logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
avatar_ab_06
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 10 juli 2014 01:00

A Letter Home

De ouwe rocker Neil Young vond het wel amusant om zijn nieuwe plaat op te nemen in de Voice-O-Graph, Jack White’s nieuwe speeltje daterend uit de jaren veertig, een gammele opnamestudio van nauwelijks een paar vierkante meter groot. Wij durven wedden dat Jack White wansmakelijk veel geld zal betaald hebben voor dit pretentieuze hebbedingetje, maar dat is voor dergelijke welvermogende artiesten natuurlijk geen probleem, en retro is toch zo cool en hip de laatste tijd. Bovendien staat het natuurlijk mooi om een grote en alom gerespecteerde naam als Neil Young te laten musiceren in dat krakkemikkige kot. Misschien een romantisch idee, maar bompa heeft er zich van af gemaakt met een resem slappe covers en beroerde countryliedjes die hij nog ergens onderaan in een vergeten schuif had liggen. Het is een troep belabberde tweederangs zagenliedjes, de naam Neil Young onwaardig, die bij ons helemaal niets losweken of het is een hoop ergernis. Het zou ons trouwens sterk verwonderen moesten doorwinterde Neil Young fans zich ook niet bekocht voelen met deze inferieure old timer muziek.
Mocht Neil Young voor de gelegenheid een stel ijzersterke nummers hebben geschreven, dan konden wij er misschien nog mee leven dat ze onder een laag gruis en stof zaten weggemoffeld, maar deze verzameling belegen songs heeft volgens ons geen enkel bestaansrecht.
Neil Young heeft ons gewoon twee keer bij ons pietje, want ‘A Letter Home’ bestaat niet alleen uit belabberde songs, ze zijn dan ook nog eens opgenomen met een budget van amper enkele dollars. Als fan zal u de low budget aanpak helaas niet voelen in uw portemonnee want u zal in de platenzaak natuurlijk wel de volle pot neerleggen voor dat vehikel, al dan niet in de zogenaamde Deluxe Editon (op vinyl, lekker retro, nietwaar?) waarvoor u maar liefst een slordige 150 EUR zal moeten veil hebben. De Neil heeft gewoon geen greintje schaamte, zijn zelfstandig pensioentje zal er wel bij varen.
Wij vinden het ongepast en hypocriet dat een miljonair als Neil Young, die steevast peperdure ticketprijzen vraagt voor zijn concerten, zich engageert met zogenaamde budgetvriendelijke opnametechnieken terwijl hij elders ongegeneerd het geld uit de zakken van zijn fans roffelt.

Lo-fi is nu blijkbaar hip in bepaalde muzikale kringen en de Voice-O-Graph staat ten huize Jack White waarschijnlijk mooi te pronken tussen een Picasso en een Dali. Maar bij vele bands is de term lo-fi  eerder een noodzaak geweest om hun platen überhaupt te kunnen opnemen, zeker in het begin van hun carrière, want studio-opnames zijn voor een hele rits groepen altijd al haast onbetaalbare bedoeningen geweest. Wij halen ons enkele briljante low budget plaatjes voor de geest van pakweg Pavement, The Baptist Generals, The Thermals en quasi alles van Guided By Voices, om er maar enkele te noemen. Dit zijn de echte helden die met een uit noodzaak beperkt budget een pak lo-fi pareltjes op de wereld hebben gezet. Neil Young is gewoon een rijke stinkerd die samen met zijn al even gefortuneerde  vriendje Jack White, op wiens Third Man Records label dit bestofte onding verschenen is, een beetje zit te klooien met een nieuw speeltje en daar liefst nog wat extra centen aan verdient ook.

