logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...

The Good, The Bad & The Zugly

Misanthropical House

Geschreven door

De bandnaam The Good, The Bad and The Zugly zal waarschijnlijk fantastisch hebben geklonken na meer dan vijf pintjes na de eerste gezamenlijke repetitie, maar om er nu echt een international carrière mee uit te bouwen?  Nochtans heeft deze Noorse punkrockband best wel wat troeven in huis om door te breken.
The Good, The Bad and The Zugly (GBZ) brengen op het pas uitgebrachte album ‘Misanthropical House’ stevige punkrock in de traditie van The Hellacopters en Turbonegro. Drummer Tommy Akerholdt van Turbonegro mag zelfs even komen meezingen. Hun punkrock is snel en catchy, maar niet plat commercieel en mooier uitgewerkt dan pakweg de Britse oldschoolpunk. Stevig en vinnig, maar niet bijster origineel. Zo klinken ze op "I Lied About Being A Hardcore Man”, “Mindlessness”, “Ripe For The Grave” en – het beste nummer op het album - “International Asshole”. Inhoudelijk gaat het niet altijd over de grote wereldproblemen, maar soms ook over de eigen lichamelijke teloorgang of persoonlijke ergernissen. GBZ brengt het ‘zagen en klagen’ terug in de punk, zoiets.
GBZ heeft op dit album een paar nummers waarmee ze inzake songopbouw, akkoorden en geluid dicht in de buurt komen van die andere, net iets bekendere Noorse band Kvelertak. Dat gebeurt op o.m. openingstrack “H-Bomb”, “Vik Bak Meg Satan”, “Sickness Unto Death” en “West Coast Exile”. In andere songs of intro’s klinken daar soms nog echo’s door, maar dan subtieler. Hoewel de referentie naar Kvelertak wel geen toeval zal zijn, blijven de verschillen groot genoeg om GBZ een eigen gezicht te geven. Er zijn ook slechtere bands om je aan te spiegelen en deze aanpak zorgt ervoor dat The Good, The Bad And The Zugly toch een beetje uit de band springen.
‘Misanthropical House’ is een vermakelijk album dat zowel de doorwinterde punker als de ruimdenkende metalhead zal aanspreken. Deze Noorse band is reeds uitgenodigd voor Hellfest in Frankrijk en hopelijk komen daar nog een paar Belgische festivals of zaalshows bij.

Susanna Wallumrød

Perfect Day (Lou Reed single)

Geschreven door

Als voorloper voor haar binnenkort te verschijnen album brengt de Noorse zangeres Susanna (Wallumrod) een cover, of beter gezegd een hommage aan, van “Perfect Day” van Lou Reed. Is al meermaals gedaan horen we je zeggen? Dat is waar maar nog niet op Susanna’s manier. Ze heeft er een minimalistische versie van gemaakt: duimpiano, barokke harp en haar indrukwekkende melancholische stem.
Is dit een geslaagde oefening? Jazeker. Een cover is pas geslaagd als je er je eigen draai kan aan geven. En dat op zo een wijze dat je iets aan het origineel bijbrengt. En dat doet Susanna op schitterende wijze. Heel minimalistisch en met de stem als belangrijkste instrument maakt ze er een introverte en kwetsbare versie van.
De cover art is een werk van de gerenommeerde Noorse graficus Arne Bendik Sjur die de tekening ter beschikking stelde.

Wij kijken door deze song alvast uit naar het nieuwe album ‘Go Dig My Grave’ zal heten en deze week zal verschijnen. Een review hiervan mag je in de toekomst zeker hier verwachten.

Mr. Myst

Red Light District (EP)

Geschreven door

Mr. Myst timmert reeds zowat vijf jaar aan de weg om met hun glam- en sleazerock behalve België ook de buurlanden te veroveren. Ze mochten vanuit Oostende reeds gaan optreden in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Met hun nieuwe EP ‘Red Light District’ onder de arm zal het winnen van nieuwe zieltjes misschien een stukje vlotter verlopen.
Hardrock is aan een revival bezig, ook in ons land, nadat het genre lang verguisd werd en op een zijspoor gezet. WildHeart trekt in ons land aan de kar en startte zelfs een eigen festival dat zich toelegt op hardrock, glamrock en sleaze. Mr. Myst mag dat festival dit jaar openen en dat is een perfecte match.
Op ‘Red Light District’ krijg je catchy en licht verteerbare glamrock in de stijl van Skid Row en Mötley Crüe. Met Mr. Myst op het podium is elke avond een feest: makkelijk mee te brullen refreinen, de vuisten in de lucht en een geregeld een pakkende gitaarsolo. “Runaway” is één van de betere nummers. Ook leuk is de Elton John-cover “I’m Still Standing”. Bij de track “Red Light District” hoort een video die opgenomen werd in een sexclub in Ronse.
‘Red Light District’ is de perfecte soundtrack om na een dag gedonder op het werk je eerste puntjes bij te drinken. Schaamteloos leuk.
http://www.mrmyst.com

