logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Suede 12-03-26

Marissa Nadler

Marissa Nadler - Smachtende sirene kiest voor rock

Geschreven door

Eén van de beste platen van 2014 was ‘July’ van Marissa Nadler: akoestische gitaarfolk die prachtig samensmolt met de etherische stem van Nadler. Twee jaar later is er nu ‘Strangers’, een plaat die meer de elektrische toer op gaat. In de Cactus Club kwam Nadler die nieuwe plaat voorstellen. De eerst vier nummers bracht Nadler solo; op elektrische gitaar, waarbij de kraakheldere gitaarklank mooi harmonieerde met Nadler’s smachtende stem, het ‘Twin Peaks’ gevoel was nooit ver weg, bijvoorbeeld in het uit ‘July’ geplukte “Firecrackers”. 

Na deze introductie, kwam de band, die samengesteld was uit leden van haar voorprogramma, Wrekmeister Harmonies, haar vervoegen. Die band, is een experimentele groep rond J.R. Robinson die lang uitgesponnen, gothische, drone-achtige composities maken. Op hun laatste album, ‘Night of your ascention’ werkte Nadler mee, naast onder meer Alexander Hacke van Einsturzende Neubauten. Niet dat het optreden vanavond daardoor transformeerde in een gothische metalset, nee, deze experimentele muzikanten bewezen dat ze ook een traditionele rockgeluid kunnen neerzetten dat verdacht in de buurt kwam van Sharon Van Etten, wat wij altijd een compliment vinden. Nadler zette veel effect op haar gitaar, en ook de keyboardspeelster/violiste had haar viool op een effectpedaal aangesloten, zodat je ergens bij het vioolgeluid van een Godspeed uit kwam, maar dit alles binnen de rustige vaarwaters van folk en rock. In “Waking” ontbond Nadler haar duivels, en werden we getrakteerd op een stevige gitaaruitbarsting en dito solo in de stijl van Neil Young: traag maar majestueus. Ook in het daaropvolgende “Skyscraper” werd flink van jetje gegeven. Voor de finale van de avond, verliet de band opnieuw het podium, en speelde Nadler elektrisch onder meer een nummer uit haar eerste plaat en een cover van Townes Van Zandt, “Tecumseh Valley”.

Marissa Nadler trok live het geluid van haar jongste plaat door, meer richting rock, ergens tussen etherisch en majestueus. Tussen de nummers kwam ze heel bedeesd over, maar haar nummers bracht ze met veel vertrouwen, logisch ook als je al je tiende plaat uitbrengt.

Setlist
Solo: Drive- Dissolve –Firecracker
s-We are coming back
Met band: Strangers-nothing feels the same-hungry-Are the colours-waking-skyscraper-katie-divers
Bis: Tecumseh Valley  (Townes Van Zandt cover)

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Ty Segall

Ty Segall and the Muggers - Smerig, chaotisch en bijtend, zo moet het zijn

Geschreven door


Een uitverkocht huis voor Ty Segall & The Muggers, die hun nieuwe album ‘Emotional Mugger’ kwamen voorstellen. Deze 28-jarige Californiër heeft als muzikant en producer een hele scene rond zich opgebouwd met naast zijn eigen band ook bands als Fuzz, Wand, Meatbodies en The Oh Sees die allemaal grossieren in sixties en seventies garagerock, psychedelische rock en hardrock.