Versta ons niet verkeerd, wij zijn wel degelijk Neil Young fan (zeker als Crazy Horse in de buurt is), ook van Jack White trouwens mocht u er aan twijfelen, maar van ‘A Letter Home’ krijgen we ‘t schurft. Als we iets echt authentieks willen horen, dan zullen we wel Robert Johnson opzetten. Diens tijdloze bluesklassiekers zijn destijds waarschijnlijk ook in zo een gebrekkig krot opgenomen maar voor hem was er toen gewoon niets anders.

donderdag 10 juli 2014 01:00

Neutral Village Massacre

Het ontembare muzikale brein van duizendpoot Mauro Pawlowski heeft nog maar eens ongewassen baby gebaard. Van zijn Hitsville Drunks uitstapje zijn wij niet echt onder de indruk, te poppy, maar met deze ruwe bolster hier zijn we meer te paaien. Pawlowski is deze keer gaan aankloppen bij Steve Albini en dat is er duidelijk aan te horen. De Albini stempel is er nogal vet opgedrukt, zet “Phone Call From A Ruin” op en vraag u luidop af of hier misschien de nieuwe Shellac voor uw neus ligt. De drums bonken kurkdroog, de bas dreigt voortdurend en de gitaren zijn snerpend en gierend. Maar ook de typische Mauro waanzin tiert welig, dit plaatje neigt terug naar de primitieve en onbesuisde chaos van Evil Superstars, en dat was al heel lang geleden.
De combinatie van deze twee legendarische dwarsliggers levert vuurwerk op waarbij de gensters alle kanten tegelijk opspatten. We weten het, Mauro is een man van vele gezichten, maar in deze gedaante hebben we hem het liefst.

Het was zowat 5 jaar geleden dat wij de baardrockers in hetzelfde Vorst Nationaal nog aan het werk zagen. En een beetje jammer, haast niks is er veranderd. De setlist was nog nagenoeg dezelfde, met uitzondering van een drietal nieuwkomers (“I Gotsta Get Paid”, “Flyin’ High” en “Chartreuse”) uit die fameuze,  door Rick Rubin geproduceerde laatste plaat ‘La Futura’. Eigenlijk hadden wij stiekem gehoopt dat ‘La Futura’ een wat meer prominente plaats zou innemen in het hele gebeuren, want het is een verdomd sterk en levendig album. Maar ZZ Top hield er aan om vast te houden bij de klassieke greatest hits opzet waarmee ze nu al meer dan twintig jaar de wereld rond trekken. Als je bij één band de term ‘voorspelbaar’ mag bovenhalen, dan is het ZZ Top wel.

Maar goed, het zijn natuurlijk klasbakken en hun muzikale bagage is nog groter dan hun imposante baarden. Als geen ander wist het trio die zompige sound te produceren, Billy Gibbons gromde nog als de besten en zijn gitaar klonk ook nog altijd lekker smerig. Dusty Hill baste als een jong veulen en mocht met zijn gemene stem ook weer de all-time favorite “Tush” naar zijn hand zetten. De vertrouwde simultane pasjes, ook weer één van die handelsmerken, waren ze heus nog niet verleerd en de eeuwige zonnebrillen zijn waarschijnlijk gewoon op hun hoofd vastgegroeid.
Voor ons klonken de heren nog steeds op hun best wanneer ze zich met volle overgave op de blues stortten, “Jesus Just Left Chicago” en vooral de Muddy Waters cover “Catfish Blues” hadden het brandend vuur van de blues in zich hangen. En met “Foxy Lady” bracht ZZ Top prachtig hulde aan Hendrix, de song barstte uit al zijn voegen en was zonder meer één van de hoogtepunten van de avond. Nog zo eentje, “La Grange”, de vette klassieker uit de oude doos, werd met een overdosis aan rock- en bluesvuur naar hogere kringen getorpedeerd, hoewel drummer Frank Beard op een gegeven moment even niet bij de les was en compleet naast het ritme klopte (’t is ook maar een mens, en bovendien al een jaartje ouder).
Natuurlijk ging Vorst Nationaal uit zijn dak bij “Gimme Al Your Lovin’”, “Legs” (met die leuke witte wollen gitaartjes) en “Sharp Dressed Man”, om een millionseller als ‘Eliminator’ kan men nu eenmaal niet omheen.  Die songs waren stuk voor stuk wereldhits in de jaren tachtig en zorgden toen gelukkig nog voor de nodige portie gemene rock tussen al dat eighties plastiek. Ook in Vorst bleek dat dergelijke tijdloze songs nog niks aan kracht hebben ingeboet en voorzien waren van een hoge kwantum vet alsook van een stel nijdige en vlijmscherpe solo’s van de immer coole en wederom fantastische Billy Gibbons.

