logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...

The Glücks

Youth On Stuff

Geschreven door


The Glücks komen uit Oostende en zeggen van zichzelf dat ze zich ophouden in de driehoek tussen The Cramps, The Stooges en Thee Oh Sees. De band bestaat uit Tina op drums en Alex op gitaar. Op hun debuutalbum Youth On Stuff zingen beiden. Soms om de beurt, soms samen, maar steeds met een grove korrel.
Als tweepersoonsband verwacht je gelijkenissen met The White Stripes of The Black Box Revelation, maar in die richting moet je The Glücks niet zoeken. Denk eerder aan Jon Spencer Blues Explosion op speed, The Gories of Bass Drum Of Death. Met een heerlijk overstuurde gitaar en lekker veel galm op de stemmen, waardoor je soms nauwelijks kan uitmaken wie zingt, maakt deze band vuile garagerock die zo energiek is als de punk van The Damned en de UK Subs en die zo rammelt als The Mummies, met daarover een lofi-retro-saus als waren ze The Areola Treat of The Automatic. Ook 50 Foot Combo is nooit ver weg…

‘Youth On Stuff’ opent met het lekker rockende en swingende “Cucucool”, gezongen door Tina en met een intro die een beetje naar de surfrock neigt en een eenvoudige drumroffel die zo uit de sixties lijkt weggelopen. Eens op dreef wordt duidelijk dat The Glücks een eigen universum hebben opgebouwd met invloeden uit zowat de hele rockgeschiedenis en dat alle referenties deze band te kort doen. Titeltrack “Youth On Stuff”, gezongen door Alex, schakelt een versnelling hoger en pikt eerder aan bij de punk, met meer energie en meer fuzz.
“Kill The King” en “The Drugs Won’t Work” zijn licht drammerig en tegelijk dreigend en tonen dat deze band niet voor één gat te vangen is. “Slave”, met een oerschreeuw van Alex, en “Anger in Your Eyes” laten dan weer een meer psychedelisch kantje van The Glücks horen. “Panopticon” is iets lichtvoetiger, terwijl “Sick City”, “Brand New Gun” en “Bugs” dan weer eerder vuile punktracks zijn.

Op ‘Youth On Stuff’ schurken The Glücks tegen heel wat genres aan zonder voluit voor één van die genres te kiezen. Ze zoeken zich een eigen weg waarbij hun energie en hun spelplezier altijd vooropstaan.  Het album sluit af met “No Savior” en dat is eigenlijk de samenvatting van de hele plaat: The Glücks zijn zo aanstekelijk dat er geen redding meer is. Je moet ze wel goed vinden.

The Last Shadow Puppets

Everything you’ve come to expect

Geschreven door

The Last Shadow Puppets is een uniek samenwerkingsproject tussen Alex Turner en Miles Kane . In 2008 overtuigden ze erg sterk met ‘The age of the understatement’, orkestrale sixties in een Britpop elan. Een combo met violisten biedt net dat ietsje meer. De samenzang , de afwisselende zangpartijen en het indringend gitaargetokkel creëren een sfeertje van spaghetti westerns en Tarentino habit. De gevarieerde composities klinken lekker ouderwets, zitten ingenieus en subtiel in elkaar en zijn mooi uitgewerkt.
De opvolger is geen klassieker als hun debuut, minder indrukwekkend dus, maar de afwisseling is en blijft er met een rits sfeervolle en vaardige , zwierige nummers als “Aviation”, “Miracle aligner” , “The elements of surprise” , “Bad habit” en “Used to be my girl”. Ze tonen het zang- en compositorisch talent van de twee nogmaals aan . De andere songs klinken meer gewoontjes , maar raken door de integere, zalvende, groovende aanpak. Een uiterst beheerste , aangename afwisselende plaat dus .