Daar waar de vorige , trouwens heel goede plaat, ‘Manipulator’ heel sterk de geest van de seventies uitstraalde met een geluid dat glamrock, psychedelische pop en rock en klassieke hardrock getrouw benaderde en eerde, is ‘Emotional Mugger’ een plaat die daar van weg muteert, omdat ze smeriger, atonaler, chaotischer en minder hapklaar is.
Dit werd doorgetrokken op het podium vanavond, het gros van de set (toch 10 nummers) werd uit ‘Emotional Mugger’ gepuurd, en verder kregen we ook nog een aantal nummers uit ‘Manipulator’ (2014) en ‘Twins’ (2012).
Het eerste nummer, “Squealer”, zette meteen de toon: Segall had een kale man masker opgezet, met griezelig realistische oren, de keyboards waren heel bepalend voor de sound van de band: schurend, atonaal, chaotisch en bijtend. Paranoia en ongerijmdheid die sterk refereerden naar David Lynch zijn ‘Lost Highway’: er is iets verschrikkelijk mis met de alledaagsheid, maar je kan er geen vinger op leggen, dat gevoel. Na het eerste nummer ging het masker af, maar de rock bleef overstuurd, maar wel met heel veel gitaarsolo’s door de drie gitaristen van de zeskoppige band.
Ontspoorde rock was dit, ver weg van rechttoe-rechtaan garagerock, dit had veel meer raakpunten met The Butthole Surfers en onze Belgische trots in de chaos, Evil Superstars. Enig punt van verschil misschien met deze chaoten waren de songteksten, die geen klinkklare onzin waren zoals bij de Superstars. Segall jutte het publiek op, “Let’s riot” de betogingen indachtig. Dat publiek ging er gretig op in, verschillende mannen beklommen het podium, en vooral de man die on stage zijn broek liet zakken en de zaal zicht gaf op twee halve manen en een klokkenspel deed iedereen inclusief Segall zelf grijnzen. The Stooges indachtig had een nummer een uit de kluiten gewassen saxofoon, en naast de onophoudelijke gitaarsolo’s en loodzware riffs, zat er ook een rustpunt in de set, met een opbouwend nummer dat de meeste ijle, zweverige kant van de psychedelische rock eer aan deed.
Beste nummers vanavond: de melodieuze meezinger “Candy Sam” uit de nieuwe plaat, “Thank God for the sinners” uit ‘Twins’ en “Manipulator”, met zijn repeterend gitaarlick en orgeltje wel heel erg schatplichtig aan The Who.

Ty Segall en The Muggers waren smerig, overstuurd, dikwijls chaotisch, maar toch met veel respect voor zijn publiek en net dat maakte het interessant omdat ze zo bewezen dat ze veel meer zijn dan een retro-band met een seventies fixatie.

Setlist: Squealer-California Hills-Emotional mugger/ Leopard Priestess-Diversion (The Equals cover)-Breakfast eggs-Baby big man (I want a mommy)-Mandy cream-Candy  Sam-Squealer two-The magazine- Thank God for sinners-They told me too-You’re the doctor-Spiders- Manipulator- Feel
Bis: Finger- the Feels

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/ty-segall-01-06-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/la-jungle-01-06-2016/

Organisatie: Botanique, Brussel
(ikv Les Nuits Bota 2016)

Amon Amarth

Jomsviking

Geschreven door

‘Jomsviking’ is het tiende album van Amon Amarth, de vaandeldragers van de viking-metal sinds 1992. Het is het eerste conceptalbum van de populaire Zweden. Het verhaal gaat over een jonge viking die een hogere in rang vermoordt (“First Kill”) en op de vlucht slaat (“Wanderer en On a Sea Of Blood”), maar zweert om ooit terug te keren, wat –spoiler alert – ook gebeurt in de het afsluitende “Back on Northern Shores”.
Amon Amarth had al eerder een album gemaakt dat helemaal rond de god Loki draaide, maar deze keer is het een volledig verhaal dat chronologisch verteld wordt. Dankzij nieuwe drummer Tobias Gustafsson en producer Andy Sneap, die er ook al bij was op Deceiver of the Gods, klinkt de death-metal van Amon Amarth een stuk sneller en melodieuzer dan op bv. Surtur Rising. De nieuwe drummer heeft blijkbaar ook het speelplezier teruggebracht bij de andere bandleden, want het is van ‘Twilight of The Thunder God’ uit 2008 geleden dat de vikings nog zo snedig en gevarieerd klonken.
Positieve uitschieters zijn “On A Sea Of Blood”, “One Thousand Burning Arrows” en “Vengeance Is My Name”. “Raise your Horns” is niet meteen een hoogvlieger, maar dat is nagenoeg geen enkel drinklied dat door een metalband gemaakt wordt. Voor de bierconsumptie op festivals zal het dan weer wel wonderen doen. Op “A Dream That Cannot Be” mag de Duitse metalgodin Doro Pesch meezingen met Johan Hegg. Ook dat levert niet het hoogtepunt van dit album op, maar zorgt er mee voor dat er voldoende afwisseling is.
‘Jomsviking’ is geslaagd als conceptalbum, maar ook voor wie lak heeft aan het verhaal vallen hier alweer voldoende parels te rapen.

