logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Suede 12-03-26

Groezrock 2014 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – vrijdag 2 mei 2014

Groezrock 2014 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – vrijdag 2 mei 2014
Groezrock 2014
Festivalterrein
Meerhout

Op vrijdag 2 mei en zaterdag 3 mei vond in Meerhout naar jaarlijkse gewoonte Groezrock plaats, de jaarlijkse hoogmis van iedere rechtgeaarde liefhebber van muziekgenres als punkrock, hardcore, emo, screamo en ska.  En wie aanwezig was kon (zoals gebruikelijk) genieten van een sterk , gevarieerd punk en hardcore feestje !

dag 1 - vrijdag 2 mei 2014

We gingen van start met Astpai. Deze heren spelen vrij straight-forward punkrock met een lichte toets melodieuze hardcore. Het eerste wat mij opviel was voornamelijk dat het waarschijnlijk de eerste keer was dat ze op een dergelijk podium stonden voor een publiek van die omvang want ze konden hun enthousiasme niet verstoppen. De tent was allesbehalve vol alhoewel er zeker wat volk aanwezig, maar dat volk bleef eerder kalm. Dit was ergens wel spijtig want alhoewel het nu muzikaal niet zo boeiend was, zou wat beweging wel gepast hebben. Tijdens de set hadden ze echter wel wat problemen met het geluid zoals de gitaar van de frontman die besloot dienst te weigeren waardoor we een nummertje drum&bass te horen kregen… (Y)

Devil In Me mocht hierna aan de slag gaan in de Impericon tent. Ik was enigszins wel verbaasd dat er al zoveel volk aanwezig was. Deze Portugese band speelt best wel genietbare melodieuze hardcore/metalcore maar ik dacht niet dat ze zo een grote aantrek hadden. Bon, de show zelf was best wel genietbaar maar ook vrij gewoontjes. De frontman sprong alle kanten uit en probeerde het publiek op te jutten, een ode aan de andere bands die nog zouden spelen en bedankingen aan de fans,… een vrij doorsnee metalcore show dus. De nummers die ze speelden sloegen echter wel aan. Op album kunnen ze mij soms wel eens vervelen maar live had ik niet echt de drang om weg te wandelen. (Y)

Stillbust was de eerste band die ik ging gaan zien op de Macbeth stage en dat was er al onmiddellijk eentje om u tegen te zeggen. Deze jongens brachten een soort van hardcore punk doorspekt met wat mathcore en het ging er enorm hard aan toe. Alhoewel dat er niet echt veel plaats is aan dit podium voor veel publiek was er toch wel redelijk wat volk aanwezig en die lieten zich ook ietwat gaan. Het kan natuurlijk altijd wat harder maar op zich viel het goed mee. Ik ga toch eens wat meer over deze jongens opzoeken want ze zijn echt wel goed. (Y)

Wisdom In Chains mag zichzelf gerust een legende binnen de hardcore noemen en het was dan ook vreemd om deze band zo laag op de affiche te zien. Ook had ik deze band eerder op de Etnies Stage gezien aangezien er daar geen barricade was voor het podium. Toen de tent echter vol begon te lopen zag ik waarom het hier was en niet in de kleinere tent. Al vanaf de eerste noot gaven zowel band als publiek zich volledig. De old-school hardcore met heel wat punk invloeden sloeg in als een bom en ook ondergetekende bleef hierbij niet onaangeroerd. Na een half uurtje was het jammergenoeg al voorbij. Ik blijf dus bij mijn woorden dat deze band gerust wat hoger mocht staan. (Y)

Gameface werd mij sterk aangeraden door een vriend alsook zouden ze enorm wilde shows geven en na ze snel eventjes te beluisteren besloot ik om toch eens te gaan kijken. Alhoewel ze op de mainstage stonden bleef de tent echter vrij leeg en ook van die wilde show was er niet bijster veel te merken aangezien de band er vrij rustig bij stond. Muzikaal was het allemaal best wel leuk, Gameface combineert punk, hardcore, emo en gewone rock waarbij het soms zelfs volledig de doorsnee rock tour uitgaat. Een beetje braaf maar best genietbaar dus. Ook dit was te merken op het podium, dit is de ideale band om rustig met een pintje in de hand te bekijken terwijl je rustig aan het wakker worden bent van de vorige nacht maar echt veel meer dan dat was het ook niet. (Y)

Voor ik vertrok naar Groezrock had ik een lijstje gemaakt van de bands die ik wou zien alsook eens naar de bands geluisterd die ik niet kende en de goeie aan het lijstje toegevoegd. Bayside zal wel één van deze bands geweest zijn maar ik kan mij echt niet herinneren hoe deze op mijn lijstje geland zijn. Muzikaal is het zeer brave punkrock gecombineerd met wat emo/indie invloeden die letterlijk niets nieuws aanbrengt. Gedurende de hele show is er geen enkel moment geweest waar ze langer dan 5 seconden mijn aandacht konden vasthouden. Niet dat het nodig was want het was nogal veel van hetzelfde. Slecht kon je het nu ook niet noemen maar het was gewoon zo onnoemelijk saai en braaf dat ik gewoon naar buiten gewandeld ben. (Y)

Kids Insane mogen zich gerust de helden van de Macbeth stage noemen want deze hardcore punk band uit Israhell (zoals ze het zelf noemen) zorgden voor een fantastisch feestje. Eigenlijk was het allemaal zo bijzonder niet maar die energie die ze met zich meebrachten en over straalden op het publiek was gewoon geweldig. Vooral de frontman die er een beetje uit zag en gedroeg als een boze peuter die geen koekje mocht van zijn moeder was de held van de show. Crowdsurfen, een leuke pit. Het was er allemaal. Een band om in de gaten te houden. (Y)

Saves the Day mag zich alvast bij Bayside aansluiten als geeuwmoment. Enkele nummers van deze band kon ik wel smaken maar alsjeblieft zeg, het klinkt alsof ze gewoon teren op de enkele goeie nummers die ze hebben en van daaruit alleen maar gelijkaardige songs verder bouwen. Bon, de Impericon tent liep wel aardig vol en ik zag bepaalde mensen wel uit de bol gaan dus de kans zit er in dat het aan mij lag maar dit was een band die ik gerust kon skippen en niets zou missen. (Y)

Tijd voor een andere legende binnen de hardcore, Terror. Om één of andere reden slaag ik er altijd in om deze band te missen terwijl ze waarschijnlijk 6 keer per jaar in België spelen. Vandaag was dus mijn kans en ik moet zeggen dat ik ietwat teleurgesteld was. Ok, Terror zal mij muzikaal nooit echt hard kunnen boeien, daarvoor zijn ze net ietsje te doorsnee ( wat eigenlijk niet hun schuld is omdat het gewoon HUN sound is die door talloze bands gekopieerd werd) en lijken de nummers iets te veel op elkaar. Maar ik had om één of andere reden meer vuur verwacht tijdens een Terror show. Pas op, die vlam was er wel en zeker in het publiek maar toch was het net niet wat ik gehoopt had. Een vriend van me stelde me achteraf wel gerust en zei dat het normaal inderdaad veel harder was dus hoop ik op een volgende keer beter. (Y)