Jack Garratt

Phase

Geschreven door

Jack Garratt is één van die fijne nieuwe ontdekkingen , waarvan je afvraagt waar die man je hele leven was . Hij doet het op z’n eentje , een do-it-all-alone , hij schreef , produceerde en speelde elk nummer op het debuut zelf in . De getalenteerde multi-instrumentalist brengt een amalgaan van stijlen, pop, indie, elektronica , r&b, trippop, drum’n’bass, postdubstep . Moeiteloos speelt hij de instrumenten bij elkaar , met z’n imposante drums , elektronica , gitaar en z’n indringende stem . Sjiek ! We horen van deze know-it-all een paar afwisselende heerlijke warme, koude (retro) gelaagde motiefjes , niet vies van bezwerende, bedwelmende , ronkende grooves en experimentjes , als “Weathered”, “Breathe life” , “The love you’re given” en “I know all what I do”. James Blake zweeft over sommige nummers heen . Tja , niet voor niks staat Garratt bovenaan de BBC Sound Of 2016 toplijst!

Sarah Ferri

Displeasure

Geschreven door

De Gents/Italiaanse Sarah Ferri werd ontdekt met de Jonge Wolven – contest tijdens de Gentse Feesten, een wedstrijd die ze in 2008 won . Intussen hoorden we al een puik debuut , ‘Ferri-tales’ (2012) , een plaat sprankelende liedjes gedrenkt in een swingjazzy sfeertje . Op het vervolg , pas vier jaar later uit,  is ze gegroeid als muzikante en zangeres . We ervaren een Lana Del Rey sfeertje , een emotionele muzikale schemerzone die een dromerige , donkere melancholische invalshoek toont in de nummers, gedragen door haar hoog- laag stemtimbre. De songs voelen mysterieus, zwoel aan , zijn ingenomen , meeslepend, klinken sfeervol en hebben een intense broeierige spanning . Er schuilt ‘schoonheid’ en ‘fataliteit’ in het materiaal, wat de plaat sterk , mooi maakt!

Pauwel De Meyer

Having Fun

Geschreven door

‘Having Fun’ is het derde solo-album van Pauwel De Meyer van Monster Youth. Op dit album heeft hij zijn Monster Youth-maatjes Koen De Gendt op gitaar en Klaas Borms op drums, zodat de grens tussen de twee bands wel heel dun wordt.
De muziek ademt wel een andere sfeer dan Monster Youth. Having Fun is ook minder folky dan voorganger ‘Hideaway’ en gaat meer op zoek naar de perfecte popsong, met veel rijkere arrangementen en meer aandacht voor sfeer en melodie.
‘Having Fun’ opent met “Lonely Boys”, wat een mooie aanzet is, maar geen volledige song oplevert. “Here Again”, de eerste single uit het album en samen geschreven met bassist Anton De Boes, gaat dan direct in de richting van de perfecte pop om uit te komen in de buurt van Wilco en My Morning Jacket. Zoals in wel meer songs op dit album krijgt deze track veel laagjes maar zitten er in de tekst weinig weerhaken, al is de sfeer wel altijd duidelijk.
“Nothing To Prove” en “Eiaha Ohipa” starten beide ingetogen, maar worden dan laagje per laagje instrumentaal ingekleurd naar een rockende finale. “Mom’s Car” opent met een prachtige gitaarlick die niet had misstaan op een vroeg Chris Isaak-album en scheert daarna langs invloeden als Buffalo Tom, Soul Asylum en The Jayhawks. Dit is een song die het zeker goed zou doen op Radio 1 en misschien zelfs ruimer kan aanslaan dan dat.
Het album van Pauwel De Meyer heeft nog enkele pareltjes: “Easy” is een beetje een verkoelde en tegelijk psychedelische versie van The War On Drugs, terwijl “Shana-Na” een onbeschaamd vrolijke kruisbestuiving is van The Beach Boys met Bon Iver.
‘Having Fun’ is een dromerig en bij momenten vrolijk album dat vaak heel dicht in de buurt komt van de perfecte popsong. De bescheiden rock-toetsen maken dat Pauwel De Meyer tegen heel wat genres aanschurkt zonder er resoluut eentje uit te kiezen. Bij de mooiste songs wordt het gaspedaal licht ingedrukt. Een perfect album om ’s nachts mee te nemen als je nog een lange rit op de snelweg voor de boeg hebt of om in de lente van de eerste zonnestralen te genieten.

