logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
dEUS - 19/03/20...

Modeselektor

Modeselektor - Radicale beats van vrije geesten.

Geschreven door

De Berlijners Gernot Bronsert en Sebastian Szary maken al meer dan twintig jaar hun onconventionele beats als Modeselektor. Deze Oost-Duitsers groeiden op in de DDR, net buiten Berlijn, en organiseerden al underground party’s in de jaren negentig nog voor er sprake was van Modeselektor. Ze namen hun tijd om de stiel te leren, en releasten hun eerste EP’s op het Bpitch Control label pas rond 2002. Hun naam haalden ze van een knopje op een Rolandsynthesizer. Ze bouwden gestaag hun live-reputatie op, en werden al vroeg opgepikt door Thom Yorke van Radiohead.
Van in het begin waren de visuals voor dit electronica-duo heel belangrijk, van in de tijd dat ze samenwerkten met het video-collectief Pfadfinderei in hun underground-club Kurvenstar nog voor er sprake was van Modeselektor. Pfadfinderei ontwierp ook hun Monkey-logo voor hun Monkeytown label. Modeselektor mixen techno, break-beats en hiphop en gebruiken graag gastzangers op hun producties.
Modeselektor en Apparat vormden samen Apparat, maar na drie platen en passages in Vorst-Nationaal hield Moderat het voor bekeken en gaat dit duo weer verder als Modeselektor met dit jaar hun nieuwe plaat ‘Who Else’. Modeselektor is net bevestigd voor Pukkelpop, maar woensdag had je de kans ze te zien in de Botanique, een buitenkansje omdat ze meestal in veel grotere zalen spelen.

Modeselektor speelden in de Botanique een uitgebreide set, waarin ze veel nummers van de nieuwe plaat speelden, die net iets toegankelijker klonk dan hun vroegere werk, met bijvoorbeeld het pompende “Who” met de zanglijnen van Tommy Cash, een nummer dat zich kan meten met Major Lazor, of de hiphop-grime met Flohio in “Wealth”, dat het dan weer bij Dizzee Rascal ging gaan zoeken.
Kenmerkend voor Modeselektor zijn de dubbele baslijnen, maar nergens hoor je een simpele 4-kwarts beat, alles is veel grilliger, met beats als aan elkaar geklikte legoblokjes. Sebastian Szary was de volksmenner van dienst, die het publiek opjutte.
De visuals waren weer top, met de vlaggen van de Verenigde Naties in “One United Power”, en verder de zo kenmerkende Modeselektor typografie inclusief de “Monkey” in een Egyptische tempel.
Climax was het tweeluik, “I am your god”, een woeste electro-anthem en “Evil twin” uit ‘Monkeytown’. De melancholie van Moderat kwam enkel terug in een nummer, “Wake me up when it’s over”, met Bronsert  op zang, maar dat was enkel de eerste minuten zo, want daarna ontaarde het nummer in een geontspoorde drillcore waar Aphex Twin patent op had.

Modeselektor speelde al zijn troeven uit, en kreeg de handjes van het publiek met gemak in de lucht. De Orangerie was woensdag getransformeerd naar een groezelige Berlijnse underground-club, en daarvoor moesten we niet eens 800 kilometer noordwaarts rijden.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pale Lips

Pale Lips - Ideale schoondochters

Geschreven door

Eerst hadden we The Brittle Brothers uit Zwevegem en die deden me toch even de wenkbrauwen fronsen. Wat was dit? Een verdwaalde carnavalsband in de Pit’s? Mooie opstelling nochtans: bas, gitaar/zang en staande drums en een al even mooie intentie op hun visitekaartje: punk ‘n roll garage! Ik hoorde eerder een ratatouille van genres telkens opgejaagd door een drammerige bas. Tussen de nummers door leek de zanger te solliciteren voor een rol in ‘Eigen kweek’. Wil iemand hem vertellen dat er geen vierde reeks komt? Was dan alles kommer en kwel? Toch niet. Tijdens een paar instrumentale nummers, waarin de zanger zich duidelijk wat meer op zijn gitaar kon concentreren, kwam het tot een bevreemdende symbiose van jam band music en garagepunk.

