logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Deadletter-2026...
CD Reviews

Steve Conte

Steve Conte & The Crazy Truth

Geschreven door

’Who the fuck is Steve Conte?’ zien wij u al denken. Steve Conte, beste mensen, is de gitarist die bij de herboren New York Dolls de onmogelijke taak heeft gekregen om Johnny Thunders te vervangen. Laat ons zeggen dat hij zich bij The Dolls tamelijk goed van die taak gekweten heeft, maar daar heeft hij natuurlijk nog ouwe rot Sylvain Sylvain naast zich staan. Nu hij als volwaardige NYD (ook zijn imago is dermate aangepast) enige naambekendheid heeft verworven, vond hij de tijd rijp om zijn eigen band The Crazy Truth samen te stellen en hiermee een plaatje te maken. En nu wil u natuurlijk weten wat wij als NYD fan daarvan vinden.
Wel, Conte is Thunders niet, The Crazy Truth zijn The New York Dolls niet. Maar daarmee is natuurlijk nog niets gezegd, want in twee groepjes spelen en met allebei hetzelfde doen, dat zou pas een beetje dom zijn, denkt u niet ?
Vooruit dan maar. Dit album is niet onvergetelijk, wel verdienstelijk. Er staan een paar potente rockers op, maar die gaan net iets te weinig in het rood naar ons gedacht. Het is soms iets te veel op de Amerikaanse leest geschoeid, alhoewel de rock cliché’s af en toe met glans worden gemeden. Er mogen bijvoorbeeld al eens blazers meedoen en die staan dikwijls op hun plaats, en op “Get off” komt zelfs een dwarsfluit opduiken.
Geen van de songs zal echter als klassieker de geschiedenis ingaan, de kracht van het album zit hem eerder in de variatie. We horen classic rock en soms wel snedige hard rock met een sleazy kantje, Zo rollen “Her higness” en “This is the end” lekker door en de plaat eindigt ook nog eens stevig met de vuile rocker “Junk Planet”. Onvervalste en licht ontvlambare rock’n’roll komt er uit “Strumpet-hearted monkey girl” en met “Indie Girl” wordt er gas terug genomen in de vorm van een fijne Zuiderse ballad. Zelfs de blues komt aan de deur piepen in “Busload of hope” dat nogal naar Tom Waits of diens volgeling Chuck E Weiss neigt.
Op deze plaat staan er overwegend korte songs trouwens, wat het geheel een puntig rechttoe-rechtaan gevoel geeft. En dat is goed bekeken van Steve Conte, hij is er zich van bewust dat hij niet de beste songs maakt, maar hij weet ze wel overtuigend te brengen.

Xavier Rudd

Koonyum Sun

Geschreven door

Rudd’s vorige album, het sterke ‘Dark shades of blue’ dreef voornamelijk op grillige en soms wel donkere rock, een niet echt voor de hand liggende wending voor deze vrolijke Australiër. De nieuwe ‘Koonyum Sun’ leunt echter weer dichter aan bij Rudd’s vorige werk en ziet het leven dus aan een wat zonniger kant via organische wereldmuziek, luchtige reggae, swingende funk en overwegend optimistische klanken.
Met zijn Zuid-Afrikaanse ritmesectie Tio Molontoa (bass) en Andile Nqubezelo (percussie) heeft Xavier Rudd een lekker swingend duo te pakken gekregen. De heren voegen vaak een aardige hap schwung toe aan de songs, zo doen zij het extreem funky “Set me free” een flink potje swingen en voelen zij zich perfect thuis in de opzwepende reggae van “Yandi” en “Fresh green freedom”. Hun stemmen (want zingen kunnen ze wel degelijk) accentueren nog wat meer het wereldlijke karakter van de songs. In combinatie met het alweer uitgebreide instrumentarium (didgeridoo, banjo’s, conga’s, funky orgeltje,…) bezorgt dit steeds avontuurlijke muziek.
Ook dit keer zijn er hele mooie ingehouden en akoestische momenten te bespeuren, zoals “Love comes and goes” en het perfecte wiegeliedje “Soften the blow” dat met een heerlijk slide gitaartje voorbij glijdt. Xavier Rudd’s stem doet weer wonderen, van helder naar hoog, van indiaans naar zacht. Maar het is vooral zijn zalvende gitaar die schittert, ze klinkt nergens overdadig en is meermaals wonderbaarlijk, ondermeer in lentefrisse pareltjes als “Woman dreaming”, “Breeze” en “Bleed”.
In de lekkere laatste song “Badimo” wordt het nog eens duidelijk gemaakt, het album ‘Koonyum Sun’ is een zwoel en ritmisch Australisch-Afrikaans huwelijk. U haalt er de zomer mee in huis.