Orion Dust

Duality

Geschreven door

In feite is dit een re-release. Het album verscheen vorige jaar in maart maar was vrij snel uitverkocht. De band besliste dan maar om hem nog eens op de markt brengt. Als regular cd en als digipac. ‘Duality’ is het debuut van deze Franse band dat sinds 2014 bestaat. Een viertal muzikanten bestaande uit 2 mannen en 2 vrouwen.
Het album brengt ons middels verschillende verhalen op verschillende plaatsen maar als rode draad gaat het over een persoon die vecht tegen zichzelf en de wereld om zich heen. Een gevecht om niet in waanzin en depressies te belanden. Niet echt opgewekte materie dus. Er zit veel melancholie in de songs maar het is nu ook niet zo dat het depressief klinkt. Muzikaal spreken we van stevige rock en progressieve rock. Zo zijn er songs die afklokken rond de drie en vier minuten, maar ook songs die tot elf minuten duren. “Hapiness Inside” is zo’ n lang uitgebouwde song. Een lang uitgesponnen intro dat overgaat in stevige rock met een instrumentaal tussenstukje dat ingevuld wordt door een orgel/key. Het is eens wat anders dan een gitaarsolo. Het nummer heeft een fijne opbouw met veel variatie dat wat aan de jaren ‘70 doet denken. De stem van zangeres Cécile Kaszowski is schitterend. Luister maar eens hoe ze naar het einde toe een soort van zangsolo weggeeft. “Tightrope Walker” bevat akoestische gitaar, een babbelende bas, een pianoriedeltje dat halfweg wat kleur komt meegeven en wat percussie. De stem doet de rest. Het titelnummer is dan weer een chique rocker.
‘Duality’ is een volwassen album en een sterk debuut. Met verscheidene sterke elementen zoals de stem, de composities en de arrangementen. Een heel fijne ontdekking.

We Are Open 2018 – 09 en 10 februari 2018 - België muzikaal op de kaart!

We Are Open 2018 – 09 en 10 februari 2018 - België muzikaal op de kaart!
We Are Open 2018
Trix
Antwerpen
2018-02-13
Quinten Jacobs en Gert Vanlerberghe

We Are Open vormt elk jaar een vroeg hoogtepunt om naar uit te kijken. Trix stelt dan voor wat er allemaal leeft in muzikaal België, vaak nog onder de radar.

dag 1 – vrijdag 9 februari 2018
Op dag één leken de drie grote pijlers jazz, hip-hop en elektronica, liefst zo eigenzinnig mogelijk.

De avond opende in het Café met vier vrienden die met hun dure speelgoed ondertussen heel wat wereldhits op hun palmares hebben staan. Ga maar na: Dansende Mensen, Had Ik Maar Wat Meer Vakantie, Opa Euro, Papi Loma… Met
Borokov Borokov is het dansen op zware beats, de kelen schor schreeuwen en morsen met drankjes. Is de muziek ook goed? Absoluut. Underworld meets de duivel zelve, en doe daar nog wat toetsen Kraftwerk bij. Of zoiets. Van beukende beats tot hemeltergende rave, alle registers werden opentrokken, tegen een achtergrond van haast hypnotiserende visuals met vooral veel quasi-naakt. Borokov Borokov zou elk feestje moeten afsluiten.
Quote: Komaan eikels, allemaal dansen!

Enkele jaren geleden maakte ons land kennis met de getalenteerde Antwerpse rapper
DVTCH NORRIS en vanavond konden we dat ook live meemaken. Nu eens speelse, dan weer intense hip-hop en diepe bassen zorgden voor een waar feestje in de Club. In een nieuw nummer ventileerde de sympathieke Dvtch zijn afkeer van rekeningen en huur betalen op een wel heel uitbundige manier. Naast een dj had deze geboren entertainer ook enkele gastrappers bij. Eerlijk is eerlijk, de beats en refreinen klonken soms iets te veel van hetzelfde, al helpt het dat de heren een koffer vol meezingers bij hadden. Een “Seeking Closure” en een “Caught Up” gingen er goed in.
Quote: Fourty-seven and he’s dancing way more than you youngsters. Later I wanna be that guy.

