logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...

Tephrosis

Reform

Review Wim - Vorig jaar bespraken we ‘Clouded Minds’ van deze one-man band uit Ieper. Ik was onder de indruk van hetgeen deze kerel in zijn eentje wist te produceren. We kregen vijf goed opgebouwde post-metal songs te horen met een symfonische inslag. Toen was het thema van de EP opgebouwd rond een jongen die zich een weg uit zijn depressie weet te banen. Het was dan ook eerder donker van aard. Ditmaal is het een reis door tijd en ruimte geworden waardoor het album wat minder donker is geworden.
Ook op ‘Reform’  wordt grotendeels hetzelfde concept toegepast als op de vorige release. Het verschil is dat het minder duister klinkt en daardoor valt bijvoorbeeld het sublieme gitaarspel van Kenji Olivier beter op. Hij doet mooie dingen op zijn gitaar, dingen die vooral metal gericht zijn. Maar het is vooral allemaal subtiel gespeeld. Ook de synths zijn terug aanwezig en brengen sfeer zoals op “Eclipse” waar ze de hoofdrol opeisen. Deze song is eerder kort maar goed uitgebalanceerd en de piano brengt de nodige lichtvoetigheid in de donkere synthsounds. De songs bezitten duidelijk wat prog-metal DNA in de opbouw. Ik denk dan aan “Nova” of “Aphelion”. Opener “Discoveries” is ook een sterke track met een sferische lange intro om daarna dan een blikje prog-metal open te trekken.
Dit is het langspeelplaat debuut van Tephrosis. Het bevat negen instrumentale tracks en zal je weten te boeien van begin tot einde. Het klinkt atmosferisch, verhalend, cinematografisch en soms stevig zonder melodie en gevoel te verliezen.
‘Reform’ bevestigt het goede dat we hoorden in ‘Clouded Minds’.

Review Erik - Tephrosis is het progressieve post-metal/post-rockproject rond virtuoos Kenji Olivier. In april van vorig jaar hoorden we voor het eerst van dit toch heel bijzondere project. De EP 'Clouded Minds' vertelt een verhaal over pijn en verdriet. Hoe daarmee om te gaan, hoe je terugkijkt op je verleden en hoe je uiteindelijk toch de zon ziet schijnen achter de donkere wolken. De EP vertelt als een boeiend verhaal. Met het full album 'Reform' tast Kenji de grens tussen pijn, woede, geladenheid en gemoedsrust verder af. We legden ons oor te luisteren naar deze indrukwekkende parel van een instrumentale schijf en zakten dieper weg in onze stoel, om daarvan echt ten volle te kunnen genieten.
De plaat start met een intensieve mokerslag: “Discoveries”. Een song waarin Kenji alle registers open trekt, maar evenzeer je rustpunten gunt. “Aphelion” boort verder op diezelfde ingeslagen weg. In tegenstelling tot wat doorgaans het geval is bij typische post-rock of post-metal wordt hier niet naar een climax naar het einde toegewerkt. Deze plaat zit boordevol climaxen en momenten die je tot rust brengen. Waardoor je van de ene naar de andere emotie wordt doorverwezen, telkens in golvende bewegingen. Voorbeelden genoeg op deze schijf.
Zoals een tocht over de zee kom je in stil water terecht, daarna meegesleurd door een opkomende storm en kom je in een aantal gevarenzones terecht. Eens die strijd met het woeste water overwonnen schijnt een zon achter de wolken die je tot rust brengt om eens op je eindbestemming een gemoedsrust over jou te voelen neerdalen waardoor je de pijn in het leven weer beter aankan. Want ja, deze muziek gaat niet alleen over een boottocht, maar ook over het leven van elke dag. Over pijn en smart. Vreugde en geladenheid. Telkens worden we intensief geraakt door de manier waarop Kenji al die emoties voortdurend aanspreekt. Dat is nog het meest bijzondere aan deze plaat: je wordt letterlijk meegezogen naar zijn wereld, maar ook geconfronteerd met je eigen nietigheid. Bij elke song opnieuw.
'Reform' is wellicht een typische post-rock- en post-metalschijf geworden, maar eentje die je als aanhoorder diep zal raken. Zowel in de positieve als negatieve zin. Dat merkten we al op de EP, waar eerder een verhaallijn inzat. Op dit full album zet hij die weg verder, binnen een meer uitgebreid aanbod, waardoor je enerzijds een traan wegpinkt en anderzijds met een brede glimlach de zon door het raam ziet schijnen en daarvan ten volle geniet. Zo eenvoudig, maar ook zo intens mooi gebracht dat je er prompt een ander mens van wordt. Dat is hoe post-metal moet klinken, dat is hoe Tephrosis ook op deze pracht van een parel jouw ziel diep weet te raken, op een heel uiteenlopende wijze.

