logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
giaa_kavka_zapp...

Monza

Monza warming up nieuw materiaal

Geschreven door

Monza is de band rond Stijn Meuris; met Noordkaap leverden ze in de jaren ’90 fijne poprock hits als “Arme Joe”, “Satelliet Suzy”, “Panamarenko”, “Wat is kunst” en “Ik hou van U”. Monza debuteerde in 2001, in het verlengde van Noordkaap: emotievolle gitaarpop, mooi uitgediept en gekenmerkt door een sterke tekstinhoud. De opvolger ‘Grand’ (’05) was intenser en had een ‘80’s wave tint, waarbij Meuris de dramatische gebeurtenissen van z’n vriendin moest afschrijven.

Vorig jaar ondernam Monza een heuse theatertournee, die in première ging in de Arenbergschouwburg en op dvd werd gezet. In dezelfde Arenberg was er vanavond een voorsmaakje van de nieuwe cd, die pas na de zomer zal verschijnen.

 Live was Monza dynamisch en bedreven, leefde de band zich uit, en vertoefde Meuris in een andere leefwereld; een strak spelende bezielde band. Ze gaven de indruk van een optreden van een band-in-a-box of op tv, door het sobere lichtdecor van witte lampen, laag hangend over het podium. 

Anderhalf uur lang speelde het vijftal een afwisselende set van de voorbije cd’s, en maakten we kennis met enkele veelbelovende nieuwe songs. Ze openden met “Solaris” en “Tanken in Luxemburg”, twee subtiele rockers van de komende cd. “Satelliet Suzy” refereerde naar de Noordkaap periode. Meuris stoeide met de microfoon, ging in op reacties van het publiek en maakte er een tof, ontspannend avondje van.

“Hulp via India”, “Alles half” en “Rijkdom” hadden een spannend broeierige opbouw en onderstreepten Monza’s muzikale kwaliteit. De vorige single “Dood aan alle meisjes” ging naar een climax en het nieuwe “Daisy Bell” (lees Deci-Bell), een meeslepende rocker, reflecteerde aan de gehoorsproblemen van Meuris.  “Vertrouwd hart” was één van de hoogtepunten: van een bezwerend naar een feller bedreven toon, een donker dreigende ‘80’s tint en een noisy gitaarpartij. “Als ze swingt” klonk als een Arno’s “Mon sissoyen”. In de finale van de set waren er “Als techniek faalt”, bepaald door handgeklap en een uitgesponnen “Van God Los”, die kon rekenen op een sterke respons.

De groep behield de swing in de bis met het groovy  opzwepende “Alleen te zijn en er mee om te gaan” en “De schuld van de deejay”.

 Monza toonde aan een goed geoliede rockende machine te zijn, die ons nieuwsgierig heeft gemaakt naar de nieuwe cd. Een geslaagde ‘warming-up’ in de Arenberg!

 Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

 

Orchestral Manœuvres in The Dark (OMD)

Fijn nostalgisch avondje met OMD

Geschreven door

Orchestral Manoeuvres in the Dark, Andy McCluskey en Paul Humphreys, waren samen met bands als The Human League, Soft Cell, The Simple Minds, Ultravox, Gary Numann en Pet Shop Boys één van de smaakmakers van de ‘80’s synthi/electropop.  Begin ‘80’s hits “Electricity”, “Enola Gay” en de plaat ‘Architecture & Morality’ uit ’81 zorgden ervoor dat de band in verschillende top honderden aller tijden kwam te staan.

Sinds ’84 nam het duo meer afstand van de ‘new-wave’ en kwam de klemtoon op kitsch en discotunes binnen hun electropop, wat originaliteit en avontuur deed afnemen.OMD werd resoluut een hitmachine.

OMD werd geprikkeld door de voorbije elektronicarevival. Een uitverkochte AB met veel dertig- en veertigers, die zich meteen in de jaren ‘80 waanden. Trouwens, OMD was de eerste band die ik ooit live zag (Brielpoort, Deinze; zucht, waar is de tijd?!), als pogoënde tiener.