Dit was eigenlijk een typische ZZ Top gig, zeer voorspelbaar en half op automatische piloot, maar altijd weer interessant omwille van die zompige southern-sound die doordrongen is van de blues. De fans wisten perfect wat ze mochten verwachten, en dat kregen ze ook.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/zz-top-25-06-2014/
Organisatie: Gracia Live

 

Guy Garvey, de immer sympathieke knuffelbeer die wel eens een pintje lust, was wederom bijzonder goedgemutst. Hij had redenen, in België is Elbow buitengewoon geliefd en kan de fel gekoesterde band niks verkeerd doen, het publiek droeg hen vanavond eens te meer op handen. Garvey’s humeur zal enkele uren later misschien wel wat de dieperik in gekelderd zijn toen Engeland op het WK jammerlijk de boot in ging tegen de Italianen, maar daar hadden de concertgangers geen boodschap aan.

Bij ons heeft Elbow zo ondertussen al een goddelijke status verworven, een beetje zoals Coldplay en Editors, ook twee bands die een tweejaarlijks abonnement hebben in Werchter en daar altijd een op voorhand gewonnen match spelen. Toch even ter verduidelijking, wat betreft die twee laatste groepjes hebben wij al lang het schip verlaten, maar tot Elbow voelen we ons nog altijd aangetrokken omdat de band, ondanks het mega succes, toch nog steeds eigenzinnige plaatjes maakt die nog niet door het grote geld beïnvloed zijn. Zo ook ‘The Take Off And Landing Of Everything’, een integere en gevoelige plaat die niet zomaar direct al zijn geheimen prijsgeeft.

Het is een gave van Elbow om de intimitiet van hun platen te kunnen overdragen naar een mega zaal van dit kaliber, met uitzondering van The National kennen wij niet zo gek veel andere bands die dat met evenveel branie voor mekaar kunnen krijgen. Ook nu lukte het Elbow weer, het was genieten van de innemende pracht van hun bekoorlijke songs die aangekleed werden met heerlijk vloeiende strijkers. Bij andere bands zorgt een strijkensemble nogal dikwijls voor overbodige stroop, maar bij Elbow legde het nog wat meer emotie in de op zich al zeer intieme songs.
Eén gevaar, met al die rustige emotievolle momenten leek Elbow toch een beetje het publiek in een weliswaar comfortabele slaap te sussen. Garvey en de zijnen koesterden de warme ontvangst en brachten een wondermooie en fluweelzachte set met een handvol pareltjes als “The Bones of You”, “The Loneliness Of a Tower Crane Driver” (prachtig, de krop in de keel), “Mirrorball” en “New York Morning”, maar het vuur die eigenlijk pas op het einde kwam mocht van ons toch iets vroeger zijn aangestoken. De zaal kwam immers pas echt op dreef met een uitmuntend “The Birds”, met de opwindende sound van een overheerlijk “Grounds for Divorce” en met een verrukkelijk “Starlings”, drie uitblinkers die het tempo  de hoogte injoegen en voor extra welgekomen animo zorgden. De verplichte nummertjes “Lippy Kids” en “One Day Like This” , met de verwachte interactie van het publiek, wakkerden dat  vuur nog wat meer aan en Elbow had alweer met de vingers in de neus een onsterfelijke live reputatie bevestigd.

Tijd voor enige conclusies :
Eens te meer bleek dat hun meesterwerkje ‘The Seldom Seen Kid’ een plaat is die ze nooit meer zullen overtreffen,  het waren alweer de sterkhouders van dat album die de hechte lijm vormden voor deze behaaglijke live set.
Guy Garvey is op zich een perfecte entertainer en een wonderlijke zanger. Zijn bandleden speelden onfeilbaar, maar het was wederom Garvey die als geen ander het publiek volledig wist in te palmen, en dat heeft hij voor een groot deel te danken aan zijn wondermooie, bijzonder warme en heldere stem.
Hoe mooi, hartelijk en innig een Elbow concert ook mag zijn, het wordt op de duur toch een beetje doorzichtig.  Om maar te zeggen, wij hebben hier van begin tot eind van genoten maar zitten niet echt te popelen om er de volgende keer terug bij te zijn, want verrassend kan je Elbow al lang niet meer noemen, voorspelbaar wel. Maar goed, voorspelde klasse blijft nog altijd klasse, natuurlijk.

