logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic

The Magic Numbers

The Magic Numbers - Magie

The Magic Numbers - Magie
The Magic Numbers
Cactus Club
Brugge
19-04-2019
Stan Vanhecke en Astrid De Maertelaere

“They’re the ‘magic’ and we’re the ‘numbers’”, omschreef Romeo Stodart zijn eigen band.
The Magic: dat waren Michele Stodart en Angela Gannon.
The Numbers: dat waren een zichzelf onderschattende Romeo Stodart en Sean Gannon. En toch hadden wij na het optreden een gelijkaardig gevoel. Die twee zussen hebben voor het extraatje gezorgd in een fantastisch optreden van een geweldige liveband. The Magic Numbers.

Als starter van het optreden kregen we “Ride Against The Wind” van nieuwste plaat ‘Outsiders’ voorgeschoteld. Stevige gitaren, luide bassen en een paar klinkende stemmen erover; de toon was gezet voor een avondje poprock van de bovenste plank.
Maar voor het eerste magische momentje was het wachten tot “Love Is Just A Game” de set brak. De knappe samenzang en catchy melodie zorgde voor een paar ‘ooohs’. “You’re nailing it with the oohs”, complimenteerde Romeo ons met een smile tot achter zijn oren. “Keep it up in this next song”. En zonder pretentie zette hij absolute tophit “Take A Chance” in.
Verbazend weinig volk was afgekomen om deze Britse toppers na vijf jaar nog eens in België aan het werk te zien. Wij konden het maar moeilijk geloven. Het voelde zelfs een beetje gênant. Gelukkig zag de band dat duidelijk niet zo. Ze vonden het heel erg romantisch en het zorgde voor één van de meest interactieve optredens die wij ooit zagen. Romeo ging af en toe gewoon in gesprek met het publiek en beantwoordde vragen als ware het een interview.
Verder met het optreden dan maar, dat ongeveer 2(!) uur duurde. De geest van Roy Orbison werd verwelkomd tijdens het gelijknamige nummer. Met “Shotgun Wedding” gooiden ze wat nostalgie in de mix, want het was één van de eerste songs die ze in België speelden, ongeveer 13 jaar geleden. En dan hadden ze ons even liggen. Een kabbelend nummer ging over in het zaligste moment van de dag wanneer de melodie van “Forever Lost” eruit tevoorschijn kwam. Er zit nog steeds geen sleet op het gevoelige nummer met tempo en het aanwezige publiek herinnerde zich de tekst woord voor woord.
Wat daarna volgde was mogelijks nog mooier, want Angela haalde de zachtheid naar boven wanneer zij even frontvrouw werd en Romeo de toetsen bediende: met “Throwing My Heart Away” werd het muisstil in de zaal en zong ze Julia Stone-gewijs het nummer in, inclusief heerlijke kraak in de stem.
En alsof we dan nog niet genoeg gepaaid waren mochten we ook nog luisteren naar een stevige cover van “Hotel Lounge” van dEUS. Volgens Romeo één van de eerste bands die hij via MTV had leren kennen.

Het was de kers op de taart van een meer dan geslaagd optreden in de Magdalenazaal. Als toemaatje kregen we nog een stuk of vier extra nummers - ze kregen er maar niet genoeg van - waarvan we vooral “Love Me Like You” en een Paul McCartney-song met het voorprogramma Morrissey and Marshall onthouden.
Voor herhaling vatbaar dus, waardoor wij al uitkijken naar hun volgende bezoek in België, hopelijk op één van onze festivals.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/cactus-club-brugge/the-magic-numbers-19-04-2019

