logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
Afghan Whigs

Ruben Hoeke

Coexist

Geschreven door

Wat in Nederland toch al min of meer een gevestigde waarde is moet in België nog helemaal ontdekt worden. Als het er in het geval van Ruben Hoeke ooit nog van komt, want bluesrock is in muziekminnend België immers even populair als krulbollen bij bodybuilders.
Talentvol gitarist Ruben Hoeke (33) heeft, als zoon van de in Nederland toch niet onbekende bluespianist Rob Hoeke (jammerlijk in ’99 overleden), de blues trouwens met de paplepel meegekregen. Vanaf zijn veertiende speelde hij al in bluesgroepjes en hij deelde het podium niet enkel met zijn vader, maar ook met een gitaargod als Jan Akkerman.
In 2006 maakte de Ruben Hoeke Band hun eerste cd ‘Sugar’, met medewerking van o.a. The Lau en, alweer hij, Jan Akkerman. In 2008 ontving Ruben Hoeke trouwens de onderscheiding ‘Nederlands Beste Gitarist’. Er zijn er die met een minder indrukwekkend cv door het leven moeten.

Tot zover de geschiedenisles, nu even de plaat.
Als u op voorhand de term bluesrock in de mond neemt, leggen wij altijd de nodige argwaan voor de dag, want geen genre waar de muziek meer verdrinkt in torenhoge clichés als dit. Bands die daar op een gezonde manier weten omheen te spartelen zijn diegenen die onze en dus ook uw aandacht verdienen. Ruben Hoeke Band is, in de meeste gevallen toch, er daar één van. Trouwens, naast bluesrock staat hier ook nog pop, rock, soul en vette boogie op, dit is dus geen eenzijdig plaatje.
De eerste track “A change is gonna come” stelt al meteen het een en ander duidelijk : afgelikte blues is dit niet, gitaren wringen zich in alle bochten, drums roffelen lekker door, er zit gezond venijn in dit ding. Met een gloeiend “Boogie music” wordt er stomend doorgevlamd, en ook “stranger” is hete blues.
Toch kent de groep geregeld een dipje met flauwe poprock als “Close my eyes” en een vermeende poging tot rockballad in “The last goodbye”. Ook het banale rockertje “Midnight man”, dat live misschien wel voor de nodige heupbewegingen zal zorgen, is op plaat een beetje goedkoop, zo eentje van dertien in een dozijn.
Maar verder, geen kwaad woord. Het felle “Walking in the rain” wordt, hoewel geen grootse song, rechtgehouden door prima gitaargeweld van Hoeke en “Backstreet rambler”, dat voorzien is van een onvervalste Stones riff, is een potige rocker.
Afsluiter “True love” is een bluesballad in de trant van Gary Moore’s “Still got the blues”, maar de song overschrijdt nergens de grens van de meligheid, ook al komt er een viool aan te pas. Kan nog net, zeggen wij dan.
Al bij al is dit een knap album dat zich onderscheidt door het fraaie soleerwerk van een heus gitaartalent zonder dat die vervalt in pakweg de fratsen van een Walter –kijk eens mama zonder handen- Trout.

Info op www.rubenhoeke.com en www.myspace.com/rubenhoeke 

JJ

JJ: Zweedse genialiteit met stevige brok pretentie

Geschreven door

U weet het misschien nog niet maar waarschijnlijk heeft Democrazy afgelopen dinsdag de toekomst gezien. JJ zou misschien wel eens de komende jaren het hoogtepunt van de muziek kunnen worden en dit duo blijkt dit maar al te goed te beseffen en zo balanceerde gisteren de Charlatan dan ook tussen genialiteit en afstotende arrogantie.

Maar laten we eerst wat jong talent van hier in de kijker stellen. Door de hoogmoed van de Zweden verdween het Belgisch voorprogramma een beetje snel op de achtergrond, en ten onrechte. Groot was mijn vrees toen ik de zanger van Superlijm het podium zag opstrompelen met een Dinosaur Jr-T shirt want ondergetekende had net de dag voordien van deze noisemakers zowat het slechtste concert uit zijn leven gezien.
Maar Superlijm heeft iets waar Dinosaur Jr gebrek aan heeft: respect voor zijn publiek. Deze jongens zullen waarschijnlijk nooit de boeken van de muziekgeschiedenis halen maar ze slaagden er wel in om een mooi minisetje van een zevental nummers naar voren te brengen. Ze zijn jong, bescheiden en ze klinken als een moderne Weezer, een poppy vorm van Grandaddy en als al hun toekomstige nummers het kaliber halen van “Michael Jordan” zullen zij zelfs ooit als Superlijm klinken of om het in andere woorden te zeggen : deze jongens verdienen uw aandacht want hier zit zowaar muziek in.
En tijdens de set van Superlijm liep er ook een verwaande jongen met koptelefoon tussen het publiek en iedereen tonend dat hij sierlijk aan het genieten was van de muziek die hij koos. Die jongen bleek snel Joakim Benon te zijn, de helft van JJ.

