logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Stereolab

Trailers

Sway With The Season EP

Geschreven door

‘Sway With The Seasons’ van Trailers is het soort plaatje van een groepje die te vroeg en zonder deftige bagage van het repetitiehok naar de studio is getrokken. Ze hebben wel enkele vaardigheden onder de knie maar er hangt weinig of geen vlees aan de songs, die passeren dan ook zonder dat er iets gebeurt. Het is muziek die nergens blijft hangen, tenzij tussen de spinnenwebben in de koele berging.
Als dooddoener klasseren ze hun eigen sound dan ook nog onder de noemer ‘powerpoprock’. En dan zijn ze verwonderd dat critici hen neersabelen, terwijl wij enkel maar hun perfecte voorzet moeten binnenkoppen. Voor zover wij weten kennen we immers geen enkele band die zelf uitpakt met zo een bekakt genre. Powerpoprock begot, het klinkt een beetje als sarma-blues of tupperware-metal.
Bij nader inzien is het eigenlijk nog zo stom niet en vatten ze er ongewild hun plaatje mee samen, dit is immers mossel noch vis, het wil rocken maar mag niet van de schoonmoeder, men wil de bloemetjes buitenzetten maar moet voor het donker thuis zijn.
Als u het echt niet kan laten kan je dit bandje checken op www.trailersband.com of www.facebook.com/trailersband

Blues Karloff

Light And Shade

Geschreven door

Blues Karloff is een stel ouwe bluesratten uit Vilvoorde die zichzelf oriënteren richting Britse bluesboom van eind jaren zestig. Daar is veel van aan, ze gaan voluit voor gespierde bluesrock met hete riffs en dito solo’s. Daar gaan ze natuurlijk de prijs voor originaliteit niet mee winnen en we gaan hen ook zeker niet vrijspreken van overmatig cliché gebruik, maar het moet gezegd dat hier guts, power en adrenaline uit stroomt.
Hun voornaamste betrachting is het neerzetten van vinnige en potige bluesmuziek, en daar zijn ze heel bedreven in. Alfie Falckenbach heeft die rauwe bluesstem die het genre vereist en geregeld legt hij een gekscherend tintje in zijn vocals waarmee hij in de buurt komt van de geniale Alex Harvey. De flitsende gitaartandem van Paul ‘Shorty’ Van Camp (in een vroeger leven nog actief bij Belgische metalpioniers Acid) en Thomas Vanhaute zet daar een stel felle gitaarpartijen tegenover. Niet verwonderlijk dus dat die gitaren al eens durven neigen naar Gary Moore (nu die gast al een tijdje onder de zoden ligt moet er toch iemand de draad opnemen) of Pat Travers.
Volgens de aloude gewoontes eigen aan het genre graait Blues Karloff gretig in de grote bluescoverbak, maar ’t is niet altijd prijs. “Take These Chains” is slappe kost en “It’s All Over Now” is al zo veel gecoverd dat niemand daar nog iets zinnigs kan mee aanvangen, Blues Karloff duidelijk ook niet. Ook het akoestische Stones afleggertje “Looking Tired” heeft weinig of niks te bieden. De poweruitvoeringen van de Willie Dixon songs “Superstitious” en “Evil” zijn dan wel zeer te pruimen, vooral die laatste is even sterk als de gloeiende versie die wij kennen van de Amerikaanse oer-hardrockers Cactus.
Een covertje minder had dus wel gemogen, zeker als we merken dat deze groep zelf een span stevige bluessong op poten kan zetten. De eigen composities komen er immers verdomd sterk uit (nu ja, eigen composities, dit is bluesrock, alles is wel ergens gejat). Het is stevig rollebolllen met “Blackout Blues” en “I’m A Bluesman”, en we mogen lekker languit chillen (whiskeytje binnen handbereik) op de bluessleper “Don’t Lie To Me”. De ouwe rotten kennen dus best wel de knepen van het vak.
Natuurlijk staat deze plaat bol van de macho bluesrock en bijna plat gespeelde bluespatronen, maar eigenlijk stoort dat niet want Blues Karloff doet het met grenzeloze schwung, kracht en gedrevenheid. Dit is sowieso een genre waarin je onmogelijk nog origineel voor de dag kan komen, je kan dan meer beter een gortige portie grinta in je bluesrock steken.
Hadden we nu een Harley Davidson staan in onze garage, we waren er al lang opgesprongen om met onverantwoorde snelheid het ganse land te doorkruisen.

