logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Stereolab

The Pilgrims (Netherlands)

6IX

Geschreven door

Een brok rock/pop geschiedenis … In de jaren '90 was The Pilgrims een succesvolle Nederlandse formatie die door opzwepende rock muziek de harten sneller deed slaan. Na vier albums en talloze singles, waaronder een top-20 hit als “White Man”; optredens op o.a. Paaspop en Parkpop werd gitarist Persijn getroffen door een herseninfarct. Het werd toen ook stil rond de band.
Na circa twintig jaar vonden The Pilgrims terug nieuwe energie om de gitaren uit de kelder te halen en stevig te gaan jammen. Voor de fun deden ze in 2017 een succesvolle tournee alsof ze nooit waren weggeweest. Uiteindelijk resulteerde dit in het album '6IX' dat in maart op de markt kwam.
We citeren: ‘6IX’ is opgenomen in de RAW Studio in Zaandijk en bevat 14 nieuwe songs, met twee Otis Redding-covers als bonus-tracks. Het nieuwe album, gemixed door Emile den Tex en gemastered door Peter Brussee, laat een sfeervolle en energieke mix horen van bluegrass, folk, soul en rock, overgoten met de kenmerkende strot van Reniet. De nummers zijn authentiek, puur en gaan over thema’s als internet-seks, dementie, haantjesgedrag en dankbaarheid. De titel verwijst uiteraard naar het zesde album en geeft een knipoog naar de sexy kant van het werk van The Pilgrims'. The Pilgrims zijn terug van nooit weggeweest. Zo blijkt uit die aanstekelijke tracks.
Die aanstekelijkheid en groovy lijnen waarop je onmogelijk kan stilzitten komen al boven drijven bij “Happy”. In die zelfde lijn blijft de band verder werken. Rock en soul verbinden zodat je uit de bol kan gaan op de dansvloer, alsof het weer de jaren '90 is, maar met beide voeten stevig in het heden. En toch varieert The Pilgrims opvallend op deze plaat. Er zitten enkele pakkende songs in, waar de soulvolle vocale aankleding je niets meer of minder dan een kippenvelmoment bezorgt. Want ondanks de energieke riffs en drumpartijen, is het net die bijzonder veelzijdige stem van Renit, die na al die jaren nog steeds zeer goed bij stem blijkt te zijn, dat ons het meest over de streep trekt. Luister maar naar het intieme en wondermooie pareltje “Coffin For My Daughter” dat ons tot tranen brengt. Soul met een grote S. Zoals alleen de groten op aarde dat plegen te doen, waartoe The Pelgrims zeker behoren. Een andere emotionele rollercoaster, waar de vocale inbreng de haren op je armen doen recht komen , is 'Wild'. The Pilgrims slagen er bovendien in niet te verzanden in een kleffe aankleding, tijdens die emotioneel beladen songs, maar eerder je een ferme krop in de keel te bezorgen.
De twee Otis Redding-songs voegen wellicht niets meer of minder toe aan het origineel, maar klinken even energiek als Otis Redding , en meer hebben we niet nodig om over de streep te worden getrokken. Dat wilden we ook nog even meegeven, om af te sluiten. Plots krijgen we weer die aanstekelijke en groovy kant  te horen bij “Sugar” en “Motorway”. De aanhoorder wordt dus over de hele lijn van het ene naar het andere hoogtepunt gedreven, tot en met de parel van een afsluiter “(Sittin' On) The Dock Of The Bay”.
The Pilgrims hebben na al die jaren geen routineklus afgewerkt, maar brengen een knappe soul/rockschijf uit alsof ze nu pas zijn begonnen. De ervaring in het vak is natuurlijk een voordeel dat ze knap uitspelen. Maar het is net die spontaniteit, dat spelplezier - zowel in de pakkende songs als deze boordevol aanstekelijke refreinen - dat ons het meest over de streep trekt. The Pilgrims zijn terug onder ons, alsof ze nooit zijn weggeweest.

