logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
The Wolf Banes ...

Fakear

Fakear - Electropopkoning staat op!

Geschreven door


Ik leerde Fakear in 2014 kennen op de wei van Dour en schreef toen een lyrische review die ik afsloot met een oproep aan iedereen om de jonge Fransman zeker eens te checken. Meer dan twee jaar later staat Fakear (geboren als Théo Le Vigoureux) met een pak versterking op het podium van de Ancienne Belgique en lijkt hij ondertussen een trouw publiek te hebben gevonden.

Fakear treedt al een paar jaar op maar bracht pas dit jaar zijn eerste album uit, ‘Animal’, en in de AB zag je duidelijk waar de man die hele tijd heeft aan zitten sleutelen. Voorheen speelde Fakear vaak semi-live, maar dan als solo DJ. Vanavond wisselt hij die solomomenten af met songs die door een hele groep worden meegespeeld.
De band staat garant voor zwoele, zomerse electro songs. De frontman lijkt vergroeid met zijn MPD en tovert met oosterse klanken, trippy vocals en stevige beats. De bas, keyboards, percussie en harp geven de songs een pak meer diepte en maakten het geheel nog exotischer klinken dan voorheen.
Vooral de absolute topsongs kregen deze live make-over, waardoor de andere helft misschien soms wat fletser klonk dan de rest. Al zorgden ook in die songs de gekozen mix van vocals en beats, zoals in “Silver”, voor een mooi universum.
“Hinode”, “La Lune Rousse” en afsluiter “Neptune” waren de absolute toppers, maar als ik eerlijk ben verveelde de show geen minuut. De zaal bleef de hele avond heerlijk dansen en genieten van een perfect electro-pop avond in Brussel.

Afsluiten doe ik zoals ik begon, met een algemene oproep om je eens een avondje in de Fakear sfeer onder te dompelen, hopelijk deze zomer al op een festival bij jou in de buurt!

Organisatie: Live Nation

Choke Chains

Choke Chains

Geschreven door

Voor wie graag naast eens  platgetreden punkrockpaden stapt, kunnen we met stip Choke Chains aanraden. Dit viertal uit het Amerikaanse Michigan debuteert met een werkelijk geschift en uiterst donker album vol schreeuwerige muziek.
Is het punk, rock-and-roll , garage, noise en/of trash?  Na enkele luisterbeurten is het voor ons  onmogelijk om deze formatie in een hokje te stoppen. Misschien is postpunk nog de beste benadering om de sound van dit viertal te omschrijven maar dan zouden we Choke Chains toch wat tekort doen.  ‘Choke Chains’ is namelijk  een van de meest geschifte en agressieve  platen die we in 2016 beluisterden. We stippen hierbij graag twee songs aan: single (nou ja)  “Safe Word”  waarvan filmfanaten zeker de video moeten bekijken en “Rock Paper Rapist” waar de Amerikanen een saxofoon in hun rauwe sound toevoegen. 
Wie deze fenomale band wil ontdekken, surft snel naar  https://www.facebook.com/chokechains

The Hellfreaks

Astoria

Geschreven door

Dankzij onze sympathieke noorderburen van Sonic Rendez Vous viel een tijdje geleden het laatste album van The Hellfreaks in onze brievenbus. Dit Hongaarse viertal bestaat al iets meer dan zeven jaar en stond voorheen garant voor een potje onvervalste horrorpunk.  Met ‘Astoria’ kiezen ze duidelijk voor een nieuwe, succesvolle formule want de elf stuiterende tracks tonen een moderne, progressieve  en snedige punkband.
Met songs als  “Burn The Horizon”, “I’m Away en “Your Call” draait het viertal uit Boedapest de gas volledig open met  een energetische mix van punk, hardcore en een lekkere scheut rock ‘n roll.
Na enkele luisterbeurten horen we hoe vernuftig en afwisselend de diverse songs zijn opgebouwd.  De band is er duidelijk in geslaagd een consistent, uniek en eigen geluid te creëren onder aanvoering van de zeer bevallige frontvrouw Shakey Sue.  Deze dame is eigen land  niet alleen een bekend tattoo model, ze beschikt daarnaast over een authentieke stem die de vergelijking doorstaat met pakweg Shirley Manson.
Zelf ontdekken kan via http://www.thehellfreaks.com/

