logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Stereolab

Joss Stone

Introducing Joss Stone

Geschreven door
Joss Stone verbaasde al in 2004 met ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad, en ‘Mind Body & Soul’, veertien eigen songs. Muzikaal uitgangspunt: warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar helder overtuigende stem. Inmiddels is de mooi ogende dame 19 geworden, in een volgende levensfase (levenservaring opgedaan, intense relatiebreuk verwerken) en heeft ze een nieuwe look (vuurrood haar). Er is sprake van een sterke twee eenheid met haar producer Raphael Saadiq. ‘Introducing Joss Stone’ is haar meest broeierige en dynamisch swingende plaat geworden: groovende soulpop, een vleugje hiphop en fijne harmonieën, kleur gegeven door vrouwelijke backing vocals. Aangenaam, fris, leuk en ontspannend om te horen. Ze kreeg de steun van Lauryn Hill op “Music” en Common is te horen op ”Tell me what we’re gonna do now”; een duidelijke meerwaarde! Dit is een onweerstaanbaar plaatje met een pak hitpotenties als “Guy, whey won’t believe it”, “Tell me ‘bout it” en “Put your hands on me”.   

Slint

Slint performs ‘Spiderland’

Geschreven door

Slint, uit Louisville, Kentucky, werd in ’87 opgericht en bracht met de tweede cd ‘Spiderland’ (’91) , als ik even de recensie van toen nakijk, een mysterieuze plaat uit van fijn doordachte, breed uitgesponnen composities, die repetitief opbouwend waren, soms onverwachtse wendingen ondergingen en een noise injectie kregen: spannend, bedreven, donker en beeldrijk. Het Amerikaanse viertal had lang aan de cd gewerkt, en net toen deze undergroundband door z’n muzikale creativiteit kon doorbreken, hielden ze op te bestaan. De band lag aan de oorsprong van de huidige postrock, die momenteel met groepen als Mogwai, Explosions In The Sky en 65daysofstatic door een alternatief minded luisterpubliek sterk wordt onthaald.

Slint: Brian McMahan (gitaar/zang), Britt Walford (drums/zang), David Pajo (gitaar) en Todd Brashear (bas), live aangevuld met een extra gitarist, waren na de split actief in bands als King Kong, The For Carnation, Tortoise en Will Oldham. Trouwens, den Will stond in voor de fotosessie op de hoes van Slint.

De goed uur durende set  was een weergave van de plaat, die opende met het donker dreigende “Breadcrumb trial”, onder een diep ronkende bastune en McMahans rauwe fluister(zeg)zang. “Nosferatu man” klonk iets feller. Het bijna instrumentale “Don Aman”, in de verte af en toe een brabbelzang te horen, was gebaseerd op subtiel avontuurlijk gitaargetokkel. “Washer” ging van een traag meeslepende tot een fors, krachtige opbouw, bepaald door de zang van Walford. Het intens spannende repeterende “For dinner” leek een op het lijf geschreven filmsoundtrack song, waar over elke noot was nagedacht. Tenslotte “Good Morning Captain”, was de apotheose en slotstuk: een broeierige opbouw, een snedig klinkende gitaar, een vleugje distortion en noise en een strakke en opzwepende drums, waarbij McMahan eens z’n keelgat kon openzetten. De postrockhyme bij uitstek! De groep stelde nog drie instrumentals voor: “Glenn” en “Rhoda” van vóór ‘Spiderland’, tekenden voor een David Lynch avant la lettre.  Het nieuwe “Kings approach” (nieuw nummer) besloot op een overtuigende manier de reünie: een illustratie van een uitgekiend samenspel gitaar, bas en percussie.

Slint performs ‘Spiderland’ was, zonder dat we er toen bij stilstonden, z’n tijd ver vooruit; hun klasse en creativiteit werd pas een kleine tien jaar later beloond met bands als Mogwai, Tortoise, Trans Am en June Of 44, die definitief het postrocktijdperk inluidden.