 

Jeff Lynne

Alone in the universe

Geschreven door

Pop/Rock
Alone in the universe
Jeff Lynne’s ELO
Columbia/Sony Music
2016-06-02
Johan Meurisse

Jeff Lynne – een man  om U tegen te zeggen - Hij heeft al een rijkelijk gevulde carrière. Na het uiteenvallen van zijn Electric Light Orchestra, halverwege de jaren 80,  beleefde hij (inmiddels 69) een minstens  zo succesvolle carrière als producer van o.m. George Harrison, Tom Petty, Roy Orbison en The Beatles. Drie jaar terug verschenen van hem twee soloplaten, een coverplaat en eentje met remakes van de grootste ELO-hits. En nu is er die comebackplaat dat om juridische redenen  niet meer zo mag heten  en dus door het leven gaat als Jeff Lynne’s ELO .
En de muziek klinkt net als in de eind 70s – mid 80s, sfeervolle aanstekelijke popsongs met heerlijke , barokke ritmes door strijkersarrangementen, karakteristieke koortjes , keys , slide gitaars en fijne drumpartijen .
De opener “When I was a boy” en “Blue” , als toegevoegde track, is meteen dit punt van herkenning en verder heb je met “Dirty to the bone” , “When the night comes” , “All my life” en “One step at a time” mooie pop  die de perfecte ELO tijdmachine in elkaar hebben geknutseld …

Ty Segall

Emotional Mugger

Geschreven door

De uit San Francisco afkomstige Ty Segall is een muzikale veelvraat, een mansje van alle kunsten; hij zit in bands als Fuzz, Wand, Meatbodies en The Oh Sees die allemaal grossieren in sixties en seventies garagerock, psychedelische rock en hardrock.
Gruizige garagerock’n’roll/pop dus, met een indiesausje , is het statement en hij bracht al een pak platen uit op korte tijd.
‘Manipulator’ was zijn vorige plaat, spannend, gedreven , puntig , gekenmerkt van een rauw slepende aanpak en ritmiek . Wat stijlvarianten uit de psychedelica, folk , r& b tonen z’n veelzijdigheid .
Vóór deze nieuwe was er nog een muzikaal werkstuk , een eerbetoon aan T-Rex onder ‘Ty-Rex’ , een verzameling T-Rex covers uit 2011 en 2013. De oude Ty Segall maakt op ‘Emotional Mugger’ plaats voor glamrock, psychedelica , progrock , experiment en die garagerock in een Syd Barrett gekte . Beetje oud herkenbaar zijn hier een viertal songs (opener “Squealer” – “Diversion” – “Candy Sam” en “The magazine”). Inderdaad hij grossiert diep in het verleden en maakt het eigentijds met weirde breaks, ritmes en wendingen. Smerig en Chaotisch, Tegendraads en Verrassend als je de plaat in z’n totaliteit beluistert met songs als “Californian hills” , “Breakfast eggs” en “W.U.O.T.W.S.”, ergens tussen Stooges – King Crimson en Marilyn Manson in .
Een ambitieus werkstuk - Maniakale gekte . Sterk!