Kapitan Korsakov

Physical Violence Is The Least Of My Priorities

Geschreven door

Terwijl de meeste Belgische groepjes hardnekkig proberen de nieuwe Oscar & The Wolf te zijn in de hoop een beetje airplay te krijgen tussen al die andere rotzooi op Stru Bru, zijn er gelukkig nog anderen die wars van alle gangbare trends koppig hun eigen zin doen. Pieter-Paul Devos bestuurt zo zelfs twee van die eigenzinnige bands, het geweldige Raketkanon en het furieuze Kapitan Korsakov. Die eerste heeft hij even op stal gezet om met de tweede richting USA te trekken naar de studio van niemand minder dan Steve Albini.
Een naam als Albini staat natuurlijk altijd mooi te blinken op de hoes, maar er moet toch ook wat degelijk gerief in de bagage zitten wil men zo een producer op een treffelijke manier zijn ding laten doen. De Antwerpse egotripper Daan is destijds met zijn groepje Dead Man Ray voor het album ‘Cago’ ook naar ginder getrokken, maar zelfs wonderdokter Albini kon met de schamele prooi niks aanvangen. Geen songs, geen album, zo simpel is het, José Mourinho zal met SK Lierse ook geen Champions League spelen.
Nu goed, met Kapitan Korsakov loopt het nog zo geen vaart, dit is immers het soort band waar Albini wel weg mee weet. Toch valt het ons op dat ze zich deze keer wat hebben ingehouden, iets wat we de twee vorige platen indachtig niet meteen verwacht hadden.
Kapitan Korsakov kiest duidelijk voor veelzijdigheid en daardoor is de samenhang op dit album soms wat zoek. Opener “Caramelle” is een degelijke gitaarrocker, maar niet echt het soort song die we op deze noise goeroe’s zouden kleven. Een pianoballad als “Hearts To Hard” is al helemaal niet hetgeen waar wij bij een wildeman als Pieter-Paul Devos zitten op te wachten, de song is even overbodig als een kubus in een ballenbad. Ook “Midnight Gardens” is heel poppy voor hun doen, iets voorbij halfweg gaat de song dan toch in overdrive en komt een ruige gitaar de boel een beetje overhoop schudden maar het is te laat, misschien toch maar best die rockballads overlaten aan The Scorpions. Een ander buitenbeentje “Suicide Limp” flirt met de eighties en is zijn gitaartje gaan halen bij The Sound, maar deze komt dan wel aangenaam binnen.
Kapitan Korsakov is volgens echter nog altijd op zijn best wanneer het echt vuil mag klinken, en dat is zo op het weerbarstige “Rabid Ghawazi Shuffle” en het bloedende “Strobo Stripper”, meteen ook de twee absolute uitschieters. Ook de opgejaagde punkrocknoise van “Pussy Scars” kan ons wel bekoren. “Spitting Over The Edge” is een andere voltreffer, de riff komt uit het grote Pixies boek en de song heeft een geweldige drive in huis. De Albini stempel horen we dan weer  duidelijk in “Very Friendly Fire”, dat ding had zo op ‘In Utero’ gekund.
‘Physical Violence Is The Least Of My Priorities’ is een Korsakov plaat die een beetje te veel richtingen uitgaat, en niet altijd de juiste. Toch helt de balans over naar de goeie kant.

