Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Stereolab

Loney, dear

Dear John

Geschreven door

Loney, dear biedt Scandinavische weemoed van dromerige, sfeervolle romantische indiepop, die lieflijk, ingetogen, hartverwarmend, uptempo en vrolijk klinkt. Deze sympathieke band onder de vriendelijke zanger/gitarist Emil Svanängen, is toe aan de derde cd, ‘Dear John’; de frisse rock en de zalvende elektronica komen meer op het voorplan, zonder in te boeten aan hun fijn opgebouwde, subtiele melodielijn. Songs als “Airport surrondings”, “Harsh words”, “Under a silent sea”, “Summers”, “Distant lights”, “Violent” en de titelsong passen mooi binnen dit kader, wat wil zeggen kwalitatieve schoonheid van aanzwellende partijen, toetsen, orkestraties, blazers en een prachtige samenzang (= hemels gevoelige, dromerige vocals). Een paar songs worden sober en intiem gehouden, “I got lost” en “Harm/slow”.
’Dear John’ is een uiterst genietbare plaat, die, toegegeven, toegankelijk en eenvormiger klinkt dan de twee vorige. Maar het is een plaat die zich een weg baant naar een breder publiek, die zich kan laten inpakken door de sprankelende, tedere pop.

Fucked Up

The chemistry of common life (2)

Geschreven door

Een jong Canadees zestal komt aandraven met stevig opgefokte hardcore, punk, stoner/rock ‘n’roll en psychedelica. We horen een resem explosieve songs onder de schreeuwerige vocals van zanger Pink Eyes (in de beste traditie van Sick of it All), evenzeer ondersteund door backing vocals van dezelfde leest, als op “Son of the father”, “Magic world” en “Days of the last”. Vaardige, snedige en stuwende riffs, opzwepende drums en bezwerende toetsen bepalen de song. Ook slagen ze erin de songs te laten aanzwellen door repetitief opbouwende en broeierige ritmes, “Crooked head”, “No Epiphany”, “Black albino bones” en de titelsong.
Het zijn allemaal aanwijzingen dat de band het genre naar een rijker niveau tilt. Een knipoog naar de oude stonerbands, Black Flag en Sonic Youth. En het Canadese gezelschap heeft al materiaal genoeg voor een volgend plaatje …

Nomad

Cats and Babies

Geschreven door

Na zijn debuut ‘Lemon Tea’(Hue 2006) volgt een melodieuze opvolger ‘Cats and Babies’. Een tamelijk toegankelijk en onschuldig album! Het grote verschil met zijn debuut is dat de songs door een meer natuurlijke beat werden ondersteund ipv programming. Vooral de piano geeft een breekbaar geheel en zorgt voor een portie gevoeligheid. Zelf zegt Nomad, alias Ruben Kindermans, dat de teksten zeer persoonlijk zijn: “Op mijn 27ste wordt verondersteld dat mijn jeugd over is en ik nu volwassen moet worden…” aldus Kindermans.
De songs zijn inderdaad een nostalgische trip, een ode aan de kindertijd  en jeugd van de man. De sound mag worden gelinkt aan een jonge Neil Young, vooral dan “Little Man”, “Shaping The Clouds” en “The Lake”.
Het album vormt de ideale achtergrond om op een zomerse zondagavond met een lekker gekoeld drankje te mijmeren over vervlogen (gelukkiger) tijden.

Info op http://www.myspace.com/homesicknomad

De Fanfaar

Zonder Compasse

Geschreven door

Volgens sommige bronnen is dit ‘Queens Of The Stone Age in het Brussels’. Komaan zeg, wat meer respect voor de Queens hé! Groot was mijn ontgoocheling want dit is de zoveelste dialect plaat uit arm Vlaanderen.
Volgens hun bio starten de gebroeders Jeroen en Sybren Camerlynk een zijproject. Ze wouden rustige liedjes schrijven die ze niet kwijt konden in hun toenmalige metalband. Er werd nog een drummer gezocht: Tom Ramboer en een extra gitarist: Sam Janssens (Toendra,Trezmil,..). Na drie maanden repeteren startten ze al met de Vlaamse podia af te schuimen. In 2005 waren ze zelfs geselecteerd voor de Nekkawedstrijd,waar ze verrassend de finale halen. Verder hebben ze verschillende Vlaamse rockers als Gorki,’t Hof van Commerce en Raymond verblijd met een voorprogramma. In 2007 verscheen dan hun eerste single “Adieu” (opgenomen in de MM studio, met producer ward Neirynck (Stash, Tom Helsen, …)). In 2008 wonnen ze ook de Nederpopprijs.
Wat mij betreft waren er maar twee nummers die konden bekoren, “Armand Pien” en de bonustrack en remix van hun single “Adieu”. Verder vind ik het album even ranzig als de fotomodellen op hun cd-hoes, maar de Vlaamse kleinkunst en rockwereldje zien het wel zitten met De Fanfaar …
Om te kunnen tippen aan Gorki, ‘t Hof van Commerce, Raymond, De Nieuwe Snaar of Hugo Matthijsen mankeren ze nog veel Ballen… Maar over smaak mag men niet redetwisten.

