logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
dEUS - 19/03/20...
CD Reviews

Arkona

Goi, Rode Goi

Geschreven door

Help, de Russen zijn daar! De Russen!!! En ze hebben dan nog eens goede muziek mee ook! Wie zijn de Russen? De Russen zijn Arkona. Wat is de goede muziek? Dat is hun nieuwste album ‘Goi, Rode Goi!’
Arkona is een Russische Slavian Pagan Metalband die in 2002 opgericht werd door de blonde zangeres Maria Arichipowa. Na enkele bezettingswisselingen staan ze er nog altijd. Intussen hebben ze al vier studio-albums, een live-album en dvd en toch bestaat het dat ik nog nooit van deze band gehoord had. Tot nu, want met hun vijfde album ‘Goi, Rode Goi!’ hebben ze me grondig wakker geschud. Rusland is blijkbaar ook in staat om goede Folk/Pagan Metal af te leveren.
En dan halen ze het in hun hoofd om na een uitstekend openingsnummer en twee goede nummers er onmiddellijk al een episch, muzikaal avontuur tegenaan te gooien in de vorm van “Na Moey Zemble”. Het nummer duurt ruim een kwartier en bevat enkele opmerkelijke gastbijdrages. Zo hoor je o.a. Nederlandse zang van de zanger van Heidevolk, aan aangename verrassing tussen al dat onverstaanbare Russisch. Let wel, geen slecht woord over dat Russisch. Die taal leent zich er uitstekend voor om zo'n liederen te zingen.
Tjah, het hele album gaat verder met dit hoge niveau en deze mengelmoes van Folkinstrumenten en het Metalen geweld. Alsook de kruising van Russische folkzang en grunts.
Een klein minpuntje is de lange speelduur van 78 minuten. Want dit soort muziek vergt toch wel veel aandacht van de luisteraar en die aandacht gaat na een tijdje toch verminderen. Ondanks dit is het toch een heerlijk album geworden!

The Hotrats

Turn ons

Geschreven door

The Hotrats, genaamd naar dat fantastische Zappa album, zijn het hobbyclubje van Danny Goffey en Gaz Coombes van Supergrass en Radiohead producer Nigel Godrich.
Met ‘Turn Ons’ hebben zij een fris plaatje vol met covers gekwakt. Fijne, veelal straightforward rockende versies van bekende en minder bekende songs van de betere der aarde. Een vrij aardige selectie met maar een paar uitschuivers.
“Fight for your right” van de Beastie Boys is op hoogst originele wijze omgebouwd tot een sixties song in regelrechte Who- en Kinks traditie. The Kinks hun “Big sky” wordt hier trouwens ook met verve gecoverd. Costello’s “Pump it up” heeft nog nooit zo stevig gerockt en “The Lovecats” van The Cure is zo opzwepend dat we met graagte het origineel (wat ook al niet mis was) onderaan in de kast gaan opbergen. “I can’t stand it” van de Velvet Underground is nog feller en verbetener dan het al grillige origineel (wij durven wedden dat ouwe knorpot Lou Reed deze versie maar niks zou vinden maar wij zijn er helemaal weg van, en wij zijn wel degelijk VU-fan !) en The Doors hun “Crystal ship” krijgt een extra portie dynamiet toegediend. En we hadden er nog nooit eerder bij stilgestaan maar “Queen Bitch” van Bowie is een verdomd krachtige song. Met de psychedelica van Syd Barrett’s Pink Floyd in “Bike” weten ze ook wel raad en de eighties klassieker “Damaged Goods” van The Gang of Four krijgt een uiterst potente viagra injectie.
Het is evenwel niet altijd feest, “Up the junction” (Squeeze) is wat slapjes, met “Love is the drug” (Roxy Music) hebben The Hotrats bitter weinig aangevangen en The Sex Pistols’ “E.M.I” is ontdaan van al zijn punk energie, en dat kan niet de bedoeling zijn geweest.
Desalniettemin, heel fijn coverplaatje.