Isolde Van den Bulcke wordt wel eens de Vlaamse Melanie de Biasio genoemd. Terecht. Met
Tristan kregen we weerbarstige baslijnen, jazzy drums en zweverige synths voorgeschoteld, die een haast claustrofobische sfeer creëerden. De razend boeiende zanglijnen en hemelse stem van Isolde voerden ons weg naar een andere plek en tijdperk. De hypergelaagde ambient pop had niet zelden een bevreemdende opbouw, onvoorspelbaarheid troef met vaak abrupte eindes. Dreigende stukken werden met broze rustpunten afgewisseld. Een onbetwistbaar hoogtepunt van de avond.
Quote: Why be racist, sexist, homophobic or transphobic when you could just be quiet? (op Isoldes t-shirt)

Na d e overkokende potten op het heilige vuur van Tristan was er de tongue-in-cheek synthpop van het prettig gestoorde Gentse
Hong Kong Dong. Hun geflipte elektronica is soms cheesy as hell, altijd eigenwijs as fuck, en vaak ook donker, unheimlich, space, creepy. Bij het geile “Touching Underwear” bliksemde het van alle kanten, al ging het om sensuele bliksemschichten, met dansschoenen aan. In “Boy” hoorden we TC Matic in overdrive. Sarahs viool en Bolis Pupuls drumbeats clashten er voorbeeldig met Geoffreys venijnige Gang Of Four riffs. En ook “Sweet Sensations”, drommels dansbaar, deed het ‘m weer. Hong Kong Dong, dat is ongegeneerd stoeien met elektronica en een halve discobol op je hoofd, of een frontvrouw die tussen het publiek springt. More is more, maar nu mogen alle ruimtewezens en robots weer even in de kast.

Het Brusselse duo
GeRoeZeMoeS dropte vorige week hun lekkere single “What Do You Do?” Wij waren benieuwd of hun experimentele pop, gekruid met nostalgische synths en groovy baslijnen, ook live overeind bleef. GeRoeZeMoeS is zeker iets wat in het huidige muzikale klimaat wel eens groot kan worden in 2018. We moesten af en toe aan STUFF. of SeizoensKlanken denken, al krijgen catchy vocals bij de Brusselaars een hoofdrol. Die lagen trouwens aangenaam in het oor, wat samen met hun muzikaal vernuft, spelplezier en avontuurlijke klanken en structuren een meer dan geslaagd concert opleverde. Wat zeggen we? Een overwinning. Want bij hun hit-in-wording zetten de heren de Bar op zijn kop. Iederéén was mee en de lyrics werden uit zowat alle monden meegezongen.
Quote: Do you wanna move for the milkman (een opvallende zanglijn die het publiek mocht scanderen)

Dijf  Sanders: de Wederopstanding! Onze favoriete Gentenaar is terug van een inspirerende reis naar Java, en mystieke invloeden zijn diep in de vezels van zijn muziek doorgedrongen. Broeierige klanken die weten wij welke god moesten sussen, gingen gepaard met spirituele lichteffecten op een kleurrijk laken, een naargeestig mantra dat nog lang ons geestesoog zal teisteren – het moeten niet altijd de blote konten van Borokov Borokov zijn. De gedurfde set voerde ons in een diepe Indonesische trance, bedwelmd door een psychedelische sax (Nathan Daems) en spooky synths (Dijf Sanders). Het voorlaatste nummer was ook nog eens dansbaar en met voorsprong het meest toegankelijke van dit diep intrigerende concert.
Quote: Nog eentje, van zes minuten.

Tijd voor een stevig potje instrumentale jazzy kraut/psych/mathrock met saxofoon als hoofdbestanddeel.
Nordmann deed ons dansen op aanstekelijke grooves van uitgesponnen songs die de soundtrack van een of andere donkere Amerikaanse misdaadfilm hadden kunnen zijn. Instrumenten ontspoorden regelmatig in deze georkestreerde chaos met frequente orgastische uitspattingen. Het was puur gelukzalig genieten van stielmannen die hun vak verstaan.

