logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Suede 12-03-26

Daughters

Daughters - What the f***!

Geschreven door

Iets later dan gepland arriveer ik in de l’Aéronef en al meteen begint Jeromes Dream*** met spelen. Ik ken deze 3-koppige screamo-band uit Connecticut (V.S.) al langere tijd en ben fan van hun werk. Niet onbelangrijk is om te vermelden dat we van een klein geluk mogen spreken om deze band live aan het werk te kunnen zien. Ze hebben al een vrij turbulent verleden achter zich.
Jeromes Dream startte oorspronkelijk in 1997 en was toen één van de weinige screamo-bands in de lokale scene. Meerdere bands zijn daarom ook beïnvloed geweest door Jeromes Dream’s sound. Ze brachten verschillende split-ep’s uit met o.a. “Orchid, The Book of Dead Names” en “Amalgamation”. Na de release van hun tweede langspeler ‘Presents’ hield de band het voor bekeken. Gelukkig kwam de band opnieuw tezamen in 2018 en brachten ze na een fundraise-campagne hun laatste full ‘Untitled’ uit. Die laatste plaat werd door niemand minder dan Jack Shirley (Atomic Garden Studios) gemixt en werd middelmatig onthaald.
Hun optreden was vrij goed, maar ik vond dat de vocals niet krachtig genoeg over kwamen. Ik weet dat Nick Antonopoulos (zanger/gitarist) normaal gezien altijd in het publiek staat en zonder microfoon screamt. Want hij schijnt een hekel te hebben aan het podium. Net daarom was het voor mij een verrassing dat hij vanavond wel op het podium stond, met microfoon, geheel de show met zijn rug gekeerd naar het publiek. Misschien had hij al moeilijkheden met zijn stem? Wat maakt het uit… in ieder geval kwamen de nummers wel goed tot hun recht en leek de menigte te genieten. Algemeen gezien miste ik live die extra power, voelde ik de kwaadheid van in hun lyrics te weinig tot bij ons komen en werd het optreden op den duur ietwat monotoon. Ik had er toch meer van verwacht, maar vond hen een meer dan geschikt voorprogramma voor Daughters.

Daughters*****, de enige woorden waarmee ik hun optreden kan beschrijven zijn: What the F***! Daughters bracht van begin tot einde een keiharde, agressieve set. Alexis Marshall (zanger) gaf alles wat hij kon en gaf zich compleet over aan het gebeuren. Hij zong niet alleen steengoed, maar hij likte ook aan de microfoon, sleepte hem over de grond, smeet ermee in ’t rond, draaide de kabel rond zijn hals,… Het klinkt misschien allemaal nogal als makkelijk leedvermaak.
Maar dit deed hij duidelijk als het gevolg van de muziek. De band was in topvorm en leken zo vlotjes op elkaar ingespeeld. Nummer na nummer viel mij op hoe goed de drums, de gitaren, synths wel niet werden gespeeld. Ik was heel benieuwd of ze de nummers van hun laatste plaat (‘You Won’t Get What You Want’) live ook even intens konden brengen, want op dat album beuken ze al zo hard. En ik moet zeggen: live kwam alles nòg destructiever over. Zo bleek ook het publiek te reageren. Het ging er wild aan toe: er waren vele sing-a-longs en er werd ook gecrowdsurft.
Tijdens bepaalde nummers kwam Alexis ook het podium af en liep hij verdwaasd door het publiek. Hierdoor creëerde hij een dynamiek waarin iedereen betrokken werd. Soms moest ik ook denken aan de sfeer die vaak heerst bij een optreden van Gruppo Di Pawlowski (zijproject Mauro Pawlowski). Ik denk dat Alexis en Mauro het goed met elkaar zouden kunnen vinden.
De hoogtepunten van hun set waren voor mij persoonlijk “The Dead Singer”(toppunt van chaotisch gitaarspel met een knipoog naar Kabul Golf Club - RIP Lorent Pevée), “The Lords Song” (vanwege de geniale intro) en “Satan in the Wait” (vanwege de destructieve sfeer dat het gehele nummer met zich teweegbrengt).
Persoonlijk vind ik het wat jammer dat ze geen nummer van de plaat ‘Hell Songs’ gespeeld hebben, maar dit is dan ook maar het enige punt van ‘kritiek’ die ik kan vinden (na lang zoeken en uiterst persoonlijk).