Boysetsfire kon ik helaas niet volledig zien omdat ik een verscheurende keuze moest maken tussen deze band en La Dispute. Wat ik echter wel gezien heb bij deze band was dat het goed was. De band was in vorm en alhoewel ik I Am Heresy toch net ietsje liever hoor sloegen de nummers van deze band toch ook heel hard bij mij aan. Toen het moment kwam om te vertrekken twijfelde ik toch of ik niet nog even zou blijven. Dat deed ik uiteindelijk niet. (Y)

Terwijl Boysetsfire de mainstage aan het afbreken was stond het bonte gezelschap van INVSN stond op de Macbeth stage geprogrammeerd. Door hun goede recensies op Eurosonic dit voorjaar hadden we ze aangestipt. Na een valse start met geluidsproblemen namen de Zweden even later de handschoen op. Onder leiding van veteraan Dennis Lyxzén (Refused) gaf het zestal een alleraardigst visitekaartje af. Meeslepende postpunk/hardcore met die kenmerkende stempel van Lyxzén maakten van dit kijk- en luisterstuk een knalprestatie. Dat de band 3 dames in de gelederen had was mooi meegenomen. De band bracht reeds 6 albums uit onder de namen Lost Patrol Band en Invasionen. Eind vorig jaar werd dan definitief voor INVSN gekozen en brachten ze het gelijknamig album uit. Het werd een uiterst genietbare en gevarieerde set die iedereen kon boeien die de koude trotseerde . We checken ze graag binnenkort nog eens in een zaal. (J)

Mijn liefde voor La Dispute proberen te verbergen tijdens deze review zou wat moeilijk zijn dus ik smijt het er nu maar onmiddellijk al uit. Als ik een band moest aanduiden waarvoor ik afkwam was het wel deze. Ik moest mij dus dan ook persé vooraan gaan stellen en stond als een rasechte fanboy te popelen om ze te zien. Met pijn in mijn hart moet ik dan ook toegeven dat dit niet de beste show van Groezrock was. Neem me niet verkeerd, ze waren fantastisch. De band amuseerde zich en ook het publiek kwam helemaal gek ( vraag het maar aan de 600 stagedivers). Neenee, waar het schoentje bij mij vooral knelde was de keuze van de setlist. Ik wist wel dat ze niet alles zouden spelen dat ik fantastisch vond aangezien de meeste van die songs zich niet op het nieuwe album bevinden en ik nog niet zoveel naar het nieuwe album geluisterd heb. Doordat het nieuwe album nog maar net uit was , was het ook wel vrij logisch dat ze er wat nummers van zouden spelen. Toch was ik enorm teleur gesteld om te merken dat een nummer als “King Park” wat je toch wel een publieksfavoriet mag noemen niet gespeeld werd en ook hun eerste album ‘Vancouver’ gewoon volledig overgeslagen werd maar een kutnummer zoals “For Mayor in Splitsville” wel gespeeld werd. (Y)

Eén van de classic bands Madball zorgde voor een volgelopen Impericontent. Tijd voor een streepje, of zeg maar streep, onvervalste NYHC! Onder aanvoering van een opgefokte Freddy Cricien gaven ze het publiek waar het voor gekomen was: Old scool hardcore in your face! Een heuse greatest hits set werd het met af en toe een nieuwe track, want binnenkort wordt een nieuwe plaat opgenomen. “Set if off”, “DNA”, “100%” en “Pride” zorgden voor wervelende moshpits, het werd opeens een paar graden warmer in Meerhout. Met de hun kenmerkende drive beukten ze een klein uurtje alsof hun leven ervan afhing. De groovy breaks en singalongs brachten een nooit geziene unity onder de tough guys. Hun sterke livereputatie werd nogmaals bevestigd, Groezrock ging andermaal plat voor zoveel intensiteit en hardcoregeweld. Na bijna 25 jaar on the road 'hardcore still lives'! (J)

Op de mainstage had Alkaline trio inmiddels hun set afgetrapt. 2 jaar geleden scoorden ze hier ook een pak zieltjes en hun set op Pukkelpop vorig jaar was ook allerdaardigst. We lieten ons dan ook graag onderdompelen in hun melodieuze poppunkrock. Het explosieve geluid met flarden wave, powerpop en punk klonk catchy en deed de hoofden voor 'de monster stage' op en neer gaan. Niet te veel tierlantijntjes maar gewoon rechttoe rechtaan, Alkaline trio kweet zich op strakke wijze van hun taak. De geoliede machine van Matt Skiba, Dan Adriano en Derek Grant kende hoogtepunten met “Radio”, “Private eye” en “Warbrain” en leverde een pak crowdsurfers op. Al bij al geen overdonderende prestatie maar gewoon een uurtje feelgoodmusic. (J)

Nieuwsgierig waren we toen we in verte één man op de Macbeth stage zagen staan. Voor het enige outdoor podium stond tevens een pak volk, genoeg om even halt te houden. De Amerikaan Tim Barry was de entertainer hier. De sing/songwriter Barry -in een ver verleden frontman bij Avail- doet het nu dus solo. Met z'n akoestische gitaar brengt hij folkpop en dromerige countrysongs , die een lach en een traan bevatten.  Hij bleef iedereen begeesteren,  met de nodige 'spoken words' , over z'n levenservaringen als wereldreiziger . Reeds 4 platen bracht hij uit die enige weerklank hebben over de plas. Hier maakte hij eveneens een goede beurt, al was het maar door zijn charismatische zelve . (J)

Paint It Black is zo een band waarvan ik weet dat ik ze goed vind maar eigenlijk al jaren niet meer naar geluisterd had. Beter nog, dit was één van de eerste bands waar ik naar begon te luisteren toen ik mijn eerste voetstapjes zette in de hardere muziek maar onderweg was ik die ergens verloren. Ik was dus wel nieuwsgierig naar hoe deze hardcore punk band uit de VS het zou doen. Ik werd niet teleurgesteld, in tegendeel. Naast een resem aan goeie songs had Paint It Black ook een mening en die staken ze niet weg. Tussen de songs door hoorde je hun mening over hardcore en het fenomeen crowdkilling (vinden ze niet leuk), ongelijkheid tussen man en vrouw, homofobie, racisme, opkomen voor mensen die zich niet kunnen vinden in de traditionele genders,… alsook zelfs een pleidooi om gewoon met hen te komen praten als je het niet eens bent omdat ze open staan voor alle meningen. Sympathieke kerels. (Y)

Terug een vol 'huis' vóór de Impericon Stage waar Ignite in full force, mèt Zoli Teglas terug achter de mic, een 'ouderwets feestje' kon beginnen... Zoli, die met zijn cleane stemklanken zo bepalend is voor die Ignite sound, had er zin in. Na z'n rugproblemen en het zijsprongetje bij Pennywise is hij nu op het 'oude nest' en dat hadden we geweten. Massa's singalongs en sfeer in een broeierige sfeerte, deden ons weemoedig terugdenken aan the 'good old days'. En die herleefde want iedereen ging compleet loos op de melodieuze hardcore.
“Bleeding”, “ A place called home”, “Live for better days” en ook de cover “Sunday bloody sunday” mocht niet ontbreken op de playlist. Een 'best of set' , pur sang, werd gesteund door honderden 'gastzangers', én de band genoot. Passie en agressie gingen hand en hand, de happy faces waren niet te tellen. Ignite kwam, zag en overwon (opnieuw). (J)

