logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
avatar_ab_21

Converge

Converge - Een keiharde noot

Geschreven door


Het harde seizoen bij muziekodroom is nog steeds niet voorbij. Daarom kwam Converge met nog enkele hardvochtige collega’s afgelopen dinsdag een bezoekje brengen aan de Grote Zaal van de Muziekodroom. Stevige gitaren zijn we nu ondertussen wel gewoon maar deze mannen heisten de term ‘hard’ naar een nog hoger niveau waar we toch nog geen pap van gegeten hebben.

Converge
is een hardcore / metalband die in de vroege jaren 90 uit de Amerikaanse grond werd gestampt. Ze mogen zichzelf zonder enige twijfel pioniers noemen in de wondere wereld van de mathcore, metal in zijn meest extreme vorm.
Hun gedruis is absoluut niet voor gevoelige oren bestemd. Deze duivelse muzikanten hebben al een mooi repertoire aan albums verwezenlijkt en in 2017 kwam hun laatste album ‘The Dusk In Us’ uit. Ze brengen een mix van razend snel obscuur geluid dat meteen kan omzwaaien naar loodzware gitaren die dan weer zeer traag aanhouden. We vonden weinig tot geen structuur terug in hun nummers. Onverbiddelijk snel en hard werd constant afgewisseld met slepende noisy gitaren die op dat gelijke moment voorzien werden van het geschreeuw van frontman Jacob Bannon.
Het extreem geweldige “Repitilian”, wat als laatste op hun nieuwe plaat staat, beet meteen met veel lawaai de spits af. De intro deed ons flashbacken naar de fantastische Amenra show waar we twee weken geleden bij aanwezig waren. We werden vanaf nummer één al volledig klaargestoomd voor een onbeheerste explosie.

We waren soms wild van hun passief geluid maar moesten wel elke keer opnieuw wennen wanneer zij hun sluizen openenden en hun snijdende sound bovenhaalden.
We werden door hun vele verschillende wendingen telkens uit onze trance gehaald en daar hadden we het toch een beetje moeilijk mee.
De pannen werden stevig van het dak geramd en het publiek bleef van begin tot einde blinken van enthousiasme, maar wij zijn toch meer fan van collega’s als Amenra en consoorten.

Organisatie: Muziekodroom, Hasselt

Bruce

Fix My Brain (single)

Geschreven door

De Vlaamse punkband Bruce bracht zopas "Fix My Brain" uit als single. Die single is eigenlijk nog van het vorige album 'My Latest Popstar Crush', terwijl de band onlangs de studio in trok voor de een nieuw album.
Dat nieuwe album wordt 'Captain, we've lost Bruce' en krijgt acht tracks die net als “Fix My Brain” kort en catchy punkrock zijn die eerder leunt op de Australische en oude Britse punksound dan op de (gladde) Amerikaanse.
Bart Van Lier van The Agitators zit ook opnieuw achter de knoppen.

www.facebook.com/brucepunk

Ady Seven

Feel Your Soul (single)

Geschreven door

Ady Seven is een bijzonder homestudio-projectje uit Nederland. De band bestaat uit één man die graag anoniem wil blijven en zijn als vrouw opgedirkte crash test dummy. Met z’n tweetjes spelen ze de gitaarpartijen in en componeren ze de rest van de sound in de stijl van de dance van de jaren ’90. Het inzingen gebeurt door D'Layna Huguez-Dixon, een ervaren rot in de dancewereld. En dat levert bij momenten fraaie dancemetal op.
Ady Seven lost de nummers individueel op Bandcamp. De recentste single “Feel Your Soul” heeft, zoals dat in de dance gebruikelijk is, tekstueel weinig om het lijf. De track moet het vooral hebben van een pushende beat, catchy synths en een stevige gitaar-riff. Die gitaren zijn hier wel iets minder prominent aanwezig dan op eerder werk van Ady Seven.
“Feel Your Soul” is beter geslaagd dan het losjes op Peaches & Herb-geïnspireerde “Bring Me Joy”. Wie graag nog meer metal in de mix wil, moet zoeken naar “Water On The Rocks”, waar je meteen de intro van “Smoke On The Water” van Deep Purple zal herkennen, of naar “The Power” uit 2017 of “Say No Mo” uit 2016.
Het is vrolijk en het is dansbaar en het is verrassend dat de luide, shreddende gitaren zo goed in de toch ongebruikelijke setting passen. Een splijtende gitaarsolo zou eens mogen, of een cool basloopje, of een stevige grunt. Maar op zich is dit reeds interessant en vooral leuk. Een antigif voor al het slechte nieuws dat je naar je hoofd geslingerd krijgt.
https://adyseven.bandcamp.com/

