logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (49 Items)

Tami Neilson

Tami Neilson - Great Gigs in The Park 2025 – Rakende en levendige country-folk

Geschreven door

Tami Neilson - Great Gigs in The Park 2025 – Rakende en levendige country-folk

Tami Neilson (****1/2) is een uit Canada/ Nieuw-Zeeland afkomstige country zangeres die al heel wat heeft meegemaakt. Binnen de scene wordt ze hoog aangeschreven. Haar solo werk wordt geprezen en er was nog de samenwerking met een grootheid als de ondertussen 92 jarige Willie Nelson, met de plaat  'Neilson sings Nelson'. Ze is tevens beroemd als een van de leden van de familie country band 'The Neilsons'. Met die muzikale ervaringen als rugzak zagen we haar op de 'Great Gigs in The Park' voor een redelijk gevuld enthousiaste Casino.

Het optreden was een opeenvolging van songs binnen een gezapigcountry-folk sfeertje. Met sappige verhalen over o.a. haar deelname aan de TV serie 'The Brookenwood Mysteries'. De diepe, sterke band met Willie Nelson kwam ook ter sprake, al dan niet met grappig anekdotes. Muzikaal kregen we een bloemlezing van haar pad doorheen de jaren.
Ze haalt met haar band alles uit de kast, spreekt de dansspieren aan en heeft een sterke overtuigende stem. Er is een fijne interactie met haar publiek. Het valt trouwens op hoe Tami die persoonlijke verhalen laat weerklinken , verhalen voor iedereen toepasbaar. Een mooie connectie.
Als een ware 'Cowgirl' toont ze de kracht van een vrouw binnen het mannen bastion van de country. Ze is één van die van die sterke vrouwen binnen de scene. Een gebalde vuist dus , met wat humor bovenop. 
Ze weet heel wat emoties los te weken met haar muziek en haar bepalende vocals. Rakende en levendige country-folk dus, die een magisch, emotioneel gevoel geven.

Billie Congé (****), het indie/folk project rond Indra De Bruyn, bracht ons in een pakkend folky sfeertje. Thema's als genderongelijkheid, sociale onderdrukking en klimaatverandering komen aan bod, met een dosis humor. Het was haar eerste passage hier, ze prees de mooie locatie in het park. Samen met haar band ging ze ervoor. Ook zij heeft een warme stem, die het folky karakter kleurt. Er is voldoende interactie met het publiek, o.m. haar keyboardspeler kan elk moment papa worden, dus als hij midden de set zou vertrekken, je weet de reden …  We kwamen hem nog tegen bij het optreden van Tami Neilson, dus die avond nog geen gezinsuitbreiding…
Billi Congé is een jonge, enthousiaste folk band. Net als bij Neilson was er sprake van rakende, levendige folk, die het publiek kon bekoren en ontroeren. Mooie opener.

Pics homepag @Sven Dullaert

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Steven Wilson

Steven Wilson - Een ruimtereis in twee delen

Geschreven door

Steven Wilson - Een ruimtereis in twee delen

Na zeven jaar afwezigheid stond Steven Wilson opnieuw op een Belgisch podium, en hoe. In een tot de nok gevulde zaal presenteerde de Britse progrockvisionair zijn nieuwste album ‘The Overview’ in een meeslepende liveshow die evenveel van het oor als van het oog vroeg. De avond, opgedeeld in twee zorgvuldig gecomponeerde sets, was een kronkelende tocht door de geest van een muzikale meesterverteller.

De eerste helft van het concert was gewijd aan een integrale uitvoering van het eerste deel van ‘The Overview’, Wilsons achtste soloalbum dat begin 2025 verscheen. Bijna filmisch van opbouw en ondersteund door abstracte ruimtevisuals, baadde het podium in minimalistisch licht toen Wilson zijn sopraanstem inzette voor “Objects Outlive Us”.
De band, tot op de milliseconde op elkaar afgestemd, dompelde het publiek onder in een gelaagde klankwereld waar experiment en precisie elkaar vonden. Soms dreigde het wat te langdradig te worden, maar het publiek hing aan zijn lippen — of liever: aan elke zorgvuldig geplaatste noot. Wilson zelf kon er ook mee lachen: “Vraagt u zich af of we ook nummers hebben die niet oeverloos complex zijn en meer dan 20 minuten duren?”

Na een korte pauze liet Wilson het conceptuele kader even los om terug te grijpen naar hoogtepunten uit zijn bredere oeuvre. De overgang naar set twee voelde als een tijdreis — van recente solowerken zoals “The Harmony Codex” en “The Future Bites” tot ouder werk als “No Part of Me” van ‘Grace for Drowning’ en zelfs een uitstapje naar Porcupine Tree met “Dislocated Day”.
De muzikale dynamiek werd hier duidelijker voelbaar. Zo bracht het energieke “Luminol” de zaal aan het klappen, terwijl drummer Craig Blundell uitblonk in ritmische complexiteit zonder ooit de groove te verliezen. Ook de elektronische stukken pasten perfect in het plaatje van spanningsbogen, met pieken van opzwepende progmetal en dalen van verstilde melancholie.
Wilson bleef trouw aan zijn typische benadering en toonde zich opnieuw bewust van zijn nichepubliek. Ironisch en zelfrelativerend prevelt hij dat “Pariah” in een alternatief universum misschien wel een hit was geworden.
Dat brengt ons naadloos bij de bisronde die bestond uit twee uitersten. Eerst was er het intieme “Pariah”, met op het scherm een ingetogen verschijning van Ninet Tayeb in zwart-wit. Daarna “Ancestral”: een lang uitgesponnen climax waarin tekst, beeld en geluid samenvloeiden tot een perfecte afsluiter. Niet overdonderend in volume, maar wel in emotionele impact en intensiteit.

Steven Wilson bewees opnieuw waarom hij een van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse progressieve muziek blijft. Geen toegankelijke popsongs of makkelijke meezingers, maar een universeel verhaal in klank en beeld — en een uitnodiging om het onbekende te blijven omarmen.

Review The Overview

organisatie: Live Nation

Steven Wilson

The Overview

Geschreven door

The Overview - Steven Wilson blikt terug en kijkt vooruit met zijn nieuwe plaat

Progrocklegende Steven Wilson, bekend van onder meer Porcupine Tree en Blackfield, is terug met een soloalbum, getiteld ‘The Overview’. Het album verschijnt bij Fiction Records. I’ve gone back to a more progressive style, zegt hij er zelf over.

Wilson lijkt de afgelopen jaren wat zoekende naar een nieuwer en gedurfder geluid. ‘To the Bone’ was een best aardig, popgericht album, maar ‘The Future Bites’ was volgens menigeen geforceerd en ongeïnspireerd. Het voelde aan als een moetje, met een vervelend soort geldingsdrang; alsof Steven wilde bewijzen dat hij heus nog wel een degelijk Porcupine Tree-achtig album kon uitbrengen. Progmetal volgens het boekje was het wel, maar zonder sfeer of emotie. Over ‘The Harmony Codex’ waren de fans dan wel weer enthousiast. Daar vermengde hij mooi new-wave, elektronica en progressieve rock. Nog steeds wat wisselvallig, maar het muzikale vuur leek weer te branden.

De nieuwe worp werd alvast ferm gehypet: Een quote als ‘partly reframing the sound of Pink Floyd, Tangerine Dream, Vangelis and other prog titans in a modern context’ kan alleszins tellen. Twee lange nummers van om en bij de 20 minuten (en blijkbaar nog 5 toetjes voor degene die de Special Edition aanschaffen). Elk nummer zou geïnspireerd zijn op het 'overzichtseffect' dat astronauten ervaren als ze vanuit de ruimte terugkijken op de aarde. De gave albumcover lijkt hier eveneens naar te verwijzen.
Over de muziek zelf dan: opener “Objects Outlive Us” heeft een voorzichtige maar zorgvuldige opbouw, gevolgd door heerlijke riffs en solo’s. Het titelnummer is opvallend kalmer, heeft een onderliggende repetitieve beat, met plotsklaps een bruuske overgang naar een wat vrolijker melodietje. Na 15 minuten valt het plots stil en kabbelt de song rustig uit. Een interessante trip dus waarin er vanalles passeert zonder dat er erg veel gebeurt.