Wie zijn die JJ nu eigenlijk? De hype der hypes.
Rough Trade maakte verleden maand hun derde album (subliem getiteld ‘N°3’) als album van de maand (wat in England zoveel betekent als absolute garantie voor het eindejaarslijstje), ze hebben net een Britse toer achter de rug met The XX en de Engelse pers neemt superlatieven in de mond die ze zelfs nooit voor Oasis gebruikt hebben. Net voor hun Amerikaanse toer (die waarschijnlijk de definitieve doorbraak zal betekenen) bezochten ze nog snel (yes, Democrazy, yes!) België en Italië. Ooit programmeerde Democrazy Nirvana in hun oude locatie en geen kat kwam er op af.
Gisteren kwamen een vijftigtal mensen af op deze nieuwe hype en de geschiedenis lijkt zich te herhalen. Het grote verschil is dat Kurt Cobain destijds een eenvoudige jongen was maar de piepjonge Joakim loopt nu al over van de kapsones want zelden zo’n ijdeltuit op het podium gezien, en geloof me vrij…ik heb al wat gezien.
Het rare aan de zaak is dat  het eigenlijk zangeres Enin Kastlander die alle eer naar zich mag trekken want gisteren smolt de voltallige (nou ja) Charlatan voor de stem van dit meisje, een kruising tussen Elizabeth Frazer en Enya. Terwijl Joakim de gehele set met de rug naar het publiek speelde besloot Enin af en toe eens vriendelijk goedendag te zeggen en op het einde durfde ze het zelfs aan om eens te zwaaien.
Terwijl Enin de prachtigste vocalen neerzette, mekkerde Enin de hele tijd in het Zweeds allerlei onzin over het geluid en waarschijnlijk ook over hoe fantastisch hij zichzelf vond.
Je mocht dan wel het merendeel van de set zijn rug aanschouwen (middenin de set draaide hij zich eens om om zijn bovenlijf te ontbloten en hij had er geen erg in om zichzelf geregeld te omstrelen), alsof dit nog niet genoeg was kon je op een videoscherm zien hoe onze held languit op een strand lag of met zijn arrogant smoel een sigaretje aan het roken was. En toch, geen mens die hem de arrogantie kwalijk nam.
Ook al had je op bepaalde momenten medelijden met de geluidsman van de Charlatan, bleek iedereen te beseffen dat deze Enin een genie is, een genie die weldra wereldbekend zal worden.
JJ’s muziek mag dan wel teruggrijpen naar het verleden (Belcanto, Slowdive, The Sundays, Enya) maar de briljante vermenging van shoegaze en moderne electronica (Port Royal, Orbital) doet je wegdromen, het leven rondom je vergeten…het doet je zelfs vergeten dat voor je de grootst verwaande kwast uit de toekomstige muziekgeschiedenis stond. Om de Democrazycirkel op passende wijze  rond te maken werd een cover van…Nirvana…gespeeld.
Lees deze review volgend jaar en het zou best kunnen dat u ze reeds in Vorst Nationaal hebt gezien.
En ja, u weet wie ze het eerst geboekt heeft in België maar herinner u ook waar je het eerst over ze gelezen hebt.

