logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Suede 12-03-26

Steak Number Eight

When the candle dies out…

Geschreven door

Is er hier geen sprake van een hype en wordt niet alles opgeblazen? Een roedel jonge genieën die op amper 15 jarige leeftijd zomaar eventjes de Rock Rally wint? Zullen deze jonge adonissen door hun gebrek aan maturiteit zich niet te snel verbranden? Het antwoord is drie maal: ABSOLUUT NIET.
Wat deze knapen presteren is zonder weerga: heel professioneel, heel aardige songs en  in eigen beheer. Jonge natuurtalenten
Opener “The sea is dying” gaat na tien luisterbeurten niet eens vervelen. Liefhebbers van Mogwai, Godspeed Black Emperor en ja, Metallica en Tool komen ruimschoots aan hun trekken. Minimalistische lijnen worden gelaagd en opgebouwd tot het je strot vastheeft en niet meer loslaat. En dit geldt eigenlijk voor alle nummers.”The holy truth” bijvoorbeeld borduurt op het zelfde elan door zonder echter te vervallen in overdreven en nodeloze arrangementen, zo van ‘ zie ons spelen, zie eens wat we kunnen’: zelfbevlekking is hier absoluut niet aan de orde. Op “Blood on your hands” hoor je een band die precies al veertig jaar bezig is: loepzuiver en perfect ingespeeld op elkaar. Weet dat deze gozers nog maar vijf jaar in hun repetietiekot zitten.
In hun genre zijn ze niet echt vernieuwend maar gelukkig hebben ze niet de pretentie om het warm water nog eens te moeten uitvinden.
‘When the candle dies out’ wordt in eigen beheer uitgebracht en kan je bestellen via www.myspace.com/steakn8.
De streek van Kortrijk is na Ozark, Goose, Balthazar,… weer een enorm potentieel rijker: Steak Number Eight staat aan het begin van een ongelofelijke carrière. Programmators aller Pukkelpops ,Dours en Graspops, verenigt u en boek hen!

Playlist: the sea is dying, my hero, the holy truth, on the other side, falling out of a dream, blood on your hands en after you

Katie Melua

Prettig in het gehoor liggende jazzypop van Katie Melua

Geschreven door

De succesvolle Britse zangeres van Georgische afkomst Katie Melua kon rekenen op een alle leeftijden publiek in een praktisch uitverkocht Vorst Nationaal. De jonge twintiger heeft totnutoe drie cd’s uit en trok op tournee met om haar recente plaat ‘Pictures’ te ondersteunen. Ze brengt kleurrijke en prettig in het gehoor liggende jazzypop, met uitstapjes naar de rootsrock en folk. Ze brak een goede twee jaar terug definitief door met het dromerige “9 Million bicycles”.
 
Bijna twee uur lang serveerde ze solo en met haar band een uiterst gevarieerde set, waarbij de songs werden gedragen door haar helder nachtegalenstem. Het lichtdecor was een meerwaarde.
Melua nam solo een gewaagde start met een handvol songs op gitaar en piano: “Piece by piece”, I do believe in love” “Dirty dice” (een terugblik naar Noord-Ierland waar ze in haar kinderjaren vertoefde), en Randy Newman’s “I think it’s going to rain”. Op het ‘70’s getinte rootsjazzy “My aphrodisiac” was haar band op videowall te zien, doch geleidelijk ging het doek omhoog en zagen we haar full band. Handig gevonden, wat sterk werd onthaald!
Stijlvarianten waren te horen op “Blues in the night” (met slidegitaar!), een swingende “Ghost town” (met blazers), de folky “Thank you stars” en “Spellbound” (met fiddle) en tenslotte op de krachtiger klinkende “Crawling up a hill”, “Perfect circle” en “Spiders web” (rootsrock).
”If you were a sailboat”, haar nieuwe single, ”What I miss about you” en “Crazy” waren zalvende, sfeervolle, dromerige songs. “Scary Films” had een dreigende spanning o.a. door de zwart/wit horrror movies op het scherm en het jazzy “Mockingbird song” refereerde aan Stone/Keys/Winehouse qua vocals
Hoogtepunt vormde haar doorbraaksingle “9 Million bicycles”. En “If the lights go out” verried een komend succes!
Overtuigende covers “On the road again” en “Kozmic blues”van haar idolen (Canned Heat/Janis Joplin) klonken broeierig. Melua eindigde zoals ze begonnen was, akoestisch met een intieme “Cried for you”.

