logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (10 Items)

Daddy Long Legs (USA)

Daddy Long Legs - Finaal murw gebeukt

Geschreven door

Daddy Long Legs - Finaal murw gebeukt

Het was weer feest in l'Aéronef dankzij mijn favoriete rhythm & blues rockers, Daddy Long Legs, maar eerst kregen we nog het losbandige duo, Les Deuxluxes, voor de voeten geworpen.
Het tweetal uit Montréal verscheen in een outfit die zeker niet zou misstaan op het Kamping Kitsch Club festival en had er duidelijk heel veel zin in. De af en toe flink met haar derrière schuddende zangeres Anna Frances Meyer had twee basgitaren meegebracht, waaronder een Flying V, waarop ze gewoon gitaar speelde.
Haar copain, de van een indrukwekkende knevel voorziene Étienne Barry, speelde ook gitaar en ramde met zijn voeten voortdurend een snare en een kickdrum. Het zag er erg rock-'n-roll uit en de twee deden er ook alles aan opdat het ook zo zou klinken maar dat wou nooit echt lukken.
Aan inzet geen gebrek en mijn sympathie hadden ze zelfs meteen maar de nummers en eigenlijk ook de sound klonken te mager om langer dan een paar minuten bij te blijven.
Daar kon een song waarbij Meyer een dwarsfluit tevoorschijn toverde of een Stooges cover (“Loose”) niets aan veranderen.
Qua entertainment viel dit zeker mee, maar hun tweede en meest recente plaat ‘Lighter fluid’, die volledig live werd opgenomen in een 19e eeuwse kerk, zou ik toch niet meteen aanbevelen. Binnenkort krijgen ze nog een herkansing op Roots & Roses.

Ik zag Daddy Long Legs precies één maand voor de lockdown in l'Abattoir in Lillers, een excentrieke kroeg waar de muzikanten na het optreden een glas champagne krijgen aangeboden. Toen al was duidelijk dat een bijzonder ambitieuze Brian Hurd liever in Lille dan in Lillers had gespeeld. Die hoge ambities moeten tijdens de covid periode een flinke knauw hebben gekregen en het was dan ook de vraag of de groep deze moeilijke periode zonder kleerscheuren doorstaan had. Het antwoord hierop kan niet anders dan positief zijn want na het einde van de coronabeperkingen begon Daddy Long Legs als een bezetene te touren en verscheen er een nieuwe plaat die geproducet werd door Oakley Munson (Black Lips) en waarop gastrollen zijn weggelegd voor John Sebastian (The Lovin' Spoonful) en Wreckless Eric.
‘Street sermons’ is zeker een knappe plaat geworden maar misschien net niet dwingend genoeg. Dat laatste kon absoluut niet gezegd worden over hun optreden in l'Aéronef, integendeel. Vanaf de eerste seconden werden we bij ons nekvel gegrepen en die klemvaste greep werd niet meer gelost tot de allerlaatste noot was uitgestorven.
Op het podium wordt Daddy Long Legs tegenwoordig bijgestaan door een vierde man, pianist Dave Klein, iets wat de sound wat voller laat klinken en tevens voor een extra stem zorgt tijdens de vaak samen gezongen nummers. Op ‘Street sermons’ speelt producer Oakley Munson piano en dat beviel Brian Hurd zo goed dat hij er live absoluut een toetsenist bij wou.
Daddy Long Legs mocht dan al een nieuwe plaat komen voorstellen, de oude nummers werden zeker niet vergeten en er werden zelfs enkele bijna vergeten parels van onder het stof gehaald. De set werd furieus geopend met "Dead and gone" en meteen werd duidelijk dat Daddy Long Legs scherper stond dan ooit.
Vier individuen die perfect op elkaar zijn ingespeeld en aan een setlist absoluut geen boodschap hadden. Murat Aktürk die zijn gitaar onontkoombaar liet swingen en zich niet uit het lood liet slaan door vervelende kabelproblemen. Drummer extraordinaire Josh Styles, magiër met de maracas die hij soms gewoon als drumstick gebruikte. Nieuwe man Dave Klein, die er angstvallig voor zorgde dat zijn vetkuif in de juiste plooi lag, viel misschien wat minder op maar paste toch perfect in het plaatje. En dan was er uiteraard nog Mister Daddy Long Legs himself: een fenomenale frontman voorzien van een onvermoeibare rasp. De bluesman van de groep die zijn resonator gitaar delicieus bepotelde en verwoestend uithaalde op zijn mondharmonica. Dat hij een meester is op dat laatste instrument, waarvan hij er een ganse koffer vol bijhad, is nu ook officieel want Brian Hurd kreeg onlangs een endorsement deal van Hohner Harmonicas, iets wat alle grote harmonicahelden op zak hebben en waar hij sinds de geboorte van Daddy Long Legs altijd op aasde.
Van de nieuwe nummers onthoud ik vooral "Nightmare" waarvan de gezongen intro gejat lijkt van het vermaledijde "Sugar baby love" van The Rubettes en dat ondanks de donkere tekst ongelooflijk uitbundig klonk en dat in pure glamrock stijl.
"Street sermon" kon bogen op een onvervalste chain gang sound en met "Rockin' my boogie" werd nog eens een blik ouderwetse rock-'n-roll opengetrokken.
De zaal kwam helemaal tot het kookpunt toen Brian Hurd tijdens "Evil eye" net als Mozes met een handbeweging het publiek liet splijten zodat hij door de zaal kon wandelen.
Afsluiter werd "Motorcycle madness", op verzoek van een motorcycle madman uit het volk, waarin Hurd op een indrukwekkende wijze het geluid van een brullende motor op zijn mondharmonica imiteerde terwijl er voor hem een kolkende moshpit ontstond.
Finaal werden we murw gebeukt met een uitgebreide bisronde. "Death train blues", waarin Hurd dit keer een denderende trein op zijn bluesharp kon nabootsen, gevolgd door het lang niet meer gehoorde "Big road blues" om te eindigen met een weergaloze versie van "Fire and brimstone". Die laatste song, origineel van Link Wray, zag ik reeds door talloze groepen gecoverd worden maar wat Daddy Long Legs er hier van maakte overtrof alles.
Live staat Daddy Long Legs op een eenzame hoogte en wie dat wil checken kan dat nog op zondag 4 juni tijdens Goezot in 't Hofke (Oud-Turnhout).