Pale Lips uit Montréal, Québec kwamen hun nieuwe, tweede plaat (‘After dark’) voorstellen. Vier frisse meiden op het podium in de Pit’s, ik was er volledig klaar voor en het begon meteen straf met “I’m a witch” waarin een stukje “The Witch” van The Sonics verweven zat. Ze kenden duidelijk hun klassiekers want later volgden nog een nummer vol verwijzingen naar oude rock-‘n-roll helden en een hommage aan de Ramones. Jammer genoeg volstond dit niet om van Pale Lips een grootse band te maken. Nochtans deden ze het verre van slecht. Hun strakke bubblegum punk, rammelende rock-‘n-roll of hoe je het ook noemen wil liep als een denderende trein. Jackie Blenkarn zong zich de ziel uit het lijf terwijl de rest haar feilloos volgde maar wat klonk dit toch braaf. Té braaf voor een gore club als de Pit’s. Wat had ik gitariste Ilona Szabo, die zich beperkte tot slaggitaar, graag eens een vuile riff uit haar gitaar zien wringen.
Nee, deze ideale schoondochters hielden het netjes en daar was op zich niets mis mee. Alleen lagen de verwachtingen hier enigszins anders.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Ben Sluijs Quartet

Particles

Geschreven door

We schrijven oktober 2016. Toen zakten we af naar W.E.R.F. labelnight in Concertgebouw in Brugge. We waren diep onder de indruk van de manier waarop een zekere Ben Sluijs zijn saxofoon bespeelde, alsof hij een onderdeel van dat instrument is geworden. Vanaf die avond waren we hevig fan van deze jazzvirtuoos. In februari zakte Ben Sluijs af naar de Lokerse JazzKlub en kwam daar zijn album 'Particles' onder de naam Ben Sluijs Quartet voorstellen. Dit leek ons een goede gelegenheid om die schijf, ook al is die al in 2018 op de markt gekomen, nog eens onder de loep te nemen. Met Bram De Looze (piano), Dré Pallemaerts (drum) en Lennart Heyndels (contrabas) weet Sluijs weer muzikanten rond zich te verzamelen die zijn intens mooie muziek tot een hemels hoog niveau doet opstijgen.
In alle bescheidenheid is Ben aan de weg blijven timmeren. In Ben Sluijs huist een uitzonderlijk getalenteerde muzikant die letterlijk zijn instrument tot leven brengt. Waardoor hij eerder thuishoort in de hoge regionen binnen het jazzgebeuren i.p.v. veilig verborgen voor de buitenwereld. Maar we vermoeden dat de man heel bewust voor deze weg heeft gekozen, en ook dat siert hem. Op de schijf is het dan ook die (alt)fluit en saxofoon die de toon aangeven van de plaat. Echter blijkt dus de inbreng van zijn medemuzikanten een enorme meerwaarde te zijn in het geheel. Getuige daarvan een sprankelend mooie “Air Castles” waar Bram zijn pianoklanken je een ware krop in de keel bezorgen, laat klinken als een warme gloed tegen koude winteravonden. Die lijn wordt eigenlijk doorheen de volledige schijf doorgetrokken.
In de Lokerse Jazzklub waren we danig onder de indruk van Dré zijn uitzonderlijke drumwerk. Dat hoor je ook op deze schijf terug. Luister maar naar songs als “Cell Mates” en “Mali” twee songs die worden gedragen door een uitzonderlijk gevarieerd drumwerk, van uiteenlopende kwaliteit, met zelfs een zekere zin tot experimenteren en vooral heel intensiviteit gebracht. Breekbaar als porselein, maar ook net energiek genoeg om je niet in slaap te wiegen is de rode draad doorheen voornoemde songs maar ook doorheen de gehele schijf. De zin tot improviseren tot in het oneindige, iets wat ik zo bijzonder vind aan jazz, keert eveneens terug op deze plaat.
Meermaals tuimel je van de ene adembenemende verrassing in de andere. Ben Sluijs laat niet direct in zijn kaarten kijken, waardoor je deze schijf toch enkele luisterbeurten moet geven, om dan weer andere ontdekkingen te doen. Zwevend, adembenemende songs als “Mali”, waarbij dus dat perfecte drumwerk wordt aangevuld met een fluit/saxfoon-inbreng die je onder hypnose brengt, is daar een mooi voorbeeld van. Het doet wat denken aan rituelen waar een fluitspeler de aanhoorder in een soort diepe trance doet belanden door middel van spelen met emoties van de aanhoorder.
U hebt nog niets gelezen over de inbreng van de contrabas? Nu, als je een kers op de taart zoekt in deze schijf dan is het net dit. De baslijnen van Lennart zorgen er namelijk voor dat een warme gloed neerdaalt over je hart. Telkens opnieuw. Tot je, eens in die trance beland, niet wil ontsnappen. Waardoor zijn inbreng van al even grote meerwaarde kan genoemd worden in het geheel.
Ook al ligt de focus enorm op de saxofoon en (alt)fluit van Ben zelf, je hoort hier een band waarvan elk van de leden hun instrument niet bespelen. Nee, ze brengen dat instrument letterlijk tot leven waardoor een perfecte jazzplaat ontstaat. Fragiel als de glimlach van een kind, en net ruw genoeg om je zodanig te hypnotiseren op een zelfs lichtjes dreigende wijze, dat je murw wordt geslagen. Niet door het optrekken van een geluidsmuur, maar door net op die plaats je hart diep te raken waardoor je wegzakt in een andere, mooiere wereld die dit kwartet je aanbiedt.