Organisatie: Democrazy, Gent

Wim Mertens

Wim Mertens Ensemble: vertrouwde klasse

Geschreven door

Dertig jaar duurt de carrière van Wim Mertens ondertussen al, in die periode verschenen er zo’n zestigtal platen waarvan de meest recente ‘Zee versus Zed’ gedoopt werd. Mede omwille van zijn internationaal succes krijgen wij Belgen niet al te vaak de kans om onze getalenteerde landgenoot aan het werk te zien.
Niet verwonderlijk dus dat de Ancienne Belgique dinsdagavond op een vol huis kon rekenen. Het Wim Mertens Ensemble bestond uit het strijkkwintet dat naast de stilaan als vaste leden te beschouwen Ruben Appermont (contrabas), Lode Vercampt (cello) en Bert Van Laethem (viool) gevormd werd door Tatiana Samouil (1ste viool) en Liesbeth De Lombaert (altviool). 
Vooral de eerste violiste kreeg bij herhaling de gelegenheid om muzikaal te schitteren. Haar glitter-bloes contrasteerde fel met de sobere outfit die de overige muzikanten gekozen hadden, de door haar geëtaleerde – en door de maestro en het publiek fel gewaardeerde - virtuositeit rechtvaardigde echter dat ze tevens letterlijk stond te schitteren. Ook de trompettist die tijdens het laatste uur het geheel kwam vervoegen, blies ons van onze sokken en dit vooral toen hij er tijdens “Birds for the Mind” vlot in slaagde om naadloos de door Samouil ingezette solo’s over te nemen. Een simpelweg sublieme symbiose!

Voor het overige valt er weinig nieuws te melden. Geen nieuws is desgevallend echter goed nieuws. Het eerste uur werd voornamelijk opgehangen aan het jongere werk (uit ‘Zee versus Zed’ en ‘The World Tout Court’), in het deel na de pauze werd grotendeels geput uit de talrijke classics die op ’s mans conto staan. We mochten dus genieten van een royale portie filmische muziek, een groot deel van het minimalistische werk dat hij creëerde, deed immers dienst als soundtrack bij een hele resem films (cinefiele muziekliefhebbers kunnen we doorverwijzen naar de vorig jaar verschenen 3CD-box getiteld ‘Music and Film’). Voorts hoorden we mooi gedoseerde hoeveelheden van dat typische ijle gezang waarmee Wim Mertens zo goed als zeker het vroege werk van Sigur Ròs geïnspireerd heeft.
Ook dat typische vingertje waarmee hij na afloop van haast elk lied zijn appreciatie voor zijn ensemble (en nu en dan voor zijn publiek) onderstreepte, wekte bij vele toeschouwers spontaan herkenningsgelach op. Geluidstechnisch werd vaak de perfectie benaderd en de belichting kenmerkte zich opnieuw door een stijlvolle soberheid. Even vertrouwd waren de momenten waarop Wim Mertens zelf uit de spotlights stapte om aldus zijn muzikanten in the picture te stellen. Het feit dat hij na een tweede bisronde het enthousiaste publiek een laatste keer plezierde met “Struggle for pleasure” (een nummer dat net als “4 mains” steeds op de setlist prijkt) stond eveneens in de sterren geschreven.

Het Wim Mertens Ensemble serveerde dus andermaal de gekende ingrediënten. Toch verveelden we ons geen moment want heel wat nummers kregen een iets pittiger versie mee dan hetgeen we in het verleden te horen kregen, in grote mate zijn we voor die vernieuwende inbreng dankbaarheid verschuldigd aan de eerste violiste en het subtiele spel van de trompettist. Vooral het laatste half uur durfde het ensemble wat uit de band te springen waardoor het optreden dinsdagavond een schwung kreeg die men op plaat soms mist en die er dankzij het zegge-het-voort-principe ongetwijfeld voor zal zorgen dat ook zijn volgende Belgische concert tot een uitverkochte zaal zal leiden.

Organisatie : Ancienne Belgique, Brussel

Viper Rosa

Viper Rosa

Geschreven door

Een heel bijzonder debuutplaatje is afkomstig van Viper Rosa. Het Oost-Vlaamse ‘outlaw’ kwintet verbaast met hun country/americana/tex-mex/rock, regelrecht uit Arizona of New Mexico, die een spannend, broeierig sfeertje opbouwen en een onheilspellend, dreigend geluid als rode draad hebben. Spooky wel, door een instrumentarium van gitaren, banjo, cello, contrabas en bezwerende drums, die door de vocals van Koen Gallet beklijven. De songs hebben een verdwaasd en apocalyptisch trekje. Enkele sprookjesachtige taferelen laten zonnestralen toe.
Kortom, Viper Rosa kan meteen aan de slag voor een soundtrack van Quentin Tarantino en David Lynch. Een gekbekkende Howe Gelb (Giant Sand), een innemende Calexico en een predikende Dave Eugene Edwards (Woven Hand) halen hen zeker in met open armen.
Maar al te graag nemen we het formaat van het cd doosje erbij. Het draagt bij tot de kwalitatieve kracht van hun materiaal …
 