Het avontuurlijke  Die! Die! Die! uit Nieuw-Zeeland opende fel en bedreven de avond: rauw snedige noisepop onder een opzwepende percussie en een aan Cedric Bixler referende scherpe zang.

Wovenhand

Donker en innemend…In de ban van David Eugene Edwards

Geschreven door

Het Nederlandse Alamo Race Track had de eer en het genoegen het voorprogamma te mogen spelen van wat later een heugelijke avond zou worden. Het stond in de sterren geschreven dat Wovenhand zijn trouwe schare fans niet in de steek zou laten. En zo geschiedde. Alle goeie pogingen van The Race Track ten spijt moet gezegd dat hun moedige pogingen het onderspit moesten delven voor wat later zou uitgroeien tot een werkelijk schitterend concert. The Track deed soms denken aan A Brand, mooie gitaarmelodieën, tweestemmige zanglijnen, falsetto gitarist, swampy nummers. Kortom, voor Nederlanders: puik werk, al is nog niet gezegd of hun startende tournee in Australië veel zoden aan de dijk zal brengen.

Wovenhand
heeft op zijn dooie gemak de Gentse HA ingepakt. Niet dat dit zo’n makkie is, maar door uit te pakken met een snoeiharde en strakke, anderhalf uur stomende set, werd je meegezogen in een onheil adembenemende vertoning. Als er al duivels in de HA aanwezig waren, dan zijn zij nu voorgoed uitgedreven. In half Gent bovendien ook! David Eugene Edwards is als het ware een religieus fenomeen; zoveel moet gezegd worden. Als sinds zijn vorige doortochten met 16 Horsepower en later met zijn huidige band, heeft hij een trouwe schare fans opgebouwd, die hem op handen dragen. Met een stem als een klaxon, nu eens vervormd, dan eens clean, maar steeds loepzuiver, sneed hij zijn set aan, bijgestaan door zijn muzikanten; een snoeiharde bas en dito leadgitaar, waarvan deze laatste ten gepaste tijde de pianopartijen en andere toebehoren die op cd te horen zijn, geruisloos verving door subtiel gitaarspel. Eugene nota bene, een Gretsch Tennessee Rose in handen hebbende, moest hier niet voor onderdoen, al laat hij het graag wat breed hangen met veel feedback en slidegitaar. Zo creëert hij zijn eigen uniek, bijna religieus geluid. Songs werden steevast ingezet met een tune-momentje (was ook nodig, er werd nogal aan die snaren getrokken!), vergezeld van een kleine redevoering, als was het de zondagsmis met bijhorende preek – maar dan een stuk boeiender!
Een snoeiharde intro “Roma” zette de toon voor wat komen zou. Nummers volgden elkaar op, in een zekere hiërarchie, als was het de logica zelve. “Whiter Shaker”, “Truly Golden” en het prachtige “Whistling girl” uit ‘Mosaic’; “Tin Finger” uit het alom bejubelde ‘Consider the Birds’, en het op verschillende opnames terugkerende “Your Russia”. Afsluiter en dubbele bis “Dirty Blug” uit ‘Puur’ maakte er een strak einde aan.

Het nakende Pinksterweekend bood met Wovenhand een concert met een strikje errond!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Shellac

Adembenemende belevenis van de drie-éénheid Shellac

Geschreven door

Shellac, de band van de bekende producer Steve Albini, al zo’n 15 jaar bezig, en nota bene nog maar vier cd’s uitgebracht, is muzikaal een goed bewaard alternatief geheim. Ze zijn gegroeid uit de hardcore/noiserockscene van Big Black (Albini’s eerste groep), No Means No, Black Flag (Henry Rollins), Fugazi, Sonic Youth, Butthole Surfers, Helmet en latere bands The Jesus Lizard en  Barkmarket.

