logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Hooverphonic

Melt Banana

De muzikale oerknal van het Japanse Melt-Banana

Geschreven door

Het was een unieke kans om het Japanse Melt-Banana uit Tokyo aan het werk te zien in ons landje, want het kwartet toert maar om de 2 à 3 jaar eens door Europa. Ze hielden enkel halt in het kleine, donkere zaaltje van de Kreun. Melt -Banana heeft zes cd’s en maar liefst 23 EP’s uit; vorig jaar verscheen ‘Bambi’s Dilemma’, met een uitgebreide tournee tot gevolg!
Hun noiserock, gekenmerkt met metal en punk, kent onnavolgbare tempowisselingen en bengelt tussen melodie en aritmiek. Ze zijn verwant aan Steve Abini’s Shellac, Sonic Youth, Barkmarket en aan de Mike Patton -John Zorn projecten.

Een woest, beestig geluid en een muzikale ontlading, waarbij de gebalde, samengeperste energie uit hun tenger lichamen wordt gespeeld! Gitarist Ichirou Agata (met mondmasker!) haalde alles uit z’n kast en overspoelde het publiek met jachtige ritmes, noisesounds en pedaaleffecten; de bassiste Rika MM’ liet diep ronkende en snelle basriiffs horen en bracht in de beste Primusstijl de bassnaren onder een continue intense spanning. En tenslotte was er het retestrakke tempo door de opzwepende drums. In deze wall of sound zweefden daar ergens de gierende, gillende hysterische vocals van zangeres Yasuko Onuki.

Een 50 minuten keiharde, (on)toegankelijke unieke liveshow van ogenschijnlijke chaos, herrie en gepolijste broeierige melodieën van soms one-two minute songs, die diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen ondergingen. Ze raasden als een orkaan over ons heen. Een soort oerknal. “They were Melt-Banana from Tokyo, Japan” en we hebben het duidelijk geweten.

Het Gentse kwartet The Germans hebben hard gewerkt, wat hen een indrukwekkend debuut ‘Elf shot lame witch’ opleverde. Live kozen ze voor een rauwe, avontuurlijke aanpak in hun frisse aanstekelijke, mooi uitgewerkte noisepop, waarbij Ampe de songs aan elkaar zingt, schreeuwt en krijst. Hun speldenprikjes bezorgden een opgefokt, nerveus geluid. Muzikale gekte en schoonheid! Onderschatte band op hoog niveau!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Gutter Twins

Saturnalia

Geschreven door

Het is er uiteindelijk van gekomen dat Dulli en Lanegan eens samen een plaat gingen uitbrengen. Na talrijke los/vast uitwisselingen van Twilight Singers en Mark Lanegan Band, zijn beide Amerikaanse cultsterren van de alternatieve rock te horen onder The Gutter  Twins. Ze doopten hun cd ‘Saturnalia’, net als het Britse The Wedding Present, een kleine vijftien jaar terug.
Het is een eenvoudig op te splitsen plaatje geworden waarbij we het donker dreigende geluid van Lanegan horen en de sensueel prikkelende, dromerige, broeierige soulrock van Dulli. Je kunt duidelijk horen wie vocaal steeds het voortouw neemt.
Een snedig Afghan Whigs en Twilight Singers klinkt duidelijk door op “The stations”, “God’s children”, “Circles the fringes” en “Each to each”; het zijn stevige songs met een sterke groove en een vleugje bombast. Zelfs Lanegan rockt  … luister maar naar “All misery flowers” en “Idle hands”, waarbij hij nauw refereert aan het vroegere Swans.
Beide heren klinken sfeervoller op songs als “The body”, “ Who will lead us?”, “Bête noire” en de afsluitende track “Front street”.
’Saturnalia’ bevat overtuigend eenduidig songmateriaal van een sterk op elkaar ingespeeld duo. Wat een verbroedering! Interessant om weten is dat praktisch elke song in een andere bezetting werd gespeeld.