Descendents mocht met de ietwat dubieuze eer gaan lopen dat ze de oudste band van het weekend waren. Toch leek de ouderdom deze kerels niet te tarten want ze gaven meer vuur aan hun show dan heel wat andere, veel jongere bands. Ik ben geen grote fan van deze band op album alhoewel ik ze wel fijn vind maar hun songs staan er zeker live. Het is moeilijk om te vertellen wat er juist allemaal goed was maar weet dit, het was goed en als je ze kan zien moet je dat zeker doen. (Y)

Quicksand was voor deze show volledig onbekend voor mij en ik kan mezelf er wel voor slaan. Serieus dit was ronduit fantastisch. Ze worden eigenlijk als inspiratiebron aangegeven voor heel wat alternatieve metal bands zoals pakweg Helmet. Dit kan ik niet ontkennen want hun sound heeft er wel iets weg van maar het was zoveel meer. Serieus als ik het als iets moet omschrijven dan zou het stoner punk met psychedelische invloeden zijn. De band zag er anders wel uit alsof er bepaalde substanties aan het werk waren. De show leek uren te duren in een positieve zin en van mij mocht het eigenlijk ook uren geduurd hebben. Toen ze plots te horen kregen dat ze zo lang mochten spelen als ze wilden kon mijn vreugde niet op. NoFx kon mij op dat moment echt niet meer schelen maar helaas besloten ze om dan nog twee nummers re spelen en dat was het. (Y)

Nofx speelde hun album ‘Punk In Drublic’ integraal. Ik ga eerlijk zijn, ik heb het nooit echt gehad voor shows waarbij een klassieker integraal wordt gespeeld. Het voelt dan zo een beetje aan alsof de band zelf toegeeft dat ze niet beter kunnen dan dat. Los daarvan heb ik eigenlijk geen flauw idee of ze ook wel degelijke alle songs van dit album gespeeld hebben want ik ken deze band niet zo erg goed. Wat ik wel weet is dat het een goeie band is. Wat mij voornamelijk opviel is dat naast de nummers ook publieksinteractie en humor een must is voor hun shows. Bij veel bands durft het wel nog eens irriteren als er teveel gesproken wordt tussen de nummers door, maar bij hen is het gewoon een deel van de act.
Jammergenoeg konden we de set niet helemaal bekijken vanwege het feit dat een gewonde vriend dringend moest geholpen worden maar ik had wel al het gevoel dat we over het toppunt van hun set waren na “Don’t Call Me White”.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/groezrock-2014/
Organisatie: Groezrock, Meerhout  

 

Revere

Revere – Een ontdekking meer dan waard!

Geschreven door

Dringend verzocht: Muziek draaien op de radio van het Britse Revere van Stephen Ellis . Op ongedwongen , speels spontane wijze gaat het septet te werk en krijgen we een portie indiepostrock met heerlijke tempowisselingen en verrassende onverwachtse wendingen, die spannend broeierig zijn en gaan van zacht naar hard. De songs worden mooi ingevuld met bredere arrangementen van viool, cello en piano/keys , die een folky bombastische, barokke  ondertoon kunnen hebben , maar dan net weer niet door het poppy, filmische karakter . De band speelt met melodieën en maakt er een reeks prachtige songs van , die live een extraverte push krijgen .

Revere ging enthousiast en begeesterend te werk en werd dan ook warm onthaald. Ze cirkelen ergens rond de sound van Ed Sharpe , Fanfarlo en in de begindagen van Arcade Fire  . Twee albums noteren we totnutoe van hen , ‘Hey! Selim’ en ‘My mirror/ Your target’ , die onbegrijpelijk geweerd blijven op de radio!
Een goed uur hielden zij ons bij de leest en genoten we ten volle van hun materiaal die kippenvel bezorgde . Na een lange intro op z’n Ennio Morricone’s trok “Code” , die een aanzwellende opbouw had , de set op gang. “I won’t blame you” en “Keep this channel open”, niet vies van wat wave , gaf aan waar het om draaide , met name een opwindend, dynamisch concert .
Revere trapte goed door op songs als “Throwing stones”,  “Don’t look up Hannah” en “Fold up your flag”. Enorm Sterk .. .én eigenlijk ook wel Gek! Elk instrument kreeg voldoende ruimte wat de song ‘an sich’ intenser en grootser maakte .
Af en toe was er een rustiger moment, “A road from the flood”, dat broeierig klonk en net niet explodeerde . Maar voor de rest niks dan vonken op het podium . De zanger Ellis was dan ook in het publiek te vinden  wat de set voeding gaf.
We kregen een schitterende finale met “We won’t be here tomorrow”, “These halcyon days” en “Maybe we should step outside” . Ze zijn niet vies van een cover; vanavond kregen we een orginele overtuigende versie van Depeche Mode’s “Enjoy the silence”. En ook de samenzang sierde, die indringend , helder en emotievol kon zijn .
Revere kan nauw gelinkt worden aan Stornoway
, Fleet Foxes, Mumford & Sons, Megafaun , Belle & Sebastian  en natuurlijk Arcade Fire .  En op z’n beurt refereren ze aan die ‘60s Britfolk van Steeleye Span en Fairport Convention . “What am I if I’m not even dust” en afsluiter “I bet you want blood” pasten mooi mee in dit plaatje en waren sterke troeven om een definitief streep te trekken onder de set.

Revere is een ontdekking en verdient aandacht en respons! Meer zelfs , deze gasten kunnen een groot podium aan . Hier waren we onder de indruk van. Beluister hun muziek en check hen ergens in het clubcircuit of bij een zomerfestival!

Ook het Nederlandse MOSS , al toe aan hun vierde plaat btw , speelde bijna een uur lang en hier kregen we een reeks afwisselende sfeervolle , broeierige rocksongs , met een americana inslag waarrond een melancholische mist hing . De Nederlandse bands Johan, The Serenes , Bettie Serveert uit de 90s en het gitaargetokkel van Pinback dwarrelde in hun sound . Een  goed in elkaar geknutselde set , die net als Revere overtuigend was!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Roots & Roses Festival 2014 – 5e editie - Alweer een schot in de roos!

Roots & Roses Festival 2014 – 5e editie - Alweer een schot in de roos!
Roots & Roses Festival 2014
Terrain Ancien Chemin d’Ollignies
Lessines

Het sympathieke Roots & Roses festival in het Henegouwse Lessines is al aan zijn 5e editie toe en slaagt er steeds meer in de grote festivals lik op stuk te geven door de combinatie van betaalbaar en (h)eerlijk. Junkfood en frisdrank zijn er verbannen. Enkel kwaliteitsvolle lokale producten worden aangeboden; fruitsap en water uit de regio, een lokale pils en regionale bieren zoals Cuvée des Trolls, Bush, Moinette, etc ... die je nog per fles kan kopen. Het festival heeft sinds enkele edities ook een eigen bier, La Rose. De catering is verzorgd en verfijnd, een unicum in de festivalwereld, want een vijftigtal koks verzorgen de maaltijden. Verser dan vers, lekker en zeer betaalbaar.

