logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Suede 12-03-26

The Big Pink

The Big Pink: eentonige geluidsbrij doet shoegazer revival oneer aan

Geschreven door

dNet vóór Les Nuits Botanique opnieuw uit haar voegen barst slaagde de Botanique er nog in om met het Londense The Big Pink een ultrahippe band te programmeren in de gezellige Rotonde. Want zeg nu zelf, als recente winnaar van de ‘NME Radar Award’ voor beste nieuwkomer én een nominatie voor ‘BBC sounds of 2009’ zijn alle ingrediënten ruimschoots aanwezig om deze band rond het Londense duo Milo Cordell en Robbie Furze tot ‘hype’ te katapulteren nog vóór hun debuutplaat in de winkels ligt. Het feit dat één van deze heren bovendien eigenaar is van het Merok platenlabel, waar hedendaagse groepen als The Klaxons, Crystal Castles en The Teenagers momenteel de grote sier maken, doet hier zeker geen afbreuk aan…

Met o.a. Adele, MGMT en Vampire Weekend als voormalige laureaten hebben NME en BBC al meermaals bewezen over visionaire gaven te beschikken bij het voorspellen van ‘The next big thing’. Maar de kans dat u deze zomer songs van The Big Pink vlotjes zal meefluiten op de radio lijkt ons toch erg klein te noemen.
Het feit dat The Big Pink zich inschrijft in een steeds langer wordende rij aan groepjes die de mosterd halen bij de Schotse cultband The Jesus and Mary Chain (J&MC), waardoor sommigen zelfs al volop spreken van een heuse ‘shoegazer revival’, geldt als verzachtende omstandigheid. Het is nu eenmaal bekend dat dit onderschatte genre, dat haar bloeiperiode kende begin jaren ’90 in Groot-Brittannië met My Bloody Valentine, Slowdive en Ride als voornaamste hoogtepunten, door haar veelgelaagde, galmende pedaaleffecten sound een stuk minder radiovriendelijk klinkt dan de hoekige postpunk waar groepen als pakweg Franz Ferdinand, Bloc Party en Arctic Monkeys een patent op hebben.
Een fundamenteler reden is dat The Big Pink live op geen enkel ogenblik de indruk wekte om met deze erfenis op een verfrissende manier aan de slag te gaan.
Het begon nochtans niet slecht met “Too Young To Love”. Maar waar J&MC er destijds op onovertroffen wijze in slaagde om de psychedelica van The Velvet Underground en de hemelse melodieën van The Beach Boys te transformeren tot een vernieuwend geheel dankzij een forse injectie aan feedback guitar, reverb en noise, gingen songs als “Count Backwards”, “Stop The World” en “At War With The Sun” gebukt onder de kwalen die ons vroeger definitief deden afhaken van The Smashing Pumpkins: bombastisch, drammerig en vooral… vervelend.
Enkel tijdens de knappe nieuwe single “Velvet”, die herinneringen opriep aan het oeuvre van Curve begin de jaren ’90 (en niet toevallig gemixt door Alan Moulder, getrouwd met ex-frontvrouw Toni Halliday), aan het eind van de set slaagden de elektronische arrangementen erin een nummer meer ruimte te geven in plaats van dicht te plamuren tot een eentonige geluidsbrij.

Helaas was het kalf op dat ogenblik al definitief verdronken. Na amper 8 nummers gaf The Big Pink er al de brui aan en opvallend weinig concertgangers bleken dit echt te betreuren.

Organisatie: Botanique, Brussel

Falling Man

Geen Billy Childish, maar versplinterde rock van Falling Man

Geschreven door

Ik had hier al mijn pen geslepen en een vers blik superlatieven laten aanrukken om een ware lofrede te schrijven over een monument uit de Britse garagerock: Billy Childish. Maar de snoodaard blies ter elfder ure zijn ganse tour af. Niet lucratief genoeg misschien of een nieuw lief gevonden, Billy? Zo promoveerde Falling Man tot hoofdgroep en werden Gentlemen Of Verona alsnog opgeroepen.

