logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Epica - 18/01/2...

Alela Diane

To be still

Geschreven door

Het gaat de vrouwelijke singer/songschrijfster Alela Diane voor de wind. Op anderhalf jaar tijd weet ze twee innemende, boeiende cd’s uit te brengen, waarvan het materiaal sterk ondersteund wordt door haar fluwelen heldere, emotievolle stem. Ze beschikt binnen deze nieuwe freefolkstijl, nu neofolk genaamd, over een trouwe fanshare. Haar dromerige weemoedige sound lijkt wel kampvuurmuziek, tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen.
De tweede cd ‘To be still’, volgt ‘The pirate’s gospel’ op en klinkt lichtvoetig en kleurrijker dan het sober gehouden debuut. Ze komt door de bredere aanpak zelfs in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, één van de iconen van deze 25 jarige zangeres. Sfeervolle folkpop dus, waarbij het akoestische gitaarspel en haar vocals centraal staan, maar elegant en gepast worden ondersteund door banjo, fiddle en viool. Ook de vrouwelijke backing vocals geven zeggingskracht. Haar pa stond in voor een evenwichtige productie van het gevarieerde songmateriaal, van het broeierige “White as diamond”, “My brambles” en “Tattoed lace” tot het innemende van “Dry grass & shadow”, “Age old blue”, “Take us back” en “The older tree”.
’To be still’ bevat heerlijk gevoelige muziek, misschien minder pakkend dan op het debuut, maar nog altijd van het gehalte van gezelligheid, waar het ‘em tot slot om draait bij deze muziekstijl …

The Prodigy

Invaders must die

Geschreven door

Het Britse The Prodigy had z’n roemrijke periode in the ‘90’s met platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’. “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Een hardcore rave sound van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder die vlijmscherpe schreeuwerige zegraps van Flint.
En dan was de inspiratie zoek en leek het liedje uitgezongen voor Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim en Keith Flint (uitgangsbord van de band); de comeback van ‘Always outnumberd, never outgunned’ was een tegenvaller: weinig beklijvende, opzwepend en dynamisch boeiende songs + stuurloze, chaotische livegigs.
’Invaders must die’ brengt het er voorlopig beter van af en keert deels terug naar hun vroegere avontuurlijke dance sound, met songs als “Omen, “ Warrior’s dance”, “Run with the wolves”, “Worlds on fire” en de titelsong. Het afsluitende “stand up” klinkt mainstream, is het meest toegankelijke nummer en refereert aan het oude werk van Primal Scream en The Shamen. Kortom, ‘Invaders must die’ is een halfgeslaagde missie tot eerherstel van deze Britse raverockers.

The Virgins

The Virgins

Geschreven door

Het Amerikaanse The Virgins uit NY weten op aantrekkelijke wijze postpunk en indie te mengen in catchy poprock. De tien songs op de plaat refereren aan de punky attitude van The Jam, de ‘80’s van Talking Heads, Haircut 100, Prebaf Sprout en Aztec Camera. En trouwens, ze hebben een Strokes lookalike en sound.
Inderdaad, de band maakt een potpourri van deze verschillende invloedssferen tot een overtuigend geheel. “Rich girls”, “Murder” en “Hey hey girl” zijn in te lijsten nummers. Fris, aanstekelijk en groovy, alles zit erin om een verhoopte doorbraak te verzekeren …

Barzin

Peter Doherty: gevoelige zijsprong op eigenzinnige levenswandel van een rockicoon (in wording)

Geschreven door

Enfant terrible Pete Doherty kwam de laatste jaren met de regelmaat van de klok en om uiteenlopende redenen op de voorpagina’s van de tabloids terecht. Zijn drugsverslaving en mislukte ontwenningskuren, gevangenisstraffen voor het bezit van illegale roesmiddelen, zijn klantenkaart bij het gerecht en een jojo-relatie met model Kate Moss: allemaal extra-muzikale problemen die zorgden voor een erg ongeloofwaardige reputatie als betrouwbare performer en een hoop geannuleerde Babyshambles-concerten. Vandaag gaat het klaarblijkelijk weer de goede kant op met hem: met ‘Grace/Wastelands’ bracht hij een prachtig solo-meesterwerk uit dat nu al meer dan een maand in onze cd-speler is blijven steken en ook de gewoonte om steevast concerten te annuleren lijkt voorlopig verleden tijd. De plaat geeft de gevoeligere kant van Doherty weer met veel aandacht voor de totaalsfeer en tekstuele rijkdom waarbij zijn stem volledig tot zijn recht komt. Grace/Wastelands is een bijzonder consistente plaat geworden, een plaat die alles in zich heeft om binnen afzienbare tijd tot een klassieker te worden aanzien. Ze toont Doherty op een volwassen manier: Pete is Peter geworden.

