logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Epica - 18/01/2...

Ozark Henry

Ozark Henry: clubtournee als kerstgeleider

Geschreven door

Piet Goddaer is rusteloos. Z’n droom verwezenlijkte hij al door ‘The soft machine’ voor te stellen in Vorst Nationaal en op Pukkelpop. Een uitgebreide clubtournee breide hij in deze ‘donkere’ dagen, die telkens het ticket uitverkocht kreeg. En ons bezig bijtje heeft nav het overzichtsalbum ‘A Decade’ al optredens gepland in de Lotto Arena in april 2008.
Het was een uitgelezen kans met de kerst om de intieme set te beluisteren. Een klein anderhalf uur hoorden we Goddaer in een hoofdrol als zanger/componist, op toetsen en op bas. De klemtoon legde hij met z’n band (opnieuw) op de laatste twee cd’s, waarbij de kaart van een sfeervol, rustige aanpak werd getrokken. Een knus aangename verpozing. Een mooi decor van grote witte bollen en sterretjes zorgde voor de gezelligheid. Intimiteit troef dus, waarbij we enkel nog de openhaard op het podium misten.

Blootsvoets (om contact met de grond en z’n materiaal te hebben) en nederig (zijn we intussen al gewoon van hem) betrad hij het podium. Ozark Henry was een kwartet, waarbij de instrumentatie uiterst sober werd gehouden. Met z’n vaste toetsenist/pianist Didier Deruytter, opende Goddaer heel ingetogen “Sweet instigator”. In de volledige bezetting klonken “Splinter”, “Grace”, “Le temps qui reste” ingehouden. “Vespertine” was adembenemend, enkel bepaald door piano en stem. “To walk again” (soundtrack van de gelijknamige film over de triatleet Mark Herremans) en “Morpheus” speelden ze iets krachtiger. Het al tien jaar oude “Me & my sister” was ontdaan van z’n  trippopconcept en werd gedragen door een begeesterende pianopartij.
Tijd voor bekender werk: “Word up” (refrein werd zachtjes meegezongen!), “These days” en de huidige single “God speed”, werden gekenmerkt door een sterke opbouw, ingetogen, pittig, soms snedig en mooi uitgebalanceerd.
Goddaer en de zijnen speelden na een goed uur nog een drietal nummers in de bis, waaronder “At sea”, “Indian summer” en een uiterst gevoelig “Give yourself a chance with me”. Een vleugje pianovirtuositeit besloot definitief de avond. Intussentijd waren we al vertrouwd met z’n stokwoordje “Merci” tussen enkele nummers door en bij de voorstelling van de band.

Goddaer was de ideale kerstgeleider. Zijn muzikale kerstkalkoen heeft ons gesmaakt.

Organisatie: Vooruit, Gent

Alestorm

Captain Morgan’s Revenge

Geschreven door

Dat het promotieteam van Napalm Records goed mijn aandacht kan trekken ondervond ik bij het lezen van de term’Scottish Pirate Metal’ op de achterkant van de promo-CD van Alestorm’s laatste wapenfeit genaamd ‘Captain Morgan’s Revenge’. Ik was dan ook erg benieuwd naar wat we deze keer weer te horen zouden krijgen.

Met gemengde gevoelens knalde dit schijfje voor de eerste keer door mijn boxen. Langs de ene kant kon ik de instrumentale kant van het album wel appreciëren. De vocale prestaties van zanger Christopher Bowes, bezorgden mij tijdens de eerste luisterbeurt enkele bedenkingen. Bowes zingt namelijk allesbehalve zuiver. Na enkele luisterbeurten, slaagde ik erin om dit toch enigszins te relativeren. Zijn smerige, vuile stem, past eigenlijk wel bij het piratenthema. Zingen met een gepolijste stem over roven, prostituees, wilde feestjes en het zuipen van liters bier, zou nogal vreemd overkomen.
Vooral de sing-along songs, met een hoog Dropkick Murphys-gehalte, als “Nancy The Tavern Wench”, “Of Treasure”, “Wenches and Mead” en “Flower of Scotland” blijken zeer geschikt voor de stem van Bowes. Deze nummers zullen live dan ook gegarandeerd voor heel wat ambiance en lege vaten zorgen. De snellere nummers als “Over the Seas” en “Set Sail and Conquer” doen dan weer denken aan “Turisas”.
Aan de instrumentale kant van het album valt weinig aan te merken. De muziek ondersteunt de teksten en het thema bijzonder goed, maar de liefhebbers van technische hoogstandjes zullen hier echter niet aan hun trekken komen.
Deze technische hoogstandjes zijn volgens mij ook niet nodig om een onderhoudend album af te leveren. Het sterkste punt van Alestorm ligt hem namelijk eerder in het hoge feestgehalte. Beluister ‘Captain Morgan’s Revenge’ met een hoop maten in een rokerig hol waar liters bier en rum beschikbaar zijn en je zult de avond van je leven beleven. Maar om er thuis geboeid door te blijven, ontbreekt dit album nog een tikkeltje aantrekkingskracht.

