logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
The Wolf Banes ...

The Black Crowes

Warpaint

Geschreven door

Zo’n 7 jaar na ‘Lions’ hebben de verloren gewaande Black Crowes nog eens een studio plaat gemaakt. De terug verenigde broertjes Robinson hebben op ‘Warpaint’ qua muzikale creativiteit mekaar opnieuw gevonden, een handvol geïnspireerde songs is het resultaat. Niet dat het geluid van The Black Crowes zoveel veranderd is - de songs zijn nog steeds gebouwd op Stones, Faces, Soul en Southern rock – maar de plaat klinkt terug fris en gedreven. Nieuwe gitarist Luther Dickinson, die even kwam overwaaien van The North Mississippi Allstars, zit daar voor een groot stuk tussen.
Als uitschieters houden we het op de felle bluesrocker  “Walk believer walk”, de gedreven “We who see the deep” die neigt naar het beste van The Faces, de scherpe sleper  “Movin’ on down the line”, de vuile rocker “Wounded bird”, de rock’n’roll stamper “God’s got it” (met vettige slide gitaar!) en de Dylanesque afsluiter “Whoa mule”.
Warpaint is een schaamteloos ouderwets klassiek rockalbum zoals er dezer dagen niet veel meer gemaakt worden (of ’t moest van The Raconteurs zijn). Noem het retro als je wil, dat mag voor ons part, want daar is niks mis mee. Feit is, The Black Crowes zijn terug, en te oordelen aan deze puike ‘Warpaint’ is dat alleen maar goed nieuws.

Gun Barrel

Outlaw Invasion

Geschreven door

Het Duitse Gun Barrel is met ‘Outlaw Invasion’ toe aan zijn 4e langspeler. Met telkens een twee jaar tussen elke release brengen de heren een mooie regelmaat. Dat ze zich niet overhaasten komt de muziek enkel ten goede. ‘Outlaw Invasion’ vervolgt namelijk de hoge kwaliteit van de vorige albums.
Met een mix van stevige hardrock en heavy metal, in combinatie met de unieke stem van Xavier Drexler, brengen deze heren sinds 1999 een aangename afwisseling in het Duitse metal landschap. Echt bekend zullen ze er wellicht niet mee worden, maar dit houdt hen absoluut niet tegen om zich met volle overgave op de muziek te gooien. Ook live konden we dit vorig jaar nog vaststellen in JC Den Ast, waar een kleine horde fans bijeen was gekomen om een geweldige live-prestatie van de band te zien.
Dat men vol overgave aan ‘Outlaw Invasion’ heeft gewerkt, is dan ook duidelijk te horen. Het album klopt op elk gebied en brengt een aangename afwisseling tussen melodieuze en mysterieus klinkende passages met stevige riffs. “Wanted Man” is hiervan een prachtig voorbeeld, waarbij vooral de stevige hardrock van hoog niveau blijkt te zijn. Het meezingbare refrein nestelt zich al snel in het hoofd, waardoor ik al snel een hele dag dit refrein onbewust zat te zingen.
“Cheap, Wild and Nasty” vormt een tweede hoogtepunt op het album. Dit nummer sluit muzikaal meer aan bij de heavy metal, zonder echt vernieuwend of ingewikkeld uit de hoek te komen. De aanstekelijke zangpartijen van Drexler creëren al snel een aangenaam gevoel, waardoor je al snel de neiging krijgt om in het nummer mee te gaan. Ook hier wordt naar het einde toe even heel kort wat gas terug genomen alvorens het refrein nogmaals door de boksen te jagen. Deze onverwachte wendingen in de nummers zorgen ervoor dat je aandachtig het album kunt volgen.
Met “Brother to Brother” krijgen we nog een stevige rock ‘n’ roll hymne voorgeschoteld, die zich ongetwijfeld zal ontpoppen tot het live nummer bij uitstek. De combinatie van een smerig taalgebruik, met een oppeppend ritme en teksten die het samenhorigheidsgevoel versterken, zal ongetwijfeld heel wat fans aanspreken. Ook “M.I.L.F.” bezit heel wat mogelijkheden om zich te ontpoppen tot een waar live-nummer.
Dat men ook de gevoelige snaar kan raken bewijzen de heren met “Tomorrow Never Comes”, waarbij het nummer heel emotioneel wordt ingezet en Drexler zich van een andere kant laat zien. Een kant die hij naar mijn mening wel meer aan bod zou mogen laten komen. Het nummer ontpopt zich tot een semi-ballade, waarbij vooral de zang van belang is, ook al is het nummer muzikaal zeker niet slecht opgebouwd. Vooral de melodieuze gitaarlijn naar het einde toe, sluit goed aan bij het gevoel dat Drexler teweegbrengt met zijn stem.
Met titeltrack “Outlaw Invasion” en outro “Parting Kiss” wordt een mooi einde gebreid aan een schitterende plaat, waarbij vooral de melodische kant van het Duitse combo deed verbazen. Indien je nog met enige twijfels zou zitten, kan ik u aanraden enkele nummers te beluisteren op hun myspace. Indien deze nummers je kunnen overtuigen, kun je gerust overgaan tot de aankoop van dit album!

