the point en doeltreffend. Op “The chamber”, “Meeting place” en “The time has come again” mindert de vaart. En tenslotte “Black Plant” heeft een dreigende ondertoon.
Het lijkt erop dat ze hun verdomde British fxx mentality zijn ontgroeid…
’The age of the understatement’ is pure klasse. Grootse plaat.

My Morning Jacket

Evil Urges

Geschreven door

De indie/alt. americana band My Morning Jacket leverde sinds hun ontstaan een paar pareltjes af: ‘The tennessee fire’, ‘At dawn’, ‘It still moves’ en ‘Z’; stevige, pittige, bezwerende en ingetogen, sfeervolle melancholische songs met een retro- en psychedelisch randje, onder de hemels, zalvende stem van zanger/componist Jim James. Wat hen bijna de stiefzonen maakte van Neil Young & The Crazy Horse.
De opvolger van hun prachtplaten is er eentje met een dubbel gevoel. In het eerste deel van de cd horen we songs die wel een brede waaier van stijlen (country, pop, en soul) hebben, maar onvoldoende spannend en broeierig zijn en bijgevolg niet beklijven. Op “Sec walkin” klinkt de band als een tweederangs The Commodores/Lionel Ritchie. Enkel “Touch me I’m going to scream pt 1” en de titelsong boeien.
Het is pas met de retrorockers (knipoog naar Kings Of Leon!) “Two halves”, “Aluminium park”, de intieme “Librarian” en “Look at you” en de finale reeks “Smokin from shootin”, “Remnant” en “Touch me I’m ….pt 2” dat My Morning Jacket een handvol compositorische  sterke songs aflevert.
Besluit: ‘Evil Urges’ is een half geslaagde plaat van een vijfsterrenband …

Moby

Last Night

Geschreven door

Na een paar tegenvallende platen als ‘18’ en ‘Hotel’ greep Moby op z’n nieuwe plaat ‘Last Night terug naar de ‘Play’ periode. Inderdaad , de electrodance, techno en ambientpop heeft een aanstekelijke groove, bevat soul en is dansbaar.Keyboards, drum en beats dus onder een gelaagde soulzang van Joy Malcolm en de onvaste achtergrondstem van onze kleine hyperkinetische do-it-all Richard Melville Hall uit New York.
Hij heeft een paar schitterende dansnummers op ‘Last Night’ als “I love to move in here”, “Everyday’s it’s 1989”, “Live for tomorrow” en “Disco lies”. Moby zocht iets vaker z’n roots op, wat een aardige en afwisselende danceplaat met enkele ambiente stukken opleverde. Een recept van dansen, zweven  en chillen onder een heldere sterrenhemel.

Foxboro Hot Tubs

Stop drop and roll !!!

Geschreven door

Het is nu al zo’n  4 jaar geleden dat Greenday met hun millionseller ‘American Idiot’ de wereld veroverde. Snel een opvolger van hetzelfde soort, zouden geldruikende en gewiekste managers daarop besluiten. Zo dachten de leden van Greenday er zelf echter niet over, integendeel, het trio heeft onder een andere naam en zonder enige vorm van ondersteunende media campagne in volle anonimiteit een uiterst sympathiek plaatje op de wereld gegooid. ‘Stop drop and roll’ heet het schijfje, Foxboro Hot Tubs is de groepsnaam en de sound ligt soms mijlenver van wat we van die mannen gewoon zijn (enkel in “Mother mary” , “Sally” en vooral op “The pedestrian” zijn er nog vaag wat Greenday sporen te vinden). De stem van Billy Joe Armstrong is nauwelijks herkenbaar en ook op de hoes is er nergens een spoor van die mannen hun identiteit te vinden. Gedurfd en sympathiek vinden wij dat. De groep heeft  zich volledig in de sixties gesmeten via lekker in het oor liggende  pop songs en energieke garage rock a la prille Kinks en Who, allemaal korte songs met dikwijls zeer herkenbare riffs en melodieën (zo zit “Summertime blues” vakkundig verwerkt in “She’s a Saint not a celebrity” en er zit een flinke lap “You really got me” in “Alligator”). Een fijn sixties orgeltje legt het er allemaal nog een beetje dikker op.
Foxboro Hot Tubs bedienen zichzelf dus van het betere jatwerk maar komen daar erg goed mee weg. Het schijfje duurt amper 33 minuten , maar drie nummers stijgen boven de drie minutengrens uit en alle songs klinken even fris als gedreven. Een bijzonder leuk tussendoortje dus van een bende die zich kostelijk heeft geamuseerd. Benieuwd of de volgende Greenday even goed zal zijn.

Pukkelpop 2008: zaterdag 16 augustus 2008

Geschreven door

The Black Box Revalation zijn een beetje als The Van Jets vorig jaar … overal wel ergens te zien! Ze slaagden in een frisse, opwindende set van rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues. Het jonge duo overweldigde op ongedwongen, speelse wijze en diende kopstootjes toe aan andere duo bands en zouden een Jon Spencer doen vergapen. Vakkundig hielden ze een nokvolle marquee dicht bij zich op songs als “Gravity blues”, “Love is on my mind”, “I think I like you”, “I don’t want it”, “Set your heart on fire” en een beklijvende “Never alone/always together”. The Black Box Revelation zijn altijd goed voor een tien op tien!