Tracklist: Discoveries; Aphelion; Defraction; Reform; Eclipse; Nova; Collapsar; Aeonian; Departure

Reform
Tephrosis
Post-rock/post-metal

The Twilight Sad

It Won’t Be Like This All The Time

Geschreven door

Ik leerde de band en zijn muziek kennen begin 2015 met de release van hun vorig album (‘Nobody Wants to be Here…’). Een aangenaam album dat hier thuis nu nog regelmatig gedraaid wordt. Kort daarna zag ik hen in het Sportpaleis in het voorprogramma van The Cure. Daar konden ze mij iets minder overtuigen maar support zijn is niet altijd een dankbaar gegeven. Eigenlijk zou ik ze eens aan het werk moeten zien in een kleinere zaal. Het album komt uit op Mogwai’s label Rock Action Records.
Het vorig album was een voorzichtige stap voorwaarts en ook met dit album zetten ze een voorzichtige stap vooruit. Voor de opnames en het songschrijven haalde het duo Graham/Mc Farlane ook hun meetoerende muzikanten Doherty (bas) en Smith (keys) naar de studio om zo het niveau naar een hoger niveau te tillen. Het was tijd om ze officieel als bandleden te noemen volgens Graham. Qua stijl en sfeer is er tegenover het vorige album niet erg veel veranderd. Het is weer een vrij donker album geworden met de typische teksten en zang van James Graham.
Waar zitten de stapjes vooruit? Ik vind toch vooral in de mix en de productie. Het album klinkt iets gevarieerder en voller dan het voorgaande. De bas komt in enkele songs ook meer naar de voorgrond zoals in “Vtr” (hun volgende single) en “The Arbor”. Daardoor krijgen een aantal songs meer een darkwave/postpunk vibe. Er staan naast een aantal uptempo tracks, zoals de sterke opener “10 Good Reasons For Modern Drugs”, ook enkele mooie ingetogen songs. “Sunday Day 13” is zo’n nummer. Het drijft voornamelijk op de stem en de synths. Een mooi opgebouwd en melancholiek nummer. “I’m Not Here” is qua tekst, opbouw en teneur een typisch Twillight Sad nummer. Een heel degelijke song. Met “Auge Machine” lonken ze naar de grotere podia. Het is een song dat een beetje de grandeur van The Editors in zich heeft. Met “Keep It All To Myself” zitten ze dicht bij Joy Division aan. “Girl Chewing Gum” is een catchy song met een middelmatige en heel herkenbare riff. “Let’s Get Lost” klinkt dan wel geïnspireerder, ook cathcy en de keys hier zijn top. Een topliedje.
Het album sluit af met “Videograms”, hun single. Een heel fijne song dat best wat aandacht verdient op de radio.
Of het hen zal lukken om met dit album (het vijfde reeds) groot te worden blijft voor mij een vraagteken. Ze zouden het nochtans verdienen. Ik vond het trouwens al verrassend dat dit niet gebeurde met het vorige. Maar om eerlijk te zijn hoop ik ook een beetje dat ze blijven zoals ze nu zijn. Een cultband, zoals The Editors in hun beginperiode, die persoonlijke en weemoedige muziek maakt.
‘It Won’t Be Like This All The Time’ is een heel goed en gevarieerd album dat veel mensen zal aanspreken. Het is een kwestie van hen ermee in aanraking te brengen. Voor liefhebbers van The Editors, The National, The Cure…