Info op http://www.myspace.com/viperosa

Gush

Everybody’s God

Geschreven door

Gush is een jonge band uit Parijs en tapt uit alle vaatjes! We horen speelse, aanstekelijke, catchy dromerige en freakende popsongs, die ergens hangen tussen indie- en theatrale rock. Op die manier zijn bij het beluisteren van hun materiaal Clap Your Hands Say Yeah, Jamie Lidell, Extreme, Queen en Crosby, Still & Nash belangrijke inspiratiebronnen. Ze brengen voldoende variaties aan, maar desondanks beklijven de songs niet echt en slaat de vonk niet over! En toch horen we een paar pareltjes van het sympathieke, enthousiaste kwartet, waaronder “Dance on”, “Vondelpark”, “No way” en “P.nis”. “Jealousy” besluit op acapella wijze de plaat. Fris, energiek, dansbaar en leuk dus. Cocktailbandje las ik ergens en daar kunnen we volmondig ja op zeggen.

Grant Moff Tarkin

Long lost son

Geschreven door

Grant Moff Tarkin is dromerige Americana straight from our country. ‘Long lost son’ is reeds hun tweede album en baadt in een sfeer van desolate landschappen en verlaten moerassen. Fijne akoestische gitaren gaan over in soms venijnige elektrische stuiptrekkingen en de vocals van zangeres Julax geven alles een zweverig karakter. Voortdurend komen de Cowboy Junkies ons voor de geest, er zijn slechtere dingen om mee vergeleken te worden.
De groep durft ook al eens uit te freaken in langere stukken als het bezwerende “Sabah”, beetje Black Mountain zelfs, en dat is een compliment.
Dit album is voorzien van knappe country, folk, rock en blues en gaat nergens de melige kant op. Hier zit muziek in.

Check op www.grantmofftarkin.be of www.myspace.com/grantmofftarkin

Dinosaur Jr.

Dinosaur Jr - Geniale pokkeherrie

Geschreven door

Dinosaur Jr is wat je kan noemen een legendarische band, zij introduceerden de gitaarsolo in rauwe punkrock en stonden hiermee zonder het zelf te beseffen aan de wieg van de grunge. Zij gingen destijds nog op tournee met Nirvana als support act (en ‘Nevermind’ was toen al uit !). De band van Jay Mascis en Lou Barlow was dus, om maar te zeggen, een zeer invloedrijke gitaargroep, ook al hebben zij nooit een massaal publiek bereikt. Een onmisbare cult groep, zeg maar. Als generatiegenoten van inmiddels toch wel grotere namen Pixies en Sonic Youth waren zij minstens even belangrijk voor de geschiedenis van de gitaarrock.
Alle drie deze bands zagen wij in het laatste jaar aan het werk en laat ons toe om even te vergelijken. SonicYouth speelde, ondanks een schitterende nieuwe plaat, op automatische piloot en haalde zelf zo de angel uit hun sound. De Pixies die er eerlijk voor uitkomen dat ze nog louter voor het geld live hun ding doen, hebben hoegenaamd geen stap vooruit gezet, maar we zagen ze wel zeer overtuigend hun ‘Doolittle’ uitvoeren.