Hadden The Rones (main stage) beter niet gewisseld met Black Box Revelation, want we hadden een serieuze ommezwaai qua belangstelling voor dit jonge Belgische bandje die na het Pukkelpopweekend z’n debuut ging uitbrengen. The Rones leken als twee druppels water op The Queens of The Stone Age; ook de zanger leek wel een jonge Josh Homme. Slecht klonk hun intense stonerrock zeker niet, enkel bleef variatie uit . Opvallend was hun versie van “Voodoo people” van Prodigy, die ze lekker onderdompelden in stevige gitaren.

The Black Kids in de marquee toonden aan dat ze meer in hun mars hadden dan de instant klassieker “I’m not gonna teach your boyfriend how to dance  with you”. Hun toegankelijk huppelende en dansbare gitaar’skool’rock viel al bij al mee. Het kwintet uit Florida had twee goed uit de kluiten gewassen dames mee, die muzikaal niet moesten onderdoen aan hun mannelijke collega’s . Tof bandje die een paar leuke songs uit hun gitaren en elektronica apparatuur toverden.

Het stoorzender geluid van Fuck Buttons (chateau) uit Bristol lokte aanvankelijk een pak volk. Ze speelden een combinatie van dronesoundscapes, psychedelica, noise en avantgarde op hun synths die dikwijls overstuurd klonken en van effects waren voorzien; de vocoderzang klonk door een telefoonmodule. Intrinsieke schoonheid voor de ene, voor de andere herrie, terreur en ongepast elektronicagedreun.

Het Britse trio The Wombats (main stage) heeft een goed debuut uit ‘ A guide to love &desperation’. Is het op plaat opzwepende vaardige, strakke gitaarpoprock, live klonk het rauw, rommelig en rammelde het meer, onder de schreeuwzang van Matthew Murphy: “Kill the director”, “Party in the forest/where’s Laura”, “Here comes the anxiety”ven “Backfire at the disco”. Bizar genoeg paste het bij het concept van de groep, die tussen de nummers met alle plezier grapte en moeiteloos de technische panne kon omzeilen, om er dan flink tegen aan te gaan. De gevraagde kangoeroedans op “Let’s dance to Joy Division” was aardig meegenomen.

Ook de aparte zompige bluesrock van Two Gallants (club) wist te raken. Hun doorleefd songmateriaal op indringende gitaarakkoorden, opzwepende drums en een grauwe stem klonk even gepassioneerd en treffend als Dave Eugene Edwards van Wovenhand. Ze bouwden in 45 minuten een intens broeierige spanning op, met pareltjes van songs waaronder “Cruces jail” en “Steady rollin’”.

Coem (wablief)is een goed bewaard Limburgs geheim, die al jaren bezig is, maar met het recente ‘We’ve got speakers on the outside of our spacecraft’ wat meer airplay verkrijgt. De songs zitten doordacht en subtiel in elkaar, ondergaan onverwachtse wendingen en hebben een dromerige zang. Een rijk gelaagd geluid dus. Het kwintet was aangevuld met een blazersectie om hun moeilijk definieerbaar geluid elan te geven. Ze slaagden optimaal in hun opzet: muziek voor doorzetters…

Dan Le Sac vs Scroobius Pip (chateau) debuteerde onlangs met de plaat ‘Angles’. Het duo tast de grenzen af van hiphop en elektronica. Live stonden ze garant voor een frisse en energieke act, pompende beats, bleeps en hippe snedige raps. Ze waren onder de indruk van de respons voor hun allereerste optreden op Belgische grond. Toegankelijke en aangename streetdance.

De marquee was al tien minuten vóór het concert volgelopen om het New Yorkse Management ‘MGMT’ aan het werk te zien. MGMT wordt bepaald door het weirde duo Goldwasser/Vanwyngaerden. Love, peace en geestesverruimende muziek is hun motto en ze omschrijven zichzelf als een band uit de toekomst die ‘70’s psychedelica speelt. Soms moeilijk te vatten, wat ze willen uitdrukken.
Hun dromerige, psychedelische danceptrip op het debuut ‘Oracular spectacular’ (invloeden van Hawkwind, Pink Floyd, Polyphonic Spree, Flaming Lips en Black Mountain) ging erin als zoeten koek. Hun kleurrijke poppsychedelica klonk rommelig en slordig. Laaiend enthousiast werden hun hits “Weekend wars”, “The youth”, Time to pretend” en “Electric feel” onthaald. Maar de ontnuchtering viel toen de band, eerder dan voorzien, na het stomende “Kids” het plots voor bekeken hield. Terecht verdeelde reacties voor dit ‘hippe’ collectief.