Dit optreden, op deze avond, van deze band, was voor mij het beste optreden dat ik in jaren zag. Het is een onmogelijke opgave om in woorden te gieten hoe goed deze band live wel niet is. Vijf sterren geef ik niet snel. Maar de heren van Daughters verdienen ze zonder twijfel allemaal. Alles zat gewoon zo goed.
Moest Daughters er ooit (opnieuw) mee stoppen, zou dat een groot verlies zijn in de muziekwereld. Ik zou gaan rouwen. Zonder twijfel.
Wat een show was me dit niet. Zeker één die mij nog lang zal bij blijven.

Setlist: The Reason They Hate Us - The Lords Song - Satan in the Wait - The Dead Singer - Our Queens - Long Road, No Turns - Less Sex - The Hit - The Virgin - Guest House - Daughter - Ocean Song

Pics homepag @Davy De Schrooder
Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in Trix, Antwerpen, 4 oktober 2019 ll
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/trix-antwerpen/daughters-04-10-2019.html

Organisatie: Aéronef, Lille

The Detroit Cobras

The Detroit Cobras - Oude, vergeten parels zorgen voor een uitgelaten feestje

Geschreven door

Vooraleer het weerzien zich, na maar liefst vijftien jaar, kon voltrekken werden we nog eerst twee Parijse bands door de strot geramd. Vergeef me de wat oneerbiedige uitdrukking. Ik heb er trouwens alle begrip voor dat men beginnende groepen een kans geeft , maar ik had toch het gevoel dat er genoeg Franse groepen zijn die wat nauwer zouden aansluiten bij dit hoofdprogramma.

In de keuze voor Jack’s On Fire kon ik me nog enigszins vinden. Het viertal rond Vincent Lion en Claudia Singer hinkte wat op twee gedachten. Zanger-gitarist Lion deed hard zijn best om zo Brits mogelijk te klinken en wordt daarbij wel eens vergeleken met Arctic Monkeys maar daar had ik geen boodschap aan. Geef mij maar het zangeresje dat beschikte over een stel wonderlijke stembanden waarmee zij het eerder in de noiserock zocht. Wanneer ze het op een gillen zette , liet ze zelfs een Nele Janssen van Peuk wat verbleken.
Midden in de set hoorde ik onverwacht een vonken slaande versie van “Cherry Bomb”, dat het origineel van The Runaways ruimschoots overtrof en waardoor ik me al opmaakte voor een definitieve kentering. Helaas bleek het nummer dat erop volgde eerder op een afleggertje van The Strokes.

Met Parlor Snakes verscheen er een goed geoliede band op het podium met een onwrikbare sound waar geen millimeter van werd afgeweken en die verdomd goed wist waar ze naartoe wilde, helaas was dat niet mijn favoriete bestemming. Dit leek een kruising tussen glam en powerrock die voor weinig verrassingen zorgde , maar met Eugénie Alquezar hadden ze wel een geweldige frontvrouw in huis. Niet dat ze zo goed kon zingen of een virtuoos was op haar instrument (haar orgeltje deed trouwens meestal dienst als decoratie). Maar aan charisma had ze geen gebrek terwijl ik nooit eerder een zangeres zo gracieus zag dansen als zij en dat op torenhoge stiletto’s. En zo zorgde deze wonderlijke verschijning ervoor dat ik niet vroegtijdig de bar opzocht.

