logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_02
The Wolf Banes ...

Weezer

Weezer (The Red Album)

Geschreven door

De ‘college-rock’ van Weezer wordt in de VS erg smaakvol ontvangen. In Europa worden ze koeler onthaald en viel de band vooral op met het wondermooie titelloze debuut in ’96, met songs als “Undone, the sweater song”, “Buddy Holly” en “Say it ain’t so”.
Dit is de derde titelloze plaat in de reeks: ‘The Blue Album’ als debuut, vervolgens verscheen in ‘01 ‘The Green Album’ en nu opnieuw zeven jaar later ‘The Red Album’, met op de hoes een knipoog naar Village People.
De band rondom songwriter/gitarist Rivers Cuomo heeft een goede, doch onevenwichtige plaat uit. Het goede nieuws: “Pork & Beans” springt er torenhoog uit; “Heart songs”, “Cold dark world” en “The angel & the one” hebben een puike opbouw, en klinken broeierig en spannend. Tenslotte is de vermakelijke rock en ‘60’s pop op “Troublemaker”, “Dreamin’” en “Automatic”. Het minder goede nieuws dan: het richtingloze “Everybody get dangerous” en “Thought I knew” en de sferische song “The great man that ever lived” met raps (Cuomo is een grote fan van Eminem!). Rare band met verschillende gezichten …

Arsenal

Lotuk

Geschreven door

Nog meer van hetzelfde? Dat was de vraag die centraal stond bij de derde worp van John Roan en Hendrik Willemyns. Het antwoord is net iets complexer dan een eenvoudige ‘ja’. Laten we de fans in ieder geval gerust stellen, wie de vorige twee albums van het duo kon smaken, moet ‘Lotuk’ gewoon kopen. Want Arsenal blijft de garantie op zomerse muziek die de éne keer heerlijk complexloos is, een andere keer zalig intiem blijft en langs je ruggengraat tot in je trommelvlies kruipt. Het belangrijkste verschil? ‘Lotuk’ durft nog verder te gaan dan zijn twee voorgangers.
Opener “Estupendo” springt vrolijk op en neer als een dolgelukkige peuter. Ook “Not a man” gaat er probleemloos in. En wat met “Lotuk”, die heerlijke single met de vocals van Shawn Smith (ken je misschien van Brad), die als een preutse maagd pas na een aantal luisterbeurten echt alles prijs geeft.
Maar het kan ook intens intiem. En daar gaat Arsenal nog verder dan vroeger. Op “Who we are” (één van onze persoonlijke favorieten) stelt de nachtegalenstem van Cortney Tidwell wel enkele heel existentiële vragen (Arsenal ontdekte de zangeres van het Amerikaanse, jonge groepje Office tijdens een bezoek aan een platenwinkel in LA.). En de zuiver instrumentale afsluiter “Sandness” ontroert door een zorgvuldig opgebouwd geluidenlandschap.
Als u het nog niet begrepen zou hebben, Arsenal is met deze derde plaat weer een stap verder in hun muzikale ontdekking en heeft met ‘Lotuk’ een perfect uitgebalanceerd album gemaakt. Groots!

 

Lacrimas Profundere

Songs for the last view

Geschreven door

Het lot heeft bepaald dat de eerste cd die ik review het nieuwe werkje is van Lacrimas Profundere, getiteld ‘Songs For The Last View’. Wat kan je juist verwachten van het nieuwe werk van deze Duitse Gothic Rock formatie? Het is een Gothic Rock plaat zoals Gothic Rock platen horen te zijn. Niet meer, niet minder.
Na de intro vliegt de band er onmiddellijk in en krijgen we een reeks simpele, maar niet onaangename nummers te horen. Na vier snellere nummers wordt het tijd voor een rustig nummer, namelijk “And God’s Ocean”. En laat dit nu toch wel het beste nummer van de schijf zijn! Sfeer en diepgang zijn in elke noot aanwezig en zanger Rob Vitacca bewijst dat hij beter zingt als hij zijn mond wat meer opendoet. Want in de meeste nummers van de schijf ergerde ik mij een beetje aan de zang, die nogal onverstaanbaar is en een beetje klinkt als een buikspreker die probeert te zingen.
Het grootste minpunt aan dit album is het feit dat het niet blijft boeien. Na een paar nummers is de fun er af en heb je het wel gehoord.
Nog even kort samenvatten welke indruk ‘Songs For The Last View’ op mij heeft gemaakt: een simpele plaat die goed is als achtergrondmuziek, maar toch niet lang kan blijven boeien. Aanrader voor de liefhebbers, niet meer, niet minder …

The Notwist

The devil, you + me

Geschreven door

Pakkende melancholie is de muzikale noemer van het Duitse Notwist, onder de broers Acher en Martin Gretschmann, die hun muzikale creativiteit na zes jaar opnieuw konden botvieren; na ‘Neon Golden’ waren er talrijke omzwervingen met projecten als Ms John Soda, 13 + God, Tied & Tickled Trio en Console.
Ze brachten een toegankelijke plaat uit, luister maar naar “Good lies”, “Gravity”, “On planet off”, “Boneless” en de titelsong. Hun unieke indie/knisperende elektronica wordt toegevoegd  op “Where in this world” en “Alphabet, binnen de dromerige, weemoedige pop, die een krachtiger en strakker gitaarloopje kan hebben. En tenslotte laat Notwist ruimte voor ingetogen werk: “Groomy planets”, “Sleep” en “Gone gone gone”, een combinatie van akoestisch gitaargetokkel, spaarzame toetsen en xylofoon.
The Notwist leidde hun technisch vernuft in een minder avontuurlijke baan, maar onderstreept hun muzikaal vernuft binnen een melodieus toegankelijk pad.
’The devil, you + me’ is een ingenieus plaatje geworden.

Dourfestival Dour 2008: zaterdag 19 juli 2008

Overdag was er sprake van een ontdekkingstocht van kleine beloftevolle bands; het parcours: Een toffe start hadden we alvast met Ufo goes UFA (la petite maison dans la prairie), een Brits/Belgisch gezelschap die zich meteen onderscheidde met ingehouden, frisse gitaarpop, onder een vocale voordracht. De drumster haar basdrum was zijdelings geplaatst. Aangenaam om te horen en te zien hoe het gezelschap op een los, ontspannende wijze bezig was. Het Waalse Abyss ( dance hall) speelde melodieuze broeierige gitaarrock met toetsen en vulde aan met een vleugje bombast en psychedelica. Goede pop die meer erkenning verdiende. The Elegant Garage Gunners (dance hall) bracht zwierige ‘70’s retro rock’n’roll en Britpop. Coming Soon (the red frequency) overtuiigde met een sferisch geheel van The Decemberists, Arcade Fire, Pavement en The Feelies. En besluiten deden ze met een nummer van Cohen binnen hun indiepop. Maar het was vooral het Franse Syd Matters (la petite maison dans la prairie), die de sterkste indruk naliet: een ‘60’s Donovan en een tedere, ontroerende stijl van Belle & Sebastian, Loney, dear en Sufjan Stevens; een enthousiast bandje, opbouwende songs van een kwalitatieve schoonheid en een subtiele verfijnde sound, onder de heldere, emotievolle vocals van Jonathan Morali.