Dit jaar had Roots & Roses een zeer aantrekkelijk programma in elkaar geknutseld en met de peetvaders van de garagerock, The Sonics, een ideale afsluiter in huis gehaald. Het werd dan ook ondanks enkele fikse onweersbuien een geslaagde editie, al zullen onze schoenen daar waarschijnlijk enerzijds anders over denken.

Het festival startte nochtans onder een schitterende zon, toen Little X Monkeys (B) in de Rootstent mocht aftrappen. De band rond Marjorie Piret and Francois Xavier Marciat brengt sinds 2012 uitstekende bluegrass, een genre dat in dit land ondervertegenwoordigd is, gecombineerd met roots, folk en blues. De band bracht heel wat nummers uit het debuutalbum “Black Bird”; “I wanna go”, “Black Bird” en “Let’s burn it down” en vulde dit aan met de B-kant van hun 7 inch vinyl ‘Mystic River’, een schitterende cover van “Come Together” van The Beatles. De band was in een vibe toen aan de zijkant een bordje ‘Last song’ opdook en Marjorie Piret verbaast “Nee?” schudde. Ze eindigden met “Blue Moon Of Kentucky” dat Bill Monroe schreef in 1946. (D)

Het zonnetje scheen en de ligweide was terug voorzien van relax- en ligzetels die gretig ingenomen werden, het zou nog drastisch veranderen. Uit de Rosestent klonk ondertussen rock van Driving Dead Girl (B) met gitaarrifs die het publiek wilden wakker schudden. De band ontstond in 2003 en bracht in 2006 een eerste album ‘50.000 Dead Girls Can Be Wrong’ uit. 10 jaar later brengt de huidige bezetting Dimitri Rondeau (vocals) Ronald Dondez (guitar) Ruggero Catania (bas) en Vincenzo Capizzi (drums) vooral werk van het nieuwe album ‘I Think The Drums Are Good’. Scherpe gitaren die bij tijd doen denken aan Peter Pan Speedrock en Triggerfinger zorgden voor de eerste ambiance op de festivalweide. (D)

In iedere beschrijving over The Henhouse Prowlers uit Chicago, Illinois wordt steevast vermeld dat ze enkele awards gewonnen hebben. Waarop er telkens een rood lichtje bij mij begint te knipperen. Muziek in competitieverband, het doet me huiveren. Temeer daar enkele minder fortuinlijk getalenteerde artiesten tot mijn absolute favorieten behoren. Gelukkig bleef de even gevreesde demonstratie uit en kregen we een set aangename bluegrass met bijwijlen sprankelende samenzang tussen Ben Wright (banjo), Jon Goldfine (staande bas) en Dan Andree (fiddle), samen op een kluitje rond één micro. Alleen gitarist Starr Moss hield zich wat het zingen betreft wat afzijdig alhoewel ook hij één nummer voor zijn rekening nam. Bluegrass zit tegenwoordig wat in de lift en de belangstelling was dan ook meer dan behoorlijk. Dat heeft uiteraard alles te maken met ‘The Broken Circle Breakdown”’. De film heeft intussen de Amerikaanse zalen bereikt en dat was Dan Andree niet ontgaan. “Wat een deprimerende geschiedenis maar de muziek was goed” was zijn oordeel waarop er een nummer uit de soundtrack werd ingezet : “The boy who wouldn’t hoe corn”. (O)

Na de verstilde schoonheid van The Henhouse Prowlers volgde, weliswaar in de andere tent, het brute geweld van White Cowbell Oklahoma, een zootje ongeregeld uit Toronto. Een vaste bezetting heeft deze bende niet. De vaste kern bestaat uit stuntman Chainsaw Charlie wiens instrumentarium zich beperkt tot de cowbell en zanger-gitarist Clem C Clemsen die uiterlijk wat gelijkenissen vertoonde met ene JR Ewing. Samen met nog drie andere cowboys (twee gitaristen en een bassist) produceerden ze iets wat nog het best te omschrijven viel als southern boogie hardrock (te situeren in de hoek waar ook Nashville Pussy zich bevindt) maar veel te rommelig klonk om te blijven boeien.  Aan spektakelwaarde was er anders geen gebrek. Clem C Clemsen sprong al vlug van het podium om het andere einde van de tent te verkennen en vriend Chainsaw Charlie stak geregeld zijn koebel in brand of haalde er vuurwerk uit met behulp van een slijpschijf.  Uiteindelijk sloten ze de set, die met het verstand op nul wel te verteren viel, af met “Speed king” van Deep Purple. (O)

Aan afwisseling geen gebrek op Roots & Roses : Dom Flemons (New York City) vond dan weer zijn inspiratie in stokoude folk-, blues- en hokumsongs. De oprichter van het ook al ferm gesmaakte Carolina Chocolate Drops wist het ook moederziel alleen moeiteloos te redden, daarbij zichzelf begeleidend op gitaar, banjo, mondharmonica of ‘bones’ (stokjes die hij tussen de vingers liet klikken waarvan het geluid een beetje lijkt op castagnetten). “Arkansas” bracht hij zelfs a capella en even later kreeg hij het publiek helemaal op zijn hand toen hij zijn mondharmonica molentjes liet draaien rond zijn lippen terwijl hij er verder bleef op spelen. De entertainer in hem kwam compleet bovendrijven toen hij enkele stemmen imiteerde, waaronder Bob Dylan (“Lay lady lay”) en Dwight Yoakam. Deze aardigheidjes weerhielden Dom Flemons er niet van om een dijk van een set neer te poten die hij finaal afsloot met een song die hij eerder weigerde te spelen : het, van de “O Brother, Where Are Thou?”-soundtrack, gekende “He’s in the jailhouse now”. (O)

Ooit kocht ik de twee eerste platen van het in Toronto ontstane Big Sugar, in ‘92 en ‘93 moet dat geweest zijn. Ik was de groep totaal uit het oog verloren en nu blijkt dat de groep ondertussen een instituut geworden is in Canada terwijl er muzikaal ook een en ander veranderd is. Klonken ze in die beginperiode nog als een seventies bluesrockband dan maken ze nu een onwaarschijnlijke combinatie van harde rootsrock en reggae. Het was een niet alledaags zicht : zanger Gordie Johnson op double neck gitaar met naast hem twee rastamannen : Garry Lowe op bas en DJ Friendlyness, die ook enkele keren als toaster aan de bak kwam, op keys. Verder hadden we nog Stephane ‘Bodean’ Baudin op drums en duivel-doet-al Kelly Mr Chill Hoppe op harmonica, sax, keys en melodica. Tijdens de eerste twee nummers waren er heel wat technische problemen maar de bandleden vingen die zo flegmatiek op dat je haast ging denken dat ze er gewoon bij hoorden. Reggaesongs wisselden vlot af met meer rock georiënteerde  nummers maar beide stijlen werden ook dikwijls in één en dezelfde song aan elkaar gekoppeld. Zo kwam een vettige gitaar regelmatig de wat lichtvoetige reggae meer body geven. Wat Gordie Johnson uit zijn gitaren kneep was trouwens telkens om duimen en vingers bij af te likken. Big Sugar wist me aardig te verrassen hoewel de laatste twee of drie nummers er toch een beetje teveel aan waren. (O)