Deze Gentlemen, een vijftal uit Sint-Truiden, begonnen vrij stevig aan hun set en even leken ze op de Yeah Yeah Yeahs minus de electronica. Twee heftige en verschrikkelijke grimassen trekkende gitaristen (vooral die ene die verschrikkelijke buikpijn leek te hebben, te veel onrijpe appelen gegeten?) en een ferme zangeres, wiens stem het midden hield tussen Karen O en Lena Lovich, konden ons ondanks hun onverdroten inzet helemaal niet overtuigen. Na een drietal songs het voordeel van de twijfel genoten te hebben sloeg de balans volledig de negatieve richting uit. Dit klonk veel te stereotiep en te vlak.

Toen Falling Man aantrad, bleek meteen dat we hier heel wat ander vlees in de kuip hadden. Nochtans had ik vooraf de nodige reserves jegens hun zanger Sam Louwyck (acteur in Ex-Drummer en gewezen balletdanser) maar die bleken onterecht. Integendeel, het leek erop alsof Louwyck al gans zijn leven achter de microfoon stond in een rockband: zelfverzekerd, serieus geschift en met een onnavolgbare grom die ons grinnikend deed denken aan de Beasts Of Bourbon of Captain Beefheart. En ook muzikaal kwam die laatste soms om het hoekje gluren, vooral zoals we hem kenden tijdens zijn ‘Doc at the radar station’-periode. Op hun site halen ze Jon Spencer aan als één van hun invloeden maar buiten het gebruik van twee gitaren en het ontbreken van een bas hoorde ik hier niet veel van.
Afgekloven rock met twee alles versplinterende gitaren, regelmatig voorzien van een portie noise, met daarbovenop het dementerende gerochel van Louwyck zorgden voor een lugubere sound die heel goed zou gedijen op het kerkhof. Absolute topper vond ik meteen al het tweede nummer waardoor ook nog eens een schurende countrywind waaide. Ondanks enkele mindere momenten, die er echt ook wel waren, bleef dit boeien tot het einde en voelden we ons nog bekocht, ook toen er geen bisnummer volgde. Na Sticky Monster lijkt Falling Man weer een hele stap voorwaarts voor gitarist Lode Sileghem en hopelijk horen we nog meer van deze band.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Fever Ray

Fever Ray

Geschreven door

Fever Ray: het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, helft van het Zweedse The Knife, wisten hier door te breken met ‘Silent Shout’. Wie te vinden was voor de grillige, spannende, dreigende en koele elektronica en beats van The Knife, komt hier zeker ook aan z’n trekken, maar bij Fever Ray horen we een breder concept: een sfeervolle, warme, broeierige sound met Indiase invloeden van spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, gedragen door de hemelse, heldere en zuivere zang van Karen , die af en toe wat vervormd worden.
Fever Ray manifesteert zich ergens tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))). De soundscapes van “If I had a heart” en de instrumentaal afsluitende “Coconut” onderstrepen de ijzige mystiek. Het gaat dan van het onderkoelde met trage, lome beats “Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer toegankelijke benadering van “When I grow up”, “Now’s the only time I know” en” I’m not done”.
Fever Ray biedt huiveringwekkende songs en is live impressionant. Een sterke aanrader dus met een knipoog aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’, wat trouwens een belangrijke inspiratiebron was!).

Jessica Lea Mayfield

With blasphemy so heartfelt

Geschreven door

De jonge Jessica Lea Mayfield ontpopt zich als een talentrijke singer/songschrijfster op haar tweede plaat ‘With blasphemy so heartfelt’. Ze nestelt zich ergens in de roots van Edi Brickell, Cat Power en Joan as Police Woman en geeft de americana een fikse push met haar puur oprechte en eerlijk broos klinkende pop.
Dan Auerbach van The Black Keys was onder de indruk van haar verloren gewaand debuut ‘Attack & release’ en hield woord toen hij beloofde in te staan voor haar tweede plaat. Hij nam het overgrote deel van de instrumenten op zich als gitarist, organist, pianist en drummer, samen met haar broer Dave op akoestische bas.
Een handvol songs op de plaat, “Kiss me again”, “For today”, “The one that I love best” en “I can’t lie to you, love” (met een aan Neil Young refererend solopartijtje) klinken breder en voller. De ingetogen aanpak en de sobere, spaarzame begeleiding komt aan bod in de daaropvolgende songs.
’With blasphemy so heartfelt’ opent een glansrijke carrière van een talentrijke artieste, als componiste en zangeres.