Tracklist: Particles, Song For Yusef, Miles Behind, Air Castles, Cell Mates, Mali, Jemima, Ice Chrystal

Blues/Jazz
Particles
Ben Sluijs Quartet
Ben Sluijs
On Purpose Records

Slumberland

Sea, Sea, Sea, Drifter-See, See, See, Drifter

Geschreven door

Jochem Baelus is een ware virtuoos die sinds 2013 experimenteren tot kunst heeft verheven. Door middel van naaimachines, filmprojectoren en dergelijk moois , weet hij een deur  te openen binnen de muziekwereld die nog maar weinig is open gegaan. Na meerdere soloshows besloot hij in 2018 zijn band Slumberland uit te breiden met twee drummers, Alfredo Bravo (Flying Horseman) en Frederik Meulyzer (Stray Dogs), wat ervoor zorgt dat het geluid organischer en voller klinkt. Nu brengt Slumberland zijn tweede album op de markt 'Sea, Sea, Sea Drifter/See See, See, Drifter', waar de man zijn mogelijkheden tot dat experimenteren verder uitspit.
Het leuke aan deze plaat: je blijft geboeid luisteren en genieten van wat Slumberland je aanbiedt. Achter songs als “Rashomon”, ”Roomers Of Rumours” en “Manta Ray” schuilt enorm veel absurditeit. Daarvoor heeft Jochem bewust gekozen want daardoor word je voortdurend op het verkeerde been gezet. Eens vertrokken worden deuren opengestampt, ontstaan wilde orkanen en brengen rustige momenten je tot gemoedsrust, maar nooit voor te lang. Een ander bijzonder punt aan deze schijf is dat je na meerdere luisterbeurten weer nieuwe ontdekkingen doet.
De rode draad op de schijf is langgerekte atmosferische, donkere postpunk vermengen met krautrock en sausjes psychedelisch muziek. De dwang om tot in het oneindige te experimenteren daarmee wordt nog aangewakkerd door de verschroeiende druminbreng van voornoemde heren. En dat is meteen de grote meerwaarde aan de nieuwe schijf. Het duidt meteen aan dat het eindpunt nog niet is bereikt. Waar de man de inspiratie blijft halen is een wonder. Was zijn eerste plaat eigenlijk al een grensverleggende schijf geworden, dan lapt Jochem daar bewust nog enkele straffe schepjes bovenop.
Wat ons bovendien telkens opvalt, ondanks het opbouwen van een zeker spanningsveld, de dreigende ondertoon en de vaak donkere omkadering, blijft die spanning eerder onderhuids hangen. Echter daarmee geluidsmuren afbreken doet de band niet, maar wel ervoor zorgen dat het angstzweet door die snijdende spanning je op de lippen staat dan weer wel. Luister maar naar de afsluiter van deze schijf “When The Frozen Lake Starts To Sing” waarbij dat geflirt met geluidsnormenoverschrijdend gedrag telkens de kop wordt ingedrukt door een - we wikken onze woorden - ingetogen vorm van angst aanjagen. Griezelig en sluw als een giftige slang dringt Slumberland je aders binnen tot je bloed begint te stollen en je hart in gruzelementen op de vloer terechtkomt.
Slumberland slaat anno 2019 nog steeds duchtig aan het experimenteren in tot het oneindige. In een donkere en angstaanjagende omkadering die ervoor zorgt dat je, met de angst in de ogen, deze dodelijk trip van begin tot einde doormaakt. Net de intensieve kant van de zaak, met een psychedelische inbreng, zorgt ervoor dat je niet anders kunt dan geboeid luisteren en genieten van zoveel drang naar experimenteren tot in het oneindige.