Guy Garvey

Courting the squall

Geschreven door

De uit Manchester opererende Elbow rond Guy Garvey heeft al een pak imponerende platen uit ; een band die net als The National per plaat populairder werd en een wereldstatus bereikte. ‘The seldom seen kid’ uit 2008 was hier de aanzet met o.m. “Starlings” en “One day like this” . Hun oorstrelende pop werd een ongeëvenaarde luistertrip , die live heel wat kleur en elan bood. ‘The take off and landing of everything’ was hun laatste werkstuk uit 2014. Garvey nam nu even de tijd om even iets buiten Elbow te doen . Hij had er al eens over om een solo album te maken en heeft dit nu letterlijk doorgevoerd . ‘Never say never’ dus en met hulp van vrienden van zijn favoriete bands als I am Kloot, Bat For Lashes, The Whip , durfde Garvey het aan en knutselde hij tien songs aaneen .
Het werd een fraai intiem , sfeervol broeierig album, gekenmerkt met de typische Elbow elementen van uitgebalanceerde pop , minder complex gearrangeerd weliswaar; iets kaler dus en met toevoeging van 50s, jazzy en funky uitstapjes .
Een intens spannende ervaring op dit afwisselend album . Plaats de broeierige , extraverte opener “Angela’s eyes” maar eens naast de ingetogen “Harder edges” . Of “The belly of the whale” , die ergens refereert aan Soul Coughing,  naast “Electricity” (met Jolie Holland als vocaliste) , die dan “Moon over Bourbon Street” van Sting doet opborrelen . “Unwind” , “Yesterday” en de titelsong zijn dan mooie voorbeelden in de lijn van Elbow.
Mooi wat Garvey verwezenlijkt , een wonderlijke schoonheid van een sterk niveau . Sjiek . Een droom (van een solo album) is dus werkelijkheid geworden …

Andy Shauf

Andy Shauf - Ronddobberen op een zee van kalmte

Geschreven door

Andy Shauf bracht kalmte op een regenachtige dag met zonnige tunes en tegelijk donkere teksten. Met een vierkoppige band nam hij het voortouw en speelde afwisselend elektrisch als akoestisch op zijn gitaar . Hij bepaalde het tempo, de band volgde als makke hondjes en speelde een subtiele achtergrondrol. Toch was die rol erg belangrijk in de kamerpop op het lijf van Andy Shauf. De band bracht kleine extra’s aan waardoor er telkens een nieuw element opdook en de verveling net niet opkwam.

Andy Shauf is een Canadese singer-songwriter uit het kleine dorpje Saskatchewan. Zijn vierde plaat ‘The Party’ kwam op 20 mei 2016 uit, tevens zijn debuut op Anti Records (het label waar onder meer Tom Waits opzit). De vergelijkingen met Elliott Smith, Sufjan Stevens en Neil Young zijn bij deze jongeman uit Canada nooit ver weg. Hij brengt in La Péniche zachte folkrock met een grote melodiewaarde.
Met een rustige compositie en simpele gitaarakkoorden begint Shauf aan zijn set. De spitsvondigheid van de drums springt er meteen uit. De drummer zit op de achtergrond en maakt nooit echt luide geluiden op zijn drumstel maar laat toch telkens een subtiele percussie horen om het tempo te bepalen.
Bij “Quite Like You” en “Jenny Come Home” brengt Shauf de zon op het podium. De vrolijke deuntjes wanen het publiek op een afgelegen strand met niemand in de buurt. Het brengt rust en laat je dromen van betere tijden.
Een ander instrument dat zich subtiel op de achtergrond bevindt , is de piano. Soms komen er zoals bij “Twist Your Ankle” en “Alexander All Alone” kleine pianopartijen bij die een vrolijke lo-fi sfeer brengen. Het zorgt ervoor dat het publiek meteen terug naar de seventies wordt gekatapulteerd.
In het middendeel gebruikt Shauf veelal dezelfde opbouw. Toch is deze dromerige muziek nooit slaapwekkend omdat er telkens een nieuw, klein element inkomt. Zo speelt Shauf eens een gitaarsolo, brengt hij duistere lyrics en zijn de noten altijd anders te horen.
Uiteindelijk gaat Shauf naar het einde toe de donkere kanten van zijn muziek tonen zoals bij “Martha Sways”. Zo zingt hij over de dood en ouderdom maar is de bijhorende muziek minimalistisch dat het bijna lijkt alsof hij uitkijkt naar de dood. Bij het bisnummer komt Andy Shauf helemaal alleen het podium op. Zonder muzikale begeleiding van de drie anderen, klinkt hij erg somber. De muzikanten brengen een vrolijke noot bij en dat was doorheen het volledige concert nodig.