The Detroit Cobras, wie kent ze nog? Tussen 1998 en 2006 maakte deze groep rond zangeres Rachel Nagy en gitariste Mary Ramirez (de lijst met de overige groepsleden is schier eindeloos) vier LP’s en één EP vol obscure covers. Nagy en Ramirez wilden graag een band beginnen maar waren te lui om zelf nummers te schrijven. “Waarom zou je zelf een slechte song maken terwijl er al zoveel goede zijn” en dus keerden ze hun platenkast om.
Na acht jaar bleek die bron uitgeput en verdwenen de Cobras in de anonimiteit. Dus was het maar de vraag wat ze er na al die jaren nog van zouden bakken. Nieuw werk buiten een single op Jack White’s ‘Third Man Records’ is er niet.
Vergeleken met het elegante mirakel van daarnet oogde Rachel Nagy eerder een slons, maar dan wel een heel sympathieke en met tonnen meer (zang)talent. Nagy leek er al eentje op te hebben en dan druk ik me nog voorzichtig uit. Bij momenten hield ze zich nauwelijks staande, evenwichtsproblemen of straalbezopen? Gelukkig zette dat in ieder geval geen rem op het vocale werk want dat was nog steeds bijzonder indrukwekkend.
“Wie durft er Adele nog een goeie zangeres noemen nadat hij Rachel Nagy gehoord heeft” las ik ergens en daar kan ik me volledig bij aansluiten. Haar uiterlijk was misschien niet zo gracieus meer, haar stem dus te meer. Met een indrukwekkende souplesse reeg ze nonchalant maar altijd soulvol de rock-‘n-roll, rhythm-‘n-blues en soulparels aaneen. Naast haar het eeuwig goedlachse opdondertje, Mary Ramirez, die voortdurend bleef rondhossen. Het valt misschien niet meteen op maar ze is een verrekt goeie gitariste met een perfecte timing.
De rest van de groep (tweede gitaar, bas en drums) zorgde voor de vette en erg aanstekelijke garagesound. Wat was het een feest om al die oude vergeten juweeltjes, niet zelden deels door het publiek meegezongen, terug te horen. “Putty (in your hands)”( The Shirelles, ook gekend van The Yardbirds) , “Cha cha twist” (Connie Francis), de Oblivians klassieker “Bad man” (hier “Bad girl” uiteraard), “Weak spot” (Ruby Johnson) of “Leave my kitten alone” (Little Willie John) voorzien van een heerlijk “Meow”: het waren voortdurend aanslagen op de heupen.
Bij “Ya ya ya (Lookin’ for my baby)” (The Nightriders) beleefde een dame uit het publiek de tijd van haar leven toen ze mocht komen meezingen op het podium. Deze uitbundige nostalgische trip eindigde met het wat forsere “I wanna holler” (Gary U.S. Bonds) waarbij de groepsleden één voor één het podium verlieten met als laatste de drummer.
Er konden nog twee bissen af waarbij Rachel Nagy, vers drankje in de hand, haar hooggehielde laarzen had uitgetrokken en in bontgekleurde sokken verscheen. Teneinde het evenwicht wat beter te kunnen bewaren waarschijnlijk.

Organisatie: 4écluses, Dunkerque

Black Leather Jacket

Tranquilizer

Geschreven door

2019 was het jaar van Black Leather Jacket. Hun nummer “Village People” kwam tot op plaats 3 in de Afrekening van Studio Brussel. Om hun muziek ergens te situeren neem je het best een blend van de Black Box Revelation, Sons en Equal Idiots. Voeg er nog een fijne scheut psychedelica en noise aan toe en klaar is je gerecht.
Op de eerste helft van hun eerste langspeelplaat komen we vooral rechttoe-rechtaan nummers tegen. Allemaal songs zonder al teveel franjes en ongeveer 2 minuten lang. Het reeds gekende en aanstekelijke “Village People” komt voorbij. Maar ook opener “Western World” is uit het goede hout gesneden en bevat een herkenbaar refrein. “Dead Souls” heeft een riff dat evengoed van The Stooges kon geweest zijn. De baslijn is hier wel de drijvende kracht achter het nummer. Met terug een aanstekelijk en meezingbaar refrein. Oudere luisteraars herinneren zich wel bands zoals The Nomads, Paranoiacs of de recente band The Nightmen. Daar doet “If You’re Waiting For A Sign…” qua sfeer mij wel een beetje aan denken. De eerste helft raast voorbij en is één brok energie die de wereld wordt ingestuurd. Het klinkt eenvoudig om die songs te maken maar de kunst is om het boeiend en aantrekkelijk te houden. Dat is hier zeker wel gelukt. Vanaf  “A New Era of Consumers” verruimen ze hun muziek een beetje. Deze track is een psychedelisch stukje muziek bestaande uit een akoestische gitaar met sfeervolle keys eronder. Ze baant tevens de weg vrij voor het energieke “Intoxicated”. “FFFreaks” bevat een loodzware riff en samen met de bas is het eerder een donkere song geworden. Hier neigt de zang naar noiserock. “A Burnt Child Dreads Fire I” is een geweldig mooie en eerder a-typische Black Leather Jacket song. De opbouw is hier vrij uitgesponnen. Het doet mij wat aan Kasabian denken. De bas zit hier echt goed op zijn plaats en is de ziel van de song waarrond de rest komt en gaat. Kijk, dit is nu een song dat aantoont waarom je zeker deze mannen niet mag onderschatten. Er staat daarna nog een part II op dat een iets andere mix meekreeg maar de song blijft gelijk hoe recht staan. Dan weet je dat het een goede song is.
De Noorderkempenaars van Black Leather Jacket hebben een aangenaam en aanstekelijk debuut uit dat het goede van “Village People” bevestigt. Hiermee bewijzen ze meer dan een hype te zijn en daarom vermoed ik dat we volgend jaar nog veel van hen gaan horen. 

