logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic

Marianne Faithfull

Horses and High Heels

Geschreven door

In de loop van vijf decennia is Marianne Faithfull uitgegroeid tot één van de grote dames van de popmuziek.
Al een  pak platen lang houdt ze van pareltjes uit het popverleden. Ze krijgen een oppoetsbeurt en ze hier van Nat King Cole tot de Gutter Twins. Ze vult aan met een handvol eigen composities. Op die manier tuimelt ze in het hitarchief, en houdt zich levendig (jong) door voeling te houden met de huidige generatie artiesten. Ze gaat in zee met een keur aan gast- en sessiemuzikanten en deed net als de vorige cd uit 2009 ‘Easy come, easy go’, beroep op  producer Hal Wilner, die ook al achter ‘broken english’ stond.
Het is een mooie, afwisselende cd geworden; de songs hebben een broeierige ondertoon en zijn tot in de puntjes uitgewerkt; er is de aandacht voor subtiliteit, het geheel straalt een vaudeville stijl uit en balanceert tussen indringend gevoel en een optimistische stemming. Haar gruizige, grauwe, rokerige stem geeft kracht, emotionaliteit en kwetsbaarheid.
Naast een pak ingetogen, sfeervolle, dromerige songs zijn we toch onder de indruk van de popsongs als “Why did we have to part”, “No reason”, “Gee baby” en “Eternity” . Een grenzeloos respect verdient ze en dat heeft ze voor heel wat artiesten en bands. Klasse dus!

Elbow

Build a rocket boys

Geschreven door

Het charismatische Elbow van zanger/componist Guy Garvey uit Manchester is al zo’n vijftien jaar bezig en kreeg met de vorige cd ‘The seldom seen kid’ de verdiende erkenning. De sound is als een hypnotiserende luistertrip van broeierige popsongs, door diverse lagen opgebouwd; ze hebben een dromerige, melancholische, hemelse ondertoon, gedragen door de even weemoedige stem van Garvey .
Op de opvolger gaat de band op dezelfde leest verder van grootse dramatiek en romantiek, en barst af en toe open; het geheel klinkt nostalgisch, vertederend, ontroerend en onbezorgd. Fijnzinnige pop van uitgebalanceerde nummers, waarbij Garvey ons meevoert in z’n beleven, luister maar eens naar de acht minuten opener “The birds”. Ook “Lippy kids”, “Neat little rows”, “High ideals” en “Open arms” zijn fraai uitgewerkt en gearrangeerd door strijkers, twinkelende keyboardpartijen en de variërende zangpartijen.
De andere songs behouden een sfeervolle aanpak en kunnen sober en directer zijn.
Op die manier slaagt Garvey en Co erin voldoende afwisseling te bieden, die de plaat uitermate boeiend houdt.

Cold War Kids

Mine Is Yours

Geschreven door

Het uit LA afkomstige kwartet Cold War Kids, onder de hyperkinetische zanger/pianist/gitarist Nathan Willet overtuigde sterk met hun debuut ‘Robbers & Cowards’, waarbij een handvol uitstekende singles te noteren vielen als “Hang me up to dry” en “We used to vacation”. Aanstekelijk, broeierig, intrigerend en toegankelijk materiaal tussen poprock, folk, soul en blues, door de broeierige opbouw, het tintelende gitaarspel en Willett’s gedreven vocals .
De opvolger ‘Loyality to Loyality’ was moeilijker, een groeiplaatje. De meeste songs hadden net iets te weinig vaart, waren slepender om in zijn algemeenheid te overtuigen. Een handvol songs konden het gekende CWK hitpotentieel niet omhoog krikken/
De derde cd ‘Mine Is Yours’ neigt terug naar die verdienstelijke eerste . . de songs zijn opener, minder zwaar en klinken aanstekelijk, warm door die pianopartijen en gitaarriedels. Dec eerste songs zijn om U tegen te zeggen: “Louder than ever”, “Royal blue” , “Finally begin” en de titelsong van de cd; dan zakt de cd wat ineen om dan naar het eind opnieuw sterk uit te halen met de afsluitende reeks “cold toes on the cold floor” en “flying upside down”. Intimiteit en extravertie kruisen elkaar voortdurend, het point final van deze CWK!

Rock Werchter 2011 - zondag 3 juli 2011

Rock Werchter 2011 - zondag 3 juli 2011
Een beetje de dag van Contrasten op de Manistage: springerige gitaarpop van Kaiser Chiefs, de doorleefde noiserock van Grinderman, de hardrockende veteranen van Iron Maiden en tot slot de bubble ’hitparade’ gum van The Black Eyed Peas. Kan het nog meer verscheiden om iedereen samen te brengen?

De punkpop vroeg op de middag lieten we aan het hoofdpodium aan ons voorbij gaan. In de Marquee stonden een resem debuterende bands geprogrammeerd. Even een check up:

Het Britse Everything Everything speelde broeierige, stekelige pop. De energieke opstootjes en de bevreemdende afwisselende vocals (normaal – falset zang) namen we erbij, maar verrassen deed het niet.

De jonge snaken van The Vaccines mogen zichzelf tot de revelatie van Rock Werchter 2011 kronen. Vroeg op de middag staken zij al de lont aan en brachten zij een kolkend setje met onversneden rock’n’roll met fifties invloeden en met een flinke scheut Ramones. ”Wreckin’ bar” was met zijn 80 seconden de kortste song van heel Rock Werchter, maar meteen ook de meest opwindende. Voeg daar nog eens een al even stomend “If you wanna” en “Norgaard” bij en je hebt uw rock’n’roll zo puur, spits en snel als het maar kan zijn. Wat die fantastische debuutplaat ‘What did you expect from The Vaccines’, die er hier helemaal werd doorgedraaid, al deed vermoeden, is nu met verve bevestigd. The Vaccines zijn de meest spetterende nieuwe band van het laatste jaar.

Wisselend klonk het Australische Tame Impala. Ze schoten vorig jaar als een komeet de lucht in na hun krachtige psychedelische trip op Pukkelpop. Het debuut ‘Innerspeaker’ en de retrostonersingle “Solitude is bliss” zorgden ervoor dat het jonge bandje meteen één van de ontdekkingen van het najaar waren. In het clubcircuit breiden ze hun songs aaneen en klonken ze gemoedelijk en dwarrelend. Ook hier vandaag in Werchter. Toegegeven, ze kunnen er wat van, richten de ogen op de pedaaleffects en de snaren, gaan volledig in hun sound op en zorgen voor begeesterende partijen, zoals op “I not meant to be”, met een prachtige outtro, “Desire be desire go” en hun doorbraaksingle. De kennis en de kunde waren aanwezig maar er kon wat meer enthousiasme van af.

Nog meer fijne deuntjes uit de UK kwamen van Kasabian, nog zo een band die gelukkig de wanprestatie van Beady Eye deed vergeten. Een lekker hypnotische sound verpakt in songs met een hoge verslavingsfactor en stilaan opbouwend naar een heuse climax toe. Elders in de wereld staat Kasabian steevast hoger op de affiche geprogrammeerd en nu weten wij waarom.

De Noord-Ierse teenagers van Two door cinema club waren de kers op de taart binnen de ontdekkingsreis in de Marquee vandaag. De frisse, lieflijke, fijne, catchy, dansbare indiepopsongs die kort, vaardig en kernachtig klinken van hun debuut ‘Tourist History’ zijn live even springerig, sprankelend en aangenaam. Een afgeladen volle Marqauee wou hun Jeugdig Optimisme niet missen. Probleemloos konden we van de popmelodieën genieten, van “Undercover Martyn”, “Do you want it all”, “This is the life”, “Something good can work” tot “What you know”, “Come back home” en “I can talk”. Ze hielden het boeiend door de tempowisselingen, de forse injectiestoten, de gitaarriedels en de leuke tunes. Die kerels zijn net als Air Traffic, een paar jaar terug, klaar om het grote publiek te bereiken. Ze hebben de kunst om toegankelijke, speelse en intense goede popsongs te schrijven! Dit popvaatje kan een mooie toekomst bieden …

Kaiser Chiefs is zo stilaan het huisorkest geworden van Rock Werchter, maar zij mogen blijven terugkomen omdat ze altijd voor een uitbundig feestje zorgen. En dat was nu niet anders, wij vonden het helemaal niet erg dat dit een uiterst voorspelbaar concertje was want we hebben er nog maar eens met volle teugen en bierbekers van genoten. Volle fun dus met “Everyday I love you less and less”, “I predict a riot”, “Ruby” en “Oh My God”. Ook het nieuwe materiaal kon bekoren, er zit dus nog niet onmiddellijk sleet op.

De band die ons het meest naar de strot greep en ons in een donkere poel van lust, verderf en brute agressie sleurde was het duivelse Grinderman. Nick Cave stortte zich als een uitgehongerde wolf op het podium en in het publiek, hij maaide zijn al even krankzinnige kompaan Warren Ellis hardhandig omver, rukte met forse kracht zijn keyboard naar de fillistijnen en brieste bezeten door, als de duivel hemzelve. Zelfs naar Cave zijn maatstaven was dit buitensporig.
De rauwe, primitieve en destructieve blues van Grinderman raasde als een bloeddorstige hyena over Werchter. De Iron Maiden fans stonden er op te kijken alsof ze net een UFO hadden zien landen. Wij waren volledig in extase van dit brute geweld met briesende songs als “Mickey Mouse and the goodbye man”, “Get it on” en het verpletterende “No pussy blues”.
Hierna moest Iron Maiden komen op de mainstage, wij waren al overtuigd: The number of the beast may be 666, but the name of the beast is Grinderman ! Dit was ronduit geweldig, fenomenaal, monsterlijk, vernietigend, beestig en duivels.

