logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Stereolab
CD Reviews

Vivian Girls

Everything goes wrong

Geschreven door

De drie rockchicks van Vivian Girls uit NY, zijn misschien wel bloedverwant met de moeder aller rockchicks Kim Gordon; hun sound refereert duidelijk aan Sonic Youth en de ‘90’s vrouwbands als Hole, L7 en PJ Harvey. Ze brengen een frisse wind in navolging van andere andere meidengroepen Shonen Knife en Sleater-kinney.
We horen in een kleine veertig minuten dertien strakke, energieke en opbouwende songs. Spannend en bedreven songmateriaal, met lekkere compromisloze gitaarlicks en –hooks in een Ramones stijl; luister maar eens naar de rechttoe-rechtaan stijl van “Walking alone at night”, “I have no fun”, “The desert” en “Out for the sun”. De groep neemt was gas terug en overtuigt met enkele opbouwende nummers als “Tension”, “I’m not asleep” en “Double vision”. En ze zijn niet vies van de huidige lichting shoegaze van leeftijds- en streekgenoten The pains of being pure at heart, te horen op“The end” en “When I’m gone”.
‘Everything goes’ wrong’ geldt alvast niet voor de knallende, bruisende muziek op de plaat!

Rupa & The April Fishes

Esta Mundo

Geschreven door

Rupa & The April Fishes is een multiculturele band die op anderhalf jaar tijd twee leuke, frisse en charmante platen uitheeft. Al kon de band rond de charismatische, maar kritische Rupa Marya in 2008 nog niet doorbreken met ‘Extraordinary rendition’, dan moet dit zeker lukken met deze opvolger. Rupa Marya is een Indische vrouw die opgroeide in Frankrijk en Noord –Amerika en is momenteel met haar veelkoppige band gehuisvest in San Franscisco. Muzikaal horen we de meertalige teksten in een gezellige ‘mishmash’ van zigeunermuziek, Balkan en chanson binnen een groovy, sfeervolle melodie. Bands als Devotcha, Oi Va Voi, Beirut, Les Negresses Vertes en Manu Chao sluipen om de hoek, maar we kunnen ook niet omheen een vleugje ‘Doe maar’ Nederpop en ons Vaya Con Dios. Ze brengen dit in een breed instrumentarium van blazers, cello’s, accordeon, hobo, contrabas, gitaar en drums.
Ook de teksten en de groepsnaam hebben een bijzonder verhaal: tekstueel is er de veroordeling van cynisme, egoïsme en de terugkeer naar menselijkheid, mededogen en samenhorigheid. April Fish is de Amerikaanse verbastering van wat in het Engels ‘April fool’ wordt genoemd: een idealist, een mens die zo geraakt wordt door de bloesems en beloftes dat hij denkt dat alles mogelijk is, ook al is het onmogelijk; blijven geloven dus, ook als die om je heen ver te zoeken is. Met songs als “Por la frontera”, “Culpa de la luna”, “Soledad” en “Soy payaso” moet het lukken om een breder publiek aan te spreken. Maw deze Rupa & The April Fishes zijn alvast een mooie ontdekking!