Conclusie: Vaak goed, soms briljant, en af en toe ook wel eens tegenvallend, zo kennen we Steven. Het hoort er een beetje bij, zeker met zo'n grote productiedrang. Al bij al is dit een geslaagde zoektocht naar vernieuwing en tegelijkertijd herkenning binnen Wilson’s 30-jarige oeuvre.
Bij deze ook een pluim voor zijn vaste compagnons Andy Partridge (teksten), Craig Blundell (drum), Adam Holzman (toetsen) en Randy McStine (gitaren), die mee hun schouders onder dit album zetten.

Progmetal
The Overview
Steven Wilson

Steven Wilson

Even voorstellen – Steven Wilson, ‘The Overview’

Geschreven door

Even voorstellen – Steven Wilson, ‘The Overview’

Meesterwerk in zicht: Steven Wilson presenteert zijn nieuwe album, ‘the overview’
Het is een album die voor opschudding zorgt in de muzikale wereld van de progressive muziek. Steven Wilson, songwriter, producer, cultmuzikant, leider van Porcupine Tree, is klaar met de release van zijn achtste album, ‘The Overview’, en het minst wat we er kunnen over zeggen is dat het een ambitieuze productie is geworden.
Het 42 minuten durend album is Wilsons meest gedurfde werk tot nu toe. En dat zegt veel, want zijn hele oeuvre is op zich wel vernieuwend.
Op dit album, geschreven, geproduced en gemixt in zijn thuisstudio tussen december 2023 en augustus 2024, verlegt Wilson opnieuw de grenzen van de progressive muziek, een genre dat steeds laat evolueren in zijn solocarrière en zijn werk met Porcupine Tree.

‘The Overview’ bestaat uit amper twee nummers: “Objects Outlive Us” en “The Overview” zelf, elk geïnspireerd op het 'overzichtseffect' dat astronauten ervaren als ze vanuit de ruimte terugkijken op de aarde.

Wilson wordt hier begeleid door zijn vaste muzikanten: Craig Blundell (drums), Adam Holzman (keyboards) en Randy McStine (gitaar). Andy Partridge, van XTC, één van Stevens meest bewonderde artiesten, leverde een bijdrage aan de songtekst.

Het album verschijnt op 14 maart 2025 via Fiction Records/UhmYeahSure records.
 
Album teaser: ici. https://www.youtube.com/watch?v=P0yvbGx-etE&pp=ygUWd2lsc29uIG92ZXJ2aWV3IHRlYXNlcg%3D%3D

Steven Wilson treedt op woensdag 7 mei 2025 op in het Koninklijk Circus, Brussel . Het concert is uitverkocht! Org: Live Nation

Freddie And The Vangrails

Freddie And The Vangrails + Röt Stewart - Aflossing van de wacht in de Kortrijkse punk/hardcore-scene

Geschreven door

Freddie And The Vangrails + Röt Stewart - Aflossing van de wacht in de Kortrijkse punk/hardcore-scene
Freddie And The Vangrails

Freddie And The Vangrails en Röt Stewart speelden op de vooravond van de verkiezingen in (de) Aap in Gent. Omdat er over beide Kortrijkse bands wel iets te vertellen valt, waren wij daar natuurlijk bij.

Beide bands hebben hetzelfde motto: play short songs fast. Het gaat dus over punk en hardcore. Bij Röt Stewart zijn de songs dan nog net iets korter dan bij Freddie And The Vangrails. De Stewarts spuwden net geen 20 songs uit in een set van minder minuten, de Freddies hadden genoeg aan (afgerond) een half uurtje voor een dwarsdoorsnede van 24 uit hun hele oeuvre.

(De) Aap is alvast niet de grootste venue van Gent. In compactheid en vloeroppervlakte steekt het café de bekendere overburen van de Kinky Star naar de kroon, maar ze hebben wel een verdieping voor wij het liever wat rustiger heeft. Het was voor de twee bands ook niet super comfortabel om te spelen, want er is geen podium en de bands stonden opgesteld op zowat anderhalve m² tussen de inkomdeur en het publiek naast de toog. Voor dergelijk geïmproviseer krijg je in punkmiddens alleen maar bonuspunten. Maar dus telkens er nog wat mensen naar binnen of buiten wilden, moesten die zich langs de bandleden en hun instrumenten en versterkers murwen.

Röt Stewart mocht openen voor Freddie And The Vangrails. Deze band werd zowat twee jaar geleden op de rails gezet door vier vrienden die al een tijdje in andere bands speelden, maar die nog een uitlaatklep zochten voor hun gezamenlijke liefde voor oldschool hardcorepunk. Na twee demo-releases op cassette en een split-album met Freddie And The Vangrails zijn ze inmiddels toe aan hun eerste officiële release. Debuutalbum ‘3 Tattoos & A Road Tax Bill’ verschijnt volgende maand bij het Belgische label Pang Pang Records. En zoals het hoort voor elke hardcore-band: ze treden heel vaak op, tot ver in het buitenland (zowat elke bestemming waar je in één weekend over en weer kan rijden). Hun aanhang groeit trager dan hun reputatie, maar succes is absoluut geen doelstelling, in tegenstelling tot fun. Over de setlist voor deze avond werd net voor de start van het concert nog kort overlegd en dan snel op de achterkant van een van de muur gescheurde affiche neergeschreven.
In de set van de Stewarts herkenden we onder meer klassiekers als “Verk”, “Shitty City” en “Fucking Shoe” (van hun allereerste cassette-demo). “Rather See You Dead” van Legionaires Disease zit niet langer in de zet, wel nog die andere cover: “Bad Attitude” van The Testors. Tracks die nieuw zijn op het debuutalbum kwamen in de Aap uiteraard ook langs: “Play Faster” (een sneer naar een andere band), “Mumble Punk”, “No Rice” en – voor ons de song die de hele avond samenvat – “Fuck That Weak Shit”. Van het split-album hoorden we onder meer “Generation Loose”, “Nazi Truck” en “Contractor” voorbijkomen.
De set van Röt Stewart in Gent was een adrenalineshot van jewelste waarbij elke track de vorige probeert te overtreffen in intensiteit en tempo. Deze band staat overal met veel goesting aan de startlijn om een strak sprintje te trekken. De militante lyrics van Pieter worden geruggesteund door een spervuur van riffs van Yannick, de pompende bas van Maxime (die ook tekende voor de coolste podium-attitude) en de ratelende drums van Clint. We zagen dit viertal kort na hun formatie aan het werk in een café in de Frans badstad Boulogne-sur-Mer, en twee jaar verder is deze band uitgegroeid tot een goed geoliede furie.

Freddie And The Vangrails is bezig aan een afscheidstournee. Ze liepen als band een mooi parcours, met mooie concerten in het buitenland en enkele mooie releases op hun eigen label Hopvil Records. Op dat label brachten ze op vinyl ook albums en singles uit van bevriende bands als Speedözer (dat er intussen ook al mee opgehouden is) en Chiff Chaffs. Ze zullen jammerlijk gemist worden. Op zaterdag 23 november is er het allerlaatste concert, als support van The Kids, in Ertvelde.
De doodsstrijd van Freddie And The Vangrails duurt dus nog enkele maanden en ondertussen wordt er nog gespeeld alsof de duivel hen op de hielen zit: hard, snel en smerig. Zanger Dries is in Gent helemaal in zijn element en om de andere song duikt hij met gebalde vuisten en microstatief het publiek in. De set is een mooie round up van alle songs die ze ooit gespeeld of uitgebracht hebben, met memorabele versies van “No Black Flag”, “Can’t Keep ‘Em Cool”, “Glued To The Bar” en “A Wish Called Flipper”. Tijdens “CRS” (Can’t Remember Shit) komt Pieter van Röt Stewart nog wat meebrullen om het feestje compleet te maken.
Voor een band die ten dode staat opgeschreven zat er in Gent Godverdomme nog veel leven in Freddie And The Vangrails. Maar niet getreurd: Röt Stewart staat klaar om de scepter over te nemen.