De jonge Zwolse rapper Typhoon ( club circuit marquee) bracht de sterkste hiphop show. De MC heeft bij onze noorderburen zowat de status van superster en wonderkind/redder van de Nederlandse rap. Op zijn album ‘Tussen licht en lucht’ staan sociale, maatschappijkritische en persoonlijke thema's centraal. Uit die plaat hoorden we o.a. "Brand los", "Bumaye", "Hotel beschaving", "Los zand" en "Volle maan". Een trompettist en saxofonist zorgden voor de extra muzikale versterking. Zijn oudere broer Blaxtar, de vrouwelijke MC en vocaliste DiNova en een dj (zijn naam ontglipt mij) maakten het plaatje compleet. Middelpunt van de energieke en sfeervolle set was natuurlijk Typhoon zelf, die met zijn intelligente rhymes en originele en feilloze flow de concurrentie ver achter zich liet. Geen nodeloos gezever en stoerdoenerij, maar een performance waarbij de muziek het voor het zeggen had. Hier kunnen veel Amerikaanse rapmiljonairs nog wat van opsteken!

De nu 54 jarige Chuck Dukowski (echte naam Gary McDaniel) doet niet bij iedereen een belletje rinkelen. Een korte introductie: hij was de oprichter en originele bassist van de legendarische en invloedrijke punkband Black Flag met daarin ook ene Henry Rollins en Greg Ginn. Tevens fungeerde hij enkele jaren als manager van de band en oprichter van SST Records (met oa. Sonic Youth, Dinosaur Jr., Minutemen en Meat Puppets). Sedert enkele jaren heeft hij samen met zijn levenspartner en tevens zangeres Lora Norton, The Chuck Dukowski Sextet (live een kwartet) (the red frequency) opgericht. Op Dour was er maar weinig interesse voor de verrichtingen van dit bonte gezelschap, hooguit een paar honderd mensen. De songs uit hun albums ‘Eat my life’ en ‘Reverse the polarity’ waren een mengeling van alternatieve rock, post-hardcore, punk, (free)jazz en psychedelica. Het bespelen van de vijfsnarige Fender bas was Chuck nog niet verleerd, ook de sterk solerende gitarist Milo Gonzalez gaf een goede performance. De flexibele stem van frontvrouw Lora Norton hield het midden tussen Kim Gordon (Sonic Youth), Courtney Love en Donita Sparks (L7) en was beslist het aanhoren waard.
Toch wou de vonk niet overslaan op het publiek, dit was waarschijnlijk te wijten aan het weinig opzienbarende en zwakke songmateriaal waarbij niets boven de middelmaat uitsteeg. Hier hadden we meer van verwacht, een gemiste kans!

De samenwerking tussen het Italiaanse punkjazz trio Zu (saxofonist, bassist en drummer) en het experimentele Amerikaanse hiphopduo Dälek (samen met dj/producer the Octopus) leek op papier een mooie combinatie (la petite maison dans la prairie). Beide acts zijn getekend door Mike Patton op diens Ipecac Recordings. Een label dat gekend is voor hen allesbehalve mainstreamacts (oa. Fantomas, Tomahawk, Mouse on Mars, Isis, Melvins, Kid 606, Ruins...).
We hoorden noisy soundscapes, een moeilijk verstaanbare en doorratelende Dälek en explosieve uitbarstingen die nergens toe leidden. Wel waren we onder de indruk van de op free-jazz gebaseerde solo's van bariton-saxofonist Luca Mai en de inventieve, onnavolgbare en diepe baspatronen van Massimo Pupillo. Dit zijn niet de eerste de beste muzikanten, ze zijn meesters in hun vak.
Toch bleek de 'industriële' hiphop, doorspekt met jazz, noise, rock en elektronica, steken in goede bedoelingen en halve aanzetten tot nummers. Misschien was het de bedoeling van dit optreden om het experiment op te zoeken en meer een soort van totaalgeluid neer te zetten, toch verlieten we de goedgevulde tent met een gevoel van lichte teleurstelling. Hier had meer ingezeten, jammer!

Johnson Barnes, aka Blu, is een 25 jarige undergroundrapsensatie uit LA, California (club circuit marquee). Op Dour bracht hij tracks uit zijn albums ‘Below the heavens’ en zijn nog te verschijnen plaat ‘God is good’. We hoorden "Blu collar worker", "The narrow path", "Simply amazing","There is no greater love" en "The world is". Samen met zijn Koreaanse DJ Exile (producer voor o.a. Mobb Deep, Jurassic 5, Ghostface Killah), zorgde hij voor een relaxte en bescheiden rapfeestje, ondanks de matige opkomst. Enerzijds waren de invloeden van NWA en Public Enemy (hij groeide op aan de Westcoast)merkbaar, anderzijds hadden zijn spirituele en persoonlijke teksten raakpunten met MC's/acts zoals Common, De La Soul, Black Star, Talib Kweli en The Roots. Hij bezat tevens een knappe techniek. Een dikke voldoende en bijzonder genietbaar, maar niet wereldschokkends!

Grunge pioniers Meat Puppets (the red frequency),onder de broers Kirkwood, zijn na 2002 terug bij elkaar en brachten vorig jaar ‘Rise to your knees’ uit. Hun rauwe gitaarsound is door de jaren beïnvloed door americana , folk en pop. Ze boden een broeierig doch tam setje, waarin “Oh me”, “Plateau” en hun doorbraaksingle “Backwater” niet ontbraken.Een Nirvana ‘unplugged’ song kregen we als toemaatje van het trio.

Punkroutiniers Lagwagon (the red frequency), uit Santa Barbara, probeerde er een feestje van te maken met hun snedige, opzwepende, ontspannende punkrock in de beste traditie van Bad Religion, NOFX en Pennywise. Goed maar onvoldoende beklijvend. Half geslaagde party!