GlimpsGent 2015 – Luistervoer voor de toekomst

GlimpsGent 2015 – Luistervoer voor de toekomst
GlimpsGent 2015
All Areas
Gent
2015-12-10 t/m 2015-12-12
Stan Vanhecke en Astrid De Maertelaere

Afgelopen weekend konden we alweer genieten van het vijfde Glimpsfestival in Gent, het leukste en meest uitgebreide showcasefestival van de Lage Landen. Meer dan 60 internationale muzikale talenten kwamen het beste van zichzelf geven op tien verschillende locaties in het centrum van de stad. Benieuwd of we weer met enkele pareltjes van bands worden geconfronteerd.

dag 1 – donderdag 10 december 2015
Wij trapten donderdagavond af in de zaal van de Charlatan om naar de Nederlandse jongens van Pauw te luisteren. De langharige Kees, Brian, Rens en Eszl brengen een soort psychedelische muziek met bassen. Soms melodieus en goed klinkend in de oren zoals bij “Visions”, “Abyss” en “Memories”. Soms wat in hogere sferen zoals in “Shambhala”. Ook de riff van “High Tide” kon ons wel overtuigen. Jammer genoeg begaf Pauw zich te veel op onnodige paden in sommige nummers en leken ze zelf niet goed meer te weten waar ze gingen uitkomen. Mooi afgewerkte nummers hebben we dus niet echt gehoord maar beloftevol zijn deze jonge gasten zeker. Ze lieten zelfs een blokfluit ‘cool’ klinken. Graag zien we hen binnen een paar jaar nog eens terug.

Daarna bleven we nog wat hangen in de Charlatan voor Protection Patrol Pinkerton of PPP. Meteen het hoogtepunt van deze eerste avond. PPP is op zijn jonge leeftijd al terug van weggeweest. Ze kwamen in de Charlatan voor de eerste keer hun nieuwste plaat ‘Good Music Beautiful People’ voorstellen. En dat was een succes. De zeskoppige indiepop band doet soms denken aan het melodieus spelend Vampire Weekend of Ben Howard en heeft ook veel weg van het Belgische Team William. Niet toevallig, de frontman van Team William, Floris De Decker, producete ‘Good Music Beautiful People’ en bassist Nils Tijtgat is in beide groepen actief. PPP begon sterk met “This Time”, onmiddellijk een oorwurm van formaat. Daarna mochten we al meteen snoepen van het nieuwe en dansbare “Don’t wreck this up”. Beide perfect afgewerkte nummers waarvan we konden genieten. Even daarna liet Jelle Denturck zich van zijn breekbare kant zien tijdens “Oh Boy”, een zoetgevooisd liedje dat hij zong met Frauke, die even het podium op kwam. We kregen ook nog “Future = our home”, een steengoed nummer waar iedereen gelukkig van wordt. PPP is dus helemaal terug, en dat wij daar blij om zijn! 

Na het fantastische Protection Patrol Pinkerton repten we ons naar het Duitse Fenster in de Minnemeers. Niet slecht, dachten we onmiddellijk. Het deed ons misschien een beetje denken aan Tame Impala, psychedelische hipstermuziek die hoog in de lucht wordt gemaakt. Een hoge stem, een metalen windklokkenspel en onvoorspelbare keyboardgeluiden werden aan elkaar geregen. In “Cat Emperor” en “Memories” klonk dat zeker goed maar over het algemeen verveelde Fenster redelijk snel. Veel nummers lijken te veel op elkaar, het werd dus een beetje saai op den duur. Het publiek slinkte dan ook behoorlijk, vreemd genoeg ook op de eerste rij, dat kan natuurlijk gebeuren op een showcasefestival. Fenster, niet slecht dus. Willen we ze opnieuw zien? Goh, eigenlijk niet.