Meer info bij volgende links: http://www.defanfaar.be of http://www.myspace.com/defanfaar

ZZ Top

ZZ Top of ZZ Flop?

Geschreven door

In Vorst zullen ze het geweten hebben. Geen eendagsvlieg uit de hitlijsten. Maar een recht aan toe confrontatie van het legendarische Texaanse ZZ Top. Die al ettelijke decennia hun goed geoliede machine weten draaiende te houden met stevige rock en blues. Het publiek, een allegaartje van leeftijden, had zich van te voren kunnen opwarmen aan het sterke Hasseltse Drive Like Maria. En dat ging uiteraard gepaard met de nodige bekers gerstenat .

Gehuld in zwart pak, dito zonnebril en hoed braken de veteranen Billy Gibbons en Dusty Hill het ijs met “Got me under pressure”, voortstuwend op de strakke drumlijn van Frank Beard. De fans lusten er pap van. En meteen volgde de ene klassieker de andere op.. Een half uur later werd in het zwoele “Cheap Sunglasses” nog eens duidelijk waarom Gibbons een begenadigd gitarist is. Het nummer ging lekker, doch niet al te hard vooruit als bij een achttien wieler en schakelde bij momenten verontrustend hard in de bochten. Net daar bewees Gibbons met mooi solowerk terug zijn staat van dienst. In de laatste strofe jongleerde Dusty met wat tonica akkoorden. Waarop Gibbons zijn Miss Pearly Gates trachtte te temmen door haar snarenwerk te schrobben tegen zijn gitzwarte broek. Waarin hij ook slaagde.
Het gevaarte kwam zonder al te veel weerwerk mooi tot stilstand. En zo hoorde het ook.
Maar er lag nog veel asfalt en de manier waarop dat rubber aan flarden gereten moest worden, kon haast niet sneller gebeuren dan met de inzet van Muddy Waters’”Catfish Blues” en Jimmy Hendrix’ “Foxy Lady”. Beide songs werden vlekkeloos gecoverd. Maar de olie die het handeltje de weg ophield. Kwam wellicht uit die zelfde al 39jaar stuwende machine en kon naar mijn oordeel best wel eens vervangen worden. Want vooral in “Foxy Lady” miste het nummer de kracht en spontaniteit van het origineel. Hopelijk is dit slechts een klein opstakel in een adembenemende anderhalf uur durende rit.
Voorlopig nog geen nieuwe nummers te bespeuren. Voor hun doorbraakhit “Gimme all your lovin’” stuwden ze het stugge “I Got Paid” door de speakers. Waarin Gibbons zijn slidegitaar tot leven bracht Dusty letterlijk heel hard op zijn bas zat te rammen en Beard vanachter zijn indrukwekkende dubbele basdrumkit (met ellipsvormig rack) het tempo opdreef. Waardoor dit nummer terug leven in de brouwerij bracht. Het publiek hield ervan. Vervolgens speelden ze “Sharp Dressed Man”, “Legs” en “Tube snake Boogie”. Maar nog steeds geen verbrand rubber. De routine had zich meester gemaakt van de machine of toch vooral van Frank Beard. Want alleen een strak spel nodigt niet uit tot meer. Naar het einde toe nog werden nog steeds geen nieuwe nummers gespeeld. Wetende dat er een nieuwe plaat in zicht is. Maar niet getreurd. De Texanen gingen voort op hun elan en eindigden de show in schoonheid met alweer 2 grote kanjers “La Grange” en “Tusk”.

Kortom van niks te weinig. Maar ook van niks te veel ging ik met opgeheven hoofd en brede glimlach naar huis. Nice!

