logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_03
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Met de ronkende debuutplaat ’Snapshot’ hadden we het al door, dit groepje gaat potten breken. Ook bij hun doortocht in de bombastbunker Vorst Nationaal, als support act van de tot goddelijke proporties verheven Arctic Monkeys, werd ons vermoeden bevestigd. Ware het niet dat de klankman in Vorst Nationaal altijd maar komt opdagen als de hoofdact begint, The Strypes zouden toen al Arctic Monkeys overklast hebben. Wij dachten in Vorst al luidop “Dit moet vonken geven in een kleine clubzaal”. En zie, gisteren gaven ze van jetje in de Bota, vandaag in de Grand Mix. Ons vermoeden is met glans bevestigd, twee dagen aan een stuk droop de rock’n’roll van de muren.

Nochtans zaten de jonge lefgozers nog niet eens in de luiers toen hun grote voorbeelden Chuck Berry, The Yardbirds, jonge Stones en Dr. Feelgood furore maakten met wilde en rebelse rock’n’roll. Ze zijn zelf opgegroeid met Arctic Monkeys en Black Keys maar de kwajongens hebben spelenderwijs wat gesnuisterd in opa’s platen en hebben daar stiekem papa’s albums van The Clash, The Sex Pistols en The Ramones in vermengd. Daaruit hebben ze dan een eigen gloeiende sound gepuurd, ouderwetse rock’n’roll die gebracht wordt met de bevlogenheid van de eerste twee platen van Arctic Monkeys.

Vanavond speelden The Strypes niet alleen rock’n’roll in zijn puurste vorm, ze waren het ook. Ze hadden de looks, de présence en de attitude. In combinatie met een geut onvermijdelijke Britse arrogantie was dat meer dan voldoende om de Grand Mix danig op te jutten.
Aan een verschroeiend tempo, en met een guitige punk injectie in het achterwerk, raasden ze doorheen hun volledige debuutplaat en vulden ze aan met een resem felle covers. Een gejaagde versie van “Concrete Jungle” (The Specials) was als aangename verrassing in de setlist gekropen, en het zangertje had voor de gelegenheid ook wat van die robotachtige ska danspasjes overgenomen . Een bruisend “Got love if you want it” (een old time classic) was een gutsend kookpotje waarin de bassist en full time Roger Daltrey lookalike (de jonge Daltrey wel te verstaan) compleet uit de bol ging en zijn moment van glorie beleefde met een zinderende mondharmonica partij. Ook de Nick Lowe klassieker “Heart of The City” ramde met de energie van een hondsdolle bizon op ons af. En om de alom aanwezige punkinvloeden extra in de verf te zetten mocht op het einde “Rockaway Beach” van The Ramones mee in de vuurlinie. Zo werden ouwe en minder ouwe rockers door deze vinnige lefgozertjes nieuw leven ingeblazen. Hoewel ze al eindeloos veel gecoverd zijn (o.a. “Louie Louie” was ook weer van de partij), nog maar zelden werden die songs met zoveel pit en intensiteit vertolkt als hier.

Maar denk nu niet dat The Strypes het alleen moesten hebben van een stel met peper overgoten covers, de vlegels hebben zelf ook al een pak kordate songs uit hun pen geschud en deze werden er met lef, passie en vuur uitgestampt. We werden duchtig de pas afgesneden door uiterst felle punk’n’rollers als “Perfect Storm”, “Mystery Man”, “Hometown Girls” en “Blue Collar Jane”, allemaal even gehaast en opwindend.  “Angel Eyes”, die als trage van de avond moest doorgaan, was de blues voorzien van een adrenalinespuit, Muddy Waters met Johnny Thunders & The Heartbreakers als begeleidingsband. 

Er staat nog maar één album op The Strypes hun teller en nu is daar ook nog een 4 track ep-tje (‘4 Track Mind’) bijgekomen. En toch raasden The Strypes anderhalf uur door waarin ze haast zonder stoppen (de pauze tussen de songs schatten we telkens op niet meer dan een kwartseconde) 23 songs door de full speed motor draaiden. Zei daar iemand Ramones ? (Alhoewel, die vlamden er een kloeke 50 songs door in die tijdspanne).

Dit was rock’n’roll in zijn meeste bloedstollende vorm.

