Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Jon Spencer
Viagra Boys

Ænima - A Tool Experience

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Geschreven door

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Het verschil tussen een 'tribute band' en een 'experience' werd door de formatie Ænima haarfijn uitgewerkt. Waar een tribute band de songs van zijn idolen zo dicht mogelijk probeert te benaderen en er vervolgens een eigen, feestelijke draai aan geeft, is een Tool Experience toch iets helemaal anders. De muziek van Tool is immers geen gemakkelijk stuk muziek. Om die complexe en gelaagde sound overtuigend in klank om te zetten, moet je als muzikant haast over een buitenaardse kracht beschikken.
Voor hun optreden op Fonnefeesten - https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/103583-fonnefeesten-2026-dag-5-wat-een-intensiteit-van-aenima-en-een-afscheid-in-majeur-van-channel-zero  hadden we een fijne babbel met de band over hoe dat in zijn werk gaat? Wat is de drijfveer, de plannen en de ambitie

Ænima bestaat inmiddels al geruime tijd. Hoe is het project oorspronkelijk ontstaan, en wat was de aanleiding om jullie zo intensief op de muziek van Tool te richten?
Mario: Het is heel naturel ontstaan, door enkele mensen die gewoon de muziek van Tool wilden spelen voor mensen die graag live naar de muziek van Tool luisteren. Niets meer en niets minder eigenlijk. In 2015 begonnen Jay en Joris, die net Los Bastardos del Bronco hadden achter zich gelaten, samen te brainstormen over een nieuw project. Dik 10 jaar later ben ik de enige overgebleven van de oorspronkelijke bezetting, door het leven dat nu eenmaal gebeurt.

Tool staat bekend om complexe composities, ongewone maatsoorten en lange, gelaagde nummers. Wat zijn voor jullie de grootste uitdagingen bij het live brengen van die muziek?
Stephan: Zonder afbreuk daaraan te doen, een AC /DC tribute zouden we nooit doen. Wat we doen , doen we gewoonweg uit passie voor de geniale muziek van Tool. Die passie delen we allemaal, en dan gaat dat allemaal een beetje vanzelf.
Timmy: De grootste uitdaging blijft toch om een manier te vinden om het kritische Tool-publiek mee te trekken in de ervaring die we ook voor onszelf creëren op het podium. Aan hen om te oordelen of we daar in slagen.

Ik zag jullie in 2018 live in De Casino en schreef toen dat jullie veel meer brachten dan een gewone tribute-act. Nooit overwegen om dat in nummers te brengen?
Joshua: Dat ligt moeilijk, we hebben allemaal andere projecten waar we ons ei in kwijt kunnen. En in de meeste gevallen zijn dat nummers die moeilijk daarnaast kunnen liggen. Daarom doen we met dit project specifiek Tool nummers.

Het is nu ook niet dat dit een ‘zijproject is dat je er even bij neemt’, jullie nemen dit wel serieus op?

Mario: Zoals daarnet al gezegd weten we voor welk publiek we spelen. We zijn zelf fanatieke Tool fans, en dus zijn we super kritisch als we b.v. een andere Tool tribute bezig zien. De lat ligt heel hoog, we komen er niet mee weg als we maar half werk afleveren.

Hoe bereiden jullie een nieuw Tool-nummer voor? Wordt alles noot voor noot geanalyseerd, of laten jullie ook ruimte voor een eigen interpretatie?
Timmy: De nummers heel goed beluisteren, en keuzes maken, en vooral daarbij elkaar aanvullen en aanvoelen is het belangrijkste. Vroeger was dat een pak moeilijker want toen was er nauwelijks beeldmateriaal waar we op kunnen terugvallen. Nu kunnen we de nummers verbinden aan beelden, dat scheelt in keuzes maken. Soms gebeurt het dat we een nummer instuderen en denken: ‘Hij speelt het zo!’, en dan is het totaal anders (lacht).  En dan moeten we daar weer op in spelen.  Het is een kwestie van voortdurend schakelen en elkaar aanvullen daarin.

Waar ligt voor jullie de grens tussen zo trouw mogelijk blijven aan Tool en toch een eigen identiteit als band ontwikkelen?
Mario: Wij willen de nummers brengen zoals Tool ze brengt. Ons publiek moet de ogen kunnen sluiten en zich op een Tool optreden wanen. Onmogelijk natuurlijk, maar zo hoog moet de lat liggen. Onze fans en wijzelf zijn niet gek van compromissen hierin (lacht).

Jullie noemen jezelf ‘A Tool Experience’. Wat betekent dat woord ‘experience’ voor jullie, en waarin onderscheiden jullie je van een klassieke tribute- of coverband?
Stephan: Dat is er later bij gekomen, toen we op het podium merkten dat de beleving toch helemaal anders is dan in het repetitiekot. We zitten met een kritisch publiek. In het begin voelden we de energie die we op het podium brachten maar moeilijk terugkomen uit het publiek. Langzaam maar zeker komt dat goed en dat is voor ieder wel iets apart. En dat is dus die ‘experience’.

Wanneer zie je dat zo een experience geslaagd is? Want een Tool publiek zal je niet gauw in een moshpit zien of zo..
Timmy: De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee.

Hoe belangrijk zijn de visuals, belichting en de algemene podiumbeleving? Worden die bewust afgestemd op de muziek en de sfeer van elk nummer?
Mario: We zorgen er eerst en vooral voor dat de nummers klinken zoals het hoort. Geen improvisatie wat dat betreft. Jarenlang werkten we met Nico, een visual artist die zelf beelden maakte gebaseerd op wat Tool zoal brengt in zijn shows. Het is een essentieel deel van de experience, om op die manier ons publiek compleet mee te krijgen.  De mensen kennen de muziek, en als het totaalplaatje klopt, dan ontstaat er altijd iets magisch.

Als ik het goed begrijp, spelen jullie de nummers gewoon zoals ze zijn? bij sommige tribute bands zie je dat ze daar iets mee doen …
Joshua: Dat is ook niet de bedoeling. Er is bij Tool nummers niet zoveel ruimte om te improviseren eigenlijk. De muziek is op een manier ook een beetje heilig, en denken dat je er iets beter van kan maken zou misschien ook een tikje arrogant zijn. Alleen in de visuals, daarin hebben we de kans om mee een universum te scheppen.  Zo voelt het aan als een cinema met een band die vooraan staat te spelen, een filmische beleving.

Tool heeft een bijzonder trouwe en kritische fanbasis. Voelen jullie extra druk wanneer er doorgewinterde Tool-fans in de zaal staan?
Stephan: Dat wisten we toen we eraan begonnen. En dat lukt tot op heden best prima.

Op Fonnefeesten was er nog een extra probleem, hoe doen jullie dat dan met een ‘mainstraim publiek’; doen jullie een soort best of (bewust)? Of hoe zit dat?
Mario: Sowieso. Fonnefeesten wordt een ‘Greatest Hits’, als zoiets bij Tool al bestaat. Ook dan breng je dus de essentie van Tool, alleen gaan er meer mensen nummers herkennen.

Jullie brengen soms een volledig Tool-album integraal. Is zo’n albumshow een andere uitdaging dan een set met nummers uit verschillende periodes van Tool?
Mario: Voor de 30-jarige viering van het legendarische ‘Ænima’ album brengen we dit jaar het album integraal van de eerste tot de laatste noot. Daar zijn natuurlijk nummers bij die we niet spelen voor een publiek zoals op Fonnefeesten. Die kun je alleen maar brengen voor doorwinterde fans. Als je een album integraal brengt ligt de spanning helemaal anders.

Past de muziek van Tool niet beter in een club dan op een festivalpodium of is dat ver gezocht?
Timmy: Mensen hechten soms wat te veel belang aan locatie. Het publiek van sommige bands groeit door de jaren sterk aan, denk aan AmenRa. Bovendien, ooit was iedereen muisstil op festivals. Als je naar Tool gaat in een zaal, nemen ze je smartphone af als je staat te filmen. Om die nummers voor te bereiden was het de max om dat op een festival te kunnen doen, om ons daarop voor te bereiden. Dus .. het hangt wat van situatie tot situatie af, maar is niet concertzaal of festival plein gebonden.

Zijn er Tool-nummers die jullie bewust niet spelen omdat ze technisch, vocaal of productioneel te moeilijk zijn om live te reproduceren?
Mario: Ook dat hangt van situatie tot situatie af. Bij onze eerste passage in zaal Casino kwam de stagemanager, ook een Tool fan, nadat we het nummer H en Jimmy van op Ænima hadden gespeeld, ons zeggen: ‘Zalige nummers, maar ik zou dat niet brengen op een festival’.  En inderdaad, je kunt die niet spelen voor een breed publiek. Dan gaan ze pinten halen .. dus ja we houden daar zeker rekening mee, dat we op festivals bewust nummers niet spelen die in een zaal beter tot hun recht komen.

Hebben jullie zelf een favoriet Tool-nummer om te spelen, en is dat ook het nummer waar het publiek doorgaans het sterkst op reageert?
Timmy: The Grudge! Eén van de beste rocksongs aller tijden. Ik content, en het publiek ook (lacht)

Wat hebben jullie door Ænima geleerd als muzikanten en als groep? Naar jullie andere projecten toe bijvoorbeeld?
Joshua: Vooral die sound en dynamiek van Tool, al dan niet door de studies waarin de muziek van Tool altijd wel aanwezig is geweest. We nemen dat op een of andere wijze zeker mee in onze andere projecten. Dus vooral op dat vlak hebben we door Tool nummers te spelen, daaruit iets geleerd om te gebruiken bij wat we los daarvan doen.
Stephan: Ik ben beginnen luisteren naar Tool ongeveer wanneer ik gestart ben met drummen. Doorheen mijn studies is Danny Carey dus altijd aanwezig geweest. Ik heb zelfs mijn eindexamen gespeeld in teken van Tool-nummers. Omdat ik leerde drummen met Tool in de figuurlijke achtergrond, zit dat gebakken in mijn manier van spelen. Ik zou het zelfs niet uit mijn drumstijl kunnen weg krijgen, als ik zou proberen, dus het is onvermijdelijk dat ik het ook hanteer bij andere groepen waar ik in speel.

Welke ambities of plannen hebben jullie nog met Ænima? Zijn er albums, producties, podia of landen die jullie graag nog willen verkennen? Buitenland?
Mario: Zolang het in één weekend kan is alles mogelijk. Maar stel dat een promotor zegt, ‘Jullie kunnen een maand op toer’; wel dat gaat met ons werk en gezin niet lukken. We moeten daar realistisch in zijn. We hebben al meer shows gedaan in Nederland dan in eigen land. Vooral wat tribute bands betreft loopt men hier precies wat achter.
Joshua: Maar zeg nooit “nooit”…

Nochtans hoor ik veel organisatoren net zeggen dat als ze een affiche maken met tribute bands is die zaal uitverkocht , merken jullie dat dan ook? En het verschil met jullie eigen projecten?
Timmy: Zeker een vast, het is een tendens die al een tijdje bezig is. Maar het publiek kiest, en heel veel mensen kiezen voor ‘veilig’. Voor onze andere projecten is dat vaak jammer. Gelukkig kijken niet alle organisatoren alleen maar naar de portemonnee en krijgen eigen projecten met originele muziek toch ook nog kansen. Maar het zou best wat meer mogen zijn (lacht)

Zouden jullie, dit wetende, niet overwegen om nog enkel die Tool experience te doen, en de andere projecten niet meer?
Joshua: Creatief gezien zou dat wel een jammer zijn. En om even terug te komen op wat we daarnet zeiden; als je een AC/DC tribute doet liggen de kaarten anders. Dan kun je bij wijze van spreken op elk stadsfestivalletje, in elke club en menig café gaan spelen. Dat is met een Tool Experience toch even anders, ook dat zorgt ervoor dat we nooit alleen dit zullen doen.
Timmy: Want als wij de experience willen overbrengen hebben we natuurlijk een goede muziekinstallatie nodig maar ook een degelijk projectiescherm-met-beamer of LED-wall… anders kunnen we dit gewoon niet brengen. En dat kost natuurlijk geld.