Maar de band die toch wel het meest authentiek hun eigen oorspronkelijke sound benadert, en dat weten we nu wel zeker, is met voorsprong Dinosaur Jr. Dat hoort u op hun laatste twee geweldige reünie platen ‘Beyond’ uit 2007 en ‘Farm’ uit 2009, en ook in de AB was het duidelijk. Geen compromissen, slordig, pokkeluid, moddervet, vlijmscherpe en loeiende gitaarsolo’s met tonnen reverb en feedback. Kortom, weergaloos fantastisch.
Dat de vocals, mede door de aanwezigheid van een muur aan Marshall versterkers, naar de achtergrond werden verwezen, kon ons geen moer schelen, want het klonk geweldig. Dinosaur Jr ramde wild en onverstoorbaar door. Mascis, met lange grijze haren en gezonde bierbuik, had geen enkele aandacht voor het publiek, maar des te meer voor zijn gitaar waaruit hij de meest smerige riffs en splijtende solo’s wurmde. Hij is ongetwijfeld één van de meest indrukwekkende gitaristen die we ooit aan het werk zagen.
Lou Barlow richtte wel heel zelden enkele woordjes tot de zaal en ging dan vervolgens als een bezetene op zijn basgitaar tekeer. De opzet was ook opmerkelijk, de drum was mooi centraal opgesteld tussen Barlow en Mascis, niks op de achtergrond, eerder iets van “We maken met zijn drieën geniaal lawaai, we doen het dan ook op één lijn”, enkel bij The Jon Spencer Blues Explosion, niet toevallig ook zo een band met de ballen op de juiste plaats, hebben wij eerder zo een podiumopzet mogen meemaken.
Dinosaur’s drummer was trouwens een vervanger, want de oorspronkelijke drummer Murph werd om familiale redenen midden in de tour terug naar huis geroepen. Geen nood, want de manier waarop interim-drummer Kyle Spence op zijn trommels mepte was, laat ons zeggen, nogal indrukwekkend. Enig opzoekwerk leert ons dat de man niet aan zijn proefstuk toe was en eerder reeds met Dinosaur Jr de hort op ging, vandaar dus.

De totaalsound die Dinosaur Jr verwekte was vuil en hard, een wervelwind met punk spirit en ontspoorde Crazy Horse gitaren, en met de middelvinger omhoog. Er ging vanavond een oerkracht uit van deze muziek die we bij de passages van Pixies en Sonic Youth nooit mochten ervaren. Dit optreden van Dinosaur was geniale pokkeherrie met een air van “Jullie kunnen allemaal onze kloten  kussen, wij rammen onze songs er loeihard door, u beslist maar zelf wat u ervan vindt, ons probleem is het niet”. Zo klonk het twintig jaar geleden, zo klinkt het ook nu nog. Heerlijk, toch.
Eén van de beste ‘Fuck you’ optredens die we in jaren gezien hebben.

Let wel, van een ander zal u misschien horen dat dit een niet aan te horen brei was. Wij mochten het dan wel fantastisch vinden, de reacties waren voor het overige nogal gemengd.  Van ons een welgemeende ‘fuck you’ voor diegenen die vonden dat er te veel noise was. Als u niet van noise houdt, waarom ga je dan in hemelsnaam naar een concert van Dinosaur Jr ? Ga dan de volgende keer naar Coldplay kijken, en laat onze kop gerust.

Opwarmers van dienst, de indie rock band Built To Spill, hier nooit echt van de grond gekomen maar toch ook al bezig van in de jaren negentig, gingen een stuk minder fel tekeer. De band, met maar liefst drie gitaristen in de rangen, was nogal statisch (iemand had een tube lijm aan hun schoenen gekleefd, ze roerden echt voor geen meter) en de zanger was ook niet echt toonvast (en dat is nog zacht uitgedrukt, haal u een verkouden Neil Young voor de geest, of Grandaddy’s Jason Lytle met darmproblemen), maar de songs bloeiden vaak mooi open en haalden zowel Pavement als Crazy Horse referenties naar boven. Best wel interessant dus, maar we gaan nu ook niet in allerijl naar de platenboer hollen om hun volledige back-catalogue aan te schaffen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Snow Patrol

Snow Patrol tovert Vorst om in gigantische sauna

Geschreven door

Op Pinksterenmaandag moest je in Vorst Nationaal zijn voor het zinderende concert van de Schotse powerpop band Snow Patrol. Onaangenaam heet werd het in de Brusselse concerttempel maar gelukkig kunnen we ons wel zeer lovend uitspreken over het optreden van deze vaste waarde binnen de hedendaagse popmuziek. In laatste instantie liep Vorst Nationaal dan toch nog helemaal vol voor het eerste zaalconcert van Snow Patrol op Belgische bodem. In het verleden liet de band zich meerdere malen ultrapositief opmerken met o.a. sterke optredens op Pukkelpop en Rock Werchter. Nu was de tijd aangebroken om het Belgische publiek ook indoor te overtuigen met een headline show…een show vol klassiekers bleek naderhand.

De jonge veulens van Foals, een nieuwe, Britse indierockband mocht opwarmen. Hun debuutalbum ‘Antidotes’ werd in eigen land erg lovend ontvangen. Nu de tweede plaat ‘Total Life Forever’ ook bij ons in de rekken ligt, is ook de opmars in ons land een feit. Een veelbelovende band, die best wel wat in zijn mars heeft. Al hoorden we wel een beetje teveel referenties naar de band van Robert Smith & co. Een gedreven, kort setje waarvan het publiek toch zichtbaar genoot.

