logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Gavin Friday - ...

Tunng

Good Arrows

Geschreven door

Het Britse Tunng onder het duo Mike Lindsay en Sam Genders is aan de derde cd toe en biedt niks verrassend op muzikale inhoud en vorm , maar staat garant voor goede en fijne semi-akoestische gitaarpop (new acoustic movement) , (free)folk, knisperende elektronica en soundscapes. Een toegankelijk emotievolle, warme en relaxte sound , ondersteund door de afwisselende en samenzang van het duo.
Tunng is de ideale cocktail tussen droom en werkelijkheid, ernst en humor. ‘Good Arrows’ bevat boeiende sfeervolle en dromerige muziek met een zekere hitpotentie: “Take”, “Bricks en “Bullets”. “Soup” en “Spoons zijn mooie tussendoortjes.
’Good Arrows’ heeft een heerlijke sound, die niet verveelt, maar spijtig genoeg ook geen nieuwe wendingen biedt.

Tour De Chauffe

Tour De Chauffe

Geschreven door

Een dubbel cd die is verschenen naar aanleiding van een reeks concerten in Noord Frankrijk in november. Een 17 tal Franse bands leveren hier elk twee songs. Alle genres komen aan bod, van funk tot jazz tot hardcore tot elektro tot world. De ene band klinkt al wat beloftevoller dan de andere en het Engels van die Fransen doet dikwijls pijn aan de oren, maar toch is er soms wat verdienstelijke muziek te bespeuren zoals de sound van Lena Deluxe die wat dicht aanleunt bij Portishead, of de opgefokte dance rock van Sexual Earthquake in Kobe waarin we Vive la Fète herkennen. Ook de akoestische instrumentale muziek van 3x6 is mooi en sfeervol en duidelijk op zoek naar een bijbehorende film. Luna Lost heeft dan weer een PJ Harvey meets Nick Cave allure en levert met “The party” een dreigende en kolkende song. Aangename ontdekking verder is de band Roken is dodelijk (echt wel een Franse band) met een eigen sound en twee mooie ingetogen songs.
Bij de meeste bands hoor je echter veelal de geforceerde drang om de grote buitenlandse voorbeelden te imiteren, met meestal een minder geslaagd resultaat. Bands die allemaal op zoek zijn naar een eigen smoel, zeg maar.

St. Vincent

St. Vincent: talentrijke singer/songschrijfster Annie Clark heeft het publiek in haar greep

Geschreven door

Annie Clark maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens. Ze nam dan de tijd haar eigen project St.Vincent uit te werken. Een glimp van haar werk hoorden we al toen ze solo optrad in de Vooruit te Gent als support van Stevens.
De frêle jongedame heeft een hemels sferisch debuut uit, ‘Marry me’, dat lieflijk, teder als verbeten, overstuurd klinkt. De dromerige songs hebben soms een vleugje triphop en jazz of kunnen ietwat krachtiger zijn. Kortom, Clark schreef knap in elkaar gestoken eenvoudige, subtiele songs, die een dosis avontuur kunnen bevatten door de onverwachtse wendingen.

Live hoorden we een fijn, relaxt, sfeervol en aangenaam concert, waarbij ze onder de indruk was van de pittoreske Rotonde; ze gaf zelfs de lichtman lovende woorden. Ze had het gevoel als een visje in een aquarium op te treden.
Ze werd begeleid door drie groepsleden, regelrecht onttrokken van een Amerikaans schoolbal. De dromerige songs kregen zeggingskracht door elektronica, toetsen, viool en een bezwerende percussie, waarbij Clark speelde met haar stem en vocoder.
”Jesus saves I spend” was een aardige opener, gevolgd door de titelsong. Ze kregen een zigeunerklank. De single “Now, now” klonk snedig en kon rekenen op een sterke respons. Het was deugddoend voor de band, die na hun tournee in de UK de Belgen een warm en erg vriendelijk publiek vond. St.Vincent speelde een voorbode van de kerst met songs als “All my stars aligned”, “The apocalypse song” en “What me worry?”. Het tempo dreef ze op met triphopbeats op “Landmines” en “Your lips are red”, die een donker, dreigende ondertoon hadden. “Paris is burning” was de finale van de set: van uiterst sfeervol tot een  krachtig eind!
Annie Clark besloot solo terug te keren: “These days” (van Jackson Browne) en een PJ Harvey gerelateerde song, werden bepaald door haar subtiel gitaarspel en heldere stem. Een schitterend eind.