Dirty Hips

Crisis, What Crisis?!?

Geschreven door

We hebben ze graag, zo van die bands die in De Grote Zoektocht naar een ‘eigen geluid’ in verschillende vijvers gaan vissen om de vangst vervolgens in een melting pot te laten pruttelen tot de vibe goed zit. Met Dirty Hips heeft Limburg er zo een groepje bij. Het vijftal beroept zich op latin, bossa, cocktail jazz, boogie, bluesrock en pop als basisingrediënten en brouwt er op hun eerste full album ‘Crisis, What Crisis?!?’ een radiovriendelijk mengsel mee dat lekker ongecompliceerd wegluistert. Wie Santana en Los Lobos wel kan pruimen is hier aan het goede adres, al ontbreekt het de Hips voorlopig aan wereldsongs genre “Jingo” of “Kiko” om echt brokken te maken. Daarvoor klinkt de groep nog te vrijblijvend, is de productie een tikje té clean en lijken lyrics nog te veel op een noodzakelijk kwaad. Met deze worp bewijzen de muzikaal bijzonder goed onderlegde Dirty Hips dat ‘feelgood music’ geen scheldwoord hoeft te zijn, al kijken we nu al uit naar wat meer scherpe randjes op die ‘moeilijke tweede’.
Uitgebracht in eigen beheer, recorded at The Bad Hip studio aka Yellow Tracks

Bob Wayne

Bob Wayne - Hillbilly troubadour houdt De Zwerver in zijn ban

Geschreven door

Bob Wayne - Hillbilly troubadour houdt De Zwerver in zijn ban
Bob Wayne
café de Zwerver
Leffinge
2016-09-18
Ollie Nollet

Bob Wayne, altijd goed voor een pot onversneden hillbilly music voorzien van smeuïge teksten. En hoewel hij wat door zijn stem zat , ontgoochelde hij ook deze keer niet. In de loop der jaren heeft de man toch een aantal songs geschreven die niet zouden misstaan in het verzamelde werk van een Johnny Cash of een Steve Earle.
Ik bedoel maar dat Bob Wayne veel meer is dan de vuilbekkende countryboy die perfect een stoomfluit kan nabootsen.

Bovendien had de man een uitstekende groep, The Outlaw Carnies, meegebracht waarvan enkel de drummer er twee jaar geleden, toen ik ze in Binic zag, ook bij was. Wayne rekruteert zijn muzikanten in alle uithoeken van de States en de sublieme banjospeler, die de plaats van de violist innam, was hij zelfs helemaal in Brazilië gaan zoeken. Zijn recent verschenen zevende plaat, ‘Hits the hits’, bevat enkel covers (waaronder zelfs songs van Adele en Rihanna) en is zeker niet zijn beste. Gelukkig beperkte hij zich tot twee nummers uit de plaat en die vielen uiteindelijk nog best mee : “Sympathy for the devil” (Rolling Stones) en “Rock and roll” (Led Zeppelin).

Maar naast eigen songs als “There ain’t no diesel trucks in heaven” en “Hillbilly heaven” bleken ze toch verwaarloosbaar. Hij hield zijn publiek in de ban voor een spannende set.


Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Dilly Dally

Dilly Dally – Een ruw bootje in het wilde water

Geschreven door

Dilly Dally is een bandje van twee vrouwen en twee mannen, vanavond in kleurloze kledij op een donker podium . Vunzige gitaren en rauwe vocals tekenen voor een revival van het grunge genre. Dilly Dally komt niet uit Seattle maar uit het Canadese Toronto. De band bracht in 2015 de debuutplaat ‘Sore’ uit en tourt sindsdien de wereld rond. In La Péniche gaf de band een donkere set die perfect bij het onweerachtige weer paste.