Bij het zien van de affiche keek ik uit naar de The Excitements en ik was dan ook wel wat ontgoocheld toen de band door omstandighedenmoest afzeggen. Het Belgische Rusty Roots met
Stefan Kelchtermans (bas), Bob Smets (gitaar), Nico Van Hove (drums) en Jan Bas (zang en gitaar) was echter een goede vervanger, die de tent, onder luid onweer en hevige regen, liet genieten van werk uit hun nieuw album ‘Your Host’. Producer van die plaat is trouwens Mario Goossens, de drummer van Triggerfinger. (D)

Hier en daar had ik gelezen dat The Dream Syndicate, naar aanleiding van haar dertigste verjaardag, hun tweede plaat ‘Medicine show’ integraal gingen spelen naar analogie met hetgeen ze vorig jaar deden met ‘The days of wine and roses’. Maar het werd een gewone (eigenlijk buitengewone) set met nummers geplukt uit al hun platen.
The Dream Syndicate moet zowat de enige band zijn die de erfenis van de ooit zo bloeiende gitaarrock scene uit de jaren ‘80 levendig houdt. En gitaren die hebben we gehoord. Zanger Steve Wynn en Jason Victor geselden hun snaren met een gretigheid die je eerder bij een jonge en pas beginnende groep verwacht. Wilde duels en spetterende solo’s, waarbij ze nooit vergaten om het strak te houden, deden ons en waarschijnlijk ook drummer Dennis Duck en bassist Mark Walton regelmatig naar adem happen.
Ongeveer halverwege de set werd mijn favoriete Dream Syndicate song “John Coltrane Stereo blues” van onder het stof gehaald. Het werd een ellenlange versie maar vervelen deed het geen seconde. Deze heerlijke pot gitaarrock, inclusief enkele stevige punkrocksongs, liet nooit vermoeden dat alles wat we hoorden reeds meer dan een kwarteeuw geleden het levenslicht zag.
Het lijkt erop dat The Dream Syndicate definitief aan een nieuw leven is begonnen want er zouden plannen zijn voor een nieuwe plaat volgend jaar. (O)

Na een break van 10 jaar zijn Fred Lani & The Healers (nieuwe bezetting met
Cédric Cornez op bas en Nicolas Sand op drums) terug met een nieuw album ‘Hammerbeatmatic’ en nieuwe goesting en dat was er aan te horen. Met nummers als “Doyle The Hunter”, “The Best Thing”, “A man for a day”, “Roots and Roses” en “Like a leaf” nemen ze een beetje afstand van het strakke bluesverleden met Rock & Roll van een strak tempo en het mocht al eens luid gaan bij gitaarsolo’s. “Ready for some boogie?” vroeg Fred. Het zette in elk geval de tent op zijn kop, die mannen spelen natuurlijk ook een thuismatch. (D)

Eerst verschenen de acht keurig uitgedoste Shrines met cape op het podium om er eerst een instrumental te spelen vooraleer met veel bombast en in pure Las Vegas stijl de ster aan te kondigen. De nog steeds compleet geschifte King Khan met een indrukwekkende mantel boven de blote bast en een nog indrukwekkender verenbos op het hoofd had iets weg van een Afrikaans stamhoofd. Het was duidelijk tijd voor showtime en The Shrines hadden er ongelooflijk veel zin in (misschien iets te veel) en al na een paar nummers doken er enkele het publiek in. Leuk was het in ieder geval. Allen klonk hun garagesoul me wat te noisy. Vooral de drie blazers (2 saxen en een trompet) metselden de songs, die zo al geen hoogvliegers waren, volledig dicht. Toen die blazers het tijdens “So wild”, een song over de betreurde Jay Reatard, het wat kalmer aan deden kwam dat de sound meteen ten goede.
King Khan maakte er plots voortijdig een eind aan maar dat was enkel een voorwendsel om in een nog exuberantere uitrusting tevoorschijn te komen. Dit keer in een flashy boxershort waarin hij af en toe zijn micro opborg. Verdenk hem vooral niet van een verfijnde smaak! Maar alles bij elkaar genomen maakte deze tweede ronde nog veel goed want Khan had onmiskenbaar zijn beste nummers, zoals het psychedelisch klinkende “Born to die”, opgespaard voor de finale. Toch bleef ik de indruk hebben dat het vet een beetje van de soep is bij King Khan, die ik vroeger veel beter heb bezig gezien.
Later kwam hij nog een paar keer ongevraagd op het podium rondhossen tijdens het optreden van The Sonics. Zijn ego bleek al even gezwollen als zijn imposante buik. (O)

Van de flamboyante King Khan, naar de eerder gedistingeerde Pokey LaFarge (USA). Het verschil was groot, hoewel ook hij een kleurrijke bende, gewapend met trommel, wasbord, klarinet, sax,… op podium verzamelde. “
Close The Door”, “What The Rain Will Bring”, “All Night Long” en “One Town at a Time” werden telkens onthaald op luid applaus en gejuich. Zeker toen ook Dom Flemons met zijn ‘bones’ bijviel op onder andere “The Riverboat Shufle” droop het plezier het podium af. Pokey LaFarge sloot de Rootstent af met “Show Me The Way To Go Home”. Een fantastische belevenis. (D)

Om kwart voor tien brak dan het moment aan waarop velen de hele dag hadden gewacht : rock-‘n-roll uit Tacoma, Washington met The Sonics. Het blijft een onwaarschijnlijk verhaal. Na twee uitstekende platen in de jaren ‘60 en zonder al teveel erkenning, laat staan een Europese tour, houdt de groep het voor bekeken.
In de loop der jaren worden ze door zowat de halve rockwereld op handen gedragen maar een comeback zit er, een paar mislukte pogingen niet te na gesproken, nooit in. Tot in 2007 de heren op pensioen gaan en plots alle tijd van de wereld hebben. Ze pikken de draad terug op en doen nu waar ze altijd van gedroomd hebben.
En of ze het nog kunnen? Het optreden op Roots & Roses was er weer eentje om in te lijsten. Het wonder van Sjock 2008 (één van hun eerste optredens na de comeback) werd niet herhaald maar het scheelde verdomd weinig. Vanaf de eerste noten van “Cinderella” zat het meteen goed, meteen ook de start van een wel heel onstuimige pogo vooraan. Intussen moeten de originele leden – Gerry Roslie (keys), Rob Lind (sax) en Larry Parypa (gitaar) de kaap van 70 gepasseerd zijn maar er zat nog geen spat sleet op. Ook ‘nieuwkomers’, zanger-bassist Freddie Dennis en de uitstekende drummer en oud Dick Dale-gediende Dusty Watson zijn niet meer van de jongsten maar allen blaakten van zelfvertrouwen. Zelfs de traditionele gitaarproblemen van Larry Parypa bleven dit keer uit. Er is een nieuwe plaat op komst en er werden dus veel nieuwe nummers gespeeld. Meestal worden die dan op gegeeuw onthaald, dit keer niet dus. Een nieuwe “Psycho” zat er wellicht niet tussen maar ze mochten beslist gehoord worden en wordt het nog ‘uitkijken’ naar die nieuwe plaat.
Ook hier dezelfde truc als bij King Khan : na “Psycho” wordt er veel te vroeg een einde aangemaakt om dan voor een duizelingwekkende finale terug te keren waarin de klassiekers ons om de oren vlogen. “Boss hoss”,..., “Strychnine” en als allerlaatste “The witch”.
Achteraf bleef een harde kern, tegen beter weten in, huilen om meer maar de vier lieten zich niet meer zien en lagen wellicht al aan de zuurstoffles. Maar het was mooi geweest: rock-‘n-roll op het scherp van de snee! (O)

Roots & Roses bewijst ook in 2014 dat het een vaste stek in de festivalkalender verdient en een pluim voor de organisatie die er telkens weer een topdag van maakt.

