logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...
CD Reviews

Claw Boys Claw

It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1

Geschreven door

De Nederlanders van Claw Boys Claw scoorden hun grootste hit in Vlaanderen met “Rosie”. Dat was in 1992. Het waren de hoogdagen van de eigenzinnige Nederlandse gitaarrock met o.a. Fatal Flowers, Julia P. Herscheimer, Daryll-Ann en Bettie Serveert. Daarna ebde de aandacht voor Claw Boys Claw in Vlaanderen langzaam weg. Ondertussen zijn we 26 jaar verder en de band bestaat nog steeds. Peter Te Bos is nog steeds de zanger van de band, John Cameron is nog steeds de gitarist. Drummer Jeroen Kleijn (o.a. Daryll-An, Spinvis) kwam er pas bij in 2013.

Vijf jaar na het bij het Belgische label Play It Again Sam uitgebrachte album ‘Hammer’ komt de iconische Nederlandse band nu met het splinternieuwe album ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’ bij Butler Records.

'It's Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1' is inmiddels de twaalfde langspeler van de band. Het is een herkenbaar Claw Boys Claw-album waarin de garagerock van de jaren ’60 en ’70  nog eens heruitgevonden wordt. Dat wordt dan gekoppeld aan een hoop heerlijke weerbarstigheid waarvan we dachten dat wij er in de Vlaamse rock het patent op hadden.

Single “Polly Maggoo” start als een retestrakke indierocksong zoals we die in de jaren ’90 kenden, verzandt dan in wat psychedelica en neemt een tweede, akoestische start. Het nummer maakt duidelijk dat Claw Boys Claw nog steeds en meer dan ooit de band is van Peter Te Bos. In alles van deze song merk je zijn hand en zijn uit duizend herkenbare stem draagt de song volledig.

Neem alle muziek weg en met enkel zijn stem weet Te Bos je aandacht nog steeds vast te houden. Hij valt grofweg te vergelijken met Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club, maar ook met een jonge Roland Van Campenhout of een norse versie van Dirk Dhaenens van Derek & The Dirt.

Niet alle tracks op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’zijn zo sterk als “Polly Maggoo”. De titeltrack is een gejaagde rocker, maar over de betekenis achter de bizarre titel word je geen haar wijzer. Dat hoeft ook niet. “Red Letter” en het gejaagde “Suck Up the Mountain” hebben vaag iets van Midnight Oil en de Tragically Hip. Op “Throw Me A Bone” kruipt Te Bos een beetje meer in de schaduw en mag Cameron iets meer op de voorgrond, maar voorts zijn de rollen duidelijk verdeeld.

Een nieuwe “Rosie” staat er niet op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’, maar daar zaten we misschien ook niet op te wachten. Toch is dit één van de beste gitaarrockalbums van het moment. Degelijk zoals ze dat in de jaren ’90 deden.

Hopelijk wil Vlaanderen Claw Boys Claw opnieuw in de armen sluiten, want voorlopig laten ze ons links liggen voor optredens.

 

Weedpecker

Weedpecker III

Geschreven door

De derde plaat al van deze Poolse psych rockers. Vergeef het ons dat wij de eerste 2 gemist hebben, we halen zeker onze schade in.
Weedpecker is een band die het houdt bij flink uit de kluiten gewassen psychrock met stoner uitwasemingen, prog-rock uitstapjes en volbloed hard-rock riffs. Zelf hebben de heren het over ‘drugrock’, waarmee ze ook meteen de groepsnaam hebben uitgeklaard.
Voor deze derde plaat tekende Weedpecker bij het Duitse label Stickman Records en daar vertoeven ze in hun geliefkoosde biotoop, tussen onder meer Motorpsycho, Elder, King Buffalo, The Heads en Spidergawd. Allemaal bands die al wat ruimtereizen hebben afgelegd en die niet kijken op vijf minuten meer of minder, in één song wel te verstaan.
Bij momenten doet Weedpecker zelfs een beetje denken aan de eerste platen van Tame Impala, in de tijd dat die nog geen kermismuziek maakten maar wel avontuurlijke psychedelische rock. Doch over ’t algemeen scheuren de riffs hier toch een stuk harder en duren de space-excursies heel wat langer. Drie kwartier, vijf songs, er mag dus al wat gejamd en gefreakt worden. En dat doen ze met klasse, het is een plezier om mee in de flow te gaan. Heel vaak neigt Weedpecker naar Motorpsycho, check de gelaagdheid in de songs, de rustige intro’s en mijmeringen, de geestverruimende solo’s en de daaropvolgende heavy instrumentale uitbarstingen. Zo is elke song een avontuurlijke trip die verschillende tussenstations aandoet, met “Embrace” en “From Mars To Mercury” als voornaamste  hoogvliegers.