PJ Harvey

The hope six demolition project

Geschreven door

‘The hope six demolition project’ werd gemaakt met hetzelfde team als ‘Let England shake’, rond John Parish – Mick Harvey en producer John Flood. Een bloedserieuze , theatrale sound  van een reeks grillig , sfeervol materiaal dat teruggrijpt naar de traditionele Britfolk/rock van een ander tijdperk, dwingende indie bevat en durft over te helen naar Björk kapsones .
Het is de toon van een verzameling op muziek gezette snapshots van plekken waar dood , verval , armoede, drugs, vernietiging en uitzichtloosheid heersen . Haar aantekeningen worden muzikaal omgezet in een broeierig , intens spannend, donker geluid , een slepende , mysterieuze , onheilspellende sfeer van pathos en dramatiek  .
Het klankbeeld is breed door het instrumentarium, galmende trommels , accordeon, sax , soms ondersteund van een (mannen)koorzang. “The community of hope” , “A line in the sand”, “The orange monkey” , samen met de single “The wheel”, raken en bepalen het sfeerbeeld . Polly neemt geen prominente rol in , maar maakt deel uit van de band . Haar indringende , heldere of verbeten , schreeuwende vocals passen perfect in het plaatje .
Haar laatste werken bieden iets speciaals , fascineren en dienen geïnterpreteerd te worden als een concept. Aparte muziek , Niet voor de hand liggend , Confronterende wereld, Sterke plaat!

Kendrick Lamar

Untitled unmastered

Geschreven door

Kendrick Lamar heeft met ‘Untitled unmastered’ een late echo uit op het enorm gerespecteerde en bejubelde ‘To pimp a butterfly’ , bepaald door sterkhouders als “King kunta”, “The blacker the berry” en “I”. Hij had van dit album een rits remixen en dubs kunnen maken en uitbrengen, maar doet het met een mapje restmateriaal dat interessant is , zeker “Untitled 01”, “02”, “03”, “06” en het afsluitende “08”. Er zitten samenwerkingen in met een CeeLo Green, Thundercat, Anna Wise en Bilal .
De nummers zien we als een concept , met sterke momenten en ingevingen . Vinnige en zalvende  raps wisselen elkaar af of vullen elkaar aan . Soms noteren we zelfs een spervuur aan raps binnen onvervalste souljazzy hiphop/p-funk .

Dvkes

Push Through

Geschreven door

Dvkes in een interessant kwartet ; die eerder al een EP uitbracht en de halve finale van HRR bereikte . Met producer Mario Goossens van Triggerfinger krijgen we een groots gespierde plaat, met enkele fijne , broeierige rockers , die een psychedelische tune verraden .
We worden  overdonderd door een handvol songs . Opener “We finally pushed through”  scherpt meteen de aandacht , meer dan zes minuten lang worden we meegevoerd,  – gesleept door een intense spanning , energie , kracht , die intrigeert door repetitieve , stevige ritmes, in reverb gedrenkte gitaarriffs en durft te exploderen .
Die toon wordt verder  gezet in “Put to bed” en de afsluitende reeks “The boy who cries wolf” en “Apoca lips”. Vier knallers die de muzikale sterkte tonen , het songschrijverstalent ondersteunen en wat deze band in zijn mars heeft. In de andere songs dringt de psychedelica wat meer door .
Een gerijpte indruk! In het oog te houden .

Bear's Den

Bear’s Den ontroert!

Geschreven door


Het Britse Bear’s den wordt op handen gedragen . Iedereen was al lovend van hun concert op Werchter dit jaar , wat ons uitermate nieuwsgierig maakte om deze band in intiemere kring te zien . Eén van de revelaties lazen we , dus gingen we met hoge verwachtingen naar de AB, die uitverkocht was.
Behoorlijk populair zijn ze intussen , die zowel jongeren als een ouder publiek onder zijn hoede neemt.
Het was het laatste optreden van hun Europese tournee om de tweede plaat ‘
Red Earth & Pouring Rain’ in de spotlight te plaatsen . Ze debuteerden trouwens een paar jaar terug met het prachtige ‘Islands’. Ze zijn muzikaal te situeren tussen gevoelige indiefolk en broeierige ‘70s retro .

