logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_17
Hooverphonic
CD Reviews

Magnolia Electric Co.

Josephine

Geschreven door

De Amerikaanse singer/songwriter Jason Molina (die onlangs naar Londen verhuisde) is de spil van de Magnolia Electric Co. Deze groepsnaam nam nà 2003 vaste vormen aan, want onder z’n toenmalige band Songs:Ohia bracht hij een cd uit onder deze titel. Molina brengt muzikaal een herkenbaar geluid van melancholische americana/rootsrock, zonder écht afstand te doen van de slow/emocore van z’n Songs:Ohia. Die ingetogen, pakkende momenten horen we vooral terug in songs als “Whip-poor-will”, “Song for Willie”, “Heartbreak at Ten Paces” en “Knoxville Girl”. De sfeervolle, emotievolle gitaarrock vormt de rode draad in mans oeuvre, net als bij een Bonnie ‘Prince’ Billy. Hij haalt iets krachtiger uit in de opener “O! Grace”, “Hope dies last”, “The handing down”, “Little sad eyes” en in de titelsong van de cd ‘Josephine’, een naam die we in verschillende songs terug horen en misschien wel het pseudoniem kan zijn voor het verlies van z’n vaste tourbassist Evan Farrell. De uitstapjes naar de soul en funk zijn hier meegenomen.
Molina plaatst intimiteit en weemoed voorop, en wisselt z’n songs voldoende af met een aanstekelijke opbouw, wat van ‘Josephine’ een uiterst boeiende plaat maakt.

Ben Harper

White lies for dark times

Geschreven door

U mag het er gerust op nakijken op deze site. In september 2007, met de release van het zwakke ‘Lifeline’, schreven we nog : “We hopen van harte dat we de volgende recensie van Ben Harper eens mogen beginnen metBen Harper heeft nu eens een echte rockplaat gemaakt’ want momenteel zitten we met een ondermaatse prestatie van een groot artiest” . En kijk, de man heeft onze gebeden aanhoord.
Ben Harper heeft zijn Innocent Criminals voor onbepaalde duur aan de kant gezet en hen vervangen door een bende veel ruigere wolven genaamd The Relentless 7. Dat is zowat het beste wat hij kon doen want de nieuwe band staat hier wild en gedreven te spelen, en wat nog beter nieuws i : zelf heeft Harper ook zijn Hendrix-demonen terug tot leven geroepen. Gevolg, een paar killers van songs waarvan we niet meer wisten dat hij het nog kon.
Harper heeft een kwak uiterst ontvlambare benzine in zijn gitaar getankt en er komt nu terug ronkende blues uit in “Number wit no name”, puntige powerpop in “Shimmer and shine” en brutale bluesrock in “Why must you always dress in black”. De verschroeiende riffs en scheurende slide-gitaren maken van “Keep it together” een hoogtepunt en de jungle beat en dito drums in het lekker rollende “Boots like these” zijn leentje buur gaan spelen bij Bo Diddley, wij beschouwen het nummer dan ook als Harper’s hulde aan de jammerlijk overleden meester.
Het zijn trouwens niet alleen de gitaren die dit album zo sterk maken, ook vocaal is Harper in zeer goeie doen en pompt hij liters soul in het groovy en funky “Lay there and hate me” dat verder voorzien is van een heerlijk riedelend pianodeuntje, allemaal very seventies. Ook op “Up to you know” staat hij prachtig te zingen, een song die opent met een gitaar die ons zowaar aan Tool doet denken en die zich verder ontplooit als iets waar rock en soul tot een perfect huwelijk samensmelten.
Uiteraard zijn ook de obligate ballads, waar Harper de laatste jaren een beetje te veel een patent op had, van de partij. Hier heten ze “Skin thin”, “The word suicide” en “Faithfully remain”. Ze mogen er zijn, maar geloof ons vrij, het zijn niet de beste momenten op deze plaat, ook al zorgen ze voor de nodige variatie.
Ben Harper heeft op een overtuigende en vooral rockende manier een antwoord gegeven op zijn eerder matige platen van de laatste jaren. En dat vooral met dank aan The Relentless 7. Moge deze samenwerking jaren standhouden.