Organisatie: Live Nation

zaterdag 14 juni 2014 01:00

Pond - Geniale psychedelische waanzin

Het Australische Pond is de band van zanger/gitarist Nick Allbrook, die samen met drummer Jay Watson ook deel uitmaakt van de tourband van Tame Impala. Qua sound mag je het ook wel in dezelfde richting gaan zoeken maar Pond is duidelijk nog een graadje onstuimiger, uitzinniger en intenser.

Met Pond lijkt halve gek en podiumbeest Allbrook al zijn duivels te kunnen ontbinden, het ontketende kereltje begeeft zich meermaals in het publiek, laat zich er gewillig over de grond rollen of gaat zonder problemen een rondje skydiven met gitaar en al. Samen met een bijzonder strakke en wilde band zorgt dit voor een zinderend en stormachtig concertje waar wij helemaal ondersteboven van zijn.
De driftige psychedelische rock stroomt voorbij in een onrustig beekje waar voortdurend vervaarlijke rotsblokken in neervallen. De onbesuisde energie en stootkracht van Pond gaan richting Thee Oh Sees, de geflipte sound neigt naar King Crimson en Pink Floyd (Syd Barret periode) maar dan met ontspoorde Black Sabbath gitaren en de furie heeft veel van weg van de ook al compleet geschifte Flaming Lips.
Pond serveert ons een stel dolgedraaide songs die diverse richtingen uitgaan, songs die eerst sidderen om dan te gaan ontploffen (“Whatever happened to the Million Head Collide”), die wild om zich heen rocken (“Xanman”) of die kostelijk uit de bocht gaan (afsluiter “Midnight Mass” waarin Pink Floyd, Sonic Youth en Flaming Lips in een bad LSD ondergedompeld worden).

Dit is een uurtje van de meest sprankelende en geflipte waanzin die we de laatste tijd al mogen beleven hebben. Een uitverkochte en uitgelaten AB Club is hier getuige van een sensationele live trip, genaamd Pond. Deze jongens willen wij hier de volgende keer in de grote zaal zien, ze breken het kot af.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Graham Parker & The Rumour - Geen greintje aan klasse ingeboet

Na maar liefst 35 jaar heeft Graham Parker zijn ouwe makkers van The Rumour nog eens bijeengeroepen, in 2012 kwam daar een nieuwe plaat ‘Three Chords Good’ van plus een tournee in eigen land. Op het Europese vasteland moesten we wachten tot in 2014 om deze krasse knarren over de vloer te krijgen. De AB, met voor de gelegenheid allemaal zitplaatsen, bleek de uitgelezen locatie.

De nieuwe plaat ‘Three Chords Good’ was -hoewel heus niet slecht- niet de reden waarom een resem kloeke veertigers en vijftigers naar de AB waren getrokken. Parker beperkte zich tot een viertal songs daaruit, met als uitschieters een rockend “Coathangers” en een in een reggae sausje gedropt “Snake Oil Capital of the world”.
Wat alleman zich natuurlijk wel afvroeg was hoe die all-time klassiekers uit de jaren zeventig nog voor de dag zouden komen. Algauw werd iedereen gerustgesteld, want Graham Parker and The Rumour waren nog even potent als weleer, en na een veel te lange pauze van 35 jaar was het te merken dat de heren er enorm veel plezier aan beleefden om nog eens samen loos te kunnen gaan. Hun fysieke gezapige leeftijd konden ze niet verbergen, maar hun herboren jeugdig enthousiasme zorgde samen met een aanzienlijke muzikale bagage voor een excellente en fonkelende set.
Er werd, tot groot genoegen van de fans, rijkelijk geput uit hun twee beste platen, ‘Howlin’ Wind’ uit 1976 en ‘Squeezing Out Sparks” uit 1979.
In een kleine twee uurtjes passeerde werkelijk alles wat Graham Parker en The Rumour zo uniek maakte, de heerlijke witte soul van “White Honey” en “Howlin’ Wind”, de minzame pracht van “You Can’t Be Too Strong” en “Watch The Moon Come Down”, de lekker stomende rock’n’roll van “Soul Shoes”, de fifties swing van “Lady Doctor”, de furieuze rock van “Discovering Japan” en de fijne naar Costello neigende betere pop van “Local Girls” en “Nobody Hurts You”.
Met uitzondering van het uiterst genietbare halve hitje uit de jaren tachtig “Get started, Start A Fire” kregen we hier louter songs die Graham Parker samen met The Rumour heeft ingeblikt, inclusief een gloednieuw en bijzonder aardig “Flying To London” die hij aankondigde als ‘a song from an album that doesn’t even exist’.  
Een attente en vaak amusante Parker was nog steeds gezegend met die soulvolle stem en ook The Rumour klonk nog even viriel, de fraaie band musiceerde met evenveel kunde als bezieling. Hier stonden een bende oudjes op het podium die er echt goesting in hadden, en die geestdrift werd probleemloos overgezet naar een dankbaar en enthousiast publiek.
Het onverwoestbare “Don’t Ask Me Questions” werd tot helemaal op het einde opgespaard en deed als verwacht iedereen uit zijn stoel opveren. Omdat het publiek er maar niet genoeg kon van krijgen werd er tot slot nog een heftige portie onvervalste rock’n’roll doorgejaagd met een lekker gedreven “Soul Shoes”.