Mastodon

Crack the skye

Geschreven door

Ondanks het feit dat Mastodon de laatste jaren een sterke toename van naamsbekendheid heeft ervaren, had ik nog nooit een nummer gehoord van deze band. Omdat ik hun nieuwe album toegestuurd kreeg, ‘Crack The Skye’, kan ik deze lichte schande terug goed maken.
Mijn eerste indruk van Mastodon kreeg ik dus met opener “Oblivion”. Ik merkte al direct dat dit geen hapklare Metal is die snel naar binnen gaat. Nee, Mastodon brengt ons experimentele en progressieve Metal die duidelijk meerdere luisterbeurten zal nodig hebben om volledig tot zijn recht te komen. “Divinations” beukt wat meer door dan zijn voorganger en is ook een stuk harder en naar mijn mening ook beter. Misschien komt dit ook omdat ik nu al van de eerste schok bekomen ben.
Na “Quintessence”, een nummer dat wat in dezelfde lijn ligt, komen we bij “The Czar”. Met een lengte van bijna elf minuten is dit het op één na langste nummer van het album. Het nummer begint kalm en bijna hypnotiserend, tot het tij plots omslaat. Het geheel wordt een stuk heavier en nu valt het me pas op dat de zang toch wel iets mee heeft van Ozzy Osbourne. Dit is duidelijk een van de beste nummers van het album en dit nummer doet me inzien dat Mastodon best wel een goede band is.
Eigenlijk kan van heel dit album gezegd worden dat het niveau hoog ligt, dat men de muzikale grenzen verder durft te verkennen en dat men een eigen geluid probeert te creëren. Met ‘Crack The Skye’ heeft Mastodon een goede plaat afgeleverd die de fans van het genre ongetwijfeld zal tevreden stellen.

Bonnie Prince Billy

Beware

Geschreven door

De laatste twee jaar geeft Bonnie Prince Billy z’n introvertie, ontroering en weemoed in een meer catchy aanpak ‘Is this the sea’ klinkt krachtiger en werd begeleid door het Schotse Harem Scarem. Ook de nieuwe plaat klinkt gevarieerd en laat een luchtige en vrolijke noot toe binnen de americana/countryrock. Inderdaad door de toevoeging van banjo, steelpedal, strijkers en blazers schemert de countryfolk meer door, die naast z’n zalvende, lichthese stem door backing vocals nog meer kleur krijgen. Luister maar eens naar “You can’t hurt me now”, “You don’t love me”, “I don’t belong to anyone”, “I am goodbye” en de titelsong.
Naast deze songs horen we innemend, ingetogen werk, dat spaarzaam wordt begeleid en nog steeds het handelsmerk vormt van songschrijver Will Oldham.
Beware balanceert tussen het nalatenschap van Cash/Parsons en gezapige folkcountry.

Envy

De forse kracht van Envy

Geschreven door

De loeiharde sound waarmee Amenra ons bij het betreden van de Labozaal verwelkomde, contrasteerde sterk met de desolate stilte die maandagavond heerste in de binnenstad. De groep kende recentelijk allerhande tegenslagen waaruit ze blijkbaar toch voldoende kracht geput hebben om menigmaal meer indruk te maken dan de 50 betogers die de Leuvense politie zodanig de daver op het lijf joegen dat de grote middelen werden ingezet om een aanzienlijk deel van het stadscentrum te barricaderen. Kortrijks burgervader blijkt van plan om op korte termijn enkele extra gevangenissen te bouwen, we raden hem bij deze aan om deze vijf parochianen uit te nodigen wanneer de stevigheid van die nieuwe bouwsels getest moet worden.

De Japanners van Envy begonnen in 1997 als hardcore/punk-band maar evolueerden later richting het “screamo”-subgenre binnen hardcore om uiteindelijk meer melodische en sfeervolle elementen te incorporeren en zo de stempel ‘postcore’ te krijgen. De set in het STUK bestond maandag voornamelijk uit nummers van ‘Insomniac Doze’, de ‘Abyssal’-EP en de splits met Jesu en Thursday (hun 4 laatste releases).
Voorts brachten ze ook enkele oudere nummers uit ‘A dead sinking story’ en ‘All the footprints you've ever left and fear expecting ahead’. Tetsuya Fukagawa kwam vocaal wat schraal voor de dag, maar dat willen we hem niet euvel duiden want ook hij ‘smeet’ zich als een ware kamikaze zodat we moeiteloos een (spleet)oogje dichtknepen bij de nogal monotone zang.
De set werd afgesloten met “A warm room”, een songkeuze die ons inziens geen toeval was in de aardig verhitte Labozaal. Al wie niet vertrouwd is met de muziek van Envy, raden we trouwens aan om kennis te nemen middels dit prachtige slotnummer dat - als voldoende luid gespeeld! - kippenvel oplevert van hier tot in Tokyo. Wie maandag afwezig was, heeft dus reden om de aanwezigen te benijden.