Al van bij het eerste nummer is ’t duidelijk geen concert voor watjes. De gitariste jaagt een angstaanjagende hoge klank door haar instrument om het publiek helemaal wakker te krijgen. Niet veel later schreeuwt
Katie Monks alles uit wat ze in haar tengere lijf heeft. Het doet wat denken aan Kim Deal maar nog rauwer. Een spanning wordt opgebouwd en tijdens de refreinen wordt alles gegeven. Het publiek ervaart een explosieve sound die hen omver blaast.
Catchy gitaarmelodieën in een weerbarstig geluid, Dilly Dally zorgt dat het allemaal lukt. De bassist brengt een zwoel, donker geluid terwijl de gitariste altijd hoge noten op de gitaar speelt. De contradictie in klank blijft telkens opnieuw verrassen. Op “Purple Rage” gaat plots alles nog ruiger en sneller. De band tovert de boot om tot een zwart, angstaanjagend schip; Monks gilt to the bone. De snelheid waarmee ze spelen, doet het publiek schuchter dansen.
Een slordige dertig toeschouwers aanschouwen het indrukwekkende optreden , ze geven alles op deze pittige muziek. De nineties invloeden zijn nooit ver weg. Iedereen geniet. De band houdt er de snelheid in. Contact hoort er niet bij, de strakke sound staat voorop. Dilly Dally geeft alles en breit de nummers aan elkaar. De set vliegt voorbij en na 45 minuten zijn alle songs er doorgejaagd. Het meest poppy nummer “Desire” , al is dat slechts relatief, is de afsluitende track.

Dilly Dally is een speelse naam die misleidend kan zijn. Ze klinken donker, vuil en zijn vooral beïnvloed door de nineties grunge. Door het vrouwelijk gekrijs en het hoge tempo hebben we een strakke set , zware nummers , boordevol solo’s en diepe bassen …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Onbesuisde energie

Geschreven door

Zelf waren wij dit jaar niet op Pukkelpop aanwezig, maar als we onze betrouwbare bronnen mogen geloven (en dat doen we graag) dan waren Thee Oh Sees één van de absolute hoogtepunten op Chokri’s festivalletje (we hadden bijna geschreven alternatief festival, maar toen viel het ons terug in dat het verwaande wicht Rihanna daar aantrad).

Wij weten trouwens al langer dat het opzwepende bandje van John Dwyer een heuse belevenis is. Thee Oh Sees hebben ons enkele jaren terug al eens compleet omvergeblazen in de Antwerpse Trix en sedertdien verliezen wij dit energieke psych-garagerock-collectief nooit meer uit het oog. Met ‘A Weird Exits’ hebben ze in augustus hun zoveelste schitterende nieuwe album afgeleverd en dat amper een maand nadat ze een overweldigende live plaat ‘Live In San Francisco’ ter wereld hadden gedropt.
Een bloedhete Aeronef in Lille mocht dan niet helemaal zijn volgelopen, het kot zinderde en kolkte als nooit tevoren. De drive en de onbegrensde goesting van de waanzinnig spelende band (met twee drummers, dat kon tellen qua slagkracht!) sloeg al heel snel over op de zaal die menigmaal overkookte, er werd niet bepaald gekeken op een moshpit meer of minder.
Thee Oh Sees brachten een super-energieke set met een opeenvolging van uiterst opwindende motherfuckers van songs (“The Dream”, “Tunnel Time”, “Gelatinous Cube”, “Toe Cutter Tumb Buster”, “Ticklish Warrior”,…) met het tempo en de stootkracht van een kudde op hol geslagen bizons.
Extatische garagerock met een punkspirit van jewelste, meer hadden wij niet nodig om compleet uit de bol te gaan (of ’t was een dikke pint misschien, maar in de l’Aéronef duurde het alweer eeuwen om daar aan te geraken, dan bleven we toch maar wat liever op onze dorst zitten).
Pas met de superbe psychedelische sleper “Sticky Hulks” werd even het oververhitte gaspedaal losgelaten, maar daarna gingen de poppen al snel weer aan het dansen. De twee geestdriftige drummers zaten er zeker voor iets tussen, maar het was toch vooral de fantastische John Dwyer die telkenmale het boeltje deed ontploffen. Getooid in korte broek en met zijn gitaar op borsthoogte (een ander zou er niet mee wegkomen maar Dwyer is gewoon cool) manifesteerde hij zich wederom als een weergaloos gitarist die zijn instrument aan alle kanten liet piepen, scheuren en openbarsten (zelfs Thurston Moore zou zich zorgen mogen maken als er zo een concurrent aan de voordeur belt).
In de fenomenale afsluiter “Contraception”  (15 minuten lang, geen seconde te veel) mochten we Dwyer’s gitaargeseling uitvoerig en in vol ornaat aanschouwen. Een grandioze slotsong van een uitzinnig optreden.
We hebben gezweet als een rund en dorst geleden als een paard, maar genoten als een driftige reu in een kennel vol loopse teven.