Band Of Gold

Where’s The Magic?

Geschreven door

Aan pop kleeft nogal een negatief beeld. Het is commercieel, inhoudloos, wegwerpmuziek etc… Doch dit zijn veralgemeningen. Bands zoals MGMT, Oscar & The Wolf zijn echt wel meer dan dat. Band of Gold valt daar volgens mij ook onder. Deze band bestaat uit een Noors duo Nina en Nikolai. Met deze release volgen ze hun debuut uit 2015 op. Ze maken luchtige, clevere popmuziek. Qua stem doet het mij soms aan Fleetwood Mac denken. Luister maar eens naar hun eerste single “I Wanna Dance With You Again”. Een prachtige en stemmige song. Hun tweede single “Well Who Am I” is eveneens catchy en heeft naast een warme bas ook een wat tegendraadse vuile gitaar. “Bring Back” heeft ietwat een soul vibe gekregen. Een heerlijk groovende track. Het album sluit af met “Look At Me” een cover van Bread (David Gates). Ze geven het sixties nummer een kleine update.
‘Where’s The Magic?’ vragen ze zich af. Wel voor een stuk is die terug te vinden in hun liedjes. Een warm poppy album bestaande uit acht liedjes. Nina deed naast de vocals ook de keys en Nikolai deed de bass, gitaren, piano en vocals. Er werd voor de drums en andere instrumenten met gastmuzikanten gewerkt. Daarnaast was Nikolai grotendeels verantwoordelijk voor de mixing en de productie.

Gentle Knife II

Clock Unwound

Geschreven door

Twee jaar na hun debuut komt Gentle Knife II met hun opvolger op de proppen. De Noorse band bestaat uit maar liefst elf muzikanten. Ze hebben een eigen geluid dat wat schatplichtig is aan bv Genesis (beginjaren) of Gentle Giant. Ze klinken dus wat retro mede door het gebruik van de mellotron en de orgels.
Ze openen met een vrij klassieke instrumental “Prelude: Incipit” dat grotendeels uit piano en wat blazers bestaat. “Clock Unwound” is een echte progrock track. Ze bestaat uit lange instrumentale partijen (gitaar en orgels). Mooie track. Enig minpuntje is dat de vocals niet altijd top zijn. Dat werpt toch een kleine smet op het resultaat. De inwisseling van Melina Oz voor Veronika Jensen is dus niet bepaald geslaagd. Jammer, met een andere vocalist zou men het werk naar een hoger niveau kunnen pushen. Voor de rest is er muzikaal zeker genoeg te beleven. Van eerder nijdig rockwerk tot meer dromerige songs. “Fade Away” is zo’n lieflijke song met dwarsfluit en akoestische gitaar. “Smother” rockt lekker weg en hier is de zang iets beter te genieten. Een fijne track waar ze ook bossa nova in verwerken. Mooi gedaan.

De kwaliteit is aanwezig op ‘Clock Unwound’. Nu nog een vocalist van hetzelfde niveau en we spreken van een heel puik prog album.

Torgeir Waldemar

Jamais Vu

Geschreven door

Op ‘Jamais Vu’ herneemt Torgeir Waldemar een aantal van zijn vroegere songs. Vijf om precies te zijn. Twee songs krijgen een elektrisch jasje aangemeten. Zijnde “Streets” en “Take Me Home” die in hun originele versie op zijn debuut in een folkrock versie staan. De songs zijn niet beter of slechter maar gewoon in een ander jasje. Neil Young is nooit ver weg op deze twee songs. Van zijn laatste album “No Offending Borders” krijgen we drie akoestische versies van “Sylvia”, “Among The Low” en “Summer in Toulouse”. Ook hier dezelfde opmerking als bij die andere tracks. Deze versies zijn evenwaardig aan de originele waarmee Torgeir bewijst dat hij zowel het klassieke rock en het folkrock genre beheerst. Persoonlijk hoor ik liever de elektrische versies omdat die wat meer in de ziel kerven. Maar dat is enkel te wijten aan mijn voorliefde voor dat genre.
‘Jamais Vu’ is een mooie kennismaking met de man indien je hem niet zou kennen. En dat zullen er ongetwijfeld veel zijn. Voor liefhebbers van Neil Young, Bob Dylan en Admiral Freebee.

