logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_12
Hooverphonic

Zita Swoon

Zita Swoon: sfeerscheppingen in ‘ABandInABox’

Geschreven door

Zita Swoon gaf twee jaar terug de aanzet van een reeks ‘BandInABox’ concerten, die een waar succesverhaal werden. De ‘BandInABox’ optredens hebben de volgende formule: geen podium, optredens in het midden van de zaal, bandleden en instrumenten opeengepakt, een minimale versterking en een nauw contact met het publiek. Het gevolg is genieten van de broeierige, dansbare sound van Zita Swoon, die pop, soul, funk, jazz, latingroove, balkan en cabaret samenbrengt, in een sober gehouden lichtdecor van een warme gloed van witrode spots. Het initiatief is gegroeid uit hun muzikale ervaringen, de talrijke optredens en de vroegere theatertournees. Een bevestiging van Zita Swoon’s creativiteit!

In het kader van ‘Big city’, hun plaat van 2007, startte de tweede reeks ‘BandInABox’. De première was in het Koninklijk Circus. Met z’n acht pakten ze de songs avontuurlijk en elegant aan. Oor en oogstrelend!, waarbij het KC werd omgedoopt tot een knusse, gezellige woonkamer.
Ze speelden een uiterst gevarieerde set : ingetogen, gevoelig, partyswing, alle duivels ontbinden en entertainment.
Een prestatie die enkel en alleen kon geleverd worden door een goed op elkaar ingespeelde band; elk instrument kreeg voldoende ruimte: de dubbele percussie, bas, gitaar, toetsen en elektronica, gedragen door de hese vocals van Stef Camil en de soulfulle zang van de twee bevallige zusjes/backingvocalisten.
De tandem Stef Camil – Tom Pintens stond recht tegenover elkaar. Deze positie raakte ons, want na deze intieme clubtournee, zal Tom na ruim 15 jaar Zita Swoon verlaten en nieuwe paden bewandelen.
Net als bij de clubtournee van ‘Big city’ vorig jaar, kregen we een paar songs voorgeschoteld van Moondog Jr.’s ‘Sunrise’ (die elementen verhaalde van het leven in een grootstad!), gelinkt aan nummers van hun huidige cd. De donker dreigende instrumental “A song of 2 humans” opende. Een sfeervolle aanpak volgde met “Jo’s Wine Song”, “People are like swamming doors” en “She= like meeting Jesus”. De dubbele percussie, de toetsen en de backing vocals namen een voorname plaats in hun huiskamermuziek.
De dames waagden zich aan een eerste danspas op “Thinking about you all of the time”en “I feel alive in the city”. Stef Camil richtte zich meer tot z’n publiek, wat de band ‘closer’ maakte. De opzwepende, groovy sound prikkelde en werkte aanstekelijk.
Moeiteloos stapten ze over naar de  intieme “A song for a death singer” en “Intrigue”. “l’Opaque paradis”, op piano jazzy ingeleid, kreeg een ommezwaai naar Arno’s “Filles du bord de la mer”. On stage werd stevig gedanst!
Tijd voor een drieluik: “People can’t stand the truth”, Jamaïca’s “Walk & don’t look back” van Peter Tosh en “Hot hotter hottest”. Origineel, kleurrijk, broeierig en opwindend! En opnieuw wisselden ze perfect af naar het filmische ‘Sunrise’ met “Could’t she get drowned” en een pittig bedreven “Everything is not the same”. “Pretty girl” en de titelsong “Big city” riepen letterlijk het beeld op van een druilerige dag in de grootstad. Brrr…
Het ritme en het tempo werd forser en krachtiger. De kaart van een partysfeer werd getrokken en zette iedereen aan tot dansen: “Big black TV cat”, “Jintro & the great luna” en “Maria. Rustpunt was “Dare to love”, die door de vingerknips de intimiteit onderstreepte .
“Stamina” lijkt wel de traditionele afsluiter in hun sets: een puike opbouw, mooi uitgesponnen, alle muzikale stijlen van funk, pop, soul en gospel bijeen, en eindigend met feedbackgeraas.

Zita Swoon speelde een origineel, afwisselend, kwalitatief overtuigend concert. In de ‘BandInABox’ speelden ze met muziekstijlen, sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen, wat terecht sterk werd geapprecieerd!