Andy Shauf is een artiest die echte luistermuziek brengt die veel op elkaar gelijkt en toch boordevol subtiele arrangementen zit.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Big Next Weekend 2016 – dag twee - Beloften maken het waar op het DOK

Geschreven door

Big Next Weekend 2016 – dag twee - Beloften maken het waar op het DOK
Big Next Weekend  2016
DOK
Gent
2016-05-29
Nick Nyffels

Democrazy en webcommunity Subbacultcha organiseerden Big Next Weekend, een tweedaags festival waar ze nieuwe beloftevolle bands aan het publiek kwamen voorstellen. Daar moesten we natuurlijk bij zijn, en we kozen voor de tweede dag van dit festival, omdat dan vooral de rockbandjes aan bod kwamen.

De eerste band die we zagen, White Wine, kon je allesbehalve een jonge belofte noemen. Het is namelijk de nieuwe band van Joe Haege, die met Menomena, Tu Fawning en 31 Knots al een lange staat van dienst heeft in de indie-scene van Portland, Oregon. Haege zocht contact met twee Duitse muzikanten en vormde zo een trio met een originele bezetting met onder meer fagot, gitaar en keyboards. De band had de hele nacht gereden en ze hadden nauwelijks geslapen, maar dat was geen belemmering voor het enthousiasme van Haege, die fluks het podium afsprong en de confrontatie aanging met het schaarse zondagmiddagpubliek. Muzikaal wrong en botste het nogal eens, we hadden Haege dit al zien doen bij Tu Fawning: die typische Amerikaanse indie aanpak om op primitieve, soms knullige manier electronica en rock te mixen met beats van twintig jaar geleden. Tien op tien voor inzet dus, maar voor originaliteit toch maar met de hakken over de sloot.

De mosterd is tegenwoordig meer dan vijftig jaar oud: de nieuwe bandjes van 2016 gaan de inspiratie gaan zoeken in 1966. Zo heb je bij ons Double Veterans, de band van Lee Swinnen, en in New York City heb je nu de The Mystery Lights . Die hebben hun debuut ‘Follow me home’, uit op een sublabel van Daptone Records.  Op het podium kregen we dus langharig werkschuw tuig met een sixties-fixatie. Garagerock met een ruw randje, veel twang en echo in het gitaargeluid, met een ouderwets orgeltje om alles op te vrolijken. Het klonk fris, omdat het al van 1966 geleden is dat deze sound gemeengoed was.

Het Londense drietal Yak zijn de nieuwe beloften in Engeland: een EP opgenomen op Third Man Records, het label van Jack White, en een debuutalbum geproduced door Steve Mackey, de bassist van Pulp heeft ze onder meer het voorprogramma van The Last Shadow Puppets opgeleverd. Een Nirvana bezetting dus,  met een rock/punk-geluid waarbij de wijzers constant in het rood sloegen. Voor de liefhebbers van rechtoe-rechtaan punk was dit om duimen en vingers bij af te likken, maar de stem van de zanger kon beter en de songs hadden ook niet de hooks die bleven hangen. Met een halfuur aan songmateriaal hebben ze nog veel progressieruimte. Een juiste plaats op de affiche dus.

De volgende band speelde een divisie hoger. Dit kan wel eens de ontdekking van 2016 worden: Car Seat Headrest is de band van Will Toledo, het prototype van de nerdy student inclusief ziekenfondsbrilletje. Toledo, heeft sinds 2010 een slordige 10 albums uitgebracht op Bandcamp, en is in die zin heel vergelijkbaar met Alex G. Dit optreden stond er van de eerste tot de laatste minuut: melodieuze indierock, ergens tussen Pavement en Grandaddy in, met een eigen stem, veel dynamiek, gitaaruitbarstingen a volonté, echt mijn cup of tea.

Ook de hoofdact van de avond was een schot in de roos: Jessy Lanza is een 31-jarige Canadese die meedeed op de laatste plaat van Caribou. Ze had een drumster meegebracht, en toverde de loods van het DOK om in een echte underground club. Electronica die ons deed denken aan The Knife, Roisin Murphy en Booka Shade: ze kreeg het publiek aan het dansen, en toverde een glimlach op ons gezicht met een mix van jaren tachtig en electronica die refereerde naar de glorieperiode van Prince Nelson ten tijde van “I would die for u” en “Sex Shooter”. Er zijn slechtere inspiratiebronnen.

Big Next Weekend maakte zijn belofte waar: Car Seat Headrest en Jessy Lanza gaan het maken op de festivals deze zomer, je kon ze het eerst zien op DOK.