Organisatie: Aéronef, Lille

My Death Belongs to You

The World Seems to be Fading

Geschreven door

Zwitserland vereenzelvigen we met berglandschappen, gezellige dorpjes, en niet meteen met donkere doom metal of duisternis van het grauw soort. Het is wat de Zwitser Bornyhake Ormenos (Borgne, Pure, Enoid, Ancient Moon, The Path of Memory, ...) ons met zijn solo project 'My Death Belongs to you' brengt. Het debuut 'The World Seems to be fading' bestaat uit vijf lange songs in een walm van intense duisternis die op filmische wijze de fantasie van de luisteraar prikkelt.
We citeren even: “MY DEATH BELONGS TO YOU is een project dat hem helpt om zijn innerlijke duisternis onder ogen te zien”. In zijn zoektocht vervagen de grenzen, Bornyhake gaat de confrontatie aan  met zijn innerlijke demonen. Op trage, meesterlijke wijze drijft hij het tempo zodanig op dat van licht in de duisternis geen sprake meer is. Op het bijzonder spookachtige “The Morning After Death” wordt de toon gezet door sfeerschepping rond dood en verderf. Ook “Tomorrow is the last way”, “Mon Tombeau” zijn op het netvlies gebrand en doen een huivering door ons lijf lopen, badend in het angstzweet; ook een zekere gemoedsrust ervaren we. Maw net het balanceren tussen angst, gemoedsrust en schoonheid, zorgt voor een origineel concept in het genre  . Bornvhake maakt het donker en grauw..
Het is een griezelige combinatie van grauwe vocalen, verschroeiende riffs, piano klanken uit de Hel en drumsalvo's als een sort hoefgetrappel van de vier ruiters van de Apocalyps. Een huiveringwekkende sound, het dertien minuten lange opus “The World seems to be fading”, weet het mooi te omvatten. Je wordt geconfronteerd met de eigen innerlijke demonen.

Voor wie houdt in het verkennen van zijn gruwelijke, donkerste gedachten, vindt hier zijn gading.