Milow

Coming Of Age (2)

Geschreven door

In 2004 was Jonathan Vandenbroeck uit Leuven finalist in Humo’s Rock Rally. Hij startte toen als een éénmansproject. Hij heeft intussentijd twee cd’s uit: ‘The bigger picture’ (’06) en de huidige cd ‘Coming Of Age’.
Hij behoudt z’n singer/songwriterschap in enkele sobere songs (“Out of my hands”, “Herald of free enterprise” en de titelsong). Hij wordt ook bijgestaan door een fantastische groep muzikanten die een voller geluid laten horen: gitarist Ruben Block van Triggerfinger, toetsenist Joris Caluwaerts van Zita Swoon en bassist Jasper Hautekiet (Rhythm Junks). Radiovriendelijk materiaal met een sfeervol, dromerige sound, verwant aan Tom Helsen, Venus In Flames en Sioen. Z’n wondermooi zalvende stem, ondersteund door deze van Nina Babet, die we kennen van bij Admiral Freebee, geven warmte en zeggingskracht.
Ze zitten goed in elkaar ,zijn innemend, intimistisch of luchtig en hebben een sterke opbouw. “The ride”, “The priest” en “Dreams & renegades” kunnen de man en z’n band een fijne toekomst bezorgen. En nog steeds scoort “You don’t know” van de vorige plaat hoge ogen.

Holy Fuck

LP

Geschreven door

Holy Fuck is een bandnaam die makkelijk in de mond ligt. Het duo uit Toronto verdiept zich in elektronicagefreak en wordt bijgestaan door een bassist en twee drummers . Ze creëren een broeierig, aanstekelijk en opwindend, energiek geluid. Hun muziek past in het rijtje van de grillige weirdo psychedelicarock van Battles en Trans Am, integreert de ‘90’s elektronica soundscapes van The Aloof en Sabres Of Paradise, verhoogt de trippende sound van Sigur Ros, en haalt een vleugje indie en drum’n’bass aan.
Hun quasi instrumentale sound klinkt groovy, dansbaar en doet ons bewegen in een ‘bevreemdende brave new world’. De negen songs op hun tweede plaat zijn allen even sterk, wat meteen een verdiende doorbraak mag betekenen!

Deerhunter

Deerhunter: gedoseerde noiserock met een ‘80’s gehalte

Geschreven door

De Kreun te Kortrijk programmeerde een alternatief tof dubbeloptreden, Deerhunter en High Places. Twee bands het ontdekken waard.

Het Amerikaanse kwintet Deerhunter is al zo’n zeven jaar bezig en heeft drie full cd’s uit. Ze debuteerden in 2005 met ‘Turn it up faggot’.Vorig jaar verscheen ‘Cryptograms’ en binnenkort is er de opvolger ‘Microcastle’. Van deze uit Georgia, Atlanta afkomstige band zijn de graatmagere gitarist Bradford Cox en percussionist Moses Archuleta de spil. Ze zijn nauw verwant aan Electrelane, Liars en Yeah Yeah Yeahs, wat betekent dat er sprake is van langgerekte en repetitief opbouwende gitaarlagen onder een bezwerende drums. Door de snedige en slepende ritmes creëerden ze een intens spannend sfeertje, gedragen door de nasale, dromerige zang van Cox. Een wall of sound die het publiek in z’n greep hield, maar door het feit dat Cox ziek aan het optreden begon, moest hij na twee songs noodgedwongen op een stoel neerzitten om te kunnen verder spelen.
Deerhunter hield het een kleine 50 minuten vol met hun aanstekelijk materiaal, waarbij ze vooral het nieuwe werk promoten. Live klonken ze direct en ongepolijst, was er ruimte voor de instrumenten en ondergingen de songs soms frisse en verrassende wendingen. Op plaat is er eerder sprake van een breder concept, door gitaarslides, accordeon, orgel en synthesizer. Gedoseerde noiserock, met een ‘80’s gehalte, die terecht gelinkt werd aan de indie van The Feelies, iets wat ze zelf omschrijven als ‘ambient punk’.

Het uit Brooklyn, NY afkomstige duo High Places bracht een niet alledaags geluid van Caribische en exotische elektronica, zalvende, freakende grooves, trancegerichte soundscapes, dwarrelsounds en drumbeats, onder zweverige vrouwelijke vocals en stemvervorming. Het geheel klonk vrij toegankelijk, leuk, dansbaar en fijngevoelig.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

TW Classic 2008: rockkleppers bevestigen

Geschreven door

Ruim 40.000 mensen, die de kaap van de gezegende leeftijd van 35 en ouder hadden bereikt , konden hun rockhartje ophalen met een schitterende TW Classic finale, The Police. Wie vorig jaar er niet in slaagde een kaartje te bemachtigen van hun concert in het Sportpaleis, kon nu op aangename wijze z’n favoriete‘80’s band aan het werk zien en kreeg er het podiumbeest Iggy en het poprockende The Scabs bovenop.
Het publiek maakte eerst kennis met Milow en Juanes, beloftevolle artiesten binnen de huidige pop, die al door de vroege aanwezigen warm werden onthaald. Maar het  rockminnende publiek kwam samen om de drie volgende kleppers aan het werk te zien:

The Scabs die, weliswaar geplaagd door een brok nervositeit, zorgden voor een aangename brok nostalgie en verblijdden de talrijke dertigers en veertigers met een portie welgemeende Belgenrock. Guy Swinnen had voor de gelegenheid nog eens zijn jacket en Clash T-shirt van 25 jaar geleden aangetrokken. Het was immers van toen geleden dat zij als jonge wolven op het Werchter podium de dag mochten in gang stampen. Het hitje van het eerste uur “Matchbox car” ging jammer genoeg een beetje de mist in wegens te nerveus afgehaspeld maar verder waren The Scabs een aangename belevenis, ook al mocht het van ons allemaal wel iets minder beleefd en vooral een beetje ruiger. Zij verdienden het echter wel  om hier te staan en nog eens voor zo een hoop volk te spelen.

The Stooges dan. Een brok geschiedenis, hier kan gewoon geen enkele zichzelf respecterende gitaargroep omheen. En ook al is Iggy misschien al lang een karikatuur van zichzelf geworden, voor ons is hij nog altijd het meest explosieve rock’n’roll beest dat in de laatste decennia ooit op een podium is opgemerkt. The Stooges spelen nog steeds de smerigste riffs ooit gehoord op deze planeet.
Klassiekers als “Loose”, “No fun”, “I wanna be your dog”, “Down on the street”, “Dirt” en “1969” waren als gewoonlijk een brok dynamiet en naar het slot van de set toe wisten Iggy en zijn magistrale Stooges ons nog te verrassen met de oerpunkers “Search and destroy” en “I got a right”, songs die bij hun vorige reünie optredens vermeden werden omdat de broertjes Asheton bij het maken ervan destijds al de laan waren uitgestuurd door een in die tijd compleet geschifte Iggy Pop. By the way, geschift is ie nog altijd, trouwens.
Uit de laatste Stooges plaat ‘The weirdness’ van een jaar terug, een miskleun als je ’t ons vraagt, werd gelukkig enkel “My idea of fun” gehaald, het enige nummer op die plaat die de moeite waard is. Maar vooral “Skull ring” en “Electric chair” uit de het Skull ring album van 2003 waren strak en wervelend en moesten geenszins onderdoen voor de klassiekers van meer dan dertig jaar geleden.
Om maar te zeggen, The Stooges waren nog maar eens verpletterend en Iggy blijft een rock’n’roll beest pur sang. De vips stonden er vanuit hun immense boulevard zo een beetje naar te kijken als een koe op een ruimteschip, zij begrepen er helemaal niks van.  Rock’n’roll is duidelijk niet aan hen besteed. Mogen zij de volgende keer naar Bryan Adams, Soulsister of Marco Borsato gaan kijken, maar bij Iggy blijven ze beter weg.

The Police, daar was het meeste volk voor gekomen, inclusief zij die na het afgelaste tweede Sportpaleis concert op hun honger bleven zitten. Wel, die mensen hun geduld werd meer dan beloond met wat werd aangekondigd als het laatste Police-concert op Belgische bodem ooit. The Police was echter veel meer op dreef dan ze ooit hadden kunnen zijn  in het Sportpaleis enkele maanden geleden. Sting had deze keer wel zijn stem meegebracht en Andy Summers en Stewart Copeland toonden zich als twee ongelooflijke rasmuzikanten die merkelijk plezier beleefden aan die laatste Belgische trip. De drive zat er in, dat deed het hem. De songs klonken nergens afgehaspeld of belegen, ook al hebben we ze al zo’n duizend keer gehoord. Een song als “De do do do” die anders een beetje banaal klinkt was hier zelfs een hoogtepunt . “Roxanne”, achterwege gelaten omwille van stemproblemen in het Sportpaleis, was nu wel als absolute knaller van de partij en “So Lonely” kende de gedrevenheid van de jonge dagen.  Verder was het smullen van “Walking on the moon”, “Message in a bottle” (waar mee begonnen werd, “met de deur in huis vallen” noemen ze dat), “King of pain” en “Don’t stand so close to me” en het hevige punky “Next to you”.
Eigenlijk speelde The Police een mooie compilatie uit hun vijf albums,  ze deden dat  met volle overgave en gaven nooit de indruk dat hier even snel wat geld moest verdiend worden. Ook al was het waarschijnlijk wel zo, maar ze konden het in ieder geval goed wegsteken.