Organisatie: Stuk, Leuven

D-Tuned Festival 2009: Zu, Kong: Geslaagde comeback van onze noorderburen Kong

Geschreven door

Het Belgische Swaks opende als trio de D-Tuned avond in de Nijdrop, speelde - hoofdzakelijk instrumentale - jaren '90 noise rock, en raakten de snaar van bands als Shellac en Butthole Surfers. Met hun dreigende en logge bassen, scherpe experimentele gitaarsound en bombastische Japanse Taiko-achtige drums hadden de repetitieve nummers de sfeer van een filmische soundtrack te pakken. In hun witte kokpakjes experimenteerde Swaks met een theremin en de nodige feedback, werden ze ondersteund door een geprojecteerde collage van oorlogs- en sprookjesbeelden, en konden we beschouwen dat hun geslaagde project 'af' was.

Hey Colossus uit de UK begon hun set met luide feedback en scream vocals. Wat daarna volgde was Kyuss-achtige stonerrock met een pompende wall of sound die klonk al was het Britse 'God' terug in het leven geroepen. De songs werden aaneensluitend gespeeld, de gitaristen wisselden de zanger af met scream vocals en vaak stonden de bandleden gezamelijk met hun smoel gefocused te kijken naar de drummer links in de hoek van het podium. Naar het einde toe klonk Hey Colossus soms even traag als Earth, voerde met een meer dan vijftien minuten durend epos het publiek in trance, en sluitten ze de set af met een climax waarbij je zo aan bands als Part Chimp en Helmet kon denken.

Het instrumentale trio Zu uit Italië is na talrijke passages (oa Sonic City/De Kreun, zie review 05/04) in ons landje al lang geen onbekende meer voor de liefhebbers van het genre. Het trio stelde tijdens hun ‘Carboniferous’- tour hun recentste gelijkenamige plaat (onder Ipecac '08)
voor, en deed dit, zoals gewoonlijk, op een excellente manier. Quasi de volledige plaat werd naaldfijn gespeeld met een dynamiek alsof ze hem ter plaatse opnieuw aan het opnemen waren. Het geluid zat perfect, en kleine details vielen perfect in balans met het geheel. De percussie die Luca op zijn baritonsax tijdens Chthonian bespeelde, de hondengeblaf-samples, het virtuoze bas flageolettenspel op het einde van het bisnummer “Ostia”, het zat allemaal als gegoten. De Zu mannen werden als helden onthaald en konden live zonder een Mike Patton en King Buzzo - die de plaat mee opfleuren - perfect de boel rechthouden. Een betere Europese opwarmer voor Kong kon men in dit concept niet vinden!