We sloten onze donderdag af met een stukje Dans Dans. Zij hebben wel een unieke sound. De drie kerels van Dans Dans brengen een mix van instrumentale jazz en rock zonder al te veel poespas. We konden wel genieten van die manskerels zonder capsones. Dans Dans bracht mooi in elkaar overgebrachte nummers. We leken “Au Hasard” te herkennen, al is dat altijd moeilijk te zeggen bij Dans Dans, ze improviseren er namelijk helemaal op los. En ze doen dat goed.

dag 2 – vrijdag 11 december 2015
Op vrijdagavond planden we ons eerste optreden in de Sint-Jacobskerk. Het fijnzinnige Blackie & the Oohoos hebben alvast een fantastische naam, en ook het optreden konden we smaken. De zusjes Maieu brachten mysterieuze en spirituele droompop, alles met een heel broze en intimistische kant. We hoorden leuke nummers uit album ‘Song for two sisters’, perfect passend in de grote Sint-Jacobskerk. Een slimme zet van de organisatoren. We hoorden belletjes, zagen mooie kleuren en lieflijke muziek. Blackie & the Oohoos maakt misschien geen unieke muziek maar heeft wel een geheel eigen stijl dat de nieuwsgierigheid opwekt. Vooral “Song for two sisters”, het nummer gelijknamig aan het album bewees dat de band een blijver is. Mooi ritme, perfect afgewerkt, een stevige start van onze tweede dag op Glimps.

Daarna was het nog even binnenwippen in het Charlatan Café vooraleer we naar de zaal trokken om Rozi Plain te zien. Daar was de Deense Nils Gröndahl op de grond aan het kermen in een microfoon. Blij dat er kansen worden gegeven voor experimentele muziek, maar niet echt spek voor onze bek. Wanneer het soms moeilijk te onderscheiden is of het nu muziek is, of gewoon de versterker die het begeeft, dan haken wij af. Beluister van hem eens “Das Fenster” en je begrijpt wat we bedoelen.
Neen, dan konden wij meer genieten van Rozi Plain. De supersympathieke Britten hadden een goede babbel, één van de weinige groepen die het lef had om de interactie met het publiek aan te gaan. Rozi Plain breng ook gewoon leuke en vrolijke muziek, goed uitgevoerd met een mooie stem en een poppy sound. Wij wilden Rozi Plain onmiddellijk adopteren en in onze living zetten. De set paste mooi in elkaar. “Actually” heeft een zeer catchy melodietje, “Jogalong” hoorden we op fluistertoon met hoge keyboardnoten eromheen dansend. “Best Team” swingde wat meer en was wat luider dan de rest van de set, net wat op dat moment nodig was. In “Cold Tap” hoorden we zowaar een Taishokoto, een tof Japans snaarinstrument die goed bij de stijl van de band hoorde. Rozi Plain was dus zeker één van de fijnste optredens van de avond.

En het ging enkel in stijgende lijn daarna. In het Lakenmetershuis was Yalta Club net aan zijn set begonnen. De Parijzenaars brengen gevarieerde indiepop, denk aan groepen als Fanfarlo en Crystal Fighters. Yalta Club heeft al een volwassen show en enkele uitstekende hits, een echte ‘ontdekking’ kun je ze dus niet noemen. Ze zijn al even bezig. We hoorden “Late”, een nummer dat op het einde echt ontploft op de goede manier, trompet erin verwerkt en al. In “What’s coming after” werden de instrumenten tot een minimum beperkt en gingen alle bandleden samen al vingerknippend hun tekst opzingen. Fantastisch gedaan, het zorgde voor een samenhorigheid tussen band en publiek. Met “Of Mice and Godesses” ging het de donderende toer op. Zware drums en het meisje van de band ging met castagnetten en korrelige radiostem tekeer. Op het eind dansten ze met de vrolijkste melodie van de avond het publiek in met het gloednieuwe “Love”. De mensen in het Lakenmetershuis kwamen recht van hun stoel om mee te shaken met de band. Een staande ovatie op het einde van het optreden, je moet het maar doen in een zaal waar vooraf hooguit een tiental mensen ooit van je muziek hebben gehoord. Chapeau voor de zeskoppige band, een echte aanrader voor de opgewekte hipsters in deze wereld.