Even later was het dan eindelijk zover en stonden we oog en oog met de band Snow Patrol rond boegbeeld Gary Lightbody. Reeds vanaf de eerste tonen van “Open Your Eyes” ontstond het vermoeden dat dit wel eens een memorabele avond zou kunnen worden. Een strakke versie van “Take Back The City” scherpte die hoop nog wat aan maar tegen “Chocolate” stonden we echter weer met onze beide voeten op de grond. Hier moest de band vechten tegen de sterke weerstand van de betonnen concerthal en kon ze maar niet de juiste bassound op ons loslaten. Helaas kregen we hierdoor ook een veel te harde versie van “Hands Open”, waarbij ook nu weer de rommelige bassound de song deels verstoorde. Tijdens “Crack The Shutters” sprong Gary Lightbody, als een ware popgod in het publiek om handjes te schudden met de gefortuneerde fans op de eerste rijen. Meer dan eens werd de vergelijking met Chris Martin (Coldplay) gemaakt. Ook hier strooide de kwakkelende sound flink wat roet in het eten want af en toe was zanger Gary Lightbody nauwelijks nog te horen. Gelukkig werd het nadien allemaal een stuk oorvriendelijker. Het fragiele “You Could Be Happy” werd een leuke afwisseling en belichtte de andere kant van onze sneeuwpatrouille. ‘Audience Particpation time’ tijdens de meezinger “Shut Your Eyes”. Een beetje een voor de hand liggende keuze maar zelden een Vorst Nationaal gehoord dat zo luidkeels meezong.
Nog meer hoogtepunten volgden in de vorm van “Run”, dat akoestisch begon maar elektrisch tot een climax evolueerde. Ook “Set The Fire To The Third Bar” werd verrassend uitgevoerd. Hier mocht onze bloedeigen Eva De Roovere mee op het podium. Lightbody & De Roovere, het klikte en Marta Wainwright, die het origineel inzong, werd zo vergeten. “Just Say Yes”, flirtte naar mijn gevoel wat teveel met de dancebeats maar het publiek lustte er wel pap en veerde voor het eerst op uit de zitjes. De doorbraakhit “Chasing Cars” kreeg een aangepaste, sterke live uitvoering, waarna de band veel te vroeg het podium verliet.
Gelukkig kwam er nog een bisronde. “The Lightning Strike”, Snow Patrol’s meest progressieve en fascinerende werkstuk (een episch drieluik van meer dan 15 minuten) deed echter bij velen de wenkbrauwen fronsen. De song werd voorzien van sfeervolle kosmische projecties maar ook dit kon een aantal fans niet weerhouden om vroegtijdig de zaal te verlaten. Voor hen die de rit volledig uitzaten kwam er nog een gedreven “You’re All I Have” voorbij.

Snow Patrol overtuigde vooral met een sterke setlist. Visueel bleef het spektakel beperkt tot een weinig ophefmakkende lichtshow en een kleine LED wall. Pas tijdens de bisronde trok de band met grote projecties alle registers open. Het publiek genoot, ondanks de bij momenten tegenvallende sound, van een groot aantal tijdloze pophits. Best indrukwekkend dat een jonge band als Snow Patrol na al kan uitpakken met dit palmares. Lightbody & co hadden er duidelijk veel zin in. Moeiteloos zweepte de band een -in het zweet badend Vorst Nationaal -op tot ongekende hoogtes.
Pukkelpop mag dan ook supertrots zijn dat het deze band aan zijn affiche heeft kunnen toevoegen!