Tindersticks

Falling down a mountain

Geschreven door

In navolging van de vorige cd ‘The hungry saw’, die de reünie van Tindersticks inluidde, verschijnt er nu twee jaar later ‘Falling down a mountain’. We horen tien heerlijke, boeiende, romantische luistersongs, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De songs klinken broeierig en intens spannend … de opener en titelsong van de cd geeft alvast de toon, wat verder gezet wordt op “No place so alone”, “Factory girls” en “She rode me down”, dat zelfs wordt overstelpt met flutes. “Harmony around my table” en “Black smoke” zijn de meest krachtige nummers. Het ballad en melancholie gehalte is te vinden op “Keep you beautiful” en het in duet gezongen “Peanuts”.
De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door toevoeging van piano, toetsen, blazers en strijkers. Het filmische “Piano music” besluit de lieflijke, afwisselende plaat!

El Boy Die

The black hawk ladies & tambourines

Geschreven door

Van het Semprini-label dat u reeds het debuut van Valleys bracht, verscheen ook onlangs de eersteling van El Boy Die.  Het mag dan wel het debuut zijn van deze uitgeweken Fransman maar toch hield deze muzikant zich reeds meer dan 10 jaar op met mensen als Calvin Johnson (oprichter van het befaamde K-Records label), Truman’s Water en Herman Dune.
Inderdaad, allemaal het soort mensen die er voor opteren om hun muziek steeds iets anders te laten klinken en dat is dan ook wat je van deze man mag verwachten. ‘The black hawk ladies & tambourines’ is een bizarre mengeling geworden van lo-fi folk (denk aan Bon Iver), moderne psychedelica (denk aan Besnard Lakes) en minimalistische singer-songwriting (denk aan Elliot Smith). Net alsof dat alles nog niet genoeg is heeft deze El Boy Die er geen problemen mee om invloeden die niet zo echt vanzelfsprekend zijn (dat gaat van Hare Krishna-gezang tot een blazerssectie zoals we dat van Beirut gewoon zijn) in zijn songs te verwerken.
Het lijken op het eerste zich misschien onvermengbare ingrediënten maar toch is het eindresultaat een opmerkelijke plaat geworden die weliswaar meerdere luisterbeurten vergt, maar na een tijdje aanvoelt als een klassieker in wording.

Valleys

Sometimes water kills people

Geschreven door

Iedereen die de alternatieve muziek op de voet volgt kan er niet langer meer om heen dat folk weer hip is. Niet in het minst door recentelijke grootse releases van groepen als Midlake, First Aid Kit of Beach House want het lijkt er inderdaad sterk op dat de nieuwe folkgeneratie er op uit is om het begrip folk een bredere betekenis te geven, ook al wordt er volop rekening gehouden met de grote voorbeelden uit de jaren ’70.
Valleys uit Montreal is ook zo’n groepje die in deze categorie thuis hoort. Om hun debuutlp de nodige schwung te geven konden Matilda en Marc niemand minder dan Orson Presence strikken om producer van dienst te zijn.
Indien er niet onmiddellijk een belletje bij je rinkelt, Orson was één van de oprichters van de meest toonaangevende post-punkgroepen uit de jaren ’80, The Monochrome Set. Dat hoor je vooral in nummers als “The heavy dreamer” waarin een aardige doorsnee folksong doorprikt wordt met een basgitaar die uit “A forest” van The Cure lijkt weggelopen te zijn, terwijl “Slow Path” de luisteraar meer dan eens zal doen denken aan de hoogdagen van Kim Deal.
’Sometimes water kill people’ is de ideale plaat voor mensen die denken dat folk niet saai en monotoon hoeft te zijn.