Oorspronkelijk waren ze met z’n drieën, maar bij de tweede cd zijn ze herleid tot een duo , nl. Andrew Davie en Kevin Jones. Joe Haynes verliet de band . In tegenstelling van hun ietwat ruwere naam, zien de bebaarde kerels er uiterst aaibaar uit.
Op het podium zijn de twee versterkt met maar liefst 6 muzikanten, wat de sound breder, intenser, explosiever maakt . Ze vissen in de muzikale  vijver van Mumford & Sons, War on drugs, Ben Howard , referenties die hen zeker niet zuur opbreken!
Het is een communicatieve band , die houdt van zijn publiek . Van de eerste seconde worden we in hun gevoelige , meeslepende sound getrokken . Veel akoestische gitaren, regelmatig de banjo erbij, af en toe koperblazers die klankkleur bieden en een ijzersterke stem,  met wat galm , zorgden voor een erg sfeervol , gesmaakt concert.
De meeste van hun indie-folk-rock-pop-songs zijn meezingpareltjes , zeker een “Agape” en “Auld wives” waarop de menigte kan mee klappen en zingen,  bepaald door  intieme, dagdagelijkse teksten. Heerlijk muzikaal vertier, lief en lustopwekkend (ik zag vele koppeltjes mekaar innig vastgrijpen), zeer aangenaam en niet te hard in de oren.
Er waren drie héél aangrijpende akoestische (zelfs zonder micro) momenten . Het eerste was er op het podium, het tweede met z’n drieën  in het midden van de zaal en de  laatste als afsluiter. En wat voor één … Onze twee beren riepen de support acts mee op het podium en brachten een eerbetoon aan de vorige week overleden superheld Leonard Cohen, één van hun grote voorbeelden.
Het werd dan ook muisstil, een kippenvelmoment met de tranen in de ogen als “So long Marianne” werd ingezet. Een minutenlang applaus volgde , wat niemand verbaasde .

We hadden hier een erg sterk optreden van een zeer amicale band.

Supportacts : Het eerste voorprogramma, Siv Jakobson, misten we door het regen- en fileleed. Het tweede Matthew and The Atlas konden we van genieten. Hij  maakt krachtige soulvolle folk. Met zijn diepe, rauwe, doorleefde stem brengt hij vaak klein beginnende nummers , slechts begeleid door een akoestische gitaar, en  uitmonden in een groots harmonieus slot. De opbouw met knappe , originele arrangementen zijn de belangrijkste troef. Mooi!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Panic! at the Disco

Panic! at the Disco - Meer aanstekelijke klasse, dan melancholische historie

Geschreven door


We trokken gisteravond naar de kroonparel der Belgische concertzalen. In de AB concerteerde namelijk Panic! at the Disco. Een puberteit-favoriet die we tijdens woon-schoolverkeer veelvuldig onze gehoorkanalen lieten insijpelen. De hamvraag was uiteraard, kan de nillies-emoband van toen ons nog in dezelfde mate bekoren?

Het is met de tour rond het vijfde album, ‘Death of a Bachelor’, dat de formatie, gebouwd rond Brendon Urie, de AB tot de nok wist uit te verkopen. De vrouwelijke tickethouders waren overduidelijk in de meerderheid. Daarnaast bleek de gemiddelde toeschouwer zich waarschijnlijk nog niet al te lang op tram twee te bevinden.

Als voorprogramma kregen we een Australisch viertal voorgeschoteld. Tigertown trachtte met bubblegum-aanvoelende synthpop ons aan het dansen te krijgen.  De frontvrouw sprong fanatiek het ganse podium rond, maar vocaal leek ze toch net dat tikkeltje overtuigingskracht te kort te komen.

