logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...

Public Enemy

Public Enemy belooft real hip hop

Geschreven door

Public Enemy is na 30 jaar nog lang niet aan hun afscheidstournee toe; de hip hop legends deden het Depot daveren op bekende kreten als "Fight the power" en "Don't believe the hype" alsook recent materiaal: "Am I a radical?" herhaalt boegbeeld Chuck D tijdens het opzwepende "Man Plans, God Laughs", meteen ook de titeltrack van hun laatste album. ‘D - the incredible rhyme animal’ mag dan wel de lyrische architect achter Public Enemy zijn, live is het voornamelijk hypeman Flavor "yeaaah boooy" Flav die met zijn overdosis aan ADHD het publiek losmaakt.

Op de beats en het gescratch van vaste waarde DJ Lord en de tonen van een live backing band wist het duo hit na hit af te leveren, compleet met “Black is back”/”back in Black” en “Do you wanna go our way???”/”Simon Says” mashups. Flavor Flav greep de basgitaar voor een uitgebreide "Welcome to the terrordome" en ging op expeditie doorheen de zaal tijdens het explosieve "Fight the power"; een million man march bleef net uit in het geringe maar daarom niet minder bevlogen publiek. Flav dreigde het concert even te ontsporen met zijn solo track “Get lit”, dat zowel de titel als de complete lyrics omvat, maar enkele dames in de zaal werden al snel on stage gevraagd voor een harlem shake compleet met twerking en lap dances.
Odes aan The Sugar Hill Gang, James Brown en Chuck Berry ontbraken uiteraard niet en laat het aan Chuck D om het concert met de nodige soul power en blues te injecteren tijdens het sterke anthem "Harder than you think". DJ Lord op zijn beurt gaf zichzelf volledig tijdens een scratch sessie met het catchy "Smells like Teen Spirit". Opvallend was de afwezigheid van Professor Griff op het podium, maar de militanten van SW1 stonden paraat met de gewoonlijke choreografie.

Flavor beloofde "You're gonna get your money's worth", wat zeker en vast het geval was en op de vraag of het gezelschap naar België mocht terugkeren, klonk het spontaan "yeaaah booooy!".

Organisatie: Depot, Leuven

Channel Zero

Channel Zero – Unplugged - Ardet nec consumitur

Geschreven door

Channel Zero is zowat hét Belgische uithangbord van de metalscene en heeft zich in de jaren negentig eeuwige roem toegeëigend met kanjers als “Black Fuel” en “Help”. Franky en co hebben al veel watertjes doorzwommen, hebben al hun drummer moeten afstaan. Telkens is de fenix uit zijn as herrezen. Zo ook nu …

In dezelfde jaren negentig traditie gaan ze nu serieus ‘unplugged’ de hort op. Ze ruilen hun typische ‘wall of sound’ en hun vertrouwde biotoop voor cultuurcentra. Met jazzpianist en componist Michel Bisceglia halen ze wereldklasse binnen en zijn ze zekerder van hun stuk. Franky komt het podium opgestoven, is niet verlegen om een kwinkslag en geint met het publiek  dat het geen naam meer heeft. Een wandeling door de loges is het resultaat. Datzelfde publiek bestaat vooral uit die hard fans, die helaas niet goed doorhadden wat hen te wachten stond. Naast de vaste kern met een nieuwe drummer die net iets te hard zijn best deed en te prominent aanwezig was, en de bovengenoemde jazztopper, omringt Channel Zero zich ook met een resem andere gastmuzikanten, waaronder een viertal prachtige deernes van violisten. Het oog wil ook wat.

Na een overbodig introfilmpje waarbij een of ander wit monstertje (Franky’s stem) zich uit een enge machine bevrijdt, opent Channel Zero met “Black fuel” en je voelt meteen dat het geluid én zijn stem goed zitten.
De visuals zijn bombastisch en nemen de aandacht weg van het muzikale gebeuren. Het publiek smult er wel wat van.
Ik miste wel wat begeestering en halverwege was er een dipje te bespeuren. Even dacht ik aan Level Zero. Gelukkig wisten Franky en co zich snedig te herpakken en lieten ze ons meegroeien naar een voorspelbare climax met “Help”.

Er werd gefluisterd dat dit concert werd geregistreerd. Benieuwd naar het resultaat.