Jay is er door zijn werk en andere omstandigheden mee gestopt onlangs, wanneer stopt het voor jullie eigenlijk?
Mario: Aangezien ik de enige ben die een organisch instrument bespeelt zal ik wel als eerste de pijp aan Maarten geven zeker! (lacht). Maar dat zal nog een tijdje duren als ’t God belieft.

Tot slot: stel dat iemand Tool nog niet kent en ook nog nooit van Ænima heeft gehoord. Hoe zouden jullie die persoon overtuigen om jullie live te komen ontdekken?
Stephan: hem een pint beloven die hij krijgt na het eerste nummer?
Mario: Als je zegt dat de band zijn nummers baseert op de Fibonacci code, dan ben je toch direct verkocht. Enough said.

Bedankt voor de fijne babbel, veel succes in alles wat jullie doen

Lowlands 2026, van 21 augustus t-m 23 augustus 2026 – Pics

Geschreven door

Lowlands 2026, van 21 augustus t-m 23 augustus 2026 – Pics
A campingflight to Lowlands Paradise - ‘Spread the love’, zo klonk de welkomstboodschap van Lowlands
Liefhebbers van het leven, liefhebbers van muziek en –liefhebbers van het nachtleven, voor elk wat wils, van weldoordachte popshows, ontregelde acts en hossende feestacts.
Hoedanook, het werd een weekendtas vol mooie ervaringen, avontuurlijke acts, ontdekkingen ook, en gedurfde namen

Hoogtepunten o.m. Adéla, Dove Ellis, Kneecap, Blood orange, Viagra boys, Violent magic orchestra, Pale jay, Geese, Sombr, Eefje de Visser, Parcels , Gurriers, Tyler the creator, Dijon, Turnstile, Lorde, … Verder de Nederlandse- Belgische acts en even meegeven … op Pukkelpop Zara Larsson … Eentje om mee te nemen volgend jaar …

Programma 2hollis | Ácido Pantera | ADÉLA | Afra | Amyl and The Sniffers | Ana Frango Elétrico | anaiis | Andromedik | Antoon | Bassolino | Bassvictim | Benny Rodrigues | Ben UFO | Blood Orange | Boys Noize | Brother Wallace / Buraka Som Sistema | Celeste | Chalk | Chloé Caillet | Chloe Qisha | Clipse | Cobrah | Compagnia La Giostra | Dijon | DIKKE | Djrum | Dove Ellis | Eefje de Visser | El Pony Pisador | Erin LeCount | Fauna | Fcukers | The Femcels | Flava D | Floating Points (live) | Freddy K | Fulu Miziki | Geese | Geordie Greep | Guilt Trip | Gurriers | Gysèle | Héctor Oaks | Helena Hauff | Hermanos Gutiérrez | ICONIC | Identified Patient | IJSLAND | Il Mago Del Gelato | james K | Jane Remover | jet van der steen | Joy (anonymous) / José González | JPEGMAFIA | Kaboutertje Putlucht | Kelis | Keo | KETTAMA | Kneecap | Ko Shin Moon | Kybba | Lambrini Girls | Latanya Alberto | LEISURE | Lorde | Maey | Major Lazer | Maribou State | MARRØN | Maruja | Mary Lake | Milolaathetlukken | NALA | Naomi Sharon | NEMS | Nene H | New Wave | Nia Archives | Ninajirachi | Noord Nederlands Orkest | Nu Genea Live Band | Nusantara Beat | Pale Jay | Parcels | Politie Warnsveld | PRESIDENT | Radio Z | Ravyn Lenae | Richie Hawtin DEX EFX X0X | Romy Liz Rose | Rose Gray | Royal Blood / S!RENE | S10 | SAIDAH | S-candalo | Skee Mask | Skream & Benga | Skye Newman | SMIB | SOMBR | SONS : Sophie Straat | Sor | SPEED | Steel Pulse | Susobrino | Tantu Beats | Teen Jesus and the Jean Teasers | Teen Mortgage | Terzij de Horde | Theo Parrish | TLM | Tracey | Tribal Kush | TURNSTILE | Tyler Ballgame | Tyler, The Creator | upsammy | Viagra Boys | Violent Magic Orchestra | Violet Grohl | Voices From The Lake | WaxFiend | Willem | Worldpeace DMT | Wunderhorse | ZEP | Zeyne | Zimmer90 /
Aqueerius: Big Fat Trojan Wedding | Boys Won't Be Boys: Girls Won't Be Girls | Circumstances: BEYOND | DIEHELEDING: JE MOEDER | IRC (Illusionary Rockaz Company): IGNITE | ITA, June Yanez, Leila Sahir, Zephyr Brüggen: "Het incident" | Nasrdin Dchar: Wat als ... | Orkater: De dood van Benny Simons | Sarah Janneh, NITE, Theater Utrecht, MusicalMakers: Brabo Leone | Alina Sharipova | Ayoub Kharkhach | Chicks in Dialogue | Comedy Club Haug | Comedytrain | Daan van der Hoeven | David Linszen | David van Rosmalen | Davine Perik | Isabelle Kafando | Janneke de Bijl | Jasper van der Veen | Kees van Amstel | De Lowlands Grote* Talentenshow | Marcel van Roosmalen | Marie Koet | Mark Waumans | Martijn Crins | Merijn Scholten | De Nationale Avond van de Woordgrap | Ron van Zalmsaus | Teun de Vries | Bakkie LLit | Darling, Dearest, Dead | Eindeloos Vertier | Flip The Script! | Lowlands op Tilt: Literaire Darkroom | Mensen Zeggen Dingen | Rocking Books: Giphart X Goldbach | VPRO CLUB LEES | Wat nu? Fantasy! | Wat nu? Mystiek! | Wat nu? Verzet! | Abiba Sokoto b2b Pelanoir | AK Soundsystem | Charmaine | Dam Swindle | Deejay Abstract | Eileen | Fiesta Macumba Soundsystem | Folake | JEA | Ketama Man | Kim Josefine | Kingdom Sound | Lamsi | Lashanti | Laura Meester | Rockefellababe | Shady Lady | Tera Kòrá | Tienson | TINS | Yucky | YŮSU /

Volgende editie 2027 - 20 augustus - 22 augustus 2027, Biddinghuizen
(bron/OOR/Musiczine)

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10179-lowlands-2026?Itemid=0
Org: Lowlands  

The Whitest Boy Alive

The Whitest Boy Alive - Twintig jaar later nog raak

Geschreven door

The Whitest Boy Alive - Twintig jaar later nog raak

De Duits-Noorse band rond Erlend Øye bracht sinds hun ontstaan slechts twee albums uit, maar wist met hun uitgeklede mix van indiepop, funk en minimalisme een trouw publiek op te bouwen. Voor de jubileumtour van de twintig jaar oude debuutplaat ‘Dreams’ streek de band neer in de Ancienne Belgique. Zonder voorprogramma, waardoor het publiek meteen de hoofdact afwachtte.

Met een doek met een afbeelding van het heelal op de achtergrond begon de band nog eerder ingetogen aan hun set. Met “Keep a Secret” zat de zang meteen goed en kwam ook het publiek snel op gang. “High on the Heels”, “Timebomb” en het geweldige “Golden Cage” volgden vlot en toonden vooral hoe strak de vier moeiteloos op elkaar zijn ingespeeld. Erlend Øye is naar goede gewoonte een echte sfeermaker en liet daarbij geregeld zijn gitaar even voor wat het was om het publiek aan te porren of zelf wat te dansen. Ook “Fireworks”, met een stevige gitaarsolo, en “Intentions” werden luidkeels onthaald.
De temperatuur in de zaal steeg ondertussen snel en ook op het podium begon het zweet rijkelijk te vloeien.
De band bleef het hoge tempo volhouden. “Above You” kreeg een klein spacey intermezzo van de toetsenist, dat vlot overging in het hoogtepunt “Burning”. Nog op diezelfde climax volgde “1517”. Hun ontmoeting in een club deden ze alle eer aan met een funky versie van “Show Me Love”, waarbij een kartonnen bord uit het publiek plots het sluitstuk van de song werd.
De reguliere set vloog voorbij, maar onder oorverdovend applaus kwamen ze nog terug voor twee nummers, met “All Ears” als rustiger moment en “Courage” als funky afsluiter. Met een kleine dance circle in het publiek werd de avond heerlijk neergelegd.
Een eerder sobere show, maar wel een bijzonder sfeervolle avond waarin muziek en samenspel centraal stonden en die bij momenten bijna een festivalsfeer kreeg.

The Whitest Boy Alive heeft na twintig jaar duidelijk nog niets aan aantrekkingskracht verloren. De combinatie van eenvoudige nummers, sterke grooves en vier muzikanten die perfect op elkaar zijn ingespeeld, bleek meer dan voldoende om de AB in beweging te krijgen. Het was warm, zweterig en bij momenten behoorlijk uitbundig, maar vooral erg gezellig.
Een geslaagd jubileumconcert zonder veel franjes, precies zoals de band zelf.

Setlist: Keep a Secret - High on the Heels - Timebomb - Golden Cage - Fireworks - Intentions - Serious - Figures - Above You - Burning - 1517 - Island - Show Me Love (Robin S cover) — All Ears – Courage

Organisatie: Odessa Maison d’artistes

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent

Geschreven door

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent
FinFactor Jazz Damme 2026
De Zustertuin
Damme
2026-08-29 + 30
Erik Vandamme

Een festival hoeft niet noodzakelijk groter te worden om te groeien. Soms zit vooruitgang net in het verfijnen van een eigen identiteit. FinFactor Jazz Damme is er een mooi voorbeeld van. Wat vijf jaar geleden begon als een poging om jazz ook tijdens de zomer een plek te geven in de Brugse regio, groeide uit tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer. Toch blijft de organisatie bewust kiezen voor kwaliteit, intimiteit en muzikale ontdekking.
Vorig jaar maakten we gedurende één festivaldag kennis met die bijzondere formule.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/99843-finfactor-jazz-damme-2025-tussen-vernieuwing-en-traditie  
In de historische omgeving van Damme zagen we gevestigde waarden en jonge talenten hetzelfde podium delen, terwijl de geringe afstand tussen muzikanten en publiek voor een ongedwongen huiskamersfeer zorgde. Die eerste kennismaking smaakte naar meer.
Voor deze vijfde editie zakten we daarom het volledige weekend af naar Damme. De affiche vormde opnieuw een ontmoeting tussen verschillende generaties en uiteenlopende gezichten van de jazz. Grote Belgische namen als Philip Catherine, Nathalie Loriers, Brussels Jazz Orchestra en Lady Linn stonden er naast internationale muzikanten, avontuurlijke projecten en laureaten van de Dragon Jazz Contest.
FinFactor Jazz Damme wil geen breed popfestival met een vleugje jazz worden, maar duurzaam bouwen aan een herkenbaar jazzfestival dat nieuwsgierigheid aanwakkert zonder zijn identiteit te verliezen.
Op zaterdag 29 en zondag 30 augustus gingen we na hoe die ambitie zich op en rond de podia vertaalde.

dag 1 – zaterdag 29 augustus 2026 - Improviseren in de regen
De grote vernieuwing binnen het concept is de toevoeging van de Izzy Jazz Club Stage, een tweede en kleiner podium waar jonge Belgische jazzformaties speelkansen krijgen. Die naam is niet toevallig gekozen. Izzy Jazz Club, opgericht door Daniël Dehulster en Kobe Gregoir, organiseert in Huisbrouwerij De Halve Maan in Brugge kleinschalige jazzconcerten en vormde vijf jaar geleden de voedingsbodem voor het festival in Damme.
Op het nieuwe podium speelden twee jonge formaties telkens twee korte sets tijdens de pauzes op het hoofdpodium. Zo keert FinFactor Jazz Damme terug naar zijn oorsprong en investeert het tegelijk in de toekomst.