Laat nu net datgene zijn wat we met de hoofdact wel te zien en te horen kregen. Op de tonen van “Pump it” van Black Eyed Peas betraden zes mannen – voor de gelegenheid waren er drie koperblazers mee op tour – de bühne. Allen waren ze netjes gekleed in een zwart pak. We waanden ons op een chique aanvoelend trouwfeest, maar op de ceremoniemeester was het nog even wachten (en gillen, vooral gillen). Toen Brendon Urie, gedrapeerd met gouden microfoon en bordeaux blazer het gezelschap vervolledigde, ging het publiek uit z’n dak. Meteen werd “Don’t Threaten Me With A Good Time” ingezet.
We waren met verstomming geslagen, een gevoel dat ook tijdens nummers als “The Ballad of Mona Lisa” en “Hallelujah” en trouwens ook de rest van de set stand wist te houden. Zelden zagen we een frontman met meer klasse, nog minder frequent hoorden we er een met dit soort krachtige maar glasheldere stem. De blazers betekenden daarbovenop een enorme meerwaarde aan het geheel. Het melancholische gevoel waarmee we Panic! At The Disco associeerden, had volledig plaats gemaakt voor verbazing. Nummer na nummer kon op enorme bijval rekenen. Disco pop? Disco rock? We waren vooral in disco shock omdat deze band de afgelopen jaren aan onze rader ontglipte.
Ondanks het gebrek aan bindteksten in het eerste deel van de set, werden we toch subtiel bespeeld. Gitarist Kenneth Harris zocht herhaaldelijk het contact op met de (vrouwelijke) fans. Naast kushandjes lanceerde hij ook geregeld enkele plectrums in het publiek. Eveneens Urie deed z’n duit in het zakje, attractieve danspasjes, een tweetal achterwaartse salto’s en vooral een extreem goedgeluimde uitstraling hebben veel hartjes doen smelten.
Een eerste ‘throwback’-momentje beleefden we toen Urie de beginakkoorden van “Nine In The Afternoon” inzette. Hiervoor was de frontman achter een vleugelpiano, die bovenaan de podiumopstelling stond, gekropen. Een stijlbreuk met de recentere nummers uit hun repertoire was er dankzij de energetische uitvoering van het nummer niet.
Naast een degelijke pianist bleek Urie ook een niet onaardige drummer te zijn. Dat maakte hij ons duidelijk tijdens een ietwat willekeurig geplaatste drumsolo-battle met/versus drummer van dienst Dan Pawlovich. Maar naast zanger, drummer, pianist en even ook gitarist bleek hij vooral een showman. Een showman met stijl, bakken vol stijl. Want bij momenten konden we ons niet weerhouden om parallelen te gaan trekken met gentlemen als Sinatra.
De eerder genoemde piano deed overigens nog een tweede maal dienst voor een cover van megaklassieker “Bohemian Rhapsody”. De jonge zieltjes in de zaal kweelden lustig mee. Wij vroegen ons vooral af waarom Urie niet gecast werd om Queen 2.0 mee vorm te geven.
De show must go on, maar kon natuurlijk niet eeuwig blijven duren. Met “Death of the Bachelor” en “LA Devotee” werd het pre-bisnummers deel van de show afgerond. Deze nummers waren van hetzelfde laken een broek, wat in dit geval een goeie zaak is. Dansbare tracks, perfect aangedikt door de koperblazers en vooruit gestuwd door een dijk van een stem.
Als ererondje werd “I Write Sins Not Tragedies” als eerste aangedaan, het nummer waarmee het voor de band allemaal écht begon. Het dak van de AB vloog eraf en kan vermoedelijk nu ergens aan de stadsrand teruggevonden worden. Alvorens het publiek uitvoerig te danken speelden ze afsluitend “Victorious”.

Overwinnen deed Panic! At The Disco zeker, het is tijd om het verleden los te laten en te aanvaarden hoe de band vandaag de dag zich weet te profileren. Als een fantastische live-act met nog meer potentieel dan geschiedenis.

Setlist: Don’t Threaten Me With A Good Time - Vegas Lights - The Ballad of Mona Lisa – Hallelujah - Time to Dance - Emperor’s New Clothes - Girls/Girls/Boys - Ready to Go (Get Me Out of My Mind) - Nine in the Afternoon - Crazy=Genius - Miss Jackson - Golden Days - Bohemian Rhapsody - Death of a Bachelor - LA Devotee - I Write Sins Not Tragedies - This Is Gospel – Victorious

Met dank aan Dansende Beren
http://www.dansendeberen.be/2016/11/14/panic-at-the-disco-ab-meer-aanstekelijke-klasse-dan-melancholische-historie/

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/tiger-town-13-11-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/panic-at-the-disco-13-11-2016/

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts

Geschreven door

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts
Sonic City 2016
Kreun
Kortrijk
2016-11-12
Nick Nyffels

Ieder jaar nodigt De Kreun een artiest uit om hun tweedaags festival Sonic City samen te stellen, en dit jaar was het de beurt aan Savages, die zelf ook al op Sonic City uitgenodigd werden door Beak> , het krautrock vehikel van Portishead-man Geoff Barrow. De ene dienst is de andere waard, dus nodigde Savages dit jaar Beak> uit, die zo al drie keer aantraden op dit underground festival. Ook Suuns, Bo Ningen en Demdike Stare hadden een abonnement te pakken, net als ondergetekende.