Organisatie: Schouwburg Kortrijk, Kortrijk

Taxiwars

Taxiwars - Super goed groovy optreden - Barman regeert

Geschreven door


Onze muzikale duizendpoot en nationale trots heeft nooit zijn liefde voor jazz en Beefheart onder stoelen of banken gestoken. Herinner u “Theme from Turnpike” en Barmans compilaties voor Blue Note en Impulse. Onze eeuwige hyperkineet heeft dus ook even tijd gehad om naast zijn zevenhonderd andere projecten Taxiwars op te richten. Wat een heerlijke naam, uit ‘Taxi War Dance’ van Count Basie uit 1929.  Het is niet frontman Tom Barman met een jazztrio als rugdekking - saxofonist Robin Verheyen, contrabassist Nicolas Thys, drummer Antoine Pierre, maar een heuse en (h)echte band.

Met de typische lichte arrogantie kwamen ze het podium opgeschuifeld om je meteen naar de strot te grijpen. Het speelplezier droop er zo wat af. Vooral saxofonist Robin houdt de boel bij elkaar.
De nummers zijn eerder kort, maar zeer energiek en krachtig. En nu eens parlando, dan eens zingen en nog eens met stemvervorming deed je al snel vermoeden dat Don Van Vliet wel degelijk gereïncarneerd is.
Ik schreef reeds dat jazz langzaam maar zeker het grote publiek aan het bereiken is en deze vrolijke, tijdloze en zeer hippe freejazz van Taxiwars zal ook wel aarde aan de dijk brengen. Er wordt danig geïmproviseerd en gegrooved dat stilzitten of onbewogen blijven uitgesloten is.
En toch hadden we bij momenten een uiterst gedisciplineerd publiek die zich zowat letterlijk zat te vergapen aan wat de volbloedmuzikanten van Taxiwars aan het brengen waren. Je kon bij momenten een speld horen vallen. En Taxiwars blijft heel subtiel zijn grenzen bewaken. Ze gaan niet overdreven improviseren en durven wel eens flirten met kitch. Onze kettingroker was in zijn nopjes en vooral het grootstedelijke ‘Borgerhout Shuffle’ bleef hangen. “Somewhere Down The Crazy River” van Robbie Robertson en “Chez les Yé Yé” van de al even kettingrokende Gainsbourg werden in een nieuw jasje gestoken. We kunnen enkel maar hopen dat Tom en Co het niet bij een eenmalig project houden. Vlaanderen heeft nu ook zijn Jules Deelder.

Beste Tom Barman, vergeef me mijn grootsheidswaanzin en sta me toe u een tip te geven: zet alles wat je met dEUS gemaakt hebt opnieuw op plaat met uw jazzband Taxiwars en je zal verdomme veel potten breken. Alweer een hoogtepunt . Dat belooft …

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

 

St Germain

St Germain – Een ‘Joie de Vivre’!

Geschreven door

Een uiterst genietbare , leuke trip kregen we , een goed uur lang , van St Germain , die maar liefst vijftien jaar op zich liet wachten . Afro en desert blues kregen meer ruimte aan zijn gekende stijl. Een muzikale ontdekkingstocht die Moby, Little Axe , RL Burnside, Tinariwen en ons eigen Buscemi samenbracht . Een puik resultaat , waarbij we in hogere sferen kwamen of heupwiegend gedropt in de Sahara of in de jungle.

Ludovic Navarre is de man achter St Germain , die debuteerde in 2000 met ‘Tourist’ , die handig inspeelde op de rage van sensuele, zomerse lounge met jazz , blues en triphopsounds. St Germain had een heuse band achter zich met sax, trompet , flute en percussie, zorgde voor een breed opengetrokken geluid en sprak de dansspieren aan door de rustige , repetitieve voortkabbelende beats, die door de ritmiek en de grooves uptempo konden klinken .
Een avontuur , een ‘joie de vivre’ dat ontspannen, swingend was door songs als “Rose rouge”, “So flute” en “Sure thing”, die vanavond in de setlist mooi verdeeld werden met het nieuwe materiaal.
Hij wou bewust geen herhalingstoets van ‘Tourist’ en ging net als Stef Camil Carlens op avontuur in Afrika. Hij vond Malinese muzikanten en vocalisten, en afro en desert blues kregen een voornaam plaatsje op de nieuwe titelloze plaat, wat sterk overtuigt .