Organisatie; Botanique, Brussel

Arid

All things come in waves

Geschreven door

Het Gentse Arid heeft zes jaar op zich laten wachten voor nieuw werk. Redenen zijn te zoeken in de solo uitstap van de zanger Jasper Steverlinck, maar ook diens langdurig herstel van toxoplasmose.
‘All things come in waves’ is de opvolger van ‘Little things of Venom’(’99) en van ‘All is quiet now’(02).
Muzikaal zijn er geen verrassingen. Het is een goede cd van melodieus emotievolle pop en weemoedige ballads, bepaald door die hoge; soms vrouwelijk aandoende, vocals van Jasper. Het is een evenwichtige, gevarieerde plaat: soms klinkt de band directer als op “I hear voices” en “In praise of”; of is de factor sfeervolle pop hoog (zoals op “Words” en “Why do you run”). “I don’t know where I’m going”, een intieme pianoballad, is het meest breekbare nummer van de plaat. De overige songs zijn rijkelijk gearrangeerd door toetsen, strijkers en piano.
’ All things come in waves’ is een happy terugkeer van Jasper en David en zet de muzikale leest van romantische zieltjespop rustig verder.

The Chemical Brothers

We are the night

Geschreven door

Ed Simons en Tom Rowlands vonden met ‘Push the button’ terug aansluiting met de huidige ontwikkelingen in de dance. Hun chemical (break)beats klinken misschien minder vettig en bonkend, toch onderscheidt het duo zich als geluidstovenaars om pop te mengen met elektro, disco, hiphop, psychedelica en dance. Met als gevolg een bezwerende, groovy dansbare sound met enkele trance/chillout rustpunten; een sound die zich meester maakt van je dansspieren en van je brein.
”Do it again”, “Das spiegel”, “The salmon dance (met Fatlib) en “Burst generator” zijn de sterkste danssongs; de trancegerichte soundscapes en psychedelica als op “Saturate”, “The pills won’t help you now” en de titelsong verbazen. “Battle scars” (met Willy Mason en wat een puike xylo!partij) graaft diep in het roemrijke dansverleden. En beide heren hebben zo hun gedacht omtrent een rustig avondje, luister maar eens “A modern midnight conversation”: een hemels sfeervol nachtnummer met een vleugje disco.
Op ’We are the night’ is de chemische formule van de twee heren nog steeds niet uitgewerkt; integendeel hun positie blijft meer dan behouden binnen de huidige moderne dance/elektronica.

Willy DeVille

Pistola

Geschreven door

‘Pistola’ is een typische Willy Deville plaat geworden. Wat betekent een mengeling van blues, roots, tex-mex, mardi grass en ingehouden maar oprechte rock. Deville is oud genoeg om het allemaal onder de knie te hebben en er een onderhoudende plaat mee te brouwen. Nieuwe fans zal hij er niet  bij krijgen, de bestaande  zullen hiermee evenwel niet ontgoocheld zijn.
Wily Deville is nog steeds een boeiend  verteller en intrigerend zanger. Zijn songs zijn met gevoel op de wereld gebracht, ze zijn simpel en efficiënt. Deville heeft op ‘Pistola’ gewoon gedaan waar hij goed in is, en dat is zijn eigen muziek maken zonder zich iets van de huidige trends aan te trekken. Het zal hem geen moer uitmaken hoeveel mensen daadwerkelijk zijn nieuwe plaat kopen, als hij er maar plezier aan beleeft en zichzelf niet verloochent. En dat is ook zo, Pistola is niet wereldschokkend maar is gewoon een oerdegelijke Willy Deville plaat met de typische ingrediënten. Niet meer, maar ook niet minder.

Los Campesinos!

Hold on now, Youngster

Geschreven door

Het jeugdig collectief uit Wales, Los Campesinos, werd met de EP ‘Sticking fingers into Sockets’ al gerekend als één van de beloftes van 2008. Hun bruisende cocktail van gitaarpop en folk is fris, sprankelend, energiek en zwierig, werkt aanstekelijk en is soms meezingbaar door de uptempo melodie. Hun muzikale onbezonnenheid, speelsheid en enthousiasme zorgt voor een overtuigend debuut; ze halen elementen aan van Pavement en zijn een handig alternatief op Polyphonic Spree, Architecture In Helsinki en Broken Social Scene.
Op hun full cd geeft de vier man – drie vrouw band goed gas, maar doseren ze ook, waardoor het geheel dynamisch (“Death to …” en “Drop it doe eyes”) en broeierig (“Broken heartbearts …”, “This is how you spell, …” , “Sweet dreams, sweet chicks”) klinkt. Hun charmante songtitels zijn soms een zin lang.
Ze brengen voldoende variatie aan in hun oorstrelende en feeling good music.