Als ik naar Rock Werchter zou gaan op vrijdag 4 juli, dan zou ik wel weten waar ik moet staan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-strypes-23-04-2014/
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Het verheugt ons enorm om te mogen vaststellen dat de vuile garagerock helemaal terug is. Een band als The Wytches haalt zijn smerige tonen bij The Cramps, The Gun Club en The White Stripes en voegt daar een gulp scheurende Nirvana gitaren aan toe. In de Bota resulteerde dit in een extreem vettig potje garage-venijn waarbij de rock’n’roll in vette lagen van de randen afdroop.
Het bandje heeft nog niet eens een plaat uit maar staat bij ons nu al genoteerd als één van de revelaties van het jaar, samen met The Amazing Snakeheads, ook zo’n gore bende garagerockers die u best eens gaat checken tijdens Les Nuits Bota.

De nieuwe plaat van Blood Red Shoes is er alweer eentje om van te smullen. Het vurige duo heeft resoluut terug voor het vertrouwde geluid gekozen, wat zich heeft vertaald in een stel compacte en hitsige rocksongs. De plaat wordt misschien een klein beetje ontsierd door een enkele missertjes, maar deze werden wijselijk uit de setlist geweerd waardoor we een lekker stomend optreden kregen met nauwelijks tijd voor enige rustpuntjes.

De rauwe brok instrumentale garage rock van amper twee minuutjes “Welcome Home”, waarmee ook de nieuwe plaat inzet, was een binnenkomer van formaat. Het tempo zat direct op kruissnelheid en de zaal ging al meteen uit de bol op “I wish I was someone better” , “Don’t ask”, “Speech Coma” en “Everything all at once”. Ondanks een knoert van een kater bij Laura Mary Carter, ging het fervente duo aan een rotvaart door. Een drummer zo bedrijvig als Steven Ansell  hadden we ook nog maar zelden meegemaakt, de dynamiek die uit die kerel stroomde werd binnen de kortste keren naar de zaal overgezet en de Orangerie kookte meermaals over.
Blood Red Shoes bedankte het uitzinnige publiek met onder meer een schitterend “Cigarettes in the dark”, een nieuwe song met laat ons zeggen iets meer diepgang dan zijn spitse en hitsige broertjes en zusjes. Zo een heethoofdig broertje was bijvoorbeeld “An Animal”, een wel zeer aanstekelijk beestje die het kot op stelten zette, net als de klassieker “Light it up” en een onbesuisd “Colours Fade” waarbij Carter haar gitaar door de geluidsmuur loodste.
In de bisronde werd nog een tandje bij gestoken met een strak “The Perfect Mess”, een heavy “Red River” en de heetgebakerde ultieme punk-kopstoot “Je me Perds”.

Een fel concertje van een hevig duo.
Op 17 juli kan u Blood Red Shoes nog eens van jetje zien geven op het Dour Festival.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-wythches-18-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/blood-red-shoes-18-04-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel

dinsdag 15 april 2014 01:00

Howler - Een gezond rommelpotje

Als sluitstuk van hun Europese tournee kwam Howler nog snel eens langs in Trix. Door de magere belangstelling was het concertje van Trix Club naar Trix Bar verhuisd en dan nog was het zaaltje maar half gevuld. Onbegrijpelijk voor een band die, zeker nu ook hun tweede plaat ‘Word of Joy’ uit is, toch met redelijk wat lof overladen wordt in de internationale pers.
Kon het hen wat schelen, het viertal maakte er een begeesterd rommelpotje van, een beetje zoals The Libertines (of Babyshambles als u wil). Ongedwongen, en met een air van ’t steekt allemaal zo nauw niet, raasden ze door hun spitse songs die allemaal een bedrijvige punky behandeling mee kregen. Wij hoorden flarden Replacements, Strokes en Ramones, en dan zijn we altijd volop met onze gedachten bij de les. Howler is een groepje naar ons hart. Het mocht vooruit gaan, niemand keek om naar een valse noot hier of daar en de songs werkten bijzonder aanstekelijk.  Na amper 40 minuutjes was het al afgelopen, meer moet dat ook niet zijn bij dit soort groepjes.