Organisatie: Aap, Gent

USA Nails

Feel Worse

Geschreven door

USA Nails uit Londen beukt de voordeur in met de gemene oplawaai “Cathartic Entertainment”, mept vervolgens het hele kot aan flarden met een resem verpletterende noise-punk kopstoten, om tenslotte amper een klein half uurtje later de achterdeur keihard aan diggelen te slaan met “I Love It When You Succeed”.
We zijn compleet murw geslagen door zoveel intense pokkenherrie. Denk aan even verzengende bands als Metz, Pissed Jeans en Part Chimp, hier komt niemand ongeschonden uit.
Drilboorpunk van het betere soort.

Beach Fossils

Beach Fossils - Een inslaande golf van shoegaze, dreampop en joligheid

Geschreven door

Beach Fossils - Een inslaande golf van shoegaze, dreampop en joligheid

Ook al betekent het New Yorkse Beach Fossils veel voor de herleving van shoegaze rond 2010, toch zijn ze geen regelmatige bezoekers van de Belgische podia. Na zeven jaar en een niet-zo-nieuwe plaat ‘Bunny’, intussen de vijfde al, komen ze nog eens langs in de Botanique om de schare fans te plezieren. Een volledig uitverkochte zaal beloofde dus ook een fijn terugzien.

Eerst draafde Winter op voor het voorprogramma. Met haar zweverige en toch scherpe vocals (zie: Japanese Breakfast), gesteund door gitarist en drummer, deed Samira Winter denken aan de 90s grunge zoals Bikini Kill of shoegaze à la Slow Crush. Met een gloed van blauw en rood waren de drie muzikanten vaker in het duister dan in het licht. Maar daar ging het dan ook om. Met ontelbaar veel effecten en geregelde feedback, klonken ze bij momenten zwelgend en dreigend. Toch was er soms wat luchtige speelsheid en traagheid met onder andere het nummer “Crimson Enclosure”. Of nog met de meezinger “All night long”. Met vlagen kon de band ons bij momenten wel bekoren.
De zaal, voor de gelegenheid in het gezellige knusse Museum was goed gevuld en het publiek keek en genoot ervan.

Dat diverse publiek van jong en oud was wel klaar voor meer shoegaze en dreampop. Met een audio intro konden de vier van Beach Fossils subtiel het podium betreden. Als opener kon “Don’t Fade Away” alvast tellen. Deze telg uit hun laatste was meteen een knaller waar de vier muzikanten al van los kwamen. Verder werden we meegesleept door de diepere duik in hun repertoire met nummers als "Sugar" en het tweeluik "Moments / What a Pleasure". Een welgekomen uitnodiging om al een eerste keer goed los te gaan. En al zeker tijdens het uptempo tijdens "Shallow", die in de verte iets mee had van Dinosaur Jr.
Het eerste kwartier vloog zo voorbij en dit gaf ook de band wat ruimte om al een eerste keer te bonden met de concertgangers. De zwaarwichtigheid van de lyrics en de donkere gedempte atmosfeer op het podium, stond vaak in schril contrast tot hoe toegankelijk het viertal wel was. Naast de joligheid van voornamelijk gitarist en bassist Tommy Davidson, leidde Dustin Payseur met een oprechte getuigenis over depressie tijdens het toeren “Sleeping On My Own” in. Tijdens het straffe “Sleep Apnea” gingen alle lichten in om vervolgens de zaal magisch te vullen met smartphone lampjes. Een beetje geforceerd maar wel zeer doeltreffend voor de sfeer. Ook opvallend hoe scherp de geluidsmix wel was. Elke noot van gitaar, bas of drum klonk kraakhelder en het geheel met de lichten zorgde voor een ware shoegaze sfeer.
Het viertal dat toen al wat het best gaf tijdens “Seconds” of “Social Jetlag” drukte de gaspedaal verder in om “Numb” en het geweldige “May 1st” gezwind en met veel gevoel te brengen.
Gelukkig was het vat nog niet af en kwamen ze terug voor het bekende “Down the Line” met die catchy melodie, “Crashed out” en “Daydream”. Met als resultaat een inslaande golf van shoegaze, dreampop en joligheid!

Beach Fossils Setlist
Don’t Fade Away - Sugar - Moments / What a Pleasure - Shallow - This Year - Sleeping on My Own - Adversity - Dare Me - Sleep Apnea - Seconds - Social Jetlag - Tough Love - Numb - May 1st — Down the Line - Crashed Out – Daydream

Organisatie: Botanique, Brussel

Nils Frahm

Old Friends New Friends

Geschreven door

Nils Frahm werd bekend dankzij zijn mix van klassieke muziek en elektronische muziek (synths, drumcomputers, loops).  Deze ‘Old Friends New Friends’ is een lange verzameling van eerder onuitgebrachte stukjes piano van 2009 tot 2021. Volgens Frahm is het niet echt een nieuw album omdat er geen grote lijn, verhaal of thema in zit en ook niet echt een verzamelalbum, maar zo voelt het wel.
De Duitser geeft twee redenen op voor dit album. De eerste is dat hij wil vermijden dat er later iemand door zijn muzikale kluizen zou graaien end at die dan zomaar wat bij elkaar zou graaien om langs de kassa te komen. Hij ‘redt’ deze 23 fragmenten en de rest wordt voorgoed gewist of opgestookt. Een tweede reden is dat Frahm broedt op een soort van nieuw begin. Daarover wil hij nog niet veel kwijt, maar het moet zijn dat deze pianostukjes niet langer bij dat nieuwe verhaal zullen passen.
Het verzamelalbum dan. Het gaat – zoals je kan verwachten – een beetje alle kanten op. Van heel naakte, verstilde en kleine piano-akkoorden tot al meer uitgewerkte en ge-arrangeerde stukken. “Rain Take” is bv. heel mooi uitgewerkt, tegenover ingetogen, kleine stukjes als “Berduxa” of “Late”. Het treurende “Todo Nada” heeft een typische ruis als van een stoffige vinyl. “Wedding Waltzer” swingt en walst een klein beetje, op een jazzy kind of way. “Further In The Making” heeft een wat Oosterse look & feel.
Bij heel wat tracks op ‘Old Friends New Friends’ bekruipt je hetzelfde gevoel: je snapt meteen waarom die track niet op de brandstapel ging, maar je voelt ook duidelijk dat ze (nog) niet de innerlijke kracht hebben van zijn werk op ‘Felt’ of ‘Screws’. Je voelt je getuige van een artiest die zoekt en probeert, die dingetjes uitwerkt of weggooit. In hun soms nog onbewerkte vorm herinneren sommige liedjes meer aan zijn soundtracks dan aan pakweg ‘Juno’. De opnamekwaliteit is niet altijd fantastisch.
“New Friend” is – op de intro en outro na misschien – een mooie, voldragen track die met een beetje meer vijlen en schaven zeker sterk genoeg is voor een regulier album. Hetzelfde geldt voor “Nils Has A New Piano”.  Mijn persoonlijke favoriet is “Strickleiter”.
Deze goedgevulde verzamelaar zal toch vooral de bestaande fans plezieren. Ondertussen kijken we uit naar dat nieuwe begin van Nils Frahm.