Organisatie: Live Nation

Isobel Campbell & Mark Lanegan

De opmerkelijke countryblues van Isobel Campbell & Mark Lanegan

Geschreven door

Twee jaar terug noteerden we een opmerkelijk samenwerkingsproject tussen de Schotse Isobel Campbell, de vroegere celliste van Belle & Sebastian, en Mark Lanegan, ex Screaming Trees, een veel gevraagd gastvocalist bij talrijke bands als QOSA, Soulsavers Creature with the atom brain en Twilight Singers. En hij bracht samen met Greg Dulli, onder The Gutter Twins, ‘Saturnalia’ uit en trad onlangs in april op in het kader van het Dominofestival. Zijn eigen band staat momenteel op non actief.
’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ zijn de twee worpen van het duo; ze worden door de media bestempeld als een ‘the beauty & the beast’ en ‘60’s icoontjes Nancy Sinatra en Lee Hazelwood.
Muzikaal is er sprake van een donker,dreigende en een dromerig sfeervolle sound bepaald door Lanegan’s diepe, grauwe, krakende stem en Campbell’s frêle, hemelse backing vocals en gefluit. Hun, in countryblues gedrenkte, intiem pakkende, broeierige luisterliedjes (by the way composities van Campbell!) zijn tekenend voor een soundtrack van Quentin Tarantino of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

Ze waren spaarzaam begeleid door akoestisch gitaargetokkel, af en toe omlijst door piano, toetsen, cello en contrabas. Het duo speelde een ontwapende, innemende en beklijvende set. Het publiek bezorgde het kwintet telkens een warm onthaal, maar van interactie was er geen sprake. Lanegan stond vastgenageld aan z’n microfoonstaander, het hoofd half opzij, en dronk na elke song een klein teugje water; Campbell op haar beurt wendde haar blik van het publiek af. En tenslotte stond er een denkbeeldig ijzeren gordijn tussen de twee. Ergens middenin de set hoorden we een schuchtere dankjewel.
Een goed anderhalf uur wisselden ze af van tempo en ritme en plukten songs uit hun twee verschenen cd’s. Een sobere “Seafaring song” leidde in onder de grommende zegzang van Mark, ondersteund door het lieflijk hemels gezang van Isobel. “Deus ibi est” klonk indringend door een venijnig snedig gitaarspel. We zagen een oneindig desolaat landschap voor ogen op “Carry home”, “Who built the road” en “Back burner”. ”The false husband”, “Salvation”, “Keep me in mind, sweetheart” en het afsluitende “The circus is leaving town”, waren vaudeville countrykillers op z’n Michael Gira’s en Tom Waits.
“The flame that burns” en “Hony child what can I do” legden wat meer gemoedelijkheid aan de dag en leverden een perfecte samenzang op. Isobel Campbell kwam eventjes op het voorplan om de schitterende elfensong “Saturday’s gone” te zingen, en vulde mooi aan op “Free to walk”.
Heerlijk geslaagde variërende nummers, wat de melancholie en zwaarmoedigheid draaglijker maakte.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis van vier songs: pareltjes waren “Come on over (turn me on)” en Hank Williams’ “Ramblin’ man”, aangevuld met een integere “Revolver” en het repetitief opbouwende “Wedding dress”, die door een krachtiger gitaarspel het overtuigende concert definitief besloot.

Als een verdwaalde ziel stuurden Campbelle & Lanegan ons de nacht in, maar al gauw werden we  wakker geschud op de boulevard door enthousiaste jonge EK feestvierders …

Organisatie: Live Nation

Tokyo Police Club

De rukwindenrock van Tokyo Police Club

Geschreven door

Tokyo Police Club is een jong beloftevol kwartet uit Toronto; ze kwamen vorig jaar in de spotlights met de EP ‘A lesson in crime’, die acht aanstekelijke, energieke twee minuten songs bevatte; kenmerkend zijn een diep ronkende bas, een scherp gitaarspel, kleurrijke toetsen en opzwepende drums onder een licht neurotische, zweverige nasale zang van David Monks (vocaal iets mee van Julian Casablancas van The Strokes!). Postpunk op z’n Futureheads, de dynamiek van Bloc Party, de frisse rock van Strange Death Of Liberal England en de retro van The Strokes; en tenslotte vullen ze aan op Pavement en Dinosaur Jr.