Espen Berg

Free to Play

Geschreven door

De Noorse pianist Espen Berg is van vele jazzmarkten thuis. Doordat hij in zijn muziek zoveel betoverende klanken verstopt die we niet direct kunnen thuisbrengen, verlaat hij eigenlijk dat pad van de pure jazz. Net omdat hij bewust buiten de comfortzone treedt , maakt van hem dan ook een bijzonder interessante componist en muzikant. Met 'Free Play' is hij aan zijn derde album onder de naam Espen Berg Trio toe. Hij laat zich bijstaan door bassist Bardur Reinert Poulsen en drummer Simon Olderskog. Zelf speelt hij naast piano ook celesta.
Met “Monolitt” wordt de toon gezet. Al vrij vlug merk je dat Berg houdt van improviseren tot die lijn is overschreden. Berg beschouwt zijn muziek als een eindeloze reis naar het onbekende. Dat merk je ook aan hoe een acht minuten lange song als “Skrivarneset” is opgebouwd. Alsof je een uitgestippelde wandeling maakt die plots naar een heel andere kant uitwijkt. Het avontuur tegemoet. Dit is eveneens het soort jazz dat je hart tot rust brengt, ondanks dat de artiesten vaak eerder zeer onrustig tewerk gaan. En dat is nu net waar wijzelf het meeste van houden. Verrast worden door plots opduikende klanken die we voorheen nog niet hadden ontdekt.  Dat komt ook terug bij “Camillas Sang” of “Gossipel”. Alsof het trio ter plaatse beslist het plots heel anders te gaan aanpakken. Daarvoor moet je als muzikant zeer sterk in je schoenen staan en goed weten waar je mee bezig bent.
Nog opvallend: ondanks dat bassist Bardur met een warme basklank en drummer Simon voluit hun ding kunnen doen op deze plaat, trekt Berg duidelijk de meeste aandacht naar zijn piano toe. Dat instrument is het toonaangevende instrument op deze plaat. Dat komt nog eens tot uiting als er een lekkere samensmelting ontstaat tussen die drum en piano bij “Gossipel”. Een lekker aanstekelijke song gevolgd door weer een experimenteel en zeer explosief klinkend huzarenstukje als “Episk Agrgressiv Syndrom”, dat inderdaad redelijk agressief van start gaat. Het tempo gaat ook de wat meer gehaaste weg op. De ingetogen momenten zorgen voor een rustpunt, waardoor je niet in slaap wordt gewiegd maar eerder in vervoering achterblijft, wachtende op een volgende puntige uithaal. Die vrij vlug komt. Het zeer mooie en langzame “Furuberget” is een sluitstuk dat u ademloos zal doen achterblijven.
Grenzeloze virtuositeit weet het Espen Berg Trio te combineren met de aanhoorder voortdurend op het verkeerde been zetten. Dit door tot in het oneindige te spelen met explosieve krachten en intieme momenten die je naar adem doen happen. In golvende bewegingen improviseren deze top jazzmuzikanten tot in het oneindige op deze knappe plaat. Daardoor blijft de aandacht scherp gehouden en laat je je gewillig meeslepen naar andere jazzoorden, waar het steeds fijn vertoeven is.