 

Gard Nilssen

To Whom Who Buys A Record

Geschreven door

De Noorse drumvirtuoos Gard Nilssen was dit jaar 'artist-in-residence' op het prestigieuze Molde Jazz Festival. Hij gaf shows met zijn formaties SpaceMonkey, Bushman’s Revenge, Amgala Temple en het speciaal voor dit festival opgerichte Supersonic Orchestra. Ook Gard Nilssen Acoustic Unity trad er op met de Amerikaanse trompettist Ambrose Akinmusire als gastmuzikant. Samen met contrabassist Petter Eldh en saxofonist Andre Roligheten bracht bandleider Nilssen al twee platen met dit trio uit. Ook op “To Whom Who Buys A Record” haalt hij alles uit de kast om de jazzliefhebber een oorgasme van jewelste te bezorgen.
Vanaf “Cherry Man” wordt die jazz-lat direct zeer hoog gelegd. Dit trio slaat aan het experimenteren en improviseren tot in het oneindige. Daarbij is het die combinatie met blaasinstrumenten, aanstekelijke contrabas en zeer warme drumpartijen die de rode draad vormen doorheen het geheel. Zoveel virtuositeit keert ook terug op de daaropvolgende songs als “Acoustic Unity”, “Omkalfatring” en “Rat On A Skateboard”. Die immense kruisbestuiving tussen deze talentvolle muzikanten is een streling voor ons jazzhart. De heren verleggen prompt een grens binnen dat genre, waar grenzen doorgaans vervagen. Dat merk je niet op de songs apart. Eigenlijk moet je deze schijf bij voorbaat in zijn geheel beluisteren.
Song na song merk je dat Gard Nilssen Acoustic Unity vooral een band is die geen jazz speelt, maar jazz leeft. Dat zorgt ervoor dat er nergens een speld valt tussen te krijgen. Maar de perfectie in bespelen van die instrumenten zorgt ook niet voor het afleveren van een routineklus. De spontaniteit en spelplezier stroomt uit de boxen bij intieme songs als “Jon” en “Skienselva”. Waarmee deze plaat op een warme en zachtmoedige wijzen wordt afgesloten. Alsof de band je na toch enkele dansbare parels tot gemoedsrust wil brengen.
Gard is een drum virtuoos die de aandacht niet alleen naar zich toetrekt, maar ook zijn medemuzikanten de vrijheid geeft om zich volledig uit te leven. Met alle magische gevolgen van dien. Zonder meer brengt dit trio dan ook een knappe jazzschijf uit, die je dat oorgasme van jewelste bezorgt, waarop je als liefhebber van pure jazz op had gehoopt.

Blues/Jazz
To Whom Who Buys A Record
Gard Nilssen Acoustic Unity
Odin/PIAS

Ann Wilson

Immortal

Geschreven door

Ann Wilson werd bekend dankzij haar inbreng bij de band Heart. Haar bijzonder magische stem en uitstraling zorgen ervoor dat deze band hoge ogen gooit in zowel de meer toegankelijke muziek als alternatieve kringen. Ann werpt ook op haar nieuwste worp haar meest belangrijke wapen in de strijd. Die heldere, hoge stem waarmee ze gevoelige snaren raakt, en harten doet smelten. 'Immortal', op de markt gebracht in september via BMG is ode aan overleden artiesten. Ann brengt de songs met enorm veel respect voor het origineel en voegt daar iets eigenzinnig en wonderbaarlijk mooi aan toe waardoor die songs een gloednieuw leven beginnen te leiden.
De bijzonder pakkende song “Luna”, origineel gebracht door Tom Petty, is een schoolvoorbeeld van een song die je gewoon niet kunt kopiëren. Net door die unieke stem van Petty zelf is dat zelfs een onmogelijk opdracht. Toch slaagt Ann Wilson er, net door aan die song een 'vrouwelijke touch' te geven. De song nieuw leven in te blazen. Telkens met respect voor dat origineel uiteraard. Dat is ook het geval met David Bowie's '”I'am Afraid of Americans”, waarin Ann wellicht niet even veel energie en dreiging verstopt als Bowie zelf. Maar toch een meer dan geslaagde versie daarvan brengt.
Het is bovendien niet zo dat Ann Wilson de meest gemakkelijke songs of artiesten eruit kiest. Want “A Thousand Kisses Deep” van Leonard Cohen of “Back To Black” van Amy Winehouse - om maar twee voorbeelden te geven - zijn songs waarop ik het label 'niet aanraken' zou kleven. En toch, telkens je die cover hoort voel je rillingen over je rug lopen, waarbij de overleden artiest vermoedelijk hierboven een traan zal wegpinken van innerlijk genot. Net zoals ook wij bij bovenstaande voorbeelden deden.
Besluit: Niet elke cover is even geslaagd, wat ook onmogelijk is, maar Ann Wilson geeft aan elke song een typische draai in de richting van wat ze al doet bij Heart. Haar geweldige zuivere stem in de weegschaal gooien, en je daardoor ontroeren. Wilson laat zich bovendien omringen door klasse muzikanten, die haar stem nog meer opwaarderen. Alsof dat nog kon. Elke song ademt dus iets uit dat doet denken aan Heart, maar ook aan de artiest aan wie ze deze ode richt. En dat is heel belangrijk. Maar het meest opvallende is die eigen draai die ze, mede door haar glasheldere stem, daaraan geeft. Waardoor zowel de fans van voornoemde artiesten, die houden van die typische vrouwelijke inbreng, en eveneens de fans van Heart over de streep kunnen getrokken worden.
Kortom, Ann Wilson brengt overleden artiesten terug tot leven, binnen een eigenzinnige omkadering, waardoor ze nog meer 'immortal' zijn geworden. Letterlijk!

Tracklist:
You Don't Own Me (Lesley Gore)
I Am the Highway (Chris Cornell, Audioslave)
Luna (Tom Petty)
I'm Afraid of Americans (David Bowie)
Politician (Cream) in honor of Jack Bruce
A Thousand Kisses Deep (Leonard Cohen)
Life in the Fast Lane (Joe Walsh, The Eagles) in honor of Glenn Frey
Back to Black (Amy Winehouse)
A Different Corner (George Michael)
Baker Street (Gerry Rafferty)

Nine Inch Nails

Bad witch

Geschreven door

Trent Reznor draait al Jaren mee in de muziekbusiness. Zijn debuut ‘Pretty Hate Machine’ dateert al van 1989. Vrij vlug kreeg hij succes met singles uit albums van o.m. ‘Pretty Hate Machine’ en ‘The Downward Spiral’. Hij lijkt ook een kat met negen levens te zijn. Hij komt telkens terug en soms verrassend sterk. Daarnaast is hij vrij betekenisvol voor andere muzikanten. Denk aan de samenwerking voor “I’m Afraid of Americans” met David Bowie of de cover “Hurt” door Johny Cash. Met ‘Bad Witch’ is NIN toe aan zijn derde EP in een trilogie dat aangevat werd met ‘Not The Actual Facts’ en ‘Add Violence’.
‘Bad Witch’ wordt door Trent zelf als een album beschouwd waardoor hij dus aan album negen toe is. Als je al zijn andere releases meerekent , kom je zeker aan een dertigtal uit.

‘Bad Witch’ bevat maar zes songs en opent furieus met de punky track “Shit Mirror”. Een directe en in-your-face song maar wel steengoed. “Ahead of Ourselves”  gaat een beetje verder op hetzelfde elan door en doet voornamelijk door de percussie wat aan The Prodigy denken. “Play The Goddamned Part” is een instrumental die  wat vreemd klinkt door o.a. de sax die in het nummer ronddoolt. “God Break Down The Door” klinkt iets lichter dan de vorige songs. Nouja wat heet licht in de wereld van Trent Reznor? Hier zingt hij haast croonend. Dave Gahan of Bowie zijn hier niet ver weg. “I’m Not From This World” is haast industrial ambient. Op “Over and Out” lijkt hij wat mooiheid en kleur in de song te willen steken. Een fijn uitgebouwde song.
Of ‘Bad Witch’ als een EP of een album moet worden beschouwd laat mij koud. ‘Bad Witch’ is sterk en mocht beslist wat langer dan dertig minuten duren.

Tonsils

Around-Forward (10inch –cass)

Geschreven door

Uit Limburg komt het vijftal muzikanten die samen Tonsils vormen. Ze brengen pop en rock en omschrijven zichzelf als een mengeling van dreampop a la Beach House en de gekte van een Pavement. Mooie vergelijkingen en meteen toont het ook dat het niet zomaar popdeuntjes zijn die ze in elkaar steken. Er mag al eens een hoekje af zijn.
Ze brachten al ‘Tumbling’ (2015) en ‘You Know What It Means’ (2017) uit. Nu is er een single met twee mooie tracks op zijnde “Around” en “Forward”. “Around” bevat een warme baslijn (denk aan Metal Molly), een wat gekke tekst en dito synths geven het geheel een niet te serieuze twist. Toch is het een serieus nummer. Het zit goed in elkaar, is catchy en een klein oorwormpje.
“Forward” bevat wat psychedelische en jaren-70 elementen in de song maar is ook wederom goed uitgewerkt. De song bevat ook enkele crazy overgangen. Daarvoor hebben ze waarschijnlijk eerst naar Frank Zappa geluisterd.