In een klein uur brachten ze speels, ongedwongen en rommelig bijna 20 vakkundige songs, die nogal snel op elkaar volgden; ze klonken strak, scherp en krachtig. De schreeuwerige backing vocals scherpten het jeugdig enthousiasme aan. Ze putten uit hun EP en de pas verschenen full cd ‘Elephant shell’. Ze staken voldoende afwisseling in die strakke sound: er waren de rauw springerige “In a cave”, “Sixties remake” en “Centennial” of de snedige rockers “If it works”, “Craves”, “Citizens of tomorrow”, “Tesselate”, “Shoulders & arms” en “Frames”. Intens broeierig en sfeervoller klonken opener “La ferrassie”, “Juno”, “Nursery academy” en “Nature of the experiment”.

De ‘rukwindenrock’ van Tokyo Police Club intrigeerde en raasde niet als een orkaan over je heen. Het hyperkinetische “Be good” besloot overtuigend de set. Zonder veel poeha speelden ze een kort, stevig gebald, ‘to the point’ concertje.

Het Amerikaanse The Mobius Band trad enkele maanden terug al op als support van Editors in de AB. Deze ‘lookalikes’ van Cake konden met hun broeierige indierock, elektronica geflirt en enkele avontuurlijke wendingen, maar matig boeien, ondanks het feit dat het trio er duidelijk zin in had. Het ontbrak hen doodgewoon aan aantrekkelijke songs …

Organisatie Botanique, Brussel

Cat Power

Jukebox

Geschreven door

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam tien jaar terug in de belangstelling door op een unieke manier op piano songs van Dylan, Nina Simone, Smog en Rolling Stones te bewerken. De songs werden ontdaan van enige franjes, kregen een warme, tedere aanpak en werden gedragen door haar hese, melancholische soms onvaste stem. Haar americanablues biedt een eerlijk, puur, oprecht en doorleefd geluid, een ‘straight from lived in bars’ geluid, kortom, ideale songs die de nacht besluiten in een donkere kroeg.
Sinds de vorige ‘The greatest’ cd beschikt ze over een meer vaste begeleidingsband, The Dirty Delta Blues.
‘Jukebox’ bevat tijdloze klassiekers van o.a. Hank Williams, James Brown, Bob Dylan, Jessie Mae Hamphill en  Billi Holliday, aangevuld met twee eigen remakes, die een eigen unieke wending krijgen. Doorleefde americana/soul/retrobluesrock, ergens tussen V.U., Black Crowes, G Love, Wilco, Joni Mitchell en Janis Joplin.
Sober en kwetsbaar klinken ”Silver stallion”, “Lord, help the poor & needy”, “Song to Bobby”, “Don’t explain”, “Woman left lonely”, “blue” en “Breathless”. Een voller geluid en een krachtiger aanpak hebben “New York”, “Rambling (wo)man”, “Metal heart” en “Aretha, sing one for me” .
’Jukebox’ is een rustige, intieme, kwetsbare als sfeervol broeierige plaat geworden en het is mooi hoe ze met haar band steeds opnieuw paden verkent om verrassende bewerkingen uit haar mouw te schudden.

Porcupine Tree

We lost the skyline

Geschreven door

Het is een beetje onduidelijk waarom een band als Porcupine Tree zonodig een nieuwe liveplaat op de markt moet brengen, dat terwijl ze in het verleden met ‘Coma Divine’ (1997), ‘Warszawa’ (2004) en de recente live DVD ‘Arriving Somewhere’ (2006) al sublieme documenten hadden afgeleverd. Maar Steve Wilson wil naast zijn talrijke nevenprojecten ook zijn moederband ‘in the picture’ houden. Dit jaar zullen er waarschijnlijk opnieuw enkele heruitgaven van Porcupine Tree albums verschijnen maar een nieuw album zit er, na het sublieme ‘Fear Of A Blank Planet’ (2007), dit jaar niet in. Dit live plaatje is er dan ook ééntje voor de fans. Een live document in zijn puurste vorm. Want alle songs worden volledig uitgekleed. Het is een beetje teleurstellend dat de akoestische songs enkel gebracht worden door Steve Wilson. Af en toe is er wat hulp van John Wesley, die dan nota bene nog steeds geen vast PT lid is! Mooier was een akoestisch setje geweest met de ganse band.
Maar goed ik heb me laten vertellen dat deze ‘We Lost The Skyline’ vooral mag dienen als introductie op de Amerikaanse markt, waar de band een korte overzeese toer mag volbrengen. De songs blijven subliem, de live uitvoering is hier en daar wat minder. Een stevige song zoals “Even Less” mist het gebalde arrangement en kampt zo met wat bloedarmoede. Enkel voor diehard Porcupine Tree fans want van een volwaardige release kunnen we hier niet spreken!


Pagina 917 van 966