Na hun split in 2000 is Kong uit Nederland toe aan hun comeback, en wat voor één! En natuurlijk speelden ze in hun gekende live opzet waarbij de vier muzikanten elk in een hoek van de zaal opgesteld staan, om een zogenaamd quadrofonisch effect te bereiken! Drumster Mandy Hopman nam plaats op het podium, speelde agressief en gebald en had vanaf de eerste minuut alle vooroordelen over vrouwelijke drumsters weggemot. Tegenover haar stond de bassist, en het enige originele bandlid, Mark Drillich aan de andere kant van de zaal, achter de PA. Aan de zijkant stonden respectievelijk gitarist Tijs Keverkamp en David Kox. Aan de setlist te zien was het overduidelijk dat het Kong te doen was om de promotie van hun
nieuwe langspeler 'What It Seems Is What You Get' (2009). "Hartstikke sneu!" zou je kunnen denken, maar dit liet echter geen al te zware domper op het showgehalte na. In het begin van de show was het duidelijk dat het publiek een dergelijke opstelling niet gewoon was. De toeschouwers stonden wat onwennig rond te kijken, en leken precies gevangen te zitten in een van Francis Bacon zijn geschilderde kooien. De invloeden van industrial, noise en dub stonden in de hoofdzakelijk nieuwere nummers van hun set op de voorgrond. “Factorum Inconstantum”, “On The Contrary”, “Toa Of Eric” en “Last Hunt” volgde 'Wonderwood' uit Earminded ('96), en vanaf “M.O.N.” van hun doorbraakplaat Plegm ('92) zat de sfeer er goed in en stopte het  publiek niet meer met dansen tot aan de laatste knaller “Stockhouse”.
Op het einde van de avond/nacht konden we concluderen dat Kong na 20 jaar ons nog steeds aangenaam kon verrassen met een zeer geslaagde comeback, desondanks dat vooral het nieuwe werk centraal stond, en er slechts een viertal songs uit de oude doos afgestoft werden. De Nederlandse experimentele scène van welleer stond begin de jaren '90 ver boven het Belgische niveau, en het was dan ook met plezier dat we onze smaakpapillen na vele jaren van kroket garnaal uit de muur en patat oorlog terug konden dompelen in deze betere Hollandse keuken. Smaakt naar meer!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

 

Daan

CD voorstelling ‘Manhay’ Daan

Geschreven door

Daan trekt momenteel het clubcircuit rond om de vijfde, nieuwe cd ‘Manhay’ voor te stellen. De titel is vernoemd naar het Waalse dorpje waar Daan naar toe ging om inspiratie op te doen en om de songs uit te schrijven. De klemtoon kwam op z’n singer/songwriterschap. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. Hij deed beroep op z’n vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.
We hoorden al enkele trailers van de songs, die een terugkeer naar de essentie van de pure popsong deden vermoeden, en die sfeervolle toetsen en piano laten doorklinken. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed. Op de vooravond van de te verschijnen nieuwe plaat, waren we dus uiterst benieuwd hoe deze zouden klinken.

De voorstelling van de nieuwe cd werd ter harte genomen door Daan, want ze speelden al het nieuwe materiaal. Meteen trok onze James Dean lookalike in leren jekker en met een sigaret in de hand de aandacht met de aan REM gelinkte single “Exes”, een zwierig rockende popsong. De piano en toetsen hadden een zalvende werking op “Friendly fire”en “Beauty calls collect”. “Decisions” en “The great retriever” klonken uiterst intiem en waren geënt op Daan’s pianospel. Hij stapte over naar “Woods” en “Boots”, die een intens broeierige, meeslepende opbouw hadden, onder z’n doorleefde zang.
Hecht klinkend, compact songmateriaal was de eerste indruk van deze band, die al goed op elkaar ingespeeld was. En we onderstrepen het afwisselende en gevarieerde geluid: enkele nachtburgemeestersongs à la Arno, “Brand new truth” en “Bad boy”, een sfeervol “Your eyes” en het snedig rockende “Radio silence”. Naar het eind van de set hoorden we Daan’s ‘80’s aanstekelijke, dansbare synth classics: “The player”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”, die eerst mooi werd ingeleid op piano en Daans’s grauwe, rappende brabbelzang. Dan klonken de gitaren en drums meer door, wat een verbeten en krachtiger rocksound gaf. Ook “Crawling from the wreck”, de enige electrosong op ‘Manhay’, hielden ze doelbewust binnen dit genre.
Het broeierige “The stealing kind” en een niet te ontbreken hommage aan Johnny Cash besloten de ‘new face en sound’ van een Daan, die zich duidelijk heeft herbronnen en niet meer verder sleutelde en leuterde aan z’n onmiskenbare ‘80’s synthwave.