Op dat moment was het ook tijd voor de zware rockers van The K in het Charlatan Café, een volledig ander genre dan het voorgaande. Tijdens hun Winter Tour stopten ze twee keer in het Gentse. Donderdag hebben ze al het beste van zichzelf gegeven in het Trefpunt, georganiseerd door JauneOrange. Deze drie kerels lieten er geen gras over groeien en vlogen er meteen in met “Intrusive Behavior”. Actie was er genoeg op het podium met nummers zoals “Essential Chippendale”, “Sleeper Hold” en “20” of Discipline” en de energie vloog er vanaf. Hoewel het testosterongehalte in het Café heel hoog was, troffen we toch een setlist op een vrouwenblaadje aan. The K. ‘smijt’ zich volledig, af en toe volgt er zelfs een WOW vanuit het publiek. Om de show helemaal te stelen sluiten ze hun set af met “Streaks in the Sky”. De frontman doneert zijn gitaar aan een meisje uit het publiek. Ook de drums worden één voor één tussen het volk geplaatst om zo het nummer verder te zetten. Eén ding is zeker, deze noise rock zullen we niet snel vergeten.

We repten ons daarna terug naar het Lakenmetershuis, want daar wilden we Cristobal & the Sea nog even meepikken. Vier mensen uit verschillende landen hadden hun pinguïn-mascotte en sjaaltjes meegenomen naar Gent. De muziek brachten ze op blote voeten. Al snel kregen we de indruk dat de show rond deze mensen beter was dan de muziek. Dat bleek ook, we kregen het warm noch koud van de zogenaamd speelse en vrolijke nummers met dwarsfluitdeuntjes erbovenop. “My Love” en “Disquiet” waren de beste liedjes van het multiculturele gezelschap. Ze brengen bij wijlen een beetje een moderne versie van wereldmuziek zonder echte uniciteit te hebben. Het zijn ongetwijfeld goede muzikanten maar ze vallen een beetje weg tussen al het andere Glimpsgeweld.

We sloten deze tweede dag af waar we begonnen waren. Raglans kwam nog wat rocken in de Sint-Jacobskerk, boysband-style. De Ieren bleven het tempo hoog houden en zo sloten we de dag toch nog positief af. “White Lighning” konden wij bijvoorbeeld wel pruimen.

Wisselend succes dus op dag twee op Glimps in Gent. Uitschieters waren Yalta Club en Rozi Plain, Blackie & the Oohoos willen we zeker nog eens terug zien. De harde rockers van The K. zijn ook een aanrader voor de fans van het zwaardere genre.

dag 3 – zaterdag 12 december 2015
Op de derde dag van Glimps verwachtten we ons weer aan een heleboel nieuwe onontdekte pareltjes. We begonnen onze zoektocht deze keer in het Lakenmetershuis op de vrijdagmarkt. Daar speelde Jacob Bellens zijn ietwat tragische en sacrale popmuziek. Alles heel eenvoudig gebracht zonder simpel te worden. De man zorgt voor kippenvel met zijn mooie stem, zittend achter zijn keyboards. Iedereen hield de volledige set de adem in. Vanaf het begin met “Heart of Africa” had hij het publiek te pakken. Daarna was het af en toe iets luchtiger, dan weer confronterend eerlijk zoals de Deen het bracht. We kregen “Untouchables” en “Eight Arms to Hold You”,  beiden in dezelfde prachtige stijl. Voor het eerst speelde de band ook “Behind the Barricades”, een nummer met iets meer power maar even mooi als de voorgaande. Het speelplezier spatte ook van Jacob Bellens en de drie ondersteunende muzikanten af. “Polyester Skin” maakte het optreden helemaal compleet. Wij hebben intens genoten en kunnen niet wachten om hem nog eens aan het werk te zien. Ga hem bewonderen!