Exact een jaar geleden, op 20 april 2008, annuleerde Pete Doherty nog een concert in Lille. We waren dan ook meer dan tevreden dat we hem gisteren voor het eerst (lees: na een reeks teleurstellingen door geannuleerde optredens in het verleden) eindelijk eens aan het werk konden zien! Voor de opnames van de plaat had Doherty met Mik Whitnall, Drew McConnell en Adam Ficek van Babyshambles en Graham Coxon van Blur een mooie band rond zich verzameld. In het prachtige Théâtre Sébastopol in Lille deed hij het, op en wel heel erg indrukwekkende manier, echter solo.
Wie kwam om het solodebuut van Doherty live te aanhoren kwam, wat ‘Grace/Wastelands’ betreft, van een kale reis terug thuis. Met enkel het frisse “Arcady”, single “Last Of The English Roses” (met twee balletdanseresjes als aanvullende artistieke act) en “Salome” (een nummer over de dochter van Herodias die verantwoordelijk was voor de dood van Johannes De Doper) deed hij niet veel moeite om te putten uit ‘Grace/Wastelands’. Over dit feit waren we enigszins teleurgesteld. Bijzonder leuk was echter dat we als fan van wijlen (volgens geruchten binnenkort weer te verrijzen?) The Libertines op onze wenken werden bediend door Pete(r) met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte versies van “Can’t Stand Me Now”; “Music When The Lights Go Out”; “The Ha Ha Wall”; “The Man Who Would Be King” en “Up The Bracket”. Ook nummers van Babyshambles passeerden de revue: “Sticks & Stones”; “Killamangiro”; “Albion” en “Back from the Dead” vanop ‘Down in Albion’ en “There She Goes” en “Delivery” vanop ‘Shotter’s Nation’. Doherty putte dus ruim uit zijn bij het brede publiek bekende oeuvre. Daarnaast echter ook een aantal nummers die, behalve bij de echte fans, minder bekend zijn: o.a. “Don’t Look Back into the Sun”; “Conversation Diva”; “East of Eden”; “Darling Clementine” en “The Ballad of Grimaldi”.

Pete(r) Doherty bracht met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte nummers bijna anderhalf uur lang een bloemlezing van zijn oeuvre over The Libertines naar Babyshambles en zijn solowerk en terug. Hoewel het een knap concert was in een prachtige setting bleven we toch ietwat op onze honger zitten wat het repertoire van zijn solodebuut ‘Grace/Wastelands’ betreft. Voor de rest absoluut geen klagen want dit was vakmanschap van een rockicoon (in wording)! Binnenkort is Peter Doherty te gast op Polsslag in Hasselt en is hij te zien in de Bota ikv 5 jaar Pure FM.

Support van dienst was Roses Kings Castles, een zijproject van Babyshambles-drummer Adam Ficek. We hoorden breekbare songs die heel wat bijval genoten bij het opgekomen publiek. Een knappe opwarmer voor zijn frontman.

Organisaitie: Agauchedelalune, Lille (ikv Les Paradis Artificiels)