Blues/Jazz
Free to Play
Espen Berg Trio
 

Luis Mojica

How A Stranger Is Made

Geschreven door

De Amerikaanse pianist, performer en componist Luis Mojica is een pianovirtuoos die piano en loopingpedaal gebruikt om een breder vocaal bereik te kunnen mixen met beatboxmelodieën. Met zijn debuut 'Wholesome' drukte hij in 2016 zijn stempel op het alternatieve muziekgebeuren met een avant-garde twist. Met 'How A Stranger is Made' brengt hij weer een wondermooie plaat uit waarbij zijn stem en piano zodanig intensief in elkaar vloeien dat u zich prompt in een sprookjeswereld waant.
Mojica beweegt zich voort als een troubadour, een ware verhalenverteller dus. Alleen niet met een gitaar, maar met de piano om die verhalen instrumentaal te begeleiden. Met “Insane” zet hij al de toon van de volledige schijf. Een fantasieprikkelende wereld gaat open, als Luis je letterlijk hypnotiseert met zijn bijzonder warme en kristalheldere stem. En daarmee zijn we vertrokken voor een zinnenprikkelende trip doorheen een vreemd landschap, waar het zeer fijn vertoeven is. Want ondanks de donkere schaduwen die opdoemen bij songs als “Moon Men”, “Witch Lov” of “City Friends” kunnen we de neiging om lekker te gaan dansen in de huiskamer niet onderdrukken. Het is een best aanstekelijk schijfje dat dus eveneens op de dansspieren lijkt te werken. Die aanstekelijkheid die schippert tussen emoties en uit de bol gaan, merken we meermaals op. Ook op het eerder meeslepende, met een donker kantje, gebrachte “Queen Song” voorwaar zelfs één van de donkerste songs op deze schijf. En toch eindigt ook deze met een positieve vibe die een glimlach op je lippen tovert.
Luis Mojica is een componist die zich laat omringen door klassemuzikanten, maar de teugels zelf stevig in handen houdt. Het resulteert in een bijzonder fijnzinnig kunstwerkje, waar avant-garde muziek wordt gecombineerd met lichtjes poppy geluiden en gekruid met de nodige weemoed of melancholie, waardoor je als aanhoorder wegdrijft naar die verre oorden uit je eigen fantasie.
 'How A Stanger is Made' laat een verhalenverteller zien en horen die door zijn gezapige manier van vertellen je aan zijn voeten doet neervlijen in het malse gras, waarna je je gewillig laat meevoeren naar zijn bonte en kleurrijke wereld. Enige voorwaarde is, en dat kunnen we niet genoeg herhalen, laat de fantasie het werk maar doen. Met de ogen gesloten waant u zich prompt in een sprookjes wereld waar het altijd fijn vertoeven is.

Nar-Cist

Trilogy (EP)

Geschreven door

Nar-Cist is een Nederlandse new-waveband die na 30 jaar opnieuw bij elkaar gekomen is. De aanleiding is het overlijden van de toenmalige zanger (Hendrik Kamerman), dus werd een nieuwe gezocht en gevonden. Robert Bockting heeft een iets ander stemgeluid - hoe kan het ook anders - maar hij klinkt op ‘Trilogy’ wel exact zoals bands in dit genre in de jaren ’80 dat deden. Dat geldt overigens voor de hele band. Er is weinig gebeurd qua update of moderne twist. Deze ‘Trilogy’ haakt zich in compositie en lyrics helemaal in op hun album ‘Strange Fruit’ uit 1988. Dat mag, maar dat ze de productie en mix niet naar deze eeuw hebben gehaald, is dan weer een minpuntje. We zijn misschien streng, maar zelfs voor een eigen beheer-uitgave moet dat net iets beter kunnen.
Van de amper drie tracks kan “February Sunshine” het meeste bekoren. “Kissing An Arab” is slechts in de titel een knipoog naar The Cure’s “Killing An Arab”, waarvan Robert Smith in 2015 de songtitel veranderde naar ‘kissing’. Op de drie tracks weet Nar-Cist de tijdsgeest van eind jaren ‘80 perfect te vatten, maar het klinkt minder dansbaar en catchy dan toen.
Wat we onthouden: blij dat deze Nederlandse band terug is, dat ze nieuw materiaal hebben en vooral dat ze opnieuw shows spelen. Als er nog een plaatsje vrij komt/is op de affiche van W-Fest, zou Nar-Cist daar zeker thuishoren.