Caroline Rose

Superstar

Geschreven door

We citeren ter introductie van Caroline Rose het volgende bericht: "Caroline Rose stond in het begin van haar muzikale loopbaan vooral bekend als een folky countryzangeres uit New York. Bij het befaamde label New West Records was ze dus precies aan het juiste adres. Op haar derde album ‘Loner’ (2018), haar eerste voor New West, sloeg ze echter een behoorlijk andere weg in met aanstekelijke popliedjes, die haar in deze contreien onder andere op het podium van Paradiso, Metropolis, Botanique en Best Kept Secret brachten. Met ‘Superstar’ gaat ze nog een gedurfd stapje verder; ‘It’s a bigger, badder, glitter-filled cinematic pop and soul record’. Met nog steeds een indie geest vol avontuur en creativiteit klinkt ze als een vrolijke en catchy kruising van Lana Del Rey en Prince; deze alternatieve pop prinses."
We legden ons oor te luisteren en waren onder de indruk van de kruisbestuiving tussen aanstekelijke popsongs met een soulvolle en warme vocale inbreng die de gevoelige snaar raakt.
Al vanaf “Nothing’s Impossible” valt al op dat deze artieste de dunne lijn tussen popmuziek en alternatieve muziek bewandelt zoals weinigen dat kunnen. De catchy songs geven je een goed gevoel vanbinnen. In harde en donkere tijden zorgt Caroline voor een zon in je hart zonder al te klef of oppervlakkig te gaan klinken. Je voelt gewoon dat ze het meent. En dat laatste trekt ons ook bij “Got To Go My Own Way”. Bovendien varieert Caroline Rose tussen dansbare en aanstekelijke songs en bijzonder intieme pareltjes waarmee ze je hart zeer diep raakt als op “Feelings Are A Thing Of The Past”. Daarbij gooit ze telkens haar bijzondere soulvolle stem in de strijd, een stem die doet denken aan popprinsessen en soulzangeressen uit het verleden. Die worden door deze aanpak allemaal verenigd tot een wonderbaarlijk geheel dankzij deze bijzonder veelzijdig artieste die Caroline Rose is. Luister maar naar bijzondere kleurrijke songs als “Pipe Dreams”, “Back At The Beginning” en “I Took A Ride” en je begrijpt prompt wat we bedoelen.
Als geen ander weet Caroline Rose op deze bijzonder aanstekelijke 'Superstar' popinvloeden perfect te verbinden met soul. Dit door vooral haar al even veelzijdige stem in de strijd te gooien. Een stem die een warme gloed doet neerdalen over je hart, maar je ook doet zweven over de dansvloer.
'Superstar' is een dansplaat die dan ook een gevoelige snaar raakt.

Mintzkov

Oh Paradise

Geschreven door

Mintzkov won in 2000 Humo's Rock Rally en is sindsdien niet meer uit de schijnwerpers verdwenen. De band behaalde enkele hits, onder andere met “Copper”, “United Something” en “Mimosa”. Doorheen de jaren bleef de band zijn stempel verder drukken op het Belgische rockgebeuren, zowel op als naast het podium met als laatste wapenfeit 'Sky Hits Ground' in 2013. Toen werd het stil. Tot nu, 2020. Mintzkov brengt namelijk een gloednieuwe schijf uit 'Oh Paradise' als trio.
Een song als “August Eyes” kleeft lekker aan de ribben. De hoge toegankelijkheidswaarde van songs als “When Ghosts R Out” en “Distance To Mars” - je zingt ze prompt mee - is een ander pluspunt. Al vinden we dat er al te vaak angstvallig binnen de lijntjes wordt gekleurd, het mocht gerust wat avontuurlijker. Toch blijf je geboeid zitten luisteren en genieten tot in de toppen van je tenen. Net door die bijzonder aanstekelijke wijze waarop Mintzkov je hart diep raakt. Een ding is zeker. Mintzkov is terug van nooit echt geweest en zorgt voor een positieve noot in het leven. Die lekker catchy baslijnen, gezapige gitaar- en drumlijnen en dat bijzonder zomerse tintje waarrond songs als “Unlike The Sun” en “Odyssey” als een oorwurm je doen zweven over de dansvloer, zorgen ervoor dat de kritische benadering prompt in de prullenmand terecht komt. Vernieuwend is het allemaal niet wat Mintzkov anno 2020  doet, maar ons daardoor een warm gevoel vanbinnen geven , doet de band wel. Dat wordt op de daarop volgende songs “Horizon” en afsluiter Oh Paradise” nog maar eens in de verf gezet.
Mintzkov brengt vooral wat meer kleur in het leven van zijn medemens en daar kan nooit iets verkeerd mee zijn, dit op een gezapige, eenvoudige , catchy wijze. Wie had gedacht dat Mintzkov na al die jaren een avontuurlijke plaat zou uitbrengen, komt van een kale reis thuis. Wie echter houdt van een rockband die op een aanstekelijke wijze binnen de lijntjes kleurt en daardoor je koude hart verwarmt, die zal zeker zijn gading vinden in deze knappe schijf. Mintzkov kan door deze aanpak een ruim publiek over de streep trekken en zijn plaats in dat typische rockgebeuren in ons land terug innemen. Maar vooral bevat 'Oh Paradise' één voor één enorm aanstekelijke songs die naar onze mening pas op het podium echt tot hun recht komen. Net door dat zomerse tintje, waardoor je lekker zit mee te deinen tot in de vroege uurtjes. En dat trekt ons uiteindelijk nog het meest over de streep.