Ondanks de ononderbroken stoet van kwaliteit was het toch een beetje uitkijken naar
Blackwave., de razend populaire hip-hopformatie die Antwerpen weer op de kaart van rapland zette. In 2017 scoorde het zevental de ene hit na de andere, en ook live zat dat allemaal goed in elkaar. Het was een verademing om een live hip-hop show bij te wonen met zo’n energie en muzikaal tot in de puntjes uitgewerkt, met ruimte voor solo’s van alle muzikanten. De frisse hip-hop klonk nu eens kabbelend en ingetogen, dan weer opzwepend en uitbundig. Jay Walker en Willem Ardui zijn trouwens niet alleen hippe vogels maar ze kregen ook een volle zaal mee. De singles “Big Dreams” en “Flow” pakten live goed uit, en voor hun zeer gesmaakte grote hit “Elusive” (die blazers!) werden de heerlijke vocalen David Ngyah erbij gehaald. Dit was een concert om blij van te worden. Headlinen op dag één van We Are Open, daar is deze nog erg nieuwe band in elk geval met verve in geslaagd.

dag 2 – zaterdag 10 februari 2018
Hoera! Het was weer tijd voor We Are Open, onze favoriete afspraak met jong talent in het voorjaar in het Antwerpse Trix. Kort door de bocht gesteld was vrijdag de dag voor hiphop en elektronica-liefhebbers en zaterdag een moment van verzamelen voor fans van de gitaar. Want ho, wat ging het er stevig aan toe. Wie een oog wierp op de affiche, wist dat oordopjes aangewezen zouden zijn.

Beginnen deden we bij Catbug, winnares van De Zes en eerder vi.be tip. Paulien Rondou betrad timide het podium van Trix Café met enkel haar gitaar. Het was een quasi ontroerend tafereel: gitaarzak op het podium, capo op 4 en flinterdunne songs die evenwel diep doordringen. De jongedame meende wat ze deed en hield zo de aandacht van het publiek erbij. Een schuchter lachje na een stevig applaus, een vertrokken gezicht als ze een hoge noot net niet haalde, Catbug mag dan onervaren zijn, maar talent laat zich daardoor niet vermommen. Het was heerlijk melancholisch luisteren naar de interessante teksten die Rondou steeds het clichématige singer-songwriterniveau doet ontstijgen. Een bloedmooie vibrato zet haar porseleinen songs net dat tikje kracht bij dat nodig is. Straf.
Wereldberoemd zal deze jongedame nooit worden, daar is ze te authentiek voor, en dat is maar goed ook.

We  repten ons vervolgens naar Shht. De hype van het moment speelde een set die even hilarisch als geniaal was. We kregen een loeihard “Don’t Care”, meerstemmige samenzang met autotune, knipoogjes naar The Beatles en zowaar een quasi-spiritueel momentje vlak voor Shht hun cover van “Bohemian Rhapsody” inzette. Die cover van Queen vat misschien wel samen wat Shht eigenlijk is: onwaarschijnlijk eigenzinnig, absurd, bij momenten snoeihard en altijd met de nodige humor. “Wie leidt er een oppervlakkig leven?” vroeg frontman Michiel, zelf fier zijn hand de licht instekend.
Opvallend was wel dat niet heel de Trix Club meeging in de show van de band (wellicht eigen aan het format van een showcasefestival) en zo bleef alles relatief gecontroleerd. Geen exuberante toestanden dus deze keer, maar wel een bevestiging dat Shht live bij de beste bands van België hoort.

Dirk. dan. Wie Album al gehoord heeft, wist dat live de band echt zou gaan ontploffen. En ja hoor, hoewel er wat lege plekken waren in de grote zaal van Trix, overtuigde dirk. met beukende drums, gouden melodietjes (echt waar!) en wat grapjes van frontman Jelle Denturck ertussenin. Over de portefeuille van zijn publiek veroveren bijvoorbeeld, en voor we het wisten zat de zaal luidkeels en kattenvals (zoals gevraagd door Denturck) ““I only hate myself when I fuck things up/And I fuck things up all the time” mee te brullen. Dan weet je dat je show geslaagd is. Echt iets voor Pukkelpop, dachten we op het einde. Eppo?

Na een pintpauze schoven we aan bij Dieter von Deurne & The Politics in Trix Café. Onmiddellijk viel het enorme spelplezier op van Dieter Sermeus en co. Enthousiast als jonge snaken serveerden ze hun ninetiesrock okselfris. Hen wegzetten als clichématig en achterhaald is onzin, daarvoor zijn de songs van Dieter van Deurne & The Politics melodieus veel te sterk. Een halfuurtje zorgeloos overgeven aan de betrouwbare machine die de band is, was welgekomen. Enig minpuntje: op het einde werd de sound een beetje een geluidsbrij, waardoor de melodie wat verdween. De punten waren evenwel al lang uitgedeeld.