 

Chalice

Chalice - Chalice vertaalt sterk album naar zinderende liveset

Geschreven door

Chalice - Chalice vertaalt sterk album naar zinderende liveset
Chalice
JC Tranzit
Kortrijk
21-04-2018
Filip Van Der Linden

De West-Vlaamse deathmetalband Chalice stelde op 21 april zijn nieuwe album voor op een releaseshow in JC Tranzit in Kortrijk. Ondanks het fantastische weer waren vele fans al vroeg op post. Twee bands mochten het publiek opwarmen. Fragmentum opende de debatten met melodische deathmetal. De band bestaat momenteel uit het duo Gunnar en Jan. Ze zoeken nog een bassist en een drummer, maar in afwachting daarvan treden ze op als duo, met de drum- en baspartijen die uit de laptop rollen. Beiden zingen en spelen uitstekend gitaar, maar door hun aanpak is hun show wel statisch. Het duo spoort het publiek aan tot wat meer interactie, maar het is pas bij de afsluiter, “Dark Path” van Amorphis, dat dat ook gebeurt. Dat is onterecht. Het is te gemakkelijk om deze band af te rekenen op de vooraf opgenomen stukken. Het foutloos meespelen met een tape wordt onderschat en verdient evenveel respect als het wachten op een drummer en bassist van vlees en bloed.

Metalbands verliezen zich bij de start van hun liveset soms al eens in een bombastische of dreigende intro en bij voorkeur veel rook uit een machine. Niet zo bij sludgemetalact Growing Horns. Zanger Dafus Demon komt gewoon als laatste op, gaat rustig schouder aan schouder staan met elk van de andere bandleden, geeft hen een schouderklopje of kust ze op de kale knikker, knoopt dan zijn dreadlocks los, nog een knikje naar het publiek en dan begint hij eraan. Zo kan het dus ook. 
Growing Horns brengt sludgemetal met flink wat doom en soms wat death in de saus. Denk aan Down en Goatwhore en vooral aan het bij ons iets minder bekende Acid Bath. De band gaf in Kortrijk alles wat ze in zich hebben en speelde een prima set, maar de warmte in de zaal had het grootste deel van het publiek reeds murw geslagen. In de koelte van de buitenlucht hoorden die slechts flarden van een nochtans prima en bezield optreden. In de eerste rijen voor het podium was er wel wat beweging en gingen de hoorns vlot in de lucht.

Voor Chalice was er van bij de start volop enthousiasme tot achter in de zaal en ook de band zelf stapte met een brede glimlach het podium van de Tranzit op. De liveset volgde helemaal de volgorde van het album ‘Ashes Of Hope’, van “Amongst The Damned” tot “A Death Without Warning”. Zelfs backingvocaliste Febe mocht – net als op het album - meedoen op de outro van “Cult Of Serpents”. De band bleef in Kortrijk heel dicht bij de sound van het album, al gingen een paar details verloren door de zinderende energie en intensiteit.
Zanger Pieter kwam op met een vreemdsoortig masker en een touw om de hals als zou hij na de show opgehangen worden. Het masker werd al snel weggegooid, maar het touw bleef de hele set rond de nek bungelen. Veel meer decor en props heeft Chalice niet nodig en zelfs zonder zou de band nog steeds veel indruk maken op het publiek. Alle vijf leden van Chalice stonden/zaten zichtbaar te genieten op het podium. Misschien de ontlading na het lange wachten op het album dat maar net op tijd klaar was voor de releaseshow. Pieter is de voorbije vijftien jaar uitgegroeid tot een podiumbeest dat met veel vertrouwen het publiek bespeelt, zowel als hij al gruntend door de eerste rijen wandelt als wanneer hij theatraal tegen de vlakte gaat (en verder schreeuwt) in het slot van “A Death Without Warning”. Ook de nieuwkomers in de band zijn snelle leerlingen gebleken.
Om het feestje compleet af te maken, deed Chalice een toegift van vier nummers uit het vorige album ‘There Is Nothing’: “Parasites Of Hatred”, “Reflect”, “Dead Nations” en “When Your Gods Are Sleeping”. 