Dave Eugene Edwards kon zich met z’n band Woven Hand (the red frequency) geen beter moment van optreden indenken: op z’n rechterzijde zag hij een verlichte kerktoren en torenhoog boven hem zagen we de volle maan. Het ideale decor om het adembenemende, onheilspellende, dreigende en pakkende materiaal van deze singer/songwriter, religieus predikant te ondergaan: de songs waren mooi uitgewerkt, klonken sfeervol en opwindend, kregen slides en feedback en hadden een broeierige spanning. Een intense rockshow: “Roma”, “Your russia”, “Whisting girl” en “Tin finger” waren solide songs met een knipoog naar 16 Horsepower.

De verwachtingen waren hooggespannen bij het optreden van de oldschool hardcore hiphopformatie Black Moon uit Brooklyn, New York (club circuit marquee). Jammer genoeg werden deze maar half ingelost, dit was vooral te wijten aan het ontbreken van tweede MC 5FT (hij zat in de gevangenis). Oprichter Buckshot en DJ Evil Dee (ook lid van Da Beatminerz) moesten de klus alleen klaren. Dit deden ze behoorlijk, maar toch was het gemis van 5FT voelbaar. Buckshot (tevens lid van de Boot Camp Clik) bracht dan ook goed beredeneerd een dwarsdoorsnede van zijn inmiddels zestien jaar durende carrière, hij bracht songs uit de Black Moon-catalogus (de classics "Buck 'em down", "How many emcee's?”, "Who got the props?"), zijn twee albums met DJ 9th Wonder ("The formula" en "Chemistry") en enkele solonummers ("Hold it down", "Stay real"). De agressieve en stoere raps verveelden na een tijdje en waren nogal monotoon en beperkt. Toch dachten velen daar anders over en genoten ze zichtbaar van hun helden. Ondergetekende was van mening dat er meer had ingezeten, spijtig!

Het Britse uitgebreide gezelschap The Herbaliser (eastpak core stage) brengen een mix van soul, funk, rock, free jazz en hiphop. De vorige keer dat we hen aan het werk zagen op FihP te Oudenaarde, trokken ze vooral van de kaart van een lounge geluid. Met de nieuwe cd in het achterhoofd ‘Same as it ever was’, klonk de band met zangeres Jessica Geenfield energiek, bedreven, swingend en dynamisch. Een geslaagde set.

De grootste publiekstrekker van de zaterdag was ongetwijfeld de hardcore-iconen van Hatebreed uit New Haven, Connecticut, US. Ze zijn de populairste en bestverkopende hardcore/punk/metalcoregroep van de laatste tien jaar. Het was dan ook bijzonder druk aan The Last Arena, duizenden fans verzamelden aan de mainstage. De invloeden van hardcore-acts (Sick Of It All, Agnostic Front, Cro-Mags, Madball) en metalbands (Slayer, Sepultura, Crowbar) is onmiskenbaar in hun sound; Toch weten ze er hun eigen unieke draai aan te geven. FrontmanJamey Jasta en zijn vier kompanen deden hun naam van strak geoliede machine en sterke liveband alle eer aan. Ze verkeerden in bloedvorm en gaven een mooi overzicht van hun vier albums: ‘Perseverance’, ‘Live for this’, ‘Destroy everything’, ‘Tear it down’, ‘Defeatist’ en ‘I will be heard’ waren enkele van de mokerslagen die ze uitdeelden. Er werd massaal meegebruld en gemosht, dit was topklasse!

En in onze nachtelijke tocht pikten we volgende bands en DJ’s op:
Het Waalse Superlux, die opvallend laat en hoog geprogrammeerd stonden op het festival. Ze waren erg geliefd door onze Waalse vrienden. Hun kitscherige electropop had de juiste groove, beat en melodie. Doch de band beschikte nog niet over voldoende potentieel om een uur lang te boeien.
Na zijn succesvolle doortocht vorig jaar, mocht de meester van de wansmaak, Otto von Schirach, zijn kunsten nog eens vertonen. Ditmaal werd hij bijgestaan door DJ 666Cent (tevens drummer), DJ Urine (een Française), DJ Esperanza en een grapjas verkleed als krokodil (echt waar, zijn rol was onduidelijk?). Het in Miami, Florida, USA, residerende fenomeen is al tien jaar actief, heeft reeds zes fullengths, talloze ep's en singles op zijn naam staan en is na Venetian Snares zowat de bekendste breakcore-artiest. De explosieve cocktail van breakcore, gabber, drill-'n-bass, booty bass, gangsta rap en (death)metal sloeg in als een bom en deed de afgeladen tent zowat uit zijn voegen barstten! De humoristische samples uit obscure horror- en pornofilms gaven een extra tint aan het geheel. Dit was zowat het extreemste en meest geschifte optreden van het hele festival en zeker niet voor gevoelige zieltjes. Dit was 'dansmuziek', maar dan op een ander, bijna buitenaards niveau, iets dat je echt eens moest gezien hebben. Otto, see you next year!
DJ Krush had een best aardige zachte tune en beats in een dreigend triphop decor, doorspekt van rock, reggae, jazz, drum’n’bass, dub en techno. Hij klonk alvast interessanter  dan z’n Amerikaanse vriend DJ Shadow.
De zeskoppige bende Japanners Soil & Pimp Sessions betrokken het publiek nauw bij hun set van catchy jazzy loops, en lounge.
Aaron Spectre, alias Drumcorps uit Massachusetts, USA, is nog zo'n groeiende ster aan het breakcorefirnament. Hij groeide op in de hardcore/metalscene van Converge, Botch en Neurosis, in '99 verhuisde hij naar NY waar hij blootgesteld werd aan jungle, ambient en breakcore. In '03 kwam hij in Berlijn terecht, waar hij besliste om muziek te maken en de wereld rond te reizen. Live bracht hij het beste van beide werelden samen: hij zorgde voor een furieuze mix van harde techno, industrial, noise, breakbeats en drum 'n' bass. Daarbij injecteerde hij ook nog eens ultraheavy metalgitaren. Enkele titels uit zijn meedogenloze maar gevarieerde set: "Thin retro God", "Forgive and forget", Down", "Relief" (cover van cybergrindband Genghis Tron) en de lange, noisy afsluiter "Grist". Een intense live ervaring die beslist naar meer smaakte en absoluut één van de hoogtepunten van het weekend!
Na tournees in de States, Japan en China stond Droon, de Gentse breakcoreproducer en organisator van de befaamde 'Breakcore gives me wood feestjes' eindelijk op het podium van Dour. Onafscheidelijk met zijn keytar, een toetsenbord in de vorm van een flying V-gitaar en een piloothelm bracht hij een excentrieke mashup van breakcore, electro, rave, noise, punk, rock, pop en hiphop. We hoorden fragmenten van Metallica (“Master of puppets”), Snoop Dogg (“Drop it like it’s hot”), Christina Aguilera (“Genie in a bottle”) en Peaches (“Rock show”). Zoals Droon het zelf zegt op zijn myspace: "The best and worst from twenty years of rave, thirty years of punk and fifty years of rock 'n' roll! Ik zou het niet beter kunnen verwoorden!
En tenslotte kon het Gentse The Subs rekenen op een nokvolle tent; het publiek ging totaal loos op hun opzwepende, neurotische sounds, ‘80’s electro, techno, house en chemical breakbeats, waarbij ze af en toe samples van rock- en waveklassiekers inpasten. “Kiss my trance” vatte de muzikale noemer samen onder ‘dance music for happy people’!