The Saw Doctors

Het spelplezier droop er van bij het Ierse The Saw Doctors

Geschreven door
Het Ierse The Saw Doctors uit Tuam is al ruim 15 jaar een goed bewaard geheim binnen de folky poprock, die passen in het kader van bands als The Waterboys enThe Levellers, als aan de mooi in het gehoor liggende, frisse en intense gitaarpop van The Go Betweens en ‘60’s The Beatles.

Het kwintet speelde gedurende bijna twee uur een fijn concept van uiterst gevarieerde, speelse, vrolijke en ontspannende nummers; de aanstekelijke set had een meezinggehalte en zette zelfs aan tot een boombal. The Saw Doctors genoten ervan in de langzaam volgelopen Rotonde, en zullen hun trip in Brussel nog niet gauw vergeten.
De groep vatte aan met vrolijke klassiekers als “N17” en “MacNas Parade” en behield het zwierige tempo op “Fortunately”, “Tommy K” en “Green + red mayo”. “She’s got it” was de aanzet om wat vaart af te nemen, samen met songs als “Share the darkness”, “Galway + mayo” en “All the way ftrom Tuam”; ze vormden een sfeervolle, dromerige tussenstop en onderstreepten de muzikale veelzijdigheid en het songwriterschap van het duo Carton/Moran. “Clair Island” en “To win just one” porden aan tot een boombaldans en handgeklap vooraan; Op “Red Contina” wisselden de heren naadloos van instrument en zang, wat samen met “Joyce Country Cel Band” een hoogtepunt vormde in de set. De temperatuur steeg in het kleine, gezellige zaaltje. En songs als ”Why do I always” en “What a day” waren dan de handige subtiele remmers. Af en toe voegden de heren er een ‘60’s rocker tussenin, zoals “Ca plane pour moi in “Hey wrap”. De helder, overtuigende vocals van Davey Carton (in Irish accent) werden af en toe afgewisseld met de zang van die andere songschrijver, gitarist Leo Moran.
De groep had er na twee bissen nog niet genoeg van en begon aan een reprise van “N17”. Wat een leuke band…

De muzikaal variërende aanpak plaatsten alle zorg- en stresstoestanden opzij. Het spelplezier droop er vanaf, waarbij deze onderschatte, sympathieke band prachtmelodieën schrijft en een positieve way of thinking uitstraalt. Hun danspasjes en gitaarbewegingen à la Mud en Racey waren alvast mooi meegenomen in dit concept.

Organisatie: Botanique, Brussel


The Subways

Hyperkinetisch trio The Subways

Geschreven door

Het jonge Britse trio The Subways viel die avond in voor Babyshambles. Babyshambels moet noodgedwongen de komende twee maand hun tournee afgelasten, gezien Doherty verplicht werd om een dertigtal dagen effectieve gevangenisstraf uit te zitten. Het trio was uitermate blij in Lille te mogen optreden om z’n fans uit te breiden. In juni verschijnt ‘All for Nothing’, de langverwachte opvolger van hun debuut ‘Young for Eternity’. We hoorden een enthousiaste band met opwindende, snedige, felle, strakke punky gitaarrock. Het hyperkinetische tweetal, zanger/gitarist Billy Lunn en rockbabe/bassiste Charlotte Cooper, liep en sprong van de ene naar de andere kant, en de drummer Josh Morgan mepte er op los; ze stelden een pak nieuwe songs voor, die allen een retestrak tempo aanhielden: “Kalifornia”, “Hung for E”, “Obsession”, “Shake shake”, “I won’t let you up” en de forthcoming single “Girls & boys”. Enkel “Allright” klonk melodieuzer en subtieler. Crazy rock’n’roll music, die op een dolenthousiast publiek mocht rekenen, met als apotheose het broeierige, mooi opgebouwde en uitgesponnen  “Rock & roll queen”, die overtuigend de set besloot.

Nada Surf was binnen dit concept wat de vreemde eend in de bijt, maar hun alternatieve collegerock, die leunt aan Semisonic en Fountains Of  Wayne werd smaakvol ontvangen. Een evenwichtige, gevarieerde set van gitaarpop met ballen, droompop en liefdesliedjes. Uit de nieuwe cd ‘Lucky’ werden een handvol songs gespeeld, maar het waren vooral de radiovriendelijke “I like what you say”, “Inside of love”, “Do it again”, “Always love” en “Popular” die het publiek aanzetten tot ‘hoofdwiegen’. Beklijvende frisse pop rondom de sympathieke zanger/gitarist Caws.