Review livegig van 12.06

Organisatie: Live Nation

ZZ Top

ZZ Top: zompig en onverwoestbaar

Geschreven door

De inmiddels al ietwat grijzere baarden van ZZ Top deden voor een uitverkocht en bijzonder enthousiast Vorst Nationaal wat van hen verwacht werd. De blues en boogie spelen, hard en zompig en zonder franjes. Billy Gibbons en Dusty Hill (beiden gans het optreden met zonnebril, zwart pak en Texas-hoed) hielden het showgedeelte beperkt tot enkele synchrone pasjes en een video wall met fijne projecties en clips. De heren zingen na al die jaren nog behoorlijk snedig en Gibbons’ gitaarspel blijft indrukwekkend, er zit hoegenaamd nog geen sleet op die immer bruisende en rokerige totaalsound.

De setlist kwam geheel uit de seventies en natuurlijk uit hun kanjer “Eliminator” uit ’83, zo speelden ze het ijzersterke trio “Gimme al your lovin’”, “Sharp dressed man” en “Legs” in één ruk na elkaar op het einde van de set, met de bijbehorende videoclips op de achtergrond, u weet wel, met die wulpse dames en de legendarische rode ZZ Top mobiel. Zelfs de witte wollen gitaren werden bovengehaald tijdens “Legs”.
Het optreden was al spetterend van start gegaan met een stuwend “Got me under pressure” en het even onvermijdelijke als wonderlijke duo “Waitin’ for the bus” en “Jesus just left Chicago”. Van dan kon het al niet meer stuk en de krasse knarren beukten op dit tempo verder gedurende anderhalf uur. Tussen de sterke seventies klassiekers door, waarvan een beestig “Just got paid” tot onze favoriet van de avond werd bekroond (die heerlijke slidegitaar !!), drenkte het trio zich verder in de blues via twee nieuwe songs (nou, nieuw, eentje ervan was een Muddy Waters cover) waardoor wij een vermoeden krijgen dat de nieuwe plaat (met Rick Rubin achter de knoppen!) wel eens een aardig stukje roots en retro zou kunnen worden. De Hendrix klassieker “Foxy Lady” kreeg een geweldige beurt en de absolute krakers werden netjes tot op het eind gehouden.

ZZ Top biste met de gemene boogie-lap “Tubesnake boogie” en ontplofte volledig met een lange versie van -uiteraard- “La Grange” (met een gloeiend stuk “Bar-B-Q” in verwerkt, nog zo een kraker van het eerste uur) en een wild “Tush” er onmiddellijk achteraan. Een bruisend einde van een geweldig avondje stomende hard-rock, boogie en blues.

Organisatie: Live Nation

Yo La Tengo

Yo La Tengo: Freewheeling Yo La Tengo

Geschreven door

Yo La Tengo heeft al twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, met groepen van toen: 11 th Dream Day, Seam, Flowerhead, The Wedding Present, Firehose, The Fall en Slint; een muzikaal verkenningspad van een poppy dromerig, sfeervol en loungy geluid tot een bedreven, noisy sound in een tapijt van fuzz en distortion. Avontuurlijk, boeiend en intrigerend.
Het drietal uit Hoboken, NYC, Ira Kaplan (gitaar), vrouwlief Georgia Hubley (drumster, knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en Jamers McNew op bas hadden vanavond een speciale formule klaar: ze speelden een semi-akoestische set van hun oeuvre in een soort persconferentiestijl, waar het zittende publiek allerlei vragen kon stellen over hun rijkelijk gevulde carrière, samenwerkingen, ervaringen over filmsoundtracks (o.a. ‘The sounds of the sounds of science’), kennis van Belgische bands, ontmoetingen met andere artiesten (waaronder Rollins/Black Flag, Daniel Johnston) tot zelfs vragen over de Simpsons.

’Freewheeling’ Yo la Tengo staat voor een geheel aan shows van muzikaal entertainment, die ze in de VS regelmatig doen door hun songs spaarzaam te begeleiden. Het is ‘Talking - Enjoying – Playing’. Hierin zitten er geen requests, maar de ‘vraag- antwoord’ vorm werd telkens met een song getrakteerd. In september verschijnt het nieuwe werk; in het begin van de ruim anderhalf uur durende set kregen we enkele intens sfeervolle songs te horen. In het tweede deel van de set klonk de band krachtiger door een repetitief basspel, een ietwat fors klinkende drums en Ira, die eens kon loos gaan op z’n akoestische en elektrische gitaar, waarbij hij vanuit z’n stoel de pedaaleffects stevig kon indrukken of het geluid vervormde tegen z’n versterker!
We hoorden prachtversies van “Big day coming”, “Pass the hatchet, I think I’m good kind”, “What can I say”, “Sugarcube”, “Mr Tough” en “This is YLT”. De afwisselende zang en de samenzang sierden het geheel.
Ze breidden er nog een uitgebreide bis aan met een sober en elegant “Speeding motorcycle” - btw jarenlang geweerd in de setlist, maar … op verzoek nu toch wel gespeeld, Lou Reed’s “Best friend” en het intiem pakkende “I feel like going home”.