Fanshaw

Dark Eyes

Geschreven door

Gelukkig voor u en mij heeft de Canadese zangeres Olivia Fetherstonhaugh (spreek dat uit en hou dat in uw geheugen!) besloten om onder de artiestennaam Fanshaw de muziekwereld in te duiken.
Het heeft vijf jaar geduurd maar eindelijk is de cd klaar en het is misschien nog wat te vroeg om het woord ‘erkenning’ in de mond te nemen maar dit mag gerust geplaatst worden naast het beste wat de vrouwelijke pop tot nu toe dit jaar te bieden had, lees Lonelady en Polly Scattergood.
Vanaf de opener “Diana” smijt Fanshaw alle registers open en op bijna geheel akoestische wijze overtuigt ze de luisteraar van haar kunnen. Dit talent wordt verder ontplooit in prachtige sprookjespop (“Dark Eyes” herinnerde ons zo mooie aan het beste van Stina Nordenstamm), croonercountry (“Vegas” zou even goed van Tammy Wynette kunnen geweest zijn) of zelfs een beetje avant-garde is ook mogelijk want zo verwijst “O Sailor” overduidelijk naar de wereld van Kurt Weill.
Hoogtepunt is echter “Strong Hips”, een sterk synthpopdeuntje dat maar niet uit je hoofd te slaan is.
Dat Fanshaw zal moeten opboksen tegen de huidige zware concurrentie is een feit, of ze door haar talent zal worden opgemerkt is zoals bij zovele muzikanten de grote vraag maar wie 40 minuten wil genieten van iets zuiver moois kunnen we ‘Dark Eyes’ alleen maar aanraden.

Surfer Blood

Astro Coast

Geschreven door

Een beetje te veel groepen willen naar onze goesting vandaag op Vampire Weekend lijken, maar voor Surfer Blood willen wij toch een beetje tijd vrijmaken. Omdat zij ook naar Pavement, The Modern Lovers, The Pixies, Weezer, My Morning Jacket en Band of Horses geluisterd hebben. En omdat zij puntige en frisse songs ineengeknutseld hebben. Daarom.
Elders zal men u misschien vertellen dat zij de mosterd zijn gaan halen bij The Beach Boys, maar laat u vooral niks wijsmaken, daar is nauwelijks iets van aan. Hun naam, afkomst en hun zomerse sound verwijzen natuurlijk wel naar de zonnige Californische stranden, maar Beach Boys it ain’t, gelukkig maar.
Dit is een avontuurlijk, optimistisch en fijn plaatje met exotische uitstapjes (Vampire Weekend, weet u wel) en hier en daar wat stekelige gitaartjes a la Pavement en soms zelf een beetje SonicYouth. Dit werkt aanstekelijk en smaakt naar meer.
Beloftevolle jonge band, zeg maar.

Winding Stairs

Everything

Geschreven door

De laatste jaren werd de alternatieve markt overspoeld met kwaliteitsplaten uit Scandinavië, ook al lag het accent eerder op electro en –synthpop.
Het debuutalbum van het duo Winding Stairs tapt echter uit een volledig ander vaatje.
Het zwaartepunt van deze release ligt echter op de schitterende stemkwaliteit van zangeres Lina Wedin die het best is te omschrijven als een perfecte kruising tussen Beth Gibbons (Portishead) en Harriet Wheeler (herinner u de heerlijke Sundays).
Als je deze plaat toch iets kan verwijten dan is het misschien alsof het lijkt dat deze groep twijfelt welke muzikale richting het uit wil.
Soms hoor je wat trip-hop (“Alibi”), soms ontegensprekelijke pop zoals alleen de Zweden het kunnen (“Shadow Stripes”) of op andere momenten neigt de neo-klassieke sfeer naar het vroegere werk van Tori Amos. Als het accent echter louter op Lina’s stem ligt dan zorgt Martin Wahlqvist (de andere helft van het duo) voor een minimalistische sfeer (gaande van een accordeondeuntje in de verte of een verloren Miles Davis-trompetje).
Het is dus inderdaad zo’n plaat geworden waarbij de details meer en meer bij elke luisterbeurt komen bovendrijven.
Het moet gezegd worden, deze Winding Stairs is ongetwijfeld een groep die op zoek is naar een eigen geluid, maar de kwaliteit is er ontegensprekelijk.