Het publiek is te vinden voor de uit Seattle afkomstige Fleet Foxes. Hun dromerige indiepop, americana, folk, ‘60s pop en psychedelica, onder een meerstemmige zang, bepaald door de warme, hemelse stem van songschrijver Robin Pecknold, intrigeerde. Het sextet is nog maar toe aan de tweede plaat (‘Fleet Foxes’, ‘Helplessness Blues’) en net als Two door cinema club was het hier koppen tellen in de Marquee. Niet voor niks staat de band met de winter in Vorst Nat. Maar zo winters klonken ze op deze zomeravond niet! Want ze speelden hun songs krachtiger en steviger. Het sterke onthaal bracht de band onder de indruk en ze genoten ervan. Ze leverden een puike set af; het was lekker genieten van de subtiliteit van akoestische en elektrische gitaren, toetsen, flutes, bezwerende drums en de stemmenpracht. Een ‘waaw’ gevoel creëerden ze met songs als “Your protector”, “White Winter Hymnal”, “Ragged wood” en “Lorelei”, die mooi naast elkaar stonden. Op de titelsong van de tweede cd gingen de heren lekker tekeer. Mooi gedaan, Fleet Foxes …

Vorig jaar op Pukkelpop konden de ouwe hardrockers van Iron Maiden ons wel twee uur lang blijven boeien, en vandaag was dit niet anders. De groep is nu populairder dan ooit. De mensen zijn blijkbaar al die extreme metal varianten beu (death, gore, grind, speed, black en weet ik veel wat nog allemaal) en grijpen terug naar ‘old school hard rock’ met om de haverklap gitaarsolo’s en stoere vocals. Soms kan een beetje te veel van dergelijke muziek danig op de zenuwen gaan werken maar voor Rock Werchter was het een welgekomen afwisseling, want afgezien van vaste klanten Metallica zijn ze hier nog niet zo veel gewoon op dat gebied.
Bruce Dickinson was alweer prachtig bij stem en zette een toeschouwer koud op zijn plaats door hem de huid vol te schelden nadat die met een laserstraal constant in de ogen zat te schijnen. Fijne kerel, die Bruce. Het gitaristentrio van Maiden stond professioneel en messcherp te spelen, de solo’s vlogen ons om de oren maar de clichés namen wij er met graagte bij, want dit was een beresterk concert van een bende bedreven ouwe rotten. Wij hadden de indruk dat het nog iets straffer was dan de Pukkelpop passage van vorig jaar, vooral wanneer in het laatste half uur in een stroomversnelling werd gestapt met bronstige uitvoeringen van “The number of the beast”, een geweldig “Hallowed by the name” en het oudje “Running Free”.
Iron Maiden is op gezegende leeftijd nog steeds een topper in het genre en was een aangename ‘ongewone’ band voor een festival als Rock Werchter. Volgend jaar Motorhead, graag.

Hoogtepunten alom als in die Marquee tent bleef rondhangen, want ook de dertigjarige Robin Miriam Carllson aka zweedse Robyn beleeft ‘the time of her life’. Met haar vierde cd, simpelweg ‘Robyn’ genaamd wist ze met de single “With every heartbeat” een definitieve re-entry te forceren na haar monsterhit “Show me love” (Robin S), bijna vijftien jaar terug.
De aanstekelijke briljante electropop brengt ze momenteel in het luik ‘Body talk pt 1 & pt 2’. We werden overweldigd door synths en electrodrums in een onweerstaanbare party mix. Robyn dartelede als een wulpse deerne rond op haar dancefloorkillers. Ze stond geen seconde stil en danste zich de ziel uit haar lijf.
Een veroveringstocht werd het met ratelende “Dancing on my own”, “Dance to the beat”, “Love kills”, “Indestructable”, “Call your girlfriend”, “Hang with me” en haar doorbraaksingle “With every heartbeat”.
Wat kan de muziek en het leven mooi zijn met Robyn. Zij danste hier niet ‘on het own’. Een heerlijk optreden, dat nazinderde …

De NYse A-Trak had de taak een brug te slaan tussen Iron Maiden en The Black Eyed Peas, gezien er heel wat moest afgebroken (van Iron Maiden) en opgebouwd worden ( The Black Eyed Peas) op het hoofdpodium. Het voelde allemaal een beetje vreemd aan dat een DJ op de afsluitende RW-dag het publiek moest opwarmen. Intussen hadden alle leeftijden postgevat om na een welgesmaakte mix het Amerikaanse ‘hithippopcollectief’ The Black Eyed Peas aan het werk te zien; na eerdere gigs op RW en TW Classic 2010 waren ze terug met hun ‘Where’s the party’- time .
Ze zorgden voor een afgelikte American show die MC Will.I.Am en Fergie in de spotlights plaatste. De vier kernleden konden hun raps, zang en dans doen in een op z’n Muse’s futuristisch opgebouwd huis met dakterras. De leden waren soms in Robocop stijl gekleed.  Tussenin kon Fergie met “Big girls don’t cry” één van haar successen zingen. Om de  kledijwissels en haarkapsel van Fergie te verzekeren gaf Will.I.Iam een veel te lange DJ set vol ‘oldtime classic’ hits, die eindigde in de streetdance van LMFAO “Party rock anthem”. Die verzilverden ze dan in een chiroreeks BEP jukebox hits als “Pump it”, “Where is the love”, “Boom Boom Pow”, “The time (dirty bit)” en “I gotta feeling”.
De menigte kon hier lustig op dansen en uit hun dak gaan en met het vuurwerk er bovenop knalde Rock Werchter letterlijk nog 1 keer …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2011 - zaterdag 2 juli 2011

Rock Werchter 2011 - zaterdag 2 juli 2011
‘Tonight’s the night’ voor Coldpaly, want hier was het meeste publiek voor gekomen. Goed degelijke set, maar ze voegden aan deze tour niks toe … Eerder waren we onder de indruk van Elbow en komt er met Bruno Mars een opkomend ‘hitparade’ talent. Selah Sue wordt met Triggerfinger het Belgische festivalbeest. PJ Harvey en Portishead zijn voorbijgestreefd en zijn al bedoeld voor een oudere generatie van … + 40 …

’s Middag begon dag 3 met een reeks ontdekkingen: Rival Sons en Evaline speelden op zich goede sets, maar gaven geen weergaloze indruk.
Rival Sons greep terug naar de jaren van Free, Led Zeppelin - Robert Plant, CCR – John Fogerty en Black Crowes. Doorleefde en broeierige ‘70s retrorock met een bluesy ondertoontje en lekkere soli.
Evaline greep op z’n beurt naar de ‘80s waverock en koppelde het aan Interpol, Editors, White Lies en I Like Trains. Een overenthousiaste zanger ging wild tekeer en was al na één minuut het publiek in. Snedig, gedreven setje van de heren, maar het is koffiedik kijken hoe hun toekomst er zal uitzien.

De tieners hadden zich vooraan verzameld om hun idool Taylor Momsen aan het werk te zien. De bekende ‘Gossip Girl’ (zo lezen we toch), jonge deerne was nogal redelijk opvallend gekleed met Zweedse vlechtjes, een ‘Kill ‘em al’ t-shirt van Metallica, lederen jasje en was kortgerokt … Een jonge Wendy James - Transvision Vamp, die aanslaat bij de jonge generatie. Samen met de band bracht ze eerder kleurloze Amerikaanse rock die de eerste rijen misschien kon ontroeren, maar verderop en bij ons enkel een glimlach ontrafelde.

Compromisloze noeste werkmansrock, daarvoor staat The Gaslight Anthem. Wij hebben hen vorig jaar een stuk feller aan het werk gezien in de Brusselse AB, maar ook nu kregen ze onze volle sympathie. Het is gewoon lekkere Amerikaanse rock met een heuse punk spirit en zonder franjes.

Het gelegenheidsproject Jenny & Johnny van Jenny Lewis  en Jonathan Rice klonken als het zoveelste bandje binnen de indie/americana. Toegegeven, ze boeiden wel, maar verrassen deden ze helemaal niet. Ze plaatsten zich ergens tussen Angus & Julia Stone en The Kills. Op die manier gingen ze van een frisse, dromerige naar een meer rauwe, stekelige melodieuze aanpak.

Opkomend talent Peter Gene Hernandez alias Bruno Mars komt uit Haïti en is pijlsnel de hoogte ingegaan met z’n debuut ‘Doo-wops & Hooligans’; hij scoorde al enkele hits “Grenade“, “Just The Way You Are”, “The Lazy Song” en “Easy come, easy go”  en heeft het jonge publiekje veroverd. Er was dus heel wat jong volk iets na vieren om deze artiest, die al een Grammy in de wacht sleepte als beste popzanger, aan het werk te zien. Hij beschikte over een uitgebreide, enthousiaste band. Blazers, toetsen en backing vocalisten vullen aan en geven de subtiele muzikale smeltkroes van pop, rock, soul en funk nog wat meer kleur door ska, reggae, folk en gospel.
… Zomers! … Een sterke podiumprésence, het publiek bij de songs betrekken, refreinen laten meezingen en variatie in het songmateriaal … De jonge artiest had veel in z’n ‘Mars’. De singles ontbraken niet en middenin de set trakteerde hij ons op een puike versie van Michael Jacksons “Diane”. Inpalmen deed hij me niet, maar dat zal worst wezen voor ‘the next generation’!
De man gaat alvast een mooie toekomst tegemoet en staat in het najaar al meteen geprogrammeerd in Vorst Nat.

I Blame Coco:
I Blame ‘Rliot Paulina’ Coco (Sumner) is de 20 jarige dochter van Sting. Zij debuteert met lichtvoetig popwerk van eenvoudige, sfeervolle, hartverwarmende, groovy melodieuze songs. De singles “Selfmachine” en “Quicker” zaten netjes verdeeld in de set. Haar indringende, lage stem waren geen toegevoegde waarde. Het geheel klonk tamelijk onschuldig. Toch twee pareltjes die ‘het-meer-van-hetzelfde’ gedoe ontkrachten, “The chain” (van Fleetwood Mac) en afsluiter “Caesar”.

Er straalde magie over de weide met het wonderlijke Elbow wiens set volledig was opgebouwd rond de laatste twee platen ‘Build a rocket boys’ en ‘The seldom seen kid’, twee pareltjes die bij elke aanraking nog beter worden. Nochtans geen voor de hand liggende muziek om een menigte van duizenden in te palmen, maar dat was buiten Guy Garvey gerekend, hij wist het publiek mee op te slorpen in de fantastische songs van Elbow en zo een uniek gevoel van gelukzaligheid over de wei te laten heersen. En het leek allemaal oprecht, gemeend en spontaan, wat bijvoorbeeld bij Coldplay later op de avond wel anders zou zijn. Van bij de eerste klanken van het wondermooie “The Birds” wisten we dat er iets magisch stond te gebeuren en dat gevoel hield aan tot de laatste noten van de overweldigende afsluiter “One day like this”. Een mens zou er euforisch van worden. De winnaar van dag 3 was meteen gekend.