Yo La Tengo

Popular Songs

Geschreven door

Het uit Hoboken, NYC, Usa afkomstige trio Ira Kaplan (gitaar), vrouwlief Georgia Hubley (drumster, knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en James McNew op bas, hebben al ruim twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, ontsproten uit de‘70’s VU en de ‘80’s Feelies.In moderne termen noemt deze stijl nu indierock, waarbij het trio vooral de weg van een poppy dromerig, loungy en uiterst sfeervol geluid is ingeslagen.
We horen op het recente ‘Popular Songs’ (dertiende cd?) overwegend repetitief opbouwend, onschuldig, ingetogen materiaal. De eerste songs behouden onze aandacht “Here to fall”, “Avalon or someone very silmilar”, “By two’s” en “Nothing to hide”, de meest overtuigende song van de plaat, door z’n broeierig rockende opbouw. Voor de rest kabbelt het trio rustig voort, en balanceren ze tussen aangenaam luistervertier en verveling. In de vocals ondersteunt het echtpaar elkaar of wisselen ze elkaar af!
Pas op het eind begint het leuker en spannender te worden met drie marathonsongs op rij: “More stars than there are in heaven” is z’n titel meer dan waard, het instrumentaal filmisch aandoende “The fireside” volgt en outfreaken doen ze als vanouds met een jammende distortionrocksong “And the glitter is gone”, waarbij we een Kaplan voor ons zien loos gaan op z’n elektrische en akoestische gitaar, de pedaaleffects eens stevig indrukt of het geluid verblijdt door vervorming tegen z’n versterker.
’Popular Songs’ brengt ons minder in beroering dan het drie jaar oude ‘I’m not afraid of you and I will beat your ass’. Oh ja, in aanloop van deze cd brachten ze nog de EP ‘Fuckbook’ in een serie ‘Condo fucks’ met eerder onbeduidende covertjes van Ray Davies, The Troggs en Richard Hell.
Dit voorjaar zagen we hen aan het werk als een ‘freewheeling Yo La Tengo’, die muzikaal entertainment koppelde in talking – enjoying – playing. Maar wij houden het graag op dromerige indie meets garagerock’n’roll meets noiserock. 

The Decemberists

The Hazards of Love

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon wisten door te breken met ‘Picaresque’ uit 2006, wat garant stond voor knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop met een folky ondertoon. Het bracht hen ergens tussen Pink Floyd, Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. ‘The Crane Wife’ uit 2007 werd muzikaal vertolkt in een drieluik van freefolkende pop, een volgende stap in hun oeuvre, waarin een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel schuilt. De tragiek die zanger/songschrijver Colin Meloy verhaalt, komt momenteel in een hoogtepunt door een regelrechte folkrockopera ‘The hazards of love’. E is geen sprake meer van songs op zichzelf (met uitzondering nog van “The rake’s song” die ze als single kozen!), maar ze vormen één concept in een combinatie freefolkrock, progrock en ‘70’s retro. Naast eerder genoemde invloedrijke bands kijken Fairport Convention en Jethro Tull om de hoek.
Het is een ambitieus werkstuk van een uur lang, dat vernuftig goed in elkaar zit. Een boeiende luistertrip die muziek verheft als een hogere kunst in 18 songs van melodramatiek en bombast; in een intens broeierige, dromerige opbouw horen we een groots meeslepende, breed uitwaaierende sound, die soms krachtiger klinkt.
Trouwens het verhaal van ‘The hazards of love’ draait ‘em rond een Shakespeariaans liefdesverhaal gebaseerd op een EP uit 1966 van de obscure Britse folkzangeres Anne Briggs. Shara Worden van My Brightest Diamond speelt een voorname rol als het karakter ‘The forest queen’ en ook Becky Stark (Lavender Diamond) en Jim Jones van My Morning Jacket doen mee . Het draagt tot wat Meloy allemaal in staat is om songs tot iets bovennatuurlijks en hemels lieflijk te maken!

The Dead Weather

Horehound

Geschreven door

Zijproject van Jack White, deel twee. Na het minder succesvolle ‘The Raconteurs’ komt hij op de proppen met een nieuwe groep en daarvoor volgt hij de grootste trend van het jaar 2009: een supergroep. Na Chickenfoot, Monsters Of Folk en het dra te verschijnen Them Crooked Vultures stelt White ons The Dead Weather voor, met het album ‘Horehound’.
The Dead Weather bestaat uit Jack White (The White Stripes, The Raconteurs), Alison Mosshart (zangeres The Kills, Discount), Dean Fertitia (QOTSTA) en Jack Lawrence (The Raconteurs, The Greenhornes). Een indrukwekkend cv’tje als je het ons vraagt. Maar wat Chickenfoot al eerder bewees is dat een supergroep niet gelijk staat aan supermuziek. The Dead Weather brengt het er lang niet zo slecht vanaf.
Ze zetten meteen de toon met “60 Feet Tall” en “Hang You From The Heavens”. We horen hier en daar wat pedaaleffecten en een duidelijke invloed van Jack White (verrassend genoeg op de drums).
Verder vinden we “Threat Me Like Your Mother”, “New Pony” en “Bone House” ontzettend straffe nummers.
Afwisselen proberen ze ook te doen met “3 Birds”, een soort van Queens Of The Stone Age, maar dan instrumentaal gehouden en een americana lied “Will There Be Enough Water?” Jammer genoeg staan er ook wat flauwe nummers op. Daarbij denken we spontaan aan “I Cut Like A Buffalo”, “No Hassle Night” (ondanks een explosief begin) en “So Far From You Weapon” (dat bij vlagen klinkt als “Another Way To Die”).
The Dead Weather maakt een mooier debuut dan The Raconteurs, maar af en toe heeft het album slechts de allures van een gebeten hond, deze ‘Horehound’.