Sonic City blijft een underground festival, met soms echt wel  lastige, weerbarstige acts, maar ook ieder jaar met heel positieve verrassingen, waar niemand al van gehoord heeft, maar die de zaal weten te verbazen. Ook dit jaar was dit weer het geval.

dag 1 – zaterdag 12 november 2016
We begonnen deze tweedaagse marathon bij Jessy Lanza. Die zagen we al eerder dit jaar in het Dok op Big Next. We wisten dus wat te verwachten: een alternatieve versie van de hedendaagse op r&b gebaseerde pop, met zelfs een vleugje Prince & The Revolution anno 1984. Deze Canadese moest jammer genoeg haar set vroegtijdig afbreken wegens een krakende synthesizer.

Bo Ningen deed eerder dit jaar al het voorprogramma van Savages, dus het was logisch dat ze ook op Sonic City stonden. Deze Japanse band ontstond in London, en heeft nog maar weinig in Japan gespeeld, maar toch is dit een op en top Japanse band omdat ze zo alien aan doen. Het is nooit echt duidelijk of zanger Taigen Kawabe in het Engels of het Japans aan het zingen is, en de muziek van deze band gaat echt alle kanten uit: psychedelische noise die heel grillig is, soms loodzwaar, maar toch vooral bizar. Na 25 minuten kondigde de band al het laatste nummer aan, wat dan 10 minuten duurde en waarin Kawabe zijn bas Sonic Youth-gewijs mismeesterde. Toch vonden we ze net iets scherper dit voorjaar, misschien zat het vroege uur er voor iets tussen.

De eerste verrassing van Sonic City kwam er met Mykki Blanco. Mykki Blanco is de artiestennaam van de Amerikaanse rapper Michael Quattlerbaum. Blanco is transgender, is seropositief en haalt veel invloeden uit punk en performance art. De man is een excentrieke verschijning, hij stond op het podium, geblondeerd en volgetatoeëerd, met niet meer dan een korte witte broek en een witte regenjas, die hij snel zou uitdoen en waarmee hij onder meer het publiek geselde. Blanco sprong over het podium, maakte een circle pit in de zaal, sprong op de DJ-tafel, deed ballerinapassen. Dus qua podiumact zat het goed, de man bouwde een geslaagde party, maar wat nog veel belangrijker was, was dat het muzikaal ook goed was, wat bij rap-acts nogal dikwijls durft tegenvallen: een sterke flow, en op elektronica geïnspireerde beats die door een vrouwelijke DJ gebracht werden. In de afsluiter volgde nog een verrassing toen Blanco zijn blonde haren wegsmeet en het dus een pruik bleek te zijn. Mykki Blanco was de eerste echt spraakmakende artiest op deze editie van Sonic City.

Suuns stonden vorig jaar nog samen met Jerusalem in my heart op Sonic City. Nu begon het ook Oosters, maar de gitaren namen snel de rol over en de elektronica staat blijkbaar op het tweede plan op de nieuwe plaat ‘Hold/Still’. “Translate” was pompende, nerveuze krautrock. Pas in het tweede deel van het concert zat er meer balans tussen de gitaren en de elektronica, wat zo kenmerkend was op de eerste twee platen van Suuns. We moeten zeggen dat we hun passage vorig jaar beter vonden, de Oosterse sferen die ze toen samen met Jerusalem in my heart opriepen, vonden we net dat stukje pakkender. Dit jaar sloten ze hun concert af met een cover van Fugazi, wat nog eens bewees dat de band nu vooral op de gitaar gefocust is.