Kamelot

Ghost Opera

Geschreven door

Het uit Florida afkomstige Kamelot is er ook deze keer in geslaagd om een hoogstaand kwaliteitsalbum af te leveren. Dit nieuwe album ‘Ghost Opera’ is voor de verandering eens geen conceptalbum maar de schijf bevat wel de pakkende bombastische power-progressieve metal die we van de band gewoon zijn. De opvolger voor ‘The Black Halo’ uit 2005 werd in Wolfsburg (Duitsland) ingeblikt en voor het eerst mag ook keyboardspeler Oliver Palotai (uit Duitsland afkomstig) zich volwaardig lid noemen van de band. Kamelot is dus nu een vijftal en voor deze nieuwe plaat keerde ook ‘Karma’ drummer Casey Grillo terug naar de Kamelot stal. ‘Ghost Opera’ staat vol bombastische, rijk georchestreerde metalsongs. Het feit dat een song zich kan ontpoppen van een simpele pianoballade tot een stevige metalsong zorgt bij mij nog steeds voor een ‘wauw’-gevoel.
Toch is deze ‘Ghost Opera’ minder verrassend dan vorige albums. Waar het juist aan ligt kan ik je niet vertellen maar misschien komt het omdat we het ondertussen zo gewoon zijn dat de band de ene sterke plaat na de andere uitbrengt. Het album mist een verrassingseffect maar heeft aan kwaliteit geen gebrek. De bombastische klassieke arrangementen, de complexe doch toegankelijke progressieve metalsongs, de superieure stem van Roy Kahn, en de stevige gitaarriffs van Thomas Youngblood zorgen ook nu voor een sterk samenhangend vooruitstrevend metalalbum.
‘Ghost Opera’ is een mooie toevoeging tot de band’s al bijzonder rijke palmares. Alleen jammer dat de band mij live nog geen enkele keer heeft weten te overtuigen van hun grote klasse. Kamelot is op zijn sterkst in de studio en daar is deze nieuwe schijf het mooiste bewijs van.
Op deze ‘limited edition’ die ik in handen kreeg staat één extra song en werd er ook een interessante bonus DVD toegevoegd met de videoclip en ‘the making of Ghost Opera’.

Los Campesinos!

Sticking Fingers into Sockets (EP)

Geschreven door

Los Campesinos is een uit Wales afkomstig zevental en is één van de beloftes van het afgelopen jaar met deze EP, die klinkt als een bruisende cocktail van gitaarpoprock en folk. Dynamische, opwindende, dansbare, aangename en ontspannende songs. Het speelplezier druipt er van af. Dit is ‘feeling good music’, waarbij de vijf songs (en één outtro) gekenmerkt zijn door snedige, soms rauwe gitaarakkoorden, zwierige vioolpartijen en kleurrijke toetsen. Ze ondergaan diverse tempowisselingen, waarbij de vrouwelijke en mannelijke zang op elkaar zijn ingespeeld.
‘Sticking Fingers into Sockets’ bevat charmant, speels songmateriaal. De band nestelt zich ergens tussen Polyphonic Spree, Broken Social Scene, Architecture In Helsinki en Pavement. Trouwens ze coverden op hun eigen manier  “Frontwards” van hen.
Een oorstrelende EP die doet hunkeren naar wat deze ‘vier man – drie vrouw’ band in 2008 in petto zal hebben.