Organisatie : Cactus Club, Brugge

Cave

Cave - Geniale liveband

Geschreven door

Geen al te hoge opkomst voor wat een memorabel avondje ging worden. Nochtans begon het eerder in mineur. Na de eerste twee nummers van Die Rakete (een duo uit Oostende), die ik als een aanslag op Kraftwerk ervoer, had ik zin om heel hard weg te rennen. Gelukkig bleef ik zoals altijd (lopen kan ik trouwens al jaren niet meer) staan en zag zo vanaf nummer drie het tij volledig keren. Hans Vandemaele liet de harde beats en kille synths voor wat ze waren en ging het meer in de exotica zoeken waardoor de gitaar van Peter Vanslambrouck nu ook meer tot zijn recht kwam. De twee kwamen aardig dicht in de buurt van Sonido Gallo Negro en laat dat nu net een groep zijn die me nauw aan het hart ligt. Vandemaele haalde alle mogelijke klankkleuren uit zijn toetsen en riep daarbij herinneringen op aan illustere figuren als Giorgio Moroder, André Brasseur of Pierre Henry (die klokjes uit “Psyché rock”). Jammer dat ze voor de zang bleven zweren bij het gebruik van een vocoder maar gezien de meeste nummers instrumentaal waren viel daar zeker mee te leven. Die Rakete waren een warme verrassing die ik gerust nog eens terug zou willen zien.

Geen valste start bij Cave, integendeel, dat eerste nummer (vraag me geen titels want dat is net iets te moeilijk bij zo goed als volledig instrumentale muziek) alleen al was mijn verplaatsing naar Leffinge waard.
Cave is een vijftal uit Chicago, Illinois dat tien jaar geleden debuteerde en vorig jaar na een stilte van vijf jaar opnieuw een plaat (‘Allways’) uitbracht. Dat gat kwam er omdat spilfiguren Cooper Crain (gitaar, orgel) en multi-instrumentalist Rob Frye zich bezig hielden met Bitchin’ Bajas, een project dat hen in 2014 ook naar de Water Moulin leidde. Maar wat mogen we blij zijn dat die twee het oude nest terug vonden. Cave maakt het soort muziek dat je eerder associeert met studioratten (zoals een Steely Dan) die vooral op plaat tot grootse dingen in staat zijn maar deze groep wist hun wel degelijk schitterende opnames live naar een nog hogere dimensie te tillen.
Wat moet je hier bij voorstellen? Vijf statige maar superbe muzikanten die schijnbaar moeiteloos de meest gracieuze muziek uit hun instrumenten wisten te toveren waarbij ik niet genoeg kan benadrukken dat ze alle vijf van cruciaal belang waren. Naast de twee eerder vermelde sleutelfiguren (dat wel) zorgden tweede gitarist Jeremy Freeze, bassist Dan Browning en drummer Rex McMurry voor een gespierd raamwerk.
Traag evoluerende motieven, hypnotiserende grooves, kosmische atmosferen, psychedelische drones, krautrock geïnspireerde melodieën waarbij een dwarsfluit of sax af en toe voor een jazzy toets zorgde.

Een misselijk makende omschrijving wellicht maar het bleef steeds uiterst behapbaar en zo goed als alle aanwezigen vonden dit, gezien de stormloop naar het platenstandje, geweldig.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Drenge

Drenge - Een dubbeltje op zijn kant

Geschreven door

Drenge is een band die we kunnen situeren binnen een golf Britse bands die rond het jaar 2013 furore begon te maken. Denk maar aan groepen zoals Alt-J, Royal Blood of Wolf Alice, die nu al lang geen onbekenden meer zijn. Bij Drenge is dat verhaal wat anders gelopen, en nu speelden ze slechts in een halfvolle Trix Bar. Het kan soms verkeren, maar Drenge is ondertussen wel al aan zijn derde album toe. Niet het beste werk van de groep, en dat kwam in Trix nog eens pijnlijk naar boven.

Openen mocht lokale band Filibuster met een mix tussen shoegaze en lo-fi. De frontman droeg ook een T-shirt van Sonic Youth, maar daar stopt de vergelijking dan ook. Muzikaal kwam het allemaal nogal traag binnen, waardoor het nooit echt volledig kon overtuigen. Vooral toen de frontman begon te zingen, krulden onze tenen zich op. Het was niet altijd even toonvast, en na een tijdje vroegen we ons af of hij er wel echt zin in had. Gelukkig wist de band op het eind ook een heel strak nummer te brengen met weinig zang, maar daar bleef het bij. Er is dus nog wat werk aan bij Filibuster - vreemde naam ook.