Melua beschikte over een gouden stem en een professionele band, die flirtte met stijlen om haar melodieuze jazzypop elan te geven. Fijn concertje.

Support was Andrea McEwan die enkele songs mee componeerde op Melua’s plaat. Deze Australische speelde sfeervolle, semi-akoestische folkpop, doch haar stem had niet dezelfde sterkte als Melua. Goede start, belangeloos einde.

Organisatie: Live Nation

The Low Lows

Spannend,dreigend, bondig setje van The Low Lows

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap The Low Lows onder de weirdo zanger/gitarist Noon Parker lichtte in een bondige, snedige set een tipje van de sluier van hun pas nieuw verschenen cd ‘Shining violence’. Hun dromerige lofi americana kent een sfeervolle en opbouwende, spannende dreiging, bevat een vleugje psychedelica en kan doordrenkt zijn van feedback. Het kwartet leunt aan 16 Horsepower, My Morning Jacket en graaft zelfs dieper naar de indie van Galaxie 500 (begin jaren ’90) en ‘60’s V.U.

De groep speelde feller en strakker dan twee jaar terug op het Brugse Music In Mind festival. Toen na twee songs op het bedreven “Five ways I didn’t die” een snaar brak, speelde Parker doodleuk de rest van de set verder op vijf snaren. Op “Sparrows” en “It may be low” klonken de ‘70’s psychedelicatoetsen door. En tenslotte op “Dear flies, lone spider” trok Parker en de zijnen nog eens alle registers open, een schitterende finale van een afwisselend gevarieerd setje van dit onderschat Amerikaans kwartet. Onmiddellijk daarop sprong Parker van het podium en deelde mee dat er geen ander songmateriaal meer ter beschikking was, doch bedankte het publiek vriendelijk voor het warme onthaal.

Ook waren we onder de indruk van de support, Simple Brain, het kwartet onder de spil De Meyer – Verstraeten. Ze laveerden ergens tussen de melancholie van Sophia, de dromerige pop van Absynthe Minded en de freefolk van Banhart-Cocorosie. De zang en de gitaar kwamen op het voorplan. Een gedicht leidde zelfs twee songs in. Hun afwisselende zang (gelouterd – helder)/ samenzang was charmant binnen hun emotievolle, subtiele dramatiek! Beloftevol bandje uit St-Niklaas!

Organisatie: Cactus Club Brugge

Belgisch poparchief op Rock Waregem 2008

Geschreven door

Rock Waregem lichtte voor z’n programmering de sluier op van enkele gerenommeerde bands in het Belgisch poplandschap, nl. Belgian Asociality, binnen de prettig gestoorde rammelende pretpunk, Red Zebra binnen de ‘80’s waverock en De Kreuners van de ‘80’s Belgenpop, die na dertig jaar nog even fris gezwind overeind staan. En als internationaal artiest kwam John Watts, frontman van het vroegere Fischer Z, die 25 jaar terug verfrissende rock speelde met een politiek geladen boodschap. Kortom, voer voor ‘nostalg-neuten’ en een spannende kennismakingsronde voor het jonge publiek, om te achterhalen waar  huidige bandjes de mosterd vandaan halen!
 
