logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...

Manchester Orchestra

Cope

Geschreven door

Manchester Orchestra is ondertussen al sinds 2004 bezig. Maar nog steeds zijn ze niet doorgebroken. Dit is zeer jammer aangezien de band al drie topplaten uitbracht die drie maal verschillend waren. Ze bleven na drie platen volop in de alternatieve scene. Zelfs met ‘Simple Math’, dat als conceptalbum bedoeld was. Dit album moest hun doorbraak betekenen dankzij een gouden deal, maar niets is minder waar. Zelfs met Sony als label lukte het niet. Na ‘Simple Math’ zijn ze weer volop achter de gitaren gekropen.
Dit resulteert in een  zeer zwaar album waarbij elk nummer zalige uithalen heeft die je kan verwachten van Foo Fighters of zelfs Wolfmother. Maar de stem van zanger Andy Hull stelt je meteen weer in een droomwereld waardoor de gitaren perfect in het plaatje passen.
Met “Top Notch” heeft Manchester Orchestra het perfecte nummer om deze plaat te openen. Samen met de gitaren en de stem van Andy Hull hoor je meteen waarvoor deze plaat staat: “Duistere gitaren met een feeërieke stem”.
Manchester Orchestra kan zich zeker tevreden stellen met dit album. Ieder nummer op deze plaat is een potentiële hit. Wie weet is de doorbraak dichter bij dan iedereen denkt.

OFF!

Wasted Years

Geschreven door

Keith Morris is als eerste zanger van Black Flag en oprichter van Circle Jerks één van de pioniers van de Amerikaanse hardcore punk-scene. Op vandaag is die kerel springlevend en loopt hij over van de adrenaline, als geen ander klinkt Morris op de nieuwe van OFF!  boos, razend, urgent en explosief.
De hardcore veteranen van Off! hadden elkaar al gevonden in 2010 met hun gelijknamige ‘debuutplaat’, een collectie splinterbommen die stuk voor stuk dwars in ons gezicht ontploften. Nu rammen ze gewoon naarstig op hetzelfde elan door. Naar goede ouwe hardcore gewoonte vliegen er ons 16 vlammende lappen hardcore punk van één tot twee minuten om de oren. ‘Wasted Years’ is een onstuimige lap stootkracht van amper 23 radicale minuutjes, energieker en vitaler dan dit lijkt ons onmogelijk.  Wij kunnen ons geen enkele hedendaagse band voor de geest halen die het genre met zoveel ‘grinta’ bedrijft als deze oudjes, dit is the real thing.
Op 11 oktober komen ze hun bloedstollende hardcore in uw gezicht rammen in de AB Club. De zaal zal er trouwens  worden opgehitst door de jonge punkhonden van Cerebral Ballzy, een stelletje ongeregeld die in dezelfde ongedwongen hardcore geest de boel al op voorhand aan flarden zal rijten.  Allen daarheen, zouden wij zo zeggen,  en zet uw helm op !
Oh, ja, nog dit, het hoesje is wederom een knap staaltje streetpunk-art. Kopen, die handel !

Grails

Black Tar Prophecies Vol. 4, 5, & 6

Geschreven door

Grails - deze postrockband uit Portland is al een pak jaar bezig en eigent zich een apart  plaatsje toe tussen postrock en psychedelische doommetal .
Een geweldige filmische trip brengen ze , een wall of sound , emotioneel hoogstaand, met dreigende soundscapes, apocalyptische beelden, diepe donkere drones die onheil , zwaarmoedigheid, onrust, bevreemding uitstralen en afgewisseld wordt met sferische , bezwerende stukken, rustpunten door de ingehouden sobere instrumentatie en orkestratie, wat op z’n beurt een lieflijke zachtheid en gevoeligheid brengt.
Een aantrekken en afstoten dus , waarbij hun  instrumentale (langgerekte) hypnotiserende nummers en eclectische experimenten met een dramatune in de serie ‘Black Tar Prophecies’ worden samengebracht . Geluidsconstructies, een locatie voor rituelen vol geheimzinnige, onderhuidse spanning.
Boeiend en intrigerend allemaal , wat ergens Earth, Sunn O))), Motorpsycho, Pink Floyd op 1 lijn brengt … Grails is toch wel een uniek bandje hoor  !