Met haar intieme en bedreven dromerige indie freefolk had St.Vincent ons gaandeweg in haar greep …van een onwennig aanvoelen naar een duidelijke overtuigingskracht, wat dit talent in de voetsporen bracht van Feist, My Brightest Diamond, Joan As Police Woman, Tori Amos en Kate Bush.

’Puddle City Racing Lights’ is de eerste worp van het Britse Windmill onder de weirdo zanger/componist/toesenist Matthew Dillon, die deze maal enkel was begeleid door een drummer. Met z’n hoog neurotisch heliumstemmetje overdonderde hij de intieme, sobere songs à l’improviste met lappen tekst.
Een dosis humor, dagdagelijkse leuke ervaringen en zelfrelativering gaven elan aan de korte set. “Fluorescent lights” en “Tokyo moon” waren de absolute hoogtepunten, die door de psychedelica sterk neigden aan Wayne Coyne’s Flaming Lips. 

Organisatie: Botanique,Brussel

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club: B.R.M.C. geeft kritikasters lik op stuk

Geschreven door

Na drie door pers en publiek erg gesmaakte albums en een stilte van twee jaar bracht Black Rebel Music Club (aka B.R.M.C.) dit voorjaar ‘Baby 81’ uit. Deze nieuwe worp werd door musicsites als Allmusic en Pitchfork echter prompt de grond ingeboord vanwege te afgelijnd, de nieuwe nummers kregen nauwelijks radio airplay en de groep leek deze zomer wel verbannen naar kleinere festivals zoals Dour. Het Amerikaanse trio blijkt door de jaren heen echter genoeg trouwe fans te hebben verzameld om moeiteloos zalen zoals de Botanique of, zoals afgelopen donderdagavond, Le Grand Mix te vullen.

De steevast in zwart gehulde heren lieten de mindere respons op ‘Baby 81’ alvast niet aan hun hart komen en stopten stomende versies van nieuwe nummers zoals “Took Out a Loan”, “Berlin” en “666 Conducer” helemaal voorin de set. Op dat laatste album grijpt de groep terug naar haar voorliefde voor de noisy Britpop van Jesus & Mary Chain, Oasis en Ride, maar live werd even goed ruimte gelaten voor het americana geluid ten tijde van ‘Howl’; het titelnummer van dit vorig album uit 2005 werd ingeleid door een krakkemikkig monotoon orgeltje; op “Ain’t no Easy Way” en “Faultline” speelden akoestische gitaar en mondharmonica een hoofdrol terwijl “Promise” werd begeleid door de onwaarschijnlijke combinatie van piano en schuiftrompet.
Live werd een mooi evenwicht behouden tussen intimistische folk en bluesy noiserock door nummers uit ‘Howl’ in de set te integreren tussen klassieke nummers uit de eerste twee albums zoals “Stop”, “Love Burns”, “Spread Your Love” en “Red Eyes and Tears”. Hierdoor profileerde B.R.M.C. zich het ene moment als een gitaargroep met respect voor folktradities en het andere moment als een americana band met een gezonde voorliefde voor breed uitwaaierende gitaarnoise. Uniek aan elk B.R.M.C. optreden is de synergie tussen gitarist Peter Hayes en bassist Robert Turner die afwisselend de bezwerende lead vocals voor hun rekening nemen.
Een onbetwist hoogtepunt van deze wisselwerking was het ruim 10 minuten durende “American X”, een neopsychedelische song uit ‘Baby 81’ die de band oprecht opdroeg aan hun roadies en het eerste deel van het bijna twee uur (!) durende optreden afsloot.
Zowel publiek als groep hadden duidelijk zin in een zinderende bisronde die werd ingezet met twee vergeten klassiekers uit ‘Take Them On, On Your Own’ uit 2003, nl. “In Like the Rose” en “Six Barrel Shotgun”. Na een diepgravend “Salvation” kon slechts één nummer nog de kers op de taart van Sinterklaas zetten. “I fell in love with a sweet sensation, I gave my heart to a simple cause, I gave my soul to a new religion, whatever happened to you?”, een chorus dat tot driemaal toe luidkeels werd meegeschreeuwd door ondergetekende op “Whatever Happened to My Rock’n’Roll”, tot nader order nog steeds hét B.R.M.C. anthem bij uitstek!