Belgian Asociality, de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige pop, onder spil Marc Vosté, speelden een klein uur met korte, krachtige en opzwepende songs, bol van humoristische en cynische no-nonsense teksten. Een hoog, strak tempo van leuke songs en entertainment! Het publiek was ’s namiddags meteen wakker! Twee nieuwe songs hoorden we, maar de langverwachte opvolger van ‘Wakker Worde’ is nog steeds niet klaar …
Red Zebra was  een voorname exponent va de ‘80’s wave rock, en met de heropleving van deze sound komt deze West Vlaamse band opnieuw in de spotlights. Ze wisselden oud met nieuw werk af, waarbij de oude songs gebeiteld staan in ons geheugen: “Ultimate stranger”, “Art of conversation” en “I can’t live in a living room”. Ere wie ere toekomt, want ook Joy Divsion en The Sound kregen een krans om het hoofd met overtuigende versies van “Transmission” en “Winning”. De nieuwe songs waren directer met “Too far west”, “Don’t put your head on a bucket” en “John Wayne …”.
John Watts Fischer Z was één van de spraakmakers van de arty rock begin jaren ’80. Wie dacht werk te horen van de drie memorabele platen ‘Word salad’, ‘Going deaf for a living’ en ‘Red skies over paradise’ was eraan voor de moeite.
John Watts kan grillig zijn en bood saai vakmanschap uit z’n soloplaten. Enkel op het eind werd met “Marliese” even teruggrepen naar de sprankelende ’80’s gitaarpop!
De Kreuners: Walter Grootaers en de zijnen bestaan dertig jaar en in de aanloop naar hun feest in oktober te A’pen, gaven ze het startschot te Waregem; een avant-première van hun showcase. Grootaerts is een entertainer, een publiekslieveling en kan als geen ander z’n fans betrekken bij de rocksongs.
Een rijkelijk gevuld repertoire, een hecht spelende band (Van Eycken, Pelemans en Crabbé) en een afwisseling tussen opwindende en sfeervolle songs: “Nee oh nee”, “Het regent meer dan vroeger”, “Layla” en recenter “Meisje, meisje” en “Pinguïns in Texas” gingen moeiteloos in elkaar over en werden sterk onthaald. De rock’n’roll spirit bleef behouden. Een préhistorie hoorden we nog met o.a. de meezingers “Ik dans wel met mezelf”, “Verliefd op Chris Lomme”, “Ik wil je”,  “Zij heeft stijl” en “Nu of nooit”. De aanzet naar de Vlaamse concertpodia is gezet …

Organisatie: Rock Waregem

Shameboy

Een danspubliek te vinden voor de nieuwe cd ‘Heartcore’ van Shameboy

Geschreven door

Shameboy heeft met ‘Heartcore’ de opvolger klaar op hun al indrukwekkend debuut ‘Hi, Lo and in between’, van de twee dancefloorkillers “Strobot” en “Rechoque”.
‘Heartcore’ dweept met strakke, opzwepende, pulserende beats, neurotisch vervormde sounds, electro, trance, techno, house en breakbeats. Het duo Luk Cox en DJ Bobby Ewing tonen aan dat ze met de ‘rave’plaat ‘Heartcore’ in de juiste wagon zitten van de huidige trends van Justice, Blackstrobe, Simian Mobile Disco, Digitalism, Dada Life en ons eigen The Subs. Trouwens Tiga en Erol Alkan remixten al de titelsong! Een bewijs dat het duo een belangrijke plaats aan het innemen is in de clubs.
Een uitverkochte Petrolclub onderging de aanstekelijke, beukende clubdance van het duo, en ging totaal uit zijn dak. De songs vloeiden in elkaar over, van “Stumble”, “Sunday punk”, “Slaxx”, “Monofour” tot “Timeskipper” en de eerste single van de plaat “Heartcore”, klonken overtuigend, waarin hun oude krakers pasten.

De nacht was nog jong voor het uitgelaten, jonge publiek, die na de set van de cd voorstelling van Shameboy meteen te vinden was voor de mix van elektrogrooves en beats van Mr  ‘Green Man’ Dr Lektroluv.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Zoot Woman

Zoot Woman: bedenkelijk!

Geschreven door

Haast waren we door een stilte van vijf jaar de synthipop van het Britse Zoot Woman vergeten. “Grey day”, “It’s automatic” en “Living in a magazine”, waren toffe hitjes. Binnenkort verschijnt de nieuwe cd ‘Things are what they used to be’, wat de groep op tournee brengt.