Midden de jaren ’90 zou het anders geweest zijn om PJ Harvey on stage te zien; dan zou iedereen rechtgeveerd zijn om de Engelse ‘rockchick’ te zien. Ruim tien jaar later vindt ze niet meer de aansluiting met het jonge publiek en is haar sound geëvolueerd naar  luistermuziek, toegankelijk, gewaagd, kronkelend en experimenteel … Muziek van Contrasten …
En daarenboven was een groot deel van de wei naar ons Belgisch talent Selah Sue gaan kijken (zie recensie Couleur Café). Zo zie je maar hoe het kan gaan met de artiesten. Polly Harvey pinde John Parish en voormalig Bad Seed Mick Harvey vast aan het recente ‘Let England Shake’. Haar engelenkostuum (een bijzondere witte jurk en een verentooi) paste wel op het broeierige, bezwerende, spannende, ‘zoekende’ materiaal, gedragen door een etherische Polly zang, die nauwelijks declamerend, kirrend, schreeuwend of rauw was. Korte songs op autoharp en akoestische/elektrische gitaar, vakkundig ondersteund door de andere leden die mijlen ver van haar stonden op het hoofdpodium.
Ze liet ons meedrijven in de rijke traditie van de Britgeschiedenis. Af en toe dreef een oudje ietwat ongeïnspireerd boven als “C’mon Billy en “Down by the water”. Beter waren de ongepolijste ruwe (weliswaar korte) versies van “Big exit” en “Meet ze Monstra”. PJ Harvey moet het duidelijk hebben van de 35 plussers die een paar maanden geleden nog alle moeite deden om een ticketje te bemachtigen van haar twee snel uitverkochte concerten in het KC!

Een hoop minder volk ook voor Portishead. De jonge garde had blijkbaar nog nooit van dit groepje gehoord, van ons zouden ze dit als verplicht huiswerk mee krijgen. Wij waren gelukkig gebleven en stonden bij momenten perplex van de fluwelen stem van de zalige Beth Gibbons en van de heerlijk onderkoelde sound van haar band.
Het zal u misschien ontgaan zijn dat Portishead in 2008, jaren na hun zogenaamde glorieperiode, een fantastische plaat ‘Third’ heeft gemaakt. Vandaag werd hier gretig uit geserveerd en het was buitenaards mooi. Portishead stond misschien te vroeg op het podium, dit soort muziek snakt naar de duisternis, maar ook bij klaarlichte dag greep de groep ons naar de keel met een donkere trip van een uur die uitmondde in de bezwerende tonen van de dreigende en angstaanjagende afsluiter “We carry on”. Ongekende duistere pracht.

De set van de duurste, maar daarom niet de beste, band van het weekend Coldplay was wat je  mocht verwachten : majestueus, professioneel, af, vermakelijk en klassevol, maar ook glad en voorspelbaar. Coldplay ontgoochelde dus hoegenaamd niet, het gewillige publiek was meteen verkocht, maar het verrassingseffect is al enkele jaren weg. De nieuwe songs brachten geen ‘waaw’ gevoel en verder bleek dat de heerlijkste momenten nog steeds veroorzaakt worden door songs van de eerste twee platen zoals “Shiver”, “Yellow”, “The scientist”, “Everything’s not lost” en een briljant “Clocks”.
Een waardige afsluiter, dat wel, want zowat iedereen houdt van Coldplay (inclusief onze grootmoeder en haar poedel) maar er zijn geen scherpe kantjes aan. Een band die nu nog op zijn top is, maar vanaf hier kan het enkel maar bergaf gaan. Binnen een jaar of vijf zien we hen wellicht op de affiche van Night Of The Proms staan.


Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Rock Werchter 2011 - vrijdag 1 juli 2011

Rock Werchter 2011 - vrijdag 1 juli 2011
Op de tweede dag RW bewezen Kings Of Leon, Arctic Monkeys en onze Triggerfinger dat rock (’n’roll) leeft! Puike sets hoorden we van de topbands . Ook de ingedrongen wave van The National en White Lies klonk aanstekelijk. In de Marquee bouwden Goose, The Subs en Kesha een feestje … Proost … A hot summer in Werchter …

Het Amerikaanse kwartet Mona opende op het hoofdpodium. Ietwat te hoog gegrepen, want een bescheiden hitje als “Listen to your love” kon de rest van hun doorsnee  melodieuze gitaarpoprock onvoldoende boeien. Toch hadden we nog iets aan “Trouble on the way” en “Teenager”, een song die een jong meisjeshart sneller deed slaan.

Op naar Grouplove. Hun debuut verschijnt pas in september. De hippe indie/neofolkys leunen aan Arcade Fire en Magic Numbers en zorgden voor intense, frisse, aanstekelijke en dynamische nummers. Eerlijke, oprechte en opgewekte popsongs gekenmerkt van energieke opstootjes en een fijne samenzang van Christian Zucconi en Hannah Hooper, die zich met haar zwierige, lange witte jurk, in de kijker zong. Aangenaam verrassend en zomerfris. Gitaren, toetsen, mandoline en drums, meer moet het soms niet zijn om spitsvondige, leuke en lekker in het gehoor liggende pop te brengen. Family of the year en Fanfarlo mogen met dit bandje rekening houden.

Een glimp zagen we van My Chemical Romance. Ze scoorden een paar jaar terug een aardige hit met “The black parade” en veroverden de tieners. Ook vandaag  stonden heel wat jongeren vooraan om de geestesgenoten van 30 Seconds to Mars te zien. De band brengt melodieuze rock, zonder gevoel en diepgang, en raakte ons écht niet. De songs hadden weinig om het lijf. Veel pose, weinig inhoud.

Lissie, net als Grouplove één van de onbekenden, kon degelijk bekoren. Oerdegelijke gevoelige Amerikaanse rock met een ‘positive vibe’. Het raakte het publiek, want heel wat volk bleef staan om Elisabeth Maurus en Co te zien spelen. Ze linkte aan Emmylou Harris, bijgevolg fijne (americana) pop met gitaarsoli, maar die niet écht beklijfden; we onthouden “Bully” en de origineel gebrachte Kid Cudi- cover “Pursuit of happiness”.

Tot vorig jaar waren de jonkies van Black Box Revelation nog dé Belgische live sensatie, nu zijn zij daarin met glans voorbijgestoken door de ervaren rotten van Triggerfinger. De hitsige bok Ruben Block slaagde erin de weide tot ver achter de PA toren in vervoering te brengen met een portie onstuimige, vuile, extreem vettige rock’n’roll en smerige blues. Nog nooit eerder hebben wij een Belgische artiest of band dit effect weten teweegbrengen op het hoofdpodium van Werchter. Het zat er eigenlijk al aan te komen met hun wervelende laatste plaat en hun loeiende passages in de AB. Triggerfinger is ‘hot as hell’ dezer dagen, en we zullen het geweten hebben. Het bruiste, rockte en vlamde als de beesten.

Kesha was andere koek. De jonge Amerikaanse was ooit nog te zien in een clip van Katy Perry en is nu het popsterretje van dienst naast Perry en Lady Gaga. Begin december was ze nog te zien om het jonge publiekje te veroveren in de AB. Girl power! Meteen werd de Marquee omgetoverd in een ‘dans-art -act’ event. Entertainment, show en choreografie op z’n ‘Mad Max’ verzilverden haar danspop. Kesha rules!
Soms tartte de act en haar uitdrukkingen werkelijk alle verbeelding, maar ok, dit nemen we erbij als we de andere voorgenoemde acts bezig horen. De gemaakte vingerhartjes maakten de laagbijdegrondse act dan weer goed.
Muzikaal een ‘Ultratop dance’ formule met o.m. “YLIMD”, “Glitter” en “Tik Tok”, serieuze ambiance nummers, met een wildebrasparty als gevolg! Prettig gestoord zeker ...

Naar verluidt was White Lies op het grote podium van Pinkpop door de mand gevallen. Zo zat de vrees er een beetje in voor Werchter, maar wat in Pinkpop niet lukte, bleek in Werchter des te meer te lukken. De eighties sound, met de nodige galm, had al van bij de eerste noten van “Farewell to the playground” Werchter in zijn greep en zou die voor de rest niet meer lossen. White Lies speelden met volle vertrouwen een overtuigende set met geweldige uitvoeringen van krakers als “Death”, “To lose my life” en de ultieme apotheose “Bigger than us”, allemaal songs gemaakt op maat van de grote festivalpodia.

U mag dan al de eerder donkere sound van The National ongepast vinden voor een zomers festivalpodium, feit is dat de band er wonderwel in slaagde met hun verslavende songs de aandacht vast te houden van de massa, zelfs van de Kings Of Leon fans. Dat was voornamelijk de verdienste van de begeesterende zanger Matt Berninger die zijn songs steeds naar een hoger niveau verheft. Prachtsongs als “Anyone’s ghost”, “Bloodbuzz Ohio”, “Afraid of everyone” en “Fake empire” zorgden voor een dikke laag kippenvel. Tijdens een uitmuntend “Terrible love” gooide Berninger zich niet zonder risico in het publiek, één van de meest opmerkelijke momenten van het weekend. De set van The National hield een uurlang een ongebreidelde spanning in zich, het was zonder meer geweldig.

Winnaar van de dag waren de jonge snuiters van Arctic Monkeys. Zij zorgden voor de meest vinnige en frisse rock van het festival. Hun overwegend korte songs waren stuk voor stuk bommetjes die ontploften en abrupt eindigden, de meute wist soms niet wanneer ze moesten applaudisseren of juichen. Feit is dat wij de ganse set lang opgewonden waren van de stevige salvo’s songs als een knetterend ‘brainstorm’, een superheet “I bet you look good on the dancefloor”, een gloeiend “Crying lightning” en natuurlijk die moordend fantastische nieuwe single “Don’t sit down cause I moved your chair”. De Monkeys slaagden erin om 20 songs in hun setlist te wurmen, en die waren allemaal zo aanstekelijk als een nest egels in een rollercoaster.
Ook de kersverse songs van het nieuwe album ‘Suck it and see’ scheerden hoge toppen en meenden ons te doen concluderen dat het nieuwe album terug van het onnoemelijk hoge niveau van die eerste twee albums zal zijn (‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ en ‘Favourite worst nightmare’), dit na het ietwat licht ontgoochelende ‘Humbug’ (nou ja, ontgoochelend, naar Arctic Monkeys normen wel te verstaan). Van alle hypes waar de Britse pers de laatste jaren al mee gedweept heeft, zijn Arctic Monkeys diegenen die het meest overeind zijn gebleven. Het beste wat Britpop ooit kon overkomen, en live een absolute knaller.