We bleven nog even in het Lakenmetershuis voor het Nederlandse Bird on the Wire. Het is natuurlijk moeilijk om in de sporen van een topper op het podium te gaan staan. De drie meisjes en jongen van Bird on the Wire maken psychedelische synthmuziek met een zachte en hoge stem eroverheen. Daar kwamen ook nog wat bassen en drums bij. Het heeft iets weg van Bat for Lashes of Cocorosie. Bird on the Wire kon niet helemaal overtuigen, ze spelen leuke nummers maar missen duidelijk iets. Dat werd ook niet opgevangen door een charismatische frontman of frontvrouw, waardoor alles een beetje eentonig werd. “Horse” was hun beste nummer en zat vast aan “Sandy”, gloednieuw gebracht vanop hun nieuwste plaat. Voor de rest dus geen verpletterende indruk achtergelaten, het kan natuurlijk niet altijd prijs zijn op een showcasefestival.

Yung stond vrijdag reeds paraat in de Handelsbeurs ter vervanging van Taragana Pyjarama. Zaterdag was deze indiepunkband te bezichtigen in het Minnemeers. Een bende jonge Deense knapen uit Aarhus verscheen op het podium. De zanger deed ons het eerste ogenblik een beetje denken aan supermario, het kapsel en dat snorretje. Dat terzijde, hadden wij meteen het gevoel dat het goed zat. Vooraf hadden we gelezen dat Yung dezelfde energie zou hebben als Nirvana en wij snappen nu wel waarom. Luide gitaren en hevig gedrum, tijdens “God” en “Blue Uniforms” bracht Yung een stevige portie rock. Twee nummers van hun nieuwe album ‘These Thoughts Are Like Mandatory Chores’ dat in september dit jaar gereleased werd.  Bij “Nobody Cares” en “Burning Bodies” bracht het stemgeluid ons terug naar het grungewereldje. Een duidelijke boodschap uit het publiek volgde: “Amai, die zijn goed”. En meer hebben wij daar niet aan toe te voegen.


Ondertussen pikten we nog twee bands mee, I have tribe en Go March, respectievelijk in de Sint-Jacobskerk en het Minnemeers. De stijlen konden niet meer verschillend zijn. De Ier bracht ballads vanop zijn piano, Go March rockte er op los. I have tribe was voor ons te rustig, Elbow maar slechter gezongen, zonder power. Zeker mooi om even te luisteren zoals in “Lungs”, zo’n liedje dat de gedumpte mens opzet. Al bij al was I have tribe niet spannend genoeg in dagen waarin zo goed als alles kan op muzikaal vlak. Dan hebben de jongens van Go March dat beter begrepen. De gitaar teasde en pleasde, de kopjes gingen op en neer. De nummers werden stevig opgebouwd en gingen aan het eind helemaal los.  “Chase” en “Rise” waren daar enkele van de toppers van de avond.

Glimps afsluiten deden wij waar de zaterdagavond begon, in het Lakenmetershuis. Daar was het de beurt aan Sherman, die het solo probeert de dag van vandaag. Hij speelde wel nog hit “By your side”, wat wel een flauw afkooksel werd van het origineel, doordat de drums uit de laptop komen. Bovendien misten we de backing vocals die het nummer zoveel leuker maken. Voor de rest had Sherman de elektronica in de armen genomen en stond hij wat in de stijl van Jamie XX op het podium. We hoorden een erg catchy nummer zoals “White City” en hoorden een leuke riedel in “Crosses”, beide nummers van nieuwe plaat ‘Ocean City’. De stijl was niet helemaal wat we ervan hadden verwacht, maar daarom niet minder goed uitgevoerd.  We luisterden graag naar Sherman, al was het misschien wat commercieel en hebben we een onuitwisbaar gevoel dat we nog lang zullen moeten wachten op de echte doorbraak. Maar wel een mooie afsluiter voor een fantastische vijfde editie van Glimps.

Meer dan 70 internationale bands zakten af naar het Gentse showcasefestival en lokte meer bezoekers dan ooit. Ook artistiek hebben wij erg genoten en deden enkele ontdekkingen doorheen de drie dagen. We herinneren ons Protection Patrol Pinkerton, Pauw, Rozi Plain, Yalta Club, Jacob Bellens en Yung. Toch weer een hele collectie nieuwe of bevestigende bands die we in de toekomst graag volgen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/glimpsgent-2015/
Organisatie: GlimpsGent  

The Dø

The Do - Eén brok enthousiasme

Geschreven door

De opener voor een legendarische avond was Theodora. Een band waar er weinig woorden aan vuil gemaakt moeten worden. Het lag me niet. De zang was hier en daar vals, niets vernieuwend in de muziek. Een spijtige misser om te openen.