Nouvelle Vague

NV 3

Geschreven door

Nouvelle Vague zijn twee producers uit Parijs (Marc Collin/ Olivier Libaux) die de jaren ’80 hebben meegemaakt; zij hebben hun derde cd uit met een pak ‘80’s (punk)pop en new wave klassiekers die ze een nieuwe impuls geven. Enkele cruciale details hebben ze aangepast tav de vorige twee platen, ‘Nouvelle Vague’ (‘04) en ‘Bande a Part’ (‘06). Het Franse kindmeisje Melanie Pain, duelleert met haar broeierige, fluisterende sexy stem met Martin Gore, Terry Hall, Barry Adamson en Ian Mc Culloch; er is minder reggae en bossanova te horen, maar meer sfeervolle, lome pop, americana en zelfs bluegrass. En het zit ‘em ook in de geluidjes. Kortom, allemaal leuk, fris, knap en creatief gedaan van het trio. Sensueel, bevreemdend en romantisch. Een blik op hun gevarieerde keuze: “Master & servant”, “Blister in the sun”, “Road to nowhere”, “All my colours”, “The american” en “Heaven” …12 zwoele covers in totaal, onschuldig aangepakt!

Sophia

There are no goodbyes

Geschreven door

Welkom in de melancholische leefwereld van Robin Proper-Sheppard. Hij is toe aan z’n vijfde herfstplaat. En net als de voorgaande platen is de rode draad droefgeestige, dromerige, broeierige en sfeervolle songs met een pittige tekstinhoud: “I’m a fucker and a nightmare. I know I’m not easy”. Zelf geeft hij aan dat dit wel z’n donkerste plaat kan zijn. “It hurt writing these songs”. It still hurts living these fucking songs”. Om maar eventjes te zeggen dat het overgrote deel van de plaat heerlijk sombere songs bevat, bepaald door de (slide) gitaartokkels, steelpedal, piano, een spaarzame percussie, het strijkerensemble The Sophia Quartet en gedragen door mans emotievolle diep stem. Introverte kamerliedjes die pakken bij het nekvel. Maar net zoals bij de vorige cd’s kan Sophia forser en krachtiger klinken, wat refereert aan z’n oude band (The God Machine) of aan z’n ander muzikaal project The May Queens (’00).Dit horen we bij de eerste songs “A last dance to sad eyes” en “Storm clouds”, die meer rocken en iets luchtiger zijn. Ook het sfeervolle “Leaving” twinkelt en klinkt fris. Voldoende variatie dus om opnieuw te spreken van een mooi album …

Dinosaur Jr.

Farm

Geschreven door

Twee jaar terug spraken we over het Amerikaanse Dinosaur Jr van een reünie, met de cd ‘Beyond’, in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. Ze gaven in 2005 live al een indrukwekkende comeback door het werk van vóór ’87 te spelen.
Ze maken er nu een carrière van want de nieuwe plaat heeft de magie van vroeger en de souplesse van nu. Het intense toeren in die vier jaar en de afstemming op elkaar zit er hier voor tussen, want waren zij op ‘Beyond’ nog op zoek naar de muzikale vorm van vroeger, dan hebben ze nu de juiste drive te pakken! ‘Farm’ is een bundeling van Dinosaur vóór ’91 en het emotievolle J. Mascis werk dat we kennen van ‘Green mind’. Grunge op z’n best met songs als “Pieces”, “I want you to know”en “There’s no here”. “Plans, “I don’t wanna go there” en het sfeervol, ingetogen, psychedelische “Said the people” (toepasselijke flute in zo’n momenten) bevatten een broeierige intensiteit, stralen emotie uit, klinken rauw, puur en echt, worden gedragen door prachtige soli en gaan de zes minuten voorbij! Dinosaur op z’n sterkst! “See you” is het meest poppy nummer op de plaat.
Dinosaur biedt misschien een herkenbare formule, maar het is er eentje die intrigeert en pittig is … Het trio heeft elkaar gevonden in deze sublieme gitaarherrie. Onze senioren geven menig jong garagerockend bandje het nakijken … Zo zie je maar wat je nog aankunt 1x boven de veertig …

Team William

Team William (2)