Stuck Mojo

Southern Born Killers

Geschreven door

Crossover metal staat er vermeld op het hoesje van de promo-cd, die eventjes geleden in mijn bus belandde. Meestal heb ik geen problemen met wat invloeden uit andere genres, maar om mij met metal doorspekt met rap te kunnen overtuigen, moet er al heel wat kwaliteit in een band aanwezig zijn.
De snedige agressieve sound van Body Count bijvoorbeeld kan mij perfect blijven boeien. Stuck Mojo daarentegen brengt een mengsel van bij momenten stevige en zwaar klinkende riffs met vaak erg slappen naar de r&b neigende invloeden. Het album opende nochtans sterk met een knallende riff om het album te openen. Helaas brengt de klagerige rap van Lord Nelson hier al snel verandering in. Muzikaal behoort dit nummer tot één van de betere van het album, maar het geheel kan mij absoluut niet bekoren.
”Southern Born Killer” kan er vanwege het enthousiasme nog net mee door, maar wanneer het album zich verder zet met het nummer “The Sky is Falling”, kreeg ik al snel de neiging om het boeltje zo vlug mogelijk uit mijn CD-lader te kegelen. Om het nummer en de rest van het album toch een kans te geven, probeerde ik de verleiding te weerstaan. “The Sky is Falling”, is naar mijn mening, nauwelijks de naam ‘Metal’ waardig. Het refrein zou zo uit één of ander slap pop-nummer kunnen komen.
Vervolgens een nummer als “Metal is Dead” voorgeschoteld krijgen, doet mij al snel vrezen dat ze mij na dit album met gemak zouden kunnen overtuigen dat het inderdaad ook zo is. Toch blijkt het nummer onverwacht nog een meevaller te zijn en zowaar zelfs één van de beter van het album. Hoe de band het in zijn hoofd haalde om na dit nummer het album volledig onderuit te kegelen door een ruim vier minuten durend klacht, waarop niemand zit te wachten, in te lassen, blijft voor mij onbegrijpelijk.
Gelukkig wordt mijn geduld beloond bij het horen van “Open Season”. Het nummer is met Oosterse elementen doorspekt en roept een aparte sfeer bij mij op en doet mij opnieuw hopen op een sterk einde. Tot het nummer voorbij is en “Prelude to Anger” opnieuw een vreselijk irritant gewauwel blijkt te zijn. Gelukkig blijft het deze keer beperkt en wordt al snel “That’s When I Burn” ingezet. Ook bij dit nummer blijft het voor mij allemaal nog iets te braafjes.
“Yoko” en “Home” zijn de afsluiters van het album. Mijn hoop om nog iets te horen waarvan ik onder de indruk zou kunnen raken had ik al lang opgeborgen. “Yoko” bleek dan ook een nummer te zijn waar ik, en wellicht betrekkelijk weinig metalfans, bijlange geen behoefte aan hebben. “Home” blijkt nog net wat positieve elementen toe te voegen aan het album en is ondanks het pop-achtige refrein toch nog de moeite waard om gehoord te hebben en zou het wellicht nog niet slecht doen in een aantal hitlijsten.
Verscheidene luisterbeurten later, is mijn mening nog steeds niet veranderd. Slechts 2 nummers zijn de term ‘Metal’ waardig en nog 2 andere lijken binnen hun genre kwalitatief goede nummers te zijn. De zes over(bod)ige tracks zorgen er enkel voor dat de aandacht van deze vier wordt afgeleid. Helaas niet in de positieve zin. Je moet naar mijn mening toch al heel ruimdenkend zijn om aan dit album een boodschap te hebben.