Beck

Morning phase

Geschreven door

Beck Hansen laat na zes jaar opnieuw van zich horen. ‘Morning phase’ volgt ‘Modern guilt’ op en zoals we het horen op mans laatste platen, blijven we in hetzelfde elan zitten van de sing/songwriterpop , gekenmerkt van vakmanschap en kunde .
De muzikale indiemishmash van ‘Mellow gold’, ‘Odelay’ en‘Midnite vultures’, ingenieus in elkaar zittende nummers van pop , hiphop, elektronica , lofi , blues , folk en funk, liggen al ver weg!
‘Sea change’ beklemtoont z’n sing/songwriterschap en de soberheid van z’n materiaal , waar weemoed en melancholie doorsijpelden . Kwetsbare, openhartige nummers over eenzaamheid, verlating en afscheid nemen .
Ook hier weet hippe ‘60s sing/songwriting het materiaal te bepalen in een reeks wondermooie, eenvoudige , sobere of subtiel gelaagde nummers . Beck raakt met “Blue moon” en “Unforgiven” als twee prachtsongs!
Verder weerklinkt de echo van Gram Parsons , Crosby, Stills, Nash & Young of Simon & Garfunkel , wat ons o.m. brengt bij” Morning”, “Heart is a drum” en “Turn away” . Sterk emotioneel en gevoelig zijn “Don’t let it go, say goodbye” en het afsluitende “Waking light”. Overgangen zijn er ook, “Cycle” om de plaat in te leiden , “Wave” met z’n filmische orkestratie en “Phase” als intermezzo.
Kortom , sing/songwriterpop op z’n best , niet opzienbarend , maar wel goed - Beck is Back , mensen!

Damien Jurado

Brothers & Sisters of the Eternal Son

Geschreven door

De uit Seattle afkomstige sing/songschrijver is een laatbloeier. Hij is eigenlijk al vele jaren bezig , maar persoonlijk leerden we hem pas kennen met z’n tiende ‘Maroqopa’ van een paar jaar terug, melancholiedjes ergens te situeren tussen Bonnie Prince Billy en de zacht aanpak van My Morning Jacket en Neil Young.
Hij heeft er al een grillige carrière opzitten, maar een homogene lijn valt er nu zeer zeker te noteren . 10 songs in een goed half uur, een reeks sfeervolle , integere , maar ook intens broeierige songs met een americana/psychedelica inslag, gedragen door z’n in weemoed gedrenkte stem .  “Magic number” , “Silver Timothy”, “Return to Maroqopa” en “Silver Donna” raken het sterkst door de mooie arrangementen en opbouw . Intiemer zijn een “Jericho road” en “Metallic cloud”; of je smelt voor een ontroerend “Silver joy”, waar hij zich begeleidt op akoestische gitaar en de song gedragen wordt door z’n melancho donkere stem . Dit is sing/songwriterpop op z’n best!

Jonathan Wilson

Jonathan Wilson - Heerlijke soft rock met broeiende gitaren

Geschreven door


De zaal werd opgewarmd door Syd Arthur uit Canterbury, en om verwarring te vermijden, dit is wel degelijk een groepsnaam.  Met zo een naam (wij durven er gerust een joint of drie op verwedden dat de groepsnaam veel te maken heeft met een adoratie voor opper weirdo Syd Barrett) en afkomst kon het haast niet anders dan dat er een kloeke folk-rock invloed in het geluid moest binnendringen. In combinatie met een vlucht psychedelica, een gezonde scheut prog-rock en zelfs wat Zappateske jazzrock bracht dat een fraai geluid en dito songs teweeg.  Een klein half uurtje volstond om ons te overtuigen. Ook de voortreffelijke debuutplaat  ‘On and On’ is de moeite waard, tenminste als retro geen vies woord is voor u.