Serj Tankian, de van oorsprong in Libanon geboren Armeniër/Amerikaan, doet het al een tijdje zonder zijn vaste kompanen van System of a Down. Eind vorig jaar bracht hij zijn debuut 'Elect the dead' uit. De plaat werd goed ontvangen en kreeg veel positieve kritiek. Nog meer dan bij zijn (ex-)band handelen de songs over politieke, sociale en maatschappijkritische thema's zoals de oorlog in Irak en het regeringsbeleid van George Bush.
Tankian speelde een opzwepende en intense set, waarbij het gehele debuut voorbijkwam. Vooral de singles “Empty walls”, “Lie lie lie” en “The sky is over” deden het goed. Ook “Praise the lord”, “Honking antelope” en “Beethovens cunt'”  werden enthousiast onthaald. Er werd ook een nieuw nummer gebracht, “Sounds of war” en de Dead Kennedys-cover “Holiday in Cambodia”. Live werd hij bijgestaan door een goed geoliede band, met in de gelederen o.a. ex-Primus gitarist Larry LaLonde. Centraal tijdens de set stonden de flexibele, gevarieerde stem van Serj en de complexe, gelaagde nummers, boordevol onverwachte wendingen.
Of hij net zo populair zal worden als System of a Down, valt nog te betwijfelen. Het bondige optreden (een klein uurtje) werd alvast ferm gesmaakt en gewaardeerd!We zijn benieuwd naar de toekomst van de solo uitstap!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ikv Les Paradis Artificiels

Nada Surf

Beklijvende pop van Nada Surf

Geschreven door

Het jonge Britse trio The Subways viel die avond in voor Babyshambles. Babyshambels moet noodgedwongen de komende twee maand hun tournee afgelasten, gezien Doherty verplicht werd om een dertigtal dagen effectieve gevangenisstraf uit te zitten. Het trio was uitermate blij in Lille te mogen optreden om z’n fans uit te breiden. In juni verschijnt ‘All for Nothing’, de langverwachte opvolger van hun debuut ‘Young for Eternity’. We hoorden een enthousiaste band met opwindende, snedige, felle, strakke punky gitaarrock. Het hyperkinetische tweetal, zanger/gitarist Billy Lunn en rockbabe/bassiste Charlotte Cooper, liep en sprong van de ene naar de andere kant, en de drummer Josh Morgan mepte er op los; ze stelden een pak nieuwe songs voor, die allen een retestrak tempo aanhielden: “Kalifornia”, “Hung for E”, “Obsession”, “Shake shake”, “I won’t let you up” en de forthcoming single “Girls & boys”. Enkel “Allright” klonk melodieuzer en subtieler. Crazy rock’n’roll music, die op een dolenthousiast publiek mocht rekenen, met als apotheose het broeierige, mooi opgebouwde en uitgesponnen  “Rock & roll queen”, die overtuigend de set besloot.

Nada Surf was binnen dit concept wat de vreemde eend in de bijt, maar hun alternatieve collegerock, die leunt aan Semisonic en Fountains Of  Wayne werd smaakvol ontvangen. Een evenwichtige, gevarieerde set van gitaarpop met ballen, droompop en liefdesliedjes. Uit de nieuwe cd ‘Lucky’ werden een handvol songs gespeeld, maar het waren vooral de radiovriendelijke “I like what you say”, “Inside of love”, “Do it again”, “Always love” en “Popular” die het publiek aanzetten tot ‘hoofdwiegen’. Beklijvende frisse pop rondom de sympathieke zanger/gitarist Caws.

Serj Tankian, de van oorsprong in Libanon geboren Armeniër/Amerikaan, doet het al een tijdje zonder zijn vaste kompanen van System of a Down. Eind vorig jaar bracht hij zijn debuut 'Elect the dead' uit. De plaat werd goed ontvangen en kreeg veel positieve kritiek. Nog meer dan bij zijn (ex-)band handelen de songs over politieke, sociale en maatschappijkritische thema's zoals de oorlog in Irak en het regeringsbeleid van George Bush.
Tankian speelde een opzwepende en intense set, waarbij het gehele debuut voorbijkwam. Vooral de singles “Empty walls”, “Lie lie lie” en “The sky is over” deden het goed. Ook “Praise the lord”, “Honking antelope” en “Beethovens cunt'”  werden enthousiast onthaald. Er werd ook een nieuw nummer gebracht, “Sounds of war” en de Dead Kennedys-cover “Holiday in Cambodia”. Live werd hij bijgestaan door een goed geoliede band, met in de gelederen o.a. ex-Primus gitarist Larry LaLonde. Centraal tijdens de set stonden de flexibele, gevarieerde stem van Serj en de complexe, gelaagde nummers, boordevol onverwachte wendingen.
Of hij net zo populair zal worden als System of a Down, valt nog te betwijfelen. Het bondige optreden (een klein uurtje) werd alvast ferm gesmaakt en gewaardeerd!We zijn benieuwd naar de toekomst van de solo uitstap!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ikv Les Paradis Artificiels