 

A Place To Bury Strangers

Exploding head

Geschreven door

Alles komt terug. Zo ook de shoegaze, u weet wel, het stofzuigergeluid geboren eind jaren tachtig / begin jaren negentig bij bands als Jesus and The Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver. De hedendaagse volgelingen heten BRMC, Amusement Parks On Fire of recenter The Big Pink en deze A Place To Bury Strangers. ‘Exploding heads’ is een hechte en verduiveld sterke plaat. Onder een wall van noise, feedback en distortion zitten uiterst knappe songs verdoken.
De stofzuigers schieten venijnig snel uit de startblokken met “It is nothing”, hiermee is de toon gezet voor een snerpend en stevig album. In “In your heart” is een eighties gitaar geslopen, precies afkomstig van een verdwaalde Bauhaus plaat. “Lost feeling” is een geweldige brok noise en shoegaze, een soort Jesus and The Mary Chain in overdrive. “Deadbeat” opent misleidend met een B 52’s gitaarloopje en gaat dan onherroepelijk aan het scheuren. Het knappe voortrollende “Keep slipping away” had van The Stone Roses kunnen zijn en op het machtige “Ego death” wordt het pad van Jesus And The Mary Chain wel heel nadrukkelijk gevolgd, maar ’t is een duivelse song. “Smile when you smile” begeeft zich ergens tussen Britpop en stonerrock met een gevaarlijk psychedelisch randje, de macho’s van Monster Magnet zouden ook zoiets uit hun mouw durven schudden. Vanaf “Everything always goes wrong” zit A Place To Bury Strangers weer volop in de eighties, alsof Joy Division en Sisters of Mercy hier door de shoegaze mangel worden gedraaid en “Exploding head” is zelfs gebouwd op een Cure basloopje. Het moordende sluitstuk “I lived my life to live in the shadow of your heart” vat alles nog eens goed samen, de song zet furieus en gedreven aan en eindigt in een overweldigende partij noise.
Splijtende plaat. En nu even onze oren laten uitspuiten.

Sonic Youth

The Eternal

Geschreven door

Het Amerikaanse Sonic Youth, uit NYC, maakte nu z’n eerste plaat bij het Matador/V2 label. Ze behouden die intens broeierige, bezwerende , spannende en avontuurlijke aanpak van melodieus rauwe dwarrelende gitaarpop, gekruid met het typische SY recept van een gepaste dosis noise en gitaarstormen; op de laatste platen is dit laatste duidelijk gematigder geworden, want de songs hebben een mooie opbouw, klinken hartverwarmend, dromerig en gevoelig en ondergaan soms onverwachtse wendingen; het is een vertrouwd en makkelijk verteerbaar geluid, waarbij toegankelijkheid en experiment hand in hand samengaan … altijd anders, altijd hetzelfde ... lieflijk ontstemd…Goed, eigenzinnig en boeiend!
Het SY kwartet Thurston Moore – Kim Gordon (moeder aller rockchicks, 56jaar btw!), Lee Renaldo en Steve Shelly hebben momenteel Mark Ibold (ex Pavement ) aan de band toegevoegd, om op die manier zelf wat meer ruimte te hebben.
Openers “Sacred trickster” en “Anti-orgasm” trekken meteen de aandacht en mogen samen met “What we know”, “Calming the snake” en de afsluitende reeks “No way”, “Walking blue” en “Message the history” ingelijfd worden tot sterke SY pareltjes. De andere songs kabbelen wat voort binnen het vertrouwde recept, maar dat is hen na bijna dertig jaar meer dan vergeven … Sonic Youth weet ons na al die jaren nog steeds te beklijven. Samen op naar een muzikaal pensioengerechtigde leeftijd?!…