Tracklist: The Morning After Death (11:59) Tomorrow Is the Last Day (11:04) Mon Tombeau (10:59) Your Dark Embrace (9:30) The World Seems to Be Fading (12:59)

Funeral doom
The World Seems to be Fading
My Death Belongs to You
 

The Long Ryders

The Long Ryders - Eindelijk nog eens in België

Geschreven door

Genoemd naar de iconische western van Walter Hill werden The Long Ryders in 1981 door Sid Griffin in Los Angeles opgericht, aanvankelijk nog met Steve Wynn maar die verliet al snel de groep om er zelf één te vormen, The Dream Syndicate. De levensloop van beide bands loopt verrassend parallel: een korte succesperiode in de jaren ‘80 om er al snel mee op te houden (The Long Ryders in 1987, The Dream Syndicate in 1989) om dan veel later met succes terug te keren (The Long Ryders in 2014, The Dream Syndicate in 2012).
The Long Ryders maakten deel uit van de zogenaamde Paisley Underground maar bleek al snel een buitenbeentje te zijn in die beweging. Hun eerste EP ‘10-5-60’ sloot nog aan bij die garageachtige gitaarsound maar daarna werd resoluut voor sterk door country geïnspireerde gitaarrock gekozen waardoor ze door sommigen zelfs als de uitvinders van de americana beschouwd worden. Wat teveel eer misschien, toch zullen groepen als Wilco, The Jayhawks of zelfs Slobberbone niet ontkennen dat ze schatplichtig zijn aan The Long Ryders.

Waar ze tijdens een vorige tournee België nog links lieten liggen wist De Zwerver ze dit keer wel te strikken en daar kunnen we alleen maar heel blij om zijn. The Long Ryders verschenen in een nagenoeg originele opstelling met de twee gitaristen Stephen McCarthy en Sid Griffin plus bassist Tom Stevens. Enkel drummer Greg Sowders was er wegens andere verplichtingen niet bij maar werd uitstekend vervangen door Simon Hancock.
De groep opende stevig met meteen één van hun beste songs: het behoorlijk rockende “Gunslinger man”. Daarna volgde een vrij evenwichtige keuze uit hun vier reguliere studioplaten met net iets meer aandacht voor hun dit jaar verschenen ‘Psychedelic country soul’, die zowaar in de Record One-studio van Dr. Dré werd opgenomen. Die nieuwe nummers zoals “Greenville”, “Molly somebody” of “What the eagle sees” moesten trouwens absoluut niet onderdoen voor het oudere werk. Alleen de Tom Petty cover, “Walls”, vond ik iets minder al zal dat wellicht komen omdat ik nooit een groot fan van de heer Petty geweest ben.
De vier beleefden duidelijk de tijd van hun leven en hoewel een erg spraakzame Sid Griffin zich duidelijk als frontman opwierp was het aandeel van gitarist Stephen McCarthy en bassist Tom Stevens, die één keer zijn bas mocht ruilen voor een gitaar, minstens even groot. Drie volwaardige zangers en een drummer die naarstig meezong maar dan wel zonder micro. Tijdloze muziek die toch wel refereerde naar de hoogtijdagen van de countryrock en dan denk ik niet aan The Eagles maar aan de ware diamanten als The Flying Burrito Brothers, Gram Parsons of Gene Clark. Het was niet zonder trots dat Griffin kon vermelden dat die laatste ooit meezong op hun “Ivory tower”.
Niet alle nummers hadden de tand des tijds even goed doorstaan, toch zakte de groep nooit weg. Integendeel, ik vond ze meermaals veel beter klinken dan op plaat terwijl het slotakkoord die mindere momenten, als die er eigenlijk al geweest waren, helemaal deed vergeten. Eerst nog “Capturing the flag” waarin Griffin zijn Rickenbacker liet rinkelen zoals Roger McGuinn van The Byrds dat zo goed kon om ten slotte te eindigen met die song waar iedereen op zat te wachten: “Looking for Lewis and Clark”.

Pretentieloos maar knap concertje!

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Daddy Long Legs

Daddy Long Legs - Infectieuze blues

Geschreven door

Twee jaar geleden waren ze al eens in de 4AD, toen samen met de Idiots. Aan die laatsten hebben ze geen al te beste herinneringen want de groep rond Luc Dufourmont probeerde hen toen te intimideren (zowel fysiek als verbaal) en deed zo haar naam alle eer aan, vernamen we nu.