Daarvoor hadden wij The Herfsts aan het werk gezien, een groepje die 13 richtingen uit wou gaan maar nergens aankwam. Een zevenkoppige band (veel volk, weinig talent) met maar liefst twee keyboardspelers in de rangen, waarvan er eentje met diarreeklachten leek te kampen telkens als hij aan het zingen sloeg en de ander gans de tijd met een playstation bakje stond te spelen. We zagen ook drie gitaristen die elkaar constant in de weg liepen, maar we hoorden geen enkele deftige riff.  Als u de naam The Herfts ooit ergens op een affiche tegenkomt, gelieve dan zo snel terug naar de toog te rennen.

We kregen na Howler zowaar nog een aftershow van Teen Creeps, dit weliswaar maar voor drie man een paardenkop, maar het hitsige trio deed het best aardig met een handvol niet bepaald originele, maar wel potige punkrockertjes uit de Hüsker Dü school.

Organisatie: Trix, Antwerpen

donderdag 10 april 2014 01:00

Wasted Years

Keith Morris is als eerste zanger van Black Flag en oprichter van Circle Jerks één van de pioniers van de Amerikaanse hardcore punk-scene. Op vandaag is die kerel springlevend en loopt hij over van de adrenaline, als geen ander klinkt Morris op de nieuwe van OFF!  boos, razend, urgent en explosief.
De hardcore veteranen van Off! hadden elkaar al gevonden in 2010 met hun gelijknamige ‘debuutplaat’, een collectie splinterbommen die stuk voor stuk dwars in ons gezicht ontploften. Nu rammen ze gewoon naarstig op hetzelfde elan door. Naar goede ouwe hardcore gewoonte vliegen er ons 16 vlammende lappen hardcore punk van één tot twee minuten om de oren. ‘Wasted Years’ is een onstuimige lap stootkracht van amper 23 radicale minuutjes, energieker en vitaler dan dit lijkt ons onmogelijk.  Wij kunnen ons geen enkele hedendaagse band voor de geest halen die het genre met zoveel ‘grinta’ bedrijft als deze oudjes, dit is the real thing.
Op 11 oktober komen ze hun bloedstollende hardcore in uw gezicht rammen in de AB Club. De zaal zal er trouwens  worden opgehitst door de jonge punkhonden van Cerebral Ballzy, een stelletje ongeregeld die in dezelfde ongedwongen hardcore geest de boel al op voorhand aan flarden zal rijten.  Allen daarheen, zouden wij zo zeggen,  en zet uw helm op !
Oh, ja, nog dit, het hoesje is wederom een knap staaltje streetpunk-art. Kopen, die handel !


De zaal werd opgewarmd door Syd Arthur uit Canterbury, en om verwarring te vermijden, dit is wel degelijk een groepsnaam.  Met zo een naam (wij durven er gerust een joint of drie op verwedden dat de groepsnaam veel te maken heeft met een adoratie voor opper weirdo Syd Barrett) en afkomst kon het haast niet anders dan dat er een kloeke folk-rock invloed in het geluid moest binnendringen. In combinatie met een vlucht psychedelica, een gezonde scheut prog-rock en zelfs wat Zappateske jazzrock bracht dat een fraai geluid en dito songs teweeg.  Een klein half uurtje volstond om ons te overtuigen. Ook de voortreffelijke debuutplaat  ‘On and On’ is de moeite waard, tenminste als retro geen vies woord is voor u.