Sebastian Straw

Welcome Yesterday

Geschreven door

Sebastian Straw is een Britpop/alternatieve muzikant die al veel watertjes heeft doorzwommen. Hij speelde bij lokale bands en bracht zopas zijn soloplaat 'Welcome Yesterday' op de markt. Een plaat boordevol emoties als woede, teleurstelling en lijden in al zijn vormen. Geen rozengeur en maneschijn, maar toch straalt Sebastian op zijn debuut enorm veel positiviteit uit.
“The lyrics on this album are autobiographical but anybody can read a few their own lives in them. We all – at least once – have fallen and got up on our feet again. Somehow we have found the strength to face our biggest problems without running away by seeking shelter somewhere we feel safe, still facing reality, proud of who we are today and how we arrived here. It was hard but if I look back I still manage to smile. This is where my album ‘Welcome Yesterday’ comes from,”  zegt Sebastian Straw er zelf over.
Dat is al te horen bij “Just Like Yourself”, een song die niet alleen over zichzelf gaat, maar over iedereen die ooit moeilijke momenten heeft beleefd. En toch is er die positieve energie die songs als “My Friend”, “Already Late” en “Happy People Shine” uitstralen die ons niet in een tranendal doet terechtkomen, maar doet vooruitkijken naar betere tijden. De boodschap is duidelijk: niet bij die pakken blijven zitten en doorgaan met wat je bezig bent. De koe bij de horens vatten dus.
Biografische albums zijn vaak emotionele beladen parels waar de artiest zijn ziel blootlegt; dat gebeurt voortdurend op deze knappe schijf. Toch zien we zoveel die zon door de wolken schijnen, dat we prompt die problemen beter aankunnen. Songs als “Walk Towards The Sun”, “Better Than Before” en “Alive Two” mogen dan zwaarmoedig klinken, dat lichtje aan het einde van die lange tunnel trekt ons weer recht. Sebastian Straw gebruikt zijn muziek om net hetzelfde te doen en dat zorgt ervoor dat we van begin tot einde geboeid zitten mee te luisteren en genieten. Terwijl we mijmerend over ons eigen leven, eveneens een traan wegpinken. Geen bittere, want altijd met een glimlach op de lippen en kop vooruit.
Sebastian Straw is een artiest die langzaam is kunnen groeien tot dit hoogtepunt in zijn carrière. Dit door middel van een best emotionele schijf uit te brengen, waarop Sebastian zichzelf blootgeeft. Maar je ook confronteert met uw eigen zieleroersels. Gelukkig laat hij steeds de kans open om die problemen aan te pakken binnen zijn songs. Die boodschap van hoop klinkt oorverdovend, waardoor we prompt onze eigen miserie beter aankunnen. We hopen dat Sebastian zelf kracht vond door het schrijven en brengen van die songs, om zijn eigen problemen het hoofd te bieden. Wat ons betreft, missie geslaagd.

STAKE

Critical Method

Geschreven door

Stake is een soort doorstart van Steak Number Eight. Toen het viertal aankondigde om te stoppen, maar vrijwel meteen daarna aankondigde dat ze met een ander project gingen beginnen, was het afwachten welke richting het zou uitgaan. We kunnen de Steak-fans geruststellen want het nieuwe project ligt niet zo heel ver van wat ze ervoor maakten. Betekent dat dan dat er geen veranderingen zijn? Nee dat ook weer niet. De zang van Brent is nog steeds zoals voorheen maar nu is die iets prominenter aanwezig. De oerkracht is gebleven maar de songs zelf zijn iets strakker en bondiger geworden. Ik zou zelfs durven zeggen dat ze iets toegankelijker zijn. Let wel het is nog steeds geen mainstreammuziek en erg radiovriendelijk is het ook weer niet geworden. Maar hé, malen we daarom? Zeker en vast niet. Opener “Critical Method” is een sterke opener dat hier en daar echo’s van Steak Number Eight laat horen. Het gitaarwerk en de energie doen mij onwillekeurig ook wat aan Brutus denken. “The Absolute Center” is het eerste hoogtepunt. De song heeft een fijne opbouw met de nodige twists and turns. Het gitaarwerk vind ik schitterend. De zang is afwisselend ruw en meeslepend. Ook de bridge halfweg is om duimen en vingers van af te likken. Topnummertje. Op “Careless” wordt de spanning minder opgebouwd en komt men meteen ter zake met een zware riff en fijn drumwerk. “Human Throne” is een tweede hoogtepunt. De psychedelisch klinkende intro gaat over in een weids klinkend nummer met mooi ingehouden zang van Brent en een warme solo in de bridge. “Catatonic Dreams” kenden we al van de videoclip maar het blijft nog steeds een kopstoot van een track. “Doped Up Salvations” is een dot van een nummer met een lekkere doomy riff, snedige zanglijnen, een haast meezingbaar refrein en enkele fijne tempowissels. Afsluiter “Eyes For Gold” begint met veel emotie en is heel toegankelijk. De track wordt gedurende zeven minuten mooi uitgebouwd en bereikt zo een genuanceerde climax naar het einde toe. Ook dit is terug een ferm nummer.
De jongens van Stake klinken bij hun wedergeboorte nog steeds verontrustend, vol energie en soms met een sneer van razernij. Maar ook soms genuanceerd, clean en ingehouden. Zowel de songs als de sound (een perfecte sound waarin elk instrument heel goed klinkt) staan als een huis. Een mengeling van smerige rock met sludge- en doominvloeden. Het is nu alleen nog wachten om ze live los te zien gaan.