Dit keer mocht Daddy Long Legs het podium delen met een heel wat vredelievendere groep, Chicken Head, de zoveelste reïncarnatie van Marino Noppe. Met Maxwell Street zag ik Noppe tig keren (vooral in de jaren ‘80) aan het werk en dat waren telkens feestjes vol bezieling. Na al die jaren is hij die begeestering nog steeds niet kwijt, zo bleek. Dit keer liet hij zich bijstaan door drummer Rik Vannevel, bassist Danny Degheldere en leadgitarist Dries Pottevijn. Een goed geoliede band die ons vooral bevlogen Chicago blues bracht waarin de gitaren van Noppe en Pottevijn om beurten mochten soleren.
Enkele raak gekozen covers van vermoedelijk Luther Snake Boy Johnson, Johnny Copeland en Joe Louis Walker (die laatste mocht hij ooit begeleiden) lieten de temperatuur enkele graden stijgen maar het was toch vooral dat ene ingetogen nummer, waarin het gitaargeweld wat luwde en zijn verweerde, roestbruine stem het meest tot zijn recht kwam, dat me kippenvel bezorgde. Maar ook met de lang uitgesponnen afsluiter “On the road again” (Canned Heat), aangekondigd als een nieuw, nog onafgewerkt nummer, wisten Noppe en kompanen zichzelf te overtreffen.

Er lijkt toch wel wat veranderd bij Daddy Long Legs sinds de vorige keer. Zo brachten ze hun nieuwe plaat, ‘Lowdown ways’, uit op het wat prestigieuzere Yep Rock Records hoewel ze in hart en nieren een Norton Records-band blijven. Maar sinds de dood van baas Billy Miller leidt Norton Records een wat sluimerend bestaan zodat ze wel moesten uitwijken. Nu zal hun plaat ongetwijfeld meer aandacht en een betere verdeling krijgen. Dat terwijl zanger Brian Hurd zijn lief kwijtspeelde, zijn job en zijn woonst opzegde (niet noodzakelijk in die volgorde) zodat het erop lijkt alsof ze klaar zijn voor een doorbraak.
In Engeland waren de eerste afspraken van de tour alvast uitverkocht en ook de opkomst in Diksmuide was meer dan behoorlijk. De tijd van café-optredens lijkt definitief voorbij. En de band, die stond er! Maar dat was vroeger ook al altijd het geval. Nog steeds gekleed alsof ze moeten spelen in een aftands saloon van een goedkope westernfilm , stonden ze opnieuw garant voor een wervelende set gedeukte blues.
Drie heerlijke figuren om aan het werk te zien. Daddy Long Legs (een bijnaam die Hurd al sinds zijn schooltijd draagt) die elke vezel van zijn lijf benutte om zijn mondharmonica op orkaankracht te krijgen en met zijn bezwerende schuurpapieren stem leek deel te nemen aan een voodoo ritueel. Murat Akturk die de grote gebaren en solo’s niet nodig had om te beklijven, een sobere erg vintage klinkende gitaar volstond. En dan was er nog ene Josh Styles op primitieve drums die het ene zware bier na het andere binnenkapte om daarna het leeggoed achteloos over zijn rug te keilen.
Tot zover de ingrediënten maar het zijn toch vooral de sterke songs die het bij Daddy Long Legs doen. De oudjes waar ik geen genoeg van kan krijgen zoals “Blood from a stone” dat van The Rolling Stones had kunnen zijn of het onverwoestbare “Evil eye”, misschien wel hét hoogtepunt van de set.
Maar er is dus een nieuwe plaat, officieel uit op 10 mei, en de nummers daaruit moesten bij een eerste kennismaking absoluut niet onderdoen voor het oudere werk. Het door een scheurende mondharmonica voortgestuwde “Mornin’ noon nite”, het stompende en tevens bezwerende “Bad neighborhood” of het primaire en van een smerige mondharmonica voorziene “Be gone”, ze klonken allen even infectieus. De meest opvallende nieuwe was evenwel “Winners circle” waarvoor eenmalig de blues opzij geschoven werd ten voordele van een lap rock-‘n’roll waarin ik zowel Chuck Berry als Dave Edmunds meende te horen. Mogen ze wat mij betreft gerust wat meer doen.
Na een adembenemende set kwamen ze nog één keer terug om op eenvoudig verzoek van een motard “Motorcycle madness” te brengen waarin de mondharmonica van Brian Hurd het motorengeronk perfect wist te imiteren. Daarna gingen de drie uitgebreid kennismaken met het publiek. Schitterende band, schitterende set!