Wat gas terugnemen deden we bij Tin Fingers in de Club. Daarvoor moesten we helaas Onmens skippen, maar de afwisseling die de ex-winnaar van De Zes zou bieden ten opzichte van het gitaargeweld dat we al hadden gehad, overhaalde ons. Opvallend veel jong volk vulde de Club voor de komst van de intelligente indiepop van Felix Machtelinckx en co. We zagen de band vorige zomer aan het werk in de Charlatan tijdens de Gentse Feesten en merkten dat Tin Fingers live iets steviger was geworden. De poppy refreinen gingen er zoetjes in in Trix. Niet echt de meug van onderstaande evenwel, maar een popsong schrijven is een bewonderenswaardige ambacht. Een charismatische frontman doet dan de rest en door de interessante strofes en tussenstukjes, blijft Tin Fingers wel weg van de oninteressante, hapklare en gesuikerde pop.

Afsluiter was Raketkanon. Deze band voorstellen zou ongepast zijn en voor wie er nog aan zou twijfelen, ook deze keer was hun liveshow verwoestend sterk en dus kunnen we daar kort over zijn. Iedereen die nog een restje energie had na twee dagen vol Belgische muziek, werd als afsluiter nog eens getrakteerd op epische apotheose. Al snel zagen we Pieter-Paul Devos door het publiek crowdsurfen, een moshpit ontstaan en onszelf ‘hoogtepunt’ noteren. Matias De Craene (Nordmann) kwam tussendoor ook nog even sax spelen en in de bisronde kreeg de band nog gezelschap van Sigfried Burroughs (Onmens, Kapitan Korsakov). ‘Waanzin’, noteerden we voor we ons helemaal overgaven aan de woeste uithalen van Raketkanon. Amen.

We Are Open was een groot succes en alweer een bewijs dat onze Belgische scène onwaarschijnlijk sterk is. Omvergeblazen keerden we huiswaarts, een welverdiende tinnitus deerde ’s nachts de pret niet.


Met dank aan Luminousdash.com www.luminousdash.com

Organisatie: Trix, Antwerpen

Nils Frahm

Nils Frahm - Hypnotische beats in het klankenlabo

Geschreven door

Van een verrassing gesproken, het was niet Niels Destadsbader die met zijn nieuwe plaat opdook in de Album Ultratop, maar die andere Nils, Nils Frahm, die met zijn nieuwe plaat ‘All melody’ op positie 4, toch maar schoon stond te blinken tussen Ed Sheeran en K3. De AB was dan ook twee maal uitverkocht voor het concert van de zesendertigjarige Duitser, wij waren er bij op de tweede dag.

Het podium van de AB was ingericht als de opnamestudio van Frahm, met een uitgebreide opstelling van piano’s, orgels, synthesizers en andere obscure toetsinstrumenten, met zelfs een orgel dat in de coulissen stond voor een betere klank, aldus Frahm.
Dit twee uur durende concert vloog voorbij, met een enthousiaste componist die zich uitleefde in zijn muzikale speeltuin waarin toetsinstrumenten soms op onorthodoxe manieren bespeeld werden in zijn zoektocht naar nieuwe geluiden.
De nieuwe plaat van Frahm, gaat verder in de richting van ‘Spaces’, zijn plaat uit 2013, die pianomuziek aan elektronica paarde. Hier en daar bracht hij nog een intimistische pianocompositie, die heel verhalend en filmisch was, als je het gekuch uit het publiek, en het aanschoppen van de plastieken bekers in de zaal wegdacht. Maar eigenlijk was het grootste deel van het concert uitgepuurde, minimale techno, die in menige club tot zijn recht zou komen, bv. In het nieuwe “Sunson”: we hoorden Teutoonse beats die in Berghain niet zouden misstaan: een beetje Bookashade, een beetje Kompakt, denk aan Wolfgang Voigt, maar dan zonder de donkerte van die laatste. Frahm roept zo de zonsopgang in Ibiza op, na een hitsige clubnacht.
Die luistertechno wordt ondersteund door alternatieve klanken die hij uit de toetsinstrumenten tovert: je hoort de hamertjes op de snaren kloppen, mechanische geluiden die je normaal bij toetsinstrumenten niet mag horen, er zitten speelgoedpiano’s, strijkers en aanzwellende orgelklanken in die overgaan in drones.  Bij momenten klaterden de beats, in een hectiek die je ook vindt in de meer experimentele nummers van Radiohead. Alleen de klaagzang van Thom Yorke ontbrak in “All Melody” en “#2” zwelde aan naar zijn euforische hoogtepunt: oneindige muziek in overdrive.
Wij hoorden ook een grote hommage aan de pioniers van de elektronica, met referenties naar Vangelis (“Chariots of Fire”) of Mike Oldfield (“Tubular Bells”). Tussen de lange nummers door, nam Frahm de tijd om met veel ironie zijn nummers te becommentariëren: zo vergeleek hij zijn composities met het kiezen van een wasmachine-programma, of omschreef hij zijn populairste nummer “Says” als een repetitie van steeds hetzelfde C-akkoord: dat was het ook, maar die repetitie creëerde boventonen die heel hypnotisch werkten.
Dit concert vloog voorbij, het was zo kwart na tien en tijd voor de door Frahm aangekondigde bis, waarin hij de snaren van de vleugelpiano rechtstreeks bewerkte in het nummer “For -Peter- Toiletbrushes- More”.