Turpentine Valley

Etch

Geschreven door

Het gaat hard voor postmetalband Turpentine Valley. Ze staan met een lichte overdrijving elk weekend op een podium, hun debuutalbum komt op vinyl uit bij dunk!records en drie tracks daarvan worden gebruikt in de soundtrack van de populaire tv-serie De Twaalf. Je kan die bijval wegrelativeren of nog uitvergroten, maar het geeft alvast aan dat er nog mooie dingen gaan gebeuren voor Turpentine Valley.
‘Etch’ is het verlengde van hun vorig jaar uitgebrachte democassette. Die kreeg op deze site al een mooie score. ‘Etch’ omvat de zes nummers van die democassette, aangevuld met de zevende track “Compassie”. De bespreking van de zes ‘oude’ tracks vind je makkelijk terug op deze site, daarom concentreren we ons op die ene nieuwe. Voor wie de cassette reeds heeft, is één nieuwe track misschien wat weinig. Aan de andere kant vormen die zes tracks één geheel met een organische volgorde inzake emoties en opbouw. Het is een beetje als een extra hoofdstuk schrijven voor een boek dat al uitgegeven is.
“Compassie” past meteen in de instrumentale postmetal van Turpentine Valley zoals we die hebben leren kennen. Geen verrassingen dus. Productioneel blinkt dit nog net iets harder dan de tracks van de demo. De titel vind ik wat dubbel. Enerzijds is er die genadeloze, ijzige riff die bij momenten lijkt weggelopen bij een atmosferische blackmetalband en anderzijds heb je die donkere warmte in het ritme van drum en bas, die rust en vertrouwen brengt.
Opnieuw een klein meesterwerkje dus.

Yungblud

Yungblud - Subculturenstroper is een storm in een glas groeimelk

Geschreven door

Yungblud is hip, in die mate dat de jonge Dominic Harrison en zijn compagnons op één jaar tijd drie keer de grote AB zaal tot de nok weten uit te verkopen. We keken vooralsnog de kat uit de boom. ‘Andermaal een opgeblazen hype’, zo dachten we, maar wanneer een hype blijft duren, dan kan er misschien wel eens wat meer aan de hand zijn. We sprongen in het muzikale ongewisse, maar werden helaas niet beloond voor onze gok.

Aan opwarmers SAINT PHNX maken we niet te veel woorden vuil. Het flauwe afkooksel van bands als Twenty One Pilots verzoop in overmatig gebruik van effecten en sample pads.
Daarnaast wist de frontman met zijn ge-yiyiyi geen blijf en hadden de nummers live niet veel meer om het lijf dan een beperkte hutsepot van All Time Low en Jonas Brothers, en dan zijn we nog optimistisch. Het bleek het (heel erg) jonge publiek echter worst te wezen. De AB was bij dit voorprogramma al erg goed gevuld en zelden maakten we het mee dat een publiek bij het voorprogramma al in het rond ging hoppen als een gigantische, verse worp konijnen.

Emo, punk en pop maakten de voorbije tien jaar een gigantische transitie door en de tijd toen diepgewortelde emotionele rock nog een labeltje ‘alleen voor depressieve zielen’ droeg, je tot de hardere kern moest behoren om punk te zijn, rappers een afkeer hadden van gitaren … Kortom, de tijd dat subcultuurparticipanten consequent hun neus ophaalden voor al wat richting commerciële pop overboog, die zijn definitief voorbij.
Wat begon met cross-over acts als Limp Bizkit, Green Day en All Time Low, heeft met Yungblud mogelijks het point-of-no-return bereikt. De jonge Brit heeft in geen tijd de ooit majestueuze troon van weggedeemsterde acts van onder het stof gehaald en zich eigen gemaakt.