Roland Van Campenhout

Never Enough

Geschreven door

Niemand en tegelijk iedereen kent deze waarschijnlijk meest onderschatte en meest invloedrijke Belgische artiest. Hij speelde als Roland, Roland Van Campenhout, Roland Campenhout, Roland and his bluesworkshop, met Arno als Charles et les Lulus, met Paul Michielsens, met Raymond, met Jean Blaute, met Rory Gallagher (!) en ik vergeet er zeker nog een tweehonderdtal.
Onder het toeziend oog van Tom Vanlaere van Admiral presenteert Onze Vlaamse Tom Waits met zijn achttiende solo ‘Never Enough’ een exuberant staaltje van pure klasse-blues.
Roland is vooral een live-artiest – denk aan een van zijn legendarische optredens op de Gentse feesten, waar hij doodgemoedereerd het podium afstapte en de flikken belde om na zoveel uur zijn eigen band stil te leggen zodat hij eindelijk kon pitten -  maar op zijn platen weet hij toch altijd mee te evolueren met de geest van de tijd. De stijlen die hij hierbij aanraakt gaan van folk & blues over country, rock'n roll, rhythm & blues tot wereldmuziek.
En het buikgevoel en livegevoel weet Ons Wandelend Wijnvat perfect op zijn cd weer te geven, en weet elk stil of luid moment wel te vullen met de nodige dosis humor.
Zijne Gegroefdheid beheerst ook hier de principes van ‘less is more’ en ‘music is the space between the notes’
Opener “Hissing o' the heath'” is alvast een voltreffer. Het nummer mondt uit in een bezwerend refrein waar menig muzikanten een arm voor veil zouden hebben.  Moddervette riffs ( It all has to do with it) worden met verbazend gemak afgewisseld met de meest ontroerende folkjes, banjo’s, jazzy toontjes etc.
Maar vooral hier bevestigt Onze Nicotinefabriek dat hij behalve podiumbeest en muzikale kameleon vooral een begenadigd songsmid is.
We zitten hier godverdomme in ons apenlandje met een van de grootste talenten op deze aardkloot en we beseffen het niet eens.

Track list
Hissing o' the heath / Midnight star / Never enough / Male prostitute / In my time / Officer, kiss me please / It all has to do with it / Fire in the morning / Never too soon / Almost home



José Gonzales

José Gonzalez en Vic Chesnutt blijven niet hangen

Geschreven door

Le Grand Mix heeft iets met slechte voorprogramma’s. Vaak hoorden we – zoals vorige week nog – rauwe tot flauwe voorprogramma’s vanuit hun thuisfront. Ok, het siert hen om de lokale bands een forum te geven, maar het moet toch ergens op trekken.

Groot was onze opluchting toen we wisten dat het een buitenlandse band was, namelijk Vic Chesnutt en co, die het genie Gonzalez kwam ondersteunen. Helaas maakte die opluchting snel plaats voor ontgoocheling. Ondanks de fysieke beperktheid heeft Chesnutt voldoende muzikale kwaliteit en heeft hij zeker al kaas gegeten van songwriterschap, maar ik krijg hét van dat arty-farty gedoe en het opzettelijk etaleren van een zogenaamd buikgevoel. Zijn begeleidingsband creëerde op het eerste zicht een lekkere bombastische soundscape, met viooltjes, fuzz en andere nodige geluidjes, maar begon al snel te vervelen door dat in iedere song te herhalen zonder enige zin voor variatie hierop. Bovendien bestonden ze erin om na ruim een uur als afsluiter héél vakkundig “Ruby Tuesday” te verkrachten. Een optreden om snel te vergeten dus.

Gelukkig was er nog onze Gonzalez. Die kerel heeft het gewoon: Alleen met zijn gitaar op het podium. Hij is ten eerste een schitterende singer-songwriter die heel wat pareltjes in petto heeft, ten tweede is hij een begenadigd gitarist: geen vervorming, iedere song een andere tuning en bovendien héél professioneel, beklijvend én warm kunnen spelen: Hij hééft buikgevoel, hij moet het niet creëren of forceren. Ten derde heeft hij een zachte intimistische stem die toch ferm draagt. Tenslotte heeft die mens ook nog eens een van de meest sexiest aura’s op deze planeet (sorry, Lenny).
Het was leuk om nog eens zoveel geile vrouwelijke dertigers vòòr het podium te zien.
En toch, het zal niet blijven hangen…