Baxter Dury

The Night Chancers

Geschreven door

Baxter Dury speelt op zijn nieuwe album in elke song een andere rol. Op “I’m Not Your Dog”, veruit de beste song op ‘The Night Chancers’, spiegelt hij zich aan Serge Gainsbourg. Niet alleen door die Franstalige backing vocals (met geinig Brits accent), ook met dat schijnbaar ongeïnteresseerde parlando en die basic elektropop. Dury neemt de Fransman een tweede keer in het vizier op “Samurai” , door het op een heel basic drumbeat leunende nummer op te leuken met een aanhoudend gekreun en gehijg. Op de retro-eurofunk van “Slumlord” zet hij zich in het spoor van Shane McGowan en andere dronkemannen. “Saliva Hog” komt uit hetzelfde nest als “Atmospherics” van Tom Robinson. Op “Sleep People” en “Carla’s Got A Boyfriend” klinkt hij als een harteloze en onbeleefde versie van Leonard Cohen, die ook nog eens lak heeft aan rijmschema’s. Muzikaal blijft de slome funk op “Hello, I’m Sorry” mooi overeind, maar in de lyrics raakt Dury hier toch de bodem, of hij nu een typetje speelt of niet. Ook “Daylight” had beter nooit het daglicht gezien.  Met zijn parlando en omdat hij grofweg hetzelfde stemtimbre heeft, doet hij op dit album soms denken aan zijn vader, wijlen Ian Dury. Het verschil is dat Ian ook nog lyrics schreef die er echt toe deden.
Als album blijft ‘The Night Chancers’ enkel overeind door de band, de backings en de knappe arrangementen. Baxter Dury zelf doet als zijn typetje (the slumlord) keihard zijn best om elke track naar de verdoemenis te helpen. Op het afsluitende “Say Nothing” proberen de backings nog iets goed te maken met een lange herhaling van het zinnetje ‘Baxter loves you’, maar dan is het kalf al lang verdronken. Als Baxter ons inderdaad zo graag ziet, kan hij niet tevreden zijn met ‘The Night Chancers’.

Goudi

‘t Is Wat Het Is -single-

Geschreven door

De single ‘’’t Is Wat Het Is’ is een blij terugzien met iemand die eigenlijk nooit is weggeweest. Pierre Goudesone doet als artiestennaam niet echt een belletje rinkelen, maar dit is de man achter de illustere newwaveband Flesh & Fell. Goudesone wist zich altijd te omringen met ervaren muzikanten en producers en dat is ook het geval voor zijn nieuwe single onder de nom de plume Goudi, met Michel Dierickx achter de knoppen voor de mix en Laurent Stelleman (Flesh & Fell) op gitaar en Ron Reuman (Rick De Leeuw, Eva De Roovere, Lieven Tavernier, …) op drums. Ook werkten nog Axl Peleman (De Kreuners) en Joachim Saerens (Selah Sue) mee. Goudesone’s zang is tussen praten en rappen in, denk aan de Fun Lovin’ Criminals, maar dan in het Oostends dialect, waardoor het meteen wat aan Arno doet denken. Leuk, sfeervol en het swingt op een urban-light manier, maar het had misschien ook nog straffer gekund. Met een punch in het refrein zodat het echt in je geheugen gebeiteld staat. Maar zo is deze Arno-meets-Fun Lovin Criminals ook al prima te genieten.

Jack Poels

Blauwe Vear -single-

Geschreven door

Jack Poels is al 35 jaar de zanger van de Nederlandse band Rowwen Heze. Pas nu probeert hij het solo. De blauwe veer staat symbool voor de trigger die hem deed besluiten eens alleen de studio in te duiken. Op de dag dat zijn zoon naar Seoel vertrok, vond hij ook die blauwe veer en dat zette het hele proces in gang.
Poels kan op ‘Blauwe Vear’ makkelijk overtuigen. Tuurlijk is het anders.  Niet de punky-prettige americana-oorlogsmachine die Rowwen Heze soms kan zijn, maar dat verwachten we ook niet. De bezetting is minimaal, met enkel piano en gitaar, maar die volle stem van Poels en dat sappige Limburgs maken met de introspectieve lyrics, een beetje kwetsbaar zelfs, dat je in deze drie minuten een volledige maaltijd voorgeschoteld krijgt. Poels zingt ook anders, met meer variatie in de toon en met meer emotie dan we van hem gewoon zijn.  Als de rest van het album hetzelfde niveau haalt, wordt dit een album om echt naar uit te kijken.

Kelis

Kelis - Muzikaal carrière overzicht!