Serj Tankian

Opzwepende en intense set van Serj Tankian

Geschreven door

Het jonge Britse trio The Subways viel die avond in voor Babyshambles. Babyshambels moet noodgedwongen de komende twee maand hun tournee afgelasten, gezien Doherty verplicht werd om een dertigtal dagen effectieve gevangenisstraf uit te zitten. Het trio was uitermate blij in Lille te mogen optreden om z’n fans uit te breiden. In juni verschijnt ‘All for Nothing’, de langverwachte opvolger van hun debuut ‘Young for Eternity’. We hoorden een enthousiaste band met opwindende, snedige, felle, strakke punky gitaarrock. Het hyperkinetische tweetal, zanger/gitarist Billy Lunn en rockbabe/bassiste Charlotte Cooper, liep en sprong van de ene naar de andere kant, en de drummer Josh Morgan mepte er op los; ze stelden een pak nieuwe songs voor, die allen een retestrak tempo aanhielden: “Kalifornia”, “Hung for E”, “Obsession”, “Shake shake”, “I won’t let you up” en de forthcoming single “Girls & boys”. Enkel “Allright” klonk melodieuzer en subtieler. Crazy rock’n’roll music, die op een dolenthousiast publiek mocht rekenen, met als apotheose het broeierige, mooi opgebouwde en uitgesponnen  “Rock & roll queen”, die overtuigend de set besloot.

Nada Surf was binnen dit concept wat de vreemde eend in de bijt, maar hun alternatieve collegerock, die leunt aan Semisonic en Fountains Of  Wayne werd smaakvol ontvangen. Een evenwichtige, gevarieerde set van gitaarpop met ballen, droompop en liefdesliedjes. Uit de nieuwe cd ‘Lucky’ werden een handvol songs gespeeld, maar het waren vooral de radiovriendelijke “I like what you say”, “Inside of love”, “Do it again”, “Always love” en “Popular” die het publiek aanzetten tot ‘hoofdwiegen’. Beklijvende frisse pop rondom de sympathieke zanger/gitarist Caws.

Serj Tankian, de van oorsprong in Libanon geboren Armeniër/Amerikaan, doet het al een tijdje zonder zijn vaste kompanen van System of a Down. Eind vorig jaar bracht hij zijn debuut 'Elect the dead' uit. De plaat werd goed ontvangen en kreeg veel positieve kritiek. Nog meer dan bij zijn (ex-)band handelen de songs over politieke, sociale en maatschappijkritische thema's zoals de oorlog in Irak en het regeringsbeleid van George Bush.
Tankian speelde een opzwepende en intense set, waarbij het gehele debuut voorbijkwam. Vooral de singles “Empty walls”, “Lie lie lie” en “The sky is over” deden het goed. Ook “Praise the lord”, “Honking antelope” en “Beethovens cunt'”  werden enthousiast onthaald. Er werd ook een nieuw nummer gebracht, “Sounds of war” en de Dead Kennedys-cover “Holiday in Cambodia”. Live werd hij bijgestaan door een goed geoliede band, met in de gelederen o.a. ex-Primus gitarist Larry LaLonde. Centraal tijdens de set stonden de flexibele, gevarieerde stem van Serj en de complexe, gelaagde nummers, boordevol onverwachte wendingen.
Of hij net zo populair zal worden als System of a Down, valt nog te betwijfelen. Het bondige optreden (een klein uurtje) werd alvast ferm gesmaakt en gewaardeerd!We zijn benieuwd naar de toekomst van de solo uitstap!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ikv Les Paradis Artificiels

Jamie Lidell

Jamie Lidell: ingenieuze soulkameleon

Geschreven door

Jamie Lidell, an Englishman in Berlin, brak in 2005 door met zijn - op het prestigieuze Warp Records label (Maximo Park, Aphex Twin, Battles,…) uitgebrachte -  2e plaat 'Multiply'. Lidell sprak met zijn eerste worp 'Muddlin Gear' slechts een heel specifiek publiek aan. Op 'Multiply' echter werd de meer toegankelijke en dansbare elektronica met Lidell's fantastische soulstem een bijzonder gesmaakte cocktail. De plaat met een ganse rits hoogtepunten was voor ondergetekende de ontdekking van het jaar 2005 en de soundtrack voor diezelfde zomer. De concerten die we zagen op Pukkelpop, Feest in het Park en in de MOD te Hasselt toonden de onbegrensde muzikale genialiteit van Jamie Lidell. Elke show was telkens weer uniek door de eindeloze variaties en improvisaties die Lidell - ondersteund door de visuals van Pablo Fiasco -  ten berde bracht. Jamie Lidell bewerkt en samplet zijn eigen stem al beatboxend op een kluwen van elektronische apparatuur. Dit alles gecombineerd met zijn sterke soulstem en dito podiumpresentatie zorgt voor onweerstaanbare souljams.