Alhoewel minder radiovriendelijk en minder hype-gevoelig dan pakweg The Strokes, Interpol en The White Stripes verdient dit sympathieke drietal nu meer dan ooit een plaats in het rijtje van toonaangevende Amerikaanse revival gitaaracts anno de jaren 2000.

Normaal gezien zijn vooroordelen niet besteed aan ondergetekende, maar voor een voorprogramma dat luistert naar de naam Skweeze Me Pleeze Me wil ik wel graag een uitzondering maken. Getooid in oversized sunglasses en zanikend in een soort Frans Engels (ook wel Franglais genoemd) kon je dit lokaal talent moeilijk verdenken van enige podiumpresence. Een goed half uur en anderhalf beklijvend nummer verder bleek de slotconclusie dan ook: ander en beter, goed geprobeerd, close but no cigar ... kortom een zonde van onze kostbare tijd en een hemelsbreed verschil met wat nog komen zou...

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

The Tellers

The Tellers: aanstekelijk charmante eenvoud

Geschreven door

The Tellers waren nog maar pas terug van een succesvolle - en naar eigen zeggen: erg vermoeiende - tournee doorheen België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Scandinavië. De band zag deze tournee finaal beloond met een tweeluik uitverkochte concerten in de immer gezellige Rotonde van de Botanique en in de AB Club daags nadien. De piepjonge snaken van The Tellers, uit het Waalse Bousval, speelden een verrassend pittige en aanstekelijke set! De talrijk opgekomen jonge bakvissen volgden gedwee in hun kielzog.
Zanger Bailleux-Beynon en gitarist Blistin vormen de kern van het officieel tweekoppige The Tellers maar worden live aangevuld met een (over)enthousiaste bassist en een drummer waar het speelplezier van afdruipt. Deze aanvulling is broodnodig want wanneer drummer en bassist even plaats maakten voor een solomoment van het stichtende duo kon de muziek heel wat minder beklijven. Met zijn vieren rockt het geheel, met extra aanvulling voor akoestische gitaar en de minimale begeleiding, veel meer en krijgen de songs een heel andere en merkbaar sterkere dimensie.

De set schoot met het catchy “If I say” en “More” meteen stevig uit de startblokken. Gedreven op enthousiasme en spontaniteit volgden zowat alle nummers van op hun debuutplaat ‘Hands Full Of Ink’ en hun eerder uitgebrachte EP ‘More’. “Second Category”, ook gebruikt als begeleidende muziek voor een reclamespot van Canon, en “Hugo” konden op heel wat bijval rekenen bij het opgekomen, vooral Franstalige, publiek. Beide songs zijn hits in Wallonië maar ook bij ons op o.a. Studio Brussel - terecht - niet over het hoofd gezien. De herkenbare, bijna banale, riedeltjes waren alvast ook bij ons tussen de oren blijven hangen en typeren het ietwat naïeve, maar daarom niet minder briljante, geluid van The Tellers. Passeerden ook nog de revue: het atypische en tamelijk duistere “Holiness”, het ingetogen “The Darkest Door”, de bescheiden rocksong “Confess”, het heerlijke reggae-aandoende “Prince Charly” en, als één van de hoogtepunten “He gets High” waarbij de overijverige bassist een kwart van de zaal op het podium toeliet (inclusief enkele look-a-likes).

The Tellers zijn dan misschien nog tamelijk groen achter de oren en geven dan nog wel blijk van weinig podiumervaring, toch kan je in alles zien en voelen dat er zich nog behoorlijk veel potentieel in deze band schuilhoudt. Iets zegt ons dat het Welsh accent, dat zorgt voor een wel heel herkenbaar melancholisch stemgeluid, van Bailleux-Beynon er voor kan zorgen dat de band doorbreekt over de taal- en landgrenzen heen. Aangevuld met het muzikale brein van Blistin (tijdens de set kan je perfect aanvoelen dat hij het muzikaal voor het zeggen heeft) doen The Tellers ons enorm denken aan bands als The Kooks en een wel heel brave (en semi-akoestische) versie van The Libertines. Het klinkt allemaal bijzonder veelbelovend en prikkelt zeker niet minder onze nieuwsgierigheid van wat deze band in de toekomst nog voor ons in petto heeft.