Tracklist: Rashomon, Roomers Of Rumours, Manta Ray, Deep Down Yonder, Offbeat, Lines, When The Frozen Lake Starts To Sing

 

 

The Specials

Encore

Geschreven door

Sinds de reünie van 2008 (ongeveer) was het wachten op nieuw werk van The Specials, de band die van 1979 tot 1981 de 2-Tone ska op de kaart had gezet en die tot 2008 in onderlinge ruzies was verzand. Opgetreden werd er al wel opnieuw gedaan.

Van de oorspronkelijk zeven Specials zijn er op ‘Encore’ nog drie over: zanger Terry Hall, gitarist Lynval Golding en bassist Horace Panter. Een beetje jammer dat ze toaster Neville Staples, recent weer in goeden doen, over het hoofd hebben gezien, maar wie de bandgeschiedenis een beetje heeft gevolgd, snapt ook wel waarom.

The Specials hebben zichzelf een nieuwe band cadeau gedaan, met Nikolaj Torp Larsen, Steve Cradock, Kenrick Rowe, Tim Smart en Pablo Mendelsohn. Voor de opnames van Encore kwamen daar nog een strijkertrio, een cello-speler en gastzangeres Saffiyah Khan bovenop. Deze laatste mag op dit album de stem van MeToo vertolken op “10 Commandments“. Het klinkt een beetje als een knieval voor de (licht) vrouwonvriendelijke lyrics uit de begindagen van The Specials. Chapeau dat ze zo openlijk schuld bekennen en daarvoor zelfs het heilige huisje van Prince Buster durven slopen.

En het valt op dat deze versie van The Specials heel goed bij de les is, met zowat actuele issues op een rij: racisme (“Black Skin Blue Eyed Boys” (van The Equals) en “Black Lives Matter”), de U-bochten van politici (“Vote For Me”), de risico’s die de wereld neemt door presidenten als Trump de code van kernwapens toe te vertrouwen (“The Lunatics” (Have Taken Over The Asylum, een cover van Fun Boy Three), de druk van het internet en social media (“Breaking Point”), wapendracht (“Blam Blam Fever”), het moeilijk vinden van mentaal evenwicht (“The Life And Times (Of A Man Called Depression)”. Zelfs de jeugd met hun hoodies en gangs krijgt een ferme veeg uit de pan op “Embarrased By You”.

Het valt overigens op dat ‘Encore’ geen volbloed ska-album is geworden. “Black Skin Blue Eyed Boys” is disco-pop en ook “Black Lives Matter” drijft op een oldschool discodeun en met die parlando/halve rap eroverheen doet deze track wat denken aan “Rapture” van Blondie. “Vote For Me” doet inzake toon en sfeer dan weer heel hard denken aan het morbide van “Ghost Town”, de oude wereldhit van deze Specials. Volbloed-Specials is “Vote For Me” dus zeker wel, maar een volbloed ska-track zeker niet. “The Lunatics” is ska op een wals-ritme, wat als geheel een beetje klinkt als The Nits.  Pas op “Breaking Point” valt er voor ska-liefhebbers muzikaal al wat te rapen, maar nog veel meer kunnen zij hun hart ophalen op “Blam Blam Fever” en “Embarrased By You”. “10 Commandments” en “The Life And Times (Of A Man Called Depression)” zijn opnieuw parlando/half rap en zeker die tweede mellow track is er eigenlijk al te veel aan. Het goud zit zoals wel vaker helemaal op het einde van de mijngang: “We Sell Hope” is een met doom en gloom overladen reggaeballad met harmonische zang en zelfs een leuk strijk-arrangementje. Pas op deze track bewijst het overblijvende trio dat ze ook zonder Jerry Dammers recht in de roos kunnen mikken.