We waren er stellig van overtuigd dat dit het beste optreden van Rock Werchter 2011 was, maar toen hadden we Grinderman nog niet gezien …

In een vorig verleden speelde Goose nog rock. Daar is nu geen sprake meer van. Op de twee platen bogen ze het om naar opzwepende en bezwerende elektropop en net als op Pukkelpop vorig jaar bouwden ze daadwerkelijk in de Marquee een feestje. Hun sound ging erin als zoetekoek! Hun recentste single “Synrise” kon tellen als opener. Meteen de vlam in de pan, die het publiek uit de bol deed gaan.
Zonder een inspanning te doen, gingen we centimeters van de grond door het veren van de houten vloer door de uitgelaten menigte! “Can't stop me now” werd door iedereen letterlijk genomen en de Gooseparty duurde ruim een uur …
Een summiere verlichting en de halfdonkere opstelling van het kwartet pasten perfect hierbij.
De leden brachten ons in extase: zanger Mickael dweepte met z’n publiek, de twee synths en ook de drummer, die in een verlichte piramide zat, droegen hun steentje bij.
Even kregen we een rustpunt op “Hunt”, maar meteen daarna werd de finale ingezet met het daverende, pompende “Words”. Het publiek werd crazy. Een geweldig optreden, internationale klasse en een plaats op de Mainstage waardig. Een overtuigende setlist dus van “Synrise”, “Can't stop me now”, “Black Gloves”, “Bring it on”, “After”, “Tron”, “As goods as it gets”, “Low mode”, “British mode”, “Everybody”, “Hunt” en “Words” ( met dank aan Danny F).

Kings Of Leon waren verrassend vinnig en stevig. Dit hadden we echt niet meer verwacht na die zwakke laatste plaat, maar ook de songs daaruit hadden een extra vitaminekuur gekregen en klonken een stuk vitaler. Bovendien kwamen de Kings ons aangenaam verrassen met een paar potige rockers uit hun beste werk, namelijk uit die twee eerste plaatjes ‘Youth and young manhood’ en ‘Aha shake heartbreak’. De heren waren dus blijkbaar de fans van het eerste uur nog niet vergeten, waarvoor onze oprechte dank. Uiteraard werden stadionrockers als “Use somebody” en het door de ganse wei meegekeelde “Sex on fire” tot op het laatste gespaard om de boel te doen ontploffen, maar ook deze gingen er bij ons lekker in.

Tot slot kon het feestje in de Marquee worden verdergezet met het Gentse The Subs. Geschifte mannen toch! Beukende techno, house, rave, rollende beats en overstuurde sounds, ongelofelijk!
De mannen lieten hun elektrische instrumenten, gitaar en drums afzien. De schreeuwende, briesende zanger (‘leeuw’) ging als een gek tekeer op het podium en dook in het publiek. The Subs raasden als een orkaan over je heen met songs als “Hannibal”, “Mitsubichi”, “Fuck that shit” en “Face of the planet”.
Een stomende set … en we kregen er enkele verrassingen bovenop met opgeblazen wereldbollen en de geestelijker leider van het Luikse dancecollectief The Partyharders, die met z’n Sinterklaasmijter aan een kabel door de tent zweefde op “The pope of dope”. Dit feestje was compleet … Slapstick op z’n best én af! Gracieus om het mee te maken. Ook hier werd met de vingers het Subsdriehoekje gevormd! Eens zot doen, doet geen zeer, hoewel …

We konden nog even nazinderen op de laatste tunes van Arsenal die op het hoofdpodium charmeerden en de koele avondtemperatuur deden stijgen, met o.m. “Lotuk” en “Melvin”.

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Rock Werchter 2011 - donderdag 30 juni 2011

Rock Werchter 2011: donderdag 30 juni 2011
Editie 37 van Rock Werchter was er terug eentje om van te genieten . Rock Werchter blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld. Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek, een tevreden organisatie ...
Om de vier vurige dagen Werchter mee te kunnen maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun.
De drank- en een zeer divers aanbod van eetstandjes waren mooi afgebakend. Een primeur: Werchter had de eerste mosselen van 2011.
Het bezoekersrecord werd opnieuw bijgesteld, met bijna 83000 ferstivalgangers per dag. De Shelter, het rustpunt voorbij de Marquee en de veilige tournipit (vooraan de Mainstage) deden hun werk.
Rock Werchter is een festival van alle leeftijden, maar jong en oud houden er hun eigen bands en stijl op na. Duidelijk was met al de bands en acts dat ‘rock’ en ‘dance’ ‘hip’ blijven. ‘Kei-nijg’ dus!

We houden het in het oog of er wordt uitgeweken naar Burstem voor een meerpodiafestival. We moeten voorbereid zijn, gezien de conditie nog zal moeten worden aangescherpt …

Een overzicht van de indrukken van de concerten – ‘Ready to Rock Werchter 2011’…

dag 1: donderdag 30 juni 2011
Een eerste goede festivaldag noteerden we met fijne gigs van QOSA, Eels, Aloe Blacc, Warpaint en Seasick Steve  en grillig (overtuigende) sets van James Blake en TV on the radio.
Een dagje afwisselende stijlen …

De 37 ste editie van RW beukte los met de hiphoppers van OFWGKTA ( = Odd Future Wolf Gang Kill Them All). De gekke bende met hun giftige, werende en verwijtende teksten, vlogen er meteen in. Veel poeha. De DJ sloeg al wild om zich heen met enkele r&b hits en dubstep remixes. De eerste MC wist wel dat hij op ‘a great big festival in Belgium’ stond en deed de champagne knallen. Een heel leger MC’s volgden om de hiphop en de ‘angry, agressive’ raps te ondersteunen . Woorden als ‘fxx’, ‘shits’, ‘bitches’, ‘cops’ waren plots dagdagelijks taalgebruik.
Hiphop, drum’n’bass, r&b en dubstep … Later in de set werd het al wat gematigder en hoorden we meer slepende beats. Eén van de MC’s had een gebroken voet, maar het belette niet hinkend heen en weer te hollen. Of ze een blijver zullen zijn is iets anders maar RW was op gang geschoten.

De vier lieftallige en mooi ogende dames van Warpaint uit LA gaan een mooie toekomst tegemoet. Op RW overtuigden ze sterk. Eerder waren ze al in het clubcircuit te zien, o.m. in de Bota en op Les Inrocks (Lille). Deze namiddag klonk hun etherische wavepop krachtiger. De openers “Warpaint” en “Bees” illustreerden het. Hemelse vocals en een harmonieuze samenzang in een galmbadje waaide over de songs. De sound had een sfeervolle, dromerige benadering, was fris en behield een donkere, broeierige intensiteit.
Coctau Twins, The Mazzy Star, Lush en The Cranes versmolten in een origineel aangepakte, bezwerende rocktrip. “Undertow” en “Majesty” waren als stropende honig en een lang uitgesponnen “Beetles” zinderde na …

De immer sympathieke ouwe bluesrat Seasick Steve is nu al sedert enkele jaren een vaste waarde geworden op de grote festivals. Zijn act mag dan al voor een groot stuk voorspelbaar geworden zijn, het publiek blijft hem omhelzen als hun geliefkoosde knuffelbeer.
Zijn rauwe authentieke blues, gespeeld op verhakkelde gitaren of omgebouwde wieldoppen, blijft het zeer goed doen en klinkt alom verfrissend op de Werchterse weide. “You can’t teach an old dog new tricks” is de veelzeggende stuiterende titelsong van diens nieuwe plaat. Zo is het maar net.
Seasick Steve, in Werchter voor de gelegenheid in de rug gesteund door Zep bassist John Paul Jones, bedient zich steevast van dezelfde trucjes, maar de boogie en levendigheid druipen er nog steeds van af en daarom blijven wij de man en zijn muziek koesteren.

Niet écht eenvoudige, traditionele pop horen we op de cd’s van het NYse combo TV On The Radio. Ze hebben al aardig wat platen uit en onlangs verscheen ‘Nine types of light’, hun meest toegankelijke. Eerder het jaar verloor, onder het bepalende trio Tunde Adebimpe / Kyp Malone en geluidsarchitect Dave Sitek, het gezelschap hun bassist Gerard Smith, die de strijd tegen longkanker verloor.
Een muzikale rijkdom van pop, rock, soul, funk, hiphop, wave, jazz en postpunk en al even rijkelijk werd geput uit de verschillende platen. Geestdriftig klonken ze, wat een stomende, noeste en woeste set opleverde van songs met een intens, broeierige spanning. Warm, aanstekelijk, rauw, hoekig, snedig, strak en opzwepend …
De complexe muziek werd erg uitgebalanceerd, aangevuld met blazers, waarbij vooral de schuiftrompet een meerwaarde was. Blanke en zwarte muziek kwamen hier samen. Al van bij opener “Halfway home” hadden Adebimpe en Co ons bij het nekvel. Bij “Wolf like me” lieten ze ons pas los … 

Als enige band van het ganse weekend kregen The Hives af te rekenen met een portie regen, dat kon hen en het publiek helemaal niet deren en hun set barste dan ook naar goede gewoonte van de energie. Rauwe punk- en garagerocksongs rechtstreeks vanuit de onderbuik met daarbovenop die typische overacting en opschepperij van zanger en professioneel overdrijver Pelle Almqvist. De man is al een act op zich, sommigen kunnen die kerel daarom niet uitstaan, wij daarentegen vinden het een fantastische gast. Er zit een nieuwe Hives plaat aan te komen en de songs daaruit klonken lekker strak en aanstekelijk, typisch Hives dus. Met daarnaast een handvol klassieker als “Hate to say I told you so”, “Main offender” en “Tick tick boom” kon het feestje niet meer stuk. Wat kan het leven simpel zijn.

De dertigjarige E. Nathaniel Dawkins aka Aloe Blacc debuteerde met een puike retrosoulplaat, ‘Good things’, meteen een schot in de roos. De aanstekelijke single “I need a dollar” was daar verantwoordelijk voor, én werd al één van de hits van 2011, een combinatie van smachtende rock, dampende funkbeats en een swingende groove, ééntje die inwerkte op de dansspieren.
Live was Blacc eerder zwoel, swampy en heupwiegend; we hoorden lichtvoetig ‘feelgood’, lekker wegdromende retrosoulpop. Zorgeloos genieten met een keerzijde van soul zonder ziel. De swing’n’grooves hadden we op “You make me smile”, de Velvet Undergrounds “Femme fatale”, de grote hit “I need a doller” en het afsluitende “Loving you”.
De regenbui hitste het volgepakte publiek in de Marquee op. De zanger werd geruggensteund door een goed begeleidende band; de blazerssectie en de toetsen gaven de retrosoulfunkende pop elan met een reggae tune.