The Pigeon Detectives

Wait for me

Geschreven door

The Pigeon Detectives zijn een jong Brits bandje uit Leeds. Ze spelen melodieus ongecompliceerde punkpop en rauwe rock’n’roll, onder zanger Matt Bowman (lijkt een jonge Roger Daltrey wel!) die z’n publiek duidelijk weet op te jutten. Rechtstreeks uit de stal van Kaiser Chiefs verweven ze de sound van Buzzcocks, Libertines, Hot Hot Heat en The Strokes. “I found out”, “Don’t know how to say goodbye” en “I’m not sorry” zijn uptempo klinkende rocksongs. “To know I love you” en de titelsong overtuigen door hun broeierige opbouw.
Kortom, ‘Wait for me’ bevat lekker, gestroomlijnde, springerige rock!

Radiohead

In Rainbows

Geschreven door

Niet iedereen is even opgetogen met de zet die Radiohead gedaan heeft met hun nieuwste werkje. Inderdaad, een groep als Radiohead kan het zich commercieel immers permitteren om hun nieuwste plaat bij wijze van stunt volledig legaal gratis door het grote publiek te laten downloaden. Ze zullen de mislopen inkomsten wel compenseren met peperdure toegangstickets voor hun shows en met de opbrengst van de onvermijdelijke deluxe-edition met extra songs die begin volgend jaar in de winkels zal liggen. Een gemene en echt wel pretentieuze zet, als je’t ons vraagt, en een kaakslag voor vele bands die met alle moeite van de wereld hun plaatjes verkocht krijgen. Maar goed, wie vandaag een beetje met een computer en met internet overweg kan , weet toch zomaar alles illegaal te downloaden, alleen bij Radiohead mag het ook officieel gratis. Dus we gaan verder niet mopperen en zullen het hier over de plaat zelf hebben.
‘In Rainbows’ is een eerder korte en overwegend rustige plaat geworden, met uitzondering van het grillige en fantastische “Bodysnatchers” die hard tegen alle muren bonkt. Het is een sfeervol album waarop Thom Yorke net niet te veel gaat zeuren en waarop Greenwood alweer allerhande sounds en effecten uit zijn gitaar haalt zonder in overdreven experimenteel gebral te vervallen. Een typische Radiohead plaat, iets minder experimenteel dan ‘Kid A’ en ‘Amnesiac’ en net niet van het niveau van de ongenaakbare topper ‘OK Computer’.
Geen verrassingen dus, wel een handvol prachtige songs die bij elke beluistering blijven groeien, songs met klasse, romantiek en elegantie doch gespaard van elke vorm van overdreven sentiment.  Een hoopje nieuwe klassiekers zijn geboren als “Weird fishes/Arpeggi”, “Bodysnatchers”, “Nude” en “House of cards”.
Radiohead kan voor de komende concerten met toevoeging van deze nieuwe pareltjes dus een pracht van een playlist gaan samenstellen om de fans helemaal te doen smelten. En smelten zullen ze !
Kortom, ‘In Rainbows’ is alweer van een bijna niet te evenaren schoonheid en laat de concurrentie mijlenver achter zich.

Reverend & The Makers

The State Of Things

Geschreven door

Beloftevol bandje uit Sheffield zette de Dance Hall op z’n kopte Hasselt-Kiewit tijdens het Pukkelpopfestival, nog vóór de cd verscheen. Inderdaad, het uit Arctic Monkeys stad  afkomstige gezelschap, onder Jon ‘The Reverend’ McClure, heeft een aanstekelijk debuut uit, dat bol staat van groovende danspop, ergens tussen de Britpop van Blur, Oasis en de psychedelica bleeps van Primal Scream.
”Heavyweight champion of the world”, “Open your window”, “He said he loved me” en de titelsong zijn opzwepende songs door de trancy beats. Af en toe wordt McClure’s zang ondersteund door backing vocaliste Laura Manuel.
Maar ook bij Reverend & The Makers slaan de sexuele fantasieën op hol: het voorspel wordt  ingeleid door het sfeervolle “Sex with the ex” en het is postcoïtaal genieten van het afsluitende “Armchair detective”.
’The State Of Things’ is een geslaagde, dansbare, fijne plaat geworden.