Met deze mix van klassiek, experiment, soundtrackmuziek en minimale beats is Frahm klaar voor de festivals, we zouden hem nu niet direct op Tomorrowland zetten, maar een festival zoals Cactus afsluiten, zal hem zeker goed afgaan.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel + Toutpartout

Clouseau

Clouseau – 30 Jaar - One long trip through memory lane

Geschreven door


Van “Daar gaat ze” tot en met “Domino” het was 'one long trip through memory lane'. Clouseau beloofde ons een uniek, intiem theaterconcert en dat hebben we dan ook zeer zeker gekregen. Het werd 3 uur lang herinneringen ophalen met uiteraard héél veel interactie tussen de beide broers & naar het publiek toe. Dertig jaar na de release van “Brandweer”, hun eerste single, brengen Koen & Kris deze kleinschalige concerten om hun fans (van het 1ste uur) te eren & te bedanken. De ganse avond is doorspekt met anekdotes allerhande, sommige klinken bekend, andere zijn nieuw. Zo vernamen we dat er van de single “Brandweer” slechts 427 exemplaren zijn verkocht, maar dat Koen inmiddels wel al van een 1.500 tal dames hoorde dat ze dat 1ste singletje thuis koesterden ... Ooit tijdens een 90 minuten durend optreden in Nederland vielen welgeteld 97 meisjes flauw en bij gebrek aan frontstage moesten die allen over het podium worden weg gedragen ... Koen werd in de beginjaren achtervolgd door héle meutes gillende meisjes, werd soms de kleren van lijf gescheurd en had meermaals af te rekenen met stalksters, waaronder één hardnekkige, die hem volgde tot in zijn  badkamer toe ...

Op de tonen van “Sventibold” verlaat Koen het podium om door de zaal heen te lopen, hier & daar een knuffel uit te delen + obligate selfie, hij rent zelfs tot helemaal boven om eens te checken hoe het er van daar allemaal uitziet. Waarna hij spoorslags terug zijn plek inneemt en “Oker” inzet, gevolgd door “Anne”. We vernemen tussen de nummers door Clouseau-avonturen allerhande, de start van VTM waar Vlaamse muziek werd gebracht in 'Tien om te zien', escapades naar het dichte & verre buitenland, het éne avontuur was al meer succesvol dan het andere, maar zo lopen die dingen nu eenmaal. Recent nog was er de passage van K&K Wauters bij “De liefde voor muziek”, waar de cover van Natalia's “I want you back” niet onopgemerkt bleef. Veel covers hebben de heren Clouseau niet op hun palmares, maar deze mag er wezen. En verder rijgen de verhalen en de nummers zich aan mekaar tot de pauze zich aandient.
Wanneer iedereen weer voorzien is van cava en chips wordt het 2de deel van de show ingeluid met “Perfectie” gevolgd door “Dat ze de mooiste is” een nummer van de pen van Jan Leyers, die hiermee een primeur schreef, zijn allereerste Nederlandstalige nummer ooit. “De tegenpartij” zit in een strak rock jasje, in grijstinten belicht en met een mooi schaduwspel op de zijmuren. En dan mag Kris “Worship” brengen zichzelf begeleidend aan de piano, Koen wordt weg gestuurd ...
Maar niet voor lang, Koen keert op zijn stappen terug en neemt de zang weer voor zijn rekening, de verhalen blijven nu achterwege en de nummers volgen mekaar in snel tempo op, de ganse zaal zingt en swingt. Die jonge meisjes van weleer genieten nog steeds met volle teugen, maar beginnen toch al af en aan te lopen naar de vestiaire, om daarna met de jas onder de arm nog de laatste nummers mee te pikken.
Mocht het je nog niet duidelijk zijn hoe sterk de broederband is tussen Koen en Kris dan is deze nog maar eens bevestigd met het krachtige “Onvoorwaardelijk wij”. Ze doen gewoon graag wat ze doen en dat kan je niet faken, hier komt nog een Clouseau 40 en een Clouseau 50 van, let op mijn woorden ;-)
Als toemaatje komt dan toch nog “Louise” wat niet voorzien was en met “Domino” wordt de avond afgerond. Geen fan blijft onberoerd bij deze fijne avond !