Neem gerust een kijkje naar de pics
 http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/roots-roses-2014/

Organisatie: Roots & Roses, Lessines
 

 

Red Rock Rally 2014, Astridpark Brugge op 1 mei 2014 – Pics

Geschreven door

Red Rock Rally 2014, Astridpark Brugge op 1 mei 2014 – Pics

Overzicht van de bands
Waxflower - Waxflower zegt geïnspireerd te zijn door Al Green,  Marvin Gaye en Fleetwood  Mac.  Ze brengen een funky rithme gemengde met retrorock. Ontstaan in 2012 en als West-Vlamingen, zoals zovelen, verhuisd naar Gent.

Bird Of Prey - De groep is samengesteld rond 3 broers Clicteur. In de muziek van Bird of Prey  hoor je invloeden van The Doors,  Led Zeppelin,  garage rock en muziek uit de jaren ’70. De band heeft een onstuimigheid van jonge twintiger  die de wereld wil veroveren.

Delta crash - Een viertal uit Oost-Vlaanderen onder de naam van Delta Crash met indie pop.
Ze stonden op het podium van de Gentse Student Kick-Off en ook in de preselecties van Humo’s Rock Rally. En uiteraard als hoogtepunt  stonden ze op Red Rock Rally 2014.

Shuriken II - Shuriken II brengt energetische electropunk met invloeden van drum’n’bass en dubstep. Ze brengen het in een explosieve coctail van electronica, dreunende beats en met een grandiose rock attitude. Ze waren  geselecteerd voor de Demopoll van Studio Brussel en stonden in de selecties van Humo’s Rock Rally en Westtalent.

Trailers - De muziek van Trailers is een mix van garagerock en powerpop. Trailers is bekend voor zijn speciale songstructuren en een aanstekelijke groove. Ze belanden reeds in de preselecties van Humo’s Rock Rally en brachten in 2014 een eerste EP uit.

The Fuckuleles - The Fuckuleles: een cover band met 3 mannen en 3 ukuleles. Een fout  nummer wordt er alleen maar beter van. Arne Vanhaecke,  Andries Boone en Mathias Moors: 3 ukuleles en een dijk aan rock& roll-gehalte met de meest verrassende covers.

Flatcat - Een Brugse punkrockband ontstaan in de mid nineties en wordt vergeleken met Green Day. Flat Cat werd vooral bekend met “Rockstar Fantasy” en stonden dertien weken in De Afrekening. Ze traden al op voor MTV, Jim TV, Pukkelpop, Dour, Thoprock, Rock Herk en Rock Roll Rally.

Kenji Minogue - Kenji Minogue is een West-Vlaamse popgroep. Ze brengen electropop met kitsch, humor en absurde dialect teksten. K M bestaat uit het zangduo Fanny Willen en Conny Komen en drummer  Mista Pig.

Viva La Fête - Vive La Fête heeft een reputatie opgebouwd met shows waarin Mommens en Pynoo hun kinky relatie etaleren à la Française. Pynoo komt vaak op met lekkere outfits en ook de rest van de band heeft een dresscode. Het optreden van Vive la Fête is een prettig gestoord feestje.
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/red-rock-rally-2014/
Neem gerust een kijkje naar de pics

Org: RRR

Volta 2014 – 6e editie - Nacht van de Arbeid Viert!

Volta 2014 – 6e editie - Nacht van de Arbeid Viert!
Volta 2014
Vooruit
Gent

Volta 2014 - Nacht van de Arbeid Viert! met Intergalactic Lovers, The Sore Losers en Mintzkov

Op de vooravond van 1 mei , Dag van de Arbeid - Voor al wie links draagt, is dat een dag die het hart doet overslaan. Curieus steekt hier al jaren een handje toe . In 2009 lanceerden ze de Nacht van de Arbeid in de Gentse Vooruit. De vorige vijf edities waren voltreffers met optredens van o.m. Daan, Selah Sue, De Jeugd van Tegenwoordig, The Van Jets, School is Cool, SX, …. En onze vrienden houden dit in ere . De zesde editie rockt graag met een duizelingwekkende affiche van Intergalactic Lovers, Gabriel Rios, The Sore Losers, Mintzkov, Tout va bien en Stoomboot. Terecht een Nacht van de Arbeid dus …

Onze keuze ging naar de Concertzaal , waar achtereenvolgens Mintzkov, Sore Losers en Intergalactic Lovers speelden. De bevallige Lisa Smolders praatte het geheel aan elkaar.

Mintzkov was de eerste band . Ze zijn al aan hun vierde cd toe . De groep wordt gerespecteerd en goed onthaald, maar een doorbraak blijft nog wat uit . Zanger/gitarist Philip Bosschaerts neemt het voortouw, maar het is pas na de felicitaties aan de bassiste Lies Lorquet, pas 22 jaar, dat er meer  reactie kwam uit het nog niet zo talrijk opgekomen publiek. . Hun dromerige pop met weerhaken intrigeert maar vanavond geraakte de groep duidelijk niet op niveau. Het nieuwe material modderde wat aan en het was vooral het oudere bekende werk als “Opening Fire” en “Slow motion, Full ahead” ; die de toeschouwers in vervoering brachten. De rest van de set was wat lauwtjes . Jammer , eist de langdurige clubtour hier zijn tol?!

The Sore Losers – Limburgse band die ons nauw aan het hart ligt. Het gretig spelend kwartet brengt melodieuze rauwe, vettige  rock’n’roll, gekenmerkt van een broeierige opbouw en een snedig rechtoe-rechtaan kantje.
De aandacht werd meteen gescherpt met de nieuwe single “Working overtime”
. Die mannen hebben wat in huis en tekenden voor een potige, vurige, dampende ; smachtende, verschroeiende set , ruim drie kwartier lang . “The girl’s gonna break it” en “Silver seas” deden de temperatuur stijgen in de Vooruit en ze eindigden in schoonheid met hun eerste single “Beyond Repair”.
Een zéér geslaagd optreden dus !
The Sore Losers zijn een straf bandje die met hun tweede plaat ‘Roslyn’ een doorbraak kunnen forceren . We hoorden al veel lof van deze band ,vanavond ondergingen we het zelf en hopelijk gaan ze op dit elan verder!