Het nieuw geformeerde trio rondom Stuart Price (= ‘80’s freak Jacques Lu Cont/ Les Rhythmes Digitales) klonk meer freakend en minder cool (ook hun maatpakken waren verdwenen!).
Het trio moest het vooral hebben van de songs van de eerste twee platen die de ‘80’s wavetronica van The Human League combineert met poprock, disco, funk en trancegerichte beats. “Lonely by your side” klonk groovy en aanstekelijk, “Woman wonder” en “Hope in the mirror” tuimelden naar de koele elektronica, “Grey day” en “Living in a magazine” waren de goed in het gehoor liggende popelektronica met een pompend beatje, en tenslotte integreerden “Taken it all” en “Information first” de discokitsch van Pet Shop Boys. De sfeervolle “It’s automatic” en “Snow white” overtuigden door een funky ritme.
Het nieuwe materiaal klonk stuurloos en miste diepgang om te kunnen beklijven en in te werken op de dansspieren, wat de aandacht deed verslappen. “Witness”, “Live in my head”, “Memory” en “Lust forever” – lieten, buiten de single “We won’t break”, een povere indruk na, een domper op de nochtans goed uitgekiende setlist! En op de koop toe waren Price’s vocals soms onvast; de vrouwelijke backing vocals van de bassiste tilden het niveau omhoog.

Ietwat bezorgd verlieten we de Bota; de nieuwe plaat zal soelaas moeten geven omtrent de toekomst van Price en de zijnen. We zijn benieuwd …

Support act was het uit Namen afkomstige Bambi Kramer die een maand terug zich onderscheidde op Boutik Rock in de Bota. Het duo Loïc b.o. en Marie V. van Flexa Lyndo speelden melancholische electrotrippop, refererend aan Portishead, Notwist en Ladytron. De samenzang en de traag, meeslepende ritmes van gitaargetokkel, elektronicadwarrels en beats, naast de donkere projecties, bepaalden hun treurwilgensound.

Organisatie; Botanique, Brussel

John Scofield

John Scofield, een gitarist met zeer veel goesting

Geschreven door

Matt  Penman en Bill Stewart, een fabelachtige ritmesectie. Phil Grenadier, Tom Olen en  Frank Vacin, een blazerssectie om u tegen te zeggen. En last but not least, dirigent en grootmeester John Scofield; een band met virtuositeit in al zijn gelederen.
Het was van Blue Note geleden dat ik Scofield zag, toen nog met Medeski, Martin and Woods. En ik die toen dacht dat dit hét concert van de eeuw was. We zijn nauwelijks een half jaar verder of Scofield staat weer op de planken in Gent. Eerst Brussel innemen, nu de Handelsbeurs. En op welke wijze…

Met zijn trouwe Ibanezgitaar in aanslag en een typisch VOX-geluid, op de flank van het podium in een uitverkochte handelsbeurs, met zittend publiek. Het was alsof je ieder ogenblik op het podium kon terechtkomen. Schitterende zaal; maar dit zal ongetwijfeld ook met de kwaliteit van het concert te maken hebben gehad.
Scofield opende zoals hij het ook eerder deed in de AB, met een bewerking van “The House of The rising Sun”. Herkenbaar, uitgekleed en nieuwe kleren aangemeten. Daaropvolgend enkele nummers uit zijn recente ‘This meets that’ van 2007: “Memorette” en “Heck of a job”, en om een eerste setje af te ronden een door Tom Olen geschreven “Fried husband”.
Scofield onderbrak af en toe het concert om het enthousiaste publiek toe te spreken en een woordje uitleg te geven over de songs. Hij doet ook dit zoals hij gitaar speelt, en zijn band naar ongekende hoogten leidt:  met zeer veel goesting, creativiteit en zin voor perfectie. Wat hij uit zijn gitaar haalt, zijn geen toevalstreffers, maar oorstrelende composities, met op de juiste plaats de juiste noot, en zijn alomgekende eigen gitaarsound, laidback, aanslag en dosering. Nooit kwam de virtuoos in de verleiding om zichzelf te vaak op de voorgrond te plaatsen. Ieder groepslid kreeg ruim de tijd om zich te tonen. Vooral de ritmesectie, met drummer Bill Stewart op kop, haalde een zeer hoog niveau.
Het door Charlie Rich geschreven “Behind close doors” werd op subtiele manier gebracht, met een Scofield die, bijna solo, iedere noot die hij voortbracht, als het ware uit zijn ziel perste. Zijn gelaatsexpressie op die ogenblikken spraken boekdelen.
Naadloos gaat de band over op “I can’t get no satisfaction’ van The Stones, en een uitstapje naar ‘Polo Towers’ van zijn CD ‘Uber jam (2002)’. Scofield tovert nu werkelijk fantastische klanken uit zijn gitaar annex rijkelijk gevuld pedal board. Zijn sampler machine beheerst Scofield in die mate, dat naar het einde van het concert zélfs zijn band erbij zat en genietend toekeek.