Bruno & The Souldiers

Kingston Funky Crime

Geschreven door

Het Italiaanse gezelschap Bruno & The Souldiers vermengt ska en rocksteady met soul, vandaar de ‘Souldiers’ in de bandnaam ipv ‘Soldiers’. Ze hebben net een vinyl-EP uit op Onedrop Fellas Records. De bekendste naam die aan dat label kan gelinkt worden, is Alborosie.
Of het met Bruno & The Souldiers internationaal ook zo’n vaart zal lopen als met Alborosie, valt nog af te wachten, maar muzikaal zit het wel snor. Het sterkst presteert deze tienkoppige Italiaanse band op de titeltrack “Kingston Funky Crime”, met een laid-back ska-track in de lijn van de Skatalites. Ze hebben ook goed geluisterd naar de Britse 2Tone-ska van The Beat, The Selecter en The Specials. Niet wereldschokkend vernieuwend, maar wel knap gedaan. Het is vooral het orgel dat het geheel iets meer naar de soul duwt dan naar de ska.
Ook “Come Closer“ is een prima mellow ska/rocksteady-nummer en daar krijg je op deze EP ook nog eens een dub-remix van. Beide tracks zijn perfect gebracht, opgenomen en gemixed.
Van de Jimi Hendrix-klassieker “Crosstown Traffic” krijg je op deze EP zowel de gezongen als de instrumentale versie. Die met zang gaat gebukt onder een schattig Engels met toch een Italiaans accent. Op de instrumentale versie gaat dan weer alle aandacht naar de muzikanten, die hier net als de opnametechnici uitstekend werk leveren. Bruno & The Souldiers hebben trouwens iets met covers. Op hun eerste demo staken ze “Sunny Afternoon” van The Kinks in een jasje van up-beat rocksteady. Die versie vind je makkelijk op YouTube.
‘Kingston Funky Crime’ is een prima debuut. Met hun raak-gekozen covers en hun smoothe ska kunnen ze zowat overal terecht, zowel op hippe wereldmuziekfestivals als in zweterige muziekkroegen.

MGMT

Little Dark Age

Geschreven door

Ooit was MGMT een hip en relevant groepje die met uiterst aanstekelijke singletjes “Time To Pretend”, “Electric Feel” en “Kids” een frisse nieuwe wind joeg doorheen het hitparadelandschap.
Dat MGMT voor eeuwig zal vastgekluisterd zitten aan dit triootje hits heeft alles te maken met de pijnlijke vaststelling dat ze er sedertdien niet meer in geslaagd zijn om met evenwaardige succesnummertjes op de proppen te komen. Verwoede pogingen werden ondernomen op albums als ‘Congratulations’ en ‘MGMT’, maar het is nooit meer geworden wat het ooit geweest is.
Op vandaag is MGMT een doordeweeks elektro popgroepje met een goedkope sound die gerecycleerd is uit lichtvoetige synthpop van eightiesbandjes als OMD, A Flock Of Seaugulls of, erger nog, Kajagoogoo en fuckin’ Pet Shop Boys.
Op ‘Little Dark Age’ treffen we meer bubblegum dan song, meer kitsch dan hits, meer goedkope elektrodeuntjes dan frisse melodieën, meer plastiek dan goud, meer verpakking dan inhoud.
Niet echt een tijdloze sound dus, wel eentje die om onbegrijpelijke redenen dezer dagen terug hip is. Voor zo lang het duurt natuurlijk. Speciaal voor dit soort bandjes werd de term ‘vergankelijk’ uitgevonden.

Yungblud

Yungblud

Geschreven door

Yungblud  is het alter ego van het nieuwbakken tieneridool Dominic Harris en die klinkt een beetje als de missing link tussen One Direction en Arctic Monkeys. In een onding als “Anarchist” menen wij zelfs Rihanna te horen. U heeft misschien geen idee wat u zich hierbij allemaal moet voorstellen, maar wij worden er alleszins niet euforisch van.
Er staan amper 5 songs op dit debuutplaatje en die zijn voor ons meer dan genoeg om die bakvis en zijn bandje volledig te wantrouwen.
In de UK is Britpop blijkbaar een verplicht vak geworden in de kleuterklas, en dan komen daar onvermijdelijk dit soort boysbandjes of tieneridolen uit voort. Je hoort, ruikt en voelt gewoon dat er een gewiekste mediacampagne achter schuilt om dit te pushen richting hitlijsten. Het klinkt allemaal zo fake, maar de modale tiener of StuBru fan heeft dat doorgaans toch niet door, dus zal dit jochie hoogstwaarschijnlijk wel  in zijn opzet slagen.
Harris weet nog niet echt op welk publiek hij zich moet richten en schiet dan meer lukraak zijn pijlen in alle mogelijke richtingen.
Dit is noch mossel noch vis, Yungblud balanceert op de lijn tussen indie-pop met iets te opzichtige Arctic Monkeys trekjes  en slappe r&b. Het lijkt ons eerder iets voor Ed Sheeran fans die van zichzelf vinden dat ze heus ook wel iets afweten van ‘alternatieve’ muziek.
Hier kunnen wij dan ook niks mee aanvangen, doch iemand anders wel, menen wij . Een piepjong publiek, check. Gillende meisjes, check. Hitparade, check. Rock Werchter? Zit er dik in.
Wij klasseren dit in het schuif ‘wegwerptieneridolen’.