Jamie Lidell was te gast in Maison Folie Moulin te Lille voor de voorstelling van 'Jim', de opvolger van 'Multiply'. Anders dan wat we al zagen van de individuele geluidskunstenaar was de opstelling van een heuse liveband: toetsenist (met een huizenhoog afrokapsel), gitarist, drums, dubbele saxofoon (die tegelijkertijd werden bespeeld) en frontman Lidell. Meteen was voelbaar dat de ingezette weg van 'Multiply' werd voortgezet nl. funky soul! De band opende fel met “Another Day”, “Out of My System” en “Figured Me Out”. Het gaf ons een ambivalent gevoel: is dit een terugkeer naar de Motown? Is dit nu retrosoul? Of is het gewoonweg hedendaags onverkend gebied dat zich situeert tussen dansbare elektronica, funk en pure soul? Feit is dat Lidell zijn eigen weg gaat en wij dat enorm waarderen! Meteen na onze vraagstelling draaide Lidell de sfeer en de toon ongelimiteerd om door een goedgeplaatste elektronicastoot uit te delen met daarin een donkere “A Little Bit More” en “When I Come Back Around”. Twee door opzwepende beats doordrenkte nummers van 'Multiply' waarbij het opviel dat de liveband - weliswaar goed weggemoffeld - werkloos toekeek en dan maar het publiek indook. Meteen na het aanstekelijke “Where D You Go” en het ritmeversnellende “All I Wanna Do” volgde de huidige single “Little Bit of Feel Good” en - met een hoog discogehalte – “Hurricane”. Jamie Lidell is echter ook de man van de zoete ballads zoals “Green Light”. Als bis kreeg het publiek waar het op zat te wachten: een snel gespeelde versie van “Multiply” en een gesmaakte “What Is It This Time?”.

Jamie Lidell maakt live, telkens weer anders, een verpletterende indruk! Wie zich de platen van Lidell aanschaft is een heel eind op weg om onmisbare hiaten in zijn collectie aan te vullen maar kent de echte Lidell niet zonder de man ooit live aan het werk te hebben gezien. U weet echter wat u te doen staat: op 7 mei is Jamie Lidell te gast op Les Nuits Botanique.

DB Clifford, die de support verzorgde van Jamie Lidell, was een aangename verrassing. Deze Canadees met bijzonder fijne stem bracht poppy jazz die om de één of andere reden deed hunkeren naar meer. Nieuwe plaat van deze aimabele jongeman: ‘Recycable’.

Organisatie: Maison Folie de Moulins, Lille ism Agauchedelalune, Lille ikv Les Paradis Artificiels

Nieuw indoorfestival Polsslag 2008 smaakt naar meer …

Geschreven door

De ‘ eerste’ editie van Polsslag kon rekenen op ruim 12000 belangstellenden (ruim 18 jaar terug was er ook al eentje!, maar in een totaal ander concept). De Grenslandhallen van Hasselt werden omgedoopt tot een indoor Hasselt –Kiewit. Een sterk aanbod van bands en DJ’s waren verspreid over vier zalen (Marquee, Club, Dance hall en Boiler room) met elk hun eigen genre, een tof ingerichte chill-out en een gezellige, klein ingerichte festival buitenruimte.
Muzikaal: noteer alvast onze Humo’s Rock Rally winnaars Steak Number Eight,  Holy Fuck en The Ting Tings als ontdekkingen. Isis, José Gonzales bevestigden en The Breeders en Angels & Airwaves boeiden onvoldoende. De Dance hall en Boiler room groeiden uit tot ‘the place to be’ voor het dansminnende publiek en waren het succesvolst.

Volgend parcours stippelden we uit:

De jonge West-Vlaamse honden van Steak Number Eight (Marquee) dompelde het publiek met het middaguur meteen onder een hallucinante, tranceachtige drone, sludge, postrock, hardcore, grunge, noise en screamo. Van hard naar zacht, feedbackgeraas en een galmende (schreeuw)zang.
In de uithoeken van West-Vlaanderen leeft deze stijl enorm, luister maar naar Black Heart Rebellion en Amen Ra. Het kwartet was te situeren binnen deze bands, Isis, 65 days of static, Mogwai, Nirvana en Sonic Youth. Een cv om U tegen te zeggen op zo’n jonge leeftijd.