Organisatie: Chalice/JC Tranzit

Arcade Fire

Arcade Fire - Arcade Fire slaat publiek Sportpaleis tegen het canvas

Geschreven door

Arcade Fire - Arcade Fire slaat publiek Sportpaleis tegen het canvas
Arcade Fire
Sportpaleis
Antwerpen
2018-04-19
Gerrit Van De Vijver

Als band behoor je tot de wereldtop van de ‘festivalbands’. Alles gezien en meegemaakt. En nooit ontgoocheld. Met de ‘Infinite Content Tour’ gaat men nu vaak indoor, en moet ook daar de lat hoog gelegd worden. Dat wordt een gevecht, een gevecht in ….een boksring.

Hoe lang kan je als band aan de top staan, en daar ook blijven? Heel lang zo blijkt. Door constant te innoveren, paden te bewandelen die anderen links laten, verder te gaan als de anderen en vooral … massa’s talent. Elk bandlid speelt een legio aan instrumenten, en dat creëert ongeziene mogelijkheden. En daar maken ze in deze tour ook handig gebruik van. Veel bands hebben het al gedaan, een beetje ‘centercourt’ spelen. Maar niet zoals Arcade Fire het doet. Het podium wordt gemetamorfoseerd in … een boksring. Bijna centraal, een evenwichtiger plaats, want als je pech hebt sta je soms meer dan 100 m ver van het podium. En ook de gecreëerde meerwaarde wordt handig benut in de machtige lichtshow.
Je behoort tenslotte tot de ‘heavy weight’ van de indierock-scene, en dan moet je als dusdanig ook aangekondigd worden. En het touren wordt ook letterlijk genomen. Bij elk nummer wisselt men van plaats, zo versterk je de interactie met het publiek. Als je dan nog elk nummer naadloos aan elkaar laat vloeien, zie je pas hoe volleerd deze band is.
De ‘5e van Beethoven’, geeft iedereen de tijd om de smartphone klaar te houden, want de goden banen zich direct een weg door de fans. Van direct contact gesproken. ‘Ready to rumble’!
“Everything Now”, de ‘core’ van deze tour, zet meteen de toon als openingsnummer. Met 9 zijn ze, maar de Obelix van de bende is ongetwijfeld William Butler. Die moet toch bij de geboorte in een vat met energydrank gevallen zijn, kan niet anders, en dat bewijst hij ook bij “Rebellion”. Gelukkig staan de elastieken nog recht van de boksring en kan hij wat op adem komen tijdens “Here comes the night time” en “Peter Pan”. De registers worden een eerste keer open getrokken bij “No cars go”, het Sportpaleis kleurt rood. Wie nu geen oordopjes heeft, is er aan voor de moeite.
Régine Chassagne mag een eerste keer schitteren met “Electric blue”, met een mooi uitgekiende , blauwe sfeer, versterkt door de 2 gigantische discoballen. En interacteert daarna met manlief Win Butler tijdens “Put your money on me”.
Heerlijk wegdromen is het bij “Neon bible”, “Roccoco” en “Suburban war”. Ook in het creëren van sfeer zijn ze heavy weights. Dat LED-verlichting zo warm kan zijn, kan alleen maar aan deze mooie nummers liggen.
We cruisen door de setlist met “Neighborhood #1” ( tunnels ), “The suburbs” en “The suburbs ( continued )” .
Ready to start” maakt van het Sportpaleis ineens een dancing, en iedereen blijft rechtop met “Sprawl II”, waar Régine soms de grenzen van haar stembereik opzoekt, “Reflektor” en “Afterlife”.
Creature comfort“ en “Neighborhood #3” brengen ons in een soort ‘Matrix’. Je waant je in een soort vacuüm, als een bokser die een uppercut krijgt, en zwevend naar het canvas gaat, maar nog niet