Shame

Songs Of Praise

Geschreven door

Met die nieuwe hypes uit de UK weet je maar nooit. Als ze met een onding als Yungblud komen opdagen dan is het voor ons hoogtijd om even de hond uit te laten, maar wanneer er iets spannends als Shame op ons afkomt komt dan zijn wij razend enthousiast. Shame is het meest opwindende bandje dat uit de UK is komen overwaaien sinds het al even bewogen Idles. Het gaat soms toch wel de goede richting uit met die nieuwe Britse groepjes.
Wat Shame siert is dat de jongens to the point blijven en overdaad mijden, ‘Songs Of Praise’ bevat 10 vlijmscherpe compacte songs en hoegenaamd geen ballast. De songs flirten met punk, indie-rock, pop en post-punk en ze knallen stuk voor stuk bijzonder explosief uit de speakers. “Rizzla” is een verdomde catchy single, een hit die niet uit onze kop weg te branden is. Op “Concrete”  voelen we dezelfde zinderende spanning als op de laatste van Protomartyr en op het geweldige “The Lick” gaan The Amazing Snakehaeds bij The Libertines op bezoek. De gebeten punkertjes “Tasteless”, “Donk” en “Gold Hole” doen sterk denken aan het al even fantastische Idles, die andere Britse post-punk revelatie. “Friction” gaat terug in de tijd en verkent eventjes met succes de Madchester scene van Happy Mondays en Charlatans om dan iets verder bij The Godfathers uit te komen.
Pas op de afsluiter “Angie” haalt Shame de voet van het gaspedaal en nemen ze de tijd om er een 7 minutenlange trip uit te puren die het beste van Oasis, Savages en Iceage bij mekaar brengt.
Een wervelend debuut van een bende veelbelovende Britse jong wolven.
Shame speelt op 22/05 in een helaas al uitverkochte Botanique. Voor het concert in l’Aéronef in Lille op 20/05 zijn er wel nog tickets.

Orion Dust

Duality

Geschreven door

In feite is dit een re-release. Het album verscheen vorige jaar in maart maar was vrij snel uitverkocht. De band besliste dan maar om hem nog eens op de markt brengt. Als regular cd en als digipac. ‘Duality’ is het debuut van deze Franse band dat sinds 2014 bestaat. Een viertal muzikanten bestaande uit 2 mannen en 2 vrouwen.
Het album brengt ons middels verschillende verhalen op verschillende plaatsen maar als rode draad gaat het over een persoon die vecht tegen zichzelf en de wereld om zich heen. Een gevecht om niet in waanzin en depressies te belanden. Niet echt opgewekte materie dus. Er zit veel melancholie in de songs maar het is nu ook niet zo dat het depressief klinkt. Muzikaal spreken we van stevige rock en progressieve rock. Zo zijn er songs die afklokken rond de drie en vier minuten, maar ook songs die tot elf minuten duren. “Hapiness Inside” is zo’ n lang uitgebouwde song. Een lang uitgesponnen intro dat overgaat in stevige rock met een instrumentaal tussenstukje dat ingevuld wordt door een orgel/key. Het is eens wat anders dan een gitaarsolo. Het nummer heeft een fijne opbouw met veel variatie dat wat aan de jaren ‘70 doet denken. De stem van zangeres Cécile Kaszowski is schitterend. Luister maar eens hoe ze naar het einde toe een soort van zangsolo weggeeft. “Tightrope Walker” bevat akoestische gitaar, een babbelende bas, een pianoriedeltje dat halfweg wat kleur komt meegeven en wat percussie. De stem doet de rest. Het titelnummer is dan weer een chique rocker.
‘Duality’ is een volwassen album en een sterk debuut. Met verscheidene sterke elementen zoals de stem, de composities en de arrangementen. Een heel fijne ontdekking.

Pagina 164 van 394