Loney, dear

Vakkundige droompop van het Zweedse Loney, dear

Geschreven door

Vorig jaar maakten we kennis met het sympathieke Zweedse Loney, dear onder de charismatische, vriendelijke zanger/gitarist Emil Svanängen. Invloedrijk zijn de ‘60’s pop van The Beach Boys, Belle & Sebastian, Arcade Fire, Sufjan Stevens en de americana stijl van Bonnie’ Prince’ Billy. De man beschikt over een hemelse en gevoelige stem, die de beelden van de tv serie ‘Mash’ oproept. Scandinavische weemoed van dromerige, sfeervolle romantische indiepop, die lieflijk, ingetogen, hartverwarmend, uptempo en vrolijk klinkt.
Die muzikale variatie hoorden we terug in de bijna anderhalf uur durende set, waarbij de groep putte uit hun drie cd’s ‘Sologne’, ‘Loney, noir’ en de pas verschenen ‘Dear John’; net als bij Deerhunter komt de frisse rock en de zalvende elektronica meer op het voorplan, zonder in te boeten aan hun fijn opgebouwde, subtiele, sprankelende melodielijn. De kwalitatieve schoonheid van de aanzwellende partijen en de prachtige samenzang konden nog goed doorklinken, zoals op hun vorig optreden tijdens Les Nuits Bota, ondanks het krachtiger geluid. “Titans” en “Everything turns to you” gaven die aanzet. Maar al snel droomden we weg op de uiterst genietbare “Under a silence sea”, ”Hard days 1, 2, 3, 4”, “Airport surrondings” en “Violent”. Op het intieme en sober gehouden “Meter marks ok” porde Svanängen het publiek aan met enkele obligate ‘Nanaahs’ … alsof we op de golvende zee vaarden… “Carrying a stone” werd zonder versterking ingezet, en bouwde langzaam op naar een schitterende apotheose. En met “I love you” was er de ultieme liefdesverklaring naar z’n dankbare publiek. De subtiliteit van hun melodieuze pop kwam naar voor in puike versies van “Summers” en “I am John”, die door toetsen en xylo een kleurrijk geheel gaven.

Vakkundig liet Loney, dear hun afwisselend materiaal in elkaar overgaan, wat ons doet besluiten dat ze het ideale recept klaar liggen hadden van sprankelende, frisse en tedere pop.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Simply Red

Simply Red: afscheid met hits in stijlvolle geschenkverpakking

Geschreven door

Op het ogenblik dat het uit Manchester afkomstige postpunk groepje The Frantic Elevators in 1982 haar vierde single uitbracht onder de titel “Holding Back The Years”, hadden ze reeds alle steun van platenfirma’s verloren en besloten ze de 7” op eigen kosten en in eigen beheer uit te brengen. Toen ook dit nummer enkel lokaal wat ‘bekendheid’ genoot en commercieel niks te betekenen had, besloot wat later de toen 22-jarige zanger/gitarist Michael James (‘Mick’) Hucknall dat het welletjes was geweest en hij beter andere horizonten opzocht. Hij nam contact op met een andere manager, Elliot Rashman, en samen werkten ze aan een nieuw project. Er werden gepaste, vakkundige muzikanten ingeschakeld en onder de naam Simply Red (u mag eenmaal raden waarnaar dit een verwijzing is) werd in 1985 een eerste album ‘Picture Book’ uitgebracht. Met singles als “Money’s Too Tight (To Mention)”, “Come To My Aid” en een meer soulvolle herwerking van – jawel! – “Holding Back The Years” betekende dit voor de groep meteen een international succes. Nadien zouden de hits zich blijven opstapelen en gingen er inmiddels al miljoenen platen van Simply Red over de toonbank.
In 2010 zal het dan ook precies 25 jaar geleden zijn dat de debuutplaat werd uitgebracht en om dit heugelijke feit te vieren, werd niet alleen besloten een verzamelalbum onder de titel ‘Simply Red 25: The Greatest Hits’ uit te brengen maar hieraan ook een wereldtournee te koppelen die louter hitsingles zou brengen.