Shy Child

Liquid Love

Geschreven door

Het NYse duo Shy Child, Pete Cafarella (vocals/toetsen) en Nate Smith (drums), kwamen drie jaar terug in de belangstelling met de cd ‘Noise won’t stop’, een avontuurlijk synth geluid van pop, punkfunk, nu rave en psychedelica.
De groep wordt alvast gegeerd binnen de Klaxons, The Rapture en Friendly Fires- middens, en nestelen zich naast een Late of the pier en Metronomy.
Het duo trekt de kaart van de toegankelijkheid op de opvolger en kan een doorbraak forceren naar een breder publiek en naar de ‘dansminded persons’. ‘Put your danceshoes on’ op de frisse, aanstekelijke deuntjes en beats van hun indie synth- en electropop; de zweverige duo zanglijnen maken het geheel nog wat leuker en aangenamer.
’Liquid Love’ is een vermakelijk plaatje waarbij de eerste songs “Disconnected“ en de titelsong de pijlers zijn voor de rest van de cd; de nummers overlappen elkaar een beetje en bieden weinig variëteit. Lekker in het gehoor liggend, met een referentie naar de ‘80’s electropop van Propaganda en kitsch van Erasure. Enkel de sfeervolle, dromerige afsluiter “Dark destiny” en het meer dan 7 min durende “Criss cross”, een opbouwende, bezwerende trip, tonen aan dat het duo veel meer in huis kan hebben en voldoende afwisseling bieden in z’n synthpop. Het is dan ook het prijsbeestje van de cd.
’Liquid Love’ is een goed plaatje, maar verrast niet, m.a.w. wat meer muzikale diversiteit en inventiviteit was op z’n plaats.

Massive Attack

Heligoland

Geschreven door

Samen met Portishead was het Britse Massive Attack één van de trendsetters midden de jaren ’90 van de triphopscène. De groep liet een tijdje op zich wachten om nieuw materiaal uit te brengen; ‘100th Window’ dateert al van 2003, maar de band onder spil Robert ‘3D’ Del Naja zat intussen niet stil, want na de tour in 2003-2004, verscheen er een ‘best of’ en waren er optredens op Pukkelpop en op de Lokerse Feesten. In het najaar van 2009 verscheen de EP waarop die sterke groovy tripdubbende song van Horace Andy als vocalist te horen is.
De nieuwe plaat staat bol van de guestvocalisten: Tunde Adebimpe (Tv on the radio), Guy Garvey (Elbow), Martina Topley-Bird (solo nu na Tricky), Hope Sandoval (ex Mazzy Star), Damon Albarn (Blur) en natuurlijk Horace Andy die met de meest zinnenprikkende songs gaan lopen is , want naast ‘Splitting the atom’ hebben we met “Girl I love you” het tweede puike Massive nummer door z’n broeierige intensiteit en opbouw.
De songs hebben een eigen unieke triphopstemming en zijn mooi uitgekiend en uitgebalanceerd in die duistere multigelaagde sound. “Paradise circus” klinkt zalvend door de pianoloops en strijkers en het uitgesponnen “Atlas Air” graaft als vanouds in het vertrouwde Massive Attack landschap van diep repetitief bezwerende, hitsige en stuwende gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. Tot slot keerde ook Daddy G naar het Massive front terug , wat we maar konden toejuichen.

Pagina 338 van 396