Wat de eindafrekening maakt van een minder vertrouwd geluid, een happy return naar het archief van ‘Profools’/’Brigde burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode.
‘Manhay’ is een te ontdekken plaatje en live zagen we een geoliede band, klaar voor het clubcircuit en de festivalpodia …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Bob Dylan

Bob Dylan: Grootmeester nadrukkelijk terug van nooit weggeweest

Geschreven door

Robert Allen Zimmerman, beter bekend onder de naam Bob Dylan, mag zonder twijfel tot de allergrootste en invloedrijkste zangerliedjesschrijvers uit de muziekgeschiedenis gerekend worden. Hij maakt reeds 50 jaar muziek, heeft intussen minimaal 800 nummers geschreven, gecomponeerd en op plaat gezet, ontving diverse onderscheidingen en is winnaar van onder meer diverse Grammy Awards en in 2000 van een Oscar voor beste liedje (het beeldje heeft hij trouwens steeds mee op tournee).
Ondanks zijn leeftijd van 67 is hij ook nu nog steeds niet uit de actualiteit weg te denken. Zo maakte hij in 2006 met ‘Modern Times’ een van de beste platen uit zijn carrière, verscheen in 2007 de biografische film ‘I’m Not There’ (in de Belgische bioscoopzalen te zien in 2008), gaf hij vorig jaar opnieuw inkijk in zijn archieven via het uitstekende ‘Tell Tale Signs: The Bootleg Series Vol. 8 – Rare And Unreleased 1989-2006’ en verschijnt volgende week uit bijna het niets zijn nieuwe album ‘Together Through Life’.

Ondertussen heeft hij ook al enkele jaren een fel gesmaakt wekelijkse radioprogramma ‘Theme Time Radio Hour’ op XM Satellite Radio. Iedere aflevering is opgebouwd rond een thema, wordt door Dylan zelf samengesteld en gepresenteerd en geeft blijk van zijn onmetelijke muziekkennis.
Ook wat het toeren betreft, laat Dylan zich niet onbetuigd. Hij vindt namelijk ook nog tijd en zin om jaarlijks ongeveer 100 optredens te doen waarbij per avond uit het immens grote repertorium steeds een andere setlist gekozen wordt. Elk concert is daarbij dus even uniek als onverwacht, mede omdat de nummers andere arrangementen aangemeten kunnen krijgen. Met andere woorden, met Dylan kan er niet alleen muziek beleefd en geademd worden. Dylan belichaamt gewoonweg muziek.
Als de grootmeester dan ook een concertdatum aankondigt, vindt er steeds een vorm van volksverhuizing plaats. Het uitverkochte concert van afgelopen woensdag in Vorst Nationaal vormde op deze regel geen uitzondering. Ook nu weer bleken heel wat mannen of vrouwen hun partner, ouders hun kinderen of grootouders hun kleinkinderen te hebben meegebracht in de hoop dat zij de adoratie voor deze artiest zouden overnemen of alleszins zouden begrijpen.
En toch moet gezegd dat het bijwonen van een optreden van Dylan intussen evenveel onzekerheden kan inhouden als het beleggen op de beurs. Soms is de toeschouwer aan de winnende hand maar hij kan evengoed met een leeg gevoel achterblijven. De stem van Dylan is bij momenten meer geneuzel dan dat er sprake is van zang en zijn humeur kan dermate wisselend van aard zijn en te wensen overlaten dat dit een negatieve weerslag heeft op de kwaliteit en de bezieling van zijn podiumprestaties.
Gelukkig bleven de toeschouwers afgelopen woensdag bespaard van dit alles tijdens zijn passage in Vorst Nationaal.  