Jonathan Wilson is met zijn 40 lentes een kind van de jaren zeventig, ook zijn muziek lijkt te zijn geboren in die periode.  Wilson grijpt met zijn songs terug naar de grote namen van de traditionele Amerikaanse muziek als Neil Young, Jackson Browne, Steely Dan, Bob Dylan en Little Feat. De man heeft er al een rijkelijk verleden op zitten als studio- en sessiemuzikant maar heeft zelf nog maar drie platen op zijn palmares. Zijn laatste ‘Fanfare’ bracht hem en zijn schitterende band naar de AB Box.
Op de heerlijk vloeiende soft-rock van ‘Fanfare’ komen er nog wat strijkers en sax aan te pas om het mooie weer te maken. Deze had Wilson op het podium achterwege gelaten wat uitmondde in een rootsy aanpak waarin zijn gitaar een prominente rol kreeg. Hij bleek dan ook een uitmuntend gitarist te zijn wat zich liet uiten in vaak lange songs met adembenemende solo’s, zo was een werkelijk fenomenaal “Dear Friend” om duimen en vingers bij af te likken. Ook “Valley of the Silver Moon”, een meesterwerk die hij opspaarde tot op het einde, was meer dan tien verrukkelijke minuten kippenvel.
De excellente soft-rock van de plaat evolueerde dus naar een vorm van bedrijvige classic-rock gebouwd op traditionele songs die gemaakt waren naar het oeroude Amerikaanse concept, een aanpak waarin Wilson zeer bedreven leek.
De uiterst getalenteerde songwriter bleek ook nog te beschikken over een glasheldere stem waarmee hij zijn innemende songs nog een stuk intenser deed klinken, in combinatie met diens wervelend gitaarwerk en een geweldige groep achter zich zorgde dit voor een wonderlijk concert.
De man zat er ook niet om verlegen om zijn broeiende songs in te leiden met innig smeulende intro’s, een prachtsong als “Desert Raven” pakte ons alvast van de eerste seconden bij het nekvel. Wilson’s  adembenemende gitaarstijl laveerde tussen die van David Gilmour (het uiterst knappe “Lovestrong” was een wel heel vette knipoog naar Pink Floyd), Neil Young  (“Illumination”) en zelfs Frank Zappa. Hij beroerde zijn instrument met de passie en klasse van de grote voorbeelden en liet bijna twee uur lang een warme gloed door de AB Box vloeien.

Dit was overheerlijke ouwerwetse muziek die lak had aan allerlei trends en hypes die morgen toch alweer de deur uit zijn. Was deze moderne hippie twintig jaar eerder geboren (dertig kan ook) dan stond hij nu zij aan zij met de eerder vermelde grootheden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jonathan-wilson-06-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/syd-arthur-06-04-2014/
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Forest Swords

Forest Swords - Tijd en ruimte, even van geen belang

Geschreven door

Het deed wat vreemd aan toen we rond 15u een mistige AB Club binnen stapten om ons vrijwillig van het heldere daglicht af te sluiten. We zouden immers getrakteerd worden op een Brits onderonsje ‘om ter donkerst’ tussen Forest Swords en voorprogramma patten. Beide heren wéten wat duistere electronica is en hebben genoeg vers en degelijk materiaal op zak om ons een interessante zondagnamiddag te bezorgen.

Het Londense electronicawonder patten, zonder hoofdletter, mocht de spits afbijten en zette meteen alle registers open. Met ‘ESTOILE NAIANT’ heeft deze Brit uit de Warp-renstal een nieuw album uit en die kwam hij hier even demonstreren. Terwijl de rest van het publiek nog langzaam aan het binnendruppelen was ondergingen de al aanwezige toeschouwers een bombardement aan flashende visuals en alles verpletterende geluidsmuren.
We zagen de Brit af en toe in z’n micro spreken en op een telecaster pingelen maar deze nuances gingen bijna volledig verloren in de noise. Wat definitie in de structuren was welkom geweest, en even de tijd om adem te halen ook. Als een bezeten voodoodokter zat patten aan knoppen te draaien en kanalen te schuiven en bleef hij de geluidssalvo’s maar afvuren. Na net niet te hyperventileren was de set gedaan en werd het opnieuw wat minder zwart voor de ogen. Spijtig, want op plaat werkt deze aanpak uitstekend. Live was het gewoon te veel van het goede. Toch in de gaten houden voor de toekomst.