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2008: vrijdag 18 juli 2008

My Mortality was de opener op vrijdagmiddag in de eastpak core stage. Deze band met in de gelederen Life of Agony/Type O Negative drummer Sal Abruscato, bestaat nog maar één jaar en stond al op Dour. Daar had zijn 'hoofdband' Life of Agony waarschijnlijk wel iets mee te maken. Hun muziek was een mengeling van groovy rock, grunge en metal. Alice in Chains, Staind, Godsmack en Stone Temple Pilots zijn enkele referenties. Het niveau van deze groepen haalden ze bijlange nog niet, daarvoor waren hun nummers nogal inspiratieloos, inwisselbaar en monotoon. Enkele positieve uitschieters van hun nog te verschijnen debuut waren "Swallowing my gun" en "Pulling me down". Misschien had de magere opkomst (max. 200 personen) en het vroege uur iets te maken met hun matige performance.

In de club circuit marquee werd de spits afgebeten door The Germans. Ze stonden garant voor een mix van (noise)rock, punk, psychedelica, krautrock en elektronica. Alsof leden van Millionaire, Girls Against Boys, Barkmarket, The Pixies, Captain Beefheart en Liars in één en dezelfde band zaten.
Live stonden ze hun mannetje en overtuigden ze met vooral materiaal van hun debuut 'Elf shot lame witch', één van de sterkste platen van eigen bodem van dit jaar. We herkenden "Your DNA" met nerveuze gitaarrifs van Cauwels, het prachtig opgebouwde "Carolife Daisy"en het aan The Jesus Lizard herinnerende "Waiting for the band". Ook "Lalaliar", "Witch" en "Lame" werden enthousiast de tent ingevuurd. Dit was een sterk op elkaar ingespeelde band met een redelijk origineel geluid en eigen gezicht. Respect!

Het Brussels/Luikse viertal Ultraphallus (la petite maison dans le prairie) bracht noise/doom/sludge van de bovenste plank. Ze stelden hun tweede album 'The clever’ voor. Invloeden van the Melvins, Today is the Day, Voivod en Eyehategod waren hoorbaar in hun totaalgeluid. Centraal stonden de schreeuwerige vocals, de diepe bassound, de heavy gitaarritmes, de strakke drumpatronen en de overstuurde keyboardeffecten. Tijdens de sterke 'finale' van hun set kwam een saxofonist de band versterken, wat wel deed denken aan het legendarische Naked City en Painkiller met John Zorn.
Subtiliteit en nuance ware niet aan hen besteed, waardoor soms weinig structuur en echte songs te ontdekken waren. Het optreden verzandde soms in een geluidsbrij en chaos. Desalniettemin kon dit tellen als wake-up call!

Het uit Wales afkomstige Future Of The Left (club circuit marquee) heeft het McCluskey avontuur heel goed verteerd. Ze verwerken ‘80’s Virgin Prunes, ‘90’s Shellac/Barkmarket en voegen er doodleuk een scheutje psychedelica aan toe. “Real men hunt in packs”, “Small bones, small bodies”, “The lord hates a coward” en “Plague of ones”, songs in snelvaart: een noisy wervelwind, met een ronkende, diepe bas, scherp gitaarspel en kurkdroge, opzwepende drums. Het trio was sterk op elkaar ingespeeld en genoot van de respons op hun venijnige teringherrie; ook de ietwat verfijnde rock kreeg een push forward. Overtuigende set.

Harvey Milk uit Athens, Georgia, USA, ( la petite maison dans la prairie) is een cultband van formaat en een persoonlijke favoriet. De band, genoemd naar de vermoorde politieker en voortrekker van de homorechtenbeweging in San Francisco, Harvey Milk, is een band die nooit de erkenning heeft gekregen die het verdiend heeft. Dit komt vooral door hun moeilijk te vinden platen van de jaren '90 (‘My love is higher’, ‘Courtesy and good will’, ‘The pleaser’) en hun moeilijk te plaatsen geluid (een mengeling van doom, sludge, noise en indierock). Gelukkig heeft het alternatieve en toonaangevende metallabel Relapse Records daar verandering in gebracht en deze ferm miskende albums vorig jaar terug uitgebracht. Kortom, een tweede kans om deze band te ontdekken. Het kwartet neemt het beste van Black Sabbath, The Melvins, Swans, Earth, Sleep en ZZ Top en geeft er hun eigen unieke draai aan. Vooral de indringende en eerlijke vocalen (de pijn is bijna voelbaar) van zanger/gitarist Creston Spiers en de massieve gitaarpatronen van 'nieuw' lid Joe Preston (The Melvins, Sunn o)), Earth) zijn indrukwekkend en onontkoombaar. Enkele hoogtepunten uit hun set: "Crush them all", "Plastic eggs", "War" en de alltime classic "The anvil will fall" (met orkestraties op achtergrond, blijft een wereldnummer!!). Spijtig van de povere opkomst (zo'n 400 personen) en de korte speelduur (het uurtje was zo voorbij).  Dit was een ongelooflijk knap en overdonderend optreden, waar veel heavy acts nog wat kunnen van leren!!

Het tempo werd retestrak gehouden met ons Belgisch trio Triggerfinger, - met nieuwe bassist Renauld?, die Paul verving -(club circuit marquee). In pak en das wisselden ze nieuw en oud werk af, van “What grabs ya?”, “First taste” naar “On my knees” en “Lil’ teaser”. Een knipoog aan ZZ Top met hun solide en krachtige show onvervalste retrorock’n’roll, ‘straight from the heart’.