Holy Fuck (Club)
Nog maar net bekomen van de overtuigende set van Steak Number Eight trakteerde de organisatie al op een tweede revelatie, het Canadese kwartet Holy Fuck; ze stonden dicht bij elkaar opgesteld, speelden een quasi instrumentale set die paste in het rijtje van Batlles en Trans Am, met uitstapjes naar de indie, stonerrock en ‘90’s elektronica soundscapes van Sabres Of Paradise en The Aloof. Een bas, percussie en een pak elektronica!
Hun broeierige, aanstekelijke en energieke sound intrigeerde en was uiterst origineel. Een tip voor een tweede Sonic City noise festival te Kortrijk.

Combinatie Styrofoam (Marquee) en Samin (Dance hall)
Styrofoam, de groep rondom electronicamuzikant/producer Arne Van Peteghem, ging niet aan onze neus voorbij. Het trio lichtte een tipje van de sluier van de te verschijnen nieuwe plaat ‘A thousand words’. Goed opgebouwde, toegankelijke en dromerige indiepop, met een stevig randje en een mooie samenzang.
De Zwitserse/Iraanse producer Samin op z’n beurt, werd bijgestaan door de Venezolaanse Miguel Toro op percussie. Samin zorgde voor zwierige, kleurrijke ritmes en fijne overgangen in z’n Balkan/Algerian dance met uitstapjes naar de bossanova en ragga. Dansbaar, groovy, aanstekelijk; de zomerhit van vorig jaar “Heater” zat mooi in het midden van de set verpakt.

De wavepostrock van het Leedse vijftal iLiKETRAiNS (Club) klonk tav hun optredens op Cactus en in de Bota Rotonde krachtiger en feller, gedragen door de baritonzang van David Martin. Ze waren gekleed in oude spoorweghemdjes. Het kwintet serveerde ‘dark music for happy people’. ‘Elegies to lessons learnt’, hun eerste full cd, plaatsten ze voorop. De songs hadden een spannende dreiging en dramatische ondertoon. We misten hun projecties van tragedies en rampverhalen, die elan gaven aan hun trieste, sombere sound.

Het Berlijnse elektronica dance gezelschap Modeselektor (Dance hall) gaf een grillige, eigenzinnige doch aanstekelijke, dansbare set van elektronicariedels, rave, dubstep, neurotische trance en opzwepende pompende beats. Het trio klonk live éénduidiger dan op plaat en de videoprojecties waren meegenomen.

Het Britse duo The Ting Tings (Club), Jules de Martino (drums/vocals) en Katie White (gitaar/vocals), klinken minder rauw dan die andere man/vrouw duo’s The Kills of Blood Red Shoes; ze laten een verfrissende wind horen van sprankelende, springerige en speelse gitaarpoprocksongs, die levensvreugde en optimisme uitstralen. Het duo haalt eerder de mosterd uit een B’52’s. Ze staken meteen van wal met “Great DJ”, die de laatste weken grijs werd gedraaid op StuBru. “Fruit machine”, “Keep your head”, “Be the one” en “That’s not my name” lagen in het verlengde. Rustpunt was “Traffic light”. Het afsluitende “Started nothing” kan een tweede hotshot betekenen! Er was een ruime belangstelling en The Ting Tings waren een viersterren ontdekking!

Het New Yorkse trio Blonde Redhead (Marquee) heeft op plaat z’n rauw bedreven sound opzij geplaatst, maar live wisselden ze dit af met hun lieflijk, dromerige gitaarpop, ondersteund door ‘70’s psychedelica toetsen. We hoorden uitgebalanceerde pop door de frêle zang van de tengere Kazu Makino of die een ruwer tintje kreeg toen één van de tweelingbroers Pace zong. In een donker sfeervol decor stelden ze het recente ‘23’ centraal, met songs als “Dr Strangeluv”, “Spring & by summerfall”, “The dress” en de titelsong. Stemmige gitaarpop, die in goede aarde viel.

Het Britse Foals (Club) uit Oxford kwam in eerste instantie wat onwennig over. Trouwens, een soundcheck is niet aan hen besteed. Gaandeweg palmden ze het publiek in met hun frisse, groovy, springerige songs, hoekige en strakke ritmes, ‘80’s wave, onder diverse tempowisselingen en plotse explosies.
Het kwintet is te situeren binnen de ‘80’s van Talking Heads, Gang Of Four en Siouxie, het freakende CYHSY en !!!, de postpunk van Bloc Party en Franz Ferdinand en de postrock van Mogwai.
De mop tussendoor begrepen we niet maar ze speelden een originele set van aparte, eigenzinnige songs, inwerkend op de dansspieren, waaronder “Cassius”, “Red Sock Pugie” en “Two steps, twice”.