De zaal was goed volgelopen toen Forest Swords het podium besteeg en de show kon beginnen. Geflankeerd door een stevig bebaarde bassist was Forest Swords, aka Matthew Barnes, er klaar voor ons mee te nemen naar een universum waar tijd en ruimte van geen tel meer zijn.

Beginnen deed het duo met 2 nummers uit de vorige, zeer degelijke EP, ‘Dagger Paths’. Meteen werden we meegezogen in een heerlijk psychedelisch bad van Oosterse gezangen, woestijnritmes en andere wereldse klanken. Eens “Ljoss”, de opener van de recentste plaat ‘Engravings’, van start ging was het volledige publiek al in een diepe trance gebracht. Prachtige visuals waar duidelijk veel tijd in was gestoken werkten het tripgehalte nog meer in de hand. Totempalen, vallende bloemen, headbangende meisjes, beelden van kosmos en autosnelwegen, het passeerde allemaal de revue. De melange aan invloeden bleef maar komen. Heerlijk surfend op dit rijke geluidspallet reisden we naar verschillende uithoeken van het muzikale spectrum; van relaxerende dub naar Massive Attack achtige triphop tot weidse filmarrangementen, de zaal liep er van over. Bovendien bewees Forest Swords meer te zijn dan enkel een knoppendraaier en haalde hij af en toe de gitaar boven om, vooral bij “The Weight Of Gold”, een heerlijke Morricone sound te creëren en anders nog wat postrock vibes uit te sturen.
Wat verder in de set konden we ons verwarmen aan de zalige gloed van het lekker nasmeulende “Friend you will never learn” en kregen we enkele nieuwe nummers voorgeschoteld. Het einde was misschien een tikkeltje abrupt en het deed ons toch wat verlangen naar meer.
Maar goed, no bad feelings na zo’n ijzersterke performance. Dankbaar dat er niets van de infrastructuur naar beneden gekomen was door de dreunende bassen konden we ons rond een uur of 5 nog laven aan een laatste pint. De Ronde van Vlaanderen hadden we dan wel gemist, deze zondagnamiddag was meer dan geslaagd!

Forest Swords is de juiste band op het juiste moment met z’n mysterieuze, weidse en zeer eigentijdse sound. Hier gaan we ongetwijfeld nog veel van horen, en zien.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Nick Waterhouse

Nick Waterhouse - Oneindig veel meer dan zwelgen in nostalgie

Geschreven door

De avond werd geopend door Thierry Steady Go!, naar verluidt de ongekroonde koning van de Brusselse soul. De man draaide zeldzame en naar alle waarschijnlijkheid erg kostbare 45-toerenplaatjes uit de jaren ‘50 en ‘60. Ideale stuff om het publiek op temperatuur te laten komen (voor zover dat nodig was) alhoewel ik een dj als voorprogramma een beetje vreemd blijf vinden.

De 27-jarige Nick Waterhouse (uit Los Angeles) kwam zijn nieuwste plaat ‘Holly’ voorstellen. Die klinkt wat gesofisticeerder dan zijn eerste ‘Time’s all gone’ en ik ben er nog niet uit of ik dit beter of slechter moet vinden. Wat ik wel weet is dat zijn concert in een helemaal volgelopen Orangerie een regelrechte voltreffer was.