The Do is een Frans/Finse indie pop band opgericht in 2005. Ze waren in België voor de promotie van hun laatste nieuwe plaat ‘Shake Shook Shaken’. Ons doen shaken deden ze alvast. Openen deden ze met het sterke “A Mess Like This” een nummer uit de nieuwe plaat. Het ingetogen nummer was duidelijk geen weerspiegeling van de rest van de avond, een goede opwarmer dat was het wel.
De nummers die volgden hadden veel meer power in zich, “Keep Your Lips Sealed” bijvoorbeeld gaf de zaal geen keuze, ze moesten dansen/bewegen. Het duurde tot “Dust It Off” voor de fans een ouder nummer te horen kregen. Maar hier maakten ze duidelijk niet van. De band rond Dan Levy en Olivia Merilahti had er duidelijk zin in. Het enthousiasme sprong van het podium, de muzikanten amuseerden zich zichtbaar.
Veel te vroeg werd het concert afgesloten, gelukkig kregen we nog twee keer een bisronde. De prachtige afsluiter “Song For Lovers” was de kers op de taart.

Setlist:
A Mess Like This- Omen- Keep Your Lips Sealed- Miracles (Back in Time)- Sparks- Opposite Ways- Anita No!- Dust It Off- Trustful Hands- The Bridge is Broken- Aha- B.W.O.J- Slippery Slope- Going Through Walls- Despair, Hangover & Ecstasy
Bis 1: Too Insistent- Nature Will Remain- Quake, Mountain, Quake
Bis 2: Song For Lovers

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-do-08-12-2015/

Organisatie: Live Nation, Brussel

The Tallest Man On Earth

Dark bird is home

Geschreven door

We hoorden The tallest man on earth, het alter ego van de Zweed Kristian Matsson, vroeger enkel en alleen met zijn gitaar en piano. Hij is nu een ‘Grootser Man’ geworden en we voelden het al aankomen op de vorige om een bredere sound te brengen . De singer/songwriter pur sang komt hier met een full band aandraven en de folky rootsamericana wordt omfloerst van keys, blazers en strijkers . Een sfeervol , dynamisch geluid dus , die de perfecte balans vormt tussen verfrissing (“Darkness of the dream”, “Sagres”, “Timothy”)  en het oud vertrouwde van een “Fields of our home”, “Little nowhere towns” of “Beginners”. “Slow dance” is er eentje om in te lijsten.
Kortom, op ‘Dark bird is home’ ervaren we prikkelende emoties en een overtuigingskracht in een brok broeierige , speelse, innemende rootsamericana en sing/songwriting. Een verrijking die een pak nieuwe fans kan opleveren …

Other Lives

Rituals

Geschreven door

Ze lieten wat lang op zich wachten , maar de band uit Oklahoma rond zanger/multi-instrumentalist Jesse Tabish heeft de opvolger klaar van ‘Tamer animals’ . ‘Rituals’ is een sfeervolle , filmische indie herfstplaat geworden , die opvalt door de z’n muzikale subtiliteit . De nummers hebben een donkere, weemoedige tint , stralen een verlatingsgevoel uit of  tintelen naar een sprookjesdecor. De sound , ergens tussen Sigur Ros en The National in , is warm , organisch en overtuigt op die manier. Een nevelig decor werpt zich op in het ‘soundtrackachtige’ materiaal.
De herkenbaarheid van een “Tamer animals” of “Dust bowl” is er hier niet direct , maar een filmische sfeer en verrassende ritmiek zijn onmiskenbaar met elkaar verbonden . Een zalvende aanpak die uiterst genietbaar is .
Live is er sprake van een hardere aanpak , waarbij het materiaal in opbouw durft te exploderen . Puik plaatje opnieuw!