De fans waren natuurlijk in hun nopjes maar tegelijk werd de euforie ook getemperd. Mick Hucknall liet namelijk weten dat het hierbij om een zogenaamde ‘farewell tour’ gaat. Met andere woorden: Simply Red houdt op te bestaan en het zijn de allerlaatste concerten die de groep aldus zal brengen. Ingegeven door deze berichtgeving, lieten de fans nog minder dan niks aan het toeval over en was ook het aangekondigde concert in het Antwerpse Sportpaleis al maanden uitverkocht.
De groep kweet zich afgelopen zaterdag van haar taak en leverde een mooi en stijlvol afscheidscadeau af. Het publiek kreeg namelijk een dwarsdoorsnede van de volledige carrière van Simply Red met daarbij (nauwelijks of) geen vullers.
Het concert werd geopend met “It’s Only Love” en “A New Flame”, allebei uit het album ‘A New Flame’ (1989). En meteen was duidelijk dat Mick Hucknall gekleed in grijs pak en roze hemd, binnen ieders verwachting opnieuw uitstekend stond te zingen. Het was bij momenten imponerend te horen hoe gemakkelijk en soms wel op croonerachtige wijze hij met zijn soulvolle stem de nummers extra in de verf zette. Dit kwam onder meer tot uiting in vooral de ietwat rustigere passages zoals “For Your Babies” (‘Stars’, 1991), “You Make Me Feel Brand New” (‘Home’, 2003) (een nummer waarmee The Stylistics in 1974 een grote hit mee scoorden) en natuurlijk “Holding Back The Years” uit ‘Picture Book’ (1985).
Mick Hucknall werd tevens geruggensteund door zijn intussen vertrouwd geworden achtkoppige begeleidingsgroep bestaande uit Ian Kirkham (keyboards en saxofoon), Kenji Suzuki (gitaar), Dave Clayton (keyboards), Pete Lewinson (drums), Steve Lewinson (basgitaar), Kevin Robinson (trompet en fluit) en de twee achtergrondzangeressen Sarah Brown en Dee Johnson. Allen kunnen een goedgevuld cv voorleggen en hebben dus al heel wat ervaring. Dat was duidelijk ook te horen bijvoorbeeld bij een bijzonder sterk gebrachte “Jericho” (‘Picture Book’).
In de eerste helft van het concert noteerden we enkel twee enigszins ‘mindere’ momenten, namelijk de coverversies van “The Air That I Breathe” (‘Blue’, 1998), geschreven door Albert Hammond en Mike Hazlewood en vooral een groot succes voor The Hollies in 1974, alsook “Go Now”, oorspronkelijk uitgevoerd door Bessie Banks maar beter bekend in de versie van The Moody Blues en nu speciaal in het kader van het album ‘Simply Red 25: The Greatest Hits’ ook door Simply Red opgenomen en op plaat gezet. Niet dat beiden slecht vertolkt werden, zeker niet, maar gezien de uitgebreide keuze aan te spelen nummers, leek ons twee van deze covers net teveel, haalden ze te lang het tempo uit de set en werden ze tevens wat te afgelijnd gespeeld.
Via “Thrill Me” (‘Stars’) werd opnieuw voorzichtig een aanval op de heupen van de toeschouwers ingezet maar het was bij “Fake” (‘Home’) dat het publiek massaal opveerde en aan het dansen ging. En met swingende versies van “Come To My Arid” (‘Picture Book’), “The Right Thing” (‘Men And Women’, 1987) en “Sunrise” (‘Home’) met die overbekende sample van Hall & Oates’ “I Can’t Go For That (No Can Do)” er subtieler dan op plaat in verwerkt, bleven de stoeltjes nagenoeg allemaal onbezet. “Fairground” (‘Life’, 1995) dat voorzien werd van een exotisch sambaritme en mooie beats, deed de temperatuur in de zaal zelfs nog meer stijgen.
Hierna verdween de groep van het podium en trakteerde het publiek op twee bisrondes van telkens twee nummers. Daarbij kwamen vooreerst “Something Got Me Started” (‘Stars’) en het vanzelfsprekende “Money’s Too Tight (To Mention)” (‘Picture Book’), opnieuw een cover en deze keer van The Valentine Brothers, aan de beurt. Een tweede bisronde ving aan met “Stars” uit het gelijknamige album en er werd afgesloten met een massaal meegezongen versie van “If You Don’t Know Me By Now” uit ‘A New Flame’. Dit nummer is intussen zodanig vergroeid met Simply Red dat het velen doet vergeten dat het geschreven werd door Kenny Gamble en Leon Huff en in 1972 een hitnotering opleverde voor Harold Melvin & The Blue Notes.