Talking To Teapots uit Kristianstad - Zweden, 2 jaar terug al te gast in de Gentse Kinky Star, verzorgde een eigenzinnige support met duidelijke invloeden van Pavement en Captain Beefheart. Sterke, afwisselende nummers die soms ‘Zappaiaans’ aandeden. Debuutalbum van deze Zweden: ‘The Re-Creation Of All Things’.

Organisatie: Botanique, Brussel

KT Tunstall

Drastic Fantastic

Geschreven door

KT Tunstall, een lieftallige,  mooi ogende, jonge Schotse dame van Chinese origine, maakte een paar jaar terug deel uit van het Londens worldfolkpopgezelschap Oi Va Voi. Ze verliet de band om een solocarrière uit te bouwen, wat al aardig lukte met het debuut ‘Eye to the telescope’, anderhalf jaar geleden: sfeervolle, melancholische en aanstekelijke gitaarpoprock, waarin folk- en countryinvloeden zijn te horen.
De opvolger ‘Drastic Fantastic’ laat een zelfverzekerde dame horen; lekker in het gehoor liggende poprock van een talentvolle singer/songschrijfster, die zich meteen naast een Melissa Etheridge of een Liz Phair weet te plaatsen.
De songs worden bepaald door een subtiel en snedig melodieus gitaarspel, kleurrijke toetsen en een bezwerende percussie, gedragen door haar heldere vocals.
”Hold on” en “I don’t want you now” zijn soepele popsongs. “Saving my face” kon zo op de plaat van Damien Rice staan en “Beauty of uncertainty” is spannend opgebouwd. “Paper aeroplane” besluit op een uiterst sfeervolle wijze.
Kortom, KT Tunstall heeft hapklare, fijn uitgebouwde popsongs klaar!

Architecture In Helsinki

Places like this

Geschreven door

Dit uitgebreid gezelschap uit Australië kreeg voet aan grond te Europa met de tweede cd ‘In case we die’: speels, ontspannende en aanstekelijke sprookjesachtige popsongs. Door het succes brachten ze in het voorjaar zelfs een remixplaat.
’Places like this’ is de nogal snelle opvolger en klinkt éénvormiger, maar bijgevolg ook minder gevarieerd, fris en plezierig. De spanning, de speelse ritmes, de diverse tempowisselingen en de onverwachtse wendingen zijn minder aanwezig. Een handvol nummers intrigeren op die manier, waaronder “Heart it races”, “Hold music”, “Like it or not” en “Debbie”, wat me doet teruggrijpen naar hun vroeger werk. Of  waren we misschien al te veel gewend van deze band …

Crystall Ball

Secrets

Geschreven door

Het Zwitserse Crystal Ball is met ‘Secrets’ toe aan zijn zesde album. In de lijn van hun grote voorhangers, Krokus brengen ze zoete hardrock, met wat powermetal-invloeden, die door velen gesmaakt zal worden.

Als we de platenmaatschappij mogen geloven, is er niet veel nood om de visie van deze band te veranderen. Het succesverhaal duurt volgens hen al zes albums lang en de formule die de band hanteert, bleek volgens hen ook deze maal tot een topalbum te leiden.
Dat er met ‘Secrets’ een zeer aangenaam album wordt afgeleverd, zal ik zeker niet ontkennen. Maar om nu te zeggen dat we hier een topalbum voorgeschoteld krijgen, zou ik erg overdreven vinden. Daarvoor blijft het allemaal net iets te braaf naar mijn mening. Openingsnummer “Moondance” slaagt erin mijn aandacht op een zeer positieve wijze te trekken, waarbij voornamelijk de hese charismatische stem van Mark Sweeney mij kan bekoren. Ook “I Will Drag You Down” blijft hierdoor een interessant nummer.
Toch slaagt Sweeney er niet in, om mij met mijn gedachten bij het album te kunnen houden. Het derde nummer, “Minor Key”, is net als de erop volgende nummers zeker niet slecht te noemen. Eigenlijk valt er bijzonder weinig op te merken aan de kwaliteit van de nummers of de productie. Doordat het echter allemaal zo braafjes blijft, zou ik de CD niet aanraden aan wie er met volle teugen wil van genieten. Als achtergrondmuziek tijdens het werk of om rustig mee in slaap te vallen (niet slecht bedoeld) blijkt ‘Secrets’ echter wel een uitstekende keuze te zijn.