Yeasayer

Odd Blood

Geschreven door

Begin 2008 verschenen verschillende bands uit de New Yorkse wijk Brooklyn op het alternatieve rocktoneel. MGMT, Vampire Weekend, White Rabbits…. Ze profileerden zich allen als eigenwijze bands met een eigen geluid waarbij ze rock en pop wisten te vermengen met wereldse en spirituele invloeden.
Ook Yeasayer mag je als een van de vaandeldragers van deze muziekscène beschouwen. Hun eerste plaat ‘All hour Cymbals’ , een  mix van psychedelische samenzang, experimentele pop, hoekige gitaarrifs, exotische sferen, dreigende ritmes, bizarre tempowisselingen en al even vreemde teksten sloeg in als een bom. Zelf  omschreven ze hun sound als ‘Middle Eastern-pscyh-snap-gospel’!
Net als de meeste van reeds genoemde groepen komt ook Yeasayer dit voorjaar met een nieuwe plaat op de proppen. ‘Odd Blood’ is allesbehalve een doorslagje van het debuutalbum en Yeasayer heeft duidelijk niet voor de gemakkelijkste weg gekozen; er wordt op deze plaat volop geëxperimenteerd met een wirwar van instrumenten. De band componeerde tien zeer uiteenlopende nummers die wonderbaarlijk genoeg toch één geheel vormen.
Nog steeds overheerst het psychedelische geluid van de eerste schijf maar ‘Odd Blood’ klinkt toch iets toegankelijker (uitgezonderd dan het dreigende openingsnummer “The Children”). De zweverige zang van Chris Keatin is niet meer weggestopt in de geluidsmix maar knalt fris uit de speakers. Opvallend ook is dat de percussie meer op de voorgrond staat en dat levert met het poppy “One”, “Rome” en het zeer catchy “Love me girl” enkele zeer dansbare nummers op. De iets tragere composities zijn evenzeer de moeite waard, uitschieters zijn de single “Ambling Alp” en het liefdesliedje “I Remember” dat door de synths nogal doet denken aan Kraftwerk.
Het is duidelijk dat  Yeasayer in al zijn experimenteerdrift er opnieuw in geslaagd is een zeer fijn plaatje te maken die het zeker op de zomerfestivals prima zal doen.

FM Belfast

How to make friends

Geschreven door

Uit IJsland zijn ze afkomstig het leuke electrokwartet FM Belfast … en ze hebben meteen vrienden gemaakt met hun debuutplaat. Het kwartet draait rond de stemmen van Loa Hlin Hjolmtysdottir en Runar Hlödversson, die vocaal refereren aan Roisin Murphy en het duo Els – Danny van Vive La Fête.
We horen binnen die popelektronica lekker wegdromende en hitgevoelige dance/electro, die af en toe eens durft te ontregelen.
Ze voegen flarden bekende pophits toe in de intens broeierige, zuigende nummers. Openers “Frequency” en “Underwear” werken aanstekelijk op de dansspieren door de groove; ze gaan dan over in een spaarzaam gehouden “I can feel love” of ze gaan de ‘80’s electro achterna met songs als “Lotus” en “Optical”. Ook overtuigen ze met en traag slepende minimale “Pump up the jam” van Technotronic. Het afsluitende “President” klinkt intrigerend en brengt al de variaties van de vorige songs samen en heeft een venijnig, repeterende opbouw. Mooi, leuk plaatje dus.

Definitivos

Courtrai Tonight

Geschreven door

Eind jaren 70 stond Kortrijk, lang voor Ozark Henry, Balthazar, Gessman, Goose en Steak nr8, reeds op de fameuze Belgische muziekkaart. De jonge snaken Frank Holvoet en Marnik Den Hert konden met moeite hun gitaar en bas vasthouden, maar ze hadden zeker kaas gegeten van wat punk was en nog steeds is. Frank schreef al nummers en ze modderden wat aan tot ze drummer Rik Masselis leerden kennen. Rik had al zijn sporen verdiend in the scène en wat ze nog nodig hadden was een real wild one: Luciente. Ze werden heel snel local heroes en Johan Clarysse sleurde hen de studio in. De rest is geschiedenis: Voorprogramma van o.a. DAF, versterkt door Peter Coppens  werd Definitivos heel snel een begrip, zeker in de alternatieve circuits.
Van Noord Frankrijk tot en met de Melkweg in Amsterdam. Met hun 150 tot 200 optredens per jaar kon de grote doorbraak niet uitblijven. Maar ..winsten werden vooral geïnvesteerd in booze en Griekse restaurants en Peter en Lucien moesten het veld ruimen voor Dominique Decandt en een zekere Philippe Decoene…
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Onderhuids bleek Defintivos nog steeds verder te leven in vele juist gestemde Kortrijkse en andere zielen. Ludo Halsberghe begon een fanclub op FB en had alras door dat het geen grap was. Iedereen  wilde blijkbaar ‘Lucien back on stage’. 
Het enige wat erop zit is dan een schitterende cd uitbrengen, en daar zijn ze met verve in geslaagd. Men zette de alom gekende  Serge Feys achter de knoppen voor een heuse remastering zonder de typische sound en spirit van die tijd te verliezen, men neme de klassiekers “The modern Dance”, “Mr C” en “Courtrai tonight’, men neme een zeven tal ijzersterke nummers die nooit op hun doorbraak-lp gekomen zijn – lees onuitgegeven materiaal - , en men geve als toemaat nog enkele live-registraties. Op die manier valt er best te capteren hoe energiek, goed en sterk die kerels wel waren, en hoe ze de tijd des tand weergaloos hebben doorstaan.
We horen uiteraard nog die typische eighties-sound (een beetje Red Zebra, ja, uit dezelfde lichting en studio), maar godzijdank heeft Definitivos niet alles hergoten of heropgenomen en zo hun eigenheid en sterkte verloren.
Definitivos is terug van nooit weg  geweest.
Ohja, Je kan Courtrai Tonight bestellen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