Een enthousiaste band en een nieuwsgierig publiek: een los ontspannende formule en interactie die niemand onberoerd liet, en een sterke respons opleverde.

Organisatie: Botanique, Brussel

Röyksopp

Junior (2)

Geschreven door

Het Noorse duo Röyksopp uit Tronsö kwam in 2001 in de belangstelling met de cd ‘Melody AM’; de single “Eple” werd meteen het uitgangsbord van de band: beeldrijke elektronica van de poolvlaktes; op de tweede cd ‘The understanding’ combineerden ze pop, ‘80’s electro en trancegerichte dansbeats; drie jaar later is er van het duo Torbjorn Brundtland en Svein Berge de derde plaat ‘Junior’, waarbij ze gaan voor de gulden middenweg, met een keur aan gastzangeressen: Anneli Drecker (van Bel Canto), Karin Dreijer Andersson (The Knife/Fever Ray ), Lykke Li en Robyn.
”Happy up here” is een vervolg op “Eple”; “Silver cruiser” en “Royksöpp forever” laten de ijzige wind voelen en de dames spelen een hoofdrol op de popelektronica van “The girl and the robot”, “Vision one” en “You don’t have clue”; tot slot klinken op “Tricky tricky” diepe ‘80’s wavebeats door, wat de groep dichter bij het vervlogen Suicide brengt.
Röyksopp heeft een evenwichtige cd uit met lekker in het gehoor liggende, dromerige en fris tintelende groovende electropop.

Overgrass

Hold time

Geschreven door

De Amerikaanse singer/songwriter M.Ward heeft al zes platen; ‘Hold time’ betekent de definitieve doorbraak naar Europa, waarbij hij z’n veelzijdigheid als muzikant onderstreept, een gevarieerd album dat moeiteloos dromerige rock, bluesy rock’n’roll, ballads en georkestreerde country’roots’pop naast elkaar plaatst; hij weet allerlei invloeden samen te voegen wat een leuke, afwisselende plaat van kwalitatief materiaal oplevert dat voortborduurt op de traditionele Amerikaanse wortels; ook schuwt hij jaren ’50 Buddy Holly en Don Gibson niet; luister maar eens naar zijn bewerking van “Rave on” en “Oh lonesome me”; hij deed beroep op Lucinda Williams en actrice Zooey Deschanel, met wie hij nog een cd’tje opnam onder She & Him.
Per beluistering winnen de songs aan zeggingskracht; het levert pareltjes van songs op, “Stars of Leo”, “To save me”, “Hundred million dollar”, “Fisher of men” en de titelsong.
’Hold time’ bevat tijdloze muziek en bevestigt de omschrijving van M. Ward als een ‘modern day troubadour’.

Empire of the sun

Walking on a dream

Geschreven door

Empire of the sun is een Australisch electroppopduo, Luke Steele – Mick Littlemore, die graag stoeien met elektronica, ‘70’s psychedelica en beats. Ze gieten het in een popmelodieuze structuur en brengen op die manier lekker in het gehoor liggende catchy electropop, waarin een vleugje experiment niet wordt geschuwd. Ook Steele’s karakteristieke stem, die hoog kan uithalen, draagt naast de dromerige, gezapige beats bij tot een zorgeloze droomwereld. Ze brengen flower power en futuristische spacey sounds dichter bij elkaar. “We are the people” en de titelsong komen er heel sterk uit op dit album. Ook de sfeervolle aanpak op “The word” en “Without you” valt mee , maar de experimentjes bieden soms maar een halfgoed resultaat zoals op “Delta bay”. De groep leunt nauw aan de sound van MGMT en kunnen niet omheen invloeden van David Bowie (“Tiger by my side”) en Prince (“Swordfish hotkiss night”). En een hoes die glamour, verleden en toekomst samenbrengt. Of het zorgt voor een grootse toekomst, is een andere zaak!

Pagina 873 van 963