Drenge moest dan maar onze honger stillen, maar begon nogal twijfelachtig. En dat kan je heel serieus nemen. De eerste tien nummers waren eigenlijk niet om over naar huis te schrijven. Te sloom, te weinig power en vooral slechte songs. Het was dan ook geen verrassing dat de meeste nummers uit hun laatste plaat ‘Strange Creatures’ kwamen. “No Flesh Road” was te braaf en zelfs “Bonfire of the City Boys”, waarin wel heel leuke uitspattingen zaten, miste wat meer vlees.
Vanaf “Autonomy” liet frontman Eoin Loveless zijn gitaar voor wat het was en probeerde het publiek te entertainen met zijn charisma. Alleen jammer dat hij dat niet heeft en de set hierdoor helemaal tot in de dieperik zonk. Het was een beetje als de Titanic, alleen had Drenge de haven nooit verlaten en begon meteen te zinken. Loveless is niet de beste zanger en als hij bij nummers als “Never Awake” de focus op zijn stem legt, dan weet je waar het schoentje wringt. Zijn ego moest duidelijk gestreeld worden, maar voor ons was dit toch heel overbodig en weinig overtuigend.
Als een mirakel kwam er dan plots toch kracht in de set. “Backwaters” werd in een duistere, iets minder krachtige versie gespeeld, maar wat daarna kwam gaf ons opnieuw de energie die we verwachten van een band als Drenge. “Running Wild” was spannend, intens en vooral heel sterk in de opbouw. De riffs voelden we door merg en been en de gitaarsolo’s waren uitmuntend. Dat “Bloodsports” meteen daarna volgde deed ons hart nog veel sneller slaan. Helaas kwam de teneur van de set terug en zorgde een minder overtuigende versie van “Strange Creatures” alweer voor teleurstelling.
Het intense einde moest alles goed maken. Maar ook bij “Let’s Pretend” duurde het te lang voor we echt warm kregen en bij “Prom Night” haalde Loveless te veel zijn inner Alex Turner boven, totaal overbodig. Afsluiter “We Can Do What We Want” bleek het anthem dat we de hele set misten. De frontman ging het publiek in en smeet zich volledig. Waarom kon hij dat niet eerder gedaan hebben? Misschien was hij blij dat de lijdensweg van Drenge erop zat, want het leek er niet meteen op dat de band vol overtuiging speelde.

Dat Drenge nooit het succes kende van andere bands in hun golf, ligt vooral aan zichzelf. Ze zijn te braaf en weten live weinig te overtuigen. De songs zitten bij momenten erg goed, maar soms vraag je je ook af hoe zoiets gemaakt kon worden. De creativiteit is bijgevolg bij momenten erg ver zoek en Eoin Loveless wil zichzelf te veel tonen. Dit past niet bij de band, ze zouden gewoon hard moeten gaan zonder te veel na te denken of show te geven. Dat hun nieuwe plaat niet de beste is, droeg hier zeker toe bij. We zijn benieuwd wat de toekomst biedt voor Drenge, maar volgens ons geven ze er beter de brui aan. Tenzij er plots een gigantisch verse creatieve input volgt, dan komt het misschien wel goed!

Setlist: No Flesh Road - The Woods - Bonfire of the City Boys – Autonomy - Face Like a Skull - Never Awake - This Dance - Teenage Love – Backwaters - Running Wild – Bloodsports - People In Love Make Me Feel Yuck - When I Look Into Your Eyes - Strange Creatures - Let’s Pretend - Prom Night - We Can Do What We Want

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be
Organisatie: Trix, Antwerpen

All Them Witches

All Them Witches - Omgevormd tot stevig powertrio

Geschreven door

Een beetje een gemiste kans voor het Britse Swedish Death Candy. Hoewel de band duidelijk iets in zijn mars heeft, jagen ze vanavond hun mix van stoner en retro-hardrock te luid, te hard en te haastig door de speakers. In het najaar 2018 zagen we hen nog een lekker concertje geven op Desertfest, maar nu was het allemaal iets te gejaagd en te chaotisch. Toch merken we hier nog genoeg fijne momenten om Swedish Death Candy niet te moeten afschrijven. Wij hebben trouwens ook altijd genoten van hun titelloze debuutplaat en we blijven benieuwd naar het vervolg dat er heel binnenkort zit aan te komen.  