neergaat. Je kijkt , maar ziet niks meer, je hoort, maar het wordt schimmig en gevoileerd. Irreël universum qua sfeer.
De encore werd ingezet met het integere “We don’t deserve love”. Versterkt met de Preservation Hall Jazz band ( het zeer originele voorprogramma ), werd nog een verlengstuk gebreid aan “Everything Now” en “Wake Up”.
Geheel in New Orleans style werd afscheid genomen van het Sportpaleis , door het publiek heen.

Wat deze band zo uniek, groots, geweldig, een must-see band maakt is moeilijk in één zin te vatten. Ze cumuleren zo veel stijlen, dat je Arcade Fire niet echt kan labelen. Laat hun volledige playlist spelen , en je denkt op 4 uur tijd 5 verschillende bands te horen passeren.
Maar ook hun passie voor publiek, elkaar en muziek is aanstekelijk.
Ze maken geen muziek, ze ‘beleven’ muziek. Telkens zijn ze de collega’s een stapje voor. Wat een ander doet, werken ze nog dieper uit. Wat een ander krankzinnig vindt, is voor hen de norm. En ze leven NU. Everything now, ALLES NU!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arcade-fire-19-04-2018/
Organisatie: Live Nation

Everything Everything

Everything Everything - slecht begonnen, maar toch gewonnen!

Geschreven door

Everything Everything - slecht begonnen, maar toch gewonnen!
Everything Everything
Botanique (Orangerie)
Brussel
2018-04-18
Cis Vliegen

Everything Everything is een Brits quatro afkomstig uit Manchester, opgericht in 2007. Sindsdien brachten ze vier albums uit waarvan hun laatste ‘A Fever Dream’ in 2017. In 2018 verrasten ze met een EP ‘A Deeper Sea’ met twee nieuwe nummers en twee alternatieve versies van bestaand werk. Mijn eerste oppervlakkige luisterbeurt van de band gaf me het gevoel van doorgaanse popmuziek. Ik had duidelijk niet goed geluisterd. Ze brengen ritmische kunstwerken met politiek-kritische teksten. Hiermee verklap ik al iets. Namelijk: ik ben fan (geworden).

Als opener staat O.R.A. gepland. Een Belgische band die staat voor Organic Random Atmosphere. Een naam die ze eer aan doen. Hun nummers laten je dromen, zweven, nadenken, … Een mooie term zou zijn: ritmische hypnose. Live een supersound, maar misschien net te rustig en dromerig om de zaal op te warmen voor Everything Everything. Ik concludeer: O.R.A. is zeker een band om in het oog te houden!

Everything Everything neemt een trage start. Ze openen de show met “A fever Dream”. Een pracht nummer dat helaas zijn energie verliest door het live gebeuren. Dit geldt ook voor het daarop volgende “Desire” en “Cough Cough”. Het zit er gewoon niet in. Leadzanger Jonathan Higgs en de backings zingen regelmatig naast de toon en Jonathan af en toe ook nog eens naast zijn micro. Dit zorgde voor een teleurstellende start, want laat Jonathan’s stem nu net het hoofdingrediënt van de nummers zijn. Zonder die stem heb je geen eten en ik had honger. Het zijn vervolgens de tonen van “Regret” die klinken.
Ik zet me schrap voor een volgende teleurstelling, maar ik zit fout. Plots is de roest op de stem van Jonathan verdwenen en volgt er een geoliede muzikale show waar ik niets op aan te merken heb. Het is alom genieten van zijn hoge tonen die aanvoelen als een koude wind die zorgt voor kippenvel.
Voor de rest is de show sfeervol, met hier en daar wat handgeklap, en wordt er ‘thank you for coming’ geroepen. Ook krijgt het publiek een prachtige setlist. Zo verrassen ze met oude nummers als “Kemosabe” en “Qwerty Finger”. Voor een muzikale prestatie blijf ik ergens wel op mijn honger zitten omdat de nummers trouw blijven aan de versies op plaat. Er wordt niet mee geëxperimenteerd of iets extra aan toegevoegd. Dit hoort voor mij ergens bij de live ervaring. De lichtshow daarentegen vind ik spectaculair goed. Opvallend zijn de kleuren van hun albumhoes ‘Get To Heaven’ die vaak terugkomen in een leuke blend met de muziek.