Geschreven door

Rond de eeuwwisseling kwam ‘Kaleidoscope’ uit. De eerste plaat van de toen nog naïeve tiener Kelis. Het werd een productie onder het toeziend oog van Pharrell Williams en Chad Hugo, samen ook The Neptunes. Niet beseffend dat die samenwerking later zou mislopen en haar deels zou maken tot wie ze nu is.
Terwijl het in de VS niet vlotte , kreeg ze in Europa wel voet aan de grond. “Got Your Money” en “Good Stuff” horen bij de grootste successen van haar debuutplaat en die zorgden voor de eerste partygevoelens in de dichtbevolkte AB.
“Get Along With You” werd nooit een succes maar is toch een mooie ballade met een pluim voor de backing vocals. Kelis is natuurlijk niet blijven stilzitten na haar debuutalbum. Eigenlijk wil ze er zelf niet te vaak aan herinnerd worden. Het is verleden tijd, het is goed geweest en gelukkig was haar eerste album een succes. Anders was er na twintig jaar misschien al lang geen sprake meer van die Amerikaanse dame met Afrikaanse en Chineese roots. Wat een prachtige combinatie trouwens. Het is dat wat haar waarschijnlijk zo apart maakt ook.

Twintig jaar carrière, zo zou je het kunnen omschrijven als reden van haar passage in Brussel. Want natuurlijk kwamen veel songs van haar eerste plaat aan bod maar als het enkel dat zou zijn zouden we op onze honger blijven zitten. “Millionaire” maakte iedereen in de zaal plots steenrijk, “Lil Star” is haar op het lijf geschreven, want een (kleine) ster is ze toch wel.  “Caught Out There” met de legendarische woorden “I hate you so much right now” deden de decibelmeters diep in het rood gaan. Meteen het startschot van het beste uit haar loopbaan met “Milkshake”, “Trick me” en “Bounce”.
“Bounce”, dat een groot succes werd in samenwerking met Calvin Harris. Haar carrière staat bol van de samenwerkingen. Van Wu Tang Clan tot Andre 3000 van Outkast, David Guetta en zo kunnen we nog even doorgaan. Ze maakt er maar al te graag gebruik van tijdens haar live shows om de dansvloer op te zwepen. “Acapella” waren de laatste ademstoten door de schorre stem van Kelis. Een stem en vooral de looks die gelijkenissen vertonen met … Tina Turner. Overal waar Kelis aantreedt, is er een soort van partygevoel. De bezoekers, die meestal uit nostalgische overweging naar haar concert gaan , krijgen een ‘goedgevoel’ show waarbij je altijd denkt van: oooh, is dat nummer ook van haar?!

Het is en blijft een kleurrijk figuur maar door wat ze in twintig jaar meemaakte (in de muziekindustrie) blijft ze ook heel nuchter bij alles. En dat is nu eenmaal die andere kant die Kelis ook heeft. We zien haar graag terug, dan misschien met iets nieuws. Want dat is tenslotte ook al bijna tien jaar geleden …


Neem gerust een kijkje naar de pics van de set op Pukkelpop 2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/pukkelpop-2019/kelis-18-8-2019.html

Organisatie: Live Nation

King Dude

King Dude - Zwarte rozen en (iets teveel) whisky

Geschreven door

King Dude - Zwarte rozen en (iets teveel) whisky

Met Ignatz en King Dude hadden ze in een uitverkochte De Zwerver een mooie double bill bij elkaar gesprokkeld hoewel het volk overduidelijk voor die laatste gekomen was.

In 2007 maakte ik kennis met Ignatz in de 4AD, waar hij op een geniale wijze de blues mismeesterde en een diepe indruk op me achterliet. Toch verloor ik Bram Devens, die zijn nom de plume vond in een oude Amerikaanse stripreeks ‘Krazy Kat’ waarin de muis Ignatz heet, uit het oog. Blijkt dat de man al die jaren platen en tapes is blijven maken en met De Stervende Honden zelfs een groep in het leven riep. Die was er in Leffinge evenwel niet bij maar ook in zijn eentje wist hij me opnieuw te begeesteren.
De blues heeft plaats moeten ruimen voor fragiele folk die herinneringen opriep aan John Fahey en de ons veel te vroeg ontvallen Jack Rose. Zweverige folk waarin de stem een wat zwakke schakel bleek maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door een immer fascinerende gitaar. Technisch haalde hij wellicht niet het niveau van die twee eerder vermelde gitaristen maar daarom was het absoluut niet minder boeiend.
Ignatz bleef er heel bescheiden bij, wat communicatie had beslist geen kwaad gekund, toch moest hij wat mij betreft niet onderdoen voor wat nog komen moest.