Nog zo'n legendarische en miskende band is het uit San Francisco afkomstige viertal Oxbow (la petite maison dans la prairie). Deze band draait al twintig jaar mee en brengt een ongeziene cocktail van noiserock, experimentele (art)rock, freejazz, blues en avantgarde. Denk daarbij aan The Birthday Party, Pere Ubu, The Fall, The Jesus Lizard, Tom Waits en Howlin' Wolf.
Zanger/provocateur Eugene Robinson is een spierbundel van jewelste, hij ziet eruit alsof hij elk moment de boksring moet betreden. Hij trok de aandacht naar zich toe met zijn wilde en intense bewegingen; hij had ook wel wat weg van een 'zwarte' Henry Rollins. Tijdens de stomende set speelde hij zijn maatpak uit, waarna hij enkel in onderbroek op het podium stond!! Zien is geloven! Uit hun zeven fullenghts herkenden we "Lucky","Music for adults", "Down a stair" en "Time, gentlemen, time".
Dit was meer dan zomaar een optreden, het had wat weg van een totaalspektakel en liet rauwe emotie en muzikale chaos wonderwel in elkaar vloeien. Een confronterende, intense en kolkende performance!

Het uit San Diego afkomstige Pinback (the red frequency) verbaasde vorige week al op het Cactusfestival; ze voorzagen hun sfeervolle, dromerige, intimistische songs, doordenkt van melancholie, van een rammelend, snedig, krachtige aanpak in de beste traditie van Pavement. Een boeiende set van deze charismatische band, die wat onwennig op het grote podium stond, maar genoot van de die-hard fans. Tof setje alvast van gekende songs, “Penelope”, “Tripoli”, “Loro”, en nieuw werk.

Een interessant samenwerkingsproject, gegroeid van De Vooruit te Gent, was Flat Earth Society (onder Peter Vermeersch) en Jimi Tenor (club cirquit marquee). Een avontuurlijke verkenningstocht van jazzy gefreak, funk, soul, electro en klassiek. Een link naar Gent Jazz was op z’n plaats van dit muzikaal experiment.

Het New Yorkse Life Of Agony (the last arena) is bij velen nog altijd de band van de 'klassieke' metal/hardcore plaat ‘River runs red’ uit '93.  Dit beseffen Keith Caputo en zijn kompanen ook en daarom brachten ze de gehele debuutplaat (behalve"The stain remains") live ten gehore. Het publiek reageerde uitzinnig en zong alle nummers luidkeels mee. Verder kwamen "Lost at 22", "The other side of the river"(beiden van 'Ugly'), "Weeds" (van 'Soul searching sun') en "Love to let you down"('Broken valley') aan bod.
De combinatie van persoonlijke, diepgravende teksten en groovy, krachtige melodieën doet het live nog altijd. Ook de grote inzet van gitarist Joey Z. en bassist Alan Robert dragen bij aan het gezellige en intense livegebeuren. Minpunten waren de matige zangprestaties van de charismatische Keith Caputo (hij gaf toe dat hij dronken was!) en de ietwat onevenwichtige, rommelige sound. Verder hoor je mij niet klagen, dit was een degelijk maar niet wereldschokkend optreden. We hadden ze al beter gezien, herinner hun passage op Graspop vorig jaar.

Vorig jaar blies het Duitse Notwist, onder de broers Acher, (the red frequency) ons bijna omver door hun sfeervolle indietronica een ferme, stevige rocktik te geven. We omschreven hen als een band op scherp, ergens tussen Radiohead meets Tool en Pink Floyd. Ze klonken minder heftig deze keer, boden een mooie afwisseling tussen dromerige, weemoedige popelektronica en strakke poprock, van hun oeuvre ‘Shrink’, ‘Neon golden’ en het pas verschenen (na zes jaar nb!) ‘The devil, you + me’. Uitschieters waren “Gloomy planets”, “Where in this world” en de klassiekers “Pick up the phone” en “Pilot”, die mooi uitdeinden in technische snufjes.

Een salvo aan dancebeats, kitsch, disco en oldschool hiphop hoorden we van de Braziliaanse gekke bende Bonde Do Role (eastpak core stage). Twee wild om zich heen springende zangeressen/danseressen en twee MC’s speelden een uiterst leuke ‘bal populaire’.

Godfather van de gangsta rap, Ice Cube, mocht als opener fungeren voor de Wu-Tang Clan. Samen met Ice-T, Dr. Dre, Eazy E, The Geto Boys en zijn eigen N.W.A. stond hij aan de wieg van de hardcore hiphop of gangsta rap. Zijn hoogtepunt situeerde zich zo'n vijftien à twintig jaar geleden met albums als ‘Straight outta Compton’ met N.W.A., ‘Amerikkka's most wanted’ en ‘Death certificate’. Toch stond een bomvolle the last arena deze hiphopgrootheid op te wachten. Hij bracht vooral oldschool tracks zoals "Check yo'self"(met befaamde sample van "The message" van Grandmaster Flash), "You can do it", "Hello" en "Straight outta Compton". Ook het recentere "Why we thugs" en nieuwe tracks van zijn in augustus te verschijnen album ‘Raw footage’ kwamen aan bod: "Gangsta rap made me do it" en "Do ya thang". Live werd hij bijgestaan door rapper WC (wat een leuke naam, van de Westside Connection) en vaste dj Crazy Tunes. Ondanks al het nodeloze gepalaver en stoerdoenerij werd dit toch een vet hiphopfeestje! Misschien niet echt origineel, maar toch leuk en entertainend!

Heel wat volk was er voor het Amerikaanse Battles (the red frequency); ze gooiden er hun meesterlijke ‘Mirrored’ tegenaan. Een groovy, aanstekelijke sound van hun grotendeels instrumentale mix van avantgarde, grillige pop, jazz, symfo en prog. Een bezeten drummer(ex Helmet drummer!, + nota bene een cimbaal van twee meter hoog om op te slaan), een psychedelische vocoderzang, en de onverwachtse wendingen van gitaar en bas gaven een uitgesponnen “Tij” en “Atlas” als hoogtepunten. Een weirdo klankkleur, die zich meester maakte en inwerkte op de dansspieren. Na Pukkelpop sloeg het kwartet ons een tweede keer  met verstomming.

G
rootste publiekstrekker op vrijdag was Wu-Tang Clan (the last arena). Na hun matige passage vorig jaar op Dour, hadden velen hun twijfels bij deze tweede doortocht. Zoals verwacht lieten ze ons een klein half uurtje wachten om daarna vooral materiaal te brengen van hun debuut ‘36 chambers’: "Bring da ruckus", "Shame on a nigga", "C.R.E.A.M.", "Wu-Tang Clan ain't nuthing ta f' wit" en "Protect ya neck". Van ‘Wu-Tang Forever’ werd o.a."Reunited", "It's yours" en "Cash still rules".  Hun grootste hit "Gravel pit" mocht natuurlijk niet ontbreken. Spijtig dat hun laatste wapenfeit ‘8 diagrams’ (hun sterkste album in tien jaar) en voorgangers ‘Iron flag’ en ‘The Wu’ bijna niet aan bod kwamen. Maar dit kon de partymood van de duizenden jongeren niet deren.
Een ietwat overbodige en veel te lange ode aan de overleden Ol' Dirty Bastard haalde de groove uit het optreden.
Vooral de tomeloze inzet en sterke en intelligente rhymes van Methodman, Ghostface, RZA en Raekwon bevestigden hun status als één van de sterkste hiphopacts van de laatste vijftien jaar! Een prettige verrassing!