Veel volk was er zeker voor Intergalactic Lovers uit Aalst. Ze zijn ook toe aan hun tweede plaat en hebben het publiek achter zich . Een paar singles hebben al een sterke respons verkregen. De band wordt uitzinnig onthaald . De zangeres, Lara Chedraoui, ietwat een Kate Bush lookalike , ontroert haar fans met haar gevoelige , indringende stem; ze heeft een overtuigende podiumprésence en haar bewegingen zorgen voor meer glans. Het material werd enorm gesmaakt en ontvangen in een uitverkocht (!)  Vooruit intussen . Songs van het debuut ‘Greetings & Salutations’ (o.a. “She Wolf”) als van de nieuwe cd ‘Little heavy Burdens’ waerden gespeeld. De nieuwe single “Islands” sloeg ongelofelijk goed aan.
Een volwassen band is het geworden en ondanks het feit dat hun materiaal niet steeds voor de hand liggend is en wat tijd nodig heeft , wordt het live extravert en emotievol gebracht.
Onze eigen kweekvijver moeten we koesteren . Dit is evenzeer  een knappe band , een must-see, waaraan we een deze boodschap koppelen ‘Gaan zien – Doen’!
Ze zijn nog o.m. op Grensrock Menen(27/6) , Cactus Brugge(13/7) , Dour (18/7)  en  FihP (23/8).

Organisatie: Curieus ism Vooruit Gent

Panic! at the Disco

Panic! At The Disco - The gospel tour - A stellar performance!

Geschreven door

The gospel tour bracht Panic! at the Disco naar de Trix in Antwerpen, en dat zal nog lang in het geheugen spelen van de paar honderd aanwezigen. De band heeft een reputatie hoog te houden, en daar hielden ze zich aan. Het is een axioma, de afwezigen hadden ongelijk.

The waiting game waren de eerste paniekzaaiers van dienst. Deze Vlaamse band, opgericht in 2012 en gedragen door Leadzanger Tijs Mondelaers en tweede stem Jonas Meukens, deden het uitstekend als opwarmer. De stijl van de indie-punkrock band leunt dicht aan tegen de hardere songs van Panic! en dat waardeerden de fans wel. Heel leuk feit : die Jonas was nog zanger van de groep X!NK die ons land afvaardigde voor het Junior Eurovisiesongfestival in 2003. Hij is ook nog tourmanager van de groep Psycho 44. Drukke jongen dus. Maar het moet gezegd, het 5-tal ( ook nog Laurens Thoeng, gitaar , Jo Mondelaers , bass en Josse Wijckmans, drum ) waren totaal niet onder de indruk en leverden een knalprestatie. Iets meer podiumlicht hadden deze jongens écht wel verdiend!

Panic! at the Disco kwam zag en overwon. Zo was het tot nu toe en zo was het ook deze avond.  Deze brengers van punkpop/alternatieve emorock razen door Europa en de USA en branden zaal na zaal plat. Feit: ze beheersen het metier. Feit: deze groep hangt aan elkaar. Feit: deze band varieert dat het een lieve lust is ( van softe piano over emo over punk naar het echte rockwerk ). Feit: WAT een stembereik van Brendon Urie! Z’n bereik rijkt uit van de diepste donkerte waar de Titanic ligt tot de hoogte van een Bianca Castafiore. Van Kuifje, je weet wel.

Van minuut één tot de laatste noot hadden ze de fans mee. De zeer gevarieerde setlist maakte er een mooie avond van en verveelde geen moment. De echte diehard-fans werden verwend, want er werden tal van songs gespeeld van het eerste uur.  Spencer Smith, Dallon Weekes en Kenneth Harris vullen elkaar zeer goed aan, maar verbleken toch in aanschijns van Brendon. De leadzanger is werkelijk van alle markten thuis en stak op z’n eentje bijna de volledige laatste cd in elkaar. Teksten, arrangementen…, je noemt het, hij doet het.
Leadzanger, piano/synthesizer, drum, gitaar … Alle instrumenten op het podium zijn beroerd geweest door de sympa frontman. En op de bühne komen daar nog de explosieve, soms theatrale bewegingen bij. Maar zo chaotisch dat het lijkt, zo is alles onder controle. Het summum is zoals steeds de backflip tijdens “miss jackson”. Everything under controle! No panic! 

Panic! at the Disco staat als een huis, en blijft z’n reputatie, repertoire, stijl en fans trouw. De formule pakt nog altijd en sleet zit er niet op. Ondanks de , nog steeds, kleine schare fans, en de soms zwaardere emorock, moeten de heren toch een AB, of ja, zelfs een Lotto Arena kunnen inpakken. Er zit genoeg variatie in de discografie om meerderen te kunnen bekoren. Maar groeien doen, no Panic!

Setlist : Vegas Lights / Time to dance / Mona Lisa / Only difference / Let’s kill tonight / Gospel / Camisado / Hurricane / New perspective / casual affair / Ready to go / Miss Jackson / Nine / Intermission / End of all things / Lying / Nicotine / cabaret / Nearly witches.
Encore : Girls girls boys / Sins 

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/panic-at-the-disco-29-04-2014/
Organisatie: Trix, Antwerpen

Simi Nah

Be My Guest

Geschreven door

Musiczine had het voorrecht om het volgende album van Simi Nah, dat pas op 6 juni wordt vrijgegeven, nu reeds te beluisteren. Voor degenen die haar niet kennen, is Simi een zangeres en muzikante afkomstig uit Frankrijk die nu in Oostende woont. Ze heeft in de mode-wereld gewerkt en speelde bas in diverse bands, waaronder Praga Khan, The Chicks,...

Sinds een paar jaar werkt ze aan een solo project met haar 'partner in crime', de Belgische muzikant en producent KGB aka Kenny Germain B, een project waaraan Safyée, alias Alice Thiel, de dochter van wijlen leider van Snowy Red, ook deelneemt.

Na twee albums, « Cherchez La Femme » en « 5 », enkele singles/EP en remixes, komt Simi vandaag terug met een cover album, ‘Be My Guest’, die nieuwe versies van alternatieve klassiekers uit de jaren '80 bevat. Een zeer aangename verrassing is de aanwezigheid van beroemde personen uit de Belgische new-wave scene in de nummers. Het resultaat is een explosieve cocktail, met mooie EBM-accenten: een echt succes!

Na de hypnotische « Cheree » (Suicide), gezongen met Wim Punk, uit The Wolf Banes, vinden we een cover van « Eisbaer » (van Grauzone) met de zang van Simi Nah en Danny Mommens (uit Vive la Fête), een song die Mommens goed kent gezien hij die live met zijn eigen band ook speelt. Een sterke start !