Tonsils zal je niet gauw op de radio tegenkomen. Zonde want het is een originele band met een eigen geluid. Om maar te zeggen: je moest deze single eigenlijk al in je bezit hebben. Haast u!

Steven Wilson

Steven Wilson - Verbluffende Steven Wilson geeft alle criticasters lik op stuk

Geschreven door

Steven Wilson - Verbluffende Steven Wilson geeft alle criticasters lik op stuk
Steven Wilson
Ancienne Belgique
Brussel
2018-03-09
Dominiek Cnudde

Al enkele jaren behoort Steven Wilson tot de absolute top van de progressieve rock. De nieuwe plaat: ‘To The Bone’ deed echter bij vele die-hard progfans de wenkbrauwen fronsen. Weg is de pure psychedelische progrocksound die voorganger: ‘Hands Cannot Erase’ tot zo’n gigantisch succes hebben gemaakt. Op ‘To The Bone’ laat Wilson een andere kant van zich horen en ligt de nadruk meer op songgerichte progressieve pop/rock. Enkele recensenten omschreven de plaat wat respectloos als banaal en als een enorme tegenvaller. Anderen zijn milder en vergelijken deze nieuweling met het rustiger poppy werk dat hij met Porcupine Tree maakte. Toegegeven ‘To The Bone’ haalt zeker niet het niveau van zijn voorganger maar een slechte plaat is het allerminst.
Ook nu is Wilson niet bereid tot een compromis en creëerde hij opnieuw in de eerste plaats een album die hij zelf wilde maken en niet meteen een plaat in functie van wat de fans graag willen horen.

Gelukkig haakten de meeste Wilson fans niet af want de Ancienne Belgique was helemaal uitverkocht voor wat een sublieme muzikale avond zou gaan worden. Geen support-act maar wel een avondvullende – ‘An Evening With Steven Wilson’ – show van ruim 150 minuten! Als intro kregen we de kortfilm ‘Truth’ te zien. Een montage van enkele simpele foto’s en labels die je deed nadenken over hoe elk beeld op een verschillende wijze geïnterpreteerd kan worden. Begrippen zoals ‘fake news’ en ‘perceptie’ waren nooit veraf. Gewaagd en duidelijk een introductie met een stevige boodschap richting sociale media. Naadloos werd opener “Nowhere Now” hieraan gekoppeld. Gevolgd door een supersterke versie van het mooie “Pariah”.
Muze Ninet Tayeb blonk opnieuw uit door haar afwezigheid maar dit werd deze keer wel zeer professioneel ingevuld door misschien wel de sterkste visuals die ik ooit zag. Een extra projectiegordijn die vóór de band hangt is niet nieuw (Sigur Rós doet dit al vele jaren) maar omdat het zo transparant was , waren de projecties van Ninet levensecht en waanzinnig mooi…..net alsof ze er toch echt een beetje bij was.
Dit tweede projectiescherm werd gedurende het optreden meermaals voor de band geschoven en maakte van dit optreden een buitengewone avontuurlijke visuele belevenis. Net voor “Home Invasion” bedankte Steven al een eerste keer het uitzinnige publiek en grapte hij dat het er in Scandinavië en Duitsland net iets koeler aan toe was gegaan.
Steven had er duidelijk veel zin in en dat uitte zich in machtige live versies van o.a. “Regret #9”, en het pikzwarte “The Creator Has A Mastertape”. Na zijn liefde te hebben verklaard voor zijn Fender Telecaster was “People Who Eat Darkness” toch ook een hoogtepunt mede dankzij de verbluffende knappe, kunstzinnige animatievideo. Set 1 sloot af met het sublieme, bombastische “Ancestral” uit ‘Hand Cannot Erase’ waarna we 15 minuten pauze kregen om onze eerste indrukken door te spoelen.

Ook set 2 was een aaneenschakeling van enkel maar hoogtepunten. Het Porcupine Tree epos “Arriving Somewhere But Not Here” deed de temperatuur in de AB met nog enkele graden toenemen en als je daarna je meest controversiële song van de nieuwe plaat “Permanating” zo weet te verkopen dat het toch nog uitdraait op een uitbundig dansfeestje dan ben je een genie! Zeer beklijvend was ook het opbouwende “The Same Asylum As Before” met zijn krachtige gitaren en potige drumsound. De intrigerende falsetto stem die Steven hier laat horen is voor hem een beetje een ode aan zijn grote idool Prince. Het klonk nog zoveel beter dan op plaat! “Heartattack In A Layby” uit Porcupine Tree’s album ‘In Absentia’ was misschien wel het meest atypische moment in de setlist. Tijdens deze song sloegen de meerstemmige vocalen ons langs alle kanten rond de oren. De fantastische quadrafonische surround sound, die ons al de ganse avond had weten te overdonderen, bereikte hier zijn absolute hoogtepunt.
Het ‘industrial metal’- achtig “Sleep Together” beukte er nog eens stevig op los maar persoonlijk had ik wel liever eens een andere afsluiter gehoord. Ik werd echter al vlug op mijn wenken bediend want even later stond Steven solo terug op het podium om enkel op gitaar “Even Less” voor de (oudere) fans te brengen. Gelukkig was er net voor de spertijd nog tijd om met volledige band ‘in tristesse’ af te sluiten. Of hoe “The Raven…” ons met pijnlijke schoonheid en gelukzaligheid opnieuw de keiharde realiteit instuurde.

Deze passage van de ‘To The Bone’ tour was bijzonder sterk. Visuals en sound waren van een buitengewoon hoog niveau. Ook de band met bassist Nick Beggs, drummer Craig Blundell, toetsenist Adam Holzman en gitarist/nieuwkomer Alex Hutchings waren feilloos en klonken beter dan ooit te voren.
De vaak bekritiseerde nieuwe songs van “To The Bone” zaten slim verspreid in de setlist, klonken live vele malen beter en brachten heel veel afwisseling in de set.
Naast dat Steven steeds een betere zanger en gitarist wordt , wist hij ons ook meerdere malen te charmeren met zijn droge Engelse humor.
Kortom een avond die alles had en die de kritische mens in ons een stevige veeg uit de pan gaf!

Set 1: *Nowhere Now *Pariah *Home Invasion *Regret #9 *The Creator Has A Mastertape  *Refuge *People Who Eat Darkness *Ancestral
Set 2: *Arriving Somewhere But Not Here *Permanating *Song Of I *Lazarus  *Detonation *The Same Asylum As Before *Heartattack In A Layby  *Vermillioncore *Sleep Together
------------------------------
*Even Less  *The Raven That Refused To Sing

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/steven-wilson-09-03-2018/
Organisatie: Live Nation

Nils Frahm

Nils Frahm - Hypnotische beats in het klankenlabo

Geschreven door

Van een verrassing gesproken, het was niet Niels Destadsbader die met zijn nieuwe plaat opdook in de Album Ultratop, maar die andere Nils, Nils Frahm, die met zijn nieuwe plaat ‘All melody’ op positie 4, toch maar schoon stond te blinken tussen Ed Sheeran en K3. De AB was dan ook twee maal uitverkocht voor het concert van de zesendertigjarige Duitser, wij waren er bij op de tweede dag.