Siglo XX

Box

Geschreven door

Siglo XX ontstond in 1978 in Genk. In navolging van de punk wilden ze hun eigen muziek maken. Hun naam ontleenden ze aan een Boliviaanse mijn waar sociale onrust was. Iets wat ze ook in Genk kenden met de sluiting van de mijnen en de bijhorende werkeloosheid, armoede en drugs.
Hun werk begon als Cold Wave en evolueerde naar Darkwave. Ze hadden hun eigen label (Straatlawaai Records dat nog steeds bestaat) waar ze hun eerste single op uitbrachten. Begin de jaren ‘80 tekenden ze bij Antler Records. Ze brachten via hen 2 EP’s en een mini lp uit. ‘The Art of War’ (1982), ‘The Answer’(1983) en ‘Dreams of Pleasure’ (1983).
Deze opnamen zijn nu via Onderstroom Records uit op 3xlp en/of cd. In totaal 13 songs en een bonustrack. Deze verzameling is de basis/kern van hun oeuvre. Niet dat ze erna geen goede dingen meer hebben gemaakt (tussen 1987 en 1989 brachten ze nog 3 albums uit via PIAS tot ze er in 1991 de brui aan gaven) maar deze drie releases hebben hen op de kaart gezet. We krijgen hier songs die sterk beïnvloed waren door Joy Division; songs zoals “La Vie Dans La Nuit”, “Until A Day” en “Dreams of Pleasure”. Maar er zitten ook eerder experimentele songs in zoals het mooi en verstilde “Autumn”. De openingsminuut met de piano kan zo dienst doen als achtergrond bij een film. Of “In The Garden” waar ze proberen hun geluid open te trekken. De eerlijke en recht vanuit hun hart muziek zorgt ervoor dat heden ten dage de muziek nog zeer beluisterbaar blijft. Als toemaatje krijgen we een live versie uit Beverlo 1983 van “Whispers”.
Aangezien het werk van Siglo XX niet gemakkelijk verkrijgbaar is, is deze box een geschenk voor wie hun werk in bezit wil hebben. En het is ook een geschikte kennismaking voor jongeren die de roots van de Belgische wave muziek wil leren kennen. Daarbij mag Siglo XX zeker niet ontbreken. Heden ten dage treden ze enkele keren op en wie weet heb je de kans om ze eens live aan het werk te zien. Moet je zeker eens doen.

Soul Grip

Not Ever

Geschreven door

Soul Grip heeft zijn wortels liggen in het hardcore milieu. Vandaar dat je die elementen ontegensprekelijk tegenkomt in hun muziek. Maar ze mengen daar ook black metal en post metal doorheen waardoor je een nieuwe blend krijgt. Zo krijg je songs die het ene moment richting Amenra gaan en het andere moment dan weer als een post rock band. Hokjes houden hen niet tegen dus en daar houden we wel van.
Deze Gentse vijfkoppige band begon in 2014 op te treden in België maar ook in de omringende landen. Zo hebben ze al een heleboel steden en landen (Duitsland, Denemarken, Nederland…) in hun jonge bestaan aangedaan. Ze speelden al op Ieperfest, Antwerp Metal Fest en Bloodshed Fest (Nl). Ervaring hebben ze dus al genoeg opgedaan en dat hoor je ook aan hun mature sound. Ze weten mij ook bij momenten te verrassen. Bijvoorbeeld op “Grav I” waar de overgang onverwacht is en helemaal de song opentrekt. Het ritme schiet de hoogte in en zoekt jachtig zijn weg doorheen de song. Fantastisch nummer met een verslavende riff. “Grav II” heeft bijna niets te maken met de voorgaande track. Het begin is jachtig maar valt dan stil om een ambient-achtig intermezzo aan het woord te laten. Naar het eind toe ontploft de boel nog kort.
‘Not Ever’ is boeiende en verrassende Post Black Metal. Vol vuur, energie en emotie. Weg van de platgetreden paden en dat kunnen we waarderen. In zijn genre is dit een van de beste releases die ik in 2018 reeds te horen kreeg.

 

Post Black Metal
Not Ever
Soul Grip

 

Stop Calling Me Frank

Spider In My Beer And Other Songs

Geschreven door

De Amerikaanse band Stop Calling Me Frank is de ultieme reïncarnatie van pubrock, een genre dat nochtans onmiskenbaar Brits is. Zowel in de muziek als in de lyrics is dit één grote ode aan cafébezoek, dronken rockdromen en toogpraat. Hun muziek is die die daar het beste bij past: easy going rock ’n roll zonder veel franjes: beetje rhythm’n blues, beetje punk, beetje rockabilly, beetje soul. De enige vreemde eend in dit verhaal is de saxofoonspeler, die op zijn eentje deze pubrock vijftig extra tinten kleur geeft. Het is het eerste studiowerk van de band in meer dan 30 jaar, terwijl de bandbezetting nauwelijks wijzigde.
Zelf geven ze aan dat ze de mosterd halen bij Stax, Motown, Ramones, the Mighty Mighty Bosstones en the Real Kids. Wij horen vooral echo’s van The Smithereens, The Fratellis, Dr. Feelgood, Eddie & The Hot Rods, Treat Her Right en Morphine (die sax, natuurlijk).
Op het eerste gehoor is dit een album met weinig muzikale ambitie. Pas na een paar luisterbeurten begin je te beseffen hoe vernuftig deze puzzelstukjes aan elkaar hangen en met hoeveel métier dit in elkaar gebokst werd. Eenvoud en efficiëntie zijn de sleutelwoorden: geen noot te veel en net genoeg akkoorden om catchy te zijn. Tegenover die door ervaring aangescherpte compositie-kwaliteiten zijn de lyrics eerder lichtvoetig en de grapjes goedkoop. Liever hadden we hier een tekstschrijver gehad die zich kon meten met Nick Lowe, Warren Zevon of de jonge Elvis Costello, drie namen die in hun vroegste werk niet zo heel ver van de pubrock stonden, maar Stop Calling Me Frank geraakt tekstueel niet verder dan het niveau van Kid Rock, Sheryl Crow en (heel soms) Tenacious D.
De nummers waarop alles op zijn plaats valt, zijn “Gimme Life”, “My Baby Is An Ax Murderer From The State Of Wisconsin”, “Beat That Dog”, “Drinking After Work” en “5.000 Miles”.
Stop Calling Me Frank brengt rock die je het beste kan horen met een frisse pint in je hand. Haal deze band naar Europa voor een tournee langs kleine zaaltjes en grote cafés. Succes verzekerd.