Video Live Reports (Youtube)
Part 1:
http://www.youtube.com/watch?v=lHLppQFs2OI
+Part 2:
http://www.youtube.com/watch?v=ZymcDBdpNtc
+Part 3:
http://www.youtube.com/watch?v=vSX1ikg5bAA
+Part 4:
http://www.youtube.com/watch?v=d3L3WxQVc9s

Setlist:
*Open Your Eyes *Take Back The City *Chocolate *Hands Open *Crack The Shutters *The Golden Floor *You Could Be Happy  *If There's A Rocket Tie Me To It *Make This Go On Forever *Shut Your Eyes *Run *Set The Fire To The Third Bar *Just Say Yes *Chasing Cars


*The Lightning Strike *You're All I Have

Organisatie: Live Nation

The Hex Dispensers

The Hex Dispensers: Pit's werd één kolkende moshpit

Geschreven door

Het leek wel alsof er één of andere manifestatie aan de gang was, wat een meute volk was er daar voor de deur van de Pit's, genietend van een stralende zon. Maar wel een beetje beangstigend als je bedacht dat ze binnen enkele ogenblikken ook allemaal naar binnen zouden willen. Populair zijn ze dus wel, deze Hex Dispensers uit Austin, Texas maar het is dan ook de enige punkgroep van de laatste jaren die er echt toe doet. Toch blijven ze bescheiden : zo sloegen ze een aanbod af om op Sinxen Vlas Vegas te spelen (gegarandeerd een volle Kreunzaal van 600 man!) omdat ze hun Europese tour absoluut wilden afsluiten in de Pit's, naar eigen zeggen ‘de beste plaats om te spelen in Europa’.

Die Pit's zat dan ook barstensvol en veranderde vanaf de eerste tonen van "Doomsday" in een kolkende moshpit. Terwijl de temperatuur hoogten bereikte, vergelijkbaar met die in een sauna, en het bier met liters door de lucht spoot bleven The Hex Dispensers onverstoorbaar verder spelen, ook toen de bassist een bekertje pal op de neus kreeg. Verbeten punkrock met een vuilzwart garagerandje, denderend als een op hol geslagen locomotief. Veel verschillen de nummers niet van elkaar maar geen mens die zich daaraan kon storen. Iedereen werd meegezogen in een maalstroom van (niet eens té) luide gitaren, die dwingende stem van Alex Cuervo en het nonchalante geroffel van Alyse Mervosh.
Hoogtepunten? Uiteraard "Forest Ray Colson" (dat nu al een verplichte vermelding heeft in de annalen van de punkrock), "Buy you a ring" (gezongen door bassist Dave Bessenhoffer, ook bekend van The Gimmicks) en zowat alle overige nummers zeker? Eén keer werd het tempo drastisch verlaagd wat niet meteen het beste nummer opleverde.
Maar het siert hen dat ze ook een trage song proberen en zo kregen de aanwezigen meteen eens de gelegenheid om alle ledematen terug op de juiste plaats te schikken. Woorden schieten schromelijk tekort voor dit optreden dat er beslist één was om in te lijsten.
Het lijkt erop dat Alex Cuervo na veel omzwervingen, bij o.a. Blacktop, King Sound Quartet, The Gospel Swingers, Feast Of Snakes en The Now Time Delegation, eindelijk de groep van de waarheid heeft gevonden!

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Fischer-Z

Fischer Z: John Watts haalt oude Fischer Z - klassiekers uit de kast

Geschreven door

Artiesten met een gouden hart. Ze bestaan nog deze dagen en zo kon de Gentse kunstvereniging De Verenigde Muze de legendarische Fischer-Z strikken voor de wereldpremière van hun nieuwe tournee die hun ongetwijfeld deze zomer op verschillende festivalpodia zal doen belanden. De opbrengst van deze avond ging dan ook volledig naar een project in Paraguay om kinderen te steunen die kunstonderwijs willen volgen. Een nobel doel waar we alleen maar kunnen achter staan.

De vereniging had voor het publiek echter nog een andere verassing in petto: Sarah Ferri.
Dit piepjonge talent won in 2008 het concours van de ‘Jonge Wolven’, dit is een initiatief om tijdens de Gentse Feesten lokaal talent van elke slag een kans te geven. En gisteren mocht, zoals aangekondigd door de altijd goedlachse Zaki, Sarah Ferri gedurende een uurtje bewijzen wat ze in haar mars had.
Sarah is een Gentse (dat kon je meer dan overduidelijk horen aan haar bindteksten) met Italiaanse roots en ze bewees gisteren dat ze een echte muzikale duizendpoot is, ook al zou het nog beter zijn moest de set wat meer opgebouwd worden rond haar zwoele bluesy jazzstem want dit is zonder twijfel haar sterkste wapen.
Ondanks de zenuwen die ze niet steeds ten volste kon beheersen bracht ze toch een geslaagde potpourri van klassieke pop (ja, af en toe dacht je aan Tori Amos), ingetogen jazz (The hungry vilain), ragtime, flamenco en vooral veel easy jazzpop.
Na afloop werd ik ontroerd door de eenvoud en de spontaniteit van deze jonge wolf want ooit in een of ander verleden stonden mensen als Norah Jones of zelfs Diana Krall op hetzelfde punt, barstend van het talent te wachten op die grote kans. Geef dit meisje de nodige kansen en ze komt er wel.