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Daddy Longlegs (Canada)

Daddy Long Legs - Stompende blues

Geschreven door

Daddy Long Legs - Stompende blues
Daddy Long Legs
l’Abattoir
Lillers (France)
2017-11-18
Ollie Nollet

Geen optreden in België tijdens deze tour van Daddy Long Legs maar geen erg, zo kom je nog eens ergens. Meer bepaald in het Noord-Franse Lillers waar ze één van de oudste muziekcafés van de streek hebben : l’Abattoir.  Deze mythische bruine kroeg bestaat al zo’n 43 jaar en ondanks de beperkte ruimte (capaciteit : 50 personen) waren hier reeds heel wat bekende namen te gast : Elliott Murphy, The Vibrators, Terry Lee Hale, Washington Dead Cats, The Animals, Dr. Feelgood, Gong,...
Een unieke plaats waar je de optredens zowel zittend (op banken aan tafels) als staand kan meemaken terwijl het podium er ondanks de krappe behuizing ‘gigantisch’ (zeker 1/3 van de opp.)  is.

Daddy Long Legs (oorspronkelijk uit St. Louis, Missouri nu Brooklyn, New York) was er reeds voor de tweede maal en zag het net als wij volledig zitten. Zelf op een stomende mondharmonica ramde hij ons samen met gitarist Murat Aktürk en drummer Josh Styles een set stompende blues met een hoge rock-‘n-roll factor door de strot. De meebrulbare punkblues, “Motorcycle madness”, met een perfecte imitatie van ronkende motoren; prijsbeest “Blood from a stone”; het solo gebrachte “Bourgeois blues” (Lead Belly) waarin hij zingt met de harmonica in zijn mond en het aanstekelijke “Shake your hips” (Slim Harpo).
Ik zag het allemaal reeds een paar keer eerder maar ik word er nog steeds wild van. Bovendien zaten er dit keer enkele nieuwe songs tussen die het beste laten verhopen voor de nieuwe plaat die er nu eindelijk eens mag komen. Dat zou dan meteen een reden zijn om onze contreien nog eens op te zoeken, want hier krijg ik nooit genoeg van.

Organisatie: l’Abattoir, Lillers

Long Distance Calling

Long Distance Calling - De tweekoppige draak

Geschreven door

Long Distance Calling + Solstafir + Sahg
Magasin 4
Brussel

Deze avond pakte Heartbreaktunes (ism Magasin 4) opnieuw uit met 3 bands. En dat op een zondagavond hoor ik u denken, hoe lang zal dat niet duren. Tot 22u15 zo blijkt, wat ideaal is om nog op tijd te gaan slapen …

De avond start met Sahg, een Noorse rock-metal band die reeds sinds 2004 de oren van iedereen die het wil horen pleziert. Ze brengen een mix van stoner en metal die veel volk op de been brengt naar Brussel. Opvallend hoeveel muziekliefhebbers er al staan op het vroege aanvangsuur van de show. Sahg brengt hun mix met overtuiging  en overgave. Maar het vele solowerk van de gitarist haalt de vaart en de drive uit het optreden en de nummers. De zanger heeft het aan het eind van het optreden ook moeilijk om zijn in het begin sterke stem toonvast te houden. Maar ondanks alles toch een goede openingsact.


Daarna was het beurt aan Sόlstafir. Deze IJslandse band werd in 1994 geboren, wat toch al een hele tijd geleden is. En zoals zo vaak met IJslandse band wordt ons geen kant en klare muziek voorgeschoteld. Ze laveren tussen metal, doom, post-rock en post-metal, met af en toe een vleugje folk. Een zeer verrassende en zeer interessante mix. Hard en zacht, melodieus en monotoon, … wisselen elkaar af zonder dat het te moeilijk wordt of de samenhang verdwijnt. Voor mij was deze band een grote verrassing. Ik hoop van ze snel nog eens opnieuw te mogen aanhoren.