Shellac zette alvast deze muzikale stijl verder: een neurotisch aanstekelijk metaal klinkende gitaar (een ‘prikkeldraadgitaarklank’), een grommende, dreunende, repeterende, diepe bas en gortdroge powerdrums. Shellac, al van in het begin onder de vaste bezetting Albini (zang/gitaar), Bob Weston (bas/zang) en Todd Trainer (drums), weren publiciteit en promo af. Ze besloten een korte Europese tournee in te lassen waarbij ze tweemaal halt hielden te Nederland, De Vooruit te Gent (www.vooruit.be) en Le Grand Mix te Tourcoing, nav de te verschijnen vierde cd ‘Excellent Italian Greyhound’. Fijn om zo’n unieke band in een straal van 250 km vier keren aan het werk te kunnen zien!

Het drietal, dicht bij elkaar opgesteld, beschikt over aluminium (oubollig) lijkende versterkers en een eenvoudig aan Dead Moon denkend drumstel. Het draait ‘em om ‘geluid’ bij Shellac; ze stralen power en oerkracht uit. Intrigerend! Ze boeiden een kleine twee uur lang, waarbij ze putten uit hun oeuvre van vier minutensongs, een paar instrumentale tussendoortjes en soms lang uitgesponnen nummers, gebaseerd op die repetitieve bastune, Albini’s unieke gitaarspel (stevig en snedig, snaren doen afzien en er zelfs z’n tanden inzetten!),  z’n blik op oneindig en z’n rauwe onvaste zegzang, opgezweept door de harde, strakke drumslagen. Verbazingwekkend toch wat het trio aan het uitvoeren was. Albini’s hoofd- of vingerknikje naar de anderen deed een song van tempo  veranderen of zorgde voor een onverwachtse wending. Da’s Shellac live dus. Een greep uit het songmateriaal: “Pull the cup”, “The Black Ass” en “Minute” van ‘At Action Parc’, een prachtig uitgewerkt  “Didn’t we deserve a look at you…” en “Canada” uit ‘Terraform’,  de oudjes “Rambler song”, “Billiard player song” en de dubieuze “Doris” en “Wingwalker”, combineerden ze met een pak ‘1000 Hurt’ songs: “Prayer to God”, “Squirrel Song”, “Mama Gina” en “Shoe Song”. Nieuw waren alvast “Steady as he goes” en “The end of radio”. Afsluiter “Watch song” (opnieuw van ‘1000 Hurts’) mondde uit  op een cymbalenveldslag!
De teksten van Albini zijn soms à l’improviste, en kunnen sarcastisch en bizar zijn zoals de monoloog over kleine meisjes en bejaarde vrouwen (“Mama Gina”) en vogels en vliegtuigen. En dan is er Weston, grappenmaker van het drietal, die een tweetal maal een vragenronde hield: “Are there any intelligent questions that you wanna know ‘bout us?“. Intelligent questions met een vleugje zottigheid!

We hadden te maken met een donker, dreigende noisetrip van drie weirdo’s, die sterk op elkaar waren ingespeeld; de eigenwijze drie-éénheid Shellac was een adembenemende belevenis.