Lady Linn & Her Magnificent 7

Here we go again

Geschreven door

Muzikale duizendpoot Lien De Greef legde zich na haar werk met trippop Bolchi, de hippop van Skeemz en haar werk met DJ Red D (zanglijnen verzorgen en soms zelf eens mee dj-en) toe op haar voorliefde voor jazz. De charismatische en talentrijke Lien kon al evenzeer rekenen op even talentrijke muzikanten en formeerde Lady Linn and her Magnificent Seven, die groeven in het muzikale archief van de ‘50’s jumpin’ jive, ballroom jazz en bebop. Ze toerden twee jaar met covers van jazz- en swingnummersuit de jaren ’30 tot ’50. Sensueel, zwoele en broeierige jazzysoulpop dus.
Ze begon zelf ook eigen nummers te schrijven, wat resulteerde in de vorig jaar verschenen cd ‘Here we go again’. Naast vaste man Jeroen de Pessemier (ook Subs), plaatste de ganse Gentse scène zich achter dit project, dat tot op de dag vandaag een groots succes is in het reguliere clubcircuit en op de festivals.
Het is een uiterst genietbare cd waar de verschillende instrumenten, de blazersectie en haar emotievol pakkende stem op elkaar zijn afgestemd. Songs als “A love affair”, “Cool down” en Eddie Grant’s “I don’t wanna dance” hebben een lekkere groove; ze worden afgewisseld met een uiterst sfeervol gehouden “Waiting” en de titelsong “Here we go again”; “Shopping” lijkt gegrepen uit de jive stal van één van de platen van Joe Jackson en met “I am aware” ( met Bert Ostyn – Absynthe Minded) heeft ze een ontbrekende ‘50s crooner uit.
Ze won dit voorjaar nog de MIA, als beste vrouwelijke artieste en hierbij liet ze Natalia, Kate Ryan en Sandrine achter zich …Kortom, een terecht verdiende doorbraak!

Wilco

Wilco (the album)

Geschreven door

Dat Jeff Tweedy troostende kracht put uit z’n muziek horen we op het recente ‘Wilco the album’. Onze talentrijke songschrijver toont een realistische, berustende kijk op allerlei kommer en kwel en straalt meer gemoedsrust uit… Muzikaal vakmanschap horen we in de knap opgebouwde rootsrock/alt.country. Er zijn de aanstekelijke rockers als “Wilco (the song)”, “Bull black nova” en “Sonny feeling”, alsook de sfeervol dromerige songs “One wing”en “I’ll flight”. Sober, ingehouden en intiem klinken “Deeper down”, “Country disappeared”, “Solitaire” en “Everlasting everything”. Het verstilde duet met Leslie Feist “You & I” vormt hierin een hoogtepunt. Wilco grijpt terug naar de doeltreffendheid van de klassieke gestructureerde song, geraakt niet verstrikt in de kunstzinnigheid van vroeger platenwerk en beschikt over een resem klassemuzikanten die de sfeerschepping van een Crazy Horse onderstrepen onder Tweedy’s zalvende, emotievolle stem.
’Wilco (the album)’ bevat subtiel uitgewerkt songmateriaal, en toont een band die zich in zijn oud vertrouwde stijl graag vernieuwt , wat een puik resultaat oplevert …!

Fight Like Apes

… And the mystery of the golden medaillon

Geschreven door

Binnen het hokje van de alternative rock mogen we gerust het jonge kwartet Fight like Apes plaatsen, afkomstig uit Dublin, Ierland. .Ze staan garant voor uptempo gedreven synth/poppunk. Inderdaad, de synths staan tegenover de gitaar en de songs worden gedragen door de indringende, verbeten stem van zangeres Mary Kate (Maykay). Hun straight forward songs klinken leuk, dynamisch en opzwepend met “Battlestations”, “ Do you karate?” en “Something global”.
Ze speelden zich al in de kijker op het Noorderslag en op het Pukkelpopfestival en werden al een paar keer genomineerd in eigen land. Fight like Apes brengen na twee beloftelvolle DIY Ep’s een voortreffelijk debuut uit …

Pagina 348 van 396