De eerste band op het kleine podium was Jef Chroneos Quartet (****). Aanvankelijk stonden de jonge muzikanten er nog wat onwennig bij, maar gaandeweg groeide hun zelfvertrouwen en viel alles beter op zijn plaats. Altsaxofonist Jef Chroneos trad muzikaal op de voorgrond zonder alle aandacht naar zich toe te trekken. Ook pianist Charlie Vanhoof, bassist Maxim Poppe en drummer Loes Schillebeeckx droegen nadrukkelijk hun steentje bij. Het hoogtepunt van de eerste set kwam er tijdens een ingetogen passage. Terwijl de regen neerviel, zorgden de warme saxofoonklanken voor een krop in de keel en een oprecht kippenvelmoment. Het leek alsof muziek en omgeving elkaar heel even perfect vonden. Tijdens de tweede set, vlak na het optreden van Margaux Vranken Trio, stond het kwartet zichtbaar zelfverzekerder op het podium. Trompettist Diego Torres Borghs, die later met Quintet 208 nog voor een avontuurlijke muzikale tocht zou zorgen, werd als gast uitgenodigd. Zijn inbreng gaf het geheel extra kleur en schwung.
Er blijft ruimte om verder te groeien, maar met meer podiumervaring kan dit kwartet uitgroeien tot een van de mooie nieuwe stemmen binnen de Belgische jazz.
Een naam om in het oog te houden.

Ondertussen viel de regen met bakken uit de lucht. Het publiek zocht massaal beschutting onder het grote stoffen afdak achteraan, waar gelukkig voldoende zitplaatsen waren. Voor de muzikanten moet het een surrealistisch beeld zijn geweest: de stoelen voor het podium bleven vrijwel volledig leeg, terwijl de toeschouwers zich een eind verderop hadden verzameld. Margaux Vranken Trio (*****) liet het niet aan het hart komen en kon rekenen op een bijzonder enthousiaste respons.
Nadat Lies Steppe het trio op haar bekende bevlogen wijze had aangekondigd, gingen de muzikanten inventief te werk. Margaux Vranken zocht geregeld met een kwinkslag contact met het publiek, maar vooral haar verfijnde pianospel sprak tot de verbeelding. Ingetogen pianoklanken raakten zacht de cimbalen, waarna warme contrabaslijnen ruimte creëerden voor hemelse improvisaties.
Ook de opvallende podiumopstelling droeg bij aan de beleving. De drie muzikanten zaten zij aan zij, alsof ze rechtstreeks met elkaar in gesprek waren. Dat bleek meer dan symbolisch: de grote kracht van het trio lag in de manier waarop ze elkaar aanvoelden, uitdaagden en aanvulden. Alles klonk doordacht en tegelijk bijzonder spontaan.
De muziek kon de regen niet verdrijven, maar zorgde wel voor drie kwartier groovy en intens luisterplezier. Het daverende slotapplaus maakte duidelijk dat wij lang niet de enigen waren die hiervan met volle teugen genoten.

Na de tweede set van Jef Chroneos Quartet was het de beurt aan Elly Brouckmans' MANIA (*****). Lies Steppe benadrukte bij de aankondiging dat dit bovenal een échte band is, iets wat ook Elly Brouckmans zelf meermaals onderstreepte. Dat bleek geen loze bewering. De hemelse saxofoonklanken van Brouckmans vormden een belangrijke leidraad, maar kwamen volledig tot hun recht dankzij haar medemuzikanten. De beweeglijke drums van Umberto Odone, het sprankelende pianospel van Yarno Hoedemaekers en de warme, groovy baslijnen van Toon Rumen vloeiden samen tot één organisch geheel. Zonder afbreuk te doen aan de individuele kwaliteiten - die tijdens de solomomenten duidelijk naar voren kwamen - lag de werkelijke kracht van MANIA in het collectief.
Volgens de biografie ontstond de band in een Brusselse kelder en dat clubgevoel sijpelde door in de muziek. Het kwartet bracht ritmisch prikkelende jazz die stevig aan de ribben bleef kleven, gedragen door improvisatie en zichtbaar spelplezier.
De muzikanten voelden elkaar haast blindelings aan en brachten hun enthousiasme moeiteloos op het publiek over. En zowaar: tijdens de set kwam zelfs de zon even boven de wolken piepen. Alsof ook zij van dichtbij wilde aanschouwen hoe vier muzikanten de grijze namiddag met zoveel spelvreugde van kleur voorzagen.
Mooier kon het plaatje haast niet worden.

Vervolgens was het tijd voor de tweede band op het kleine podium: Quintet 208 (*****). De jonge muzikanten stonden er alsof ze al twintig jaar samen speelden, zonder daarbij hun spontaniteit te verliezen. Vooral de wisselwerking tussen tenorsaxofonist Lucas Bakker en trompettist Diego Torres Borghs sprong in het oog. Hun instrumenten gingen een bezielde dialoog aan: bij momenten een ware match made in heaven, die herinneringen opriep aan legendarische combinaties van saxofoon en trompet uit vervlogen jazztijden. Ook het verfijnde pianospel van Charlie Vanhoof kreeg voldoende ruimte en versmolt prachtig met de warme contrabaslijnen van Floris Vandenbemden. Die kruisbestuiving werd vervolledigd door het veelzijdige drumwerk van Ada Schiettecatte, die het geheel ritmisch inkleurde zonder zich nadrukkelijk op de voorgrond te dringen.
Zo ontstond een haast tijdloze jazzbeleving waarin technische klasse en jeugdige onbevangenheid elkaar vonden. Quintet 208 keek met respect naar het rijke verleden van het genre, maar liet tegelijk horen dat jazz ook vandaag springlevend is.
We besloten alleen de eerste set mee te pikken - een mens moet tijdens zo'n lange festivaldag nu eenmaal ook even pauzeren. Wat we hoorden, volstond ruimschoots om Quintet 208 uit te roepen tot dé ontdekking van de eerste festivaldag.

De invloed van zwarte muziektradities op de hedendaagse jazz valt steeds sterker op. Dat merkten we deze zomer onder meer op Jazz Middelheim, maar ook tijdens verschillende andere concerten en festivals.
Vorig jaar waren we op FinFactor Jazz Damme nog diep onder de indruk van de poëtische set van Tutu Puoane. Ditmaal stond er opnieuw een zangeres op het podium die jazz met soul, r&b en gospel verbond.
De voor een Grammy Award genomineerde Christie Dashiell (****) liet samen met haar band de grenzen tussen die genres vervagen. Met haar warme, soulvolle stem deed ze de temperatuur gevoelsmatig naar het kookpunt stijgen. Het ene moment klonk ze breekbaar en intiem, even later krachtig en uitbundig. Ze schakelde schijnbaar moeiteloos tussen uiteenlopende registers. Toch was dit veel meer dan een vocale demonstratie. Pianist Tony Tixier, bassist Reggie Washington en drummer Yoràn Vroom legden geregeld een adembenemend klankentapijt aan haar voeten. De wisselwerking tussen stem en instrumenten maakte het plaatje compleet.
Ook Dashiell kreeg echter af te rekenen met de weersomstandigheden. Tijdens haar set gingen de hemelsluizen helemaal open, waarna het publiek massaal naar een droge plek vluchtte. Daardoor kwam het optreden helaas niet volledig tot zijn recht, zonder dat de zangeres of haar band daar iets aan kon doen. De muzikale warmte die het viertal uitstraalde, bleef ondanks de kille plensbui overeind.

Met achttien muzikanten op één podium was alleen al de opbouw voor het afsluitende concert een huzarenstuk. Daardoor begon Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers (*****) ruim een halfuur later dan gepland. Het podium stond uiteindelijk zo vol dat er voor Lies Steppe letterlijk geen plaats meer was om haar laatste aankondiging van de festivaldag te verzorgen. Dat gebrek aan ruimte temperde het enthousiasme van Nathalie Loriers allerminst. Vanachter haar piano sprak ze het publiek geregeld aan en maakte ze grapjes over haar wegwaaiende partituren - een van de risico's van spelen in openlucht.
Bovenal genoot ze zichtbaar van de wisselwerking met de muzikanten van het Brussels Jazz Orchestra. Deze internationaal vermaarde bigband is al meer dan dertig jaar actief en bestaat uit doorgewinterde muzikanten. Dat vakmanschap viel in iedere instrumentale bijdrage te horen. Zelfs de afwezigheid van artistiek leider en meestersaxofonist Frank Vaganée werd feilloos opgevangen.
Op de uitvoering en onderlinge afstemming viel werkelijk niets aan te merken. Binnen het project Envols stond de piano van Loriers nadrukkelijk centraal. Haar vaak intimistische klanken vormden geen los ornament, maar wezen het orkest de weg door haar composities en arrangementen. Toch zat de grootste kracht ook hier in het totaalpakket. Zodra alle registers werden opengetrokken, ontvouwde zich ruim een uur lang een rijk en dynamisch klankenuniversum waarin we ogen en oren tekortkwamen. Improvisatie is een kunstvorm en dit uitzonderlijke gezelschap zette dat op meesterlijke wijze in de verf.
Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers vormde de perfecte afsluiter van een regenachtige, maar bovenal bijzonder boeiende eerste festivaldag.

dag 2 – zondag 30 augustus 2026 – ‘Groovy' jazz verbindt generaties
Het viel ons tijdens de eerste festivaldag al op, maar op zondag werd het nog duidelijker: FinFactor Jazz Damme trekt een bijzonder divers publiek van alle leeftijden aan. Jongeren overtuigen om naar jazzconcerten af te zakken, blijft door het vermeende oubollige imago van het genre vaak een uitdaging. Dit festival lijkt daar opvallend goed in te slagen.
De nieuwe Izzy Jazz Club Stage speelt daarin ongetwijfeld een belangrijke rol. Vrienden en leeftijdsgenoten komen er kijken naar de prestaties van jonge muzikanten en maken ondertussen kennis met de andere artiesten op de affiche. Het kleine podium blijkt zo niet alleen een schot in de roos, maar ook een waardevolle investering in de toekomst van het festival.

Op de Izzy Jazz Club Stage werd de tweede festivaldag geopend door Bess Zuidervaart Quartet (****). De vier piepjonge muzikanten wisten verdomd goed waar ze mee bezig waren. De amper zestienjarige saxofoniste Bess Zuidervaart bewoog moeiteloos tussen ingetogen, groovy en weerbarstige passages, met de zelfverzekerdheid van een doorgewinterde muzikante. Ook drummer Lowie Pallemaerts sprong in het oog. Met zijn expressieve mimiek en volledige lichamelijke overgave maakte hij het subtiele en doordachte drumwerk ook visueel bijzonder boeiend. Pianist Wannes Vingerhoets en bassist Anton Poncin gingen volop mee in de muzikale dialoog.
Het viertal verbond jeugdige onbevangenheid met een opvallend volwassen groepsgeluid en bewees zo dat de toekomst van de jazz in goede handen is.

Als laureaat van de Dragon Jazz Contest mocht Bossaferatu (*****) het hoofdpodium openen. Enkele gezichten kwamen ons ondertussen bekend voor. Drummer Loes Schillebeeckx zagen we eerder bij Jef Chroneos Quartet, terwijl saxofonist Lucas Bakker al met Quintet 208 indruk had gemaakt en later nog met zijn eigen project op de Izzy Jazz Club Stage zou aantreden.
Bossaferatu draaide echter niet alleen om instrumentale virtuositeit. Zangeres Marie-Emilie Cahay maakte met haar warme en veelzijdige stem indruk. Op sommige momenten waanden we ons in een rokerige jazzclub, waar een soulvolle zangeres het publiek langzaam maar zeker in vervoering brengt. Echo's van grootheden als Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan kwamen spontaan in gedachten, zonder dat Cahay haar eigen persoonlijkheid verloor.
Ook de wisselwerking met haar medemuzikanten zat erg goed. Ze voelden haar feilloos aan, vulden haar aan en boden ieder vanuit hun instrument een duidelijke meerwaarde. Bossaferatu zette zo een overtuigende kroon op het werk van de Dragon Jazz Contest en bewees andermaal dat de jazz een beloftevolle en sterke generatie klaar heeft staan.