De volgende song is meer verrassend: het is « Follow Me », ja, de hit van Amanda Lear. De 'guest singer' hier is Nikkie van Lierop, de zangeres van new-beat legende Lords of Acid, met een lage stem en de sfeertje die zeer electro is : Ideaal voor in de clubs ! In het volgende nummer, doen Simi Nah en KGB de klassieker « Nag Nag Nag » (Cabaret Voltaire) herleven.  Hier hebben ze Dirk Da Davo, de helft van The Neon Judgement, uitgenodigd om te zingen.
« Disco Rough » was een hit uit 1980 door het Franse Mathematiques Modernes duo, productie van Jacno, die zelfs werd gekozen als ‘single of the week’ door de NME. Hier is de versie langzamer dan het origineel, met een heerlijk new-beat accent ;  niemand minder dan de grote Luc Van Acker (Revolting Cocks,...) verleent hier zijn stem. Dan nog een leuke verrassing met een cover van « You Spin Me Round (Like a Record) » van Dead or Alive met de stem van een andere legende van de Belgische new-wave, Dirk Ivens (Absolute Body Control, The Klinik, Dive, Sonar). De transformatie is echt fantastisch en het resultaat is een echte 'club killer'.
Logischerwijze wordt « Euroshima (Wardance) », de hit van Snowy Red, overgenomen door Safyée, de dochter van Marcel Thiel. We hadden deze versie al bij concerten van Simi Nah ontdekt, maar op deze studio-versie is het effect nog sterker. We zijn overweldigd door de emotie die uit dit eerbetoon straalt. Mooi!
Op het laatste nummer, de klassieker « Fade to Grey » (Visage) nodigt Simi haar partner, KGB, uit om mee te zingen, wat perfect werkt. Als 'bonus tracks' krijgen we twee titels van Simi Nah die tot nu toe enkel onder digitaal/web formaat bestonden, « Dressing Room - the Naked mix » en « Flashback ».

Conclusie : dit album is een zeer mooie verzameling van tracks waarmee zowel jongeren als 'de ietwat ouderen’ het rijke erfgoed van de new-wave, evenals een aantal legendarische persoonlijkheden kunnen herontdekken. Nice job, guys!

Om de teaser te beluisteren: https://soundcloud.com/simi-nah/l-simi-nah-l-be-my-guest-album-teaser
Om het album te bestellen : http://www.freewebstore.org/why2k-music-store/-PRE-ORDER_060614_Be_My_Guest/p1524163_12128317.aspx

Vrijgave: 6 juin 2014
Productie : Simi Nah & KGB
Opname en mastering : AtOMiC studio Belgium
Artwork : Why2k Graphics
Simi Nah: www.siminah.com of https://www.facebook.com/simi.nah.music

Satan s Satyrs

Die Screaming

Geschreven door


Die Screaming
Satan’s Satyrs

Met de vorige plaat ‘Wild Beyond Belief’ liet Satan’s Satyrs ons vorig jaar kennismaken met de meest gruizige, vunzige en gore metal die een mens aankan. Een soort garagerock versie van Electric Wizard die leek te zijn opgenomen in een gure kerker tientallen meters onder de bewoonde wereld.
Met opvolger ‘Die Screaming’ lijkt de groep nu toch een heuse studio te hebben ontdekt, de sound is een stuk helderder en de vocals komen niet langer uit een dwangbuis, maar de smerigheid is onaangetast gebleven.  Satan’s Satyrs blijft zich schuilhouden in de ranzige spelonken van de metal, oorden waar de ratten hun verderfelijke activiteiten uitvoeren onder de tonen van Black Sabbath, Melvins, Windhand en Kyuss.  De vunzige metal maakt nogal wat uitstapjes richting garage rock, een retro orgeltje geeft zo een vuile sixties toets mee aan opener “Thumper’s Theme” en laat de band vertoeven in een smerig kot waar ook Lords Of Altamont ten dans spelen. En mocht Ty Segall zich ooit aan een metal plaat wagen, dan zou er zo iets als “Show me your skull” kunnen uitkomen, een ongure lap fuzzrock.  Met het snelle “Black Souls” graaien ze zelfs gretig in de punkbakken en stoten daar op een portie Black Flag en Misfits restanten. Afsluiten doen ze dan weer in ware Sabbath-stijl met de slepende titeltrack, een lome en dreigende klomp onheil  die 12 minuten lang tegen onze hersenpan aanschurkt.
‘Die Screaming’ is minder gortig dan ‘Wild Beyond Belief’, maar nog altijd vuil genoeg om breed uit te smeren in de loopgraven van de cult-metal.

The Skull Defekts

Dances in dreams of the known unknown

Geschreven door


Skull Defekts is een Zweedse dwarse band die al een viertal platen experimenteert met post-punk, industrial en no-wave. De band resideert in spannende weerbarstige rock met neigingen naar Birthday Party, Nine Inch Nails, Jesus Lizard, Girls Against Boys, Einsturzende Neubauten, Leather Nun en Virgin Prunes.
Geen hapklare brok dus, hoewel dit nieuwe album naar hun doen vrij toegankelijk is. De tegendraadse sound is in ietwat meer gestructureerde vormen gegoten, doch alles klinkt nog altijd begeesterd, donker en hypnotisch. Messcherpe en vaak in stukken gesneden gitaarriffs gaan de strijd aan met een dreigende industrial sound en grimmige jungle drums.
Dit levert een stel verbeten en bezwerende songs op. Opener “Pattern of Thoughts”  en het frontale “The known unknown” dragen een kille en verslavende groove met zich mee, het grillige “The Fable” drijft op knarsende gitaren die een rauwe riff verspreiden en tegelijkertijd stoorzender van dienst zijn en “King of Misinformation” staat stijf van de onderhuidse dreiging. In “Venom” varen de nijdige gitaartjes Beefheart-gewijs lekker tegen de stroom in en “Little Treasure” is Primal Scream die uit het vriesvak tracht te klauteren.
‘Dances in dreams of the known unknown’ is een weerbarstige plaat van een band die op een eigenzinnige en boeiende manier diverse paden verkent.

Angel Haze

Dirty Gold

Geschreven door

Samen met Azealia Banks is ze één van de opkomende talenten in de hiphop , maar spijtig genoeg weren de dames elkaar . Ze heeft het wel hoor, een  begenadigd raptalent, een bevallige dame, de looks en een grote mond. Ook wij hebben er hier eentje Coely , met name . De Amerikaanse rapster Angel Haze maakt deel uit van de Rudimental stal en was vorig jaar al te zien op Rock Werchter , maar heeft na heel wat heisa en beslommering nu pas haar debuut ‘Dirty gold’ uit , nadat ze die eigenlijk zelf eerst op het internet zwierde . We hebben te maken met een goed debuut , waarbij vooral de songs “Sing about me”, “Echelon (it’s my way)”, “A tribe called red” en “Battle cry”, even ‘fight’gericht zijn , venijnig, scherp,  verbeten en  gedreven klinken door een spervuur aan raps , die letterlijk worden afgevuurd in rhymes en flows op z’n Beasties, opgezweept door  keys, percussie , beats en grooves.
Maar ze neemt ook  gas terug en dan komt eerder sfeervoller hiphopmateriaal (o.m. “Deep sea diver”, “Black synagogue” en “Angels & airwaves”) bovendrijven , met een zang (zeg) rap , die eerder kunnen gelinkt worden aan Missy E en Lauren Hill. Of op “White lilies/white lies” die gekenmerkt is van een Eminem opbouw en sound .
Niet steeds even overtuigend is het materiaal , maar er valt voldoende afwisseling te noteren in z’n geheel , wat ons brengt tot een goed debuut!

Pagina 585 van 966