Scofield kreeg wat hij verdiende. Een lang applaus en staande ovatie; goed voor een bis met een bluesy song, waarvan de naam mij nu even niet te binnen schiet. Een onbelangrijk detail na anderhalf uur likkebaarden. Scofield kwam, zag en overwon. In stilte, eenvoud, in virtuositeit. Een concert om nooit te vergeten.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Krackerjack

Rock On!

Geschreven door

Helemaal onverwacht ontstaan soms de mooiste dingen. Zo is: 'Rock On' van het Deense Krackerjack nu al een van de ontdekkingen van het jaar. Toen ik de cd thuis kreeg toegestuurd had ik aanvankelijk toch enkele bedenkingen bij de wat vreemde groepsnaam en de wat oubollige albumcover.
Doch een eerste 'Rock On' luisterbeurt wist mij bijzonder aangenaam te verrassen. Ook nu ik na vele luisterbeurten de schijf volledig heb grijsgedraaid blijft dit één van de leukste Melodic Rock releases van dit jaar. Officieel werd het album al in december 2007 uitgebracht maar 2008 moet de doorbraak voor Krackerjack betekenen.
Deze Deense band bestaat reeds sinds 1997. Gitarist René Mikkelsen is het enige originele lid. De vaste line-up bestaat sinds 2006 verder uit Allan G.Petersen (lead vocals), Rasmus Bruun (Bass), Claus Greve (Organ & Vocals) en Jeppe Christensen (drums). 'Rock On' is reeds de derde plaat van deze band en de opvolger van 'Call Of The Wild' (met opnames uit de opstartperiode van Krackerjack) en het debuut 'Good Thing Goin'' uit 2005. De debuutplaat werd echter enkel in Denemarken uitgebracht.
Met deze 'Rock On' wil men internationaal doorbreken. 'Rock On' bevat slechts 10 melodieuze rocksongs. Meer moet dit echter niet zijn want het album kent dan ook geen enkel opvullertje en loopt als een trein. De band liet zich duidelijk inspireren door de sound van Classic Rockbands zoals Deep Purple & Whitesnake. Maar zelf hoor ik soms toch ook de commerciëlere kant van het Britse Thunder voorbijkomen. Het wat nasale stemgeluid van zanger Allan G. Pedersen zorgt echter voor een unieke toets zodanig dat de band best wel een eigen sound neerzet. Met Pedersen heeft Krackerjack trouwens een klasbak in huis die klinkt als een kruising tussen Whitesnake's David Coverdale en Ian Gillan. Opvallend is dat het stemgeluid erg nadrukkelijk in de eindmix op de voorgrond werd gezet! Alle 10 songs ('Less is More!') zijn erg sterke, zeer melodieuze composities. 'Classic Rock as it shoud be!!' Catchy tunes, leuke gitaarriffs en solo's, sterke melodielijnen, leuke meezingrefereinen….kortom klasse.
Het is moeilijk om enkele hoogtepunten aan te duiden. Misschien dat "Lullaby", als voorlaatste track (en singlekandidaat!) op mij de meeste indruk naliet. Een wervelende song die allesbehalve mijn dochtertje in slaap wiegt. Nog zo'n dynamische rocksong is "Back Together", met alweer een zeer aanstekelijk refrein. Ook "Hungry Boy", met zijn bijzonder sterk Hammond intermezzo en meeslepend gitaarwerk, kan zich met het beste materiaal van Thunder meten. Verder is ook "Too Late" een Classicrock ballade om in te kaderen. Zo zie je maar dat kwaliteit niet altijd hoeft te komen van de grote namen. Krackerjack's Rock On is verplichte kost voor elke melodieuze rockfreak. Geloof me, U zal aardig verrast zijn! 'Rock On'! guys,….see you in Belgium!!!