Moeten we Philip Catherine (*****) nog voorstellen? De internationaal gerenommeerde Belgische gitarist weet ondertussen al meer dan zes decennia zowel jazzkenners als gewone muziekliefhebbers te betoveren. Hij was bovendien de enige artiest die het plein tot helemaal achteraan volledig liet vollopen. Opvallend was hoeveel jonge bezoekers vol bewondering naar de 83-jarige grootmeester kwamen luisteren.
Catherine straalde nog steeds de speelsheid van een kind uit. Met pretoogjes en een vleugje deugnieterij begon hij samen met pianist en toetsenist Nicola Andrioli en bassist Federico Pecoraro zelfs iets te vroeg aan zijn set. Lies Steppe kreeg nog net de kans om hem aan te kondigen, tot zichtbaar plezier van haarzelf, Catherine en het publiek.
Diezelfde gemoedelijkheid trok hij door in zijn bindteksten, gitaarspel en kwinkslagen naar zijn medemuzikanten. Andrioli en Pecoraro boden hem daarbij bijzonder mooi weerwerk. Met minimale gebaren en zonder enige bewijsdrang kreeg het trio het overvolle plein muisstil. Iedereen luisterde ingetogen en met een brede glimlach, om de muzikanten na ieder nummer op een daverend applaus te trakteren. Daardoor gingen Catherines ogen alleen maar harder blinken. Met een mooie ode aan Toots Thielemans bracht hij ook hulde aan een andere Belgische grootheid met wie hij heeft samengewerkt. Bovenal liet Philip Catherine horen dat je ook op latere leeftijd kunt blijven schitteren zonder grote woorden of theatrale gebaren. Zijn eenvoud, virtuositeit en warme persoonlijkheid maakten dit tot het mooiste concert van deze editie van FinFactor Jazz Damme. Een klassegitarist en bovenal een bijzonder sympathiek mens. Moge hij ons nog lang met zulke fijne concerten verblijden.

Na de levende legende Philip Catherine keerden we terug naar de Izzy Jazz Club Stage, waar een van de opvallendste jonge muzikanten van het weekend opnieuw aantrad. Ditmaal stond saxofonist Lucas Bakker er met zijn eigen Lucas Bakker Quartet (*****).
Bakker viel al meermaals in de prijzen en stond met verschillende ensembles op festivals en gerenommeerde podia. In 2022 won hij met zijn eerste compositie Polar de compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Binnen de andere projecten waarin we hem dit weekend aan het werk zagen, kon hij zijn talent al etaleren. Met zijn eigen kwartet leek hij echter pas echt zijn muzikale ziel bloot te leggen. Vanaf de eerste saxofoonlijn gingen de haartjes op onze armen overeind en kwam de veelzijdigheid in zijn spel volledig tot z’n recht.
Toch trok Bakker niet alle aandacht naar zich toe. Hij gaf zijn medemuzikanten voldoende ruimte om te schitteren. Het fraaie basspel van Nina Cekov, de inventieve pianopartijen van Samuel Frerichs en het precieze drumwerk van Kobe Bakker sprongen stuk voor stuk in het oog. Met Toots Toast, zijn speelse ode aan Toots Thielemans, liet Lucas op sopraansaxofoon nogmaals horen hoeveel maturiteit er achter zijn jeugdige uitstraling schuilgaat.
Na een grootmeester als Philip Catherine ontpopte hij zich tot een van dé ontdekkingen van FinFactor Jazz Damme.
dHet verleden en de toekomst van de Belgische jazz lagen op deze tweede festivaldag bijzonder dicht bij elkaar.

Met Joe Sanders' Parallels (****) stond een project met een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis op het hoofdpodium. Tijdens een eerder concert improviseerde Sanders als toegift een solo op contrabas. De melodie sloeg zo sterk aan dat het publiek ze na afloop bleef zingen. Dat spontane moment vormde later de kiem voor het titelnummer en het in 2024 verschenen album ‘Parallels’. De vraag was dan ook of Sanders die bijzondere verbondenheid tussen muzikanten en publiek in Damme opnieuw kon oproepen.
De omstandigheden speelden aanvankelijk niet in zijn voordeel. Philip Catherine had als grote publiekstrekker kort voordien het plein volledig gevuld, waarna veel bezoekers naar de Izzy Jazz Club Stage trokken. Net daarna viel ook de eerste en enige stevige bui van de dag, waardoor het publiek opnieuw beschutting zocht. Voor een minder bekende naam als Joe Sanders was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen terug naar het hoofdpodium te lokken. Sanders liet zich daardoor niet uit zijn lood slaan. Met saxofonisten Seamus Blake en Will Vinson en drummer Gregory Hutchinson omringde hij zich met drie absolute topmuzikanten uit de internationale jazzscene.
Zonder in routine te vervallen, bleven ze het publiek met speelse maar kordate improvisaties prikkelen. Via ritmisch handgeklap, muzikale oproepen en herkenbare melodieën groeide de betrokkenheid langzaam maar zeker. Het kwartet moest er door de omstandigheden hard voor werken, maar kreeg de aanwezigen uiteindelijk toch aan het klappen en meezingen. Als kers op de taart verscheen ook Christie Dashiell, die een dag eerder haar eigen concert had gegeven, opnieuw op het podium. Met haar warme, soulvolle stem gaf ze de set een extra vocale dimensie en maakte ze het plaatje compleet.
Na het slotapplaus mocht het gezelschap terugkeren voor een toegift en werd de melodie waarmee het verhaal van Parallels ooit begon opnieuw bovengehaald. Het oorspronkelijke wonder liet zich niet letterlijk kopiëren: daarvoor was de respons in Damme te ingetogen. Toch kwam dat bijzondere moment hier op kleinere en subtielere schaal opnieuw tot leven. Niet minder mooi, alleen intiemer.

Na nog even van de tweede set van Lucas Bakker Quartet te hebben genoten, met een smakelijke Brugse Zot in de hand, was het tijd voor de absolute headliner van FinFactor Jazz Damme. Lady Linn & Her Magnificent Seven (*****) sloten deze boeiende editie op veelzijdige wijze af. We schreven: "Wat als pop en jazz elkaar ontmoeten?" Daarmee zouden we een veelzijdige artieste als Lady Linn echter tekortdoen. Met haar enthousiaste uitstraling en wonderbaarlijk mooie stem maakte ze meteen duidelijk dat ze zich niet in één muzikaal vakje laat opsluiten.
Tijdens de ingetogen passages deed ze ons naar adem happen, maar even later nodigde ze het publiek met hetzelfde gemak uit tot een danspasje. Samen met haar sublieme muzikanten wist Lady Linn te ontroeren.
Tijdens Frank Sinatra's “Strangers in the Night” waagden enkele koppels zich zelfs aan een slow. Alleen begeleid door zachte pianoklanken bracht ze het nummer met de klasse en warme uitstraling van een klassieke crooner. Een magisch en onvergetelijk moment.
Ook Nina Simone was nadrukkelijk aanwezig in “Theme from ‘Middle of the Night’”, dat opnieuw voor kippenvel zorgde.
Daarnaast putte Lady Linn rijkelijk uit ‘Midnight Sun’, haar ode aan de duisternis, het licht en de eindeloze mogelijkheden van de nacht. Ze liet horen dat die nacht niet alleen melancholie en verstilling voortbrengt, maar evengoed feestvreugde, romantiek en sprankelend levensplezier.
Covers en eigen werk vloeiden daarbij moeiteloos in elkaar over. Zelfs haar publieksfavoriet “I Don't Wanna Dance” kreeg iets heerlijk ironisch, want stilzitten was ondertussen vrijwel onmogelijk geworden. De muzikanten gaven de songs alle ruimte om te ademen, te improviseren en telkens een andere richting uit te gaan.
Lady Linn & Her Magnificent Seven vormden zo de perfecte samenvatting van waar FinFactor Jazz Damme een heel weekend om draaide: jazz die intimiteit en uitbundigheid verenigt en muzikanten en luisteraars van verschillende leeftijden samenbrengt.
Van zestienjarige ontdekkingen tot een 83-jarige grootmeester: in Damme bewees jazz twee dagen lang dat ze werkelijk geen leeftijd kent.
Een mooiere afsluiter had deze editie zich nauwelijks kunnen wensen. We noteren alvast zaterdag 28 en zondag 29 augustus 2027 met stip in onze agenda. U toch ook?

Organisatie: FinFactor Jazz Damme + vzw22

Sandra Kim

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Geschreven door

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Toen Sandra Kim in 1986 als eerste en voorlopig enige Belgische artieste het Eurovisiesongfestival won met “J’aime la vie”, gingen voor haar heel wat deuren open.
Maar die enorme doorbraak had ook een keerzijde. De piepjonge zangeres werd door een dominante producer in een bepaalde richting gestuurd en kreeg nauwelijks de vrijheid om zelf te ontdekken welke artieste ze werkelijk wilde worden.
Dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms beseft, bewees ze onder meer met haar overwinning in The Masked Singer.
Ook tijdens haar recente optreden op de Fonnefeesten liet ze horen hoe moeiteloos ze schakelt tussen chanson, pop en soul. In ons verslag schreven we dan ook dat achter die ene wereldberoemde song een bijzonder veelzijdige zangeres en rasentertainer schuilgaat.
Lees gerust Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Sandra Kim behoort bovendien tot het selecte gezelschap Belgische artiesten dat zowel in Vlaanderen als in Wallonië een breed publiek weet te bereiken. Veertig jaar na haar historische overwinning praat ze openhartig over de schaduw van “J’aime la vie”, haar gebrek aan artistieke vrijheid tijdens haar jonge jaren, haar hernieuwde succes in Vlaanderen en haar liefde voor het podium. Achteromkijken doet ze zonder verbittering, terwijl ook de toekomst haar niet voortdurend bezighoudt: “Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment!”

Tijdens het optreden op de Fonnefeesten verving je Isabelle A, die haar tournee om gezondheidsredenen moest annuleren. Was het moeilijk om onder die bijzondere omstandigheden het podium op te stappen?
“Nee, dat was niet moeilijk. Wanneer ik het podium opga, voel ik altijd veel adrenaline en zelfvertrouwen. Uiteraard heeft het nieuws over haar gezondheid mij diep geraakt.”

Tijdens het concert sprak je meermaals uw bewondering en steun voor Isabelle A uit. Is die solidariteit tussen artiesten belangrijk voor je?
“Jazeker. Ik moet zeggen dat wij als Belgische zangers elkaar vaak helpen. Enkele maanden geleden had ik bijvoorbeeld problemen met mijn stem. Mijn collega’s en vrienden Garry Hagger en Udo hebben mij toen verschillende keren vervangen.”

Je creëerde meteen een warme en spontane sfeer met het publiek. Voel je na veertig jaar carrière nog altijd dezelfde opwinding wanneer je het podium betreedt?
“Ik sta heel graag samen met mijn muzikanten op het podium. Daar laat ik me volledig gaan. Het is precies die spontaniteit die ik graag met mijn publiek deel.”

Op de Fonnefeesten liet je verschillende kanten van je stem en persoonlijkheid horen. Je  optreden bewoog zich tussen chanson, pop en soul. Heeft die muzikale veelzijdigheid altijd deel uitgemaakt van je artistieke identiteit?
“Ja, ik ben geen zangeres die zich tot één genre beperkt. Mijn muzikale smaak is heel eclectisch. Op het podium geniet ik ervan om mijn eigen nummers te brengen, aangevuld met enkele covers uit uiteenlopende muziekstijlen. Blijkbaar slaat die combinatie goed aan bij het publiek.”