Wie een beetje uitkijkt kan dit album als CD aanschaffen met een bonus-CD. Daarop krijg je liveversies van een reeks Specials-klassiekers als “Gangsters”, “A Message To You Rudy”, “Stereotype”, “Too Much Too Young” en “Ghost Town”, aangevuld met het betere coverwerk (o.a. “Redemption Song” van Bob Marley).

Moonstruck

Web of Deception

Geschreven door

De Nederlandse band Moonstruck bestaat nog maar sinds 2015, maar aan de muziek is dat niet te horen. Ze zijn niet te verwarren met gelijknamige bands uit het verleden. Er was een melodic deathmetalband en er zijn nog hedendaagse bands onder die naam zoals een Zweedse metalband en een Amerikaanse band die hardrock speelt. Het is dus wel even zoeken op Spotify om de juiste Moonstruck terug te vinden.
Na een EP in 2016 hebben ze nu hun debuut uit. De invloeden van bands zoals Iron Maiden, Rush en vooral Queensrÿche zijn aanwezig maar ze maken er hun eigen ding mee. En we moeten het zeggen dat het goed klinkt. De zanger heeft een krachtige stem die uitstekend blendt met de muziek. De gitaren klinken vertrouwd, soms stevig en soms melodisch. De ritmesectie vormt een solide en stevig geheel. “Web of Deception” is een meteen een knaller van een opener. Op “Dark Medicine” trekken ze die lijn door. De zang- en gitaarlijnen zijn best catchy bij momenten. “Metamorphoses” is een echte progressieve track van elf minuten. Akoestische gitaren trekken de song op gang, de vocals vallen in. Daarna wordt de song een ballad. Uiteindelijk wordt de song helemaal opengebroken en bloeit die helemaal open. Er komt ook nog een mooi gitaarduel voorbij in de solo. Een prachtige track.
Ook afsluiter “The Assassin’s Blade” heeft een gelijkaardig songstructuur maar met een andere inkleuring. Hier zijn de piano, wat subtiele gitaartoetsen en andere sounds die de intro kleuren. Eveneens een geweldig mooie song.
De meeste nummers zijn vrij potig en uptempo zoals “Beyond Your Wildest Dreams”, “Moonstruck” etc… Enkel de lange en progressief gerichte tracks hebben enkele rustige passages in hun song zitten. Ook zo tijdens “The Observer Of Chaos” dat voortdurend wisselt tussen uptempo (zwaar rockend) en slow tempo (meer laidback en melodisch).
Moonstruck heeft een fantastisch debuut afgeleverd. Laten we zeggen dat ze dicht bij de NWHOBM aansluiten. Echt vernieuwende dingen ga je hier niet horen, maar wat ze brengen is echt van een hoog niveau. Ze slagen erin om hun eigen wereld op te bouwen in hun debuut.

Ô Lake

Refuge

Geschreven door

Sylvain Texier ( Ô Lake ) is een Franse pianovirtuoos. Zijn muziek wordt omschreven als cinematic piano, een term die goed past bij zijn debuutalbum 'Refuge'. Sylvian haalt zijn inspiratie bij één van de beroemdste gedichten in de Franse literatuur '’The Lake'’ door Alphonse de Lamartine. We citeren: ''Sylvain Texier vond de inspiratie in één van de beroemdste gedichten in de Franse literatuur: «Het meer» door Alphonse de Lamartine. Met «Ô Lake» sluit de Franse componist opnieuw aan bij zijn contemplatieve passies, waar de thema's die hem dierbaar zijn, harmonieus worden verzameld. Hier wordt zijn fascinatie voor de natuur en zijn relatie tot het verstrijken van de tijd gecombineerd. Met een echte geluidspoëzie drijft de muzikant ons naar nieuwe prachtige kusten waar de woorden afwezig zijn, en hij biedt ons een aantal geruststellende stukken en rauwe emoties.''
Poëzie vertolkt in filmische muziek en niet in woorden? Dat is inderdaad de rode draad in deze heel breekbare en intensief rustgevende mooie plaat van Ô Lake. Vanaf die eerste song “Refuge” voelen we ons dan ook letterlijk wegdrijven naar andere oorden, daarbij is het aangewezen uw fantasie de vrije loop te laten. De beelden er dus zelf bij bedenken. Het is namelijk een heel filmische schijf geworden die inderdaad de fantasie prikkelt. Ondanks de sombere omkadering van songs als “Reveries”, “Portrait Of Solitude” en “Conversation” straalt er telkens een beetje hoop uit de verdovende mooie pianoklanken.
Fans van modern klassiek en een elektronisch geluid, van Ólafur Arnalds, Ben Lukas Boysen, Jon Hopkins, Brambles en, natuurlijk, Nils Frahm zullen in deze knappe, heel fragiele schijf, hun gading vinden. Het is dan ook niet zozeer de songs afzonderlijk die er voor zorgen dat we met meerdere kroppen in de keel een traan wegpinken van innerlijk genot.
Het is het totaalplaatje dat belangrijk is bij deze plaat. Wij legden even alles stil rondom ons, en lieten ons - met de ogen dicht - gewillig meedrijven over die magische golven van innerlijke rust en stilte die Ô Lake ons aanbood. De man is dus niet enkel een pianovirtuoos, hij weet ook perfect de emoties van de luisteraar aan te spreken in een breekbaar concept dat harten breekt.