Het is nog niet zo gek lang geleden dat wij in de Brusselse AB met open mond stonden te genieten van All Them Witches, dus als deze geweldige band een klein jaartje later weer het land doorkruist dan zijn wij er terug als de kippen bij.

Inmiddels is er ook één en ander veranderd. De keyboardspeler is uit de band gestapt en voortaan gaat All Them Witches als trio door het leven. Zeg maar gerust powertrio, want de nieuwe veldbezetting heeft duidelijk zijn impact op de sound. Met het verdwijnen van de keyboards is er wat aan subtiliteit verloren gegaan en is er extra power in de plaats gekomen. De gaten die de weggelopen orgelist heeft achtergelaten worden vakkundig opgevuld met kloeke gitaarakkoorden en dito solo’s. Laat het ons zo uitdrukken : The Doors zijn de deur uit, Jimi Hendrix zet nu ook zijn tweede voet binnen. Gitarist Ben McLeod staat meer dan ooit duidelijk centraal in het totaalplaatje, hij is het speerpunt waarrond alles zich afspeelt. Toch is McLeod niet het type guitar-hero à la Slash of Joe Bonamassa. Hij bezondigt zich niet aan wijdbeens gesoleer of bijhorende smoelentrekkerij, hij laat gewoon zijn instrument spreken en dat levert magie op per lopende meter.
De songs hebben wat ingeboet aan finesse, maar ze klinken rauwer, harder en potiger. Het gejaagde “Fishbelly 86 Onions” en het stonermonster “When God Comes Back” beuken er harder in dan ooit.
Als er wat gas wordt teruggenomen dan is de blues nooit veraf, en die heeft een extra adrenaline injectie gekregen. Er is alom kippenvel te bespeuren bij het dreigende “Diamond” en vooral bij die fenomenale lange blues “Harvest Feast” waarin McLeod alle kanten van het bluesspectrum verkent.
Er zijn zo wel meer van die momenten waarin All Them Witches hun songs doen openscheuren en een nieuwe weg laten inslaan, maar nergens verliezen ze het spoor. Dat is wat hen zo sterk maakt, het lijkt soms alsof ze staan te jammen en ter plekke de songs uitvinden, en steeds resulteert dit in een buitengewone sound waarin alle puzzelstukjes perfect in elkaar passen.  

Net als in de AB vorig jaar mag het immer schitterende “Blood and Sand/ Milk and Endless Waters” met een minutenlange sublieme uitvoering het feestje afsluiten. Beter dat dit kan het niet meer worden. Gans de setlist ligt trouwens dicht bij deze van het AB concert, maar toch krijgen we hier een heel ander All Them Witches te horen en te zien. Wederom fantastisch maar verdomd steviger.

All Them Witches speelt dit jaar ook op Rock Werchter. Zij behoren daar tot één van de zeldzame bands die nog aanspraak kunnen maken op de ‘Rock’ in de naam van dit mainstream popfestivalletje. Mocht u daar toevallig naartoe gaan.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Enter Shikari

Enter Shikari - Stop the clock tour - Meesters in de syntmetalcore!

Geschreven door

Met succes sloot Enter Shikari hun tournee  af in de AB. De jongetjes van 2007 die toen nog hun energie kwijt konden met behulp van een trampoline op het podium, hebben anno 2019 een meesterlijke visuele show meen, die garant stond voor entertainment. Ze weten nog steeds de perfecte balans te vinden tussen stevige gitaren en elektronische tunes. De Britse band had er duidelijk zin in om nog een laatste keer er stevig in te beuken, wat het publiek zeker ook deed die avond.