Je staat vooral bekend als popzangeres, maar je stem bezit ook veel kracht en diepgang. Heb je er ooit aan gedacht om soul, blues of andere muziekstijlen verder te verkennen?
“Dat is vriendelijk van u om te zeggen, maar daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht. Misschien is het een idee voor de toekomst?”

In mijn concertverslag schreef ik dat je veel meer bent dan ‘de zangeres van J’aime la vie’. Heb je soms het gevoel dat het enorme succes van dat nummer de andere kanten van je carrière heeft overschaduwd?
“Ja, dat zeg ik iedere dag tegen mezelf. Tegelijkertijd kunnen we de media en het publiek dat niet kwalijk nemen. Het Eurovisiesongfestival en die ene overwinning zijn nu eenmaal in het collectieve geheugen gegrift. Toch probeer ik na al die jaren nog steeds te bewijzen dat ik ook iets anders kan zingen dan ‘J’aime la vie’.”

‘J’aime la vie’ heeft enorm veel deuren voor je geopend, maar kan zo’n beroemde song voor een artieste tegelijkertijd een zegen en een last zijn?
“Allebei!”

Welke band heb je na al die jaren met ‘J’aime la vie’? Zing je het nummer nog steeds met hetzelfde plezier en dezelfde emotie?
“Ik heb me met het nummer verzoend. Hoewel het niet de song van mijn hart is, zing ik het voor mijn publiek, voor wie ik bijzonder veel respect heb.”

Je was nog bijzonder jong toen je n 1986 het Eurovisiesongfestival won. Kreeg je destijds voldoende vrijheid om te ontdekken welke artieste je werkelijk wilde worden?
“Nee, ik had geen enkele vrijheid. Dat kwam door een tirannieke producer die alle beslissingen nam. Pas veel later ben ik mezelf die vraag beginnen te stellen.”

Hebt je soms het gevoel gehad dat producers, de media of de muziekindustrie je wilden opsluiten in een imago dat niet volledig bij je persoonlijkheid paste?
“Helaas lijkt dat haast onvermijdelijk te zijn. Gelukkig veranderen de mentaliteiten stilaan.”

Dankzij je deelname aan ‘The Masked Singer’ kon een nieuw publiek de kracht en veelzijdigheid van je stem ontdekken. Heeft die overwinning veranderd hoe het publiek en de muziekwereld naar je kijken?
“Ja, absoluut. Het was een fantastische ervaring en betekende een enorme nieuwe impuls voor mijn carrière in Vlaanderen. Kortom: alleen maar positief!”

Je bent een van de weinige Belgische artiesten die zowel in Wallonië als in Vlaanderen een breed publiek weet te bereiken. Hoe belangrijk is die rol als brug tussen de verschillende gemeenschappen van ons land voor je?
“Het is een enorme kans en een grote eer om zowel in het noorden als in het zuiden van het land bekend te zijn. Hoewel die twee gemeenschappen sterk van elkaar verschillen, passen we ons aan.”

Tijdens het concert zette je je muzikanten geregeld in de schijnwerpers. Hoe belangrijk is de band voor de manier waarop jouw nummers op het podium tot leven komen?
“Ik heb bijzonder veel respect voor hen. Het zijn uitstekende muzikanten en we kunnen het heel goed met elkaar vinden, ondanks het leeftijdsverschil. We vormen een echt team. Hun mening is voor mij dan ook belangrijk wanneer we beslissen welke nummers we op het podium zullen brengen.”

Je optreden combineerde eigen nummers met verschillende covers. Hoe kies je de covers die je wilt brengen? Moet zo’n nummer iets over jezelf vertellen?
“Nee, niet noodzakelijk. De keuze wordt gemaakt door mijn muzikaal directeur en mezelf. Ik wil vooral plezier beleven op het podium en tegelijkertijd mijn publiek een fijne tijd bezorgen.”

Op het podium schakel je moeiteloos tussen emotionele momenten en feestelijke, dansbare passages. Welke kant past het best: de gevoelige zangeres, de krachtige vertolkster of de entertainer die het publiek laat dansen?
“Al die elementen samen vormen de show. Bovendien is geen enkel optreden hetzelfde. Ieder concert is anders.”

Wanneer je terugkijkt op je volledige carrière, is er dan een nummer, album of periode waarop je bijzonder trots bent, maar die volgens u nog te weinig bekend is bij het grote publiek?
“Ja, er is een album waarbij ik heel nauw betrokken was en waarvan de muziekstijl niet meteen door het publiek werd verwacht. Dat is Make Up, een album dat u zeker eens moet beluisteren. Ik had mensen als Ozark Henry, Dani Klein, Adamo en Anthony Sinatra gevraagd om eraan mee te werken.”

Heb je na veertig jaar carrière nog dromen of muzikale projecten die je absoluut zou willen verwezenlijken?
“Ja, die heb ik, maar ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment! De toekomst houdt mij minder bezig.”

Als je de echte Sandra Kim vandaag in één zin aan het publiek zou mogen voorstellen, ver weg van alle etiketten en het Eurovisiesongfestival, wat zou je dan zeggen?
“Authentiek!”

Pics homepag @Danny Wagemans Photography

Fijne dank voor de fijne babbel, veel succes in alles wat je doet , we blijven het op de voet volgen

Badlands 2026 – Take the trip - Toody Cole overtreft alle verwachtingen

Geschreven door

Badlands 2026 – Take the trip - Toody Cole overtreft alle verwachtingen
Badlands 2026
Lottum
2026-08-21 t-m 2026-08-23
Nederland
Ollie Nollet

Badlands is een driedaags festival in Lottum, een dorpje in Nederlands Limburg, waar muziek en een liefde voor oude motoren hand in hand gaan. Wat meteen opviel, was de piekfijne organisatie. Nergens wachtrijen, veel oog voor de aankleding en randanimatie, onberispelijk en in ruime mate aanwezig sanitair dat er na drie dagen nog smetteloos bij stond.
En dat alles tegen zeer democratische prijzen! En het programma? Mooi, maar niet van die aard om er een verre verplaatsing voor te maken. Maar met Toody Cole hadden de organisatoren onverwacht een vette vis aan de haak waardoor Badlands plots heel interessant werd. Toody Cole stond al op mijn planning voor de Vera in Groningen maar Lottum ligt een pak dichter bij huis, waardoor de keuze snel gemaakt was.

dag 3 - Badlands 2026 – zondag 23 augustus 2026
De eerste band die ik op Badlands zag, was Drum&Beeker, een duo uit het nabijgelegen Venlo. Garageblues met gitaar en drums, gezongen in het plaatselijke dialect, die wel heel sterk lonkte naar The Bonnevilles. Het had zeker wat, maar zelfs op dit piepkleine podium kwamen ze niet helemaal tot hun recht, of misschien speelde het felle daglicht hen wel parten.

Jenny Don't and The Spurs waren tijdens deze Europese tour mee in de slipstream van Toody Cole. De twee leden van Toody's band maken immers ook deel uit van The Spurs. Mooi meegenomen, want Jenny Don't and The Spurs moeten zowat mijn favoriete countryband van de laatste jaren zijn.
Het was nog vroeg op de middag en de grote tent was verre van vol maar één erg geïnteresseerde toeschouwer hadden ze alvast: Toody. Af en toe lastiggevallen door een stel opdringerige bezoekers die zonder veel omhaal met haar op de foto wilden, volgde ze het hele optreden vanaf de eerste rij. En hoewel het ook voor haar zeker niet de eerste keer geweest zal zijn, leek ze net als ik behoorlijk onder de indruk.
The Spurs opende hun set traditiegetrouw met een instrumentale intro, gedistilleerd uit ‘Bones in the sand’, die naadloos overging in "Flying High". Zo werd het meteen genieten van de heerlijk galmende gitaar van Christopher March, waarin ik de geesten van Link Wray en Duane Eddy meende te ontwaren.
Het is precies die bedachtzame rock-'n-rollaanpak van March, in combinatie met de engelachtige countryzang van Jenny Don't, die de groep boven het omvangrijke peloton countrybands doet uitstijgen. Verder gaf bassist Kelly Halliburton, niet vies van een rock-n-rollpose meer of minder, het geheel een vettig garagerandje terwijl de wat onopvallende Buddy Weeks achter de drums voor een onstuitbare drive zorgde. Het duurde misschien even, maar de immer breed glimlachende Jenny Don't wist de sfeer uiteindelijk tot het kookpunt te brengen. Dat was meteen het sein voor enkele Hollandse meiden om onder het goedkeurend oog van Toody hun beste line-dancepasjes te demonstreren.
Intussen volgden de hoogtepunten elkaar in snel tempo op, waaronder het hartverscheurende "Unlucky Love" en het door een Bo Diddley-beat aangedreven "My Baby's Gone".
Dit was de derde keer dat ik deze groep uit Portland, Oregon aan het werk zag en opnieuw werd ik genadeloos overrompeld. Hoewel het - ik durf het bijna niet te schrijven - misschien toch stilaan tijd wordt om de set met enkele nieuwe nummers op te frissen.

Daarna was ik getuige van een uitzonderlijk fenomeen: een voormalige Londense busker die als one-man-band een intussen volgepakte tent moeiteloos uit haar dak liet gaan. Cam Cole verontschuldigde zich omdat hij geen Nederlands sprak, maar zei er meteen bij dat hij een taal sprak die we wél zouden verstaan: die van de blues en rock-'n-roll. En of de meute dat verstond!
Cam Cole, getooid met een kleurrijke hoge hoed en een jasje dat hij bij Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band leek te hebben geleend, werd meteen als een ware held ontvangen. Gezeten op wat wel een troon leek, met een gigantisch 'spinning wheel' als decor, produceerde hij in zijn eentje een verrassend volle sound. Daarvoor maakte hij gebruik van drie gitaren, waaronder een Mule Resonator Guitar, en een footdrumkit. Dat laatste bestond uit een basdrum, snare, cymbaal, tamboerijn, koebel en nog een ondefinieerbaar ding.
Een massieve muur van geluid vormde het karkas van zijn primitieve trashbluesnummers. Telkens hij zo'n nummer inzette, dacht ik: 'wow, dit wordt fantastisch!' maar even snel als ze kwam, verdween de euforie weer. De songs hadden te weinig om het lijf en zelfs die indrukwekkende sound miste het nodige reliëf. Het publiek trok zich daar duidelijk niets van aan en ging uitzinnig te keer.