Wat een geweldige band, het is geleden van Ty Segall & The Muggers in Le Grand Mix dat we nog zoveel onbesuisde energie op een podium mochten ervaren. Kan geen toeval zijn trouwens, Dwyer en Segall zijn goeie maatjes, ze gaan regelmatig samen op de lappen, trekken al eens dezelfde studio in en halen hun inspiratie uit dezelfde vruchtbare en vettige grond.

Organisatie: Aéronef, Lille

Mothxr

Mothxr – Een sensuele hittegolf!

Geschreven door

Mothxr komt uit Brooklyn en brengt aanstekelijke indiepop. De frontman van de band, Penn Badgley,  heeft z’n strepen verdiend als acteur in de serie ‘Gossip Girl’. Nu die serie ten einde is, was het tijd om een muzikale carrière uit de grond te stampen. Iets minder dan een jaar geleden kwam de debuutplaat ‘Centerfold’ uit. De elf nummers stellen ze nu voor in een kleine tour door Europa. In La Péniche viel meteen op dat de vrouwelijke fans van ‘Gossip Girl’ hun idool Penn Badgley maar al te graag van dichtbij wilden zien.

Al meteen weerklinkt een fel gegil door de kleine zaal. Vooraan staan jonge meisjes, die helemaal gek worden wanneer Mothxr op het podium verschijnt. De band begint rustig met enkele eenvoudige gitaardeuntjes en drums. De temperatuur stijgt in de warme zaal. Op sensuele wijze brengt Badgley iedereen in bezwering. De jonge meisjes zingen luidkeels alles mee waardoor het concert al van in het begin snor zit en erg sfeervol wordt.
Meer dan zijn sexy moves heeft Badgley ook niet nodig. Af en toe neemt hij wel eens een gitaar in de hand ; in het begin was dit schaars. De band bouwt ieder nummer op naar een soort climax, gitarist Simon Oscroft haalt een beste solo boven als op “Centerfold”. Soms neigt het wat naar Prince, qua sound , weliswaar niet direct op het niveau van het spel.
De band is wat vermoeid en probeert hun nummers er snel door te jagen. Meer dan een “merci” krijgt het publiek niet. Badgley tracht indruk te maken door passionele zangpartijen. Erg hoog gaat hij op “Victim” , met een knipoog naar de Bee Gees, maar dan zonder dat funkend dampend karakter .
Mothxr creëert door het gitaarspel een aanstekelijke sfeer, de meeste mensen komen om zich goed te amuseren en eventueel wat te dansen. Live is hun muziek iets steviger dan op plaat. Naar het einde valt dat nog meer op , wanneer de band crescendo’s uitbouwt door volle, gezamenlijke gitaarsolo’s; ook Badgley neemt hier de gitaar vast, vooral op “Easy” en het bisnummer “Touch” . Enkele epische uithalen maken hun indie wel erg stevig. Na iets meer dan drie kwartier zit de set er al op. De band boeide en verveelde niet.

Mothxr brengt aanstekelijke nummers door het gitaarwerk. Live maken ze een goeie indruk. Ze zijn meer dan die acteur uit ‘Gossip Girl’ en kunnen dus echt muziek spelen. Een verhitte zaal laten ze snikheet achter …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Pagina 479 van 966