Riverside

Rapid Eye Movement

Geschreven door

Het nieuwe album van Riverside heet ‘Rapid Eye Movement’. Het is het derde en laatste deel van de trilogie die begon met het magistrale melodieuze Prog debuut ‘Out Of Myself’ uit 2003. In 2005 werd de plaat opgevolgd door het wat heavier ‘Second Life Sydrome’. Dit laatste album plaatste de Poolse band wereldwijd op de Prog-kaart en werd de band over de ganse lijn bejubeld als de nieuwe Prog sensatie.
Nu is er ‘R.E.M.’, een derde album voor Inside Out die het drieluik afsluit. Aanvankelijk was ik niet echt onder de indruk van het afgeleverde resultaat. Nu ik plaat vele maanden aan ellenlange luisterbeurten heb onderworpen durf ik te stellen dat dit de minst sterke plaat van Riverside is tot op heden. Waarschijnlijk was er tijdens het maken van dit laatste deel te weinig speelruimte om echt vernieuwend uit de hoek te komen.
Het album is opgedeeld in twee delen. ‘Part One: Fearless’ is het meest samenhangende deel. De single “02 Panic Room” is een erg leuke Prog song die gebaseerd is op een aanstekelijk repetitief gitaarthema. Ook leuk is het progressieve “Parasomnia”. “Rainbow Box” lijkt dan weer gestolen te zijn van Porcupine Tree. Verder is het genieten van de emotionele zang van Maurisz Duda, al moet ik wel eerlijk toegeven dat ik mij ook wel eens heb geërgerd aan de soms klagerige zanglijnen. In het tweede deel ‘Fearland’ bouwde men de songs verder uit op de stevige ritmesectie, de dromerige soundscapes en dito keyboardlaagjes en de sublieme gitaarstructuren van Piotr Grudzinski. In Part 2 is er ook wat meer ruimte voor wat progressief geëxperimenteer zonder dat de band echt grote progressie maakt. Met de thema’s (schizofrenie, paranoia, slapeloosheid,…) zijn we ondertussen erg vertrouwd en deze zijn voor ondergetekende best confronterend. “Ultimate Trip” is het 13 minuten durende slotstuk en het meest complexe deel van de plaat.
Vooral de extra bonus cd die bij de ‘limited edition’ zit heeft mij doen besluiten om ‘R.E.M.’ toch een hoge score te geven. Op die bonus disc staan zowaar de beste songs. Vooral het sterke “Behind The Eyelids” is vernieuwend en ook de remix van “02 Panic Room” is beter dan het origineel. In “Back To The River” eert de band Pink Floyd. Hier pakt gitarist Piotr zelfs uit met de solo uit “Shine On Your Crazy Diamond”. De titeltrack “Rapid Eye Movement is bizar genoeg enkel op deze bonus cd terug te vinden. Hier klinkt Riverside pas echt vernieuwend. Dit lange, (ruim twaalf minuten) opbouwende, instrumentale werkstuk heeft een synthesizerstructuur à la Alan Parsons. De track krijgt een donker tintje door de alom tegenwoordige dreigende gitaar van Grudzinski. Een zeer boeiend einde!
Veel nieuwe fans zal de band met deze release niet aanwerven maar het is wel een mooi slotstuk van een prachtige trilogie. Toch kijk ik nu al uit naar een volgend album en ben ik reuzenbenieuwd of de band erin zal slagen om wat vooruitstrevender uit de hoek te komen.

Sunn O)))

Sunn O))): gitzwarte hoogmis

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap Sunn 0))), onder Stephen O Mailley en Greg Anderson, hebben de muzikale formule klaar van de apocalyps: een unieke sound van een hallucinante, tranceachtige dronetrip van logge, repeterende, donkere en ronkende ritmes van Moog synthi, gitaar- en bas feedbackgeraas, onder een muur van versterkers en pedaaleffects. De recente cd ‘Black One’ bereikte zelfs een ruimer publiek.