 De set werd opgedeeld met de plaat ‘Architecture & Morality’ en ander hitwerk. In een kleine twee uur speelden ze een twintigtal songs; zowel McCluskey als Humphreys hadden vocaal nog niks aan helderheid en intensiteit ingeboet. Ze waren alvast sterk onder de indruk van de respons. Een emotioneel en een happy weerzien na twintig jaar! Fijne reünie.

Een gewaagde start met het instrumentale “Architecture & Morality”, gevolgd door “Sealand” en “New stone age”. De traag meeslepende, dromerige, donker dreigende nummers en hun soundscapes/bleeps deed me stilstaan bij  ‘90’s (ambient)elektronicabands als The Orb, Orbital, The Black Dog, …Ze haalden de mosterd bij een OMD. De projecties kleurden het geheel mooi in.

“Georgia” was het eerste uptempo nummer. “She’s leaving” en “Souvenir” (Humphreys on vocals!) zorgden voor een sfeervol lentegeluid. “Joan Of Arc” en “Maid Of Orleans” waren hoogtepunten, door de herkenbare tunes, de Joan Of Arc projecties, de kruisbeelden, het lichtdecor en de stroboscoopeffects. Trouwens, de 47 jarige McCluskey demonstreerde z’n aloude pogobewegingen, waarvan hij even moest recupereren. “The beginning and the end” sloot het eerste muzikale hoofdstuk af.

“En nu tijd voor popsongs” haalde hij aan; de OMD hitmachine was een feit, origineel op gang getrokken door “Messages” uit ’79. We konden genieten van  fijne, dromerige en zorgeloze popsongs als “Forever live & die”, “If you leave” en “Talking loud & clear”, met een bloementapijt op het achterplan.

“So in love” en “The locomotion” waren samen met “Tesla girls” de meezingers en discostampers. “Sailing on the seven seas”, één van de laatste singles die ze uitbrachten (’91), leidde een vernieuwende OMD in , maar was ook meteen het muzikale einde van de band. De klassieker “Enola Gay” besloot de set; aangrijpend waren de  woorden op het scherm “Now I become death, the destroyer of the world”.

In de bis werden we getrakteerd op een OMD schlager “Walking on the milky way”; de andere instant klassieker “Electricity” volgde en definitief beëindigden ze met het traag opbouwende “Romance”. Enkel “Genetic Engineering” en “Telegraph”, twee voorname creatieve songs, misten we.

 We beleefden net als de band een fijn nostalgisch avondje. ‘The good times’ van de synthipop zijn nog niet vervlogen.

 Organisatie: Live Nation

 

CocoRosie

The Adventures of Ghosthorse and Stillborn

Geschreven door

De sprookjes-/droomwereld van de zusjes Casady is een wonderbaarlijke wereld: hun freefolk/elektronicableeps heeft sinds 2004 een heuse beweging op gang gebracht. CocoRosie brengt een origineel en avontuurlijk geluid van schrapende elektronica, bas, piano, harp, beatbox en allerhande geluidjes, naast de twee aparte stemmen van de zusjes (Sierra heeft een klassiek geschoolde zang en operastem, en er is de kreunde zegzang/raps van Bianca, die op de huidige cd een hoofdrol inneemt) Op de derde cd klinkt CocoRosie toegankelijk, waardoor ze tav de voorbije cd’s aan belangstelling kunnen winnen. CocoRosie goes pop: de bevreemdende stemmenpracht wordt omlijst door elektronicabeats en beatbox, zonder sterkte in te boeten. CocoRosie kan meer airplay verkrijgen, met songs als “Rainbowwarriors”, “Werewolf” en “Japan”. Songs als “Bloodyturns”, “Sunshine”, “Blackpoppies”, “Houses” en de extra track “Childhood” worden gedragen door de stemmen van de zusjes. De wondere klankenwereld is te horen op “Promise”, “Raphael” en “Animals”. In het slotnummer “Miracle” komt  Antony (van The Johnsons) nog eens langs, waardoor de muzikale cirkel van CocoRosie rond is en aantoont dat we te maken hebben met een overtuigend derde cd. Toegegeven, hun muzikale magische knusse leef- en droomwereld is alvast iets waarvoor je vinden moet zijn bent. De zusjes Casady en hun harem zijn de nieuwe ‘Wizard of Oz’.