Mick Hucknall sloot aldus met Simply Red een mooi hoofdstuk af. Hij kan zich nu richten op het verder uitbouwen van een solocarrière. Drastische omwentelingen hoeft dit niet noodzakelijk met zich mee te brengen. Wie bijvoorbeeld kijkt naar de muzikanten die hun medewerking hebben verleend aan het album dat hij vorig jaar onder eigen naam heeft uitgebracht, ‘Tribute To Bobby’ (een verzameling liedjes ter ere van blueszanger Bobby Bland), zal daar nagenoeg dezelfde namen zien opduiken die ook op het podium van het Sportpaleis stonden. Simply Red verdwijnt dus niet meteen en degenen die hieraan toch twijfelen, kunnen nog steeds het zekere voor het onzekere kiezen en zich op 4 juli 2009 richting Vorst Nationaal begeven alwaar Simply Red nog een tweede afscheidsconcert in België speelt.

Of daar ook het Belgische Sweet Coffee het voorprogramma zal verzorgen, is niet zeker. In ieder geval mochten ze dit wel doen in het Sportpaleis en de set die ze brachten, ging wisselend van sensueel naar dansbaar. Het klonk allemaal erg goed en coherent. Er werd niet alleen teruggeblikt op hun vorige platen maar werd ook een voorproefje verschaft op het nieuwe, in september te verschijnen album ‘Face To Face’. De vooruitgeschoven single “Tomorrow” die mede door de extra reggae en ragga van gastvocalist Monday heel nauw aanleunt bij Groove Armada, stelde Sweet Coffee als laatste nummer in de set aan het publiek voor. Dit belooft voor de komende (festival)zomermaanden!

Setlist Simply Red: It's Only Love, A New Flame, Your Mirror, Home, Jericho, For Your Babies, Holding Back The Years, You Make Me Feel Brand New, The Air That I Breathe, Go Now, Thrill Me, Fake, Come To My Aid, The Right Thing, Sunrise, Fairground
Something Got Me Started, Money's Too Tight (To Mention)
Stars, If You Don't Know Me By Now

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Live Nation

Saga

Rob Moratti Saga’s nieuwe ‘leading man’ voor de toekomst?

Geschreven door

Toen Saga eind 2006 afscheid nam van frontman Michael Sadler werd de toekomst voor deze Canadese progrockers plotseling erg onzeker. De indrukwekkende afscheidstour maakte duidelijk dat Sadler na zovele dienstjaren niet zomaar vlug vervangen kon worden. Heel even dacht de band er aan om definitief het bijltje er bij neer te leggen. Met ex-Final Frontier zanger Rob Moratti vond men de oplossing voor de toekomst…of toch niet? Ik was dan ook erg benieuwd hoe het nieuwe Saga live zou klinken en hoe de fans Rob als nieuwe frontman zouden verwelkomen. Al moest ik daarvoor wel rijden tot in het Nederlandse Uden, waar in de gezellige rockpub ‘De Pul’ het eerste Nederlandse optreden plaatsvond van het vernieuwde Saga. Dat die avond ook het heropgerichte It Bites op de planken stond maakte het nog veel interessanter.

De club zat goed vol toen het Engelse It Bites stipt op tijd mocht gaan opwarmen. Eind de jaren ’80 had de band een bescheiden pophitje met “Calling All The Heroes”. Deze song, tot het vorige jaar verschenen album ‘The Tall Ships’, het enige songmateriaal waar ik reeds mee vertrouwd was. Het nieuwe album is echter bijzonder sterk en weet zowel pop als progrock liefhebbers erg te bekoren. ‘The Tall Ships’ haalde zelfs mijn persoonlijke album top 10 van 2008, dus dat zegt al heel wat!
De oorspronkelijk zanger/gitarist Francis Dunnery is er niet meer bij. Huidige ‘leading man’ van It Bites is echter niemand minder dan Kino & Arena man John Mitchell. Als je hem hoort zingen moet je wel toegeven dat hij aardig in de buurt komt van het originele pakket. It Bites speelde een veel te korte set. Maar misschien komt dit vanwege de aaneenschakeling van sterke momenten waardoor de 45 toegewezen minuten zo vlug voorbij waren. Vanaf het pompy “Kiss Like Judas” zat het meteen goed. Een stevige ritmesectie (Bob Dalton (drums) & Dick Nolan (Bass)), een verrassend sterke goede keyboardinvulling (John Beck) en de meesterlijke, supermelodieuze gitaarpartijen en vocalen van John Mitchell. Vooral zijn vocale prestaties zijn voor verbetering vatbaar. Maar de man gaat steeds beter zingen, al ziet hij zichtbaar af wanneer hij de hogere tonen probeert te halen. Een supersterk optreden en vooral een warm gevoel om meer! Hopelijk kan ik deze ‘men in white’ binnenkort eens in een full-headlining show zien.