The Raconteurs

Consolers of the lonely

Geschreven door

De hoes verraadt het al, net als bij The White Stripes gaat Jack White het terug in het verleden zoeken. Niet alleen bij de blues, maar ook heel uitdrukkelijk in de seventies met een portie stevige retro rock.  In tegenstelling tot de minimale bezetting van The White Stripes is er hier wel een uitgebreid instrumentarium. Er zijn blazers, violen, piano, orgel, banjo  en natuurlijk ook een basgitaar. De verscheidenheid illustreert zich niet alleen in de instrumenten, ook de songs zijn nogal uiteenlopend. Er is de rechttoe rechtaan riff-rock, zeg maar The White Stripes met bas, in “Salute your solution”, er is folk-rock in  “Old enough”, retro piano-rock in “You don’t understand me”, seventies hard rock in “Hold up” of de blues in “Pull this blanket off”. Een song als “Rich kid blues” neigt zelfs naar prog-rock, maar klinkt geenszins belegen. De stamper “Five on the five” is één van onze favorieten, Pixies meet The White Stripes is zowat het eerste wat ons hier te binnenschiet en dat is wel een heel aangename gedachte.
Dit is natuurlijk niet alleen het werk van Jack White. Brendan Benson heeft hier evenveel in de pap te brokken, en net dat verklaart de variatie in deze plaat. ‘Consolers of the lonely’ is nog een stuk hechter en sterker dan zijn voorganger ‘Broken boy soldiers’ die het vooral moest hebben van een paar uitschieters. Deze keer is het album over gans de lijn krachtig, Jack White heeft een stel hete riffs uit zijn gitaar gepuurd en Benson heeft er een aardig kleurenpalet van stijlen aan toegevoegd. Maar vooral de songs zijn er recht op. Opvullertjes zijn er niet te vinden op ‘Consolers of the lonely’ die hiermee meteen een ernstige kandidaat voor de eindejaarslijstjes wordt. En dat durven we nu al zeggen.

Tim Vanhamel

Welcome to the blue house

Geschreven door

Tim Vanhamel, frontman van Millionaire, stuurt iets fully completely diffrent op op ons af. In afwachting van nieuw werk van z’n eigen band, bracht hij een eerste soloplaat uit.
Hij profileert zich als een jonge V.U.-der met sfeervol, dromerig materiaal; z’n schreeuwzang maakte zelfs plaats voor ‘real singing’. Luister maar naar “Living the way you should”, “Bed river” en “Sometimes I wanna run”. “Until I found you” en “It’s not the drug” zijn de popsongs op de plaat.
Vanhamel schuwt enig bombast niet door strijkers toe te voegen (“Like a fire” en “Garden of weeds”). Pure melancholie horen we op “Saviour” en “A return to love”, verhalen over z’n verloren liefde …Enkel “Tell me” en “Which of us” zijn de felle, avontuurlijk rocksongs, die een vleugje noise en experiment bevatten, wat neigt aan Vanhamel’s oorspronkelijke werk.
’Welcome to the blue house’ is een toegankelijke, gevarieerde popplaat geworden, waarbij we een andere, oprechte kant horen van Tim Vanhamel. Wat trouwens z’n singer/songschrijverschap onderstreept.

Pagina 923 van 965