Great Lake Swimmers

Ongiara

Geschreven door

Het Canadese Great Lake Swimmers intrigeerde vorig jaar met de tweede cd ‘Bodies & Minds’. De getalenteerde singer/songwriter Tony Dekker zet de muzikale lijn door van sfeervolle en weemoedige americanapop onder z’n klaaglijke zang. De songs zijn geënt op het intiem semi-akoestische gitaarspel en  -tokkels, af en toe ondersteund door banjo, steelpedal en viool zoals op “Put there by the land”, “Where in the world are you” en “I became awake”. “Backstage with the modern dancers” en “Catcher songs” zijn de sterkste nummers en met “I am part of a large family” heeft de band een  ultieme popsong op zak. ‘Ongiara’ bevat dromerige en melancholische americana ergens tussen Timesbold, South San Gabriel, Songs: Ohio, My Morning Jacket en artiesten als Drake, Buckley en Will Oldham.

 

Pain Of Salvation

Scarsick

Geschreven door

Pain Of Salvation mag gerust de meest inventieve Prog Rock band van deze aardkloot genoemd worden. Want alweer heeft de band met 'Scarsick' een indrukwekkend album uitgebracht. Voorganger 'Be' was een zware brok Prog Metal vol pathos maar het was tevens een album dat zo briljant en geniaal was. Uit het meesterbrein van  Daniel Gildenlöw - (die na het vertrek van zijn broer Kristoffer (die nu in Nederland woont), nu ook op dit album basgitaar speelt) - is opnieuw een meesterwerk ontstaan dat opnieuw totaal anders klinkt dan elke vorige Pain Of Salvation plaat, maar tegelijkertijd toch alle vertrouwde POS elementen in zich heeft. 'Scarsick' is een album dat tien songs telt en in twee delen (Side A / Side B) opgedeeld wordt. Het album opent vrij traditioneel met de titelsong waarna we met "Spitfall" een eerste hoogtepunt krijgen. Een stevige, agressieve song met een krachtige boodschap. Hier klinkt de band als een kruising tussen Soulfly & System Of A Down. "Cribcaged" kan ook wel de 'fuck' song genoemd worden. Ontelbare keren haalt men brutaal uit en spuwt men kritiek op diverse aspecten in onze maatschappij. Ook in het daaropvolgende "America" neemt men de huidige Amerikaanse politiek en visie stevig op de korrel. Bovendien zitten er muzikale verwijzingen naar het America thema uit Bernstein's 'West Side Story'. Waanzinnig knap. En het beste moet dan nog komen. Dat krijgen we met "Disco Queen" wat een gedurfde, humoristische en avontuurlijke song is. Controversieel dat wel !,  want de gewaagde mix tussen disco en metal zal bij de fans niet door iedereen gesmaakt worden. Op Side B schotelt Pain Of Salvation ons nog 5 nieuwe songs voor die meer in het verlengde liggen van wat de band vroeger bracht. Dit deel is eigenlijk het langverwachte vervolg op het succesvolle album 'The Perfect Element Part 1' uit 2000. Het rustige, wondermooie "Kingdom Of Loss" en het epische slotstuk "Enter Rain" zijn ook zeker het vermelden waard. Eigenlijk kent dit album geen enkel zwak moment. Is het bovendien zo afwisselend en avontuurlijk dat het de luisteraar tot ver in dit jaar zal bezighouden om de 'Scarsick' puzzel op te lossen. Een nieuwe creatieve, artistieke wending in de toch al zeer indrukwekkende carrière van deze Zweden. Het zal moeilijk worden om in 2007 met nog een sterker Prog Metal album op de planken te komen. Indrukwekkend over de ganse lijn.