Het Britse Dreadzone (la petite maison dans la prairie) zijn er na een onderbreking van een drietal jaar terug bij met hun frisse, dansbare mix van dubreggae, ragga, trance, elektronicableeps, hiphop en dance, onder Earl 16 en MC Spee. Er werd rijkelijk geput uit hun succesplaat ‘Second light’ van ’95 met “Captain dread” en “Little britain” als kroonstuk. Een puike afsluiter van dag 2, wat deed denken aan Zion Train vorig jaar in deze la petite maison dans la prairie.

Tenslotte waren er de nachtelijke toegankelijke en hard pompende beats van Ritchie Hawtin en Boys Noize, van het Duitse wondertalent Alex Richa: chemical trance, breakbeats, techno, pulserende beats, sampling en scratches. Resultaat: een uitgelaten menigte tot vroeg in de morgen …

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2008: donderdag 17 juli 2008

Het Dourfestival was toe aan z’n twintigste editie, een jubileum. Het festival was voor de tweede keer net op tijd volledig uitverkocht. De avontuurlijke muzikale ontdekkingstocht en de sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ wordt nog steeds erg geapprecieerd: een uitgelezen kans om een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren ontdekken.
Het derde grote festival slaagde erin ruim 200 acts over zes podia op tijd en vlekkeloos te laten spelen. Puik werk!
In totaal waren er ongeveer 144000 mensen, waarvan dagelijks 32000 bezoekers. En op de camping werd het publiek op de vooravond al getrakteerd met een optreden van Björn Again.

Uw verslaggeving ter plaatse: Frank Verwee, Johan Meurisse en onze fotograaf Sébastien Leclercq.

dag 1: donderdag 17 juli 2008

Het parcours op donderdag startte in de vooravond met het beloftevolle Britse Foals (the last arena). Op Polsslag waren zij één van de groepjes die zich in de kijker speelden; op Dour deden zij het een tweede keer. Ze stonden zijdelings opgesteld als in een repetitieruimte. Na een ietwat rommelige start kon het publiek genieten van hun frisse, aanstekelijke, groovy songs, die hoekige, strakke ritmes en een vleugje ‘80’s wave hadden, wat inwerkte op de dansspieren; eigenzinnig, aangenaam en best leuk in de druilerige regenbui. De leden speelden een fijn setje, alsof hun leven er van af hing. Afsluiter “Two steps twice” eindigde op een stevige portie fuzz en distortion.

De enige soulact dit jaar tijdens het Dourfestival was Eli"Paperboy"Reed and The True Loves (club circuit marquee). De 24 jarige man uit Houston, USA, die hier nog een nobele onbekende is, bracht een stomende set met vooral nummers uit zijn tweede album ‘Roll with you’. We herkenden "Satisfier", "Its' easier", "I'm gonna getcha back", "Am I wasting my time?" en zelfs een funky versie van "Ace of spades" van Motorhead (jawel). Zijn stem had wel wat weg van Sam Cooke en (de jonge) James Brown, vooral die oerschreeuw. Twee saxofonisten en een trompettist zorgden voor de extra opzwepende en groovy ritmes. Dit was feelgoodmusic van de bovenste plank waarop menig dansje werd geplaatst. Gezelligheid troef!

Het Britse Mystery Jets (eastpak core stage) zagen we al als support van Kate Nash. Het jonge bandje bracht melodieuze, dromerige gitaarBritpop met een stevig randje. De galmende sound en de soms tegenstrijdige (samen)zang namen de subtiliteit van sommige nummers af. De singles “The boy who ran away” en “Young love” konden rekenen op herkenningapplaus, maar de rest was net niet boeiend genoeg.

Rijzende ster binnen de elektronische muziek is Maxime Firket, Comphuphonic (dance hall). In de beste traditie van de ‘Dubnology’ reeks , medio de jaren ’90, verraste hij met trancegerichte, pulserende beats, en gooide er nog een “Everything counts” van Depeche Mode tegenaan.

The Hoosiers (the last arena) zijn één van de Britse upcoming bands. Hun melodieus toegankelijke, vrolijke stadionpop was een aangename verfrissing binnen het alternatieve aanbod. Een enthousiaste band, fijne gitaarpop en een handvol singles als “Cops & Robbers” en “Goodbye Mr A” passeerden de revue.

Het uit New York afkomstige Dub Trio (club circuit marquee) liet horen dat instrumentale muziek niet perse saai, voorspelbaar en 'moeilijk' hoeft te zijn. Hun vrij unieke mix van rock, metal, dub en elektronica was één van de hoogtepunten op de eerste festivaldag. De muzikanten die vooral in de hiphopwereld hun strepen verdiend hebben bij o.a. The Fugees, 50 Cent, Common en Macy Gray, brachten vooral tracks van hun laatste twee albums, ‘Another sound is dying’ en ‘The new heavy’. Mogwai, Sonic Youth, Bad Brains, King Tubby en Lee ‘Scratch’ Perry zijn zowat de belangrijkste invloeden in hun sound. De wisselwerking van heavy gitaarriffs, knetterende baslijnen en inventieve drumpatronen waren een voltreffer. Een band om de komende jaren in de gaten te houden!

De dromerige, sfeervolle indiepop van Erlend Oye’s The Whitest Boy Alive (eastpak core stage) onderging een gedaantewisseling; de nummers klonken gelaagd en hadden meer vaart, ritme en swing. Binnen die fijne pop vormde publiekslieveling “Burning” en de verwevenheid van “Show me love” en “Gypsy woman” een apotheose. Oye was onder de indruk van de respons en trakteerde zelfs op een nieuwe song, “Courage”. Na twee jaar opnieuw een geslaagd en vermakelijk optreden.

De Britse popdiva Goldfrapp (the last arena), - in wit gewaad op het podium-, had af te rekenen met een grote plensbui, wat het sprookjeskader en de intensiteit van haar bezwerende, etherische songs van het debuut ‘Felt mountain’ en ‘Seventh tree’, “Utopia”, “A&E” en “Little bird”, onder haar hoge, hemelse, breekbare stem, deed verloren gaan. In het tweede deel van set hoorden we de zwoele, hardere disco/electro groove van “Black cherry”, “Supernature”, “Ooh lala”, “Train” en “Strict machine”. Een goed afwisselend, geslaagd optreden, doch spelbreker in dit geheel waren de regenbuien.