Geschreven door

Team William werd in 2008 derde op Humo's Rock Rally. Ze moesten Steak Number Eight op de eerste stek en Jasper Erkens, die de zilveren medaille behaalde, laten voorgaan. De editie 2008 was wederom vruchtbaar, want bands als The Galacticos, The Hong Kong Dong en Roadburg waren enkele deelnemers die naast een podiumplaats grepen. Team William werd toen op een forum 'de meest overschatte groep van Europa' genoemd. Het viertal uit Ninove pikte deze reactie op en dat werd dan ook de slagzin van hun MySpace. Daar benadrukten ze ook tot driemaal toe dat ze een pop brengen. Dit als tegenreactie op een journalist die ze als een punkband aanschouwde. Ondertussen zijn we een jaar verder en hebben ze net hun eerste titelloze debuutalbum uitgebracht. En daarop staan twaalf prachtige indiepopnummers met een heel zomers gevoel.
Opener “London Lofi” is al meteen raak met z'n catchy keyboardgeluiden. Die keyboards zullen nog wel een paar keer uw trommelvliezen verwennen. Het tweede nummer “You have my heart, okay” zal de tweede single worden. Een voortreffelijke keuze volgens ons. De clip is al ingeblikt, lezen we zo op hun Facebook (het zijn hippe vogels, die van Team William). Huidige single “Lord Of The Dogs” lijkt bij de eerste tonen niet de meest geschikte debuutsingle, maar na het volledig te hebben gehoord zal het nog een tijdje nazinderen. Het heeft een zeer hoog meezinggehalte. Op het moment van schrijven stonden ze zesde in 'De Mooiste Lijst Van De Hele Wereld' en we durven te wedden dat ze nog wat hoger zullen geraken. “First Snow” begint ingetogen en kent een geweldige climax. De heren uit Ninove beschikken ook over de nodige dosis humor in hun teksten. Voorbeelden daarvan zijn “Judo Kid” en “You Look Familiar”. Het fantastische “70%” heeft nog heel wat hitpotentie. Er staat zelfs wat folk op de plaat; de intro van “Me + my Hobo” lijkt zo uit een RPG-game weggelopen te zijn, evenals de afsluiter “Peptalk”.
We zijn helemaal weg van dit album. Ideaal om tijdens een zonnige dag naar te luisteren. Deze zomer spelen ze onder meer op Pukkelpop. Wij zullen zeker van de partij zijn.

1990's

Kicks

Geschreven door

1990s is een Schotse indierockband, opgericht door Jackie McKeown en Jamie McMorrow. In de begindagen van de band (nog voor hun eerste album ‘Cookies’ uit 2007) speelden dé Alex Kapranos én Paul Thomson nog mee. Zij zijn nu beter bekend als respectievelijk frontman en drummer van het al even Schotse Franz Ferdinand. Het eerste album stond garant voor extreme catchy liedjes, met veel paparapa's, lalalala's en ohhohoho's. Soms werden ze afgewisseld met rauwer gitaarwerk (de invloed van Franz Ferdinand komt hier zeker terug). Wij herinneren nog het optreden van 1990s in de Club op Pukkelpop 2007. Toen het publiek het refrein bleef nazingen, reageerde McKeown verrast. “You're singing a song you don't even know”. Daarmee was bewezen hoe hoog het meezinggehalte is.
Met deze 'Kicks' doen ze de succesformule nog eens dunnetjes over. Jamie McMorrow stapte uit de groep en werd vervangen door Michael McGaughrin, maar dat is er weinig aan te horen. Ze zijn nog even catchy en rauw. Meezingers op dit album zijn onder meer de opener “Vondelpark”, “I Don't Even Know What That Means” (denk aan “Cult Status” van het eerste album) en “Everybody Please Relax”. De fellere nummers zijn onder meer “Tell Me When You're Ready” en “The Box”. Laatstgenoemde en “Vondelpark” zijn veruit de beste tracks op dit album.
1990s evenaren ongeveer het niveau van hun debuutalbum en staat weer garant voor lichtverteerbare rocknummers. Vergeet niet mee te brullen mocht je ze nog eens zien op een festivalweide.

Grizzly Bear

Veckatimest

Geschreven door

Grizzly Beren zijn het alvast niet, dit sympathieke kwartet uit Brooklyn, NY. Deze band draait rond de zanger/gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen. Het debuut uit 2004 ‘Horn of plenty’ bracht Droste nog uit op z’n eentje. Toen hij begeleiding nodig had om op tournee te trekken, kwamen de anderen erbij. Die toffe en leuke ervaring zorgde voor de tweede plaat ‘Yellow house’ (2006). De derde cd ‘Veckatimest’, vernoemd naar een klein onbewoond eilandje vlakbij Cape Cod, waar de plaat grotendeels werd opgenomen, betekent de definitieve doorbraak.
Het is een groeiplaatje van magistrale, sfeervolle, opbouwende (folky/americana) popsongs, met fijne gitaarakkoorden, willekeur aandoende gitaaraanslagen en intrigerende zalvende drums. De bedwelmende vocals en de meerstemmige (soms hoog uithalend en bedeesd) samenzang bepalen mee het handelsmerk, en durven richting Fleet Foxes gaan. Die vocale stemmenpracht horen we sterkst op “While you wait for the others”.
‘Veckatimest’ bevat poppareltjes. Opener “Souther Point” geeft de maat aan, wat wordt verdergezet op “All we ask”, “Cheerleader” en “Chory”. Ze klinken directer op “Fine for now”, “Ready able” en “About face”.
Grizzly Bear deed beroep op arrangeur Nico Muhly (die o.a. al instond voor Antony & The Johnsons) voor de strijkersarrangementen en de inbreng van een koor. Op de afsluitende songs “I live with you” en “Foreground”zijn deze elementen beheerst en afgemeten ifv de composities. En dan is er nog die popklassieker “Two weeks”.
Grizzly Bear bracht een uiterst boeiende, gevarieerde plaat uit, met een knipoog naar Fleetwood Mac!
We spreken wel eens van prijsbeesten als het over … gaat … op muzikaal gebied rekenen we ‘Veckatimest’ van Grizzly Bear daartoe… Betoverend en ontroerend plaatje …

The Damned

So, who’s paranoid?