Organisatie: Subbacultcha + Democrazy, Gent

Yak

Yak - Destructief met extra vernielzucht

Geschreven door

Yak bracht zijn bulldozer mee naar La Péniche en besloot er grondige verbouwingen door te voeren. Met de rommelige wagen werden de verbouwingen erg robuust uitgevoerd. Yak brak figuurlijk de boot volledig af , liet de brokstukken liggen , en gooide ze daarna lekker in het rond . Het publiek bleek dit allemaal niet erg te vinden en smeet zich volledig bij iedere diepe bas, zware riff of luide drum . Yak zette aan tot totale vernietiging …

Yak is een Britse rockband uit Londen; een trio, Oliver Burslem, Andy Jones en Elliot Rawson. Hun debuutplaat kwam uit op 13 mei 2016 en dat is meteen de perfecte reden om een tour te ondernemen. In hun eigen land worden ze omschreven als een van de beste nieuwe livebands; die reputatie bleken ze alvast waar te maken.

Een psychedelisch getokkel op een orgelachtig instrument maakt het publiek warm voor de band die niet veel later het podium opkomt. De diepe basgitaar en de luide drums maken meteen duidelijk dat Yak geen band is voor zachtaardige mensen. “Harbour The Feeling” klinkt live stukken harder en luider dan op de cd. Dit geldt trouwens voor alle nummers. Ze worden veel langer gespeeld en er is ruimte voor de solo’s dito gitaarriffs. De band geeft een vuile , robuuste indruk. Gierende gitaren dus! “Hungry Heart” is er eentje die een ongelofelijke energie uitstraalt. En het gaat alleen maar luider en de muziek klinkt steeds strakker.
“Smile” vormt een aangenaam, rustig intermezzo. De lichte gitaren en de donkere stem van zanger Oli Burslem doen wat denken aan The Doors. Toch duurt het niet lang vooraleer ze hier alles in de strijd gooien. Bluesy gitaren die wat aan Jack White doen denken en een bescheiden orgel maken dit nummer een unicum binnen de set. Met “Alas Salvation” moet alles weer kapot en gieren de gitaren zoals nooit te voren.
Alle nummers spint de band zo hard uit dat de muzikaliteit centraal staat. Hoe meer gitaren en hoe luider ze kunnen spelen, hoe beter.
Bij “Victorius (National Anthem)” schreeuwt de zanger alles bijeen en maken de instrumenten een pijnlijke indruk. Alles is zeer luid, zonder goeie oordopjes komt het publiek hier doof buiten. Toch is dit iets dat bij de muziek past. Naarmate de set vordert, blijft de band steviger spelen en gaat alles zeer snel vooruit. Het publiek danst ook telkens meer en meer mee waardoor de boot begint te trillen en hij wel kan zinken. Bij “Use Somebody” zingt de band samen. Met een bombastisch einde waarin ze nog eens alles in mootjes hakken, verlaat Yak het podium.

Met deze energie en instrumentaliteit is Yak live een unieke ervaring die hun gitaren als geweer gebruikt en  iedereen neerschiet met vette riffs.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille  

Hedera Helix

Pastiche

Geschreven door

Alles ineen bij dit leuke gezelschap … Hedera Helix is een muziekproject die electro, pop en industrial mengt , tekstueel sterk , scherp , tot de verbeelding is , en er theater , beweging tegenaan gooit. Hedera Helix is Nederlandstalig met de toevoeging van andere talen  – er schuilt kleinkunst in het materiaal . Hedera Helix is een live ervaren , beleven op die manier . Het combo wisselt mooi af in hun  materiaal; de song op zich kan centraal staan of er is gezwind een opzwepende beat . Een heerlijk geheel .
Arbeid Adelt!, Vive la Fête zijn interessante invloeden Tja,  niet voor niks is een helix in de groepsnaam geplaatst . ‘Pastiche’ is dan ook een terechte titel . Ondergaan dus . Als we de bio er op nahouden lieten ze maar liefst dertien jaar op zich wachten … Nu graag iets minder lang …
Info http://www.vi.be/hederahelix

Pagina 489 van 966