The Radio Dept

Clinging To A Scheme

Geschreven door

The Radio Dept. zijn een trio uit Zweden die het met hun derde CD ‘Clinging to a scheme’ wel eens helemaal zouden kunnen maken.
Na jarenlang ploeteren in de underground wordt dit deze heren dan ook van van harte gegund.
Sinds Sofia Coppola twee van hun nummers gebruikte in ‘Marie Antoinette’ zijn dan ook alle spotlights op deze drie Zweden gericht en werd van deze CD zowaar een klein meesterwerkje verwacht.
Ze hebben er wel hun tijd voor genomen want hun vorige release dateert ondertussen al van 2006 maar van een echte geluidsverschuiving is er geen sprake.
Zanger Johan Duncanson zingt nog steeds in zijn typische dromerige sfeer terwijl de muziek het midden houdt tussen shoegaze (af en toe hoor je inderdaad zo’n typisch Slowdive-gitaartje) en dreampop (denk aan Magnetic Fields of  New Order maar dan wel zonder de dansbeat).
De muziek is ook doelbewust rommeliger opgenomen, af en toe hoor je een echte geluidsbrij maar dat is zogezegd enkel bedoeld om het lo-fi gevoel levendig te houden.
’Clinging to a scheme’ is een mooie plaat geworden die per luisterbeurt blijft groeien ook al moeten we er aan toevoegen dat een plaat waarop men vier jaar moest  wachten best iets langer mocht duren, maar voor de rest geslaagd!

The Drums

Summertime EP

Geschreven door

De sneeuw is nu met alle zekerheid het land uit, de eerste zonnestralen bereiken ons en er wordt al luidop gedroomd over een zwoele zomer met barbeques en strandfeestjes. Onder die vrolijke wind komt er nu een band die dat gevoel alleen maar versterkt heeft. Ze komen uit Brooklyn en heten The Drums. Misschien u wel bekend van “Let’s Go Surfing”, het liedje waar ze nu furore mee maken. Bewust simpel gehouden, maar desondanks dat feit, loopt u de rest van de dag het refrein na te fluiten. Herinnert u zich nog Peter, Bjorn en John met “Young Folks”? Een aha-erlebnis van jewelste! “Let’s Go Surfing” gaat evenwel niet zo snel vervelen, net als de andere surfrock op deze plaat, samen met wat eightiespop.
The Drums brengen de meest zomerse nummers op hun EP met de nogal toepasselijke naam ‘Summertime!’. We zien spontaan de golven voor de Californische kust waar een bende jongeren uitgerust met surfplanken naar toe rent. “Saddest Summer” is ondanks de titel nog zo’n voorbeeld, samen met “Submarine” en “I Felt Stupid”. Wie nog een nummer wil meefluiten op deze EP verwijzen we door naar “Make You Mine”.
Kortom, een heerlijke EP. Wij dromen ondertussen nog wat weg in afwachting van de zomer.