En in tijden dat Diana Krall voor de spiegel aan het repeteren was, verscheen in England één van de meest markante figuren uit de popgeschiedenis van de jaren ’80: John Watts.
Het is ondertussen al meer dan bekend dat je niks achter de betekenis van de groepsnaam moet zoeken, het is gewoon een term uit de statistiek. John Watts was en is altijd de spilfiguur geweest van Fischer Z.
Waarschijnlijk ook niet één van de gemakkelijkste soort want zo verliet keyboardspeler Steve Skolnik Fischer-Z in volle glorieperiode omdat hij de dominantie van Watts beu was en de leider zelf ontbond de groep op het hoogtepunt van het succes van ‘Red skies over paradise’. De grote toegewijde fans horen het niet graag maar na de split, en dus na de eerste drie lp’s, heeft John Watts nooit het vroegere niveau geëvenaard ook al moet er hier aan toegevoegd worden dat Watts nooit de makkelijkste weg gekozen heeft. Men zal hem gedurende zijn carrière wel verschillende keren op de term ‘commercial suicide’ gewezen hebben.
Maar blijkbaar komt ooit alles terug en zo besloot John Watts om een liveset voor te bereiden afkomstig uit de drie eerste platen: ‘Word Salad’, ‘Going deaf for a living’ en het meesterwerk bij uitstek ‘Red skies over paradise’. Een doordachte keuze of noodzaak, wie zal het zeggen?
In ieder geval kon Watts  het zelf niet laten om midden in het concert te vertellen : “Ik heb een hele carrière achter de rug waarbij ik dingen deed wat het publiek niet wou en nu sta ik hier te doen wat jullie willen”.
En dat deze John Watts nog zeer kwiek is, zagen we meteen bij opener “Remember Russia”.
Door het strakke geluid en prima stem werd het publiek al meteen verzekerd dat dit geen afgang zou worden. Op het gelaat zijn de ouderdomsverschijnselen meer dan aanwezig, maar die speciale stem van Watts is er nog steeds evenals de geslaagde mix van postpunk, new wave en reggae.
De enige hit volgde de andere op terwijl je op een scherm allerlei cartoons zag die verwezen naar de politieke situatie uit de jaren ’80.
Toegegeven, de politiek geïnspireerde teksten van Watts zijn een beetje achterhaald want er is vandaag geen sprake meer van een Berlijnse muur en de Russen zijn al lang niet meer de gevreesde vijand die ons met kernbommen zullen bestoken, maar toch besef je als luisteraar dat dit een artiest was die net als tijdsgenoot Billy Bragg iets te zeggen had. En dat is misschien iets wat we in deze oppervlakkige tijden teveel missen.
Het sierde Fischer-Z dat ze hun geluid niet in een nieuw jasje wouden steken want hoe jammer het ook was dat “So long” een beetje de mist inging door Watts die niet goed bij keel was, waren nummers als “Wax Dolls”, “The worker”, “Room Service” meer dan perfect gebracht.
Persoonlijke favorieten  waren hun grootste hit “Marliese” (en blijkbaar ook voor het publiek) of hun chef d’oeuvre “Batallions of strangers” dat gespeeld werd op een onnavolgbare, authentieke wijze.
Op het einde bracht Fischer-Z nog een nieuw nummer genaamd “Paraguay”, een overbodig reggae niemendalletje maar het bracht ons wel een stap dichter bij de waarheid : dit nostalgisch feestje was eigenlijk bedoeld voor kinderen die het minder goed hebben.

Gedurende anderhalf uur wist Fischer-Z een ruimgevulde Bijloke perfect te entertainen en ze moesten daar niet veel voor doen, gewoon de klok even terug draaien. Het is nu al uitkijken waar we Fischer-Z deze zomer nog eens kunnen terug zien maar de mensen van de Muze hebben er in ieder geval een memorabel feestje van gemaakt.

Organisatie: VZW De Muze (http://www.demuze.be)

Pagina 833 van 971