Jonathan Wilson is met zijn 40 lentes een kind van de jaren zeventig, ook zijn muziek lijkt te zijn geboren in die periode.  Wilson grijpt met zijn songs terug naar de grote namen van de traditionele Amerikaanse muziek als Neil Young, Jackson Browne, Steely Dan, Bob Dylan en Little Feat. De man heeft er al een rijkelijk verleden op zitten als studio- en sessiemuzikant maar heeft zelf nog maar drie platen op zijn palmares. Zijn laatste ‘Fanfare’ bracht hem en zijn schitterende band naar de AB Box.
Op de heerlijk vloeiende soft-rock van ‘Fanfare’ komen er nog wat strijkers en sax aan te pas om het mooie weer te maken. Deze had Wilson op het podium achterwege gelaten wat uitmondde in een rootsy aanpak waarin zijn gitaar een prominente rol kreeg. Hij bleek dan ook een uitmuntend gitarist te zijn wat zich liet uiten in vaak lange songs met adembenemende solo’s, zo was een werkelijk fenomenaal “Dear Friend” om duimen en vingers bij af te likken. Ook “Valley of the Silver Moon”, een meesterwerk die hij opspaarde tot op het einde, was meer dan tien verrukkelijke minuten kippenvel.
De excellente soft-rock van de plaat evolueerde dus naar een vorm van bedrijvige classic-rock gebouwd op traditionele songs die gemaakt waren naar het oeroude Amerikaanse concept, een aanpak waarin Wilson zeer bedreven leek.
De uiterst getalenteerde songwriter bleek ook nog te beschikken over een glasheldere stem waarmee hij zijn innemende songs nog een stuk intenser deed klinken, in combinatie met diens wervelend gitaarwerk en een geweldige groep achter zich zorgde dit voor een wonderlijk concert.
De man zat er ook niet om verlegen om zijn broeiende songs in te leiden met innig smeulende intro’s, een prachtsong als “Desert Raven” pakte ons alvast van de eerste seconden bij het nekvel. Wilson’s  adembenemende gitaarstijl laveerde tussen die van David Gilmour (het uiterst knappe “Lovestrong” was een wel heel vette knipoog naar Pink Floyd), Neil Young  (“Illumination”) en zelfs Frank Zappa. Hij beroerde zijn instrument met de passie en klasse van de grote voorbeelden en liet bijna twee uur lang een warme gloed door de AB Box vloeien.

Dit was overheerlijke ouwerwetse muziek die lak had aan allerlei trends en hypes die morgen toch alweer de deur uit zijn. Was deze moderne hippie twintig jaar eerder geboren (dertig kan ook) dan stond hij nu zij aan zij met de eerder vermelde grootheden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jonathan-wilson-06-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/syd-arthur-06-04-2014/
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

zaterdag 05 april 2014 01:00

Mogwai - Vijf sterren post-rock

Op de nieuwe plaat ‘Rave Tapes’ is voorzichtig wat elektronica binnengeslopen, maar van een echte stijlbreuk kunnen we nu ook niet echt spreken. Mogwai is een band die hoogstens wat evolueert binnen het post-rock genre en die gelukkig trouw blijft aan de waarden en de intense sound die hen kenmerkt, een geluid die ze met de klassieker ‘Young Team’ op de wereldkaart hebben gezet en sindsdien in een resem van indrukwekkende platen verder hebben uitgebouwd. Hun set in de l’Aéronef is niets minder dan een wonderlijke samenvatting van hun rijkelijke repertoire, met uiterst gevoelige episodes afgewisseld met geniale uitbarstingen en een paar elektronische uitstapjes.

In het begin van de avond is het vooral genieten van de innemende, rustige en subtiele Mogwai met onder meer de heerlijke mijmeringen “Heard about you last night”, “I’m Jim Morrison, I’m dead” “Take me somewhere nice” en het verrassende  oudje “Ex Cowboy”.
Later gaan onherroepelijk de geluidsmuren open, voor een eerste keer in “Mexican Grand Prix” en “How to be a werewolf”, twee kleppers uit die vorige plaat ‘Hardcore will never die, but you will’. Als de decibels naar omhoog gaan blijft de subtiliteit echter steeds aanwezig. Dat is wat Mogwai zo schitterend maakt, de groep kan achtereenvolgens heel verstild en snoeihard te keer gaan, maar steeds blijven ze loepzuiver verder musiceren en raken ze ons tot ver in de onderbuik. Zo wordt van het innemende intense pareltje “Friend of the Night” vlotjes overgeschakeld naar de verschroeiende brok hemels lawaai “Rano Pano”, een gerichte aanval op de trommelvliezen waarbij zowel de distortion- als de volumeknop volledig worden opengedraaid.
Vocale partijen zijn we niet gewoon bij Mogwai, maar de prachtige uitvoering die kippenvelsong “Cody” hier meekrijgt doet ons half verdoofd in de atmosfeer zweven. Dit bloedmooie rustpunt blijkt een verstilde voorbode te zijn voor een verschroeiende apocalyptisch finale die we enkel en alleen maar van een Mogwai in supervorm mogen verwachten.  Loeihard baant het Schotse gezelschap zich een weg doorheen een magistraal “We’re No Here” als afsluiter van de reguliere set. Dan is het onder luid applaus alleen maar afwachten op een zinderend vervolg.
De bisronde wordt ritmisch ingezet met het fijne “Deesh” uit die fantastische nieuwe plaat ‘Rave Tapes’ en daarna worden alle registers opengetrokken met een duo machtige klassiekers om U tegen te zeggen.  Vooreerst worden we nog volledig bedwelmd door een niet stuk te krijgen majestueus “Hunted By a Freak”. Daarna volgt natuurlijk het moment suprême van elke Mogwai set, de apocalyps, het muzikale orgasme, een uit al zijn poriën openbarstend “Mogwai Fear Satan”. Mogwai laat de bloedstollende song eerst in alle hevigheid ontluiken en vervolgens geleidelijk in fluwelen gitaren uitglijden, om die dan met een genadeloze oerknal terug open te rijten. Het is een extatisch moment van haast een kwartier waarbij de l’Aéronef in een hartstochtelijke staat van trance verkeert. Als de wereld dan toch moet vergaan, dan mag het van ons gerust op de tonen van “Mogwai Fear Satan” zijn.