Waterhouse had een uitgebreide groep (allen keurig in het pak) meegebracht : twee blazers (tenor sax en bariton sax), een congaspeler, een drummer, een bassist, een toetsenist en de schitterende backingzangeres Roberta Freeman. Ondanks dat vele volk bleef de muziek vrij transparant en waren het enkel de tenor saxofonist en de pianospeler die af en toe ruimte kregen voor een solospotje.
Al heel vroeg in de set kregen we twee hoogtepunten met “Time’s all gone” waarbij het kookpunt in de zaal een eerste keer bereikt werd en “Dead room”, dat vooruit gestuwd werd door een soulvolle piano, die me onwillekeurig deed denken aan James Leg. De muziek van Nick Waterhouse zou je kunnen omschrijven als een mix van authentieke rhythm ‘n blues en soul, gekruid met een mespuntje jazz. Retro, dat zeker maar hij is bijvoorbeeld ook niet te beroerd om een recent nummer als “It # 3” van Ty Segall te coveren. Alles werd bijzonder smaakvol gespeeld met veel zin voor details en nuance. Het enige wat men hem zou kunnen verwijten is dat hij het net iets te braaf bracht. Bij de wat steviger gespeelde songs of toen hij plots een oerkreet uit zijn strot ramde waren de reacties van het publiek meteen een stuk uitzinniger. Nu, het volk wat op zijn honger laten zitten kan eigenlijk ook geen kwaad. Tijdens het laatste nummer, een lekker stomend “(If) you want trouble”, gooide de groep dan toch alle remmen los en ging het er een stuk wilder aan toe.
Daarna was het een beetje bang afwachten want wat bisnummers betreft heeft Nick Waterhouse stilaan een wat kwalijke reputatie gekregen. Vorig jaar in Trix kwam hij ondanks lang en luidruchtig aandringen niet terug en onlangs op Motel Mozaïque in Rotterdam presteerde hij het om een bis van welgeteld anderhalve minuut te spelen. En zo zijn er nog verhalen. Ook hier werd er lang en hard geschreeuwd. Dat laatste vooral door het vrouwelijk gedeelte van het publiek dat een regelrechte aanslag op mijn zo al geteisterde trommelvliezen pleegde.

Uiteindelijk verscheen de band opnieuw op het podium, voor één of twee nummers wist Nick ons te vertellen. Het werden er uiteindelijk drie (!) met als laatste een weliswaar hertimmerde maar briljante versie van “Pushin’ too hard” (The Seeds) waarin zijn garagerockroots nog eens opborrelden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Rodriguez

Rodriguez - de man achter de mythe

Geschreven door

Wie sinds jaar en dag al een plaat van Sixto Rodriguez in de collectie heeft zitten mag zich met recht en rede Een Muziekkenner noemen. De twee albums die deze illustere Amerikaanse troubadour met Mexicaanse roots in de prille jaren ’70 op het erg bescheiden Sussex label uitbracht werden weliswaar meteen de hemel ingeprezen door een handvol critici, toch gingen toen amper een honderdtal exemplaren van beide platen over de toonbank. De maatschappij kritische teksten verpakt in psychedelische en jazzy folk deuntjes leverden hem al gauw het etiket van ‘The Next Dylan’ op, maar nadat hij zijn C4 kreeg van Sussex verdween Rodriguez even snel als ie gekomen was terug in de achterbuurten van Detroit.

Sinds de release in 2012 van de intussen met awards overladen muziekdocu ‘Searching for Sugar Man’, verwijzend naar zijn signature song “Sugar Man”, weet intussen ook de rest van de muziekminnende planeet wie Rodriguez is en verkopen reissues van zijn twee studioalbums als zoete broodjes. Net als generatiegenoot Leonard Cohen voor hem heeft ook deze kranige zeventiger inmiddels zijn weg gevonden naar het lucratieve live circuit, en laat hij in no time de grootste concertzalen vollopen.