King Dick

Mean Phases

Geschreven door

King Dick is een ongeleid synthpop-projectiel met o.m. roots in de Antwerpse jazz-scène. Als King Dick gaat Wim De Busser aan de slag met vooral eighties-elektronica en stemvervormers en voorts zowat alle elementen van een klassieke rockbandbezetting. Het resultaat op ‘Mean Phases’, het vierde album van King Dick, is een homogeen klinkend knip-en-plakwerk dat in de meest poppy rockmomenten doet denken aan het vroege werk van Beck en Eels.
In de Lage Landen zou ik verwijzen naar Pascal Deweze’s ‘Cult Of Yes’, naar LR Flores ‘Sportsmen In Doubt’ of naar My Baby’s ‘Mounaiki’. Tegenover al die referenties is King Dick op dit album evenwel heel wat naïever, vaak kwajongensachtig en vooral minder gepolijst. Alles wordt bewust lo-fi gehouden en ideeën worden met opzet niet of weinig uitgewerkt, of zo wil King Dick het toch laten overkomen. Alsof je naar een demo luistert die nog een eindmix moet krijgen. Gladde en platgeproducete synthpop hebben we al in overvloed, dat klopt. Maar je moet dus wat stof wegblazen om de pareltjes te zien op ‘Mean Phases’.
Het sterk aan Air schatplichtige “Puppy Love” is zo een pareltje. Eentje dat je bovendien nog redelijk makkelijk als parel herkent. Andere ruwe edelstenen vergen al wat meer aandacht en luisterervaring, zoals single “Prayer” en voorts de psychedelische mantra “Pale White Moon” en “Baby Needs Love”. Hoewel alle elementen aanwezig zijn om dansbaar te zijn, is het in dat verband vaak een verhaal van ‘net niet’ op ‘Mean Phases’.
En ook niet elke track op dit vinylalbum kan helemaal overtuigen. Een paar keer verdenk ik deze Koning Lul ervan dat het concept, de formule van de song belangrijker was dan het resultaat. Maar misschien zie of hoor ik dat volledig verkeerd.

Bob Mould

Sunshine Rock -single-

Geschreven door

De single “Sunshine Rock” van Bob Mould is de voorloper van het gelijknamige album dat begin volgend jaar uitgebracht wordt. Bob Mould kennen we nog van Hüsker Dü en Sugar en van zijn solowerk. Hij verhuisde in 2015 naar Berlijn en dit is het eerste album sinds de Amerikaan in Duitsland woont.
De nieuwe single sluit aan op dat van Sugar ten tijde van ‘Copper Blue’ en van zijn vorige solo-album ‘Patch The Sky’: veel energie en snelheid en luide gitaren met die typische Mould-sound en -akkoorden. De gitaar overstemt het meeste van de lyrics, maar je weet dat het ondanks de zonnige titel waarschijnlijk niet over bloemetjes en bijtjes zal gaan.
Hoewel … deze single klinkt een stuk minder donker dan de gemiddelde track op ‘Patch The Sky’. Er zitten deze keer wat strijkers in en dat zijn we nog altijd niet gewoon bij Mould’s muziek, maar hier storen ze niet. Ongewoon zomers voor een rabiate treurwilg als Bob Mould. Benieuwd of hij de zon kan laten schijnen over een volledig album.