Een constante op Sonic City, is dat de headliners het altijd waarmaken, ook al zijn die headliners nog niet zo bekend. Kate Tempest hebben we ooit nog eens twintig minuten staan bekijken op Pukkelpop. De rapflow van deze Londense blondine was ook toen al indrukwekkend, maar muzikaal vond ik het toen niet zo interessant. Tempest heeft echter een serieuze stap vooruit gezet met haar nieuwe album ‘Let them eat chaos’. Dat is een concept album, een soort raamvertelling over 7 personages om 4 u 18 ’s morgens. Ze had nu een sterke band meegebracht, muzikaal was het best interessant, en ze vuurde een spervuur van raps op de zaal af, met strategisch geplaatste breaks. Haar verhalen zijn een bittere aanklacht, vol kritiek op de politiek (de piemel van David Cameron en een varkenskop passeerden de revue) en de maatschappij in het algemeen. Dit was de vrouwelijke versie van Mike Skinner, maar dan beter. Best indrukwekkend hoe ze een uur lang raps afvuurt, ze moet een ongelooflijk sterk geheugen hebben, ik heb nog nooit iemand een novelle van buiten zien opzeggen, maar Tempest doet het dus.

Afsluiter van dag 1 was Tortoise. We zagen ze eerder dit jaar in Trix en toen waren ze niet zo overtuigend. Nu stak het beter in elkaar, al moeten we zeggen dat het vooral de oude nummers waren die het hem deden. De band had die wijselijk voor het tweede deel van het concert opgespaard. Het samenspel op de marimba’s of vibrafoon op  het dromerige “The suspension bridge at Iguazu Falls”, “Glass museum” of “Swung from the gutters” uit ‘TNT’ blijft fantastisch, alsook het dubbele drumspel op “In Sarah, Mencken, Christ and Beethoven there were women and men”.  Steve Reich is nooit ver weg bij Tortoise. Absolute hoogtepunt was misschien nog wel “Crest”, omdat dit nummer op een bepaald moment prachtig openbloeide. Ondanks een mindere nieuwe plaat, kunnen ze het nog altijd.

Dag 1 gaf ons veel variatie in muziekstijlen, met twee spraakmakende optredens van Mykki Blanco en Kate Tempest!

dag 2 – zondag 13 november 2016

We pikten op dag twee in bij A Dead Forest Index. Dit zijn twee broers, Adam en Sam Sherry. Opnieuw is er een band met Savages. De gitariste van Savages, Gemma Thompson, speelt mee op “Myth retraced” een nummer uit het laatste album van A Dead Forest Index. Jammer genoeg stond ze niet mee op het podium, maar A Dead Forest Index had wel een violiste meegebracht. Op plaat klinkt A Dead Forest Index best interessant, maar we waren niet zo onder de indruk van hun live-prestatie. De zang van Adam Sherry was best dunnetjes, en de gitaarklanken waren metalig en bars. Het deed mij nog het meest aan The Geraldine Fibbers denken, maar dan zonder de intensiteit van die band. Het was pas in het slotnummer dat er beterschap kwam, in een aan Low refererende samenzang.

Tussen de optredens door staken we ook ons hoofd eens binnen bij de interviewsessies met Savages en Beak>. Kurt Overbergh van AB had zich voor het interview met Savages goed voorbereid, waardoor hij ongewild overkwam als een stalker van Jehnny Beth. Bij Beak> maakte hij de fout te verwijzen naar Portishead, wat door de andere bandleden niet gesmaakt werd. Mij viel het op hoe tijdens die interviews met artiesten er altijd zo weinig over de muziek gepraat wordt, en altijd over de projecten waar iedereen mee bezig is. Niettemin, best interessant hoe op Sonic City artiesten en publiek met gemak kunnen mixen, in de zaal zelf en ook via die interview sessies.

Het meest weerbarstige optreden van het weekend kwam ongetwijfeld van Demdike Stare. Dit is een elektronisch duo uit Manchester, Sean Canty en Miles Whittaker doen dit project al sinds 2009. Donkere (ook letterlijk, want het podium was in duister gehuld), dronende elektronica waar je echt ongemakkelijk van wordt. De bassen maakten het ook een fysieke ervaring, maar als zondagmiddagmuziek na de taart en koffie, was dit toch minder op zijn plaats.

De volgende act was al een stuk toegankelijker, maar had even goed op Sinner’s Day kunnen staan. Wrangler is het project van Stephen Mallinder van Cabaret Voltaire en Phil Winter van Tunng. Het bleef underground, maar was toch toegankelijk genoeg. Dit was een soort proto-elektronica, in de stijl van Kraftwerk, maar niet zo Teutoons proper: het piepte en knarste bij momenten. Best interessant, en veel relevanter dan driekwart van de acts die op Sinner’s Day staan.