Op het podium plaatst Navarre zich doelbewust niet in de schijnwerpers . Hij staat achter een enorme desk en we zien een heus collectief op de stage met traditionele Afrikaanse instrumenten als de kora, de balafon en de n'goni , broederlijk samengaan met de elektrische gitaren, flutes , piano's, saxofoons en zijn kenmerkende electro-vibes .
Je werd meteen meegevoerd in die zalvende hypnotiserende sound , “Forget me not” die de plaat besluit , werd hier als eerste opgevoerd . De zomerse single “Real blues” volgde, die warm, knus energiek is, met de stem van de legendarische Texaanse bluesman Lightnin' Hopkins op de achtergrond; de gitaarriedels intrigeerden en de ritmische percussie prikkelde, dweepte op en klonk aanstekelijk. Heerlijk zoiets . Een dampend, smachtend sfeertje! Nog sterker onthaald werd “Rose rouge” , in één langgerekte jam,  wat aangepast door de tand des tijds. Je voelde het , dit zat snor met Navarre. Het spelplezier droop er vanaf , synchrone danspasjes werden ingezet op het podium , wat zich moeiteloos overzette op het publiek .
St Germain loodste ons doorheen de set met rustige housy beats en de unieke instrumentatie. “How dare you” (op plaat met Zoumana Tereta) kenmerkt die desert blues , het gitaargetokkel klonk extraverter en zette een hardere sound neer van forsere beats. “Sitting here” dan (met de stem van Nahawa Doumboa) , prachtig ingeleid door het gitaarspel, maakte de reis doorheen Mali compleet . Aangename grooves dwarrelden over ons heen …
Elk instrument kreeg voldoende ruimte op “Famille tree” en op het eind kregen we nog twee killers van formaat , uitgewerkte versies van een “Real blues” (part II) en “Sure thing” die een podiumterugkeer om U tegen te zeggen onderstreepten.

Junglegeluidjes vóór en na de set injecteerden een optimale stemming. Letterlijk werden we uitgewuifd in de ‘joie de vivre’ van St Germain . Bijgevolg machtig optreden!

Organisatie: Live Nation

Father John Misty

Father John Misty - Het zinnenprikkelende liefdesrelaas van een ex-drummer

Geschreven door

Met een eclectische lineup van zowel gevestigde waarden als pril talent dient de affiche van Autumn Falls zich ook dit jaar weer aan als een voltreffer. Onder de huidige klimatologische omstandigheden werd het festival in extremis misschien beter herdoopt tot Indian Summer, en waarempel, met Father John Misty als één van de belangrijkste publiekstrekkers kregen we daar afgelopen dinsdagavond zowaar de passende soundtrack bij geserveerd. Zijn tweede album ‘I Love You, Honeybear’ ruikt van begin tot einde sterk immers naar de Californische Laurel Canyon scene die begin jaren ’70 met een unieke blend van zonnige vocal harmonies en zoetgevooisde neo-psychedelica even het muzikale middelpunt van de planeet vormde.