Ze hebben ondertussen al een onaanzienlijke hoop volgelingen in het genre, maar vandaag lijkt eens te meer bewezen dat Mogwai nog steeds de terechte koningen van de post-rock zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mogwai-03-04-2014/
Organisatie: Aéronef, Lille

 

donderdag 03 april 2014 01:00

Eagulls - Furieuze post-punk op de dokken

Toch eigenaardig dat de programmators van de Botanique of AB niet tijdig bij de les waren om deze nieuwe hype te strikken. De potige debuutplaat van Eagulls werd namelijk op lovende recensies onthaald bij de betere pers (Pitchfork, Uncut, All Music, NME, Musiczine,…) , de band heeft er al een tournee opzitten als support act van onder meer Franz Ferdinand en kwam als één van de revelaties terug van het gegeerde SXSW showcase festival in Austin, Texas.  De eer bij ons was echter aan het bescheiden Subbacultcha om met deze nieuwste Britse post-punk revelatie uit te pakken.

We troffen Eagulls dan ook niet aan in een hippe club, maar wel ergens aan de ouwe Gentse dokken in een afgedankte loods die met behulp van enkele zwarte doeken en wat provisoir timmerwerk was omgebouwd tot een geïmproviseerde concertzaal, met een podium (nou ja, podium) van zowat twintig centimeter hoogte (hadden ze er Prince opgezet, hij kwam nog maar tot aan uw broeksriem). Beetje grappig ook dat zanger George Mitchell het publiek feliciteerde met ‘this brand new venue’, de man had zich waarschijnlijk wel iets anders voorgesteld bij een splinternieuwe concertzaal.
Eigenlijk was dit een ideale locatie voor de gruizige post-punk van Eagulls. De jongens joegen in veertig verschroeiende minuutjes,  met de rookmachine op de maximumstand,  een portie venijnige songs door dat luizige kot. De gitaren gingen hard, snedig en liepen over van reverb en distortion. De furieuze songs klonken als overstuurde lappen Joy Divison met een guitige scheut Killing Joke en een striemende streep A Place To Bury Strangers. Hoogtepunten waren de driftige tracks “Nerve Endings”, “Footsteps”, “Hollow Visions”, “Amber Veins” en “Possessed”, allemaal hevige uppercuts en instant post-punk classics als je ‘t ons vraagt.
Misschien moesten we hen als detailkritiek wat gebrek aan variatie verwijten, maar met een tomeloze energie en een frontale geldingsdrang klonk Eagulls in Gent uiterst overtuigend en was de hype gerechtvaardigd.

Net daarvoor hadden Ping Pong Tactics met hun gretig ontspoorde rammel-indierock al voor enig vermaak gezorgd.  Ze zweefden ergens tussen de ook al niet bepaald toonvaste Sebadoh en Mc Lusky in. De zang was bij momenten verschrikkelijk vals, maar het geheel kon ons toch bekoren als een sympathiek zootje rommel waarbij een stel puike songs achter de gitaarherrie verscholen zaten.
Het mocht ons dan ook niet verwonderen dat dit trio uitgekozen werd door niemand minder dan Mauro voor De Nieuwe Lichting van Stu Bru. Mauro heeft het niet zo voor gestroomlijnde rock.