Elektro/Dance
Refuge
Ô Lake
Patchrock & Night-Night records

Rosalyn

Single Mother (EP)

Geschreven door

Rosalyn is het zijproject van Frédéric Aellen die daarnaast voornamelijk bezig is met The View Electrical. Je moet eens hun debuut ‘Roseland’ checken, een pareltje. Rosalyn ontstond vlak na het maken van ‘Heiligenstadt’. Dat was ergens eind 2017-begin 2018. Hij voelde de drang om iets totaal anders te maken. Iets introverts, intiemer en akoestisch. Zo begon hij eraan met enkel zijn gitaar en een laptop. Hij ontdekte de software garageband en dat was zijn redding aangezien hij er niet meteen in slaagde om een band op poten te zetten voor zijn zijproject.  
In de zomer van 2018 sloot hij zich op in de No Sun studio’s met zijn View Electrical-kompaan Raul Bortolotti om aan songs te werken. Het is niet helemaal akoestisch geworden; er zijn namelijk ook wat elektrische gitaren en piano te horen. Uiteindelijk had hij maar liefst zestien gevoelige songs klaar. Het thema in de meeste songs ging over tragische of getraumatiseerde vrouwenfiguren.
Op ‘Single Mother’ krijgen we al een voorsmaakje van het album ( ‘All Your Silences’) . Vier songs waarvan “Single Mother” en “Laura” het meest naar indiepop en folk neigen. Een beetje de Zwiterse variant van Milow, maar dan met iets meer diepgang. Op “Broken Again” krijgen we weidse gitaargeluiden. “Rusty” wordt voornamelijk door piano ondersteund. Het is een eerder donkere song en iets minder toegankelijk dan de andere.
Deze voorbode doet het beste verhopen voor het komende album in het voorjaar. Wie fan is van The View Electric zal dit ook weten te waarderen. We mogen het niet zeggen, maar de songs hier hebben toch veel weg van die bij The View Electric. Alleen is het soberder verpakt.