Amy Macdonald

A curious thing

Geschreven door

Eén van de grootste zomerhits was “This is the life” van de jonge Schotse singer/songschrijfster Amy Macdonald. De grootste solohit voor een vrouwelijke artieste! Het zorgde ervoor dat ze meteen naam en faam maakte en maar liefst drie miljoen exemplaren verkocht van haar debuut, die aanstekelijke, meeslepende, frisse en sfeervolle poprockfolk bevatte. Niks nieuws onder de zon, maar het werkte .. en het werkte goed.
De opvolger werd opgenomen in de studio’s van Paul Weller, die zelfs een handje meehielp. De songs zijn meer rock, minder folk, en ze haalt vocaal ook minder uit. Alles klinkt meer gematigd, komt op die manier op z’n plooi en biedt een coherente afwisselende plaat, zonder veel tierlantijntjes.
Af en toe durft onze lieftallige dame zelfs nog steviger, luchtiger en uitbundiger te klinken; de openers “Don’t tell me that it’s over” en “Spark” springen meteen in het oog. “Love Love”, “Ordinary life” en “Next big thing” hebben een broeierige, spannende opbouw. En ze wisselt een rocker met een sfeervolle popsong af, die door akoestische gitaar, toetsen of strijkarrangement kleur en intensiteit krijgen, zoals bij “No roots”, “Give it all up”, “My only one” en “Troubled soul”. Een emotievolle “What happiness means to me” op piano sluit de gepolijste melodieuze plaat af. Als toetje krijgen we iets verderop nog een akoestische “Dancing in the dark” van Bruce te horen.
De ‘Mrs rock’n’roll’ heeft alvast een volwaardige tweede plaat uit die weldegelijk naast het debuut kan staan door het meer pop- en rockgehalte.

Clare & The Reasons

Arrow

Geschreven door

De sprookjes van Grimm …Elfjes dansen in het rond … De zondagse aperitief … Lekker wegdromen bij de avondzon of de ideale ‘Morgenstemming’ plaat …Een ongedwongen, losse sfeer creëert het duo Clare Muldaur en Oliver Manchon.
We horen op hun tweede plat ‘Arrow’ sfeervolle, dromerige composities die minimaal, spaarzaam worden begeleid of een breed instrumentarium (strijkers, blazers, flutes, piano, toetsen) toegewezen krijgen. De melodieuze rijkdom, de subtiliteit en de finesse staan duidelijk voorop bij de muzikale familie Manchon – Maudaur, want Clare haar ouders zweren trouw bij de traditionele wortels van jazz en blues. Dochterlief houdt bij de pop en brengt een relaxte, gevarieerde sprookjesplaat. Met alles erop en eraan, met zwermen ‘birds & bees’ om ons heen.
Leuk en fijn klinken de songs, luister maar eens naar “All the wine”, “Ooh you hurt me so”, “You getting me”, “This is the story of” en “Perdue a Paris”. De Genesis cover “That’s all” overtuigt door de blazers. Af en toe is er een vleugje elektronica mee gemoeid, maar dat nemen we er graag bij in het droomlandschap van Clare & The Reasons.

Joe Bonamassa

Black Rock

Geschreven door

Op ‘Black Rock’ wordt het nog eens pijnlijk duidelijk: Bonamassa is een gitarist, geen songschrijver. Enkele keren waagt de man zich aan het verwerken van Griekse invloeden in zijn bluesrock. Geen goed idee, blijkt, “Quarryman’s lament” en “Bird on a wire” (totaal verneukte Leonard Cohen cover) zijn slijmballen van songs waarvan onze tenen serieus beginnen te krullen. De sirtaki-blues is vooralsnog dus geen optie, een duet tussen John Lee Hooker en Zorba De Griek zouden wij eerlijk gezegd ook nooit hebben zien zitten.
Verder blijft Bonamassa wijselijk binnen de lijntjes van de blues kleuren, wat hem ook beter ligt want er komt geregeld soul uit zijn stem en vuur uit zijn gitaar. Toch worden de cliché’s van het genre ook dit keer niet omzeild. Bonamassa heeft wel BB King weten te strikken op “Night life”, maar dat werkt niet echt de originaliteit in de hand, integendeel, de song klinkt zo kenmerkend BB King dat je hem al even gauw terug vergeten bent (wij hebben BB King trouwens altijd al een beetje te braafjes gevonden).
Het album neigt iets meer naar de traditionele Britse blues (John Mayall en consoorten) en wat minder naar de macho power blues die we van Bonamassa geregeld door onze strot krijgen geramd. Om de liefhebbers van dergelijke spierbundelblues toch niet te ontgoochelen : het zit er nog wel degelijk in, maar ’t is een beetje verminderd, u zal dus nadien nog een Walter Troutje moeten opleggen als u zich nog tekortgedaan voelt.
Conclusie : Ook voor Joe Bonamassa geldt wat we van veel artiesten in het genre van de bluesrock kunnen zeggen : qua virtuositeit en muzikaliteit is ‘Black Rock’ dik OK, qua originaliteit valt hier weinig te beleven.

Pagina 338 van 394