Het Canadese Black Mountain overweldigde in de club met hun melt van retrorock, stoner, ‘70’s psychedelica, americana en postrock. We hoorden in de langgerekte hypnotiserende stukken begeesterende gitaarsoli en percussie, een bezwerende, zweverige zang en bedwelmende toetsen. “Wucan”, “Queens will play” en “Tyrants” klonken slepend, opbouwend en dynamisch; ze dompelden ons onder in hun niet-van-deze-wereld muziek. Een hippe alternatieve live band!

Het sympathieke Bloc Party (main stage), onder zanger Kele Okereke, staat scherp …messcherp! Ze speelden net als in Lotto Arena een overtuigend en genadeloos optreden. Twee cd’s hebben ze pas uit en het was net dat ze op een totaal ontspannen, relaxte manier een ‘Best of’ brachten. Een ongekende spontaniteit van een goed op elkaar afgestemde band. De groep amuseerde zich en gaf het beste van zichzelf. Een prominente rol was weggelegd voor drummer Matt Tong (onnavolgbare drumritmes) en Okereke. Hij zong de longen uit z’n lijf, betrok het uitzinnige publiek telkens in de set, schudde handjes en ontroerde met een geboortekaartje van een Belgisch koppel dat hun zoontje naar hem had genoemd.
Een in te lijsten concert dat met “Hunting for witches”, “Banquet”, “Two more years”, “This modern love”, “The prayer”, “So here we are”, “Like eating glass” en “Helicopter” ons steeds verraste. Ook de stuwende electronica van nieuwtjes “Mercury” en “Flux” stonden ‘er’.En tenslotte gooiden ze er een bis “She’s hearing voices” tegen aan. Oorstrelend, Onweerstaanbaar en Op handen gedragen … Terecht!

Godfathers/pioniers van de post-, sludge en experimentele metal, Neurosis (shelter), fungeerden als laatste act in The Shelter. Het vijftal uit Oakland, USA, opgericht in '85 (!), heeft reeds tien albums op hun naam staan. Hun unieke sound bevat elementen van doom metal, sludge metal, industrial, ambient en folk. Belangrijkste invloeden zijn Black Sabbath, Swans, Melvins, Pink Floyd en King Crimson, niet de minsten dus.
Steve von Till, Scott Kelly en kompanen brachten vooral materiaal van hun vorig jaar verschenen 'Given to the rising'. Ze speelden daaruit de titeltrack, “To the wind”, “Distill” en “Fear and sickness”. Verder hoorden we lang uitgesponnen en indrukwekkende songs uit ‘The eye of every storm’ en 'A sun that never sets'. De duistere soundscapes/samples en bijhorende visuals van Josh Graham versterkten hun totaalsound. Van contact met het publiek was er geen sprake, de muziek sprak voor zich. Deze grootmeesters bezorgden ons een intense en bijna wereldvreemde ervaring!! (met dank aan Frank Verwee)

Voor wie Sigur Ros (main stage) miste op Werchter , was dit de herkansing. De leden waren mooi uitgedost en omringd door een blazersectie en het Amiina string kwartet, in een lightshow van lichtballen, confetti en papiersnippers. Het was genieten van hun wondermooie en ijzingwekkende elegante schoonheidsbombast. Het IJslandse gezelschap kon rekenen op een volle wei, die genoot van hun unieke sprookjesachtige en mysterieuze sound. Ze speelden aanzwellende partijen, orkestraties en geselden hun gitaarsnaren met strijkstok op ”Glosoli” en “Saeglopur, klonken direct op “Inni mer syngur”, poppy op “Vid spilum endalaust”, en lieten de fanfare aanrukken op “Gobbledigook”. Wat een gevarieerd droomgeluid.

Het New Yorkse We Are Scientists besloot Pukkelpop in de club. Een gebald, rechttoe- rechtaan geluid en een energieke strakke set. De nieuwe songs van hun eerder tegenvallende tweede plaat ‘Brain thrust mastery’ kregen een stevige adrenalinestoot. Als een tornado raasden ze over ons heen met “Scene is dead”, “Cash cow” en “It’s a hit” als rode draad. Puike prestatie!

De fans van Soulwax (main stage) waren in de loop van de avond voldoende opgewarmd met een 2 Many DJ’s set (boiler room) en een Nite Versions live at Fabric and 120 other places.(dance hall). Het sierde de broertjes Dewaele wat ze vandaag konden presteren. Punkfunk, electronica gefreak en pompende beats koppelden ze aan hun mixes van o.a. Robbie Williams en Daft Punk.. Niet direct my cup tea , maar respect wat de Dewaele Brothers aan die knoppen uitvoerden, vóór het vuurwerk kon worden afgeschoten.