King Dude had zijn microfoonstandaards opgefleurd met zwarte rozen en andere rode bloemetjes net als het krukje waarop een fles whisky (die later een steeds prominentere rol ging spelen) stond. Net als Ignatz had ook Thomas Jefferson Cowgill zijn groep thuis gelaten en was hij enkel vergezeld door een percussionist die hij minzaam met Stereo aansprak. Even dreigde het nog verkeerd te lopen toen onze man uit Seattle tijdens het beklimmen van het podium zijn hoofd stootte aan een laaghangende box. Gelukkig bleef de schade beperkt.
King Dude begon zijn set met een reeks nieuwe songs. Niet dat het veel verschil voor me maakte want ik ben niet vertrouwd met zijn werk. Ook vooraf niet beluisterd want waar kan je een artiest immers beter leren kennen dan op een podium?
Mede door de elektronische percussie had ik toch wat moeite met de eerste twee nummers. Dit leek wel een lo fi versie van de Swans. Maar dan volgde er “45 at 666”, een nummer dat geënt leek op het werk van Lee Hazlewood, inclusief de lage stem. Een experiment dat gedoemd leek te mislukken maar King Dude boetseerde er op miraculeuze wijze een waar kunststukje uit, wat uiteindelijk misschien wel de mooiste song van de avond werd. Vanaf hier kon ik me ook steeds beter vinden in deze duistere neofolk met een gothic randje. Bovendien ontpopte King Dude zich als een rasechte entertainer en begon hij alsmaar meer met het publiek te babbelen. Zo werd hij geconfronteerd met een Scorpions fan of liet hij ons allen samen hoesten om ons zo met zijn vriend Stereo op een smartphone filmpje vast te leggen met de bedoeling het naar Stereo’s moeder, die doodsbang is dat haar zoon het coronavirus zou oplopen, te sturen. Het was zeker niet de enige keer dat zijn humor macabere trekjes vertoonde. Een erfenis uit zijn blackmetal verleden?
Tussendoor werd er ook nog muziek gespeeld met zowaar enkele meezingers, “Jesus in the courtyard” en “Lucifer’s the light in the world” plus een cover, “The devil’s plaything”, van de mij onbekende New Yorkse band Backworld. Intussen begon de whisky, waarmee hij zijn keelgat regelmatig spoelde, zijn tol te eisen.
Toen hij ons liet kiezen wat hij zou spelen riep iemand “I wanna die at 69” en hoewel hij dat nummer nauwelijks nog leek te kennen bleef hij verwoede pogingen doen om er toch nog wat van te maken.
Toen hij de gitaar ruilde voor de piano was het hek helemaal van de dam. Zijn excuses voor zijn bescheiden pianospel hoefden niet eens maar het hopeloze gestuntel en het oeverloos gezwans tussen de nummers begon nu echt wel storend te werken. Jammer van dat ontluisterende slot, anders had hier wellicht een euforische slotzin gestaan.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

The Mission

The Mission - Een magisch trip doorheen de tijd, alsof het terug 1985 was

Geschreven door

The Mission - Een magisch trip doorheen de tijd, alsof het terug 1985 was

Naast o.a. Jesus and Mary Chain, Siouxie and the Banshees, Nick Cave and the bad seeds, Echo and the Bunnymen en vele andere is The Mission een band die zijn stempel heeft gedrukt op de jaren '80 tot prille jaren '90. De band werd in 1985 opgericht door zanger Wayne Husse en bassist Graig Adams. Beide hadden hun strepen ruimschoots verdiend bij die andere jaren '80 icoon The Sisters of Mercy. Met “Tower of Strenght”, “Wasteland” en “Butterfly On a Wheel” scoorde The Mission verschillende cult-hits. Ze drukten dan ook hun stempel op de new wave , de gothic rock en aanverwante stijlen, die in die periode enorm populair was.
De band heeft woelige jaren doorgemaakt, met enorm veel personeelwissels. Maar bewees met het laatste album 'Another Fall from Grace' , uitgebracht in 2016, nog steeds relevant te zijn. The Mission is nu op tournee voor een 'The United European Party tour'. En houdt halt in maar liefst twintig landen. In De Casino traden ze twee keer aan. Bij de ene show spelen ze enkel songs uit de oneven albums, de andere avond waren de even albums aan de buurt. Een bijzonder concept dat ook wij niet wilden missen.

Wij waren erbij op de tweede avond, op zaterdag 7 maart …
Salvation (***1/2) uit Leeds bevaart sinds 1983 diezelfde wateren als The Mission. Meer nog de band is altijd nauw verbonden geweest met The Mission. Zo speelden ze in het verleden al in diens voorprogramma en was Wayne Husse producer van het album 'Jessica's Crime'. In 2018 werd het album 'Diamonds are Forever' oorspronkelijk op de markt gebracht in 1987, heruitgebracht in een geremasterde versie. Salvation drukte doorheen de jaren dus eveneens voldoende zijn stempel op de underground beweging van de gothic-rock scene, en dat merkte je ook aan de opkomst voor het voorprogramma. De band ontgoochelde dan ook niet, al hoor en zie je links en rechts dat de middelmaat zelden wordt overschreden. Ook overviel ons meermaals dat 'dertien-in-een-dozijn' gevoel. Salvation brengt namelijk niets nieuws of wereldschokkends naar voor, maar het lont aan het vuur steken om de boel te doen ontploffen, dit door de energieke set, knetterde als een haardvuur op een koude winterdag. Daarin slaagt Salvation met brio.