Ik vat samen: Everything Everything is een zowat een ‘alles alles’ mix van muziekstijlen zoals pop, R&B, rock en new wave. Ze klinken live superstrak mits een kleine opwarming en laten je lekker dansen. Ik vind Jonathan zijn stem super en zeker een meerwaarde om live te horen. Langs de andere kant zal ik verder genieten van hun muziek op plaat en heb ik voldoende aan deze éénmalige live ervaring.

Setlist:  A Fever Dream, Desire, Cough Cough, Regret, Run The Numbers, Big Game, The Wheel, Good Shot Good Soldier, Put Me Together, Night Of The Long Knives, Qwerty Finger, Kemosabe, Spring/Summer/Winter/Dread, Can’t Do, Ivory Tower; Biss: Breadwinner, Distant Past, No Reptiles

Organisatie: Botanique, Brussel

Helge Iberg

Jazzkammer

Geschreven door

De titel van het album zegt al wat je kan verwachten van dit album. Met name jazz. Jazz heb je natuurlijk in allerlei gedaanten. Van freejazz tot fusion en diets meer. Helemaal thuis ben ik niet in dit genre maar ik kan wel zeggen dat dit redelijk lounge en laidback klinkt. De piano, niet zo verwonderlijk want Iberg is een pianist, speelt een grote rol in de nummers. Op een vorige release, ‘Standards and Vanguards’, deed hij wat hij nu terug doet: bekende standards een nieuw jasje geven. Er staan hier nummers op van o.a. The Beatles, Thelonious Monk, Jerome Kern, Henry Mancini en andere grootheden. Erg herkenbaar zijn de nummers niet meer. Ze werden grondig herbouwd en in een jazz jasje gestoken. Het is meer dan covers spelen dat de man hier met deze muziek doet. Daarbij maakt hij gebruik van instrumenten zoals de sax, bass, piano, vocals en drums. Het klinkt vrij klassiek, speels zoals de hoes en niet erg zwaar op de hand.
Intelligente muziek dus dat een tweede leven geeft aan bekende standards.

Faces On Tv

Night Funeral

Geschreven door

Het lichtjes boomende Faces On Tv heeft het creatieve brein Jasper Maekelberg in zijn gelederen. De man is ook het brein achter onder meer Bazart, Tsar B, Warhaus. Hij is verantwoordelijk voor tientallen Belgische hits. Niet zo verwonderlijk dat wij dan ook erg benieuwd zijn naar de eerste langspeelplaat van deze band. Vooral na de veelgeprezen EP ‘Travelling Blind’ waren de verwachtingen hooggespannen. Om met de deur in huis te vallen: ze worden ingelost.
‘Night Funeral’ brengt ons tien tracks hoogwaardige, boeiende indie die de ene keer meer als avantgarde, dan weer als electropop of indierock klinkt. Maar alles is zo gemixt en geproduceerd dat het album een mooi geheel vormt. Het album is geschreven met 2017 in Jasper zijn achterhoofd. Dit was een hectisch jaar voor hem met veel tourwerk, onthechting en het uit elkaar groeien met zijn vriendin. Dat alles was voeding voor de tekst en muziek op dit album. Het is er een beetje aan te horen. De muziek straalt soms wat afstand en isolement uit. Het titelnummer is daar hét voorbeeld van. Muzikaal en tekstueel. Het is een cliché maar miserie levert mooie songs op. Dat is hier niet anders. Verder klinkt alles vrij gestyleerd, bevat ze vlotte breaks en beats en meezingbare refreinen zonder goedkoop te klinken.
Faces On Tv heeft met een ‘Night Funeral’ een machtige plaat gemaakt dat zeker in het rijtje van hun labelgenoten past (o.a. Millionaire, Trixie Whitley, Madensuyu…). Een eigenzinnige en boeiende plaat dat ervoor kan zorgen dat ze hiermee groot/groter worden. Hou ze maar in het oog.