Geschreven door

Yep, The Damned, die bestaan nog. Mogen we niet vergeten dat deze band met ‘Damned damned damned’ in 1977 het allereerste punkalbum op de wereld heeft gebracht (jawel, nog voor de Pistols). Nadien is de groep eigenlijk nooit opgehouden met bestaan, een paar personeelswijzigingen ten spijt, en hebben ze een hoop platen uitgebracht waaronder weliswaar weinig onvergetelijke. Ook de sound varieerde in al die jaren van punk naar een soort goth rock.
Dit nieuwe album heeft niks meer met de punk anno ’77 te maken, en evenmin met goth-rock. Dus Damned fans die daarop zitten te wachten zijn eraan voor de moeite. Op ‘So, who’s paranoid?’ krijgen we wel zowat de originele bezetting, dus met Captain Sensible en zanger Dave Vanian.
Op deze nieuwe plaat is The Damned erin geslaagd zichzelf een soort eigentijdse Britpoprock toe te meten die soms doet denken aan veel jongere bands als pakweg Maximo Park (in songs als “Danger to yourself” en het vinnige “Maid for pleasure”), elders dan weer aan The Who of Alice Cooper. In de sound sluipen al wat theatrale en bombastische momenten (in “Dr. Woofenstein”, “Since I met you” en “Nature’s dark passion”), dus de punk is wel heel ver af. Vanian’s zang doet meermaals aan Julian Cope denken (voor diegenen die niet met Cope’s werk vertrouwd zijn, dit is wel degelijk een compliment) en Captain Sensible laat zich heel dikwijls tot een heuse gitaarsolo verleiden, wat vroeger ook al volledig uit den boze was. Om de fans van het eerste uur nog wat meer af te schrikken krijgen we bovendien nog een lading piano, strijkers, een hoop keyboards en zelfs koorzangen. Zelfs de meest felle en energieke song “Nothing” neigt meer naar hard-rock dan naar punk en is voorzien van een ware hard-rock solo en dito keyboards.
Misschien toch een klein raakpuntje met het geluid van eind jaren zeventig, maar dan niet dat van henzelf : soms is er een zweem van generatiegenoten The Stranglers te herkennen, en dat is volledig te wijten aan een retro-orgeltje dat regelmatig komt voorbijdrijven, zoals in opener “A nation fit for heroes”.
De band eindigt zonder enige vorm van schroom met het 14 minuten durende psychedelische “Dark asteroid”, inclusief een lang uitgesmeerde wah-wah gitaarsolo waar geen einde lijkt aan te komen. U gelooft uw oren niet.  
The Damned heeft met ‘So who’s paranoid?’ het soort plaat gemaakt waar ze in 1977 hardnekkig zouden op gespuugd hebben. Toch is dit album best te genieten, als je maar de punk uit je hoofd kan zetten.

Eels

Hombre Lobo

Geschreven door

Respect. Dat is wat je op z'n minst voor Marc Everett (aka E), de frontman van Eels moet opbrengen. Hij verloor zijn hele familie aan tal van tegenslagen. Zo pleegde zijn zus zelfmoord en verloor hij anderen aan kanker en zelfs een terroristische aanslag. Zowat iedereen zou bij de pakken blijven zitten, maar Everett niet. Hij vond kracht in de muziek die hij componeerde, wat bij momenten héél straffe songs oplevert.
'Hombro Lobo', wat zoveel betekent als weerwolf, is het zevende studio-album van Eels. Everett speelt de weerwolf (die baard!) in de 12 songs die het mooie weer maken op deze plaat. Onder de veelal opzwepende, zomers getinte blues-songs zitten er diepgaandere teksten dan het meer van Loch Ness. '12 songs of desire' staat er op de hoes te lezen. Dat is zeker niet gelogen. Jaloezie, onbeantwoorde liefde, eenzaamheid zijn de thema's en worden aangevuld met veel wolvengehuil. De songs zijn heel rauw opgenomen en dragen hun steentje bij aan het hele weerwolfimago. Topnummers zijn “Prizefighter”, “The Look You Give That Guy”, “Tremendous Dynamite”, “Beginner’s Luck”, “My Timing Is Off” en “What a Fella Gotta Do”. Een pakkend album, maar dat zijn we niet anders gewend van E.

Pagina 351 van 394