Bij aankomst aan een hopeloos uitverkochte AB stond dit keer geen tourbus aan de voordeur geparkeerd, maar wel een opzichtige promostand van Volkswagen die aan de tweedaagse (donderdag en zaterdag) doortocht van Rodriguez de nodige commerciële ruchtbaarheid moest geven. Sommigen zullen er al dan niet terecht een deuk in het imago van de zelfverklaarde working class hero in zien, wij waren vooral benieuwd hoe de man vocaal uit de hoek zou komen. Op basis van recente concertreviews werd het strot van Rodriguez immers unaniem afgekraakt als afgeleefd en versleten, dus het leek ons beter om met luttele verwachtingen de zaal in te trekken.
Lag het aan de sloten thee met honing die hij vlotjes naar binnen werkte of had de man gewoon een begenadigde dag? In ieder geval, iedereen was meteen gerustgesteld toen bleek dat de bijna 72-jarige Rodriguez als liedjesvertolker een zeer degelijke beurt maakte in de Brusselse concerttempel. Geflankeerd door zijn twee dochters werd de langzaam blind wordende Amerikaan schoorvoetend naar de micro geëscorteerd, op zich al goed voor een eerste emo moment, om vervolgens solo “Love Me Or Leave Me” in te zetten. Deze Broadway evergreen werd onsterfelijk gemaakt door ondermeer Nina Simone, in de AB bood de versie van Rodriguez een aardig voorsmaakje van het folkjazz recept waarop veel van zijn liedjes gebaseerd zijn. Er zouden nog meer covers volgen tijdens het verloop van de set, en jammer genoeg vertoonden ze niet allemaal evenveel affiniteit met Rodriguez’ eigen back-catalogue. Met speelse rockabilly versies van “Lucille” en “Blue Suede Shoes” wou de bejaarde Amerikaan waarschijnlijk hulde brengen aan nog een paar andere van zijn muzikale helden, maar zowel qua tempo als qua impact bleken het zowat de enige spelbrekers van de avond.
Veel beter kwamen Rodriguez en zijn driekoppige begeleidingsgroep dus uit de verf toen zowat elk nummer uit debuutplaat ‘Cold Fact’ (‘70) de revue passeerde. Gitarist Matthew Smith vulde hierbij de gaatjes die hier en daar tussen het rudimentaire gitaargetokkel van zijn baas gaapten vakkundig op, zoals tijdens de funky protestfolk van “This Is Not A Song, It’s An Outburst: Or, The Establishment Blues”, de melancholische crooners “Forget It” en “I Wonder”, of de huppelende psychedelica van “Inner City Blues”. Heel wat spaarzamer werd omgesprongen met de wat miskende tweede plaat ‘Coming From Reality’ (‘71), waaruit we enkel het naar de broeierige West Coast sound ruikende “Climb Up On My Music” en het aan Harry Nilsson schatplichtige “I Think Of You” optekenden.
In tegenstelling tot genre- en leeftijdsgenoot Dylan waagt Rodriguez zich nooit aan grote lappen tekst en ellenlange songs. De strakke opeenvolging van de vrij compacte nummers zorgde zo voor een dynamiek die je niet meteen van een illustere 70+ artiest zou verwachten. Enkel aan zijn pièce de résistance “Sugar Man” bleek wat gesleuteld om de grens van de 5 minuten te bereiken; straf trouwens hoe het nummer ook zonder de wenende blazers en psychedelische effecten van de studio versie moeiteloos overeind bleef.
Naarmate de avond vorderde werd Rodriguez steeds spraakzamer en spontaner, liet hij paar ontwapenende levenswijsheden los op het publiek (“Hate Is A Too Powerful Emotion For Someone You Don’t Like” kan zo in het citaten handboek van King en Mandela), en riep hij als eeuwige humanist op tot vrede in Oekraïne. Zijn hoge zwarte hoed ging meerdere malen af als publieksgroet, en dit terwijl het omgekeerde gebaar evenzeer op zijn plaats was. Tijdens de encores haalde de man zelfs de Belgische driekleur boven, een guitige geste voor het AB publiek dat duidelijk verschillende generaties overspande en waarvan de overgrote meerderheid ongetwijfeld pas onlangs met het intussen ruim 40 jaar oude oeuvre van Rodriguez in aanraking kwam.