Het podium van de AB was ingericht als de opnamestudio van Frahm, met een uitgebreide opstelling van piano’s, orgels, synthesizers en andere obscure toetsinstrumenten, met zelfs een orgel dat in de coulissen stond voor een betere klank, aldus Frahm.
Dit twee uur durende concert vloog voorbij, met een enthousiaste componist die zich uitleefde in zijn muzikale speeltuin waarin toetsinstrumenten soms op onorthodoxe manieren bespeeld werden in zijn zoektocht naar nieuwe geluiden.
De nieuwe plaat van Frahm, gaat verder in de richting van ‘Spaces’, zijn plaat uit 2013, die pianomuziek aan elektronica paarde. Hier en daar bracht hij nog een intimistische pianocompositie, die heel verhalend en filmisch was, als je het gekuch uit het publiek, en het aanschoppen van de plastieken bekers in de zaal wegdacht. Maar eigenlijk was het grootste deel van het concert uitgepuurde, minimale techno, die in menige club tot zijn recht zou komen, bv. In het nieuwe “Sunson”: we hoorden Teutoonse beats die in Berghain niet zouden misstaan: een beetje Bookashade, een beetje Kompakt, denk aan Wolfgang Voigt, maar dan zonder de donkerte van die laatste. Frahm roept zo de zonsopgang in Ibiza op, na een hitsige clubnacht.
Die luistertechno wordt ondersteund door alternatieve klanken die hij uit de toetsinstrumenten tovert: je hoort de hamertjes op de snaren kloppen, mechanische geluiden die je normaal bij toetsinstrumenten niet mag horen, er zitten speelgoedpiano’s, strijkers en aanzwellende orgelklanken in die overgaan in drones.  Bij momenten klaterden de beats, in een hectiek die je ook vindt in de meer experimentele nummers van Radiohead. Alleen de klaagzang van Thom Yorke ontbrak in “All Melody” en “#2” zwelde aan naar zijn euforische hoogtepunt: oneindige muziek in overdrive.
Wij hoorden ook een grote hommage aan de pioniers van de elektronica, met referenties naar Vangelis (“Chariots of Fire”) of Mike Oldfield (“Tubular Bells”). Tussen de lange nummers door, nam Frahm de tijd om met veel ironie zijn nummers te becommentariëren: zo vergeleek hij zijn composities met het kiezen van een wasmachine-programma, of omschreef hij zijn populairste nummer “Says” als een repetitie van steeds hetzelfde C-akkoord: dat was het ook, maar die repetitie creëerde boventonen die heel hypnotisch werkten.
Dit concert vloog voorbij, het was zo kwart na tien en tijd voor de door Frahm aangekondigde bis, waarin hij de snaren van de vleugelpiano rechtstreeks bewerkte in het nummer “For -Peter- Toiletbrushes- More”.

Met deze mix van klassiek, experiment, soundtrackmuziek en minimale beats is Frahm klaar voor de festivals, we zouden hem nu niet direct op Tomorrowland zetten, maar een festival zoals Cactus afsluiten, zal hem zeker goed afgaan.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel + Toutpartout

Steven Wilson

To The Bone

Geschreven door

Steven Wilson, de voormalige frontman van de progband Porcupine Tree, is een purist en een perfectionist, iemand die muziek maakt met behulp van microscoop en waterpas. Hij sleutelt eindeloos aan zijn platen tot alles perfect zit. Naar zijn normen toch, want wanneer iets perfect zit voor een virtuoos of precisiemens als Wilson is het voor ons dikwijls al lang naar de kloten, wij zijn bijvoorbeeld ook geen fan van de nieuwe van Roger Waters.
Wilson is met dit nieuwe album opgeschoven van progrock naar progpop en heeft zich gericht op compacte harmonieuze songs die deze keer niet persé 10 meer dan minuten moeten duren. Op ‘To The Bone’ zijn uiteraard een hoop muzikale hoogstandjes te vinden, maar in zijn zoektocht naar uitgebalanceerde melodieën en gestroomlijnde pop is Wilson toch wel een paar keer zwaar over de slijmbalgrens gegaan. Met de platte commerciepop van “Permanating” bijvoorbeeld lonkt hij zeer nadrukkelijk naar de hitparade en zelfs naar de dansvloer, dit klinkt als The Scissor Sisters, maar dan zonder de humor.
De dingen waar progrock-fans doorgaans op kicken, namelijk epische rocksongs met vaak lange virtuoze uitweidingen, zijn hier ver te zoeken. De virtuositeit is evenwel nog steeds aanwezig, maar die zit in een keurslijf van beknopte en te cleane songs gewrongen. Wij vrezen dan ook dat de Porcupine Tree fans die nog aan boord waren nu wel definitief zullen afhaken, tenzij ze zich nog hardnekkig vastklampen aan die ene lange track “Detonation”, eentje waarin Wilson nog eens met verve het brede spectrum van de progrock bewandelt.
Wilson zal zelf niet wakker liggen van de verloren fans, hij heeft zijn pijlen duidelijk op andere doelen gericht. We wensen hem veel succes, maar wij zoeken liever andere oorden op.

Steven Wilson concerteert op 09/03/2018 in de AB, breng een comfortabel kussen en een dekentje mee.

Beach Fossils

Beach Fossils – Fun en energie!

Geschreven door

Beach Fossils – Fun en energie!
Beach Fossils + Annabel Lee
Botanique (Rotonde)
Brussel
2017-09-18
Didier Becu

De eerste concertweken van de Botanique waren er om in te kaderen. Op het programma maandag:
Beach Fossils, een mens zou voor minder watertanden en op de koop toe nog eens als support act één van de te volgen Belgische bands van dit moment: Annabel Lee.

Om klokslag acht vuurde de Brusselse samen met haar band die gedeeltelijk uit Animal Youth-leden bestaat zijn indiesongs op het publiek af. Juist, het was voor de band een beetje een thuismatch (zo wisten ze dat er zich drie jarigen in de Rotonde bevonden), maar een voordeel dat werd gecombineerd met kwaliteit.
De spilfiguur van dit viertal is ongetwijfeld zangeres Audrey Marot. Onschuldig, ontwapenend, maar iemand die weet wat ze wil. De band stak meteen van wal met het uptempo-getinte “Stuck In The Mud” en bracht ons in een halfuur tijd naar het beste van de jaren 90. Van de verbetenheid van de Throwing Muses tot het speelse van Bis, het zal allemaal in de krachtige set verweven. Grote kunst is het niet, maar het maakt je gelukkig, en dat is ook één van de taken van muziek, toch?
Met een ‘10’ op zak die is uitgebracht op Luik Records heeft Audrey en haar band alle troeven in handen om het te maken. Popsongs kan ze schrijven, de nodige charisma is er ook, en ze weten maar al te goed waarmee ze bezig is. A star is born, en wat ons betreft mag die nog lang fonkelen.

Een ideale opwarmer voor wat komen moest. Wat schrijven we?
Beach Fossils zou zeer goed uit de hoek moeten komen om dit te kunnen evenaren. Een voordeel is dat de band uit Brooklyn de reputatie heeft dat hun optredens sterker zijn dan wat ze op plaat doen, een stelling die in Brussel nog maar eens werd bewezen. Niet dat ‘Somersault’ slecht is, want dat is het niet, wel eentje waarin je merkt dat ze maar al te graag Tame Impala achterna willen gaan. Een sound waarin je tevens de Beatles of zelfs wat shoegaze hoort. Niets nieuws dus, maar live tonen ze vooral energie. Een factor die niet onbelangrijk is, en telkens als geen ander blijkt te werken.
Het duurde een tijdje vooraleer zanger en oprichter Dustin Payseur zich ontpopte tot een niet te stoppen waterval (de essentie van Lord Of The Rings in een minuut vertellen, je moet het toch maar kunnen), maar de sfeer zat er vanaf het begin meteen goed in.
Vanaf “Shallow”, en daarna met “This Year” (ingeleid door een bossanova-interlude) wisten we eigenlijk al lang dat dit een geslaagde avond zou worden. “Down The Line” werd het tweede bezoek aan de nieuwe release, de song ging er net als op de plaat in de Botanique zoetjes in, en de rol van de synthesizer werd alsmaar groter. Bij “Saint Ivy” kwam er zelfs een trompet aan te pas. De song kon niet alleen een Beatles-titel zijn, het klonk ook zo!
De beste track van de set werd ook de knapste song van de avond, “Sugar”, waarin één of ander bizar pluchen beest dienst deed als tamboerijn. Nog meer shoegaze in “Be Nothing”, en “Sleep Apnea” dat aangekondigd werd als een perfecte plaat voor een maandag, en werd ingeleid met de eerste tonen van “Step On” van de Happy Mondays. Of het jonge publiek die hint begrepen had weten we niet, het zorgde in ieder geval voor wat glimlachende gezichten (vooral op die van de oudere bezoekers).
De eerste rijen van het publiek werd ook nog eens lekker beetgenomen. Nou ja, ten minste zij die zich blind staarden op de setlist. Want wat uiterst kort leek, werd gewoon opgelost door het blaadje om te draaien, want daar stond het tweede deel vermeld…en grappig aangekondigd als de tweede acte van de set.
“Calyer” was west coast-muziek uit de bovenste schuif, maar we werden vooral ontroerd door “Closer Everywhere” dat (sorry) wel heel Tame Impala klonk.
De ‘tweede acte’ was wat kort, want een kleine tien minuten erna verdwenen de Amerikanen van het toneel.
De sloebers kwamen natuurlijk nog eens terug en nadat Payseur voor een minuutje de standupcomedian had uitgehangen, gaf Beach Fossils nog een laatste eresaluut met “Crashed Out” en “Daydream”.