Youff

Et Cetera

Geschreven door

U houdt van muziek waar veel directheid in schuilt en maar weinig subtiliteit in aanwezig is? Dan zou de vierde worp van deze jonge honden. Het duo werkte tien songs uit die voornamelijk gebaseerd waren op improvisatie. Dit is een procedé dat zowel goed of slecht kan uitdraaien. So what, ze bivakkeerden een week in een barak om dan hun resultaat in een album te gieten.
Is het er aan te horen? Als je bedoelt dat het een rauwe en directe plaat is geworden dan is het antwoord zeker ja. Dit is noise en rock op speed, intens en to-the-point. Bijna een punk/hardcore geluid. Ze zoeken ergens de limieten op en dat levert ‘Et Cetera’ op. Het vraagt wel wat inspanning om hen een eerste keer te beluisteren. Het is namelijk geen doorsnee muziek. Maar ik heb muziek leren ontdekken in de jaren 80 en dat maakt het voor mij wat herkenbaarder. Indertijd had je ook van die Amerikaanse imports van bands zoals The Butthole Surfers, The Hard Ones, Vandal X en dergelijke meer. Daar zat ook rauw (en soms met een erbarmelijk kwaliteit opgenomen) materiaal tussen.
Je moet dus niet meteen naar melodie en harmonie zoeken. Maar naar intensiteit, je gal uitspuwen en meer van dat. Soms zijn het eerder korte ontboezemingen (zoals “Habit Notes” of “Jerking Myself To Jesus”) en soms zijn het tracks die voorzien zijn van een min of meer herkenbare songstructuur (zoals “Permafuck” of “No Glove Loved”). Afgesloten wordt er met “Kwaadmechelen”, een epos van 11 minuten dat als één lange intro klinkt. Je denkt constant dat er straks zal overgegaan worden naar een middenstuk.
Youff heeft met ‘Et Cetera’ een knoert van een plaat uit. Eén die je een djoef op je muil uitdeelt, die je op het verkeerde been zet en die zowel rauw als intens is. Aan u of je daarvoor kunt vallen.

2 Tone Club

Don’t Look Back

Geschreven door

2 Tone Club is een Franse band met een misschien niet zo originele bandnaam, maar wel een bandnaam die mooi de lading dekt. Of toch het grootste deel van de lading. Want deze ska-band beperkt zich niet tot de Britse 2 Tone-ska zoals we die kennen van The Selecter, The Beat en The Specials.
Ze gaan ook terug naar de roots van de 2 Tone-ska en die liggen in Jamaica. En ze gaan zelfs net als de als ska-band begonnen Madness vrolijk de pop-tour op. Zo heb je “So What” en “Seven Days A Week” dat klinkt als Britse 2 Tone, “One In A Million” dat klinkt als Jamaicaanse ska uit de sixties en “I’m Not Safe With Your Love”, “Never Give Up” en “My Friend” die zuivere popsongs met reggae-vibes zijn.
Het kleurenpallet van deze negenkoppige Franse band is zelfs nog uitgebreider, want op “Three Little Words” zitten ze in de jazzy slipstream van The Skatalites en op “Epitaphe (Born Dead)” zit zelfs voorzichtig wat rap. In het Frans dan wel, met een refrein in het Engels. Er sleept wel meer Frans in de lyrics, maar grofweg 80% is in het Engels. “Black Mamba” heeft dan weer een soundsystem-aanpak.
‘Don’t Look Back’ is een heel vermakelijk album. Je krijgt bovendien het hele pakket aan ska-varianten, terwijl het helemaal niet storend overkomt dat het alle richtingen uitgaat. 2 Tone Club is gewoon goed, welke ska-variant ze ook aanpakken of in welke taal ze ook zingen. Inzake ska moet dit één van de beste Europese bands zijn.

Pagina 390 van 965