Anouk zagen we in de verte. Zij is een succesformule bij de organisatie van RW, die het publiek op haar knieën krijgt met haar melodieuze FM-rock. De privé perikelen hebben haar diep geraakt en dat heeft haar imago en uitstraling aangetast, en zorgde ervoor dat de set wat eenvormig was en ineenzakte. Minder dynamiek en intensiteit ondanks een hecht spelende band en backing vocalistes … OK, opener “Girl”, “Nobody’s wife” en “Killer bee” hielden er de bubbels in …

Voor wie hem mistte in de Botanique of  in de GrandMix, Tourcoing was het nu de uitgelezen kans om James Blake aan het werk te zien. Hij werd één van de hypes in het voorjaar met Feist’s cover “Limit to your love”. Op z’n doorbraakalbum horen we bloedstollend werk die door sobere trippoppende, traag slepende elektronicasounds, diepe basses, dubs, akoestische -, elektrische gitaar en ingehouden drumpartijen en cimbaalwerk elan krijgt. We moesten even aanpassen tav de andere acts op het festival, maar wie houdt van de plaat, hield van het concert.
Voor wie het eerder houdt op de doorbraaksingle en “The WilhelmScream”, was de rest eerder kleurloos. De meningen waren dan ook verdeeld van Blake’s sober klankenspectrum. Velen vertrokken dan ook na de gekende hit …
Bijna klassiek klonk het, en de sound intrigeerde door de zwaar aangezette elektronicapartijen, repetitieve ritmes, soul en dubs zoals op “I never learnt to share” … Door de fans bejubeld, door anderen …

Een tornado genaamd Queens of The Stone Age raasde over Werchter en nam alles wat die op zijn weg vond met volle kracht mee. Wij hebben The Queens nog nooit strakker, heter, harder of vinniger bezig gezien dan vandaag. De band had nog maar net een clubtournee achter de rug waarin ze hun debuutplaat nog eens integraal voorstelden maar hier werd voor een soort best of gekozen, met gloeiende versies van ondermeer “The lost art of keeping a secret”, “Little sister”, “Go withe the flow” en een verpletterend “No one knows”.
Josh Homme mocht er dan al eentje te veel op hebben, hij bleek er uiterst veel zin in te hebben om een portie hevig stomende rock’n’roll op de weide af te vuren. Missie meer dan geslaagd, zo waren The Queens met grote voorsprong de grote winnaars van dag 1.


Eels is nu al een goed jaar op tour met een standvastige begeleidingsband die het drieluik van ‘Hombre Lobo’ een ZZ Top baard geven. Vorig jaar zagen we het bebaarde combo met kapitein Mark ‘E Haddock’ Everett een emotievolle, strakke set spelen op Pukkelpop, waarbij de nummers in een  nieuw fris arrangementje werden gestopt. Een
fikse geut garagerock, bluesrock en gospel kregen ze mee. Ook de blazersoffensief was hier verantwoordelijk voor. Een prachtig muzikaal web van instrumenten.
Hij grossierde door z’n rijkelijk gevulde oeuvre. Het concert was meer dan af; Eels werd bejubeld en op handen gedragen. Onder de indruk waren ze van het onthaal na hun intimistische song “That look you gave that guy”. Ontroerd was band als publiek. E voelde zich als een beatle. Dit was het sterkste onthaal ooit dat hij verkreeg. De weg naar deze climax  werd gebracht door afwisselende uitvoeringen van o.m. “Flyswatter”, “That’s not really funny”, “My beloved monster”, “Love of the loveless” en “Saturday morning”, die een paar alternatieve tics kregen. “Hot fun in the summertime”, een cover van Sly & The Family Stone, klonk uitgelaten en werd door de verschillende leden vocaal aangepakt.
De donkere wolken zijn verdwenen uit E’s leven. Op humoristische wijze werd de band uitgebreid voorgesteld en dat was de aanzet naar een puike ‘closing final’, van het gevoelige “novocaine for the soul” naar snedige rockers “I like birds” en “Souljacker”. “Looking up” besloot op funkende en gospelachtige wijze de gevarieerde overtuigende set. Deze man blijven we trouw …

Het Amerikaanse Linkin Park uit LA zagen we in een ver verleden (2001) met de Deftones in de Brielpoort, Deinze (waar is de tijd heen van deze zaal in onze buurt …). Op vallend hoe het jonge volkje te vinden was voor de emorock/postmetal heren. Samen met Korn, Incubus, Limp Bizkit en System of a down gaven ze de sound een bepalende push onder de raps en zang van het duo Mike Shenoda / Chester Bennington. Het laatste album ‘A thousand suns’ kent nogal wat ups & downs en focust zich op elektronische en experimentele snufjes. Het belette de pret vooraan niet en de belangstelling bleef groot, gezien het veel te lang geleden was dat zij hier nog hadden opgetreden …
Na “Papercut” kwam het recentere werk aan bod, o.m. “Given up”, “What I’ve done”, “When they come for me”, “No more sorrow” en “Waiting for the end”.
Favorieten, in het tweede deel van de set, zorgden voor een groots feestje; krachtige rockers dus met “Numb”,  “Breaking the habit”, “Crawling”, “In the end” en “One step closer”. Faith No More fans konden hun vingers likken bij zo’n reeks … Indrukwekkende visuals en lights gaven elan aan de LP show ...

Ook Liam Gallagher was weer zijn eigenste zelf, wat in tegenstelling tot bij Josh Homme géén goed nieuws was. Wij hebben Oasis altijd al een zwaar over het paard getilde band gevonden, maar wij wilden Beady Eye toch een kans geven omdat we vonden dat er op die debuutplaat ‘Different gear, still speeding’ wel wat aardige dingen stonden. Helaas, Gallagher draafde gans de tijd door op die typisch zeurderige toon van hem en zijn bandleden stonden ook maar wat ongeïnteresseerd aan te modderen. Ze waren wel allemaal van te voren naar de door Liam aangestelde coiffeur geweest, want kapsels zijn in het aanstellerige Britpop wereldje altijd al minstens even belangrijk geweest dan de muziek zelf.
Het leek alsof tot vervelens toe telkenmale dezelfde song werd ingezet, wij konden een paar forse geeuwen echt niet meer onderdrukken en lieten bijgevolg wijselijk Beady Eye maar voor wat het was (Oasis zonder u weet wel wie, meer bepaald).
Zowaar nog slaapverwekkender dan Oasis zelf. We hadden al eens Fxx Oasis , nu Fxx … Hadden we toch niet beter gekozen voor Linkin Park? Zo ver zouden ze een mens drijven.  

De ‘block rockin’ beats en chemical beats’ van de electrogrootheden Ed Symons en Tom rowland The Chemical Brothers klinkt meer & meer oubolliger. Er zit sleet op de ‘chemical’ formule; de laatste platen ‘We are the night’ en ‘Further’ hebben niet meer die plakkende singles die een stomende nachtelijke Werchter cocktailparty geven.
De sterkste songs blijven van vroeger en die werden niet vergeten. In een muzikale mix van pompende beats, bleeps&beats, opbouwende trance, zalvende soundscapes en neurotische sounds hadden we o.m. “Do it again”, “Chemical beats”, “Out of control”, “Star guitar”, “Hey boy Hey girl”, “Believe”, “Leave home”, “Galvanize” en de “Blockrockin’ beats” … Chemical Brothers op hun best … maar ze verrassen niet meer. Knap blijven de visuals, neerdalende kolommen, stroboscopen en lasers waarrond de 2 heren zich bevinden. Ze zullen zich eventjes moeten herbronnen en kijken hoe dubstep hen bereikt … Op die manier kunnen ze de Magnetic Man’s afbuigen …

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Main Square Festival 2011: zondag 3 juli 2011

Geschreven door

Main Square Festival 2011: zondag 3 juli 2011
Dag drie van Main Square Arras startte alweer onder een stralende zon en een bijhorende loomheid die de meute als een vermoeide en hongerige baby de hele dag rond het tepelhof van de Citadel deed cirkelen. Er zou muzikaal geen opzwepend vervolg aan komen, maar wel eentje waar we naar uit gekeken hadden. Vol verwachtingen die niet altijd even straf ingelost zouden blijken.

Rival Sons
Een grote toekomst wordt hen voorspeld, maar verder dan de opener van dag drie op Main Square geraakten de Rival Sons uit Los Angeles nog niet. In hun achterzak zaten hele stukken soul en blues en pakjes Beatles en Led Zeppelin. Een eye-opener noemt men dit en ze brachten rockende blues met alles wat het moet hebben, niet in het minst gedragen door zanger Ray Buchanan.

Manceau

Naar (goeie?) gewoonte staat er altijd wat Frans talent op de affiche En naar (goeie!!) gewoonte staan die ook heel vroeg. Zoals saai-poppie Manceau op de Greenroom. Voilà, ze zijn vermeld. Dat is al méér dan voldoende.

Charles Bradley

Een oudere zwarte medemens en selfmade man (van schoenenpoetser tot muzikant) midden in de namiddag én op de frontstage. We waren benieuwd. En het was chillen bij het rustige funky geluid van de zeskoppige band, al stond de bass iets te luid. Toch zorgde het nadrukkelijk aanwezige blazersduo voor de zomerse vibe die sowieso al over de Citadelplaats hing. Zelf kwam de 63-jarige zanger maar enkele nummertjes meedoen. We waren er gebleven was er niet….

 Evaline
                     …geweest op de Greenroomwei. Want ook de jonge Californiërs wilden we even ontdekken en ontleden. Amper een week eerder hadden ze hun eerste album-cd  uit (‘Woven Material’), al maken ze wel al vijf jaar naam en faam in de States waar ze naar verluidt een grote aanhang hebben. Een tour in Europa moest hun eersteling dus promoten.
Het duurde even voor we gewend waren aan de stem van leadsinger Richard Perry, maar het groeide naar een niveau dat ons – ook Radiohead en White Lies lovers – behoorlijk bekoorde. Energetisch, een stage credibility (al lijkt het bij de zanger wel erover) en enkele sterke nummers. Hun cover van de folk traditional “God’s gonna cut you down” (zie Moby en Johnny Cash) was behoorlijk af. ‘We like’, maar nog even groeien voor je stante pede van het podium jumpt en gaat handjes schudden na je eerste act in Frankrijk. Of God’s gonna cut you down, son!