Dit was nog een keertje één van die reünies waar het spelplezier het duidelijk haalde van het winstbejag. Het zou ons trouwens sterk verwonderen of deze fijne heren vette winsten hebben opgestreken met hun muziek, want zoals zo vaak is kwaliteit geen garantie voor miljoenenverkoop. Bij Graham Parker &The Rumour, die altijd op handen werden gedragen door critici en door de betere muziekliefhebbers maar niet door de grote massa, is dat zeker het geval.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Wij dachten altijd dat dit het nevenprojectje was van Stephen McBean, maar ‘Get Back’ is inmiddels het vierde album van Pink Mountaintops, terwijl hij er met Black Mountain nog maar drie uit zijn stoner-mouw heeft geschud, dus wat is nu eigenlijk het nevenproject ?

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit, als hij op deze manier muziek blijft maken zit het goed. Terwijl McBean met Black Mountain eerder de stoner richting uit gaat, zitten The Pink Mountaintops wat meer in indie-rock land, en met de sterke nieuwe plaat ‘Get Back’ hebben ze daar ook nog een krautrock sausje over gegoten.
De keyboards die toch wel duidelijk aanwezig zijn op ‘Get Back’ hebben het niet gehaald tot op het podium, het krautrock sausje lag er deze keer dus niet zo dik op. De songs van ‘Get Back’ kregen een eerder back to basics benadering, maar dat kleedje paste hen wel. Bij “Trough All the Worry” gingen Pink Mountaintops wat aanleunen bij  Neil Young & Crazy Horse, elders hing er dan wel een eighties geurtje in de lucht. Wij onthouden toch vooral bruisende versies van de sterkhouders van die nieuwe plaat, songs als “The Second Summer of Love”, “Ambulance City” en “The Last Dance”.

Met Pink Mountaintops heeft McBean  een kloeke band rond zich verzameld die hier een aardige pot indie-rock stond te spelen. Niet zomaar een zijsprongetje dus. Wij kijken toch al graag uit naar McBean’s volgende passage in onze contreien, en dan met met Black Mountain, waar hij de stoner knop van zijn gitaar volledig kan opendraaien.
Maar met Pink Mountaintops heeft hij ons ook al bijzonder tevreden gesteld.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pink-mountaintops-06-06-2014/

Organisatie: Democrazy, Gent

Spectrum en Wooden Shjips - Krautrock en psychedelica zweven driftig over Magasin 4
Spectrum en Wooden Shjips
Magasin 4
Brussel

Spectrum is nog steeds de band waarmee Pete ‘Sonic Boom’ Kember zijn dagen na Spacemen 3 slijt. De hoogdagen van de legendarische cultgroep Spacemen 3 liggen al jaren achter ons, maar Sonic Boom is met Spectrum trouw gebleven aan dat typische verzwelgende psychedelische shoegaze geluid die zich manifesteert in bijzonder lange songs die steeds dieper in de geest binnendringen. Nogal wat Spacemen 3 adepten zijn speciaal voor Sonic Boom naar hier gevlogen en krijgen waar ze voor gekomen zijn, een laag broeiend, zweverig en sonisch geraas waarmee ze in uiterste vervoering geraken. Sonic Boom kan het nog.