Setlist : Daar gaat ze / Brandweer / Ze zit / Casanova / Swentibold / Oker / Anne / Ik wil je terug (cover van Natalia) / Laat me nu toch niet alleen / Nobelprijs / Geef het op / Ik, jij, hij of zij / (pauze)
De perfectie / Dat ze de mooiste is / Kamerplant / Fiets / Passie / De tegenpartij / Worship (Engelstalig) / Altijd meer en meer / Honger / Vonken & vuur / En dans / Onvoorwaardelijk wij / Zin om te bewegen / Louise / Domino

Organisatie: De Roma , Antwerpen

JTOTHEC

Somebody Had To Make This Record

Geschreven door

Via het Kortrijkse label May Way Records verschenen er verleden jaar enkele interessante releases. Zoals het alom bejubelde ‘Belgian Nuggets Vol1’ en Ugly Papas met ‘Atomium Pluto’. Het nieuwe jaar is nog niet helemaal droog en daar kondigden zich alreeds enkele beloftevolle releases aan. Naast de nieuwe Gèsman (ergens rond maart) is er nu ook het album van JTOTHEC (Jay to the C) dat op 16 februari zijn officiële release zal kennen in de Kreun , Kortrijk. Dit project is vooral het geesteskind van Jonas Casier (ook wel Jay Cee genoemd). Maar hij krijgt hier de medewerking van schoon volk zoals o.a. Peter Lesage (o.a. Gabriel Rios, Ertebrekers), Jeffrey Jefferson (Ertebrekers), DJ Sns (Brihang) en Jean Vanesse (eigenaar van de GreenHouse Studio).
Jonas Casier schreef zo goed als alle nummers. Enkel “Burnout Medicine” werd geschreven door Malik Ameer Crumpler. We spreken hier over funk. Jazeker dames en heren en dat in het zuiden van West Vlaanderen! En wat nog beter is,  dat het nog eens goed funkt zonder dat het parodie erop is. Luister maar eens naar de single “You Gotta Believe In You”. Dit is een funk single dat niet moet onder doen voor de beroemde voorbeelden in het genre. Het funkt, is catchy en bevat heerlijke funk gitaartjes en fijne backings. Daar is de nodige aandacht aan besteed maar het resultaat is een dijk van een funky,  poppy single. Van oorsprong komt de funk uit de afro-Amerikaanse cultuur. Het album klinkt dan ook wel wat afro Amerikaans. Nochtans zijn het hier allemaal Belgen die hun steentje hebben bijgedragen aan dit project. Maar songs zoals “Talking Backwards” of “Burnout Medicine” klinken zwart. We krijgen hier een mix van funk,soul en indiepop met synths/organs die de toon van de nummers zetten. “Love Can Do That” heeft wat soulinvloeden en is in een modern jasje gestoken. Heerlijk met die trombones en die prachtige vocals. Een heerlijke song dat zo als single kan dienen. Op “Not Black Nor White” lijkt de geest van Marvin Gaye rond te waren. De song drijft op een heerlijk ouderwetse orgelsound. Zo neemt dit heerlijke funky album ons mee tot aan eindtrack “Notice”
JTOTHEC heeft met ‘Somebody Had To Make This Record’ een dijk van een funkplaat gemaakt. Als ze erin slagen om de sfeer van deze plaat ook live te brengen dan gaan we van een feestje kunnen spreken.

Hookworms

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths

Geschreven door

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths
Hookworms
N.E.S.T.
Gent
2018-02-06
Sam De Rijcke

Hookworms is een bandje die met de release van het kersverse ‘Microshift’ nu plots overal met lof overladen wordt, maar ze verdienden eigenlijk al veel langer uw aandacht. Al vanaf ‘Pearl Mystic’ uit 2013 hadden wij door dat die gasten voor een krachtig nieuw geluid zorgden dat werd gedistilleerd uit extracten van zowel Spacemen 3, Spiritualized, Primal Scream als Hawkwind. Ook opvolger ‘The Hum’ was daar een sterk staaltje van. Voor de nieuwe ‘Microshift’ zijn ze met die sound het elektronicabos ingetrokken en hebben ze een flinke scheut LCD Soundsystem in hun sound gekieperd. En nu is plots iedereen wakker geschoten.