Bruno Mars / I Blame Coco

Wij – maar wie zijn wij – hadden voor één keer toch de twee bands van ‘na de vieren’ gewisseld. Hoewel, Bruno Mars hield wel behoorlijk veel geïnteresseerden vast op de stenen wei en dat zal dan met het softe amusementsgehalte te maken hebben. Maar wij verkozen I Blame Coco, met een Zweeds bolletje op de a. En op de graswei, al veerde (en bleef ook) iedereen recht voor de zowel qua stem als gezichtstrekken onmiskenbare dochter van de man wiens naam we niet gaan noemen maar die ooit frontman van The Police was. Nee, we beoordelen haar niet op haar plantenkastinvloeden of haar genen, wel op haar muziek.
En die klonk goed. Eventjes een stemuitschuivertje wel die namiddag – een ongelukje? - maar het vijftal bracht aangename stevige songs, die zelfs een beweginkje meer dan zomaar heupshakers teweeg brachten: pretentieloos en bijna preuts gebracht. Al zit er aan het schaapachtige vachtje wellicht een krolse kat vast. Charmant, maar bijtgraag, vrezen we.
Op de terugweg toch nog even wat tonen van Hawaiiman Bruno Mars opgevangen. ‘Lazy song’, leuk zomers deuntje. En den Bruno heeft iets wat vooral meisjes begeren. Misschien hadden wij daarom dan weer I Blame Coco aangestipt.

Elbow

Frankrijk moest nog overwonnen worden voor Guy Garvey en zijn klasse-orkest. Eigenaardig wel, toch al tien jaar na hun eerste album ‘Asleep in the Black’. Goed, de mannen uit de slums van Manchester werkten gestaag aan hun opgang, maar België viel al een tijd terug aan hun voeten, wij incluis toen we in de AB overrompeld werden door de serene schoonheid van de Britse bard.
Ze stonden er dus in Frankrijk, al was het die zondag in Arras nog meer de vraag hoeveel aanwezigen ‘skild en vriend’ niet konden retourneren. Alsof ze met bussen gedropt waren, de voertaal was (West-)Vlaams. Behalve als je iets wou bestellen. Maar zelfs daar kreeg je een ‘small ?’ als antwoord op de bestelling van een pint. Dus Frankrijk veroveren was een halve illusie, al diepte Guy zijn beste ‘merci beaucoups’ op.
Maar Elbow dus. Indrukwekkende teddybeer die met een woord, een geste, een geluid het hele plein kreeg waar hij ze wou. (Looking back is for the) “The Birds” overvleugelde en verstilde meteen de toehoorders  die even later op “The bones of you” een stevigere elleboog ingepord kregen. Zo intens diepzinnig zijn teksten en doordringend zijn melodieën, zo simpel kreeg hij de handjes mee en orkestreerde hij zelfs meezingmomenten. Het voelde niet eens onnatuurlijk aan. Misschien ook door de warmte die de loomheid onderschreef. Muzikaal was het opnieuw af: de juiste blaasmomenten, de juiste strijkmomenten, de juiste gitaarmomenten. Genieten dus, ook van de paar snaren uit hun nieuwste album ‘Build a rocket’.

Puggy

Het ‘zogezegd Belgische’ Puggy (Een Engelsman, een Fransman en een Zweed residerend in Brussel) probeerde ook de grote massa te bereiken door een tandje hoger te draaien op het podium ernaast. Wat Garvey ertoe aanzette om even mee te geven: ‘Can someone tell them to keep it down next door?’. Dat de Elbowband – zoals Garvey zelf meegaf – niet veel geslapen had want ze kwamen recht van Werchter – viel nergens uit op te maken. Of hij nu ‘bonjour’ of ‘bonsoir’ moest zeggen, zal daar niets mee te maken gehad hebben. En zijn anti-rechts politiek statement is ook geen vermoeide verspreking maar een vaste steek. Al hoeft dat niet echt.

PJ Harvey / Julian Perretta

We gingen niet voor de 21-jarige Londener Perretta, al begon die een kwartiertje eerder dan PJ Harvey. De tegenstroom om onverrichterzake terug te keren en een genietbare plek te zoeken was immers niet te bevaren. Groot was onze verwachting, temeer daar we Polly Jean ooit nog op Torhout aan het werk zagen. Maar even groot onze teleurstelling. Het blijft een speciale madam: verlegen, dat mag, maar de haast arrogante apathie leek ons iets te ver gaand. Tussen de nummers door, die muzikaal uiteraard ok waren maar waar haar stem soms niet echt bovenuit torende, nam ze alle tijd, was allerminst geïnteresseerd in een band met het publiek en ze wisselde om de haverklap van instrument (electroharp en gitaar) wat in het manoeuvreren zelfs voor oponthoud zorgde.
Ze speelde vooral uit haar laatste cd, al vergat ze de hits van toen (“Down by the Water” en “C’mon Billy”) niet er tussenin te schuiven. Ze kreeg wel de handen op elkaar, maar het publiek aapte stilaan haar apathie na. Of was het omdat intussen al de Coldplay-diehards hun symbolische vlag hadden neergeplant op de strategische plaatsen. Wat ook al bij Elbow gebeurd was trouwens.
En o ja, Miss Harvey zag er (nog altijd) stralend uit. Misschien geen babyvelletje meer op haar 41e, maar ze had iets engelachtigs, al suggereerde een aantal toehoorders bij momenten eerder de brandstapel voor de bizarre heks op dat podium. Ze was getooid in een lang wit kleed met een kroontje van pluimen op haar hoofd. Waarvan ze er dus enkele ‘gelaten’ heeft, zoals dat heet. Ach, ze was goed hoor, maar misschien niet voor op Arras op dat moment. Hoewel, tussen Elbow en Portishead, vooraf vonden we die line up best interessant en verleidelijk.

Portishead

En dan kwam de goddelijke stem van Beth Gibbons, de draagmoeder van Portishead. We vreesden voor absolute weerspannigheid op het plein maar de Coldplayclan hield zich gereserveerd respectvol. Vinden we leuk.
Ook visueel zat alles sterk, op de voor de gelegenheid zwartwitte huisvideobeelden die wat achterliepen en storend werkten. Maar verder zorgde de show voor een schitterende compilatie van origineel beeldmateriaal in return, gecombineerd met shoots van hun eigenste set, met kleine strategisch opgestelde camera’s, voorwaar een creepy knappe truc.
La Gibbons houdt niet van concerten en is overdreven onwennig op het podium. Hing ze niet zingend rond haar stander, dan stond ze met haar rug naar de geboeide gezichten in de Citadel. De triphop sloeg aan, ook een pak niet-kenners, die verbaasd zagen hoe de gitaar eerst met een strijkstok en daarna met een metaaltang zoetgevooisde melancholische klanken het donker wordende Arras instuurden.
Gibbons lachte zelfs even, net voor ze al zittend met haar gitarist met “Wandering Star” een subliem kippenvelmoment serveerde. Toen ze nadien grimlachend de meute toesprak en met ‘Thank you. Merci beaucoup. Bonsoir’ zowaar vijf woorden na elkaar murmelde, schrok ze er klaarblijkelijk zelf van. Maar de set bleef beklijven. Tot het einde waarbij ze opgelucht - toch naar haar normen - uitgebreid het publiek bedankte. Wel, Beth, het is wederzijds. Met een knieval erbij voor een legende.
Amper was haar laatste woord uitgesproken of we werden overrompeld. Niet door mensen die even het terrein afwilden, maar door een drummende menigte die iedereen naar het hoofdpodium scheen te willen duwen. Coldplay was in aantocht.

Cold War Kids

Cold War Kids waren intussen al de Greenroom gepasseerd en Magnetic Man maakte zijn daarna opwachting, een duo mixers en een  MC-rastaman die show stal. De dubstep en pop in één. Wij waren er niet bij maar kregen een ok.

Coldplay

De headliner, de afsluiter, het hoogtepunt. Na een dagje zwart mocht wat kleur wel voor de meeste aanwezigen in de Citadel, al kwam Underworld halverwege nog ingeschoven. Het lijkt een evidentie dat wie kwam voor het trio Elbow-PJ Harvey-Portishead zijn zwarte ziel niet zomaar kon openzetten voor de zorgeloze pretentieloosheid (hoewel) van Chris Martin en co. Net zomin als omgekeerd: geen hippe zorgeloze had zin in een  donker doek over de kop bij voornoemd trio. Ieder diertje…
Martin en co zijn goed, brengen wat ze brengen op een stijlvolle manier, steken een show in elkaar die er mag zijn en passeren nog even aan de kassa voor het grote publiek nog maar de poort uit is. Ze hebben de hits, ze hebben het uiterlijk charisma, het werkt. En het danst, al is er niemand die zondagavond beweerde dat ze beter waren, verder stonden, grootser geworden waren dan hun passage op de Grand Place twee jaar eerder. Wel integendeel.
Het kwam nog meer afgeborsteld over, ondanks de paar spatjes vuurwerk en de afgelijnde laserprojectie op de gebouwen van de vroegere kazerne. De technische probleempjes (drummer die door zijn trommelvel slaat) hadden er niets mee te maken, maar symboliseerden wel het ‘collect & go’-principe. Tijd voor herbronning, Chris. En blijf verder feilloos spelen. Schouderklopje. O-o-o-oohhh !

Underworld
Intussen waren de mannen van Underworld aan hun shift begonnen en we hoorden hen van ver – zo rond 1u30 –hun “Born Slippy” inzetten. Een dance-techno-party die stilaan uitdeinde toen we met open ramen de file inschoven en huiswaarts tuften. Moe maar voldaan, na een festival dat danste op een zee van noten, een zee die meestal kabbelde en ons niet op hoge golven voerde. Hoewel, die warme instroom van de Atlantische, niet zo ver van Bristol, vonden we wel een slikmoment.

Merci. Merci beaucoup !

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France


Main Square Festival 2011: zaterdag 2 juli 2011

Geschreven door

Main Square Festival 2011: zaterdag 2 juli 2011
De programmator kreeg zaterdag een duidelijkere lijn in zijn line-up dan vrijdag waar het – op Queens of The Stone Age na – een ‘pretrocksessie’ was op de main stage. De tweede festivaldag bracht een gestructureerd rock-ensemble met vooral een livereputatie. Geen zuinige zaterdag maar een stevige stap midden het festivalweekend.