Het eerste nummer van hun Stop The Clock Tour kwam uit het recentste album The Spark, “The Sights” zette meteen de toon van de avond, het feest kon beginnen. Met “Step Up” kleurde de zaal rood en het publiek reageerde hierop als een stier op een rode lap, er kwam beweging in de zaal. “Labyrinth” werd met veel enthousiasme op de zaal losgelaten, de nummers van het eerste album vallen nog steeds zeer goed in de smaak!
Enter Shikari ging verder met hun succesformule, die perfecte balans tussen rock en elektronische muziek. “Arguing With Thermometers” uit hun derde studioalbum is hiervan het perfecte bewijs. “Rabble Rousser”, ook een nummer - wat mij betreft één van de betere - van het laatste album, toonde de complexiteit van nummers waar Enter Shikari in de loop der jaren sterk in is gegroeid. Zo konden ook “Hectic” en “Ghandi Mate, Ghandi” op veel bijval rekenen bij het aanwezig publiek.
De band was ondertussen volledig opgewarmd en met “Mothership” werden de fans van het eerste uur nogmaals beloond met een vleugje nostalgie. Crowdsurfen was bijna een must aan het worden! Toen besloot de groep om even de handrem op te trekken, het rustige “Airfield” werd ingezet. Zanger Rou Reynolds kroop achter zijn piano en probeerde de rust terug te brengen in de AB. Eerlijk, toonvast zong hij niet altijd en misschien hadden ze dit nummer links moeten laten liggen.
Gelukkig bracht “Undercover Agents” de schwung terug in de zaal, net op tijd voor quickfire round. Vier nummers aan een razend tempo gespeeld, dat stilstaan haast onmogelijk werd. “Sorry, You’re Not a Winner” werd zoals gewoonlijk met handengeklap onthaald. “The Last Garrison”, “Metldown” en “Anaesthetist” vervolledigden dit rondje rock op speed.
De bisronde werd ingezet met “Take My Country Back”. Terwijl Rou het publiek de nodige instructies gaf, zwaaide een crew lid vol overgave met de Europese vlag. Een opgestoken middelvinger naar de huidige politieke toestand in Groot-Brittannië? Theresa May heeft er het vragen naar.
Als afsluiter kon de volledige zaal zijn keelgat nog eens goed openzetten en vol overgave meezingen met de klassieker “Juggernauts” en het recente “Live Outside”.

Alweer een geslaagde passage van Enter Shikari in de AB. Tot de volgende keer heren en geniet van de verdiende rust na maanden touren!

Setlist: The Sights - Step up – Labyrinth - Arguing with Thermometers - Rabble Rouser – Hectic - Gap in the fence - Shinrin Yoku - The Revolt of the atoms - There’s a price on your head - Ghandi mate, Ghandi – Mothership – Insomnia - Havoc B – Airfield - Undercover Agents - No sleep tonight - Stop the clock - Sorry your not a winner - The Last Garrison - … Meltdown - Anaesthetist
Encore: Take my Country back – Juggernaut - Live Outside

Neem gerust een kijkje naar de pics
Enter Shikari :
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/enter-shikari-17-04-2019
As it is
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/as-it-is-17-04-2019

Organisatie: Live Nation

PUP

PUP - Uitzinnig

Geschreven door

Net iets meer dan een week geleden verscheen de derde plaat van PUP.  ‘Morbid Stuff’ werd unaniem goed onthaald, en het was al voor de derde keer op rij dat een plaat van PUP zoveel positieve reacties uitlokte. Het was dan ook geen verrassing dat de eerste show van de band in Brussel lang op voorhand uitverkocht was. De AB Club veranderde een uur lang in een kolkende vulkaan, waarbij het publiek zich van begin tot eind rot amuseerde.

Openen mocht het drietal van Milk Teeth. De band bracht in 2016 een full album uit en sindsdien kregen we enkel nog maar EP’tjes van de groep. Dat de band daardoor nog steeds gedoemd is tot voorprogramma, spreekt voor zich. Het was wel een vrolijke bende en hun muziek heeft iets springerig en aanstekelijk in zich. Hoewel de frontvrouw niet altijd even goed bij stem was, maakte de expressieve drummer dat allemaal goed. Wanneer er daarbij ook nog eens wat screams aan te pas kwamen, waren we helemaal mee. Een dubbeltje op zijn kant dus, dat optreden van Milk Teeth.