Een geslaagde Pukkelpopeditie werd besloten …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2008: vrijdag 15 augustus 2008

Geschreven door

Hoogdag met Hemelvaart en hoogdag voor alle Metallica fans en freaks. Vóór zij letterlijk de wei in vuur en vlam zetten, viel er heel wat interessants te horen op de podia
Pete & The Pirates (club) stond garant voor leuke, ontspannende en frisse gitaarpop. Een sympathieke band, die de kunst heeft frisse gitaarsongs te schrijven en te spelen. De band heeft met “Mr Understanding” een toffe single op zak en kon rekenen op een sterke respons.

Een volgende ontdekking waren het duo uit San Franscisco The Dodos (chateau) aangevuld met een derde persoon. Een rauwe, energieke en avontuurlijke lofi sound op gitaar/dobro, drums, xylofoon, een vat en een cimbaal; ze maakten uitstapjes naar psychedelica en noise (door de metaalpercussie en rammelend gitaargetokkel). De onvaste, zweverige zang maakten het geheel broeierig en spannend. Het trio ging er voor en kreeg een verdiende airplay.

Het Schotse Sons & Daughters (marquee) overrompelde een paar jaar terug in de Club met hun dynamisch, opwindende combinatie van gitaarrock, rock’n’roll en een streepje ‘80’s wave, die op de tweede plaat praktisch gedragen werden door Adele Bethel tav Scott Paterson. De groep kon de vonk niet doen overslaan in deze grotere tent. We misten het bruisende karakter, de pakkende refreintjes en hun meezinggehalte; pit en dynamiek bleven uit, wat een ongeïnspireerde indruk naliet. Minder beklijvend dus maar de potige cover “Killer” van Adamski mocht er zijn …

Belangrijke afspraak in de club was er één met Devonte Hynes, die als Lightspeed Champion dit voorjaar een bijzonder fraai debuut afleverde met ‘Falling off the Lavender Bridge’. Om nog onduidelijke redenen verschenen Hynes & co ruim 10 minuten te laat op het podium, maar in het resterende halfuur liet de groep dan toch horen waarom hun melancholische countryrock met weerhaakjes in de beste traditie van Bright Eyes een plaats op de Pukkelpop affiche verdiende. Live klonk de groep spontaner en ietwat steviger dan op plaat, en tijdens een occasionele gitaaruitspatting leek Hynes heel even te refereren naar zijn vroeger muzikaal leven als frontman van het kortlevende noise gezelschap Test Icicles. Een veel te korte set werd afgesloten met het epische “Galaxy of the Lost”, een nummer dat door diverse tempowisselingen de toehoorder van hoop naar wanhoop (en terug) sleept. We zien Lightspeed Champion dit graag nog eens overdoen in zaal, maar dan vergezeld van een manager die de groep minstens anderhalf uur haar ding laat doen (met dank aan Geert Huys)

Een verslavend plaatje is ‘A mouthful’ van het Fins/Franse duo The Do (live met drie) (club). Gevarieerde onversneden poprock onder de hemels breekbare hoge stem van zangeres Olivia Merilahti. Een direct geluid, dromerige elektronica en een goed op elkaar ingespeeld trio.Intrigerende duivelse elfjesmuziek met “On my shoulder” als één van de hoogtepunten.

Het Antwerpse A Brand in stralend wit pak, zette de marquee naar hun hand met hun strakke, melodieuze rocksongs: “Hammerhead”, “Time” (nummer 1 in de Afrekening), “Beauty booty killerqueen” en “riding your ghost”. De gitaren spraken bij deze rockband, die een prima set speelde . Ze breidden “Block rocking beats” (van Chemical Brothers) aan Prodigy ’s “Poison” in een rockversie aaneen! De band bewees de mainstage aan te kunnen en liet tav Motek de champagne rijkelijk vloeien na het laatste nummer.

Eén van de smaakmakers in de chateau was Los Campesinos, een uitgebreid collectief uit Wales. Ze halen Pavement invloeden aan en zijn een handig alternatief op Architecture In Helsinki, Polyphonic Spree, I’m From Barcelona en Broken Social Scene: opzwepende, springerige indie/gitaarrock met folkinvloeden. Hun muzikale onbezonnenheid,speelsheid en enthousiasme prikkelde en werkte in op de dansspieren. Oorstrelende ‘feeling goodmusic’ door songs als “Death to LC”, ”Drop it doe eyes”, “We throw parties”, … en “You me dancing”.

Van het getalenteerde Cold War Kids (mainstage) uit LA, onder songschrijver Nathan Willet, hadden we een dubbel gevoel. Hadden zij niet beter gewisseld met A Brand, om fans te winnen … Hun melodieus bedreven, opbouwende songs bevatten amerciana en ‘70’s retro, balanceerden tussen intimiteit en dynamiek en werkten net niet aanstekelijk genoeg, ondanks de tomeloze inzet en bezieling op het podium. Binnenkort verschijnt de opvolger van ‘Robbers & cowards’. De oudjes “I used to vacation”, “Hospital beds” en “Hang me up to dry” maakten voorlopig het verschil.