My Morning Jacket

The waterfall

Geschreven door

Een viertal jaar moesten we wachten op nieuw werk van My Morning Jacket; de band rond Jim James uit Kentucky , Usa. 16 jaar na het onnavolgbare debuut ‘The tennessee fire’ van 99 verschijnt nu ‘The waterfall’ . De band wordt gerespecteerd voor z’n retrorockend geluid in een herfstig palet door de dromerige , sfeervolle , broeierige tunes . Toegegeven , niet alle platen zijn even overtuigend , maar telkens zijn er wel een paar songs die tekenen voor schoonheid , pracht en intensiteit binnen een indie/alt.americana concept . De warme , indringende , hemelse soms hoog uithalende vocals van James zijn met de jaren meer doorleefd en heser.
Op de nieuwe  wordt in ‘real amerrican style’ een heerlijk, genietbare trip gerealiseerd, die onherroepelijk de 70s doet opborrelen en door het doorleefde karakter het materiaal een saloonbar sfeertje geeft . Crosby, Stills , Nash en Young , The Allman Brothers , Neil Young’s Crazy Horse en Tom Petty zijn ankerpunten.
Rauwheid , finesse en ongekunsteldheid en maniërisme kruisen elkaar . “Believe nobody know” en “Compound fracture” , openers hier , zijn meteen twee blijvertjes . De sober gehouden nummers vallen hier wat magertjes uit , maar er valt moois te ontdekken die de Americana sfeer in z’n extravertie en ingenomenheid oproepen.
Een goed album , maar aan het materiaal uit hun vervlogen tijden kunnen ze niet echt meer tippen .

The Black Heart Rebellion

People When You See The Smoke, Do Not Think It Is Fields They’re Burning

Geschreven door

Door Stu Bru worden ons tot vervelens toe populaire Belgische acts als Oscar & The Wolf, Tout Va Bien, The Black Box Revelation en Balthazar door de strot geramd, maar als we de betere binnenlandse muziek van het laatste jaar willen ontdekken moeten we ons ingraven in de underground. Dan komen we uit bij fascinerende platen van The Germans, Raketkanon, Statue, Steak Number Eight en nu ook The Black Heart Rebellion.
Wij zouden durven gewag maken van De Belgische Swans, maar dan doen wij die mannen van The Black Heart Rebellion oneer aan, want dit is een band die wel degelijk een eigen koers vaart en op dit album een aparte en dreigende sound neerzet ver buiten bereik van de mainstream. Waarom dan Swans ? Wel, omdat een bloedende song als “Dorsem” zomaar lijkt te zijn weggelopen uit één van die twee laatste majestueuze Swans platen ‘The Seer’ en ‘To Be Kind’, alsof zanger Pieter Uyttenhove volledig in de huid kruipt van Michael Gira.
Maar elders is deze band zijn eigen unieke zelf. Opener “Body Breakers” is uitheemse krautrock die hier te lande enkel zijn gelijke vindt bij het al even eigenzinnige Creature With The Atom Brain (mogen we wel even kwijt dat we in die song een schim “Bastogne” van Red Zebra ontwarren, u moet begrijpen dat wij met de jaren tachtig opgegroeid zijn).
De vaak terugkomende Oosterse invloeden geven onder meer een beklemmend en bezwerend sfeertje aan “Flower Bone Ornaments”. Het desolate “Om Benza Satto Hung”, meer soundscape dan song, lijkt te zijn geplukt uit een cult-horrormovie en het hevig knarsende “Rust” is een kwalijke hyena die zijn tanden tot bloedens toe tegen de muur aan schuurt. De beklemming wordt tot aan the gaatje aangehouden, zo sluipt de naargeestige afsluiter “Violent Love” onverbiddelijk naar zijn prooi, met gitaren die fungeren als dodelijke giftanden.
Hoe meer we dit album afspelen, hoe dieper we geïntrigeerd geraken. Dit is een werkstuk die een aanhoudende dreiging met zich meedraagt, een draaikolk waarin we genadeloos worden meegezogen.
Samen met de laatste van Steak Number Eight mag deze hier op het hoogst schavotje staan in de categorie beste Belgische plaat van 2015.