SAOR

Forgotten Paths

Geschreven door

SOAR is een Schotse blackmetalband, met invloeden uit de Keltische folk en uit Schotse mythes,  opgericht in 2013 door Andy Marshall. We citeren: ''Een unieke expressieve benadering die diep induikt in lyrische thema's gebaseerd op literatuur, landschappen, geschiedenis, verdriet, de natuur en de majestueuze bergen van zijn vaderland''.
SOAR brengt een nieuw meesterwerk uit waar Keltische folk weer perfect wordt verbonden met intensieve symfonische black metal. We namen 'Forgotten Paths' onder de loep en doken onder in de meest donkere gedachten, waaruit we niet meer wilden of konden ontsnappen eens in trance gebracht.
De best lange duurtijd van songs als “Forgotten Paths”, “Monadh” en “Bròn” - afklokkend rond tien tot twaalf minuten - zijn zelfs een meerwaarde in het geheel. Langzaam maar zeker grijpt SOAR je bij de keel, knijpt die al even traag dicht en laat niet meer los tot je tot bloedens toe geslagen uw eigen demonen strak in de ogen kijkt. SAOR bezorgt je een intensieve, donkere trip in deze landschappen en bossen. Daarbij valt de gestroomlijnde instrumentale aankleding op. Maar het is die bijzonder griezelige grafstem van een vocalist die klinkt als een demonische wezens uit eveneens voornoemde mythische verhalen, die ons naar adem doet happen, terwijl we baden in het angstzweet op een koude winteravond. Of althans, zo voelen elk van die songs aan.
De absolute echte reden waarom we zo onder de indruk zijn van deze schijf is dat SOAR geen typische blackmetalplaat uitbrengt, maar wel die donkere kant van die muziekstijl zodanig brengt dat het aanvoelt alsof je in een donkere mist bent terecht gekomen. Griezelige geluiden vanuit alle uithoeken van het bos komen je tegemoet en laten je verweesd achter. Met de waanzin in de ogen hoor je niet alleen het ritselen van de bladeren, maar eveneens een stem uit het duister. Een geschreeuw van demonische wezens die het duidelijk niet goed met u menen. 
Daardoor is 'Forgotten Paths' een topplaat geworden die pure black metal perfect verbindt met mythes, folklore en absolute duisternis. Op een zodanig intensieve wijze dat je eens dat bos binnen gestapt, er niet meer uitgeraakt tenzij compleet waanzinnig geworden van pure angst. En dat is hoe we onze boterham met symfonische blackmetal nog het liefste verorberen.

Quentin Sauvé

Whatever It Takes

Geschreven door

Quentin Sauvé kent iedereen wel als een bandlid van de post-hardcoreband Birds In Row, met wie hij deze zomer nog op tour ging met Neurosis en Converge. De Franse artiest bracht zijn eerste solo-album op de markt: 'Whatever It Takes'. Een heel persoonlijke, pakkende folkschijf die een heel andere zijde laat zien en horen van deze klasbak. 
Vanaf de eerste song, “Dead End”, krijgen we dan ook een vrij emotionele trip aangeboden waar een lach en een traan perfect met elkaar zijn verbonden. Want dat is toch uit het leven van iedereen gegrepen? Ook uit dit van Sauvé zo blijkt uit de teksten. Bitter klinkt het echter nooit, eerder doet de man een warme gloed van melancholie en weemoedigheid over jou neerdalen die je hart tot innerlijke rust brengt. Begane wegen worden verder bewandeld op “Half Empty Glass” en “People To Take Care Of”, waarover Sauvé het volgende zegt: ''People To Take Care Of" is a song about my grandparents and our family vacation home in the country side where we used to spend a lot of time, holidays and all."
Sauvé maakt ook duidelijk dat hij de positieve kant van dat eventuele verdriet uit de doeken wil doen op deze schijf. Daar slaagt hij dus volledig in, want tussen het wegpinken van een traan door bezorgt hij je een glimlach op de lippen terugkijkende op een rijkelijk verleden. Daar kan “Bad News Bearers” niets aan veranderen. De songs ademen diezelfde sfeer uit als wanneer je bladert door het familiefoto-album en je dan die vergeelde foto vindt van je lang overleden grootvader of grootmoeder. Een foto die je gegarandeerd toch even verdrietig zal maken, maar waarbij je vooral terugkijkt op die mooie en onvergetelijke momenten die je met deze mensen hebt doorgebracht. De boodschap is duidelijk: het is nooit verkeerd eens terug te keren naar je verleden, daar even bij stil te staan en door te gaan met het leven.
Gelukkig trapt Quentin Sauvé niet in de val om zijn songs saai of al te zeemzoetig te laten klinken. Het gaat altijd de boeiende en doorleefde weg op, alsof hij je meeneemt naar zijn verleden en je confronteert met het jouwe. Zonder al te klef te gaan klinken, maar eerder door je te overstelpen met weemoedige gedachten die je een krop in de keel bezorgen. De missie om even terug te keren naar zijn verleden en de aanhoorder daarvan een onderdeel te laten zijn? Daarin is Quentin Sauvé met dit knappe conceptalbum met brio geslaagd.

Tracklist: Dead End (3:00); Half Empty Glass (4:25); People To Take Care Of (4:17); Love Is Home (3:59); Ghosts (4:05); Selfless (2:53); Bad News Bearers (4:03); Riddled (5:21); Disappear (5:30)

Pagina 342 van 965