Twee goede optredens op iets meer dan twee uur, een bezoekje aan hellhole meer dan waard!

Met dank aan Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Organisatie: Botanique, Brussel

 

The Narcotic Daffodils

Summer Love

Geschreven door

The Narcotic Daffodils uit het Brusselse hebben hun derde album, ‘Summer Love’, uitgebracht bij het Antwerpse Starman Records. Ze weten de tijdsgeest van die zomer van de liefde perfect te vatten in licht verteerbare, psychedelische pop voor liefhebbers van Shocking Blue en Middle Of The Road. Ook Jefferson Airplane, Iron Butterfly en Buffalo Springfield zijn nooit ver weg. Maar er zijn ook nog wat werkpuntjes.
Bezieler Simon Rigot (die je misschien nog kent van newwaveband Berntholer en hun culthit “My Suitor” en later van Les Cactus met o.m. Perry Rose en Dirk Schoufs) richtte The Narcotic Daffodils op in 2009. Na twee albums verlieten drie leden de band en moesten vervangers gezocht worden. Met drie nieuwe, jonge muzikanten (Maria op gitaar, Luna op orgel en zang en Arne op drums) brengen ze op zes nummers een fijne en heel aanstekelijke mix van  psych, acid en bluesrock. De nieuwelingen moeten nog een beetje groeien in hun rol in de band, maar met wat meer podium- en studio-ervaring komt dat goed.
Op het vorige album hadden ze hun sound een moderner jasje aangemeten, maar op dit derde album keren oprichters Simon Rigot (sitar en keyboards) en bassist Flupke terug naar de psychedelische pop en rock. De band haalde voor dit album zijn inspiratie opnieuw uit de wilde jaren ‘60, een tijd waarin alle experimenten mogelijk waren, van de flower power, de seksuele revolutie  en het leven in communes tot de invloed van Indiase muziek, psychedelische bluesrock  en breed uitwaaierende Hammond-orgels.
De sfeer en de composities zitten alvast heel raak. Alleen laat de band punten liggen inzake de teksten. In de sixties hadden liedjes toch vaak een verhaallijn en die ontbreekt hier meestal. Ook de productie en geluidsmix kunnen beter, of het moet zijn dat die moeten bijdragen aan het retro-garagesfeertje. Maar er zijn genoeg momenten dat alles juist zit. Het lang uitgesponnen “Atomic 53” doet een beetje denken aan de vroege albums van Fleetwood Mac (Black Magic Woman, Albatross) en aan The Fifth Dimension en daarmee zitten The Narcotic Daffodils toch al zeker in het juiste tijdvak.
‘Summer Love’, de track dan, opent met een prachtig Hammond-geluid dat op zich alleen al de hele song overeind houdt tot aan de psychedelische outro. Ook “Naturally High” teert hard op het geluid van de keyboards.
“Guardians” is een straffe track met heel uiteenlopende ingrediënten: rock, acid, garage, fuzz en zelfs een beetje punk. “Hypnotized” is zonder meer de leukste en interessantste track op dit album. Hier zit alles juist.
“Bruxelles” is een beetje een buitenbeentje op dit album en niet alleen omdat hier niet in het Engels gezongen wordt, maar in het Frans en in het Nederlands. De verstaanbaarheid kon beter, vooral omdat deze song wel iets te vertellen heeft. Zoals de titel laat vermoeden is het een ode aan de stad Brussel, met als ruggengraat de haltes van belangrijke metro- en tramlijnen. Dit guitige lied sluit ook minder aan bij het psychedelische van eind jaren ’60 zoals de andere songs en past eerder bij het begin van de sixties, bij de jonge France Gall en Françoise Hardy.
Echt een instant hit of een spontane meezinger scoren The Narcotic Daffodils niet op ‘Summer Love’. Het is wel een ideaal plaatje voor in de auto, deze zomer op weg naar het zuiden van Frankrijk of naar Italië. Ook festivals en broeierige muziekcafés kunnen met deze band hun voordeel doen.

Info
http://vi.be/thenarcoticdaffodils

The Devils

The Devils - Brutale kaakslag

Geschreven door

The Devils - Brutale kaakslag
The Devils
Pit’s
Kortrijk
2017-05-07
Ollie Nollet

Openers van dienst waren Josy & The Pony uit Charleroi en omstreken. Dit project dat nogal eens van naam durft te veranderen en de zegen geniet van het geprezen Rockerill Records bestaat uit het gemaskerde zangeresje, Josette Ponette en The Poneymen, zijnde vier vreemde wezens half mens half pony, waarbij twee valsspelers die gewoon een masker over hun hoofd hadden getrokken. Het vreemde gezelschap begon met een paar knappe en stevige instrumentals, powersurf die soms deed denken aan Man Or Astroman en voorzien was van een mespuntje Morricone. Daarna voegde de niet altijd even gelukkige zang van Josy daar nog een element yé-yé aan toe. Josy, die ons toesprak in een hilarisch schoolnederlands bleek een en al ontwapenende charme maar haar gekweel begon me na een tijdje toch op de zenuwen te werken (daar kon zelfs haar cover van “Surfin’ USA” niets aan verhelpen) terwijl ze me ook nog eens in verlegenheid bracht door ongegeneerd en kortgerokt vlak naast me op de toog te gaan staan. Maar de momenten dat ze zich terugtrok achter haar orgel kwam telkens de onmiskenbare klasse van deze band, met twee excellente gitaristen in de rangen, bovendrijven zoals tijdens de verrassende uitsmijter, die zowaar aan Sonic Youth refereerde.

The Devils, niet te verwarren met het pre Duran Duran groepje van Nick Rhodes en Stephen Duffy, zijn een blasfemisch rock-‘n-roll duo uit Napels dat zijn naam vond bij de gelijknamige B-film van Kurt Russel. Duidelijk worstelend met het katholicisme loopt Gianni Vessella erbij als een priester terwijl Erica Toraldo zich kleedt als een non. Maar de nonnen die ik heb gekend frequenteerden toch duidelijk een andere kleermaker.
Dergelijke knap gevonden gimmicks overschaduwen meestal het muzikale of, erger nog, verdoezelen het gebrek daaraan maar dat was hier allerminst het geval.
Hun doortocht in de Pit’s kwam aan als een brutale kaakslag en zal niet licht vergeten worden. Niet voor niets vonden The Devils dan ook onderdak bij Voodoo Rhythm Records en was Jim Diamond (ex Dirtbombs) bereid hun plaatje, ‘Sin, you sinners’ te producen.
Razende punk en furieuze trash rock-‘n-roll wisten de gemoederen danig te verhitten. Ultrakorte nummers die ons geen adempauze gunden met een als een bezetene drummende Toraldo, een gitaar die het equivalent had van een bende losgeslagen buffels en verheven lyrics die tierend het café in werden gekatapulteerd. Die dolgedraaide razernij verhinderde niet dat die explosieve songs wel degelijk knap in elkaar zaten terwijl die moordende riffs me af en toe deden denken aan The White Stripes, getroffen door een vlaag van complete zinsverbijstering.
Kortom, een welgekomen shot adrenaline van een duo dat feilloos op elkaar is ingespeeld, zodanig zelfs dat het hoofd van Vessella een paar keer volledig onder Erica’s habijt verdween.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Rust On The Rails

Rust On The Rails - American Aussie Roots

Geschreven door

Rust On The Rails - American Aussie Roots
Rust On The Rails
café De Zwerver
Leffinge
2017-04-12
Ollie Nollet

Nog voor we een noot hadden gehoord werden we meteen al uitvoerig bedankt voor ‘supporting live music’ waarna Rust On The Rails zijn tanden zette in een avondvullend programma van maar liefst bijna twee uur.