Long Distance Calling mocht als laatste hun kunsten op het podium tonen. Met hun ‘The Flood Inside’ -tour stellen ze hun nieuwe album voor, dat toevallig ook zo getiteld is. Long Distance Calling is altijd al een band geweest die twee soorten publiek kon aanspreken. Met hun instrumentale rock en metal maakten ze aanspraak op zowel een metal-publiek alsook bij de post-rockers. Zo mochten ze het voorprogramma verzorgen voor zowel 65daysofstatic als Anathema. Maar met hun nieuwe cd slaan ze een ander pad is, weg van de instrumentale nummers.
Live blijkt al snel dat de nieuwe nummers een hele verandering zijn ten opzichte van het oudere werk. De lang uitgesponnen instrumentale nummers hebben een ongelofelijke drive en groove in zich. Aan een rustige opbouw zijn ze nooit geweest en de oude nummers zijn dan ook dreigend en overdonderend vanaf begin tot einde. Nooit krijg je het gevoel dat er zang ontbreekt. Maar voor de nieuwe nummers komt die er toch bij. Van post-metal en –rock schakelen ze over naar de meer prog side of metal. De drive en groove waarvan eerst sprake wordt in de nieuwe nummers onderuit gehaald. Ze zijn niet zo hard, niet zo luid en niet zo dreigend als voorheen. De zang is zeker niet slecht en van valse noten is er zeker geen sprake. Toch is het verschil te groot en ook het publiek voelt dit.
Waar bij de oudere nummers de massa tot een kolkend en enthousiast geheel wordt gekookt, blijven bij de meeste nummers de kopjes wat stiller en is het applaus een stuk zachter.

Long Distance Calling is een band geworden die last heeft van een gespleten identiteit. En hoewel het proberen heruitvinden van een band nooit slecht is zijn de nieuwe nummers te zwak om van een geslaagd experiment te spreken. Is de wissel er gekomen uit verveling of om een groter publiek te bereiken? Ik kan het niet zeggen, maar ik blijf me afvragen of de wissel wel nodig is. Afwachten dus welke weg ze bij een volgend album zullen inslaan. Zo houden ze het natuurlijk wel spannend.

Organisatie: Heartbreaktunes ism Magasin 4, Brussel

Long

American Primitive

Geschreven door

LONG is het nieuwe groepje van Rubert Huber (Tosca) en Chris Eckman (The Walkabouts).  Beide bands worden gekenmerkt door een atmosferisch geluid. Tosca heeft het meer voor een zomerse lounge cocktail met lichte dance invloeden terwijl The Walkabouts altijd garant hebben gestaan voor sfeervolle Americana.
Fijn om te horen dat de combinatie op zich wel degelijk werkt. Het is niet zo dat een Tosca achtige song afgewisseld wordt met een Walkabouts track, hier is echt een nieuwe groep uit ontsproten met een eigen sound, en dat is een knappe prestatie. Sfeer is het codewoord en de elektronica vloeit mooi samen met de epische gitaren en piano’s. Vooral de instrumentale nummers “Stockerau” en “Longitude Zero” zijn fijne sfeerscheppers.
Verzachte en vaak zwoele vocals van Chris Eckman en de dames Anda Eckman en Chantal Acda stralen een gloed van warmte uit in subtiele songs als “Dust” en het adembenemend mooie “Night Fisherman”.
Zo bezorgt dit hele album ons een lekker humeurtje zonder uitspattingen, het klinkt met name steeds zomers zonder in een echte fiësta uit te barsten.
Het duo heeft tot slot nog een dromerige zonsondergang in petto met een ijl en wegdeemsterend “Run of days”, een knap einde van een mijmerend plaatje.

The Long Blondes

Aanstekelijk The Long Blondes

Geschreven door

Uit het Arctic Monkey landschap Sheffield komt het door vrouwen gedomineerde kwintet The Long Blondes. Ze debuteerden met frisse indie  postpunk ‘Someone to drive you home’, leunend aan andere vrouw-man groepen als The Subways, The Hot Puppies, Juliette & The Licks en niet te vergeten Blondie! Onlangs kwam de opvolger ‘Couples’ uit, waarbij de groep ‘80’s wave en retropop integreert in hun dynamische gitaarpop.