Wayne Husse en de zijnen vallen met de deur in huis door direct een klepper van formaat voor te schotelen. “Wasteland”. Zij die nog niet wakker waren , schoten prompt uit hun winterslaap, niet dat de voorganger ons in slaap wiegde. Vanaf de eerste song trok The Mission (*****) alle registers open en zou daar gewoon tot het einde van de avond mee doorgaan. Song na song zorgde dat niet alleen voor een herkenningsapplaus, maar vooral voor een daverend new wave /gothic rock feestje dat ons doet terugkeren in de tijd. Echter met beide voeten stevig in het heden. De teugels werden verder gevierd, mensen gingen op de rug van hun kompaan gaan staan om een dansje uit te voeren. Of er ontstond een potje pogoën tot ver naar achter. Echter zorgt The Mission ook vaak voor een intense, donkere en zweverige sfeer die je eerder een ware krop in de keel bezorgt. Net dat enorm variëren tussen meerdere uitersten , zorgt ervoor dat we ons geen seconde hebben verveeld. Songs als “Like A child again”, “Butterly on a wheel” en “The tears shall drown the wind” mogen dan nog bekend klinken in de oren, vaak werden teksten eveneens door het uitzinnige publiek meegebruld, tot jolijt van Wayne die een tandje bij stak om zijn publiek te entertainen . Het feit dat The Mission niet doet aan routineklusjes, trekt ons echter nog het meest over de streep. Song na song blijft Wayne en zijn band ons met verstomming slaan, of eerder dansen tot het holst van de nacht.
Ook al trekt de frontman, die trouwens nog steeds bijzonder goed bij stem is, daarbij de meeste aandacht naar zich toe, we kunnen niet voorbij aan de virtuositeit en spontaniteit van de muzikanten binnen The Mission. Zo waren we danig onder de indruk van de drum solo’s van Mike Kelly, die niet alleen met de nodige vuurkracht maar eveneens met een hoge dosis spelplezier naar voor werd gebracht. Meermaals jut de Kelly het publiek nog meer op. Gerugsteund door een iets meer statisch, maar daarom niet minder energiek tot virtuoos, solerende bassist Graig Adams en gitarist Simon Hinkler , kunnen we dus stellen dat anno 2020 ook  puur instrumentaal alles snor zit bij The Mission. Ook bij songs als “Sea of Love”, tot afsluiter van de regulaire set “Deliverance” sluiten we ons bij deze stelling aan.
Bij de bisnummers trekt The Mission nog eenmaal alle registers open met een magisch mooie “Blood Brother”, “Believe' en “Marian” (Sisters of Mercy). Om af te sluiten met de ultieme kers op de taart “Tower of Strenght”.

Conclusie:  The Mission bood ons een avond boordevol knetterende hoogtepunten aan, met wellicht enkele momenten dat alles wat de gezapige kant dreigde op te gaan. Maar dat euvel werd telkens vrij snel opgelost, door weer een klepper boven te halen die op een speelse, zeer spontane en energieke wijze naar voor werd gebracht. Telkens opnieuw viel een overweldigend gevoel over ons heen, dat dan ook niet aanvoelde als een zoveelste nostalgie trip. Eerder leek het alsof het terug 1985 was.
Pas toen de lichten terug aangingen stelden we vast dat het echter 2020 is. Ook al galmden nog steeds new wave songs als “Love Like Blood” door de boxen tijdens de afterparty. Zo overweldigend voelde deze  magische trip doorheen de tijd aan, die The Mission ons aanbood.

Setlist: Wasteland - Bridges Burning  - Like a Child Again  - Met-Amor-Phosis
Butterfly on a Wheel - Can't See the Ocean for the Rain  - That Tears Shall Drown the Wind - Within the Deepest Darkness (Fearful) - Grotesque - Severina - Sea of Love - Deliverance
Encore: Blood Brother  - Belief  - Marian  (The Sisters of Mercy cover)
Encore 2: Tower of Strength

Indrukken Wim Guillemyn - Om de zoveel tijd komt Wayne Hussey en zijn gevolg in ons land om er hun bekende en minder bekende hits te spelen aan zijn trouw publiek. Altijd weet hij dit op te hangen rond een bepaald thema: ‘A Farewell tour’, ‘30 jarig bestaan’ etc… Nu was het twee avonden na elkaar waarin hij telkens uit verschillende albums putte. Het positieve aan die twee avonden waren ongetwijfeld de setlists waarin hij niet alleen aan de bekende hits maar ook aan minder voor de hand liggende songs aandacht besteedde.