Net als Frank Sinatra hem ooit voordeed verdween de kranige Amerikaan met een doorleefde interpretatie van Al Hoffman’s “I’m Gonna Live Until I Die” van de bühne. Het spreekwoordelijke doek lijkt dus nog niet gevallen voor Sixto ‘Sugar Man’ Rodriguez, een uitzonderlijke singer-songwriter die het reeds bij leven en welzijn klaarspeelt om uit te groeien tot een mythische figuur én er zelf nog kan van genieten ook.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/rodriguez-03-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/bird-03-04-2014/
Organisatie: Jazztronaut + Ancienne Belgique, Brussel

Ásgeir

Asgeir - Zwoele IJslandse lava vloeit door de Centrale

Geschreven door

De ‘Badly Drawn Boy’- look is in tegenwoordig: zowel Blaudzun, als de man die vanavond in de Centrale optrad, gaan goedgemutst door het leven. Asgeir Trausti Einarsson is momenteel de populairste artiest in IJsland , wat op zich niet zoveel voorstelt, als je weet dat er meer mensen in Antwerpen stad wonen dan in heel IJsland. Asgeir komt dan nog uit Laugarbakki, een gehucht op de duizend kilometer lange ringweg halfweg tussen Reykjavik en Akureyri, dat uit niet meer dan een benzinestation en enkele huizen bestaat. Asgeir liet zijn IJslands gezongen album ‘Dýrð í dauðaþögn’ door John Grant in het Engels vertalen, wat dan ‘In the silence’ werd, en ook in de sprookjesachtige video van “King and Cross”, mag Grant Monty Python-gewijs opdraven, enkel de kokosnoten ontbreken.

Asgeir heeft dus twee versies van elke song, een in het Engels en een in het IJslands, en zou vanavond afwisselend in de ene of de andere taal zijn nummers brengen. Dit was best interessant omdat iedere taal toch zijn eigen klankkleur heeft en de nummers toch net een andere emotionaliteit krijgen.
De set vanavond begon met een tapeloop met IJslands a cappella gezang, wat ietwat Gregoriaans aandeed, waarna vijf boerenjongens met cowboyhoeden het podium betraden, waarbij de bebaarde drummer in korte broek en Hawaiihemd de opvallendste verschijning was.
Asgeir begon eraan met “Head in the snow”, dat met zijn combinatie van falset en glitchpop klonk alsof Justin Vernon bij The Notwist aan het werk was. Einarsson speelde  afwisselend op keyboards, electrische en akoestische gitaar en ook de oudere broer van Asgeir die deel uitmaakt van de band wisselde tussen keyboards en gitaar. In totaal zaten er een drietal nummers in de set die niet op de plaat stonden, plus een heel originele bewerking van Nirvana’s “Heartshaped box” dat heel ingenieus in mekaar zat met rustige passages op piano waarna de volledige band inviel met een voorname rol voor de drumpartijen die deze donkere grungeclassic vertimmerden tot een tribal remix. Heel toepasselijk ook, het is nu 20 jaar na de dood van Kurt Cobain, en op weg naar de Centrale draaide Studio Brussel de vijftig favoriete platen van Cobain, met heel wat obscure punk en hardcore.
Het bereik van Asgeir’ stem was heel ruim, gaande van falset naar donker murmelend, maar altijd met een heel warme klankkleur en ook met het grappige IJslandse accent in de Engels gezongen nummers. Het publiek maakte het niet uit in welke taal er gezongen werd, het vroeg zelfs om de nummers in het IJslands te zingen toen Asgeir er om vroeg. De bekende nummers zaten aan het einde, met “King and cross” en in de bis mocht natuurlijk “Torrent” niet ontbreken, heel dynamisch door de afwisseling van falset en orkestrale stukken. Dit was een heel warm sfeervol concertje geweest, en pure reclame voor het zien van artiesten in een kleine zaal.

Setlist: Head in the snow - In the silence - Lupin intrigue Ocean Higher - Summer guest - Was there nothing - Going home - Heart shaped box Dreaming - Nu Han blǽs - King and cross - On that day Torrent

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 589 van 966