Ze speelden, voor een veel te weinige opkomst, een aanstekelijke, pittige set van wel zestien korte nummers in een klein uur, waaronder  toch enkele ups & downs te noteren waren door de matige songstructuur.
The Long Blondes zijn toch wel een apart bandje: er was de extraverte, kortgerokte zangeres Kate Jackson, die sensuele danspasjes maakte op het podium, de energieke drummer Screech Louder, een op en top geconcentreerde gitarist Dorian Cox en tenslotte de twee overige dames, bassiste Reenie Hollis straalde een pak-me-dan-maar-je-krijgt-me-niet attitude uit en toetseniste/gitariste Emma Chaplin gunde het publiek amper een blik en speelde maar de hoogst belangrijke noten.
De songs van de eerste plaat onderscheidden zich duidelijk van het breder concept van ‘Couples’, en kregen de sterkste erkenning. Opener “Round the hairpin” was een regelrechte tuimelperte naar de ‘80’s Human League; daartegenover een strak, springerig “Weekend without make-up”; de oudjes “Separated by motorways” en “You could have both” zaten mooi verborgen in enkele mindere nieuwe songs, “Erin O’Connor” en “Too clever by half”. Er was de aanstekelijke single “Century “ en het bezwerende “Here comes the serious bit” door de psychedelica toetsen. De groep stevende af op een sterk einde met het energieke “Once & never again”, het opbouwende “I’m going to hell” met enkele intrigerende pianopartijen en een broeierig gedreven “Giddy startospheres”. “Guilt” was een aangenaam rustpunt binnen de snedige, frisse aanpak. Het warme onthaal apprecieerden ze , wat een intrigerende “Lust in the movies” uit hun onvolprezen debuut opleverde.

De support, het Amsterdamse Hit Me TV wordt in eigen landje op handen gedragen. Het singletje van het kwarrtet “Maybe the dancefloor” wordt op 3FM plat gedraaid; voor de aanwezigen in de VK was het een nobel onbekende groovy popsong door fijne gitaarlicks, een pompende, diepe bas en opzwepende percussie. De groep linkt de huidige poprock aan ‘70’s retro- en hardrock. De vocals van Jaap Warrenhoven varieerde van hoog naar direct. Niet alle songs overtuigden, maar beide bands samen, bleek net een goed gemiddelde voor een geslaagd avondje.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

The Long Blondes

Someone to drive you home

Geschreven door

The Long Blondes maken deel uit van een nieuwe lichting jonge vrouw – man bandjes als The Hot Puppies, The Subways, Juliette & The Licks en The Pipettes. The Long Blondes is een kwintet uit Sheffield (drie meisjes, twee jongens, gemiddeld 19 jaar!) die een leuk debuut uithebben van een twaalftal drie minuten songs. Spil is zangeres Kate Jackson, die qua zang soms neigt naar Gwen Stefani (ten tijde van de No Doubt periode) of die soms schreeuwerig, onvast of emotievol klinkt.

De eerste songs zijn alvast dynamisch, pittig en gedreven; springerige gitaarpunkpop dus op “Lust in the movies”, “Once and never again” en “Giddy stratospheres”. “Only lovers left alive” en “Heaven help the new girl” laat een sfeervol melodieus kantje horen van dit jonge bandje. Het tempo wordt terug strakker vanaf “Separated by motorways”, een bewijs van de muzikale uitbundigheid van de band. Enkel op het eind met “Madame Ray” en “A knife for the girls” verzwakt de band ietwat.

The Long Blondes houden het midden tussen onstuimige punkpop en speelse poprock, ‘de road’ om veilig thuis te geraken volgens de Long Blondes.

 

 



The Long Winters

Putting the days to bed

Geschreven door
John Roderick is de spil van deze uit Seattle afkomstige band. Een paar jaar geleden op `When I pretend to fall' strikte hij o.a. Peter Buck van R.E.M. en Posies spil Auer/Stringfellow, wat de belangstelling in z'n werk deed toenemen. De sound ligt ergens tussen indie- en americanapop, wat refereert aan Kings Of Léon, Black Crowes, Sparklehorse als aan Grandaddy en Yo La Tengo.

Roderick heeft ander gezelschap rond zich en voorziet z'n materiaal van een sterke melodie en opbouw; per beluistering winnen de nummers aan zeggingskracht: direct en stevig op ?It's a departure?, ?Hindsight? en de openingssong ?Rich wife? of dromerig, sfeervol en rustiger op ?Clouds?, ?Honest? en ?Seven?.

'Putting the days to bed' is een fijnzinnig, aangenaam en interessante cd die als bonus nog de EP `Ultimatum' bijvoegt; vier uiterst geraffineerde songs met strijkers en elektronica. Indie (psychedelica)pop op z'n best.