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Nada Surf

Nada Surf: speels, ontspannend, radiovriendelijk, ontroerend en rockend

Geschreven door

Het New Yorkse trio Nada Surf, onder zanger/componist en gitarist Matthew Caws, bracht onlangs hun vijfde cd uit ‘Lucky’. Het sympathieke, immer enthousiaste trio onderneemt momenteel een heuse clubtournee. Trouwens, ze hebben er een vierde man bij op toetsen, die zorgt voor een breder, sfeervol en warmer geluid op die ‘alternative emotional vier minuten collegerock’ van Nada Surf, die ergens laveert tussen Semisonic, Weezer, Fountains Of  Wayne en Death Cab For Cutie. Spijtig genoeg wordt Nada Surf nog te pas en te onpas gelinkt aan hun wereldhit “Popular” van het debuut ‘High/Low’ (’96).
Het kwartet mag een overwegend jong en (Franssprekend) publiek als fans rekenen, die uitbundig reageerden, en de refreintjes uit volle borst meezongen. Op één van de laatste songs, het stomende “Blankest year” huppelden zelfs een paar jongeren op het podium, wat deed denken aan een typisch Amerikaans schoolbal!

Nada Surf bood een evenwichtige, gevarieerde set van gitaarpop ‘met ballen’, droompop en liefdesliedjes. Caws toverde popsongs uit z’n hand alsof het niks was! Lievelingspaat ‘Let go’ uit 2002 kwam ruimschoots aan bod naast het recenter materiaal.
Een stevige “Hi Speed Soul” opende de bijna twee uur durende set: een melodieus opzwepende rocker, gedragen door de heldere vocals van Matthew . Een paar nieuwe songs volgden: “Authority” en “Weightless” benadrukten duidelijk de sfeervollere aanpak van de band!
De groep bood voldoende afwisseling; van een pittig bedreven “Happy kid” en een broeierige “Killian’s red” - die een sterke opbouw hadden -, ging het naar  enkele weemoedig en ingetogen songs als “Paper boats” en “80 windows”. Beklijvend en pakkend!
De groep ging naar een spannende finale met een swingend “Blizzard of 77” (prachtige gitaarsolo!), hun “Blonde on blonde” breiden ze aan Joy Division’s “Love will tear us apart” (met een typisch ‘80’s wave orgeltje!-) en afsluiter “Blankest year” klonk fris en stevig.
Niet alle (nieuwe) songs waren sterk; de ‘bubblegum’songs  “Ice on the wing”, “Beautiful beat” en “See these bones” werden net voldoende goed opgevangen door dynamische songs en de poppy singles “Like what you say”, “Inside of love”, “Do it again” en “Always love”. Caws zette het publiek aan tot golvende hoofdbewegingen. Leuk alvast.
De groep kon rekenen op een sterke respons. “Popular” mocht niet ontbreken. Het was het laatste nummer, en het viel sterk op dat door de rauwe klank en door Caws’ praatzang het nummer zich heeft afgescheurd van de doorsnee Nada Surf songs.
Speels, ontspannend, radiovriendelijk, ontroerend en stevig rockend zijn de juiste trefwoorden van het avondje Nada Surf, een groep met een eigen gezicht!

Het ander Amerikaans collectief rondom Zach Rogue, Rogue Wave, die nota bene al vijf jaar bezig is en drie cd’s telt (vorig jaar verscheen ‘Asleep at heaven’s gate’) speelde onvervalste dromerige, vaardige en sprankelende indiegitaarpop, bepaald door sfeervolle toetsen en beheerst door een melancholische zang.
Hoogtepunten waren “Like I needed”, “Chicago x 12”  (Matthew was backing vocalist!) en het oude “Keep the heart out”. Ze gooiden er nog een Neil Young song bovenop, uit de plaat ‘After the goldrush’. Besluit: Rogue Wave speelde veertig minuten aanstekelijke gitaarpop.

Organisatie: Botanique, Brussel

Simple Songs

Last Day On Earth EP

Geschreven door

Achter SimpleSongs schuilt multi/instrumentaliste en singer/songwriter Ken Veerman uit Antwerpen. Op z’n eentje brengt hij breekbaar, ingetogen ‘treurwilgen’ songmateriaal gevat door een lofi-aanpak van akoestische gitaar, piano, elektronica-apparatuur en voice-sampling. Het zijn dramatisch beklijvende, doordachte nummers; de titels liegen er niet om: “Last day on earth”, “Apologise” en “Breathe fire”. “We can’t stall for time (no more)” krijgt elan door beatboxing. De melodieus sterk opgebouwde songs moeten deze jonge gast de kans geven zich verder te ontplooien. Een EP die verdomd naar meer ruikt …

Info op www.simplesongs.be

Pagina 928 van 965