Hell City

Flesh & Bones

Geschreven door

Heavymetalband Hell City haalt hard uit met het comeback-album ‘Flesh & Bones’. Over de term comeback kan je wat discussiëren, maar deze Limburgers hebben toch een tijdje stilgelegen na het onverwachte overlijden van hun (vorige) bassist. Dat gegeven had de basis kunnen zijn voor een flinke dosis melodrama, maar de band koos ervoor om Michael Konovaloff in de eerste plaats te eren met een sterk album. Een keuze die op zich al ons respect verdient.
Op ‘Flesh & Bones’ is het enthousiasme om muziek te maken bijna tastbaar. In vergelijking met de vorige albums van Hell City is dit een pak zwaarder en agressiever en daar is drummer Tommy Goffin verantwoordelijk voor, die met zijn grunts accenten legt op de cleane vocalen van zangeres Michelle Nivelle. Enkel op de relatief korte anti-Trumptirade “Bogus Potus” zijn de grunts de leadvocalen. Ook de andere bandleden presteren hier bovengemiddeld sterk.
Een aantal tracks steken er bovenuit: de singles “Your Darkest Hour” en “Supernatural”, het vinnige “Me My Enemy” en de epische titeltrack “Flesh & Bones”. Inzake songopbouw, lyrics en speeltechniek moet de vernieuwde bezetting van Hell City geen lessen meer krijgen en met een sterproducer als Dan Swanö kozen band en label voor topkwaliteit.
Met dit album kan Hell City opnieuw meespelen in de Europa League van de heavymetal.  

Blak Juju

Murder Style -single-

Geschreven door

Blak Juju werd in 2015 opgericht door Dirk Jans (drummer bij De Mens en Brasseur), zangeres Sibyl Jacob (Moiano, DJ4T4, Buscemi) en DJ Dirk Swartenbroekx. Later werd de band aangevuld met zanger/rapper TD Rankin (Steve Emmanor en Buscemi) en bassist Ben Brunin (Vive la Fête, Isolde et les Bens). De bandnaam telt één ‘c’ minder dan Black Juju, de song van Alice Cooper en de naam van een Griekse doommetalband.
Blak Juju focust in de eerste plaats op stomende liveshows waarbij dub, reggae, electro en EDM op originele  en exotische wijze  blenden tot een oververhitte dansvloer.
Volgend jaar komt er een volledig album, maar nu is er reeds de single “Murder Style”, met een Buscemi die het groepsgeluid zeker niet overheerst. Het zijn de muzikanten en de zanger en zangeres die hier de show stelen, anders dan op de eerste tracks die op Bandcamp gezet werden. “Murder Style” klinkt alsof het in Jamaica opgenomen werd en is dansbaar van begin tot eind. Positif vibes all the way. Als alle tracks van dat komende album dit niveau halen, zal het inslaan als een bom.
https://www.youtube.com/watch?v=4VveExVYWxc&feature=youtu.be

Sleath

Autumn Skies EP

Geschreven door

Het Gentse label Vuilbak grossiert doorgaans in ambient en experimentele muziek, maar brengt regelmatig ook knappe lo-fi uit. Zopas is er de EP 'Autumn Skies' van singer-songwriter Sleath.
In de goede Vuilbak-traditie krijg je hier ongepolijste 'slaapkamer-opnames' van een artiest die nog zijn weg zoekt, maar die hebben hun charme. Sleath heeft niet veel meer nodig dan zijn stem en een akoestische of elektrische gitaar en met beide weet hij de juiste accenten te leggen. Zodanig dat de percussie op het voorts prachtige “Blue Monochrome” eerder stoort dan iets toevoegt. Op de Red House Painters-cover “Uncle Joe” klopt het plaatje met de percussie wel.
“The Last Twist Of The Knife” heeft een lekker psychedelische gitaar-outro die nog te vroeg afgebroken werd. Het parlando op “Survival Kitten” enerveert meer dan het scoort. Het is vooral op titeltrack “Autumn Skies” dat Sleath een grote onderscheiding haalt, met een outro die doet denken aan REM in hun begindagen.
Deze EP doet in zijn doodeerlijke aanpak een beetje denken aan het Hitchhiker-album van Neil Young, aan de jonge Lou Reed, Fred Abong, Dee Calhoun of – dichter bij huis – Pauwel De Meyer. Als songwriter moet Sleath nog een stuk groeien en nog eelt op de ziel kweken. Er is nog wat schaafwerk aan de lyrics, maar ik kijk uit naar wat deze Sleath zou doen met een volledige band, voldoende studiotijd en de strenge hand van een ervaren producer.

Pagina 358 van 965