 

Seasick Steve

Doghouse music

Geschreven door

Géén mens die al gehoord had van Seasick Steve, tot hij plots op een avond op BBC in Jools Hollands muziekprogramma mocht aantreden. Hij stond geprogrammeerd tussen groten als Paul Weller en Kaiser Chiefs in, speelde er de geweldige boogie blues “Dog house boogie” op een gammele gitaar voorzien van drie snaren en met een zeepkist als drumstel. Met zijn allen stonden ze er met open mond naar te kijken, zo iets puur en heftig hadden ze nog nooit gezien. Sedertdien is het voor de man, die reeds de pensioengerechtigde leeftijd voorbij is, allemaal in een stroomversnelling gegaan. Zijn agenda bulkt over van de concerten en zelf begrijpt hij er helemaal niks meer van. Zijn straffe stoot van die bewuste avond “Dog house boogie” staat hier natuurlijk ook op en is ook hier de uitschieter van het geheel. De rest is doorleefde blues zoals men die graag pleegt te horen bij Fat Possum artiesten als RL Burnside, Junior Kimbrough en T- Model Ford, rechtstreeks uit het moeras geplukt en waar nog vette modderkluiven aanhangen. Meestal akoestische mijmeringen van een eenzame zwerver on the road met hier en daar een elektrische gitaar die gemeen uithaalt. Seasick Steve treedt op deze “Dog house music” in het voetspoor van grote voorbeelden John Lee Hooker en Lightnin’ Hopkins. Kortom, de echte blues zonder franjes, maatpakken of gladgestreken gitaarsolos. Een baard, een gitaar, een vracht songs die uit het niet altijd romantische straatleven komen, meer heb je niet nodig om de authentieke blues in je lijf te hebben. Seasick Steve heeft het.

 

Joss Stone

Introducing Joss Stone

Geschreven door
Joss Stone verbaasde al in 2004 met ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad, en ‘Mind Body & Soul’, veertien eigen songs. Muzikaal uitgangspunt: warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar helder overtuigende stem. Inmiddels is de mooi ogende dame 19 geworden, in een volgende levensfase (levenservaring opgedaan, intense relatiebreuk verwerken) en heeft ze een nieuwe look (vuurrood haar). Er is sprake van een sterke twee eenheid met haar producer Raphael Saadiq. ‘Introducing Joss Stone’ is haar meest broeierige en dynamisch swingende plaat geworden: groovende soulpop, een vleugje hiphop en fijne harmonieën, kleur gegeven door vrouwelijke backing vocals. Aangenaam, fris, leuk en ontspannend om te horen. Ze kreeg de steun van Lauryn Hill op “Music” en Common is te horen op ”Tell me what we’re gonna do now”; een duidelijke meerwaarde! Dit is een onweerstaanbaar plaatje met een pak hitpotenties als “Guy, whey won’t believe it”, “Tell me ‘bout it” en “Put your hands on me”.   

Slint

Slint performs ‘Spiderland’

Geschreven door

Slint, uit Louisville, Kentucky, werd in ’87 opgericht en bracht met de tweede cd ‘Spiderland’ (’91) , als ik even de recensie van toen nakijk, een mysterieuze plaat uit van fijn doordachte, breed uitgesponnen composities, die repetitief opbouwend waren, soms onverwachtse wendingen ondergingen en een noise injectie kregen: spannend, bedreven, donker en beeldrijk. Het Amerikaanse viertal had lang aan de cd gewerkt, en net toen deze undergroundband door z’n muzikale creativiteit kon doorbreken, hielden ze op te bestaan. De band lag aan de oorsprong van de huidige postrock, die momenteel met groepen als Mogwai, Explosions In The Sky en 65daysofstatic door een alternatief minded luisterpubliek sterk wordt onthaald.

Slint: Brian McMahan (gitaar/zang), Britt Walford (drums/zang), David Pajo (gitaar) en Todd Brashear (bas), live aangevuld met een extra gitarist, waren na de split actief in bands als King Kong, The For Carnation, Tortoise en Will Oldham. Trouwens, den Will stond in voor de fotosessie op de hoes van Slint.