De nacht was ondertussen gevallen, de aanzet van beats, beats, trance, dance en DJ sets:
Het Franse Birdy nam nam, gegroeid uit de hiphoppers van Alliance Etnik en Triptik, leken wel de onvervalste mainstream Coldcut DJ set aan de draaitafels, met beats, scratches en grooves. Tiga op z’n beurt ontgoochelde, hij liet de meeste eigen nummers thuis en speelde een makke, routineuze, dreunende set. De man heeft al sterker gespeeld…Foei.
Tenslotte Alter Ego mocht en verve de eerste nacht op Dour besluiten met hun mix van ‘80’s electro, elektronicableeps, neurotisch vervormde beats, trance en Kraftwerk invloeden. We hoorden aangename en verrassende wendingen binnen hun ingenieus, creatieve elektronica. Ophitsend, dansbaar en bezwerend.

Organisatie: Dourfestival, Dour

Gent Jazz Festival 2008: The Neville Brothers, Marcus Miller en Brazaville

Geschreven door

De jonge en beloftevolle zeskoppige opener Brazaville won in 2007 de wedstrijd Jong Jazztalent in Gent. Zopas verscheen hun debuutalbum ‘Days of thunder, days of grace’ op het label Evil Penguin Jazz Records. De band mengt op aanstekelijke wijze jazz, funk en afrobeats. Stuk voor stuk zagen we goede, zelfs heel goede muzikanten aan het werk. Maar de composities van baritonsaxofonist Vincent Brijs kwamen helaas in het begin niet goed tot hun recht. De nervositeit en onzekerheid was duidelijk voelbaar. Belgen zijn nu eenmaal te weinig chauvinistisch. Maar gedurende het concert hebben ze dit ruimschoots goedgemaakt en belandden we uiteindelijk in een opwindende, stomende en pletwalsgewijze set. Vooral gitarist Hellings bewees dat hij zijn zessnaar perfect beheerste. Ze mogen gerust naast hun grote voorbeelden Herbie Hancock, Wayne Shorter, The Headhunters, Miles Davis tot Tony Allen, Fela Kuti en The Meters staan. We horen nog wel van Brazaville, maar dan wel op internationaal niveau.
Line-up: Vincent Brijs (baritonsaxofoon), Andrew Claes (tenorsaxofoon), Nicolas Rombouts (bas), Jan Willems (keyboards), Geert Hellings (gitaar), Maarten Moesen (drums).

Marcus Miller is ongetwijfeld een van de meest geniale en virtuoze multi-instrumentalisten, maar vooral een bassist met legio effecten. Naast zijn special guest DJ Logic had hij een hele resem andere effecten mee. We hoorden veel getrek, geslap en getab op zijn bas, de sax, drums en eender welk ander instrument werd door de effectenkast gejaagd, maar we hoorden geen bezieling. Marcus gaf ons vaak de indruk 'band' werk te leveren, maar dan niet in de muzikale zin van het woord. Tussen het bassen door stond hij soms doodleuk in zijn neus te peuteren. Gelukkig sloeg deze uiterlijke ongeïnteresseerdheid niet over op het publiek.
De set begon nochtans veelbelovend met een Indisch klinkende intro (toetsenist Gonzales Pena speelde op een  Moog), gevolgd door een schitterend Higher Ground van Stevie Wonder. Probeer de Marcus maar eens te volgen als medemuzikant. Maar toch laat hij nog ruimte voor hen.
Het vervolg werd er zowat aangebreid en ik kreeg de indruk eerder een coverband te horen die hun ding stond te doen (slechts één eigen nummer “Tanned”) Na een funky einde kregen we als bisronde nog maar eens een ode aan Miles in de strot geramd. Sorry, folks, maar ik had echt meer verwacht van dat genie.
Line-up: Marcus Miller (basgitaar, basklarinet), Alex Han (saxofoon), Fédérico Gonzales Pena (keyboards), Jason "JT" Thomas (drums), DJ Logic (turntables).

Gelukkig waren er nog The Neville Brothers, ook wel The First Family of Funk genoemd, en uitgegroeid tot één van de boegbeelden van de rijke muziekgeschiedenis van New Orleans en inspiratiebron voor talrijke bands. En deze reputatie maakten ze volledig waar. De kippenvelmomenten waren niet meer bij te houden en in tegenstelling tot bijvoorbeeld een Bootsie Collins , die vorige week nog in Cactus een typisch Amerikaans geforceerd do-you feel-allright-an-wanna-funk-sfeertje trachtte neer te poten, deden Art Neville, aka Poppa Funk, en zijn broers waarvoor ze gekomen waren: muziek spelen. Die pipo's ademen gewoon al vijftig jaar funk. En ze hadden ook nog The Funky Meters mee.
Het meest grappige was dat de zanger, een getatoeëerde kleerkast van 150 kg, zingt met een falsetstem. Gelukkig had de percussionist een misthoorn van een stem. We hoorden ondermeer beklijvende versies van “Fever” en “Ain't no sunshine” van Bill Withers (dat overvloeide in heuse reggae). Eindigen deden de broeders met een totaal overbodige “Amazing Grace” (waarom moest dat nou?) en een stomende “One Heart” van Bob Marley.
De aankondiging '50.00 watts of  pure funk' klopte als een bus, jammer dat het publiek bij momenten eerden ingetogen enthousiast reageerde.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Madrugada

BoomBox 2008: Madrugada: stevig eerbetoon aan Robert Buras

Geschreven door

De Noorse band Madrugada heeft niet echt zo’n rooskleurige periode achter de rug. De nieuwe en overigens uitstekende plaat was nog maar net op band gezet toen gitarist Robert S. Buras het leven liet. Madrugada moest dus met een noodoplossing en vooral met een bitter gevoel op toernee. Het is maar zeer de vraag of de groep zal blijven bestaan, maar inmiddels brengen ze het best mogelijke eerbetoon aan hun overleden gitarist, namelijk een reeks van splijtende concerten neerzetten.