Het publiek was bij dat voorprogramma nog heel rustig en ook toen PUP zijn set inzette met “Morbid Stuff” werd er nog wat geaarzeld. Gezongen werd er wel al, maar het was pas bij “Kids” dat de Club zich omtoverde tot moshpit en dat bleef zo tot het einde van de set. PUP moest eigenlijk niet veel doen om iedereen mee te krijgen, hun nummers spraken voor zich. De zaal was dan ook goed gevuld met echte fans, want het viel op dat echt ieder nummer uitbundig werd meegezongen - zelfs de nummers van anderhalve week oud, straf!
PUP beweerde ook enkele keren dat ze niet professioneel zijn als band en dat ze zelf niet de beste muzikanten ter wereld zijn. Dat maakte niemand uit, want vanaf er nog maar één noot werd gespeeld stond de volledige zaal te springen en brullen alsof hun leven er vanaf hing. Dit alles gaf de show natuurlijk de nodige peper, waardoor PUP enkel maar stevige songs moest blijven doorknallen. Dat deden ze dan ook, heel strak jaagden ze er veertien nummers door.
Maar er was ook plaats voor nuance. Hier en daar kon je een subtiele gitaarsolo bespeuren, maar het waren vooral de stevige, meezingbare refreinen die de zaal echt meekregen. Dat was ook de frontman niet ontgaan, die bij momenten de microfoon aan het publiek gaf om te zingen. “Scorpion Hill” bijvoorbeeld blonk uit in zijn opbouw door heel subtiel te beginnen en uiteindelijk hard te keer te gaan. Dat trucje herhaalde PUP nog wel eens, maar nooit werd het vervelend.
Dat de band en het publiek wederzijds respect genieten werd meermaals duidelijk. Toen er tijdens “If This Tour Doesn’t Kill You, I Will” en “DVP” de ene crowdsurfer na de andere op het podium belandde, maakte de band daar niets van. De toeschouwers van hun kant vielen de bandleden ook niet lastig en sprongen meteen het publiek terug in. Ook toen een fan bleef vragen om “Guilt Trip”, gaf de band daar aan toe en speelden ze het gewoon.
Wederzijdse sympathie, zo hebben we het allemaal graag.
Hoogtepunt was natuurlijk “Reservoir”, dat een heus volksfeest bleek. Het refrein werd gebruld, tijdens de stevige gitaarlijnen ging iedereen compleet uit zijn dak en de AB daverde even op zijn grondvesten. De band weet dan ook perfect hoe ze simpele, maar effectieve punknummers moeten maken met de nodige subtiliteit om toch niet helemaal cliché over te komen. Je zou het de perfecte caféband kunnen noemen, maar dat zou te min zijn voor de band. Dat bier een constante is bij zo’n muziek, is natuurlijk wel ontegensprekelijk.

Uitzinnig. Met dit kort woord kunnen we de set van PUP het best omschrijven. Nooit was er rust, en nooit bleek dat nodig. De enige pauzes waren degene waarbij er opbouw was in de nummers, en zelfs toen voelde het publiek de stevige uithalen al komen.
PUP kwam en overheerste met volle overtuiging. Dat het een feest is wanneer PUP optreedt, staat als een paal boven water. Zelfs met al hun nieuwe nummers kregen ze de zaal mee, heel plezant om zo’n hechte band tussen publiek en artiest te zien.