De vijf heren in monnikspij speelden anderhalf uur lang een instrumentale ‘wall of sound’, een hypnotiserend, angstinducerend geluid in een mistig rookgordijn. Enkel was er het gemis van een Gregoriaanse zang. Het leek de soundtrack voor horror suspense, de Stephen King films en Friday the 13ths. Muziek die het daglicht niet kan verdragen …
Er was de schitterende start van een diepe, ‘to the bone’ klinkende trombone, waarin de sound aanzwol naar een waaier van noise en fuzz en een verloren gewaaid pianoriedeltje. Het dreigende ‘drone’ karakter trilde door je lichaam. De band liet een sterke indruk na.
Sunn O))) was Halloween en tekende voor een gitzwarte hoogmis. In het rookgordijn zagen we slechts af en toe een schim van de five people in capes en hun instrument. De typisch monniksgebaren en rituelen betekenden alvast een meerwaarde.

Black Heart Rebellion, een jonge Brugse band, was de perfecte warming up. Hun combinatie van hardcore, postrock, soundscapes en screamo kon rekenen op een sterke respons. Ergens tussen Isis, Amen Ra, 65 daysofstatic en Mogwai. Trouwens, de band stond middenin de zaal, een ‘abandinabox’, in een lichtdecor van zwart-witte sneeuw van een twintigtal dooreen gestapelde (oude) tv toestellen, waarvan de distributie was uitgevallen. Een prachtige vondst die hun sound fijn onderstreepte. De zang had geen microversterking nodig en ging door merg en been.

De twee groepen tekenden voor een niet alledaags concertavondje, en waren een beangstigende, huiveringwekkende nachtmerrie.

Organisatie: 4AD Diksmuide

Icarus Witch

Songs for the Lost

Geschreven door

Cruz del Sur, het label van Icarus Witch, heeft een vruchtbaar jaar achter de rug. Na het schitterende ‘Hardworlder’ van Slough Feg, werden onlangs opnieuw twee pareltjes uitgebracht. Naast het nieuwe album van Ignitor levert men met de nieuwe langspeler van Icarus Witch een lekkere pot  heavy metal.

Met ‘Songs for the Lost’ bewijst Icarus Witch dat het niet altijd nodig is om vernieuwend uit de hoek te komen. Waarom zou je immers halsbrekende toeren uithalen om aan de trend van vernieuwing te voldoen, wanneer je genoeg capaciteiten in je marge hebt om met een oude succesformule een schitterend album te kunnen afleveren.
De heren van Icarus Witch brengen overtuigende enthousiaste heavy metal. Lekkere riffs, snijdende gitaarsolo’s, enthousiaste en opzwepende teksten, een boeiende zanger, noem maar op. Alle elementen om een geslaagd album te serveren zijn hier aanwezig, inclusief rustpunten (vb:“The Sky is Falling” en “Smoke & Mirrors”) om het album de nodige variatie te bieden.
Wie ondertussen begon te vrezen voor de originaliteit van het album, kan ik gerust stellen. Hoewel ik hier en daar wat invloeden meen te herkennen van grootheden als Queensryche, Rainbow, Judas Priest … , beschikt Icarus Witch voldoende over een eigen identiteit, om ook de oude rotten binnen het metalgebeuren te kunnen boeien.
Hoewel ‘Songs for the Lost’ over het algemeen een erg hoog niveau aanhoudt, schieten Def Leppard cover “Mirror Mirror” en “Queen of Lies” er voor mij nog net iets boven uit. De grootste verdiensten hiervoor vallen te beurt aan respectievelijk, Joe Lynn Turner (ex-Rainbow, Deep Purple and Yngwie), die voor de gelegenheid mocht komen meezingen en de vaste zanger van de band, Matthew Bizilia. Beide heren hanteren hun stem met grote klasse waarvoor ik niets dan bewondering kan uiten.

Liefhebbers van een gevarieerde pot stevige heavy metal kunnen ‘Songs for the Lost’ volgens mij blind aanschaffen. Ze zullen er gegarandeerd geen spijt van hebben.

Pagina 934 van 965