Liefhebbers van wat rustigere, maar technisch goed uitgewerkte hardrock, zullen dit album wellicht met open armen ontvangen. Voor mij klinkt het, ondanks de muzikale prestaties, toch bijlange niet interessant genoeg om mij te kunnen blijven boeien.

Night Ranger

Hole In The Sun

Geschreven door

Negen jaar na ‘Seven’ is er eindelijk een nieuw Night Ranger album. Na maanden beluisteren blijf ik dit een lastig album vinden om te bespreken. Mijn verwachtingen waren immers erg hoog gespannen. Ik verwachtte een bom à la ‘7 Wishes’ (’85) of ‘Big Life’ (’87), zeker nu de band ook tekende bij Frontiers Records. Aanvankelijk bleek deze nieuweling een erg teleurstellende plaat maar na ettelijke luisterbeurten werd ik toch wat enthousiaster. Doch ‘Hole In The Sun’ verbleekt bij de klassieke Night Ranger albums maar los van elke vergelijking is dit toch een vrij aardig Melodic rockalbum. Net zoals Toto & Journey maakte de band voor Frontiers een vernieuwend, modern rockalbum, zonder dat de plaat echt als ‘killer’ kan gecatalogiseerd worden. De line-up voor dit album is deze van de reünie line-up van 1996 (Jack Blades, Brad Gillis, Jeff Watson & Kelly Keagy). Enkel keyboardspeler Alan Fitzgerald werd vervangen door Michael Lardie, die eerder bij Great White aan het werk was. Ondertussen werd ook deze vervangen door Pride Of Lions keyboardist Christian Cullen.
Op ‘Hole In The Sun’ staan 12 goede tot uitstekende melodic rocksongs die zeker het beluisteren waard zijn! Dat de band zich heeft vernieuwd is meteen duidelijk als je de heavy openingstrack: “Tell Your Vision” hoort. Enkel de ballade: “There Is Life” (dat opvallend veel gelijkenissen heeft met “Sister Christian”) doet nog aan het oude Night Ranger denken. De gitaartandem Watson/Gillis haalt af en toe enkele stevige riffs uit de kast. Dit is dan ook een echte gitaarplaat want er zijn erg weinig keyboards te horen. De meeste songs werden ingezongen door bassist Jack Blades maar ook drummer Kelly Keagy mag hier en daar een song zingen.
Conclusie: zeker geen slecht rockalbum, al is het wel even wennen aan de gemoderniseerde Night Ranger sound. Als je een grote fan was van het klassieke Night Ranger is het toch wel even wennen en daarom kan ik dan ook iedereen aanraden de plaat voor aanschaf toch even aan een luisterbeurt te onderwerpen. Vernieuwend klinkt Night Ranger in elk geval. Of alle fans de band hierin zullen volgen durf ik sterk te betwijfelen.

Oi Va Voi

Oi Va Voi

Geschreven door

Het Londense Oi Va Voi verraste in 2004 met de cd ‘Laughter through tears’. Een exotische cocktail van pop, wereldmuziek, hoempapa en Balkan, wat smaakvol werd ontvangen. De band beschikte toen over zangeres KT Tunstall en violiste Sophie Solomon.
De band heeft voor deze opvolger de twee verliezen voldoende kunnen opvangen en heeft een tweede sterke plaat klaar, die per beluistering z’n subtiliteit prijsgeeft. Met hulp van zangeres Alice McLaughlin, is de muzikale aanpak breder en sfeervoller; af en toe klinkt het Londens gezelschap zwierig, fleurig en fris, door zigeunerklanken, folklore en Balkanpop. “Yuri”, “Balkanit”, “Dry your eyes” en het korte “Spirit of Bulgaria” geven een kleurrijke sound. Een volstrekt unieke band die live duidelijk extraverter klinkt.

Pagina 935 van 965