Triggerfinger
Om 13u45 kleurde het hoofdterrein al vroeg heel Belgisch, inclusief vlaggen en outfits want Triggerfinger draaide op dat ontiegelijke festivaluur de sluizen meteen open. Het duurde even voor Ruben Block – in het Engels -meegaf dat de band uit ‘Belgium’ kwam, wat meteen meer dan driekwart van de meute aan het joelen kreeg.
Triggerfinger goes international (zuidersgewijs dan toch na de Lage Landen, Luxemburg en Duitsland) ‘and we will be back in France’, dixit de frontman. En Frankrijk (toch die weinige zuidburige curieuzeneuzen) zal het geweten hebben. De gemaatpakte orkestreerder bereed zijn gitaar als een cowboy met klasse een wilde rodeostier temt. En hij klom op alles waar hij maar op geraakte, met risico voor eigen leed en leven toen hij bovenop de speakertoren ging dansgitaren.
Om twee uur ‘s namiddags een tam festival van ‘front to back’ (sic)  aan de move krijgen, daarvoor moest je die dag uit Antwerpen komen. Ze zijn dan ook niet voor niets de live act van het jaar in eigen land en hadden er trouwens alle drie duidelijk zin in. Mario ‘Animal’ Goossens mocht even met een drumsessie op zijn eentje het publiek onderhouden en Monsieur Paul was zijn eigenste zelve: cool en leidinggevend op de bass.

Ou est la fête? Ici est la fête ! Sorry voor Mai op de GreenRoom, maar daar geraakten we niet meer. Mogen ook wij even – terecht – chauvinistisch zijn? Merci! Merci bien!

Yodelice
Hoe lang zou het duren eer de performance van Triggerfinger overtroffen werd, vroegen de vele Vlamingen zich af.  Evenaren duurde niet zo lang, want de voor ons verrassende Franse tegenzet stond er meteen. We hielden ons hart vast toen (opnieuw) vier verklede en geschilderde mannen - die Fransen hebben er toch iets mee – het podium bestegen, maar het tribal-koloniaanse Yodelice-zootje produceerde meteen een geluid dat op eigen benen kon staan. Een sterke stem, een uitgebalanceerd geheel met strijkers. Stevig soms, intiem evenzeer. Een imaginair figuurtje is die Yodelice blijkbaar, maar hij bestaat ! Gegroeid uit folk rockt hij nu bij momenten muziek bijeen die best te pruimen valt.

Everything Everything
Aangezien wij alles - of toch zoveel mogelijk - wilden ontdekken moesten we wel naar tweemaal alles, Everything Everything. Voor een poppy moment op deze rockdag. Laidback relaxen en luisteren, maar veel bleef er niet hangen van de familie Everything, alle vier in grijze overall getooid. Het is dan ook ons genre niet. En, zo zou blijken, de Greenroom zou ook ons ding niet meer zijn. Door omstandigheden.

White Lies / Aloe Blacc
De organisatie maakt het dit jaar voor het eerst de verslaggevers niet gemakkelijk. Tot vorig jaar schoven de optredens behoorlijk naadloos ineen, maar op deze editie startten een aantal gigs op hetzelfde moment. En daar sta je dan: White Lies of ‘One Dollar Man’ Aloe Blacc? En later nog meer van die verscheurende keuzes. Even proeven van beide was amper een optie, ook al omdat wat op de frontstage kwam écht wel de moeite was/leek …
White Lies dus maar en niet soulman Nathaniel Hawkins. Ok, niet meteen de meest vrolijke Fransen, die Londeners, maar wel met gedegen muziek en frontman Harry McVeigh had er ontegensprekelijk zin.  Joy Division, Depeche Mode en Echo and the Bunnymen ofte the Cure met een zijden 21e eeuws poppy kantje en geüpdatet: de boterham belegd met het lekkers waar ze de mosterd vandaan halen, smaakte wel degelijk in Arras.
Het moet kunnen: een zonnige wei die wat tristesse tussen de tanden geschoven wordt. Dat ze wel (eens) Editorslike klinken, wel, kunnen we het hen kwalijk nemen?  Ze stonden er, gooiden er meteen al “Farewell to the fairground” in - wat een opener ! - , maar spreidden hun StuBru-afrekening-hits  (onder andere “Death” , “To lose my life” en “Holy Ghost”) vrij gelijkmatig over hun ‘werk’uurtje. Dompige McVeigh hield (af en toe zelfs schijnbaar gelukkig en tegen dus zijn eigenste geloof in) glimlachend iedereen bij de les door op tijd met de vrije handjes de meute op te zwepen. We like !

Kaiser Chiefs / Fleet Foxes
Opvallend was ook dat op zaterdag de volumeknop een stukje terug geschoven was in vergelijking met een dag ervoor. Zou dat ook voor Kaiser Chiefs gelden? Want, inderdaad, dit keer ‘moesten’ we Fleet Foxes links laten liggen, omdat de nieuwe folkhippies voor ons toch niet opwogen tegen Rick Wilson en co die ons een aantal jaren terug in Brussel en in 2009 op de Grand Place van Arras in vervoering brachten met een anti-alles zotte-poprock. Maar we hoorden de baardige barden van de Foxes in het begin van het anders loeiharde geweld van the Chiefs zelfs even erboven en/of –tussen. Raar.
Dat was maar even, want de ADHD-hoofdkaiser uit Leeds trok op zijn eentje de aandacht en duwde de belevingsknop zwaar in, al is stampte een betere omschrijving. En dan nog wild in het rond, want een paar micro’s, enkele standers en zelfs een luidspreker/monitor donderden naar beneden.
Wild en destructief, nerveus en springerig, even wat Frans mompelend en zelfs meedrummend, maakte hij Arras eventjes hoorndol. Zeker toen hij door de middengang spurtte, de securityboys meteen op een afstand zette en daar besefte dat hij de toren niet op kon. Dus nagelde hij maar een cameraman vast en kreeg het hele plein aan het ‘screamen’ toen hij hen recht in de ogen keek en toejoelde. Het entertainingshoogtepunt bereikte hij toen hij de ‘fluomen’ gespot en uitgenodigd had. Binnen de minuut stonden ze mee te shaken op het podium. Het was hen dus toch gelukt en we waren nog maar halverwege.

The National/Jimmy Eat World
Keuzes: Jimmy Eat World was de dupe deze keer (of waren wij het? Geen idee, want we zagen ze niet), maar The National wilden we – als first time live experience – zeker tot ons laten komen. En het loonde, al zat er qua rockbeleving even een dipje in de opgaande lijn van de dag. Ondanks gastoptredens van Richard Reed Parry (Arcade Fire) en Win Butler himself.
De New-Yorkse Ohio-men zijn sowieso speciallekes in de musicscene en ook het trio van Triggerfinger kwam frontstage piepen om te oog- en oorstelen. Matt Berninger – op het podium op zijn minst een schijnbaar onwennige weirdo – creëert met zijn band een bijzonder sfeertje, zwevend tussen hoogdravendheid en melancholische eenvoud. Dat hun laatste werkstuk ‘High Violet’ als beste album van 2010 werd uitgeroepen kwam hun populariteit bij het grote publiek enkel ten goede. Ze verkochten in februari ook in no time Vorst uit.
Hun optreden was voor velen in de Citadel dus een eerste echte kennismaking met de weemoedige nasmaak van een dieprood vat wijn(azijn), iets wat niet door iedereen op groot applaus onthaald werd. Wij genoten wél van de luchtige zwaartegraad – behoorlijk vroeg ingezet met “Anyone’s Ghost” en eveneens vroeg aangevuld met “Afraid of Everyone” en “Bloodbuzz Ohio” - waarmee de avond ingeluid werd. Maar de timing/planning had anders gemogen.

Two Door Cinema Club

Van planning gesproken. Opnieuw konden we nog een extraatje doen, want Arcade Fire gaf Two Door Cinema Club twintig minuten voorsprong. De Noord-Ierse electropop’ers hebben via hun platenlabel links in Frankrijk. Blijkbaar hadden/hebben ze een livereputatie. Tiens.

Arcade Fire

Halve goden zijn ze, de Canadezen uit Montreal. Heel snel omhoog gestoten vedetten (begonnen pas in 2003 en hadden met ‘Funeral’ hun eerste album uit een jaar later) kregen ze het label van onafhankelijk en creatief. Donker ook (zeker album 2 ‘Neon Bible’) maar tegelijk wél warm. Vorig jaar kwam hun derde uit, The Suburbs’ verwijzend naar een Noord-Amerikaanse vervelingservaring die ze zelf beleefd hadden. Vele ingrediënten voor een stevige storm. De doorgedreven musici van Triggerfinger en The National stonden als trouwe fans op de eerste rij.
En die storm waaide wijds over de citadel. De cinema-entrée (‘Coming Soon’, Arcade Fire’) was een aanklik voor een rijke videoshow, maar hét gebeuren stond op het podium. Met zijn achten – en vrij polyvalent - knutselden ze alweer een eigenzinnige gig in elkaar die mooi gedragen werd door hun bekende nummers. Tussendoor werd nog verwezen naar broer/zus-groep The National waarmee ze al zo vaak optraden, waardoor de band stevig aandikte. Het sloeg allemaal aan. Het anders behoorlijke tamme publiek ging zelfs spontaan nazingen. Zinderend was het misschien niet, maar we zagen wel een groep van en met naam die die ook live waar maakte.

Kasabian
, sorry, maar wegens geen tijd ook moeten passen. Moby maakte zijn opwachting en ook de New Yorkse DJ-gitarist-zanger had/heeft een MSF-verleden. Richard Melville Halle toverde al 20 jaar geleden (jaja) zijn eerste single van achter de draaitafels, maar dat ene verkoopje verdwijnt in het niets tegenover zijn meer dan 20 miljoen wereldwijd verkochte albums in die twee decennia.
Intussen is de man – die zich iets te veel excuseerde voor zijn Frans en nog meer de ‘merci beaucoups’ aan elkaar reeg -  al dik in de veertig en bracht hij in mei met ’Destroyed’  een nieuwe plaat uit. Maar daar stond de wachtende menigte niet écht op te wachten. Het wou gewoon de oldtime hits horen en die kreeg het ook, al kon niemand zich van de indruk ontdoen dat de show verdacht veel leek op die van twee jaar geleden. Maar de dansvibe was er, de setting was er (maar waarom geen spetterende videoshow Mister M?) en er werd een nafeestje gebouwd.