Dead Moon is zonder twijfel een van de beste groepen die de undergroundrock-'n-roll ooit heeft voortgebracht. De groep was actief tussen 1987 en 2006, maar er volgden nog enkele reünieconcerten vanaf 2014. In 2017 viel het doek definitief toen frontman Fred Cole stierf aan kanker. Een jaar eerder was drummer Andrew Loomis hem al voorgegaan, eveneens ten gevolge van kanker. Bassiste Toody Cole, die op het moment van Fred's overlijden precies vijftig jaar met hem getrouwd was, besloot in 2023 totaal onverwacht met een eigen band de erfenis van Dead Moon nieuw leven in te blazen. Na een eerdere tour vorig jaar door Australië en Nieuw-Zeeland, was dit jaar Europa aan de beurt, met Badlands als een van haar haltes. Mijn verwachtingen waren hooggespannen maar ik had toch ook de nodige reserves. Ten tijde van Dead Moon zong Toody ook steevast een paar nummers waarbij ze telkens liet horen dat zingen niet haar sterkste kant was. Nu zou ze dus alle nummers zingen en ik kan u meteen vertellen dat ze dat tegen alle verwachtingen in bijzonder voortreffelijk deed. 77 is ze ondertussen, maar daar was eigenlijk niets van te merken. Een enkele keer leek ze wat last van haar vingers te hebben, maar dat belette haar geenszins om heftig aan de bassnaren te plukken.
Met opener "Walking on my grave" kwam de set meteen op kruissnelheid. Wat volgde was een gelukzalig makend feest van herkenning dat alle mooie herinneringen weer naar boven bracht. "Dagger Moon", "Going South", "Fire in the Western World", "Johnny's got a gun"... Stuk voor stuk briljanten die ik veel te lang had moeten missen.
Daartussen ontwaarde ik ook twee nummers die niet van Dead Moon waren. Eerst was er "Caroline" van Pierced Arrows, de groep van Fred en Toody na Dead Moon. En even later volgde "You must be a witch", een nummer uit 1968 van The Lollipop Shoppe, een vroegere groep van Fred Cole, dat ook te vinden is op de legendarische Nuggets-verzamelaar die door Lenny Kaye werd samengesteld.
En dan had ik het nog niet eens over 'her band'. Op drums de immer enthousiaste Kelly Halliburton, die uiteraard het klappen van de zweep kent: hij was immers ook drummer bij Pierced Arrows. En dan was er nog Christopher March, die ook hier weer schitterde op gitaar, net als bij Jenny Don't. Hij deed gelukkig geen krampachtige poging om de scheurende gitaar van Fred Cole te imiteren, maar bleef gewoon trouw aan zijn eigen stijl en dat bleek zonder twijfel de beste keuze.
Intussen bereikte de feeststemming haar toppunt toen er gratis bier aan de eerste rijen werd uitgedeeld. Of het daaraan lag weet ik niet, maar even later barstte een moshpit in alle hevigheid los.
Met "Dead Moon Night" kwam er een einde aan een set die veel te vlug voorbijgevlogen was. Een bis kon uiteraard niet uitblijven en met "54/40 or fight" gingen nog eens alle vuisten de lucht in. Wat ben ik blij dat ik dit nog mocht meemaken.
Setlist Toody Cole and Her Band @ Badlands 23-08-2026
1 Walking on my grave 2 Caroline 3 Dagger moon 4 Psychodelic nightmare 5 Going south 6 All sold out 7 You must be a witch 8 Claim to fame 9 Fire in the western world 10 Running out of time 11 I hate the blues 12 Diamonds in the rough 13 Johnny’s got a gun 14 Clouds of dawn 15 It’s O.K. 16 Dead Moon night 17 54/40 or fight


Na dit verpletterende optreden had ik gerust naar huis kunnen gaan - tenslotte was het hiervoor dat ik gekomen was - maar gelukkig deed ik dat niet en ontdekte ik nog twee uitstekende Nederlandse bands.
De eerste was Eyesores, een trio uit Harderwijk dat eerder dit jaar debuteerde met ‘They want to see you fall’. Eyesore betekent zoveel als 'doorn in het oog': iets dat zo lelijk is dat het pijn doet aan de ogen. Maar dat was Eyesores allerminst.
Integendeel, ik kon mijn ogen niet van hen afhouden. De drie jongemannen brachten met veel branie en lef een luide mix van garagepunk, noise en grunge. ‘De Nederlandse SEXTC’, fluisterde iemand me in het oor, en daar had hij zeker een punt. Datzelfde tomeloze en ongegeneerde enthousiasme, diezelfde vette, smerige riffs en zelfs het podium, waarop ze stonden, bracht me terug naar de Busker Stage op Leffingeleuren waar ik voor het eerst SEXTC zag. En net als toen hoorde ik ook hier minstens één nummer dat schatplichtig leek aan Nirvana.
Het plein voor het podium muteerde dan ook snel tot een gigantische moshpit. Bovendien kwam Jochem Lambert af en toe vanachter zijn drumstel tevoorschijn om met wilde gesticulaties nog wat olie op het vuur te gooien. Samen met zanger-gitarist Justin Ruitenschild en bassist Lars van den Bogaard beleefde hij duidelijk de tijd van zijn leven. Dat was voor mij niet veel anders, en het was tegelijk ook een geruststelling dat jongeren zich nog aan dit soort muziek willen vergrijpen.

Mooon, een trio uit Aarle-Rixtel, een dorp in Noord-Brabant, blijkt een gevestigde waarde in de Nederlandse undergroundscene. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. Sinds Badlands is dat definitief verleden tijd want Mooon maakte er behoorlijk wat indruk.
Vanaf de eerste noten had deze groep me bij de lurven. Alles, maar dan ook alles, ademde bij Mooon de sixties. Met een kapsel en kledij waar duidelijk veel tijd aan was besteed leek bassist Tom de Jong zo uit een beatbandje uit het midden de jaren zestig te zijn gestapt. Broer Gijs (drums) en neef Timo van Lierop (zang/gitaar) zagen er op hun beurt uit alsof ze pas Woodstock hadden meegemaakt.
Ook muzikaal lagen de invloeden uit het gouden tijdperk van de muziek er vingerdik op. Die psychedelische gitaar, die infectieuze beat en die wonderlijke samenzang: ik kreeg er maar geen genoeg van. Het deed me voortdurend aan The Byrds denken, altijd al een van mijn favoriete sixtiesgroepen.
Ieder nummer leek wel een cover, maar was het nooit. Riffs en melodieën werden met veel respect gerecycleerd. Soms iets te expliciet: zo leek "She makes me feel" wel heel erg op "Psychotic reaction" van Count Five. Nummers als "Alcohol" en "Mary you wanna" waren zo aanstekelijk dat het leek alsof ze altijd al hadden bestaan.
Uiteindelijk kregen we met de slotsong dan toch een echte cover: "Kick out the jams" van MC5. Een atypische keuze eigenlijk, maar het werd dan ook gezongen door een gastzanger. En zo kom ik bij het heikele punt: waarom Mooon niet de volle vijf sterren binnenhaalde. De band tackelde gewoon zichzelf door bij ieder nummer iets speciaal te willen doen. Het werd voortdurend een komen en gaan van gastmuzikanten, allen nobele onbekenden voor me. Maar zelfs dat vonden ze niet genoeg. Het spektakel begon eigenlijk al voor het optreden, toen de drummer op een motorfiets het podium opreed. Tijdens het tweede nummer liet een roadie (?) zich op een surfplank boven de hoofden van het publiek ronddragen. Even later rolde voor "Too cool for school" een koortje op een podiumkar het podium op. Halverwege de set werd zelfs een heus kanon bovengehaald. Die werd met vier grote fietspompen onder druk gezet, waarna er een lading t-shirts de zaal in werd geschoten. En zo kan ik nog even doorgaan. Het was er gewoon over terwijl hun muziek alleen al ruim voldoende was om er een geweldig feest van te maken.
Toch bleef het een mooi orgelpunt van een op alle vlakken geslaagde festivaldag.

Organisatie: Badlands

Excelsior Rocks! 2026 – Geslaagde eerste editie!

Geschreven door

Excelsior Rocks! 2026 – Geslaagde eerste editie!
Excelsior Rocks! 2026
Place Cardinal Mercier
Jette
2026-08-22
Ollie Nollet

Het zijn barre tijden om een nieuw festival te starten. De lange lijst vergunningen en regels lijkt een onoverkomelijke hindernis. Toch bundelden twee cafés aan het Kardinaal Mercierplein in Jette de krachten om samen een eerste editie van Excelsior Rocks! op poten te zetten. Nu zijn beide cafés niet helemaal onbeslagen in het organiseren van optredens. Vooral het Excelsior Stam Cool Café mocht al heel wat mooie namen verwelkomen, onder wie The Briefs en The Morlocks, terwijl ook het Welkom Café al enkele buitenlandse groepen een podium gaf.
Qua opkomst was Excelsior Rocks! alvast een succes. Nu maar hopen dat ook het financiële plaatje klopt, want het festival was volledig gratis. Het deed me wat denken aan de begindagen van het Binic Folks Blues Festival, waar men ook met een gratis formule kleine groepen uit de garagerock en punk aan een groter publiek presenteerde. In Jette was het toch net iets kleinschaliger: één dag, één podium en zeven groepen waarvan ik er vijf aan het werk zag.

De eerste band die ik zag, was MFC Chicken, een kwartet uit Londen dat al sinds 2010 actief is. Na vijf platen op Dirty Water Records verscheen hun nieuwste worp, ‘Milk Chicken’, op het Spaanse Folc Records. Met hun vieren, allen keurig in het pak en met een strikje, leken ze wel drie generaties te overspannen. Bassist Zig Criscuolo en gitarist Dan Criscuolo, die je ook zou kunnen kennen van The Fuzillis, waren vader en zoon terwijl drummer Ravi Low-Beer met gemak de opa van Dan had kunnen zijn.
De vier brachten bijzonder aanstekelijke no nonsense rock-'n-roll met de heerlijke sax van Spencer Evoy als drijvende kracht. Evoy was een frontman naar mijn hart die naast de sax ook de zang voor zijn rekening nam en tussendoor nog geregeld de tijd vond om zijn haar in de juiste plooi te kammen.
Opvallend veel nummers gingen over kippen waarvan ik er zowaar eentje herkende: "Chicken Shack Boogie" van Amos Milburn. Dit was retro rock-'n-roll, met zoveel panache gebracht zodat het nooit oubollig aanvoelde. Hier ging een onvermoede energie van uit die deed denken aan Barrence Whitfield, met wie ze trouwens hebben samengewerkt. De danspasjes waren wellicht wat keuriger dan bij die laatste, maar de bassist en de saxofonist waren toch niet te beroerd om zich even tussen het publiek te mengen.

De presentator, een lokale komiek die niet onverdienstelijk bleek in het droogworstenwerpen, wist ons te vertellen dat Little Steven (Van Zandt) hen ooit tot nummer één-garagerockband uitriep. Nu vermoed ik toch dat Little Steven er minstens eentje te veel op had toen hij die uitspraak over Muck and The Mires deed.
De acht platen die de band uit Boston, Massachusetts uitbracht, zijn bezwaarlijk meesterwerken te noemen en ook de laatste EP, ‘The Ghost of Roky Erickson’ valt ondanks zijn fraaie titel wat licht uit. Nu zijn dit soort groepen doorgaans beter live dan op vinyl maar aanvankelijk viel ook dat wat tegen. Hun retro powerpop in een garagejasje bleef in het begin wat steken in een troebele brei.
Nu hoeft garagerock voor mij zeker niet perfect te klinken maar hier vielen er nauwelijks nummers te ontwaren die die naam waardig waren. Nochtans ontbrak het de vier, die zich in identieke outfits hadden gehesen, allerminst aan enthousiasme. Maar met "Love Potion No.9", een cover van The Clovers, kwam plots de kentering. Eindelijk werd de juiste balans gevonden en kon ik ten volle genieten van hun ongecompliceerde songs. Ook hun uitstapje naar de Mersey Beat met "It's gonna be alright" van Gerry and The Pacemakers was een voltreffer.
Met het slotoffensief ging ik uiteindelijk helemaal overstag. Eerst was er het vrij stevige "I'm your man" dat leadgitarist Pedro Mire zong en dat geplukt werd uit het repertoire van zijn andere groep, de Ape Hangers. Maar het mooiste werd tot het laatst bewaard: "Commando", een onweerstaanbare Ramones-cover.