Op de planken van de AB ontpopte Father John Misty, oftewel het recentste alter ego van de 34-jarige voormalige Fleet Foxes drummer Joshua Tillman, zich tot een ladiesman die qua theatrale pose het midden hield tussen Jarvis Cocker en Nick Cave. Niet voor niets weerklonk een flard van “Je T’aime... Moi Non Plus” als intromuziekje voordat de Amerikaanse baardemans met “I Love You, Honeybear” en “True Affection” een paar van zijn eigen liefdesliedjes uit de kooi haalde. Toegegeven, de kleverige songtitels zijn hier wat misleidend, want eens je de songteksten van Father John Misty begint te ontrafelen kom je in een parallel universum terecht waar drama, sarcasme, ironie en zelfspot de boventoon voeren. Muzikaal kiest Tillman echter voor een lichtverteerbaar dieet van breed gearrangeerde evergreens en luchtige countrypop, tevens het soort ingrediënten waar ook zijn vroegere maats van Fleet Foxes niet vies van waren.
Tillman was in Brussel vergezeld van vijf muzikanten die netjes in de schaduw van hun broodheer bleven. Hun rol bleek er voornamelijk in te bestaan om de perfect georkestreerde versies vanop plaat een pak potiger en scherper voor de dag te laten komen, én om de weemoedige samenzang zo goed mogelijk te reproduceren. Op de setlist prijkte trouwens niet enkel het volledige nieuwe album maar ook een flinke bloemlezing uit het debuut ‘Fear Fun’ (’12). De meeslepende Fleet Foxes rip-off  “Only Son Of The Ladiesman”, de luchtige country rockabilly van “I’m Writing A Novel” en het op een rauwe gitaarriff drijvende “Hollywood Forever Cemetary Sings” dateren nog uit de periode dat Tillman’s muzikale ideeën tal van richtingen schenen uit te gaan.
Wie Tillman reeds eerder aan het werk zag weet dat de man niet vies is van enige interactie met het publiek,  maar vanavond bleef het filosofisch gestoei beperkt tot de schaarse momenten waar de ex-drummer de meeste van zijn kompanen wandelen stuurde en overschakelde op intieme modus. De geest van Harry Nilsson is onderhuids sterk aanwezig op ‘I Love You, Honeybear’, maar nergens is het resultaat zo indrukwekkend als op “Bored In The USA”. Enkel begeleid door piano en wat samples van een lachend publiek portretteerde Tillman hier op ludieke wijze zijn eigen opgroeien in het land van Uncle Sam, waarmee hij bewees dat ook hij ook nummers kan pennen die niet over het andere geslacht gaan. Toegegeven, dat laatste onderwerp blijft tot nader order wel dé inspiratiebron bij uitstek voor Father John Misty, en tussen alle gecroonde evergreens door soms komt daar zelfs een waanzinnig rockend nummer als “The Ideal Husband” uit voort. Het bleek het signaal voor een ontketende Tillman & co om op het eind van de reguliere speeltijd plots alle remmen los te gooien en zowaar Cave en zijn Bad Seeds naar de kroon te steken.

Met zulk een climax was het optreden wat ons betreft dan eigenlijk al afgelopen, maar met het intieme solomoment “I Went To The Store One Day” en het bruisende “Every Man Needs A Companion” als encores werd het hoge niveau tot de klok van halfelf feilloos aangehouden. Van niveau gesproken, het was een verademing om Father John Misty vanavond het levende bewijs te zien leveren dat er naast de ongevaarlijke Passengers, George Ezra’s en James Bay’s van deze wereld nog een andere soort van meer indringende singer-songwriters bestaat die een zaal als de AB aardig kan vullen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Föllakzoid

III

Geschreven door

Follakzoid - Uit Chili zijn ze afkomstig en muzikaal zitten ze ergens genesteld in de nieuwe golf van psych- en spacerockgroepen. Je verwacht niet gauw een band van ginder die zich hier weet te manifesteren .
Ze zijn toe aan de derde plaat en we hebben hier zo goed als vier instrumentale nummers (de vocals liggen letterlijk achteraan de mix) , die niet onder de tien minuten gaan . We ervaren een sudderende sound , spaced-out krautrock van aangename trippy jams. Je wordt eindeloos meegevoerd, - gezogen in hun atmosferische trip , trance, door de repetitieve ritmes , grooves en effects, onderhevig aan een donkere tune .
Dit is Chileense space-rock die op plaat beduidend sfeervoller klinkt dan live!

Hot Chip

Why make sense?

Geschreven door

Het Britse Hot Chip zijn al zo’n tien jaar bezig en draait rond de drie- eenheid Joe Goddard , Al Doyle en Alexis Taylor . Naast Hot Chip zijn zij met talrijke initiatieven bezig;  maar kijk, drie jaar na ‘In our heads’ is nu de zesde uit , waarbij de electropopband bewijst niet stil te zitten .
Hun meest succesvolle singles “Over & over”, “I feel better”,  “Ready for the floor” en “Made in the dark” zijn nu al een paar jaar oud , zorgden voor heerlijke danspop/elektronica, smileys, aanstekelijk door de stuwende ritmes, en werkten in op de dansspieren. Een ‘hot hot heat’ gevoel .
Geleest op Talking Heads ‘Stop making sense’ – tja, Taylor werkte met David Byrne samen – horen we hier elegante popelektronica , waarin wat funk , hiphop en pure electro is verweven.
En met “Huarache lights” , “Cry for you” , “Need you now” en de afsluitende titeltrack hebben zij  opnieuw vier overtuigende groovy , dansbare tracks .
Altijd wel goed die Hot Chip , met hun uitgebalanceerd geluid , die ergens wel weet te raken en een lounge gevoel creëert , met een kenmerkend dampend sfeertje , een soort luchtigheid door aangename, voortkabbelende refreintjes en crescendo uptempo’s en beats .
Kortom , uiterst genietbaar, sfeervol en dansbaar met die zalvende , aangename, ontspannende tunes en stemmenpracht, iets wat hen zo mooi houdt en uniek maakt!