Had daar niet wat in gesnoeid kunnen worden? Zeer zeker, trouwens de groepen die een volle twee uur kunnen boeien zijn een zeldzaam goed, maar het eindresultaat was toch overwegend positief. Slechts een paar keer liep het bijna mis en kwamen ze akelig dicht in de buurt van compleet foute Amerikaanse stadionacts wat dan vooral de schuld was van de gezwollen zang van Cody Beebe. Eddie Vedder zal hem wellicht niet vreemd zijn.
Maar de sound die ze wisten te creëren bleek toch behoorlijk inventief. Lekker swampy en gestut door een, net niet te, heavy klinkende ritmesectie. Zowel bassist Eric Miller als drummer Chris Lucier waren verbluffend sterk aanwezig en hadden duidelijk roots in de grunge. De band heeft trouwens Seattle als thuisbasis. En dan was er nog de wonderlijke Blake Noble die met zijn didgeridoo en een, niet zelden, als percussie-instrument gebruikte akoestische gitaar voor een vreemd broeierig sfeertje zorgde die soms deed denken aan 16 Horsepower.
Midden in de set mocht hij plots zijn eigen ding doen, eerst solo daarna met de hulp van de drummer, en werd ons duidelijk waarom Rust On The Rails hun muziek omschrijft als ‘American Aussie Roots’. Noble, een uitgeweken Australiër, initieerde ons in de fascinerende wereld van de didgeridoo en bracht vervolgens enkele van de aboriginals geleende nummers waarbij hij al zijn duivels ontbond op zijn twaalfsnarige gitaar, een ding dat ternauwernood bij elkaar gehouden werd met zwarte tape.
Na dit indrukwekkend intermezzo zorgde Rust On The Rails nog voor een dampende en foutloze finale waarbij enkele instrumenten driftig van eigenaar wisselden. Oh , en dan vergeet ik nog te melden dat de verloofde van de drummer, net overgevlogen uit Seattle, ook een (erg funky klinkend) nummer had mogen kwelen. Sympathiek, maar zeker niet meer dan dat.

Mooie set maar mits wat kortwieken had het zeker nog beter gekund.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

The Veils

Total Depravity

Geschreven door

Al meer dan tien jaar zijn ze bezig , het bandje rond de Londenaar Finn Andrews. Ze debuteerden met ‘The runaway found’ en met ‘Nux vomica’ braken ze door . We krijgen broeierige rootsrock in een meeslepende emotionaliteit en intimiteit, een sfeervolle , bezwerende aanpak die door de jaren is bewaard gebleven .
In de voetsporen van die platen horen we intens broeierige songs , die durven uit te barsten en te ontladen , spanningsboog op spanningsboog , met een donkere , grimmige tune. Een frisse wind is er alvast met rapper /producer El-P door subtiel ingepaste geluidseffecten, elektronica en krautrock , die zich een plaatsje opeisen. We horen Cave in “King of chrome” en “Swimming with the crocodiles” biedt door de slides een link naar Black Keys. “Here come the dead” en “In the blood” zijn sterkhouders  door de kenmerkende hobbelige gitaarmotiefjes en getormenteerde zang . The Veils slagen er dus in ons in te palmen .

Grails

Grails - Sfeervolle post-rock noir

Geschreven door

Hoewel het al hun vijfde plaat was, kreeg Grails pas onze volle aandacht in 2008 bij de release van het geweldige ‘Doomsdayer’s Holiday’, een album waarop de band een soort filmische heavy post-rock serveerde die ons fel intrigeerde.
Met ‘Deep Politics’ uit 2011 evolueerde het geluid naar een meer psychedelische en zwevende sound met hier en daar wat dubinvloeden. De zware rock werd wat naar de achtergrond geschoven, maar het unieke geluid van Grails bleef ongeschonden. De nieuwe ‘Chalice Hymnal’ lijkt daar het logische gevolg op, een verdere uitdieping van een prachtige eigen stijl die zich perfect zou kunnen nestelen in een cinema-noir omgeving. De songs worden niet zelden ingekleed met strijkers en spreken tot de verbeelding dankzij sterke arrangementen, oosterse invloeden en gevatte tempowisselingen.

De strijkers waren live niet van de partij, en dat zorgde ervoor dat de instrumentale muziek van Grails op het podium toch wat meer teruggreep naar de geestdriftige, vaak hevig rockende sound van de eerste platen. Het had de intensiteit van de stevigste Mogwai of Russian Circles, de avontuurlijkheid van Goat, de psychedelica van vroege Pink Floyd, de finesse van Explosions In the Sky en de flow van All Them Witches.
Grails was echter niet zomaar de zoveelste post-rock band, want geregeld werden andere oorden opgezocht en bij momenten werden de brokken uit de muur gerockt. Hierin speelde spilfiguur Emil Amos trouwens een cruciale rol. Hij manifesteerde zich als een fenomenale drummer, maar voor een kwart van de set liet hij zijn drumstel over aan een ander en bleek hij ook een uitmuntende leadgitarist te zijn. Het was net op die momenten dat Grails leek te transformeren in een heuse hard-rock band waarbij drie gitaren wild tegen elkaar aan schuurden en zo een ferme gelaagde wall of sound verspreidden. Die hard-rock neigde soms stevig naar een inspirerende doom-metal sound, ook niet zo verwonderlijk als je weet dat Emil Amos een tweede onderdak heeft in het doom-metal collectief Om.
Door die wisselingen van instrumenten en van sfeerschepping zat er heel wat variatie en ademruimte in de set. Het ging van hard naar zacht en van subtiel naar onstuimig. Het klonk filmisch, sfeervol en psychedelisch.
Het ganse concert was een uitermate boeiende trip die zowel band als publiek in hogere sferen bracht. Een sympathiek clubzaaltje als Het Bos leende zich bovendien perfect voor dit donkere sfeertje. Missie geslaagd, zeggen wij dan.

Het drumstel fungeerde vanavond wel in een vooraanstaande rol. Niet alleen Emil Amos had zich met zijn fameus slagwerk in de kijker gewerkt, ook support act Anthony Paterra deed dat onder zijn alter ego Majeure. De man creëert zijn albums in zijn dooie eentje en ook op het podium hoeft hij geen gezelschap. De op keyboards en synths gebouwde groovy krautrock had ie op voorhand in de machine gepompt, live hoefde hij maar op de startknop te drukken en hele boeltje te ondersteunen met, het moet gezegd, een portie indrukwekkend drumwerk. In Het Bos kwam hij gedurende een dikke 20 minuten zijn nieuwste werkje ‘Apex’, een drie songs tellende EP, voorstellen. Hij deed dat met verve en had toch wel een flink stuk van de het publiek in zijn greep met dat bezwerend spacy geluid. Vooral de drummers onder de aanwezigen gingen na zoveel geniaal drumwerk vanavond naar huis met een knoert van een minderwaardigheidscomplex.

Als wij even naar de verdere programmatie kijken van Het Bos, dan zie wij nog veel fraais, onder andere Ex-Cult, True Widow, Part Chimp, Briqueville en het legendarische Psychic TV !
Check toch maar even de website van deze fijne club. http://www.hetbos.be

Organisatie: Het Bos, Antwerpen

Pagina 1 van 2