Na een korte break was het langverwachte moment eindelijk aangebroken. Saga opende met de titeltrack uit het net uitgebrachte album ‘The Human Condition’. Een heavy ‘instrumental’ waarin Rob Moratti slechts enkele woorden mag zingen. Met “The Flyer” kreeg het publiek pas echt goed te horen hoe Moratti klinkt. Vol zelfvertrouwen zette de Canadees een voortreffelijke maar iets te heavy versie neer van deze Saga klassieker. Er werd tijdens deze song ook nog angstig gezocht naar een goed geluidsevenwicht maar toen “Wind Him Up” werd aangekondigd zat alles juist. Moratti werd door het publiek hartelijk ontvangen waarvoor Moog synthesizerwonder Jim Gilmour ons uitdrukkelijk voor bedankte. Pas toen “Step Inside” uit het nieuwe album aan bod kwam werd het voor iedereen duidelijk dat Saga toch wel koos voor een drastische vernieuwde aanpak. Een echte melodische rocksong met ballen waarin de zo typerende progressieve Saga elementen nog slechts minimaal aanwezig zijn. Doch mij kan het wel erg bekoren maar ik kan mij wel inbeelden dat niet iedereen even gelukkig is met deze nieuwe stijl. Bovendien is het even wennen aan de expressievere podiumperformance van Moratti, die als nieuwe frontman toch een beetje een stijlbreuk is met de andere heren in de band.
Met Moratti koos Saga ook voor een totaal ander stemgeluid, wat ook al weer een ernstige aanpassing vraagt. Maar eenmaal je accepteert dat dit de toekomst is kan je pas echt genieten en dat gebeurde vooral tijdens de echte Saga klassiekers zoals: “Humble Stance”, “You’re Not Alone”, die sterk door Moratti werden ingezongen.
Tijdens de nieuwe songs kon de man mij minder overtuigen en bovendien maakte hij ook enkele pijnlijke schoonheidsfoutjes. “This was a new song from my new album” zei hij wat ongelukkig en op een bepaald moment kondigde hij ook de verkeerde song aan. Op zich allemaal niet zo erg, maar het brengt de twijfelaars natuurlijk erg in verwarring. “Scratching The Surface” werd nog eens gebracht zoals het origineel werd opgenomen (met Jim Gilmour in de hoofdrol) en dat was mooi meegenomen.
Niet alleen het publiek reageerde fel enthousiast, ook de band liet zien nog steeds heel veel spelplezier te hebben ‘on stage’. De mokerslagen van drummer Chris Sutherland en de competente, vaak maffe gitaaruitspattingen van Ian Chrichton sprongen het meest in het oog en oor. Tijdens de finale zat alles goed met een onvergetelijk sterk “Careful Were You Step” en de allerlaatste encore “On The Loose”.

Ondertussen heb ik op de vele muziekfora zowel positieve als uiterst negatieve reacties gelezen op het debuut van nieuwe zanger Rob Moratti. Het zou het jammer zijn als de vele Saga fans nu reeds zouden afhakken. Moratti is Michael Sadler niet, maar hij heeft ook niet de pretentie om deze echt te doen vergeten.
Saga is gewoon aan een totaal nieuw hoofdstuk begonnen. Of Moratti’s toekomst echt bij Saga ligt is echter een dubbeltje op zijn kant. Zonder twijfel is Moratti een schitterende zanger en uiterst charmante frontman maar of hij de juiste man is op de juiste plaats……ja, ook ik heb zo mijn twijfels.