Les Rencards was de groep waar ik het meest naar uitkeek en ze maakten die verwachtingen meer dan waar. Les Rencards is een internationale groep uit Barcelona met vier uitgesproken persoonlijkheden. De Barcelonese zangeres Merli Marlowe is zonder twijfel de blikvanger van het gezelschap. Ze leek wel een jonge, en vooral sexyer, versie van Nana Mouskouri. Ze zingt in het Frans omdat ze als cineaste gefascineerd is door de Nouvelle Vague. Dat Frans leerde ze tijdens haar studies in Brussel.
Op het podium ontpopte ze zich meteen tot een onvervalste vamp. Haar hese stem bleek niet altijd even toonvast maar dat maakte haar zang alleen maar zwoeler. Samen met haar drie kompanen bracht ze een intrigerende mix van yé-yé en sixties garagerock. Kronkelend rond haar microfoonstandaard of zich een weg dansend door het publiek zoog ze voortdurend alle aandacht naar zich toe. Maar ook de drie andere muzikanten verdienden minstens evenveel aandacht. Marc Argenter, duidelijk de chouchou van Merli, bleef me verbazen met inventief gitaarwerk. De Braziliaan Gabriel de Camargo was al even imponerend op bas en mocht bovendien twee nummers in het Portugees zingen, die zeker niet van de minste waren. Ten slotte was er nog Ian Kay,de jonge Fransman van Armeense afkomst achter het drumstel. Ook hij bleek behoorlijk creatief: tijdens het prijsnummer "Mon ami" gebruikte hij zowaar een bierflesje als percussie-instrument. Ook hij mocht even iets zingen en deed dat met verve, in een nummer dat heel sterk aan Them deed denken. Dat hoeft niet te verbazen: hij brengt platen uit onder zijn eigen naam en is daarnaast zanger-gitarist bij The Cavemen V en The Missing Souls.
Les Rencards sloten hun indrukwekkende set af met "Ton rencard", waarin Merli nog eens alles uit de kast haalde om het publiek op te hitsen.

Daarna was het tijd voor onze nationale trots, The Kids. Intussen was het plein volledig volgelopen. Kwamen die echt allemaal voor The Kids of waren er velen die dit gratis festival enkel 's avonds wilden meemaken? Veel maakt het niet uit: The Kids speelden gewoon een verpletterende set. Ik zag ze eerder dit jaar al in De Zwerver, in het kader van hun vijftigjarig jubileum. Ook toen was ik behoorlijk onder de indruk, maar wat ik hier meemaakte, lag toch nog enkele niveaus hoger. Nochtans was de setlist nagenoeg identiek en zullen ze in Leffinge ongetwijfeld evenzeer het beste van zichzelf gegeven hebben. Maar hier in Jette hing een magie in de lucht die zich rationeel niet liet verklaren.
Vanaf het eerste nummer "No Work" sloeg de vonk over op het publiek. Wat volgde leek een resem onbetaalbare hits waarop het deinende publiek bijzonder warm reageerde. "On s'amuse!" riep gitarist Luc van de Poel in zijn beste Frans. Met zijn 73 is hij de nestor van de groep, maar toch leek hij veruit de energiekste van het stel. Of Ludo Mariman het besefte, weet ik niet, maar hij zong hier "Fascist Cops" in de schaduw van het plaatselijke politiekantoor.
Het was de aanloop naar een zinderende finale met "Do You Love the Nazis" als apotheose. Uiteraard kon een bisnummer niet uitblijven. "If the Kids Are United" van Sham 69 liet de moshpit ontploffen, waarna een stormloop op het podium volgde. Zo te zien begint het leven pas bij 70.

Opvallend veel mensen droegen een t-shirt van The Molotovs, terwijl de groep mij totaal onbekend was. Wat speurwerk leerde me dat The Molotovs een Londense groep zijn met broer en zus Mathew (zang/gitaar) en Issey (bas) Cartlidge als spilfiguren. Echt wild werd ik niet van hun dit jaar verschenen debuut ‘Wasted on Youth’, maar de groep zou met zo'n 600 optredens achter de kiezen vooral live een openbaring zijn. Samen met drummer Noah Riley wisten broer en zus het publiek vanaf de eerste noten in te palmen. Het oogde ook vrij spectaculair met Issey Cartlidge die als een krolse kat in jarretelles over het podium denderde. Mathew Cartlidge zag er niet alleen uit als een jonge Paul Weller, zo klonk hij ook. Diezelfde mix van mod en new wave, alleen ontbrak het hem aan de sterke songs van Weller.
Visueel bleef het tot de verbeelding spreken maar muzikaal gleed het te ver af richting mainstream-Britpop waardoor ik voortijdig afhaakte.

Toch was deze eerste editie van Excelsior Rocks! een schot in de roos, al waren er nog enkele werkpuntjes. Zo bleek de toog, toch een belangrijke bron van inkomsten voor een gratis festival, veel te klein om alle dorstigen te laven. Maar voor de rest niets dan lof!

Organisatie: Excelsior Stam Cool Café + Welkom Café, Jette ikv Excelsior Rocks!

Edinburgh Summer Sessions 2026 - een Ode aan de New Wave

Geschreven door

Edinburgh Summer Sessions 2026 - een Ode aan de New Wave
Edinburgh Summer Sessions 2026
Royal Highland Showgrounds
Edinburgh
2026-08-23
Filip Van Muylem

Reizen om je lievelingsband te zien, gebeurt nog en in dit geval is het voor The Cure. Vooraf zijn er drie groepen die mogen opwarmen: Just Musterd, Slowdive en Mogwai en dat op een veldje vlakbij de luchthaven van Edingburgh (Schotland).

Het is er mooi weer en lekker aanschuiven nog voor het echt begint en daar is een goede reden voor: wie toegang wil tot de halve cirkel (ze noemen het The Golden Circle) voor het podium moet snel zijn, want er is een badjes systeem: first in: first served. Het is een beetje dubbel: de echte fans komen sowieso vroeg en zijn dan ook zeker dat ze hun plaats niet kwijt zijn, want eens er geen bandjes meer zijn om uit te delen kan niemand anders nog voor het podium gaan staan en ja: daar zijn ze erg strikt in, maar de Schotten hebben respect voor deze regel en houden zich daar dan ook netjes aan zonder te morren.
Dit wil ook zeggen dat je rustig iets kan gaan drinken of iets gaan eten als er een band is die je niet aanstaat, je zal altijd toegang krijgen tot die halve cirkel bij vertoon van je armbandje.
Ander leuk ding: alles loopt af om 22h30, daar waar The Cure op Pinkpop rond die tijd pas op het podium verscheen, wat voor de ouderen of voor de mensen  die nadien nog een bus of een trein moesten nemen best handig is.

Beginnen doen ze met de jonge Ierse band Just Musterd die al van bij de eerste zangnoten van de zangeres hard doet denken aan Cranes en ook op het muzikale vlak zijn er gelijkenissen. Als jonge band merk je wel dat ze nog wat moeten groeien, de zangeres is ietwat schuchter en sommige nummers komen live nog niet helemaal tot hun recht.
Check zeker hun net uitgekomen werk eens (“We Were Just Here”). Gitzwart, betoverend mooi, maar iets te statisch.

Trapje hoger staat het legendarische Slowdive. Deze stond al langer op ons verlanglijstje en hen hier aan het werk zien is echt wel een dankbaar cadeau. Ze brengen hun grootste hits en heersen op vocaal niveau. Aan alles zie je dat dit mensen zijn die al lang bezig zijn en dat ze weten hoe ze de massa moeten betoveren met hun unieke sound. Alles klinkt goed en de sfeer zit goed. Ieder krijgt op vocaal niveau zijn ding: heavenly voices versus mannelijke stijl met wat schuurpapier. De zon schijnt net genoeg om ons op temperatuur te houden en de PA doet schitterend werk. Dit was dik de moeite!

Mogwai: hier kozen velen voor een broodje en een natje zoals dat heet. Vooraf hadden we onze twijfels of dit wel spek voor onze bek zou zijn en helaas kregen we gelijk: lange stukken gitaarsolo’s en als er al vocals waren verstonden we er geen moer van. Toch waren er fans bij wie de armen prijzend de lucht ingingen. Wat deed deze band overigens in dit rijtje? De twee vorige bands sloten perfect aan bij The Cure, maar deze?

The Cure: Dat het geluid super goed zou staan hadden we al gezegd, dat Robert Smith voor hij begon eerst het hele podium afstapte om iedereen te begroeten en het deed hem blijkbaar deugd om een uitverkochte editie te mogen afsluiten.
 Zoals steeds is elke set anders dan de vorige. Zo krijgen we deze keer geen enkel nummer uit het meest recente album en grijpt hij vooral terug naar ‘Disintegration’ en ‘Wish’, maar ook naar een minder vaak gespeeld nummer als “Secrets”. Er zat zelfs een guest muzikant bij: Gabriel Cooper mocht met zijn saxofoon opdraven tijdens “A Night Like This”, wat dit nummer net dat ietsje meer gaf. Als we mogen vergelijken met Pinkpop valt het op dat het tempo merkelijk hoger lag hier en ook dat we een iets blijere set hebben gekregen.
Reeves Gabrels is tevens een meerwaarde en weet zich steeds meer te bewijzen: de rust zelve terwijl hij de muziek op geniale wijze neerzet, zonder de spotlights op te zoeken. Robert Smith was in een goede bui en kon zelfs een grapje de wereld insturen op het moment dat hij even vergeten was wat het volgende nummer zou zijn en wat later een nieuw nummer wou aankondigen tot hij zijn fout inzag en aangaf: vreemd, want ik ben diegene die de setlist vastlegt. Licht entertainment, zo beschreef hij zelf de set van Edingburgh en de fans genoten met volle teugen: ze zongen de gekende nummers uit volle borst mee, klapten waar er van het verwacht werd dat ze zouden klappen, sprongen mee, kirden van plezier toen hun lievelingsnummer aan bod kwam enz. Wat de bisnummers betreft hebben we het gevoel dat er daar geen verandering inzit en die stuwen net de set naar één lang hoogtepunt, waarna de stilte veel te luid weerklinkt, want we zijn sets van drie uur gewoon, maar 22h30 is nu éénmaal 22h30 en in tegenstelling tot bij een solo show buigt hij hier voor de huisregels.

Het was een feest, een blij weerzien en ja we zitten met een vraag: waar blijven die nieuwe nummers? Los van dat: op naar het volgende The Cure optreden en wij kijken uit naar het nieuw album. Het was een topavond!
Voor de fans nog eens de setlist: Plainsong - Pictures Of You – High – Lovesong – Secrets – Burn - Fascination Street - Never Enough – Push - In Between Days - Just Like Heaven – Trust - Three Imaginary Boys - Charlotte Sometimes - A Night Like This - Play For Today - A Forest - From The Edge Of The Deep Green Sea - Prayers For Rain – Disintegration
Encore: Lullaby - The Walk - The Lovecats - Let's Go To Bed - Friday I'm In Love - Close To Me - Why Can't I Be You? - Boys Don't Cry

Even meegeven - Het festival was sold out (30.000 mensen)
Info: https://www.smmrsessions.com/

Organisatie: Edinburgh Summer Sessions

Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026 - Aanstekelijke punkrock én er kan een hoekje af zijn

Geschreven door

Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026 - Aanstekelijke punkrock én er kan een hoekje af zijn
Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026
Sleutelhof
Rumst
2026-08-22
Erik Vandamme

In Rumst wordt de hel niet met vuur en zwavel ontketend, maar met schuimende bierglazen, ronkende gitaren en een stevige dosis punk. Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers heeft er  intussen een mooie jaarlijkse traditie van gemaakt. Onder de bomen van het Sleutelhof ontmoeten bierliefhebbers, punkers en toevallige passanten elkaar voor een festival dat zijn charme niet haalt uit grote gebaren, maar uit nabijheid, spontaniteit en vooral veel gezelligheid.
He gezellige karakter betekent echter niet dat het er muzikaal braaf aan toegaat. Met Mechels Laweit, The Scabby Knees, F.O.D., Shandon en The Real McKenzies stond er opnieuw een affiche klaar die het Sleutelhof stevig op zijn grondvesten moest doen daveren. Glazen vullen, gitaren aanslaan en de remmen los: Razernij kon beginnen.