De goed uur durende set  was een weergave van de plaat, die opende met het donker dreigende “Breadcrumb trial”, onder een diep ronkende bastune en McMahans rauwe fluister(zeg)zang. “Nosferatu man” klonk iets feller. Het bijna instrumentale “Don Aman”, in de verte af en toe een brabbelzang te horen, was gebaseerd op subtiel avontuurlijk gitaargetokkel. “Washer” ging van een traag meeslepende tot een fors, krachtige opbouw, bepaald door de zang van Walford. Het intens spannende repeterende “For dinner” leek een op het lijf geschreven filmsoundtrack song, waar over elke noot was nagedacht. Tenslotte “Good Morning Captain”, was de apotheose en slotstuk: een broeierige opbouw, een snedig klinkende gitaar, een vleugje distortion en noise en een strakke en opzwepende drums, waarbij McMahan eens z’n keelgat kon openzetten. De postrockhyme bij uitstek! De groep stelde nog drie instrumentals voor: “Glenn” en “Rhoda” van vóór ‘Spiderland’, tekenden voor een David Lynch avant la lettre.  Het nieuwe “Kings approach” (nieuw nummer) besloot op een overtuigende manier de reünie: een illustratie van een uitgekiend samenspel gitaar, bas en percussie.

Slint performs ‘Spiderland’ was, zonder dat we er toen bij stilstonden, z’n tijd ver vooruit; hun klasse en creativiteit werd pas een kleine tien jaar later beloond met bands als Mogwai, Tortoise, Trans Am en June Of 44, die definitief het postrocktijdperk inluidden.

Het avontuurlijke  Die! Die! Die! uit Nieuw-Zeeland opende fel en bedreven de avond: rauw snedige noisepop onder een opzwepende percussie en een aan Cedric Bixler referende scherpe zang.

Wovenhand

Donker en innemend…In de ban van David Eugene Edwards

Geschreven door

Het Nederlandse Alamo Race Track had de eer en het genoegen het voorprogamma te mogen spelen van wat later een heugelijke avond zou worden. Het stond in de sterren geschreven dat Wovenhand zijn trouwe schare fans niet in de steek zou laten. En zo geschiedde. Alle goeie pogingen van The Race Track ten spijt moet gezegd dat hun moedige pogingen het onderspit moesten delven voor wat later zou uitgroeien tot een werkelijk schitterend concert. The Track deed soms denken aan A Brand, mooie gitaarmelodieën, tweestemmige zanglijnen, falsetto gitarist, swampy nummers. Kortom, voor Nederlanders: puik werk, al is nog niet gezegd of hun startende tournee in Australië veel zoden aan de dijk zal brengen.

Wovenhand
heeft op zijn dooie gemak de Gentse HA ingepakt. Niet dat dit zo’n makkie is, maar door uit te pakken met een snoeiharde en strakke, anderhalf uur stomende set, werd je meegezogen in een onheil adembenemende vertoning. Als er al duivels in de HA aanwezig waren, dan zijn zij nu voorgoed uitgedreven. In half Gent bovendien ook! David Eugene Edwards is als het ware een religieus fenomeen; zoveel moet gezegd worden. Als sinds zijn vorige doortochten met 16 Horsepower en later met zijn huidige band, heeft hij een trouwe schare fans opgebouwd, die hem op handen dragen. Met een stem als een klaxon, nu eens vervormd, dan eens clean, maar steeds loepzuiver, sneed hij zijn set aan, bijgestaan door zijn muzikanten; een snoeiharde bas en dito leadgitaar, waarvan deze laatste ten gepaste tijde de pianopartijen en andere toebehoren die op cd te horen zijn, geruisloos verving door subtiel gitaarspel. Eugene nota bene, een Gretsch Tennessee Rose in handen hebbende, moest hier niet voor onderdoen, al laat hij het graag wat breed hangen met veel feedback en slidegitaar. Zo creëert hij zijn eigen uniek, bijna religieus geluid. Songs werden steevast ingezet met een tune-momentje (was ook nodig, er werd nogal aan die snaren getrokken!), vergezeld van een kleine redevoering, als was het de zondagsmis met bijhorende preek – maar dan een stuk boeiender!
Een snoeiharde intro “Roma” zette de toon voor wat komen zou. Nummers volgden elkaar op, in een zekere hiërarchie, als was het de logica zelve. “Whiter Shaker”, “Truly Golden” en het prachtige “Whistling girl” uit ‘Mosaic’; “Tin Finger” uit het alom bejubelde ‘Consider the Birds’, en het op verschillende opnames terugkerende “Your Russia”. Afsluiter en dubbele bis “Dirty Blug” uit ‘Puur’ maakte er een strak einde aan.