Organisatie: Le Grand Mix, Tourcoing


Rush

Snakes & Arrows

Geschreven door

Rush is in thuisland Canada en in de USA al sinds de jaren zeventig een grote naam, in Europa is de band al even lang totaal onhip. In onze contreien staat het niet echt om te dwepen met een band als Rush als je enige geloofwaardigheid aan je muzikale smaak wil geven. Bullshit, zo ook volgens Muse frontman Matthew Bellamy die dezer dagen overal gaat verkondigen dat Rush echt wel rockt. Waarom zouden wij dit dan ook niet mogen ? Bellamy heeft immers gelijk en voortgaande op de sound van Muse kunnen we niet anders dan vaststellen dat hij nog geen klein beetje heeft afgekeken van dit Canadese trio.
U zal Rush misschien kennen van ‘Moving pictures’, hun pièce de résistance uit de jaren tachtig die in tegenstelling tot hun andere platen ook in Europa wat potten heeft gebroken. De band krijgt al jaren het lelijke etiket ‘symfo-rock’ opgekleefd, een genre met een klef imago die aanbeden wordt in de States en in Canada maar in Europa enkel bij de Duitsers een beetje voet aan de grond krijgt (Duitse fans, het is niets om fier op te zijn, maar het is nu eenmaal zo).
Bij deze ‘Snakes & arrows” melden we u graag dat de symfo wat plaats heeft moeten ruimen voor de rock, dat de nummers niet meer struikelen over hun eigen ingewikkelde structuren en dat hier we geen ellenlange en uitgesponnen songs terugvinden (het langste nummer duurt amper een goeie 6 minuten, Rush heeft zelf nooit geweten dat ze dit ooit voor mekaar zouden krijgen).  Je moet nu ook gaan niet denken dat Rush regelrechte garage-rockers zijn geworden. De songs zijn steviger, compacter en directer dan wat we van hen gewoon zijn. Uiteraard staan deze drie gasten hier nog steeds virtuoos te spelen, het zijn daarvoor ook klassemuzikanten, maar het beoefenen van die virtuositeit klinkt nergens langdradig en staat de songs nooit in de weg.  Kortom, we bemerken nergens het “kijk eens mama, zonder handen” -syndroom die dergelijke bands wel eens parten kan spelen. Onze favorieten zijn de openingssong “Far city” en de geweldige instrumental “The main monkey business”, maar eigenlijk halen alle songs een hoog niveau en kunnen we hier spreken van de beste Rush plaat sinds jaren.

Cradle Of Filth

Godspeed on the devil’s thunder

Geschreven door

Veel jonge metalheads beginnen met bands als Iron Maiden en Metallica. Na deze fase hebben ze plots zin in iets extremers. En dan komen groepen als Cradle Of Filth en Dimmu Borgir aan de beurt. Op zo’n leeftijd lijken die bands het van het, tot men plots ontdekt dat er nog extremer en beter bestaat. Ik zat ook bij die groep mensen. Maar na het zwaar teleurstellende ‘Thornography’ had ik het wel gehad met Cradle Of Filth. Ik achtte het erg onwaarschijnlijk dat ze nog eens een echt goede plaat zouden uitbrengen…
Wel, ik had het mis! Dani Filth en co zijn er in geslaagd mij positief te verrassen met hun nieuwe plaat, ‘Godspeed On The Devil’s Thunder’. Dit is gewoon de beste plaat die ze uitgebracht hebben sinds ‘Cruelty And The Beast’, en ook de plaat die het dichtst bij de stijl en de sfeer van vroeger aanleunt. Net als ‘Cruelty And The Beast’ is het een conceptalbum geworden. Deze keer staat alles in het teken van Gilles de Rais, die na de dood van zijn geliefde Jeanne d’Arc geestelijk doorgeslagen is en zijn dagen begon te vullen met het misbruiken en afslachten van kinderen. Stof genoeg om een typische Cradle Of Filth sfeer op te wekken dus!
Na een mooie symfonische intro barst de hel los met “Shat Out Of Hell”, waar de gaspedaal stevig ingedrukt wordt gehouden. Maar naast snelheid is er ook weer plaats voor wat dramatiek op dit album. Neem nu het nummer “The Death Of Love”, wat gewoon een prachtig nummer is waar de twin lead centraal staat en de zang soms kippenvel bij me weet op te wekken.
Cradle Of Filth schotelt ons een gevarieerde plaat voor met zowel catchy nummers als “The 13th Caesar en Honey And Sulphur” als wat langere groeinummers als “Midnight Shadows Crawl To Darken Counsel With Life” en het meeslepende “Darkness Incarnate”. Ook het titelnummer van de plaat is er één die lekker blijft hangen.
Kortom, door deze plaat is mijn muzikale liefde voor Cradle Of Filth weer open gebloeid en worden fouten als ‘Thornography’ vergeven. Hopelijk blijven ze het huidige pad bewandelen.

Pagina 966 van 966