Setlist It Bites *Kiss Like Judas *Oh My God *Yellow Christian *Plastic Dreamer *The Wind That Shakes The Barley *Ghosts
*Calling Out The Heroes

Setlist Saga *The Human Condition *The Flyer *Wind Him Up *You Were Right *Book Of Lies *Now Is Now *Step Inside *Humble Stance *Scratching The Surface *Crown Of Thorns *You Look Good To Me *Don’t Be Late *You’re Not Alone *Careful Were You Step *On The Loose.

Micah P. Hinson

Micah P. Hinson: beloftevolle twintigers maken indruk

Geschreven door

Rijselaar Louis Aguilar opende de avond en kon als lokale belofte op aardig wat bijval rekenen bij het publiek. In het begin van de set weerklonken enige valse noten, een euvel dat nadien enkel nog opdook wanneer hij samen met de prettig gestoorde dame aan zijn zijde (een mengeling van Kate Pierson en Björk) vocaal moest optornen tegen de soms iets te luid afgestelde instrumenten. Verdienstelijk maar zeker niet onvergetelijk.

Hetgeen The Bony King of Nowhere nadien opvoerde, situeert zich duidelijk een klasse hoger. De vele optredens die Bram Vanparys en de zijnen recentelijk gaven, leidden ertoe dat deze groep nu al klinkt alsof ze jarenlang samen musiceren. Men is quasi perfect op elkaar ingespeeld en dus nu reeds - enkele weken na de debuutplaat - klaar om de hooggespannen verwachtingen ook live volledig in te lossen. Wat ook hoopvol stemt, is het feit dat ze een nieuw lied brachten dat heerlijk swingend klonk en menig danspasje ontlokte aan de muziekliefhebbers die vrijdagavond verzamelden in Le Grand Mix. Die ene song leverde het bewijs dat The Bony King of Nowhere niet gaat rusten op de vele lauweren die ze de voorbije weken toegespeeld kregen. Deze jongelingen zien in dat stilstaan achteruitgaan is en hetgeen ze nu op het podium brengen, doet ons al reikhalzend uitzien hoe ze muzikaal zullen evolueren.

Om tien voor elf was het dan de beurt aan Micah Paul Hinson, de hoofdact van de avond. Deze 28-jarige Texaan betrad het podium met zijn echtgenote aan de keyboards. De drummer was geen familie. Het is moeilijk om één noemer te plakken op de muziek die Hinson brengt: af en toe hangt hij de crooner uit, vaak zijn de country-invloeden prominent aanwezig, op andere momenten hoor je rauwe blues of barst hij los in schreeuwerige rock. Voorts riepen zijn gitaarspel en flair tijdens het optreden nu en dan echo’s op aan hetgeen Jeff Buckley liet registreren op ‘Live at Sin-é’.
Het 150-koppige publiek kon in het begin van de set genieten van bezielde versies van “You’re only lonely” en “Tell me it ain’t so”. Na een vijftal eigen nummers komt de croonende Elvis Presley in hem naar boven wanneer hij “Are you lonesome tonight” aanvatte. Slechts enkele noten ver liet hij dat plan echter varen om vervolgens “Suzanne” van Leonard Cohen te brengen. Blijkbaar had de platenfirma hem vorig jaar gevraagd om een cover-plaat op de markt te brengen, een voorstel dat (tot Hinsons grote frustratie) ingetrokken werd éénmaal ze het resultaat te horen kregen.
Misschien omdat de coverkeuze iets te divers (naast Presley en Cohen immers ook o.a. Leadbelly en John Denver) uitviel om aan de man te kunnen brengen?
Wat er ook van zij, de eigen nummers van Hinson waren sterk genoeg om op eigen benen te kunnen staan. Denk maar aan “Diggin’ a grave” (uit “Micah P. Hinson And The Opera Circuit”) en het beklijvende “When we embraced” (uit het recente Micah P. Hinson And The Red Empire Orchestra).
Na anderhalf uur sloot Hinson het optreden af met de John Denver-classic “This old guitar”, een keuze die bewees dat Hinsons liefde voor muziek hem nog meermaals op menig concertpodium zal doen belanden…iets wat wij volop toejuichen!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Slim Cessna