Eén van de revelaties was het geschifte Britse kwartet Does it offend you, Yeah? (club). En waah wat waren we onder de indruk van hun samengebalde punkfink, metal, elektronicagefreak, noisy gitaarsoli en pompende beats. Chaotisch, rommelig, ruw en dansbaar. De groep had er zin en kon rekenen op en uitzinnige menigte. De eerste rijen hotsten mee op “Weird science”, “Dawn of the dead” en “We are rockstars”.
Een Shameboy, Soulwax Nite Versions on rock. Overtuigend!

Het uit Wales afkomstige Stereophonics (mainstage), onder frontman Kelly Jones, heeft z’n succesvolste periode wel gehad , zo the horen. Ze speelden een aandoenlijke set van hun tienjarige carrière, maar het waren vooral de gekende aanstekelijke “Bartender & the thief”, “Mr Writer”, “Nice day”, “Superman” en “Dakota” die hen over de streep hielpen. Een vlak, kleurloos en weinig verrassend optreden.

De ex vriendin van Tricky was een dag later op de affiche: Martina Topley-Bird (chateau). Na talrijke samenwerkingen heeft ze haar tweede plaat ‘The Blue God’ uit, die ‘Quixotic’ opvolgt. De breekbare trippop van fijne, subtiele melodieën op plaat, die veelzijdig klinkt door de verschillende uitstapjes, had live een andere inhoud en uitstraling. Onder haar sensuele, zwoele vocals hoorden we een avontuurlijker rauw en direct geluid, dromerig, filmisch en licht dreigend.

De livesets van The Breeders (marquee ) van de zusjes Kim en Kelly Deal, hebben live altijd iets om handen, ofwel is er sprake van boeiende potige rammelende lofi gitaarrock ofwel gaat de band stuurloos ten onder door hun oeverloos gepalaver en concentratieverlies en lijkt het nog erger dan een repeterend bandje.
Op Pukkelpop hielden ze het midden en was het potje gerommel op Polsslag vergeten. De groep speelde een gezapige set, en maakte er een gezellig onderonsje van. “Tipp city”, “Huffer”, “Divine hammer”, “No aloha” en “Pacer” klonken naar Breeders normen goed. Het rustige “Night of joy” was pakkend. Even leken ze uit de bocht te gaan toen Kelly haar viool stemde op “Drivin’ on 9” door de soms niet te plaatsen verhaaltjes, het gegiechel en het storend heen en weer geloop op het podium, maar ze herstelden zich met een opzwepende “Canonball”.

Het man-vrouw duo Blood Red Shoes (club) lieten de ‘lookalikes’ The White Stripes, The Kills, The Yeah Yeah Yeahs en The Raveonettes het nakijken, met hun rauwe indiepunkrock. Ze zijn zo’n beetje de Britse versie van onze Blackbox Revelations. Een overweldigende set van een goed op elkaar ingespeeld duo. Een zompig, rauw martelend en fris gitaargeluid, opzwepende, strakke drums en een sterke samen ‘schreeuw’ zang van Laura-Mary Carter en Steven Ansell. Meer moest dat niet zijn, om te zeggen dat hun ‘Box of secrets’ één van de meest veelbelovende platen dit jaar is. Ze waren onder de indruk van het uitgelaten publiek op songs als “You bring me down”, “Doesn’t matter much”, “Say something, say anything”en de afsluiters “I wish I was someone better” en “ADHD”. Wat een rock’n’roll feestje!

Het was even wennen aan de zalvende melancholische pop van Stuart Staples’ Tindersticks (marquee). De groep is herenigd, beschikt nog over drie oorspronkelijke leden en was te zien met blazers, strijkers en (extra) percussie. Hun fijnzinnige, subtiele en elegante uitgekiende schoonheidspop had af te rekenen met de pletswals van Metallica. Nat als de band stoorden we er ons niet aan en genoten van een loepzuivere smachtende, sfeervolle in soul en retro gedrenkte sound. Enkel het oude “Her” refereerde aan het oude jachtige Tindersticks. Heerlijke, adembenemende intieme pop (“She’s gone”, “The flicker of a little girl”, “Come feel the sun”, “Dying slowly” en “The hungry saw” en “The turns we took”), onder Staples grauwe bariton/fluisterzang.

Love & respect voor de fans van Metallica (main stage). Maar liefst 15000 kwamen speciaal om hun metalband bij uitstek aan het werk te zien. Ze toeren al ruim een jaar met een ‘Best of’, en stellen maar sporadisch een nieuwe song voor. Een formule die nog steeds aanstekelijk werkt. Metallica putte rijkelijk uit hun oeuvre vóór ‘Load/Reload’ en ‘St. Anger’ met stevige beukers als “Creeping death”, “And justice for all”, “Master of puppets”,“Enter sandman” en  “Seek & destroy” (in de bis) . De ‘softe’ metalfan kon z’n hartje bekoren met de klassiekers “The unforgiven”, “Wherever I may roam”, “One” en “Sad but true”.
Hun sound werd kracht bijgezet door explosies, metershoge steekvlammen en vuurwerk. Niet te ontbreken binnen het Metallica concept! In september verschijnt de nieuwe plaat ‘Death magnetic’; één nummer hoorden we  “Cyanide”, die duidelijk opviel naast het oud vertrouwde concept van hun oeuvre.
Een verpletterende show en sound waarbij één ding duidelijk was: Metallica rules!, was en stond er voor z’n fans. Prent het maar je in hoofd.