De meest poppy act van het festival was ongetwijfeld het Russische Motorama. Denk aan Interpol of White Lies, maar niet zo donker en al zeker zonder enig bombast. We kregen mooi in elkaar wevende gitaarpartijen, en ook wel wat keyboards zodat  het meer de richting van New Order uitging dan van Joy Division. De frontman kon je niet echt op veel charisma betrappen, zodat de muziek voor zichzelf moest spreken. Raakpunten kon je ook vinden bij Diiv. Al bij al een mooie ontdekking, deze Russen.

Beak> stond al de derde keer op Sonic City, en de verrassing was er voor mij een beetje af. De band van Geoff Barrow had tegenover de vorige passage hun toetsenman vervangen, Will Young neemt nu de honneurs waar in plaats van Matt Williams. De band speelt nog altijd krautrock, die op zijn beste momenten hypnotiserend werkte. Geoff Barrow sukkelde wat met zijn rug, maar dat belette hem niet bij het drummen.

De curators mochten Sonic City 2016 afsluiten. Savages speelden dezelfde setlist als in het voorjaar, maar het was nog beter, nu zat er geen enkele dip in het concert. Misschien dat de band een kleine zaal als de Kreun een beetje ontgroeid zijn, de handgebaren en het ophitsen van het publiek door Jehnny Beth smeekten om een grotere zaal. Het concert begon met “A thousand kisses deep” van Leonard Cohen en trapte af met wat ik muzikaal de minste nummers van ‘Silence yourself’ en ‘Adore Life’ vind: “ I am here” en “Sad person”, maar die anderzijds ook onmiddellijk de furieuze muzikale kracht van Savages demonstreerden: het monsterlijke drumwerk van Fay Milton, het splijtende gitaarspel van Gemma Thompson en de pulserende bas van Ayse Hassan. “Husbands” klonk alsof er een zwerm Afrikaanse moordbijen in de Kreun was losgelaten. “Surrender” was een intentieverklaring, en voerde ons terug naar de vroege jaren tachtig, vooral door de gitaarklanken van Gemma Thompson die de speelstijl van The Edge hier kwistig gebruikte. Thompson kan veel stijlen aan, even later martelde ze in  “I need something new” de snaren  zoals Sonic Youth dat ook doet. Eerder op de dag gaf Jehnny Beth aan dat ze de zangstijl van Jacques Brel gebruikte in dat zelfde nummer ,  van onvermoede invloeden gesproken.
Jehnny Beth liet zich door het publiek tot halverwege in de zaal dragen, voor Savages is de participatie van het publiek in de show essentieel. Ze bekijken de zaken ook positiever sinds hun nieuwe album ‘Adore Life’ , ze zijn ze niet alleen meer tegen alles wat fout loopt, maar willen ze ook een positief alternatief bieden onder het motto “Love is the answer”, een nummer dat vanavond dodelijk effectief was op het moment dat de band het geluid plots weg liet vallen. “T.I.W.Y.G.” was furieuze punk, maar gas terugnemen kan Savages ook: Jehnny Beth kan ook een Kung Fu -Torch zangeres zijn in navolging van Billie Holiday, een van haar rolmodellen. “Adore” gaf mij deze keer geen kippenvel, maar het blijft een geweldig nummer, een levensmotto na Bataclan, nu net een jaar geleden, waar de band ook naar verwees. Live muziek is geweldig, zeker als je je optreden en daarmee het festival afsluit met “Fuckers”.

De band had een selectie van hun tourfoto’s geprojecteerd onder het afdak van de Kreun, en ook die foto’s toonden de kracht van deze band: je moet al naar U2, de Red Hot Chili Peppers en Metallica gaan voor bands met vier muzikale persoonlijkheden.

Sonic City zat er weer op, zoals gewoonlijk wisten een paar bands te verrassen (Mykki Blanco, Kate Tempest) en stelden de headliners niet teleur. Voor een volgende editie zou ik wel verder kijken dan de pool van artiesten die al dikwijls in de Kreun gepasseerd is, maar dat is een raad die we enkel aan de curerende artiesten kunnen meegeven.

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Pagina 470 van 966