Met “The Wicked Messenger” afkomstig van het album ‘John Wesley Harding’ uit 1967 en “It's All Over Now, Baby Blue” van ‘Bringing It All Back Home’ uit 1965 kon het nog alle kanten op met het concert. Maar wanneer Dylan hierna zijn gitaar omgordde en “Man In The Long Black Coat” van ‘Oh Mercy’ uit 1989 inzette, was dit het signaal dat alles wel eens goed kon zitten. Net zoals deze door Daniel Lanois geproduceerde plaat een nieuw elan aan de carrière van Dylan gaf, voorzag ook dit nummer het optreden van een positief duwtje in de rug.
Het zou trouwens de enige keer zijn dat Dylan de gitaar bespeelde. Bij de overige nummers nam hij plaats achter zijn Korg keyboard en liet hij de rest van het instrumentarium - met uitzondering van de zo kenmerkende mondharmonica natuurlijk - over aan zijn inmiddels vaste begeleidingsgroep die getooid in donkergrijs pak (Dylan had tevens een grotere hoed en geel hemd aan) sterk en vrij ontspannen stond te spelen. Het was mooi om zien hoe Dylan op meerdere momenten met de ogen dirigeerde en Stu Kimball (elektrische en akoestische gitaar), Denny Freeman (elektrische en akoestische (slide)gitaar), Tony Garnier (basgitaar en staande bas), George Receli (drums) en Donnie Herron (pedal en lap steelgitaar, elektrische mandoline, banjo en viool) van de nodige richtlijnen voorzag. Vooral met laatstgenoemde was het contact nauw en kon er bij beide heren af en toe zowaar een glimlach af.
De klemtoon lag vooral op het album ‘Highway 61 Revisited’ uit 1965, en dit met nummers als “Desolation Row” (voorzien van staande bas), “Highway 61 Revisited” (mooie steelgitaar, crescendo gaande gitaren en een mooie rustige bluesy outro), “Ballad Of A Thin Man” (met een orgelgeluid dat deed denken aan de versie van “The House Of The Rising Sun” door The Animals) en de klassieker “Like A Rolling Stone” (te neuzelend in het begin maar naar het einde toe beter). Maar ook de recentste plaat ‘Modern Times’ was – met succes want woensdag steevast aanleiding gevend tot een hoogtepunt – sterk vertegenwoordigd met drie nummers, zijnde “Ain’t Talking” (rustig tempo, viool en vergezeld van een klankkleur die perfect zou passen in het oeuvre van Nick Cave), “Thunder On The Mountain” (lekker swingende rockabilly) en het als een tweede bis gebrachte “Spirit On The Water” (jazzy mede door de staande bas).
Verder passeerden ook “Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again” (‘Blonde On Blonde’, 1966), de ode aan de gelijknamige blueszanger ‘Blind Willie Mc Tell’ (om onbegrijpelijke redenen niet de plaat ‘Infidels’ gehaald maar gelukkig opgevist via ‘The Bootleg Series Vol. 1-3) en “I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met)” (‘Another Side Of Bob Dylan’, 1964) waarbij de mondharmonica een confrontatie met het ritme aanging, de revue.

Twee sterkere momenten noteerden we bij een rockende, van gitaarsolo’s en stevig drumwerk voorziene versie van ‘Honest With Me’ en een rustige ‘Sugar Baby’, allebei terug te vinden op ‘Love And Theft’ uit 2001.
Dylan trakteerde het publiek op drie toegiften waaronder een bij momenten rammelende en mompelende “All Along The Watchtower” (‘John Wesley Harding’, 1967). Het overbekende, helder gezongen en meer akoestische “Blowin' In The Wind” (‘The Freewheelin’ Bob Dylan’, 1963) deed deze keer dienst als afsluiter. Dylan verliet daarbij zijn vaste stek op het podium, trad naar voor om solo mondharmonica te spelen en wiegde tot erg uitbundig applaus van het publiek zelfs voorzichtig ritmisch met de heupen mee.

Na de groepsleden te hebben voorgesteld en het publiek te danken met de woorden ‘Thank You Friends’ (waarmee we meteen aangeven dat er ook ruimte werd vrijgemaakt om enkele woorden te spreken) verlieten Dylan en zijn begeleidingsgroep onder diepe buiging na twee uur het podium en trokken een figuurlijke streep onder de doortocht op Belgische bodem van de Never Ending Tour anno 2009.
Devote fans zullen na woensdag hopen dat de concertenreeks inderdaad nooit zal eindigen en vonden het concert in Vorst Nationaal ongetwijfeld uitstekend, nieuwkomers werden mede door de vrij goede zang van Dylan niet geconfronteerd met een onmogelijk hoge instapdrempel, terwijl de sceptici op basis van wat gepresenteerd werd in Vorst Nationaal, ook nu niet van hun mening zullen afwijken. Met andere woorden: Dylan heeft zijn doel bereikt door de gemoederen te blijven beroeren.
Wijzelf houden het op een blij weerzien met een eigenzinnige doch goedgeluimde Dylan en een concert variërend van bijzonder aardig tot erg goed.

Setlist:
The Wicked Messenger; It's All Over Now, Baby Blue; Man In The Long Black Coat; Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again; Blind Willie Mc Tell; Desolation Row; Honest With Me; Sugar Baby; Highway 61 Revisited; Ballad Of A Thin Man; I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met); Ain't Talking; Thunder On The Mountain; Like A Rolling Stone
All Along The Watchtower; Spirit On The Water; Blowin' In The Wind

Organisatie: Live Nation

Pagina 879 van 963