The Gutter Twins besloten de tweede avond van Pukkelpop in de marquee. Dulli en Lanegan zagen we al dikwijls bij elkaar op één podium, maar het was er nu van gekomen om samen songs te schrijven.
Geen uitputtingsverschijnselen meer aan het adres van Dulli, want hij nam revanche voor het optreden dat eerder dit jaar werd afgebroken. De heren wisselden elkaar af of vulden elkaar aan in zang. Een perfecte twee-eenheid, die elkaar aanvoelde op de prikkelende, dromerige soulrock met een donker, dreigende ondertoon. De groep speelde bijna in volstrekte duisternis: Lanegan (zonder één spotligt op hem!) nam vocaal een prominente rol aan met z’n diepe, grauwe, krakende stem. Af en toe speelde Dulli een snedige riff of haalde hij vocaal eens hoog uit. Naast het materiaal van ‘Saturnalia’ (o.a. “The stations” en “Idle hands” ) stelden beiden een nummer voor hun eigen materiaal: “Hit the city” van Mark Lanegan Band en “Bonnie Brae” van Dulli’s Twilight Singers. Met het intens broeierige “Front street” konden we totaal uitgeput richting slaapzak …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2008: donderdag 14 augustus

Geschreven door

Pukkelpop kon rekenen op ruim 150.000 bezoekers. Een recordopkomst! De brede waaier van acht verschillende podia om je ‘alternatieve ei’ van muziekkeuze kwijt te kunnen is een sterk geslaagde formule. Mensen hielden ervan bands te ontdekken en nieuw was ‘s middag de comedy.
Het moeten niet altijd grootse namen zijn om een goed festival te hebben. De groepen leverden puike prestaties af en er was – onverwachts - het goede weer!
De driedaagse airshow van Pukkelpop brengt eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek op die unieke locatie te Hasselt-Kiewit.

Onze muzikale wegwijzer over de drie dagen – hoogtepunten -
dag 1: Editors, Mercury Rev, The Flaming Lips, Santogold en Hot Chip
dag 2: Tindersticks, The Gutter Twins, The Do, Does it offend you, Yeah?, Blood Red Shoes, Los Campesinos en (Metallica?)
dag 3: Bloc Party, Sigur Ros, The Black Box Revelation, Neurosis, Two Gallants, Black Mountain en Fuck Buttons

Alvast tot volgend jaar op de volgende ontdekkingstocht van Pukkelpop

dag 1: donderdag 14 augustus 2008

De drie heren in das en maatpak van Triggerfinger (main stage) waren de wakkere wekker op donderdag met hun zinderende rock’n’roll. ‘Tijd om te rocken’, want ze speelden een snedige, retestrakke set: “Short term memory love”, “Little” teaser”, “First taste” en “On my knees” waren de stevige knallers om deze 23 ste editie te openen. Voor wie hen al verschillende keren aan het werk zag, zijn ze geen verrassing meer, maar wat ze brengen blijft zompig, energiek en fris.

Het Australische Midnight Juggernauts (dance hall) bracht ons in hogere sferen en sprak al meteen de dansspieren aan met “Ending of an era” en “Shadows”. Het trio overtuigde met hun aanstekelijke, groovende popdance, beukende ritmes en ‘80’s tint. Te situeren binnen Electric Six en !!!.

Ondanks de geluidsbrij met momenten, was het Britse A Mountain Of One (chateau) een aangename ontdekking. Ze lieten ons kennismaken met hun beeldrijke spacey, psychedelische popelektronica en voerden enkele rituelen uit.

Een pittige en springerige gitaarsound hoorden we van het uit Leeds afkomstige The Pigeon Detectives (marquee) onder de hyperkinetische zanger Matt Bowman, die als twee druppels water op een jonge Roger Daltrey leek. Ze openden op de koop toe met de intro van “Bana O’Riley”. Ze verbaasden vorig jaar in de Club en wisten als geen ander hun fans op te jutten, wat een logische stap betekende richting Marquee. Maar het kwintet heeft net als veel andere (jonge) bandjes (Kaiser Chiefs, Hot Hot Heat, …) te kampen met net niet die sterke tweede plaat. Toch pootten ze een puike set naar van “Emergency”, “I’m not gonna take this”, “Romantic type”, “I found out”, “Everybody wants me”, “Wait for me” en “I’m not sorry”.