Het nakende Pinksterweekend bood met Wovenhand een concert met een strikje errond!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Shellac

Adembenemende belevenis van de drie-éénheid Shellac

Geschreven door

Shellac, de band van de bekende producer Steve Albini, al zo’n 15 jaar bezig, en nota bene nog maar vier cd’s uitgebracht, is muzikaal een goed bewaard alternatief geheim. Ze zijn gegroeid uit de hardcore/noiserockscene van Big Black (Albini’s eerste groep), No Means No, Black Flag (Henry Rollins), Fugazi, Sonic Youth, Butthole Surfers, Helmet en latere bands The Jesus Lizard en  Barkmarket.

Shellac zette alvast deze muzikale stijl verder: een neurotisch aanstekelijk metaal klinkende gitaar (een ‘prikkeldraadgitaarklank’), een grommende, dreunende, repeterende, diepe bas en gortdroge powerdrums. Shellac, al van in het begin onder de vaste bezetting Albini (zang/gitaar), Bob Weston (bas/zang) en Todd Trainer (drums), weren publiciteit en promo af. Ze besloten een korte Europese tournee in te lassen waarbij ze tweemaal halt hielden te Nederland, De Vooruit te Gent (www.vooruit.be) en Le Grand Mix te Tourcoing, nav de te verschijnen vierde cd ‘Excellent Italian Greyhound’. Fijn om zo’n unieke band in een straal van 250 km vier keren aan het werk te kunnen zien!

Het drietal, dicht bij elkaar opgesteld, beschikt over aluminium (oubollig) lijkende versterkers en een eenvoudig aan Dead Moon denkend drumstel. Het draait ‘em om ‘geluid’ bij Shellac; ze stralen power en oerkracht uit. Intrigerend! Ze boeiden een kleine twee uur lang, waarbij ze putten uit hun oeuvre van vier minutensongs, een paar instrumentale tussendoortjes en soms lang uitgesponnen nummers, gebaseerd op die repetitieve bastune, Albini’s unieke gitaarspel (stevig en snedig, snaren doen afzien en er zelfs z’n tanden inzetten!),  z’n blik op oneindig en z’n rauwe onvaste zegzang, opgezweept door de harde, strakke drumslagen. Verbazingwekkend toch wat het trio aan het uitvoeren was. Albini’s hoofd- of vingerknikje naar de anderen deed een song van tempo  veranderen of zorgde voor een onverwachtse wending. Da’s Shellac live dus. Een greep uit het songmateriaal: “Pull the cup”, “The Black Ass” en “Minute” van ‘At Action Parc’, een prachtig uitgewerkt  “Didn’t we deserve a look at you…” en “Canada” uit ‘Terraform’,  de oudjes “Rambler song”, “Billiard player song” en de dubieuze “Doris” en “Wingwalker”, combineerden ze met een pak ‘1000 Hurt’ songs: “Prayer to God”, “Squirrel Song”, “Mama Gina” en “Shoe Song”. Nieuw waren alvast “Steady as he goes” en “The end of radio”. Afsluiter “Watch song” (opnieuw van ‘1000 Hurts’) mondde uit  op een cymbalenveldslag!
De teksten van Albini zijn soms à l’improviste, en kunnen sarcastisch en bizar zijn zoals de monoloog over kleine meisjes en bejaarde vrouwen (“Mama Gina”) en vogels en vliegtuigen. En dan is er Weston, grappenmaker van het drietal, die een tweetal maal een vragenronde hield: “Are there any intelligent questions that you wanna know ‘bout us?“. Intelligent questions met een vleugje zottigheid!

We hadden te maken met een donker, dreigende noisetrip van drie weirdo’s, die sterk op elkaar waren ingespeeld; de eigenwijze drie-éénheid Shellac was een adembenemende belevenis.

Organisatie: Le Grand Mix, Tourcoing


Pagina 965 van 965