Mstrkrft (Boiler room), onder de vroegere spil van het retrorock’n’roll duo Death from above 1979 Jesse Keeler, is de weg van de dance ingeslagen, aanvankelijk gestart met de eigen songs te remixen.
Momenteel is Mstrkrft hot en nestelt zich in het rijtje van Simian Mobile Disco, Digitalism, Justice en ons eigen Shameboy. Een volle Boiler Room onderging de pompende beats, trance en verrassende wendingen van het duo.

Van The Breeders (Marquee), onder de zusjes Kim en Kelly Deal, lagen de verwachtingen vooraf al niet hoog. Hun reünie, na ruim zes jaar, met de nieuwe cd ‘ Mountain battles’ leverde een potje gerommel en rammelend gitaargetokkel op, waarbij Kim zich goedlachs door de set slalomde, en Kelly plots na “Canonball” de stuipen op het lijf kreeg en een hysterische bui had, wat de set verder hypothekeerde. Maw een goed eerste half uur met wat we kunnen gewoon zijn van The Breeders: rauw rammelende lofi gitaarpop, o.a. “Tipp city”, “Huffer”, “Divine hammer”, “Pace” en “No aloha”, en de nieuwtjes “Bang on”, “Night of joy” en “Walk it off”. Een stuurloos tweede deel: communicatiestoornis, dispuut, concentratieverlies, chaos, geen zin meer hebben… God knows…Enkel nog “German studies” en “Safari” hielden de makke set staande in het tweede deel.
The Breeders dachten even in hun repetitiehok te verkeren en maakten alvast hun naam waar van wisselende live gigs …

Andere koek was het Amerikaanse Isis (Club), rond Aaron Turner, die een klein anderhalf uur bij het nekvel greep met hun alternatieve, avontuurlijke sound van postmetal, doom, drones, sludge, noise, fuzz en psychedelica, af en toe geruggensteund door Aaron’s (schreeuw)zang. Het leek wel een soundtrack voor een ‘day after’ movie.
Het vijftal ging van loodzwaar tot innemend en bracht diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen aan, door een bezwerende, opzwepende percussie, diepe basses en opbouwende, krachtiger klinkende gitaren. Kortom, niet te vatten muzikale gedachtekronkels, chaos en rauwe emotionele schoonheid. Uniek boeiend en intrigerend!

In een volle Dance hall genoten zwetende lichamen van het Duitse wondertalent DJ/mixer Alex Richa, a.k.a. Boys Noize. Hij schreef al een pak interessante remixen op z’n naam en zweepte het publiek op met z’n chemical trance, breakbeats, techno, pulserende beats, samples en scratches. Hij zorgde voor de juiste kwinkslagen. Een uitgelaten menigte genoot van wat deze 23 jarige op de laptop en aan de draaitafels presteerde.

De Zweedse singer/songschrijver Jose Gonzales (Club) was een aangenaam rustpunt. Twee platen ver (‘Veneer’ en ‘In our Nature’) is de man en hij kan al rekenen op een pak trouwe fans. Hij zorgde samen met twee percussionisten voor ideaal ‘candlelightvoer’, songs ontdaan van enige franjes en bepaald door akoestische gitaar, een softe percussie en mans warme melancholische stem, ingetogen, dromerig en pakkend.
Hij vatte solo de set aan met “Deadweight & velveteen”, “Hints” en “All you deliver”, en liet zich begeleiden op “Crosses“, “Stay in the shade”, “Lovestain” en “In our nature”. Hij ging naar een hoogtepunt met de twee covers “Heartbeats” en “Teardrops”, plus “Love will tear us apart” in de bis.

Ietwat onverwachts voor een doorwinterde muziekliefhebber sloot het relatief onbekende Amerikaanse Angels & Airwaves uit Californië, de nieuwe band van Tom Delonge , ex Blink 182 zanger/gitarist, Polsslag in de Marquee af. Gitaarrock met een punky inslag, maar braafkes en gestroomlijnd. De groep kon rekenen op een horde jonge fans, maar kon door het matige, éénduidige songmateriaal onvoldoende boeien , wat het aantal belangstellenden deed afnemen. Enkel “Love like rockets” en “Breathe” onthielden we. De uitlatingen over de jonge meisjes toen hij solo een paar songs speelde, laten we maar links. Het showaspect was leuk, vooral de gig met bril en laserstralen.

De nacht werd verder gezet voor de onvermoeide, dansende festivalganger met o.a. Alter Ego, Erol Alkan, Carl Craig en de jongens van Goose die een DJ set verzorgden.