Wooden Shjips uit San Francisco heeft inmiddels al drie indrukwekkende platen gemaakt, maar de band is er niet mee uit de undergound geraakt. Maar goed ook, laat dergelijke bands maar ver van de mainstream op ontdekking gaan, er komen steeds bijzondere creaties van. Wooden Shjips heeft The Velvet Underground, Suicide, Crazy Horse en The Doors in een krautrock bad ondergedompeld en is uitgekomen bij een verslavende sound met psychedelische trekjes, repetitieve ritmes en heerlijke gitaaruithalen. Het is net die sound die live zo overrompelend werkt, althans voor zij die hierin enthousiast willen meegaan.
Op het podium van het donkere luizige kot Magasin 4, een concertzaaltje die een onvervalste punkspirit uitademt, heeft de muziek van Wooden Shjips een verslavende kracht. Hoe meer de songs op hun repetitieve ritmes blijven verder borduren, hoe meer wij er in vervlochten geraken.
Ze slorpen ons als het ware op en brengen ons in een soort van roes die in andere gevallen alleen maar door een hoop geestverruimende middelen kan bewerkstelligd worden. Wooden Shjips als legale en gezonde drug, zeg maar.
De kunst zit hem vooral in het verkrijgen van een zinderende sound via subtiele in fuzz verdronken gitaarpartijen, sluimerende orgeltunes en niet opdringerige vocals die zich Alan Vega-gewijs als een verdwaalde geest doorheen de songs wroeten. Zich volledig laten meevoeren in deze meeslepende trip is de boodschap, en dat doen wij dan ook graag.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/spectrum-05-06-20014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/wooden-ships-05-06-2014/

Organisatie: Heartbreaktunes + Magasin 4, Brussel

 

donderdag 29 mei 2014 01:00

More Than Any Other Day

Een debuterende band uit het Canadese Montreal, soms tegendraads, altijd fris, origineel en fijnzinnig.
Ought heeft zijn oren goed te luisteren gelegd bij Television, Talking Heads, Sonic Youth, Clap Your Hands Say Yeah, Velvet Underground en Violent Femmes. Invloeden om van te smullen, en hetgeen ze er uit gedestilleerd hebben is van zeer fijne makelij. Noem het indie, noem het post-punk, maakt niet uit, het is boeiend en er bruist wel degelijk iets. De band weet de diverse invloeden om te zetten in een knappe eigen sound en in een set driftige songs die stuk voor stuk overtuigen, 8 pareltjes met scherpe randjes, hitsige gitaren en verdwaalde violen die in een VU modus gestemd zijn.
Sterk debuut.

donderdag 29 mei 2014 01:00

Tribal

Imelda May is een bekoorlijke Ierse dame met een heerlijk swingende stem en bruisende retro songs. Ze heeft de looks en de sound gehaald bij the fifties, bij Billie Holiday en bij The Stray Cats. Ze ademt rock’n’roll en refereert naar een tijd waar vetkuiven, pink cadillacs, leather jackets, tijgervelletjes en bolletjesjurken furore maakten. ‘Tribal’ is haar derde album waarop ze de avontuurlijke weg naar de fifties en sixties naarstig verder bewandelt.
Op haar meest zwoele momenten zorgt ze voor een stel sensuele ballads (“Gypsy in me”, “Little Pixie” en “Wicked Way”) die hunkeren naar een bruine jazzkroeg en waarin haar vocale talenten naar hartstochtelijke hoogtes reiken.
Tijdens haar meest vurige furies bedrijft ze stomende junglerock (“Tribal”), ophitsende  rock’n’roll (“Wild Woman”, “Round the Bend”) en vette rockabilly (“Five Good Men”, “I wanna dance” en “Right Amount of wrong”).
‘Tribal’ is een geslaagde kruisbestuiving tussen Chuck E. Weiss, The Stray Cats en Kitty, Daisy & Lewis. In een tijd waarin 100% uit fake plastic opgetrokken r&b geiten als Beyoncé, Rihanna, Miley Cyrus en Mariah Carey de hitlijsten aanvoeren, doet het deugd om nog eens een dame met pit tegen te komen die ettelijke liters rock’n’roll door haar bloed heeft stromen
.

Pagina 50 van 111