FFS

FFS

Geschreven door

FFS is de postpunkkruising van Franz Ferdinand en The Sparks , heerlijk hoe twee generaties elkaar vinden; van een kloof is hier helemaal geen sprake . De Schots-Amerikaanse samenwerking klinkt typisch Brits; de carrière van Franz Ferdiand krijgt een nieuwe boost en de muziek van het onvolprezen The Sparks van de broers Russell wordt terug van onder het stof gehaald.
De piano en synths van de o zo statische , koele keyboardspeler Ron Mael vindt z’n plaatsje in twaalf pakkende, broeierige, energieke  songs . De twee broers konden zich meten met het springerig , levendig geluid van Franz Ferdinand .
Openers “Johnny delusional” , “Call girl” en “Dictator’s son” zorgen meteen voor dat fris vertrouwd, positief geluid . Af en toe wordt het gaspedaal wat losgelaten in enkele sfeervolle tracks. Het sarcastische “Piss off” sluit een zinderende plaat af.
H
ier heb je een unieke samenwerking, die een win-win situatie oplevert voor twee bands .

Kylesa

Exhausting Fire

Geschreven door

Kylesa had met hun vorige twee platen de deuren al wat wijder opengezet, op deze ‘Exhausting Fire’ gaan ze nog een stuk verder. Kylesa is van nature een metal band, maar wel eentje die niet zo nodig  binnen het keurslijf van het genre hoeft te blijven. De groep flirt met psychedelica, post rock, alternatieve rock en sludge en laat daarin veel ruimte voor fijngevoelige passages. Dikwijls gebeurt dit alles dan nog binnen één song. De metalfreaks hoeven zich geen zorgen te maken, want het positieve is dat Kylesa de horizonten nogmaals verbreedt zonder daarbij het eigen verleden te verloochenen. Op ‘Exhausting Fire’ is er geenszins aan kracht ingeboet, integendeel, de riffs loeien keihard uit de boxen en de sound is bij momenten bijzonder heavy, alleen zijn de tempowisselingen nog geraffineerder en de songs nog avontuurlijker. De gitaren spuwen geregeld loodzware riffs maar geraken bijvoorbeeld  op “Growing Roots” ook al eens in Sonic Youth-land verzeild, en op “Out Of My Mind” murwt de metal zich doorheen de shoegaze molen.
De songs blijven stuk voor stuk boeien door de brute power afgewisseld met harmonische soundscapes, daarbovenop winnen ze aan spankracht door de onder elkaar verdeelde vocals van frontvrouw Laura Pleasants en haar kompaan Philip Cope. Beiden hebben trouwens de grunts en grafstemmen achterwege  gelaten en staan hier vrij helder te zingen, wat niet wil zeggen dat de agressie en verbetenheid daarom uit de songs zouden verdwenen zijn.
Ook leuk is die ene cover, de Black Sabbath hit “Paranoid”, voor de seventies metaliconen was dit eigenlijk een atypische song vanwege het versnelde tempo.
Kylesa heeft gewoon het tempo teruggeschroefd en de heavyness behouden om de Sabbath song meer op euh… Black Sabbath te doen gelijken.
Enfin, luister er zelf eens naar, je zal het wel begrijpen.

Shannon & The Clams

Gone By The Dawn

Geschreven door

Een plaatje die ver terug gaat in de tijd, naar de doowop van de fifties en de girl bands uit de prille sixties, of naar de rock’n’roll en rockabilly van toen die nog in de kinderschoenen stonden.
Net als verwante retro-zielen Kitty, Daisy & Lewis, Pokey Lafarge, JD Mc Pherson en Nick Waterhouse wekken Shannon & The Clams oude muziek op een tintelende manier terug tot leven. Alles baadt in een frisse retro sfeer, de surfgitaartjes van “The Bog” incluis, tot Shannon & The Clams er plots een prompte punkrocker “Knock ‘em Down” tegenaan gooien. Het typeert alleen maar de veelzijdigheid van dit dartele Californische trio. ‘Gone By The Dawn’ is dan ook een verrukkelijk funplaatje in een olijk fifties pakje, wat in frontdame Shannon Shaw’s geval wel een pakje met een maatje meer is.

Pagina 512 van 966