Ons Belgische Motek kon rekenen op een volle wablief tent, Zij plaatsten op de tweede plaat ‘Port sunshine’ de postrock in een breder concept door pop, jazzy loops en hemelse melodieën. Een toegankelijk geluid. Een groot deel keek vooral uit naar die ene single “Tryer”, de ex-nummer één van de Afrekening. De song zat verstopt op het einde van de set. Hun klanklandschap klonk gevarieerd: van slepend, zalvend, dromerig tot rauw, direct en snedig. Hun projecties leken nauw verwant met de kunstzinnigheid van Cocorosie. Hun beloofde glas champagne (als ze op 1 bleven staan) bleef gekoeld tot op de signeersessie.

Een grootse (maar te korte) set kregen we van het beloftevolle Santogold, onder de bevallige zangeres Santi White. Haar melt van pop, electro, soul, funk dubreggae stond ‘er’ in de dancehall. Ze werd begeleid door een netjes in pak gestoken liveband en twee danseressen die synchroon stijve, statische danspasjes uitvoerden. Een enthousiaste zangeres, een goed op elkaar afgestemde band en een aanstekelijke broeierige mixmax van sterk songmateriaal als “L.E.S. Artistes”, “Say aha”, “Lights out” en “Creator”. Santogold is ‘hot’; iedereen amuseerde zich in de dance hall.

Op de achtergrond hoorden we Danko Jones (mainstage). We houden van mans strakke gitaarrock’n’roll en z’n ode aan belangvolle artiesten in “Mountain”, maar op z’n muzikale formule en uitdagende plaagstootjes zat er sleet, veel sleet. Oud vertrouwd, herkenbaar en de repeatknop ingedrukt. Na twintig minuten wisten we het al …. Ook in de songkeuze, waar het nieuwe materiaal lekker opgeborgen bleef.

Dan maar One Night Only (club), een Brits bandje in de voetsporen van The Kooks. Ze kwamen in de belangstelling met hun instant hitje “Just for tonight”, die als tune werd gebruikt op het EK voetbal op onze Sporza zender. Toegankelijke, licht verteerbare melodieuze gitaarpop van een (single) bandje die z’n zenuwen de baas was en ontvankelijk, open minded en niet opschepperig klonk. De luchtige “Just for me” en “You & Me” zaten mooi verdeeld in hun set. Jong talentrijk bandje!

Met een knipoog naar het Braziliaanse Bonde Do Role, trad het weirdo Zuid-Afrikaanse hiphop collectief Maxnormal tv (wablief) op. Het trio wordt de hemel in geprezen door ons eigen Tim Vanhamel, die tijdens de dynamische set van het trio wat uit z’n botten brabbelde en een rondedansje ten beste uitvoerde. Twee wild om zich heen springende MC’s (een frêle jonge dame en een freakende heer) en pompende beats maakten er een tof hiphopfeestje van. De projecties lieten ons wegdromen in hun sexuele fantasiewereld. Op het eind dook de rapper het publiek in. “Goie moré Africa Sud” was hun motto. Klare taal dus.

Het Amerikaanse Joan As Police Woman (marquee) heeft België als uitvalsbasis, want het trio onder Joan Wasser treedt maar al te graag op in ons kleine landje. Ze kozen voor een rustige, ingetogen sfeervolle ‘afternoondelight’ aanpak van piano-/gitaarsongs. Ze ontpopten zich als een jonge Tom Waits band met “To be lonely”, “Eternal flame”, “Hard white wall” en “to beloved” als zoete broodjes in de blakende zon ….

Het fenomeen/genie Tricky is terug. Zoveel is zeker na zijn passage in de dance hall. Samen met een knappe vocaliste en een goed geoliede band bracht hij vooral materiaal van zijn meesterwerk 'Maxinquaye' en zijn laatste album 'Knowle west boy'. We hoorden classics zoals “Black steel” en “Pumpkin” afgewisseld met nieuw werk zoals “Council estate”, “Puppy toy” en “History lesson”. Spijtig dat hij van Chokri maar een schamele 45 minuten toebedeeld kreeg. Dit had gerust wat langer mogen duren. Knappe en intense show! (met dank aan Frank Verwee)

Miskleun van de dag was Ian Brown (marquee). Na de Manchesterscene van het legendarische The Stone Roses geraakte de  solocarrière van zanger Ian Brown in het slop. De songs dramden door op éénzelfde tempo, ondanks de uitgebreide ritmesectie; Brown was vocaal zwak en onstandvastig en het waren de oudjes “Golden gaze”, “Fear” en “Waterfall” (van The Stone Roses nb!) die de eer redden. Typical Manchester  Britpop…je zou het haast denken van artiesten als Oasis, Happy Mondays en The Verve . Een triest optreden.

Voor wie Hot Chip miste op Werchter, was het nu de uitgelezen kans de Britse band onder de tandem Taylor/Goddard aan het werk te zien. En inderdaad, net als in de marquee te Werchter, speelden ze heupwiegende en springende dancepop, met groovende ritmes en funky loops. Geen moeilijk gedoe van op plaat. Ze trokken de kaart van de dance en de ambiance met songs als “Shake a fist”, “Over & over again”, “And I was a boy from school” en “Ready for the floor”. In ware kampvuurstijl besloten ze met “Nothing compares to you”, wat luidkeels werd meegezongen. Een fijne dansbare set!