En The Shoes. Tja, prioriteiten zeker? Smiley.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France


Main Square Festival 2011: vrijdag 1 juli 2011

Geschreven door

Main Square Festival 2011: vrijdag 1 juli 2011
Vroeger had je Torhout-Werchter, nu is er Arras-Werchter. Hetzelfde weekend van Belgiës grootste festival spreidt LiveNation de bedjes van de meeste artiesten ook in Noord-Frankrijk. Steeds meer (West-)Vlamingen lijken intussen de weg te vinden. ’20.000 man minder, 100km minder ver, een derde goedkoper voor driekwart dezelfde affiche: waarom zouden we nog Werchteren?’ Beats us, want wij trekken er al drie jaar heen. Alleen jammer van dat Heinekenbier.
Twee jaar geleden nog volop in het te klein geworden Grand Place week MSF voor de editie 2010 al uit naar de Citadel, een kazerne die Sarkozy om besparingsredenen liet sluiten. Voorwaar een goeie zet, want niet enkel de nieuwe festivalgangers, maar ook de artiesten lieten frequent vallen hoezeer ze de site remarkable vonden.

dag 1: vrijdag 1 juli 2011
The Pretty Reckless
The Pretty Reckless mocht openen. Op de tonen van “More human than human” van Rob Zombie stapten ze op. Als laatste, de leading lady van de band, Taylor Momsen. De pas achttienjarige Heavy Barbie was een actrice. En is dat zelfs nog altijd – wie Vijf tv aanknipt zal ze kennen van de serie ‘Gossip Girl’. Maar intussen maakt ze met The Pretty Reckless steeds meer rebelse naam in de muziekwereld. Heavy, stevige stem, zwart én een pose on stage. Ze waren pas de dag zelf overgekomen, maar hadden voor ons die moeite kunnen sparen. Het was een opener die gewoon het publiek liet horen dat het festival van start gegaan was.

Welling Walrus
In de Green Room mocht Welling Walrus de eerste gitaar aanslaan. ‘IN’ is niet meer het juiste woord, want de tent van vorig jaar – inclusief klein podium – maakte plaats voor een heus tweede stage. En ze stonden er lekker, deden ons glimlachen met hun ‘Clockwork Orange’-imitatie-make-up. En met hun act. In vloeiend Frans kreeg hij de eerste benen in beweging met een bijwijlen ska-getunede muziek die ‘sérieusement bougeerde’. Op “Malibu-man” kwam er zelfs een extra acteur op het podium die met Bengaals vuur zwaaide. Het was duidelijk dat de heren zichzelf niet té au sérieux namen en daardoor kreeg het geheel iets charmants, kinderlijks bijna, niet in het minst door het inderhaast zelf geschilderde spandoekje dat de keyboards wegstopte.

The Gaslight Anthem
Het spandoek van The Gaslight Anthem was dan weer een stuk professioneler en de vlag overvleugelde het podium. De vlakte voor hen was intussen half volgelopen en genoot duidelijk van hun ‘hit’ “High and Lonesome”. Een modernere versie (of een update slash vervolg, zo je wil) van Bruce Springsteen, naar verluidt zelf ook een fan van The Gaslight Anthem. Vorig jaar kreeg The Gaslight Anthem op Werchter ook al goeie cijfers. Aangename, dynamische rock ‘n’ roll is een compliment dat zanger-gitarist Brian Fallon wellicht graag zou horen na drie jaar The Gaslight Anthem.

Warpaint
Angels from Los Angeles. Hoewel, engeltjes? Gewoon vier stoere dames waarvan er twee afwisselend aan de mic verschijnen terwijl de andere even hartelijk wat tussendoor kletsen. Daar hebben ze ook tijd voor in hun mystisch uitgesponnen maar zelden vervelende ‘symfodelische’ sound. Zwaar enthousiast geraken ze wel niet en dat lag niet enkel aan het feit dat er aanvankelijk wat technische probleempjes waren en dat ze moesten ‘testing while performing’. Het is gewoon een zweverig gebeuren dat meesleept en drie van hen na hun gig nog even in een klankenorgie laat afsluiten. En ja, het was ook aangenaam kijken. ‘The Fool’ (2010) is trouwens hun eerste album. Voor een zwoele zomeravond of kille herfstnacht aan te raden.

Shaka Ponk
Eigenlijk was Main Square voor de Fransen van Shaka Ponk de voorstelling in grandeur van hun jongste album ‘The Geeks and the Jerkin’ Socks’. Het monkeygeweld sloeg aan en in, want de plaatselijke fans gingen gretig uit de bol voor de explosieve, zwaar alternatieve rocksound gecombineerd met een zotte live act die tot in het publiek barstte en ondersteund werd door enkele geslaagde filmpjes. De hele show was trouwens knap uitgetekend, zelfs op hun eigenste lichamen die fraai gebodypaint waren. Een show die insloeg tegen de zomerse zonnekloppers.

Jenny & Johnny
Hoe schoon. Je maakt muziek, je gaat samenwerken en je collega wordt je lief zodat je samen kunt musiceren en toeren onder de welluidende naam Jenny en Johnny. Het is zoals van je hobby is beroep maken. Jenny is Jenny Lewis (van Rilo Kelly) en Johnny is Jonathan Rice (die recent nog met Costello speelde). Schoon ja, maar het liep tegen zessen en het publiek op de Greenroomweide vond dit hét moment en hét concert voor een gezamelijke picknick. En voorwaar, de ‘old skool’ rock met country-invloedjes van het duo stoorde niet tijdens het eten. Hun album ‘I’m having fun now’ wordt dan ook simpelweg als een zonnig album omschreven.

Limp Bizkit
Als eerste zin  ‘the sound of a shotgun’ op je publiek richten, dan weet je waar je aan toe bent met Limp Bizkit, toch een Amerikaanse metalgrootheid. Een grootheid van het verleden? Toch wel. Het was duidelijk dat het publiek wachtte op het goud van oud, maar ze deden heus hun best om de show aantrekkelijk modern te maken. En ingespeeld op de situatie. Met het Frans volkslied en wat geslijm van hoe hard hij van de Fransen houdt. En het trucje van ‘laten we even allemaal zitten en ‘when it kicks we explode’, ja het werkt nog op een zomerfestival. Maar toch, wreed passé, vonden we wel die rock met punk. En even kijken: ja, ze bestaan al sinds 1994 (hun eerste album drie jaar later) en kijk nog eens: ze zijn bezig aan hun comeback met een nieuw album, ‘Gold Cobra’. Maar zoals gezien en gezegd: op hun nieuwe nummers zat in Arras alvast niemand op te wachten. Bijna integendeel.

Tame Impala
Psychedelisch. Vier mannen deze keer. Maar daar houdt de vergelijking met Warpaint van eerder die dag op. De Australiërs mogen dan al wel overal als revelaties gelabeld worden, op Arras vonden we ze vooral zelfhypnotiserend en vermoeiend. We lieten het retro hippie gebeuren behoorlijk snel voor wat het is. Sorry voor de fans, wij beschouwen onszelf niet als één.

Queens Of The Stone Age
Om meteen in het andere uiterste van de eerste festivaldag te vallen met Queens of The Stone Age. Een groep die een klassieker geworden is en dat voor altijd zal blijven. Of kunnen we QOTSA al geen band maar eerder een project noemen? Een project rond pure rock, al liep het de jongste tijd ook even niet zo gesmeerd meer. Josh Homme – de enige die er bij de geboorte van QOTSA al bij was – zette Them Croocked Vultures (jaja, we zagen fans met die t-shirts) weer opzij en besloot The Queens weer het hof te maken. En hij had er verdorie zin in op Arras. Hij begon een kleine tien minuten te vroeg en zette zijn gitaar en de fles vodka in even hoge versnelling. ‘I’m getting drunk up here’, murmelde hij even tussendoor, maar de gig mocht er zijn. Veel vertellen hoefde niet, al nam hij het – zonder succes – op voor een van de fluomannetjes die de eerste dag van MSF opvrolijkten en die door de security manu militari uit de crowdsurflucht werd gesleurd. Het concert eindigde in extase met de gitarist die zijn toestel op de microstaander hing en Homme zelf die zijn gitaar naar beneden gooide waarna ze beiden hand in hand het podium afwandelden. Intussen had de appetijtelijke Selah Sue haar ding gedaan op het podium ernaast. Kiezen is normaal verliezen, maar zo voelde het deze keer niet aan.

Eels
Het was moeilijker kiezen tussen Eels en Linkin Park. Hoewel, we dachten van niet. Het jonge geweld voor de ouderen - of is het oude geweld voor de jongeren - wilden we aan ons voorbij laten gaan en dus trokken we naar de altijd opgewekte Mister E.
Die had zes baardmannen mee opgetrommeld die een tiental seconden de Marseillaise aanhieven. Met twee blazers die - als ze niet mochten meedoen - ostentatief met de rug naar het publiek gingen (moesten?) staan. Die trompet-dwarsfluit-saxofoon-combinatie maakte de tristesse-nummers wat zomerser. Mark Oliver Everett zelf sloot elk nummer af met - allicht hoogst ironische - boodschappen als ‘Marvellous’, ‘You are so pretty’, ‘This is fantastic’. Mister Geniaalheid gaf de eerste helft van zijn optreden een bijwijlen verfomfaaide indruk, maar draaide de enthousiasmeknop nadien wel open. Dat Linkin Park op het podium ernaast er af en toe doorkwam bulderen was maar sporadisch storend tot Mister E het zelf verwoordde: “How do you like our linkin park mashup? En pas daarna schakelde hij entertaingewijs een serieuze stap hoger.

Linkin Park
Wij dus ook maar even onze oordoppen wat dieper ingeplugd om het te luide geweld van Linkin Park te trotseren. Tussen een heel pak (jaja, jong) volk dat duidelijk voor de Amerikanen gekomen was. De rap-metal-rock van Chester Bennigton en co pakte uit met een verwarrende video- en lichtshow. En de fans keelden luidkeels de hits mee. Het hoogtepunt van hun concert. So be it. Niet (meer) aan ons besteed.

Beady Eye
Liam Gallaghers kraaloogje Beady Eye (met pas hun eerste album ‘Different Gear, still speading’ uit) stond daarna op het Green Room-podium, maar na drie nummers hadden we onze buik, oren en ogen vol van de apathische blazéhouding van het kwintet. Zei iemand ooit ‘Fuck Oasis’? Fuck Beady Eye dan maar zeker? Different gear? In achteruit misschien en weinig speed. We gingen ons maar klaarmaken voor The Chemical Brothers.

The Chemical Brothers
In 2008 passeerden ze al in het toen nog kleine Arras op de Grand Place. De licht- en klankshow van toen is bij menigeen blijven hangen en werd in de Citadel bevestigd. Zonder meer. Na meer dan tien jaar als electrogrootheid blijven ze een dancefenomeen met neerdalende kolommen, stroboscopen en lasers en vooral aanzwengelende beats natuurlijk waarop niemand stil staat, al is dat geen criterium. Yes, de ‘Brothers (Tom Rowlands en Ed Symons) worked it out’ vooraleer Martin Solveig de eerste festivalnacht dicht deed.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France


Pagina 760 van 963