Zo ook in Gent, waar de band tekeer ging alsof ze nog eens alles willen geven voor hun jammerlijk overleden makker. De band klonk hard, strak en gedreven. Ze speelden een bezielde set die met een flink pak nieuwe songs was gevuld. Van bij de opener “Whatever happened to you” (ook de beginsong op de nieuwe plaat) zat het goed, wat volgde waren levendige songs van een band in bloedvorm, meestal stevig en hevig zoals in “Ready” en “Hour of the wolf”, maar ook bij momenten ingehouden en heel mooi, zoals in prachtsongs als “Honey bee”, “Majesty” en “Valley of deception”. De diepe stem van Sivert Hoyem is, samen met de melancholische sound, nog steeds het voornaamste handelsmerk van deze band en doet ons vaak aan Nick Cave denken, even warm maar ook even bezeten. Het onsterfelijke “Black Mambo” , met zijn dreigende bas in een donker sfeer gehuld, was een absoluut hoogtepunt, samen met het immer mooie “Vocal”, uit hun eerste plaat nota bene (inmiddels alweer 9 jaar geleden), een song waar wij nog steeds kippenvel van krijgen. Deze song was meteen ook de afsluiter van een sterk en bijzonder  gedreven concert. Een mooi eerbetoon aan Robert Buras.

Het voorprogramma Barbie Bangkok, thuisspelers op de Gentse Feesten, krijgen van ons het plaatje ‘verdienstelijk’ mee omwille van een bruisend en gezond muzikaal enthousiasme maar helaas een tekort aan onvergetelijke songs. De Gentenaars zijn duidelijk nog op zoek naar de juiste richting, ze spelen bijwijlen wel funky en soms behoorlijk rockend, maar niets blijft echt hangen, of ’t is een cover, want Paul Mc Cartney’s“Coming up” klonk wel snedig en swingend. We geven hen voorlopig het voordeel van de twijfel.

Organisatie: BoomBox, Gent ism Democrazy, Gent

Gent Jazz Festival 2008: thema-avond Cuba y musica

Geschreven door

De vrijdagavond had het Gent Jazzfestival een volwaardige Cubaanse avond gepland. Vele vrienden-jazzfanaten fronsten hun wenkbrauwen bij voorbaat en stelden zich hierbij niet meer voor dan een ordinaire salsa-avond. De hoofdact van de avond, de Buena Vista Social ClubÒ verraste niet echt, maar kon anderzijds wel de verwachtingen inlossen met een show met een hoge spektakelwaarde. Toch waren er ook enkele aangename ontdekkingen te doen ...

Gelukkig ging de avond meteen van start met een jong Cubaans talent Roberto Fonseca. Hoewel deze pianist is grootgebracht in ware Buena Vista-traditie, brengt hij vele nieuwe accenten aan in zijn muziek en is zijn stijl veel meer jazzy dan verwacht. We kunnen zelfs zeggen dat Fonseca van vele markten thuis is. We vinden zowel Afrikaanse, klassieke, jazzy als disco-elementen terug in zijn veelzijdige pianospel. In het tweede nummer Congo Arabe klonken zelfs Arabische invloeden door. Dit pianotalent gaf een staalkaart van zijn in 2007 uitgebrachte CD ‘Zamazu’. En hoewel het publiek wat traag op gang kwam, bleek na afloop van het concert dat ze zijn composities wel konden smaken. In het derde nummer “Llego Cachaito” kwam Fonseca helemaal op dreef tijdens zijn pianosolo, enkel begeleid door de contrabas. Hij liet zich volledig meeslepen en toonde zich daarbij tevens als een klassiek geschoolde pianist. De Cubaan ging zodanig op in zijn spel en ging alsmaar meer achterover leunen op zijn pianokruk. Zodanig dat de vrouw achter mij zich bezorgd begon af te vragen of hij van zijn kruk zou donderen. Naar het einde toe ontroerde het nummer opgedragen aan Ibrahim Ferrer, voornamelijk door het subtiele klarinetspel van klarinetist/saxofonist/fluitist Omar Gonzalez. De warme, zachte ondertoon van de klarinet kon moeiteloos de herinnering aan de zachtaardige Ferrer weer levendig maken. Als afsluiter schakelde Fonseca even over van zijn piano naar een keyboard en toverde funky en disco-achtige tonen te voorschijn in “Zamazamazu”. Het publiek bleek helemaal opgewarmd voor de rest van de avond.

Omara Portuondo staat bekend als de Cubaanse Edith Piaf. Een oma in een oranje soepjurk verscheen ten tonele. Maar wat een presence ...! Omringd door een orkest van jonge, knappe mannen gaf ze het beste van haarzelf. Haar leeftijd – Portuondo is al 78 – speelde haar soms wel parten: af en toe ging ze erbij zitten en ook haar liedjesteksten moest ze enkele keren raadplegen. Dit deed echter niks af van de muzikaliteit en de theatraliteit van deze “grand old lady”. Wel jammer dat in het tweede nummer de geluidsinstallatie kuren kreeg. Zowel up-tempo nummers als getormenteerde liefdesliederen passeerden de revue. Haar stem bereikte fantastisch mooie hoogtes en laagtes en ze liet zich graag gaan in uitgebreide vibrato’s, waar het publiek helemaal wild van werd. De Buena Vista-liedjes, waaronder “Dos Gardenias”, konden op de meeste bijval rekenen. Wat er toch op wijst dat het publiek ook uiteindelijk was gekomen om de Buena Vista Social ClubÒ te bewonderen.

De Buena Vista Social ClubÒ moet het tegenwoordig stellen zonder Ibrahim Ferrer, Compay Segundo en Ruben Gonzalez. Vers Cubaans bloed speelde samen met enkele oudgedienden, zoals Orlando ‘Cachaito’ Lopez (contrabas), Manuel ‘Guajiro’ Mirabal (trompet), Jesus ‘Aguaje’ Ramos (trombone) en Manuel Galban (gitaar). De zanger, Carlos Calunga, beschikt over een engelenstem, maar heeft toch niet de uitstraling van Ferrer of Segundo, ondanks zijn jeugdigheid. De zangeres, Idania Valdes, kon wel boeien met haar zwoele stem én uitstraling. Maar vooral pianist Rolando Luna bleek een zeer goede aanwinst voor de ploeg te zijn. In een nummer opgedragen aan wijlen Ruben Gonzalez kon hij zich dan ook een waardige opvolger tonen van deze legende. De groep is voornamelijk een goed geoliede machine die een mooi spektakel opvoert. Het valt echter op dat er weinig tot geen ruimte voor spontaneïteit is en dat maakt het allemaal nogal voorspelbaar op muzikaal vlak. Er kwamen enkele kunstjes aan te pas met de Laud, enkele gekke danspasjes en het publiek werd aangepord om mee te zingen en te klappen. De Belgische zomer werd even vergeten.

Kortom, de avond was geen kolfje naar de hand van jazz-puristen, maar ging er in als zoete koek bij levensgenieters allerhande. Roberto Fonseca was de revelatie van de avond en toonde zich de meest veelzijdige muzikant.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoschoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Pagina 913 van 966