Eerst kregen we als opwarmer Salvation dat gedurende vier gigs mee mocht als support. Niet de Amerikaanse psychedelische rockband uit de jaren 60 maar de gelijknamige band uit Leeds. Die bestaat nog niet sedert de jaren 60 maar wel sinds 1983. Hun eerste songs werden opgenomen samen met Andrew Eldritch en uitgebracht door Merciful Release. Ze speelden o.a. in het voorprogramma van The Alarm (toen die groot waren midden jaren 80) en Blur speelde ooit nog in hun voorprogramma. Ze werkten ook samen met Wayne Hussey op de EP ‘Jessica’s Crime’. In elk geval heden ten dage leeft de band nog en maken ze nog nieuw werk. Ze konden mij in elk geval overtuigen. Old school rock and roll met een punk attitude.

Natuurlijk was zo goed als iedereen gekomen voor de godfather van de goth rock: The Mission. In stijl kwamen ze het podium op en openden met “Wasteland” (één van hun prijsbeesten). Het was een verschroeiende start met daarna “Burning Bridges”, “Like A Child Again” en het nu al klassieke “Meta-Morphosis”. Het werd enkel, na “Wasteland”, kort ontsierd door een dispuut tussen Adam Craig en een fan waarna die laatste uiteindelijk vakkundig buiten werd gezet.
Simon Hinkler speelde de pannen van het dak en Hussey was goed bij stem. Maar mijn god, sedert zijn vorige passage ziet hij er nu echt oud uit. De man is intussen 61 jaar maar je zou denken dat hij reeds zeventig jaar oud is met zijn ingevallen wangen en lang grijs haar. Gelukkig was dat niet aan zijn prestaties op het podium te merken.
Na die verschroeiende start kwam een rustiger deel van het optreden maar daarom was het niet minder saai. De songs werden vakkundig en uitgebreid gebracht. Vooral met aandacht voor enkele minder bekende en meer introverte songs zoals “Can’t See The Ocean For The Rain”, “That Tears Shall Drown The Wind” (uit het onderschatte ‘Blue’ 1996) en “Grotesque” (uit ‘God is a Bullet’ 2007). Een mooi trio waarna we “Severina”, “Sea of Love” en “Deliverance” kregen als afsluiter. Er waren ook nazaten van de Eskimo’s (roemruchtige fanclub uit het verleden) aanwezig die de band de ganse tournee aan het volgen zijn. Vooral bestaande uit Britten maar bijvoorbeeld ook een Fin en een Nederlander. Zij zorgden voor de gebruikelijke tekens van aanbidding. Elk zijn manier van genieten. De bisnummers waren “Blood Brothers”, “Belief” en “Marian” van The Sisters of Mercy. Een song waarvan Hussey indertijd de muziek schreef. Ook een song die hij de laatste jaren terug regelmatig eens in de setlist steekt. Het moet gezegd worden dat de versie deze avond veel beter klonk dan wat Eldritch de laatste 20 jaar er live van gemaakt heeft. Als tweede bis kregen we dé hit van The Mission: “Tower of Strength”.
Toen de lichten terug aangingen en iedereen bekomen was van het optreden werd er nog duchtig gedanst op de muziek van de jaren 80.

FR review http://www.musiczine.net/fr/concerts/item/77748-mission-accompli-e.html
(dag 1 - 6 maart 2020)


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-casino/the-mission-06-03-2020.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-casino/salvation-06-03-2020.html

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Tones and I

Tones and I - Meer dan een one hit wonder

Geschreven door

Twee jaar geleden speelde ze nog als straatmuzikant in Byron Bay, maar nu is Tones and I een van de populairste nieuwkomers van het afgelopen jaar. De twintigjarige Australische zangeres scoorde het afgelopen jaar een monsterhit met “Dance Monkey”. Het nummer stond een ongelooflijke zeventien weken bovenaan de Ultratop, een record! Het onverwachte wereldwijde succes zorgt voor een overvolle agenda voor de jonge zangeres, maar haar Europese tour stond al langer gepland. Het was dan ook geen toeval dat haar eerste concert op Belgische bodem in het Leuvense Depot maanden voordien uitverkocht was. De hype rond het optreden was groot en Tones and I leek wat vermoeid, maar ze wist alsnog een nette popshow neer te zetten.

De zaal stond al mooi gevuld voor voorprogramma Billy Davis. De Australiër is voor het eerst in Europa en het lijkt hem aan deze kant van de wereld duidelijk te bevallen. Op zijn sociale media kondigde de sympathieke muzikant aan alles te geven op het podium en hij hield woord. De nummers waren verrassend groovy en van een aanzienlijke kwaliteit. In het verleden werkte de Australiër al samen met grootheden GoldLink en Brockhampton. Billy David concentreerde zich vooral op zijn toetsen en liet het zingen over aan Flyboy Jack en Rahel Philips, die elkaar met hun stemmen perfect konden aanvullen. Het was alvast een aangename kennismaking met Billy Davis en zijn band!