Organisatie: Polsslag/Pukkelpop Hasselt

The Kooks

The Kooks: Mission succeed

Geschreven door
Het publiek genoot van de toegankelijke melodieuze gitaarpop van het sympathieke duo Get Cape Wear Cape als aanzet naar de aanstekelijke rock’n’roll van het Britse The Kooks. Net als bij Air Traffic waren de eerste rijen overspoeld door tieners die hun idolen, maar vooral zanger/gitarist Luke Pritchard, van dichtbij wilden zien. Maar The Kooks bereikten ook een breder publiek. De vorige cd ‘Inside In/Inside Out’ met singles als “So naieve” en “She moves in her own way” waren knallers en leverden al uitverkochte concerten op in de AB en twee tickets voor Rock Werchter.
Na wat strubbelingen in de band (bassist Max Pafferty werd ontslagen! en vervangen door Dan Logan) is het kwartet klaar voor een nieuwe veroveringstocht met de tweede cd ‘Konk’. Met een uitverkochte AB als gevolg …

De juiste dynamiek,drive en zin zorgden anderhalf uur voor hapklare, aanstekelijke gitaarrock’n’roll en vergaten hun makke optreden op Werchter vorig jaar.
Het kwartet vatte de set aan met de huidige strakke single “Always where I need to been”. Dit tempo hielden ze aan op “Eddi’s Gun”. Pritchard zette het jonge publiekje vooraan naar z’n hand: “Matchbox”, “Ooh la”, “Sway” en “Time awaite” waren fijne popsongs met een spannende opbouw en diverse tempowisselingen, die intens, meeslepend en iets krachtiger klonken. Het semi-akoestische “She moves in her own way” zong het publiek mee en vormde een eerste hoogtepunt. “I want you” en “See the sun” bouwden op naar het springerige, makkelijke meezingbare “Do you wanna” en “So naieve”. “Shine on” kreeg door de toetsen meer ‘70’s psychedelica. Gitarist Hugh Harris ging af en toe op in z’n snedige gitaarriffs, wat de songs rauwer maakte en meer body gaf. Tenslotte op het afsluitende “You don’t love me that way” ploften de gitaren op de grond, als bij elke zelfverzekerde rock’n’roll band. Gillende kelen op de eerste rijen, euforie verderop.
In de bis liet Pritchard vele hartjes sneller slaan met overtuigende akoestische versies van “Sea side” en “Jackie big tits”. De temperatuur steeg toen de band opnieuw twee uptempo nummers speelde, “Stormy weather” en “Sofa song”. Toen Pritchard zich door de uitzinnige eerste rijen op handen liet dragen, werden de kleren hem letterlijk van het lijf getrokken. Da’s rock’n’roll voor de jongere, voor de andere een band met wereldfaam binnen handbereik

Besluit: The Kooks, Mission succeed!

Organisatie: Live Nation

Alela Diane

De kampvuurmuziek van Alele Diane

Geschreven door

Alele Diane is één van de nieuwe talenten in de Amerikaanse (free)folkscene, samen met Joanne Newsom en Jana Hunter, die de songs een soberder aanpak voorzien, tav hun pioniers Banhart/CocoRosie. Ze beschikt over een fluwelen, emotievolle stem en speelt intieme, innemende songs, die huiselijkheid en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel uitstralen. Eind vorig jaar bracht ze haar verrassende debuut ‘The pirate’s gospel’ uit.

In de meeste songs werd ze begeleid door een backing vocaliste en twee gitaristen, die naast akoestische gitaar de folky popsongs door banjo en fiddle kleur gaven. Ze begon de set solo met enkele innemende songs “Clickity clack”, “Pieces of string” en “Tired feet”. “The Cuckoo” klonk heerlijk dromerig door banjo, de akoestische gitaren en de vrouwelijke stemmenpracht; een sterke respons was het gevolg. Ze varieerde haar ingetogen sound op “Sister self”, “Dry grass” en “White as diamond” met handgeklap en een softe percussie. Of ze stonden met z’n allen op één rij op de sober getoonzette “Light green fellow”, “The red tail hawk”, “Tatted lace” en “Sea lion”. De titelsong van de cd straalde rust uit en het gevoelig solo gespeelde “Oh my mama” mocht het optreden besluiten. Alele Diane stond garant voor kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie!

Daniel Darc is bij het Vlaamse publiek een relatief onbekende, maar bij onze Franse vrienden heeft de 50 jarige singer/songwriter en do-it-all een sterke reputatie opgebouwd. Hij brengt vaudeville jazzy songs, donker, mysterieus en poëtisch, die door z’n grauwe doorleefde vocals zeggingkracht hebben. De man is eind jaren ’80 met een solocarrière begonnen, beschikt over een jonge, goed op elkaar afgestemde band. Darc kon stevig rocken of intiemer klinken door toetsen en cello. Songs als “Luv”, “La seule fille par terre” en “Elegie” verrasten, maar ook de uitsmijters “Chercher le garcon” en “Psaume 23”, in de bis, waarbij Darc tot driemaal terugkwam. Te situeren binnen de nachtuilenmuziek van Arno, Waits en Johnny Halliday.

Organisatie : Agauchedelalune, Lille ikv Les Paradis Artificiels

Pagina 922 van 965