Setlist: Morbid Stuff – Kids - My Life Is Over and I Couldn’t Be Happier - Free At Last - Sleep In The Heat - Sibling Rivalry - Dark Days - Scorpion Hill – Closure - Familiar Patterns - Guilt Trip – Reservoir - If This Tour Doesn’t Kill You, I Will – DVP

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Alan Parsons

The Secret

Geschreven door

Alan Parsons is een naam als een klok in de progrock. De Amerikaan is verantwoordelijk voor een reeks hits (“Eye In The Sky”, “Don’t Answer Me”, …) en wordt beschouwd als een meester in zijn vak. Aan nieuwe albums en touren komt hij nog maar weinig toe. Maar plots was daar het album ‘The Secret’ en kwam hij naar Europa voor een tournee.
‘The Secret’ is niet een nieuw meesterwerk met een nieuwe wereldhit. Het is wel een prima zet geweest om Jason Mraz in te schakelen als gastzanger (op “Miracle”). Daardoor is de kans groot dat Alan Parsons alsnog opgepikt wordt door de Spotify-jeugd. Al blijft het de vraag of ze deze zeemzoete softrock-track meer dan eens zullen beluisteren. Op de persoon van Jason Mraz na ademt dit nummer uit elke porie een hang naar FM-rock uit de jaren ’80, inclusief een kleffe sax-solo. Maar onder al die kauwgumballen-pop zit wel een knappe track ingespeeld door klassemuzikanten.
Alan Parsons zingt zelf maar twee tracks op dit album: “As Lights Fall” en “Soirée Fantastique”. Hij klinkt uiteraard een stuk ouder van Mraz, maar voor de rest is er geen reden waarom hij niet vaker achter de microfoon zou staan. Zeker op “As Lights Fall” legt Parsons vocaal een zacht, warm deken over de muzikaal weinig interessante track. Op “Soirée Fantastique” zit zijn mooie stem dan weer te diep ondergesneeuwd.
Het van bombast overlopende “One Note Symphony” bevat gelukkig meer dan één noot. Dit doet denken aan het meest theatrale werk van Pink Floyd of het meest barokke van Emerson, Lake & Palmer. Zoals de meeste tracks van dit album zou je ook deze korte symfonie meteen ergens in een Hollywood-blockbuster situeren.
Slechts één track heeft dat niet. Het instrumentale “The Sorcerer’s Apprentice” lijkt eerder voor een toneelstuk gecomponeerd dan voor een film. En slechts één track van dit album is effectief al in een film gebruikt: het honingzoete “I Can’t Get There From Here” (geen cover van REM) werd ingezet voor de coming-off-age-movie 5-25-77.
Voor “Sometimes” kunnen we de algemene Hollywood-aanduiding zelfs nog vernauwen tot een Disney-prent. Gastzanger Lou Gramm (Foreigner) slaagt erin om een klein beetje drama uit te vergroten tot een levensles van dertien in een dozijn. Maar ook hier houdt Parsons je bij de les. Het is voorspelbaar en over-the-top, maar ook gewoon heel goed.
“Requiem” is één van de beste nummers op dit album. Zo classic rock als classic rock mogelijk is, maar ook opnieuw onweerstaanbaar goed. Dat geldt bij uitbreiding voor wel meer nummers op dit album, maar op “Requiem” zit alles juist.
“Beyond The Years Of Glory” heeft een joekel van een Eye In The Sky-vibe, maar kan minder overtuigen dan het origineel. Het is wel nog steeds een prima song. “The Limelight Fades Away” is als titel misschien wel tekenend: Alan Parsons is een meester in wat hij doet, maar ergens onderweg heeft hij de trein gemist. Wie heimwee heeft naar de radiorock van de jaren ’80 en wie wegsmelt bij soundtracks, die hebben een prima album aan ‘The Secret’.

Dry Martina

Tu Quieres Mambo -single-

Geschreven door

Mambo met een hip sausje, het was al eerder het recept voor een zomerhit. Uit Spanje komt deze wel heel dansbare retropop/mambo-single “Tu Quieres Mambo”. Heel catchy en vrolijk en toch niet overgeproduced. Wel  hoor je een ervaren en nog steeds bevlogen band met een zachte engelenstem die nog wat onschuld en heel veel levensvreugde uitstraalt. Spanje heeft een heel breed aanbod van retropop en -rock, denk maar aan The Limboos en The Excitements, maar deze Dry Martina steekt er voor mij toch bovenuit. Als de lente zich niet altijd zonnig aandient, zoek je Dry Martina op YouTube en Spotify. Beluister zeker ook hun oudere singles als de upbeat skapop van “Tan Solo Quiero Yo Tu Amor” of de mellow reggaepop van “Ahora” en “Si Tu Te Vas”.