De formatie Mechels Laweit (******) wordt omschreven als 'pretpunk', en die vlag dekt de lading. De band ontstond in 2012 als Zombie Butterfly. Na de nodige omzwervingen en enkele personeelswissels werd de naam veranderd in Mechels Laweit, waarmee de groep haar band met Mechelen nog sterker onderstreept. Aangezien Rumst daar niet zo ver vandaan ligt, mocht dit optreden gerust als een kleine thuismatch worden beschouwd. Met Maeva, die de band in 2025 als nieuwe bassiste vervoegde, knalde het gezelschap al vroeg in de namiddag. De beweeglijke frontman bracht bijna de volledige set vóór het podium en tussen het publiek door. Hij liet omstanders meebrullen in de microfoon en ontpopte zich tot een volksmenner. Tegen het einde liet ook een van de gitaristen het podium achter zich om zich bij hem en het publiek te voegen. De grens tussen band en toeschouwers verdween haast volledig.
Ook de andere muzikanten droegen hun steentje bij en verhieven humor tot kunst.
Er ontstond een aanstekelijk pretpunkfeest!

The Scabby Knees (****) tapte uit een iets melodieuzer, serieuzer vaatje, zonder dat de humor verdween. De band speelde een technisch onderlegde en strak gespeelde set, die als een pletwals over het terrein denderde. Het ging allemaal wat in dezelfde richting. Het was een klein minpunt, binnen een set die verder stevig in elkaar zat.
Alle registers werden opengetrokken. Dit is punk, lekker om zich heen stampen. Vooraan ontstond zelfs een eerste voorzichtige moshpit. Missie geslaagd dus.

F.O.D. (*****) gaf een energieke indruk van hun melodieuze punkrock, zonder de speelsheid uit het oog te verliezen. Het siert hen. Snedige songs met een kwinkslag, grappige anekdotes en muzikaal plezier. Met songs als “Letter to Laura”, “A Thousand Shots”, “Party at Olm Street” en “Welcome to the Show” onderstreepte de band hun muzikale kwaliteit.
Glimlachende gezichten en enkele moshpits waren het gevolg.
F.O.D. bracht zijn enthousiasme moeiteloos op het publiek. Nummers als “Carry On”, “The Soundtrack of My Life”, “Feeling Gay” en “Living in a Mad Mad World' tekenden hun veelzijdigheid.
Er volgde een eigenzinnige versie van Green Days “American Idiot”, waarmee F.O.D. de set op passende wijze afsloot. Snedige punkrock, catchy melodieën en songs die herinneringen oproepen aan grootheden als Descendents, Green Day, The Offspring, Weezer, Bad Religion, Pennywise en Lagwagon, een beetje hun handelsmerk.
Op Razernij toonde F.O.D. hun herkenbaarheid en eigenheid.

Shandon (*****) is een Italiaanse band, in 1994 opgericht, en groeide in eigen land uit tot een vaste waarde binnen de ska-punkscene. Muzikaal was er al eens een lange onderbreking, maar in Rumst zagen we de gretigheid van jonge wolven.
Het combo raasde met een aanstekelijke mix van punkrock, ska en hardcore. Er was vooral de prominente inbreng van sax, trombone en trompet, die Shandon een eigen geluid bezorgde. De saxofonist zocht geregeld de rand van het podium op en maakte met zijn uitbundige présence zichtbaar indruk op het publiek.
Halverwege de set zakte het tempo enigszins weg en dreigde het wat onze aandacht te verslappen. Maar een sterke finale maakte het goed. Het publiek werd volop bij het optreden betrokken en brulde de herkenbare refreinen uit volle borst mee.
Als feestelijk sluitstuk haalde Shandon nog “Proud Mary” boven. Het nummer werd geschreven door John Fogerty en in 1969 uitgebracht door Creedence Clearwater Revival. Het kreeg een energieke uitvoering van de Italianen en leunde duidelijk aan bij de later beroemd geworden versie van Ike & Tina Turner.
Shandon speelde een aanstekelijke ska-punkset in een Italiaans temperament, met precies die treffende combinatie van snedige punkrock en kleurrijke blazers.

The Real McKenzies (*****) worden wel eens vergeleken met Dropkick Murphys. Het is wat kort door de bocht, al bewegen beide bands zich met hun doedelzak en folkpunkinvloed deels in dezelfde richting. The Real McKenzies beschikken duidelijk over een eigen karakter: ze stampen stevig om zich heen en verpakken hun woede en frustraties in een flinke dosis humor en jolijt. Met o.m. “Due West”, “Too Many Fingers”, “Culling the Herd”, “The Night the Lights Went Out in Scotland”, “The Lads Who Fought & Won”, “Kings of Fife”, “Nessie” en “Chip” putte de band rijkelijk uit haar uitgebreide repertoire. Stuk voor stuk songs van aanstekelijke folkpunk en Schotse strijdlust. Ook de bindteksten hebben een boodschap en houden het publiek een spiegel voor, zonder dat de charismatische frontman al te prekerig overkwam. Hij laat de muziek voor zich spreken en maakt ruimte voor de nodige absurditeit.
Op "I know you are sailors" liet hij een groot deel van het publiek op de grond zitten en roeien ze ahw op de woelige golven van de zee. Even later werd een man uit het publiek op het podium geroepen om een 'hot shotje' te nemen. Leuk allemaal.
The Real McKenzies bracht een stevige portie folkpunk tussen bittere ernst en pure pret. Crowdsurfers zeilden over de hoofden heen. Met “The Tempest” en het toepasselijke “Drink Some More” naderde de set haar uitbundige ontknoping. Een puike afsluiter.

We kregen een boeiende dag vol smaakvolle bieren en pittige punkrock.

(dank aan Gigview)

Organisatie: Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers

Lippelof - Free Podium – Een oneindige vrijheid in uittekenen van uitgebreide muzikale landschappen

Geschreven door

Lippelof - Free Podium – Een oneindige vrijheid in uittekenen van uitgebreide muzikale landschappen
Lippelof - Free Podium
Sint-Stefanuskerk
Lippelo (Puurs/Sint-Amands)
2026-08-16
Erik Vandamme

Sommige concertlocaties hebben meer te vertellen dan andere. De voormalige Sint-Stefanuskerk van Lippelo is er een mooi voorbeeld van. Waar vroeger kerkgangers samenkwamen voor vieringen en religieuze gezangen, weerklinkt vandaag opnieuw muziek tussen de historische muren. Alleen is de invulling helemaal anders. Na haar ontwijding en grondige renovatie kreeg de kerk een tweede leven als Lippelof, een ontmoetingsplek voor cultuur, muziek en andere activiteiten.
Het verleden is erbij niet uitgewist: de authentieke elementen en bijzondere sfeer van het gebouw bleven behouden. Het zorgt ervoor dat een concert hier automatisch iets meer krijgt dan alleen een podium en een publiek.
Muziek klinkt nu eenmaal anders in een ruimte die decennialang een plaats van bezinning was. We waren aanwezig op zondag 16 augustus voor een namiddag en avond onder de noemer 'Lippelof - Fee Podium'. Vier bands namen er op hun eigen manier de vrijheid om uitgebreide muzikale landschappen uit te tekenen.

"Met wat vrienden musiceren, wat kan dat de buren schelen. De versterker staat op zeven en de buurvrouw zegt: 'Dat mag.” Het is een stukje uit “Ik voel me goed” van Johan Verminnen, maar het had evengoed de ingesteldheid kunnen zijn waarmee het saxofoonkwartet Culmination (****) op het podium staat. Vier doorwinterde jazzmuzikanten die de verschillende klanken van hun instrumenten volledig onder de knie hebben en er zichtbaar veel plezier aan beleven. Buitengewoon is hoe het kwartet de sfeer van een jamsessie weet op te roepen, maar daar tegelijk een flinke dosis improvisatie aan toevoegt. Culmination blaast zo een warme, groovy wind doorheen de kerk. Of het nu alt-, tenor-, bariton- of sopraansaxofoon is, de vier muzikanten spelen speels en ongedwongen, vlak voor het podium. We gaan dan ook prompt overstag in het klankentapijt.

Wij leerden gitarist Bram Van Den Eeckhout (*****) kennen via de formatie Monkey Juice. In Lippelo stond hij echter helemaal alleen op het podium, met enkel een akoestische gitaar. Het werd een vrij korte set, maar in die beperkte tijd liet Bram duidelijk horen wat hij in zijn mars heeft. Intieme, vloeiende en heldere gitaarlijnen die het midden houden tussen een Bob Dylan en de betere western- en countrymuziek. Ondanks het feit dat Bram er helemaal alleen met zijn akoestische gitaar staat, klinkt zijn spel rijk en gelaagd, alsof er een complete band op het podium staat.
Toch blijft alles opvallend helder en beheerst, zonder dat de intimiteit van zijn optreden verloren gaat. Het filmische aspect primeert er nog het meest. We voelen ons haast wegzinken in een of andere cowboyfilm, waar de spanning te snijden is wanneer een cowboy de deuren openzwaait en een saloon binnenstapt. Het onderschrijft de visuele manier waarop Bram gitaar speelt. Hij heeft geen woorden nodig om zich uit te drukken: alleen al met zijn gitaar vertelt hij een heel verhaal. Ingetogen, maar ook verrassend aanstekelijk. Het enige minpuntje was de wat korte set. Dit had gerust nog een uurtje mogen doorgaan.

Hoewel het muzikaal een heel andere richting uitgaat, staat Solo Creek (*****) met diezelfde ingesteldheid op het podium. De band brengt covers uit de jaren '80, aangevuld met tijdloze liedjes en eigen songs. Het gebeurt op zo'n doorleefde en speelse wijze. Opvallend is hoe elke schakel binnen deze band even belangrijk is. Zonder drums, maar met gitaarriedels, piano en een warme stem, weet Solo Creek ons te ontroeren.
Er ontstaat een soort huiskamersfeertje, of het gevoel alsof je rond een kampvuur zit. Afhankelijk van de locatie krijgt dat gevoel telkens een andere dimensie. In deze kerk zorgt het zelfs voor een bijna sacrale beleving.
Naast mooie muziek ontpopt de frontman zich ook tot een ware entertainer. Hij betrekt het publiek voortdurend bij de set en zoekt hen zelfs op tijdens een spontaan sing-alongmoment. Gezelligheid troef dus bij Solo Creek, waarbij speelsheid hand in hand gaat met een perfecte beheersing van de respectievelijke instrumenten. Intieme songs worden afgewisseld met enkele aanstekelijke nummers. Het resulteerde wel in een warme, gevarieerde en gezellige set.

Under-Cover (****) is een energieke zeskoppige band met een passie voor live muziek. Met twee weergaloze zangeressen en een strakke band brengt de formatie een gevarieerd repertoire dat iedereen in beweging krijgt. Binnen een set van meer dan een uur zorgt Under-Cover voor een aanstekelijk slot van deze dag. Het meest opvallende erbij is de tweestemmigheid. De twee zangeressen vullen en voelen elkaar aan. Precies hetzelfde gebeurt binnen de band, elke schakel blijkt even belangrijk.
Under-Cover bracht een warme en catchy uitvoering. Soms zaten we lekker mee te deinen op onze stoel, andere keren zongen we de teksten mee en op intieme momenten pinkten we zelfs een traantje weg. Om maar te zeggen: het is vooral die gevarieerde aanpak die ons, en iedereen om ons heen, over de streep trok. Die negentig minuten vlogen dan ook voorbij.

Under-Cover toonde op uitgekiende wijze waar deze dag uiteindelijk helemaal om draaide: de oneindige vrijheid om muzikale landschappen uit te tekenen en telkens opnieuw andere sferen te creëren. Van de jazzy improvisaties van Culmination, over het filmische gitaarspel van Bram Van Den Eeckhout en de warme intimiteit van Solo Creek, tot het meer uitgesproken en gevarieerde livegevoel van Under-Cover: elke formatie gaf er op hun eigen manier invulling aan. Daar kan een mens alleen maar blij van worden.
Een perfect slot dus van een boeiende muzikale dag, op een al even boeiende locatie die duidelijk tot de verbeelding sprak.

Organisatie: Lippelo (Puurs - Sint-Amands)

Pagina 15 van 980