Onophoudelijk toeren en houden van ons landje, het siert het Britse Editors (main stage), één van de topacts de laatste jaren. Na twee clubconcerten en hun optreden te Werchter waren ze opnieuw te zien op Pukkelpop …ze zijn een liveband bij uitstek! Geen enkele keer zag ik de band al moeizaam of twijfelend aan het werk. Eén brok bezieling, dynamiet en enthousiasme van een frisse band. Hun gevarieerde waverock kent ‘no end’…om je vingers af te likken hoorden we “You are fading”, “Munich”, “The racing rats”, “Smokers outside the hospital doors” en “Fingers in the factories”. En toch schuilt er iets in het struikgewas … de nieuwe nummers konden nog niet écht bekoren …

Vorig jaar was Mercury Rev (marquee) één van de hoofdacts op FihP te Oudenaarde; we hoorden toen een pak nieuwe songs van het pas in september te verschijnen nieuwe album ‘Snowflake midnight’. Hun set op Pukkelpop was een herhalingstoets, wat wil zeggen dat de orkestrale, sferische en romantische sprookjespop plaats maakte voor stevige symfonische psychedelicarock. Een bedreven Hawkwind, Spacemen 3 en Spiritualised in een galm van fuzz en pedaaleffects. Er waren de strakke drums, Grazhopper die z’n gitaarversterker op tien draaide en zanger Donahue, die de orkestleider was. Achter de band waren er op groot scherm projecties te zien van hun favoriete artiesten, platen en schrijvers. De oudjes “Holes”, “Opus 40” en “The dark is rising” werden ondergedompeld in deze ‘brave new sound’. De nieuwe songs “Snowflake in a hot world”, “October sunshine” en “Senses are on fire” groeven diep in hun muzikaal verleden en refereerden aan het onvolprezen ‘Yerself is steam’ met de instant klassieker “Chasing a bee” (’91).

Het dampend concertje van haar clubtournee en het marquee optreden te Werchter kon de Ierse Roisin Murphy op de mainstage niet herhalen. Het begon alvast goed met raveknallers “Cry baby”, Moloko’s “Forever more” en “You know me better”. Maar het feestje kwam pas terug op het eind, met het schitterende “Ramalama”, onder een opzwepende beat en percussie. Tussen deze nummers hoorden we de warme, sfeervolle groovy electro’kitsch’pop van “Primitive”, “Ruby blue” en “Overpowered”, maar ze klonken net iets te statisch en minder aanstekelijk waardoor een freakende Murhy (ondanks de verschillende outfits) op het podium uitbleef en de boel wat in z’n geheel inzakte. De sensuele godin was iets te humaan om te slagen in haar supersexy, zwoel, dansbaar feestje.

The Flaming Lips besloten de eerste avond in de marquee. Hun avontuurlijk materiaal binnen de psychedelicapop sloot naadloos aan op hun vrienden Mercury Rev. Ze breidden er nog een totaalspektakel aan van gele ballonnen in het publiek, confetti en papierslingers. Alsof dit nog niet genoeg was stonden langs de zijkant van het podium verkleedde teletubbies en clowneske figuren te dansen en te springen. En op de koop toe rolde Wayne Coyne in een reuzengrote ballon het publiek in. Moest er nog muziek zijn? Deze showelementen gaven elan en vormden het ideale kader van hun weirdo grillige sprookjessound. Vocaal was Coyne wat wisselvallig, de songs klonken rauwer ,maar ‘so what?’ We genoten van prijsbeesten als “Race for the prize”, “The yeah yeah song”, “Yoshimi battles the pink robots” en “Do you realize”. Akkoord, deze songs/prijsbeesten komen telkens terug, maar ze worden met steeds hetzelfde enthousiasme, dynamiek en overgave gebracht, dat het niet stuk kan. Nu nog acrobaten uitnodigen en het Flaming Lips spektakel is compleet!

Het uit Las Vegas afkomstig The Killers, onder zanger Brandon Flowers, zorgde vorig jaar voor een killeroffensief met de cd ‘Sam’s town’. Ze beschikken over een handvol sterke singles per plaat en bewezen vorig jaar dat ze hun meeslepende songs krachtig kunnen injecteren. Eén jaar later intrigeerden ze minder en klonken ze net als op plaat: onevenwichtig en onstandvastig. Het waren vooral de singles “Somebody told me”, Joy Divisions “Shadowplay”, “Bones”, “When we were young”, “Read my mind” “Mr Brightside” en “Jenny was a friend of mine” die de band overeind hielden. En trouwens, Flowers vocals konden sommige nummers onvoldoende aan.
Vorig jaar stonden ze op scherp en raasden ze als een Speedy Gonzales door hun gig; één jaar later klonk de band als een reutelende diesel en waren ze dringend aan rust toe. Volgend jaar leggen we troeven op tafel en gokken we op een uitgeruste The Killers met een overweldigend optreden in de marquee?!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pagina 910 van 966