De nieuwe wending had zo zijn effecten op het podium, heel dikwijls in positieve zin maar ook af en toe in negatieve. Zo waren de heren een beetje te druk bezig met het frunniken aan de knoppen van hun toestellen waardoor de sound bij momenten nogal dicht geplamuurd en chaotisch klonk. Nu, dit had ook veel te maken met het feit dat de klank wel zeer scherp en luid stond afgesteld, Nest is vooralsnog niet de ideale concertzaal.
Hookworms combineerde de wilde uitspattingen van de eerste platen met de elektro-uitstapjes van de nieuwe. Soms leidde dat een beetje tot overkill maar over ’t algemeen kwamen de Britten overtuigend en energiek uit de hoek.
Als het echt spetterde dan klonk het tamelijk fantastisch. Dit was het geval in “On Leaving” en “Radio Tokyo”, niet toevallig twee sterkhouders uit hun vorige plaat ‘The Hum’. Hier was Hookworms fel op dreef en haalden ze hun beste ingrediënten boven, een verslavende groove, een stomend ritme, nerveuze doch efficiënte synths en gitaren die naarstig doorscheurden. De nieuwe songs bleken trouwens sterk genoeg om overeind te blijven, opener “Negative Space” bleek ook live een topper te zijn en “Static Resistance” en “Ullswater” brachten heel wat vaart in het zaakje.
En hoewel het eerste fameuze album ‘Pearl Mystic’ jammerlijk quasi volledig genegeerd werd hing de geest en de wilde sound van die plaat wel degelijk rond in hun set. Het ging er bijwijlen geschift, psychedelisch en wild aan toe.
Som sputterde de motor echter en kwam er te veel ongewenst prul uit. “Each Time We Pass”, ook al geen hoogvlieger op die nieuwe plaat, ging volledig de mist in en dat had veel te maken met de gastzangeres die een beetje zielloos haar part kwam inzingen. Het schuchtere mens bleek geen présence, geen stem en duidelijk ook geen goesting te hebben. Ook het poppy “Shortcomings”, één van de mindere momenten op de nieuwe plaat, weekte weinig beroering los.
“Boxing Day”, opgefleurd met een fijn ontspoorde sax, bleek dan weer een interessant krautrock zijstapje. De gastsaxofonist mocht trouwens op het podium blijven voor een geweldige afsluiter waarin Hookworms nog eens met verve alle registers open trok.

Een beloftevolle band met een bijwijlen geschifte maar intense sound. Er is hier en daar wel nog wat werk aan, een beetje overbodige beats en blieps elimineren zou geen slecht idee zijn.

Organisatie: Democrazy, Gent

:Nodfyr:

In een andere tijd

Geschreven door

:Nodfyr:, met de leestekens als integraal deel van de bandnaam die verwijst naar het eerste Nederlandstalige woord voor ‘Vuur’, wordt misschien wel de nieuwe ster aan de hemel van de folkmetal in de Lage Landen. Hoewel de band reeds sinds 2011 bestaat, is dit hun eerste EP. De amper twee songs op deze EP laten echter het beste verhopen.
Dat kan ook moeilijk anders als je de carrières van de drie bandleden van :Nodfyr: erbij neemt. :Nodfyr:-zanger Joris Van Gelre was in 2002 één van de oprichters van de tot ver buiten Nederland populaire folkmetalband Heidevolk. Hij bleef daar aan boord tot 2013. De twee andere leden van :Nodfyr: zijn Jasper Strik en Mark Kwint van Alvenrad. Met Alvenrad hebben ze ook zopas een album met vlotte folkmetal uitgebracht.
Op deze EP staan twee nummers: “In een andere tijd” en “Ode aan de IJssel”. Beide neigen eerder naar de pagan- dan naar de folkmetal. Deze songs zijn nog een toets minder vrolijk en vrijblijvend dan wat ze bij Heidevolk en Alvenrad brengen. Het is een plezier om de krachtige, dragende stem van Van Gelre hier helemaal tot zijn recht te zien/horen komen. Ook zijn de synths hier veel meer subtiel aanwezig dan bij Alvenrad. Je merkt dat ze met veel geduld en overleg aan deze tracks zitten sleutelen hebben. Hopelijk kunnen ze dit groepsgeluid ook live waarmaken.
Met twee nummers kun je een band soms moeilijk beoordelen, maar hier wijst alles erop dat het volgende studiomateriaal, dat :Nodfyr: inmiddels reeds aan het opnemen is, zeker en vast de moeite zal zijn.

Pagina 403 van 965