Slim Cessna’s Auto Club: Praise the Lord

Geschreven door

Het curriculum vitae van Kid Congo Powers ziet er zonder meer indrukwekkend uit. Lid geweest van The Gun Club en The Cramps, gitaar gespeeld op het absolute meesterwerk ‘The good son’ van Nick Cave en verder talloze andere collaboraties, o.m. met Divine Horsemen, Angels Of Light, Legendary Stardust Cowboy, The Knoxville Girls en Speedball Baby. En toch ziet de man er niet echt rock-'n-roll uit en leek hij eerder op een gesjeesde dichter met wat teveel tequila op. Met zijn Pink Monkey Birds bracht hij aangename rustig voortkabbelende rock waarin hij niet zelden de broeierige sfeer van het zuiden opzocht. Een echte zanger kan je hem bezwaarlijk noemen, meestal debiteerde hij zijn teksten, een beetje zoals André Williams dat doet. Het verleden werd niet uit de weg gegaan en we hoorden een wat mislukte interpretatie van "Sex beat" (The Gun Club) naast een dan weer zinderende ode aan Poison Ivy en The Cramps. Slecht was het zeker niet maar toch een beetje te tam om een zaal als de 4AD naar het kookpunt te brengen.

Er zat behoorlijk meer snee op Slim Cessna's Auto Club. Deze band uit Denver, Colorado kreeg vorig jaar met hun zesde (!) cd ‘Cipher’ (uit op Jello Biafra's Alternative Tentacles) onverwacht heel wat media aandacht. Het meesterwerk dat sommigen erin hoorden was het zeker niet maar de talloze goede liverecensies in de Amerikaanse pers (sommigen hadden het zelfs over de beste live act van Amerika) maakten me toch wel heel benieuwd. En op het podium klonk het inderdaad nog een stuk opzwepender. Alles draait rond het charismatische duo Slim Cessna en Jay Munly, twee lange bleke cowboys die zó de hoofdrollen in ‘Brokeback Mountain’ hadden kunnen krijgen. Met veel zin voor het theatrale bestookten ze ons met hilarische teksten waarin de heer regelmatig opdook. Maar in tegenstelling tot 16 Horsepower waarmee de groep regelmatig vergeleken wordt werd Jesus hier verre van serieus genomen. De rest van de Club bestond uit vier schitterende muzikanten (lap steel, staande bas, drums, gitaar/banjo) die connecties hebben met 16 Horsepower en Delta 72. Hun muziek laat zich nog het best omschrijven als americana met een flinke punkinjectie.
Heerlijk concertje maar onvergetelijk? Toch niet, daarvoor huppelde het net iets teveel en miste ik een beetje de ware spirit van de Amerikaanse folk.
.. En gans de avond stond bovendien wat in de schaduw van het net uitgelekte nieuws dat de Gories/Oblivians reünietour zijn weg nu toch zal vinden naar Diksmuide (op 13 juli) …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Paul Kalkbrenner

Energieke DJ gig van DJ Paul Kalkbrenner

Geschreven door

2009 WORDT het jaar van DJ Paul Kalkbrenner. Hij verzorgde de soundtrack en speelde een hoofdrol in de film ‘Berlin Calling’; de single "Sky and Sand" betekende de doorbraak en wordt nu zowat overal grijsgedraaid. Een reden te meer waarom deze sympathieke Duitser de laatste tijd zoveel in ons land vertoeft. Hij stond een weekje eerder op het podium van het Karma Hotel festival in Oostende waar hij de klemtoon legde op een trancy psychedelisch setje.
In de Petrolclub te Antwerpen was hij de perfecte DJ op de ideale locatie. Een goed gevulde zaal zag en voelde het bewijs dat deze DJ, na ruim tien jaar op de achtergrond te hebben gewerkt, momenteel bij de groten van de hedendaagse elektro-scène mag gerekend worden. Hij creëerde een uitzinnig danslandschap door z’n energieke live-set. Een aanstekelijke sound, die door de gepaste opbouw, inwerkte op de dansspieren en waarin plaats was voor emotie en romantiek.

Ben Klock is ook afkomstig uit Berlijn, collega en vriend van Kalkbrenner én resident DJ in ‘Berghain, de technotempel bij uitstek. Hij bracht een gedreven technoset, straight forward, met een knipoog naar de Amerikaanse dance-scene. Een ‘fantasmatische’ gig na Kalkbrenner.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

 

Pagina 880 van 963