https://www.youtube.com/watch?v=DlRRfFjHHfc

Tu Quieres Mambo -single-
Dry Martina feat Mo’Horizons
Dry Records

Neville Staple

Put Away Your Knives -single-

Geschreven door

De Britse ska-pionier Neville Staple werd vorig jaar persoonlijk geconfronteerd met de dood van een neef door het aanhoudende bendegeweld onder jongeren dat in de UK vooral met messen uitgevochten wordt.
Staple bracht vorig jaar nog een prima album uit, maar dit verlies dreef hem sneller dan gepland opnieuw naar de studio. Daar nam hij samen met zijn echtgenote Sugary Staple en Dandy Livingstone een herwerkte versie op van “A Message To You Rudy”. Dandy Livingstone is de eigenlijke songschrijver van die song en Neville Staple zat bij The Specials toen zij dat nummer uitbrachten. Zo is de cirkel rond.
Deze single heeft enkel herwerkte lyrics en die klinken maar een klein beetje geforceerd. Wie een beetje fan is van ska en 2Tone zal nog steeds meteen de wereldhit van The Specials herkennen en meezingen.
Neville Staple brengt hier een mooie boodschap, maar liever hadden we nog gezien dat de hele overlevende band (The Specials) hiervoor was komen opdraven.

World/Reggae
Put Away Your Knives -single-
The Neville Staple Band
Cleopatra Records

Neon Electronics

Apollo

Geschreven door

De EP ‘Mondriaan’ deed ons al uitkijken naar het volledige album. En zie ‘Apollo’ is geboren en klinkt uitstekend. Van alle projecten die Dirk Da Davo de laatste jaren op de wereld losliet, sluit Neon Electronics misschien wel nog altijd het beste aan bij de sound van The Neon Judgement. Dit hoofdstuk is echter afgesloten en zeggen dat het een kloon van The Neon Judgement is zou afbreuk doen aan de kwaliteiten van de band. Dirk Da Davo, partner in crime Glenn Keteleer aka Radical G en recent nu ook met basspeler Pieter-Jan Theunis varen op ‘Apollo’ hun eigen koers.
Neon Electronics grossiert in donkere, dystopische electro en industrial. Spooksteden en undergroundtaferelen doemen op bij het horen van de tracks. Opener “El Barranco” is donker en laidback. Ik zie maanlandschappen en dorre woestijnen voor mij opdagen. Een track die zo een film kan ondersteunen. “Follow Your Dreams” is een magistrale track. Met een snerpende gitaar, donkere bas, onheilspellende synths en fijne beats weet dit nummer mij volop te overtuigen. “Invisible Man” is een vrij catchy en toegankelijke song geworden. Een track die geschikt is als single. Heerlijk nummer. “Mondriaan” kenden we al van de gelijknamige EP. Een spacy song waarbij je je op ruimtereis waant. “More” keert qua sound een beetje terug naar de begindagen van The Neon Judgement. “Schizophrenic Freddy” en “Off Da Hook” zijn degelijke electrosongs. Afsluiter “Dusty Roads” heeft wat gelijkenissen met opener “El Barranco”. Het heeft ongeveer dezelfde vibe en sound. Ook de gebruikte instrumenten en songopbouw kan je naast elkaar leggen. “Dusty Roads” klinkt wel iets donkerder. Net alsof je in één of andere metaalfabriek zit.
‘Apollo’ is meer dan geslaagd. Er staan een aantal heel sterke tracks tussen. Het trio weet hier een knappe sound en sfeer neer te zetten. De komst van basspeler Theunis is ook merkbaar en vormt een meerwaarde voor het geheel.

Elektro/Dance
Apollo
Neon Electronics
Dancedelicd/Wool-E-Shop

Pagina 332 van 966