Dat hij vingervlug ideetjes van alle relevante acts sinds de jaren ‘10 pikt, zal zijn erg jonge publiek evenwel ontgaan zijn. Moeilijk maakte hij het zijn iets oudere toeschouwers echter niet. In de wachtdeuntjes spotten we achtereenvolgens My Chemical Romance, Lil Peep en Green Day. De manier waarop Harrison door het publiek wordt onthaald , doet ons dan weer terugdenken aan Tokio Hotel. Juist ja, die graad van idolatrie.
Al tijdens de eerste tracks “21st Century Liability” en “Parents” werd duidelijk dat Yungblud meer draait om zijn image en de act an sich, dan de muzikale uitvoeringen. De nummers, die op plaat meer dan te pruimen zijn, kwamen live niet veel verder dan een sessie ‘wild in het rond springen’ en ‘halvelings wat lyrics door een vaak onhoorbare micro roepen’. Zowel het microstatief als Yungblud zelf pingelden meermaals tussen de uithoeken van het podium. Een verwoestende shot energie, dat het publiek in extase dreef, maar waarbij het muzikale aspect erg ondergeschikt was.
Net als zijn voorprogramma sleurt Yungblud geen groot legioen aan bandmaten met zich mee, en ook hier was er duidelijk goed met effectpedalen en tapes geknutseld om een dik, vol geluid door de speakers te kunnen knallen. Dit werd erg duidelijk aan het einde van de reguliere set, met name in de cover van MGK’s “I think I’m Okay”.
Ook bij de monsterhit “I Love You, Will You Marry Me” was dit niet anders, de gitaar die de flamboyante frontman rond zijn nek gezwierd krijgt , deed vooral dienst als accessoire. Het nummer kreeg wel een heel erg verleidelijke ska-tint, wat we dan weer konden appreciëren.
Yungblud is een man van het volk, maar liet datzelfde volk ook meer dan eens het werk voor hem opknappen. De vaak toch wel iets minder goedgemutste teksten rolden namelijk moeiteloos en luidkeels uit de pakweg tweeduizend jonge kelen, waardoor Yungblud het regelmatig onnodig achtte de vocale kar te trekken.
We mogen dit niet omschrijven als ‘spelen op spaarmodus’, want konden we de 22-jarige aansluiten op het elektriciteitnet, het wereldwijde energieprobleem was opgelost.
Soms lag het kopieergedrag van Yungblud er te vingerdik op, wat best een domper op de feestvreugde was. Het duurde jaren alvorens er uit het muziekcircus een jong, rockend, succesvol tieneridool voort te brengen. Helaas bleek de hoeveelheid ‘uniciteit’, bij de gehoopte verlosser die Yungblud is, toch aan de magere kant te zijn.
Gelukkig konden we naarmate de show volgde wel enkele driekwart hoogtepunten noteren. “Orginal Me” uit Yungblud’s nieuwste EP was veruit het best gebrachte nummer van de avond, en deed “Loner” ons zowaar aan de broertjes Gallagher denken.
Ook het eenvoudig, maar mooie, akoestisch gebrachte “Casual Sabotage” mocht er wezen en één van zijn laatste shots pure brit-power “Braindead!”, was duidelijk een verre achternicht van Arctic Monkeys’ “I Bet You Look Good On The Dancefloor”. Een garantie op succes als het ware.

Yungblud had in Brussel geen enkele moeite om het uitmuntend enthousiaste publiek zich in het zweet te doen springen, moshen en gillen. Is het zijn charisma? Is het zijn jeugdigheid? Is het zijn, voor veel jongelingen, herkenbaar verhaal? Mogelijks is het een mix van dat alles. Helaas kwamen de nummers live heel erg zelden in de buurt van de gepolijste kwaliteit die zijn producers en studio-engineers uit de hoed toverden.

Setlist: 21st Century Liability - Parents - I Love You, Will You Marry Me - King Charles - Anarchist - Polygraph Eyes - Original Me - Loner - Kill Somebody - I Think I'm OKAY (Machine Gun Kelly cover) - Casual Sabotage - Waiting on the Weekend - California - Braindead! - Hope for the Underrated Youth - Machine Gun (F**k the NRA)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/yungblud-28-10-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/saint-phnx-28-10-2019.html
Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 302 van 966