Het leven van Toni Watson bestond de afgelopen maanden vooral uit reizen en promo voeren, waardoor er weinig rust overblijft. Net die rust heeft de Australische nodig om aan nieuwe nummers te kunnen werken, want dat ze bakken talent heeft ondermijnde ze gisteren in Het Depot. Met het nog onuitgebrachte “Can’t Be Happy All the Time” opende ze haar optreden op een eerder atypische manier. Ze bracht het nummer sober en hield het bij de essentie. Haar herkenbare stem raakte de juiste snaar van het publiek, want het beloonde het fraaie begin met luid applaus. Dat publiek bestond gisteren uit heel wat kleinere kinderen, die samen met de mama of papa vooral zaten te wachten op de grote hit. Zij die echter al wat meer vertrouwd waren met de muziek van Tones and I, herkenden in “Never Seen the Rain” al gauw een eerste meezinger van de avond. Spijtig dat het nummer iets te voorspelbaar is en live aan catchiness ontbreekt. Die catchiness vonden we daarentegen wel terug in het herwerkte “Colourblind”. Haar loopkunsten kon ze hier alvast bovenhalen en dat kreeg Het Depot iets losser.
Het repertorium van Tones and I beperkt zich voorlopig tot een redelijk korte EP. Dat betekende gisteren naast een paar nieuwe nummers ook dat Tones and I moest teruggrijpen naar covers. “Drop the Game” van Flume en Nick Murphy (toen nog Chet Faker) was het nummer waarmee ze leerde ‘loopen’, maar kende live enkele kleine timingproblemen. De andere cover, “Forever Young” van Alphaville, was dan weer wel een schot in de roos. Iedereen zong mee en verloor zichzelf in het moment, terwijl Tones and I het nummer van een fijne dynamiek verzorgde. De verhalen die ze tussen de nummers door als bindteksten gebruikte waren vaak grappig en gaven haar nummers mee context. “Johnny Run Away” droeg ze op aan haar gelijknamige beste vriend, die ze na het nummer zelfs op het podium riep. Daarmee scoorde Toni Watson heel wat sympathiepunten!
Tones and I beschikt over een stem die je uit de duizend herkent, maar die leek naar het einde toe wel een beetje uitgeput te geraken. Het vele reizen en spelen lijkt ervoor gezorgd te hebben dat haar stem niet voldoende rust heeft gekregen. Daardoor kwam ze iets minder krachtig voor de dag, en bereikte ze haar normale volume niet. De tonen kon Tones and I desondanks met gemak treffen.
We kregen gisteren trouwens ook een voorsmaakje van haar volgende release en misschien wel toekomstige hit. Ondanks een ingekorte versie kon “You’re So Fucking Cool” overtuigen en sloeg de vonk over naar het publiek. Het beste nieuwe nummer van de avond schreef ze echter een paar weken geleden en heeft zelfs nog geen officiële naam. De stripped versie was weergaloos en kreeg de haren op onze armen recht. Een one hit wonder is ze klaarblijkelijk niet.
De zaal was ruimschoots op voorhand uitverkocht en dat had volstrekt te maken met het megasucces genaamd “Dance Monkey”. In dertig landen stond het nummer helemaal bovenaan de hitlijsten, maar nergens langer dan in België. De dankbaarheid hiervoor van Toni Watson hoorde je overduidelijk in haar bindtekst. Je voelde ook dat iedereen op dat ene moment aan het wachten was en net dat creëerde een prettig momentum. Er werd meegezongen, gedanst door jong en oud en natuurlijk gefilmd voor iedereen die er niet bij kon zijn. Voor velen een onbetwist hoogtepunt van de avond, en wie zijn wij om dat tegen te spreken? Ten slotte werd “The Kids Are Coming” ten beste gegeven en ook hier deed iedereen goed mee. Vocaal zat Tones and I er bijna helemaal doorheen, maar een laatste inspanning zorgde toch nog voor een mooie afsluiter!

Na minder dan een uur zat het gebeuren er alweer op. Dat Tones and I een drukke agenda heeft was duidelijk in haar show, waarin ze op veilig speelde, en haar stem, die vermoeid klonk. De plotse roem en eer gaf haar weinig de tijd om aan haar liveshow te werken, maar het zat grotendeels al redelijk goed in elkaar. Laten we hopen dat Tones and I binnenkort in alle rust even kan bekomen van al het succes en daarna werk kan maken van een debuutalbum. Het potentieel en het vermogen om het tot de grotere zalen te schoppen heeft ze in ieder geval!

Op zaterdag 4 juli speelt Tones and I in de Klub C van Rock Werchter.

Setlist: Can’t Be Happy All the Time - Never Seen the Rain - Colourblind - Jimmy - Drop the Game (Flume & Chet Faker cover) - You’re So Fucking Cool - Johnny Run Away - (Onbekend nieuw nummer) - Forever Young (Alphaville cover) - Dance Monkey - The Kids Are Coming

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Depot, Leuven

Pagina 279 van 966