Ghost

Meliora

Geschreven door

Wat is dat toch met het Zweedse Ghost ? Er hangt iets mythisch rond deze band, ze hebben om onbegrijpelijke redenen een zekere cultstatus verworven en ze zien er uit als een extreem black-metal combo. Hun sound daarentegen is braaf en clean, haast een soort gladde pop-metal. De songs neigen naar prog-rock, hair-metal, gothic-metal of symfonische rock met een grunge randje en de clichés vliegen genereus in het rond.
Kortom, een geluid die bij veel bands zou toedragen tot een stoffig en lachwekkend voorkomen, maar niet bij Ghost. De leden houden angstvallig hun identiteit geheim en verschijnen steevast overal gemaskerd ten tonele, dat werkt natuurlijk de mysterieuze waas rond deze band in de hand en het levert hen gratis een duister en geheimzinnig imago op. Frontman Papa Emeritus ziet er uit als een soort horror Sinterklaas, maar eigenlijk staat die heel netjes te zingen, alsof hij solliciteert naar een stekje bij Journey, Styx of Kansas.
Is Ghost dan een grap, een beetje zoals The Darkness ? Het kan best zijn, ieder maakt dat best voor zichzelf uit, wij zien er alvast de humor van in, maar soms is het er zwaar over. Het schaamteloos sentimentele “He Is” bijvoorbeeld lijkt wel een inzending voor het songfestival. Nu goed, Lordi kwam ook uit het koude Noorden, ze luster er daar wel pap van in Scandinavië.
Toch getuigt ‘Meliora’ soms van knap songschijverschap, ook al zijn die songs veelal in een dikke laag bombast gewikkeld. “Spirit” had van Big Elf kunnen zijn en “From The Pinnacle To The Pit” knipoogt sterk naar Alice In Chains. Gebeurlijk komt er zelfs wat Dream Theater naar boven (“Cirice”), maar dan met heel wat minder vakmanschap. Ghost grossiert eerder in popmelodieën met een theatraal kantje die ongegeneerd in een metalkleedje worden gehesen. Het is  geen spek voor de bek van zware metalfanaten, maar wel aangenaam vertier door zij die hun metal graag met een korreltje zout nemen en openstaan voor een al dan niet gezonde dosis humor.
Als u zichzelf tot deze categorie fans rekent dan mag u gerust afzakken naar de Gentse Vooruit op 31/01/2016. In het andere geval blijft u beter thuis.

VHOL

Deeper Than Sky

Geschreven door

VHOL is een soort metal supergroep met leden van het zware doommetal gezelschap Yob en de punkmetallers Agalloch.
‘Deeper Than Sky’ is een waanzinnige metal-plaat met guts, branie en een onweerstaanbaar tempo. De bloedstollende trash-metal en hardcore punk van openers “The Desolate Damned” en “3AM” laten er geen twijfel over bestaan, dit gaat hard, zeer hard. De heren hebben volle fun en staan hier zeer snedig en scherp te spelen, dit is metal zoals de beste metal moet klinken, fel, meedogenloos en razendsnel, maar nergens hersenloos.
De vernuftige songs barsten van energie, de gitaren gieren en soleren dat het een lust is, de bassen zijn loodzwaar en de drums storten zich dwars door een zwaar gepantserde muur. Hoogtepunt is de twaalf minuten durende titelsong, een brok edelmetaal waarin alle sterktes en vaardigheden van deze onstuimige heren samengebald zijn, het gaat van loeihard naar zalvend en weer terug, en steeds staan de gitaren roodgloeiend. Een buitenbeentje is de instrumental “Paino” (geen tikfout), een geflipt brokje jazz-metal waarin een loden basgitaar en een ontspoorde piano het mooie weer maken. “Red Chaos “ is dan weer geniale herrie die speed-metal koningen Slayer ongenadig naar de kroon steekt. In “Lightless Sun” krijgt de trash-metal een theatraal randje, alsof Bigelf met Overkill in de rollercoaster stapt. Afsluiter “The Tomb” klinkt als Iron Maiden na een verjongingskuur op basis van doortastende electroshocks (wat ze trouwens best kunnen gebruiken na het vermoeiende en langdradige epos ‘Book Of Souls’).
‘Deeper Than Sky’ moet het niet hebben van de lange afstand, het is eerder een kloeke spurt dan een marathon, en het klokt middels zeven meedogenloze happen rumoer al af op 42 minuutjes. Maar wat een manische en dolle metal-trip is me dat !

Pagina 508 van 966