Organisatie: Subbacultcha

woensdag 02 april 2014 01:00

Temples – Bruisende psych-pop

Temples is de zoveelste opkomende naam in de nieuwe lichting psychedelische retro rockbandjes. De heren springen er wel degelijk bovenuit omdat ze niet alleen aan een retro sound gewerkt hebben, maar daarbij niet vergeten zijn er een portie sterke en prompte songs aan toe te voegen die met beide voeten stevig in het heden staan. Bij een verwant groepje als Tame Impala raakt de song wel eens zoek in een poel van retro geluiden, iets waar men zich bij Temples niet heeft aan laten vangen.
Temples brouwt overwegend opgewekte songs met hitpotentie, maar ook met klauwen. Verantwoordelijk hiervoor is vocalist/gitarist en bovendien ook nog eens producer James Bagshaw, een frontman die, totaal in de geest van zijn muziek, voorzien is van een imposante haardos waar een kloeke kerkuil zijn hele huishouden in kwijt zou kunnen. Al snel is duidelijk dat Bagshaw de drijvende kracht is achter Temples, de songschrijver die de lijnen uitzet en zijn overigens helder spelende bandleden vooruit stuurt.

De indrukwekkende debuutplaat ‘Sun Structures’ die in februari is verschenen, is de reden waarom de Orangerie zo goed als volgelopen is. De plaat wordt hier met klasse, frisheid en een geweldige flow aan het Belgische publiek voorgesteld. De sound en songs lijken te zijn ontstaan aan de zonnige Californische westkust, waar bijvoorbeeld ook gasten als The Allah La’s hun voelsprieten hebben uitgezet, maar Temples hebben er een typische Britse vibe aan toegevoegd, en dat houdt het spannend.
De frisse retro gitaartjes laten zich nog voorzichtig gelden in openers “Colours To Life” en “Prisms”, maar met de broeiende en dreigende hoogtepunten “Sun Structures” en “A Question isn’t answered” wordt er al meteen met scherp geschoten, Temples is hier op dreef als een zonnige versie van The Black Angels die ontdaan zijn van al hun demonen.
Een onbevangen orgeltje is mee bepalend voor de verfrissende sound, in het levendige “Mesmerise” en het kloeke b-kantje “Ankh” is dat dingetje zo nadrukkelijk aanwezig dat we er spontaan vrolijk van worden.
Om het niet te luchtig te houden, haalt James Bagshaw geregeld nog het nodige venijn uit zijn gitaar en zo geeft hij een  bezwerende tint aan een bruisend “Sand Dance”, wat helaas ook al het einde inluidt van dit voortreffelijke concertje. Na amper een uur zet Temples er een punt achter met als ultieme bis de montere klepper “Shelter Song” , een hit als je ’t ons vraagt.

De hype is nog maar eens gerechtvaardigd, Temples is een bruisend retro bandje met kilo’s potentieel, bedrijvige songs en een uiterst kwieke live sound.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/temples-31-03-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel

Horisont – Scorpion Child
Ancienne Belgique (Club)
Brussel

Het nakende zomeruur verplichte ons de klok een uur vooruit te draaien, maar wij hebben die van ons koppig 40 jaar teruggedraaid, naar de hoogdagen van Black Sabbath, Deep Purple en Led Zeppelin.
We mochten ons verheugen op een avondje pure onversneden old-school hard-rock en hebben er met volle teugen van genoten.

Het Zweedse langharig tuig van Horisont mag dan al een vrij jonge band zijn, hun sound is dat hoegenaamd niet. Die grijpt eerder schaamteloos terug naar de seventies prog rock van Uriah Heep en hardere Jethro Tull in combinatie met prille Judas Priest en Iron Maiden.  Zanger Axel Soderberg (t-shirtje van Bob Seger en jeans vestje met zo een ouderwets plakkaat van Status Quo op de rug genaaid, waar heeft u dat het laatst nog gezien?) klimt vaak erg hoog en een duo leadgitaristen is niet zuinig met een arsenaal aan flitsende solo’s. Natuurlijk klinkt het allemaal wel wat cliché, kan ook niet anders, maar die gasten zijn er wel erg bedreven in en hebben bovendien een pak vlijmscherpe songs in de aanbieding.

Scorpion Child is ook zo een band die flirt met het kitscherige van de 70’s hardrock en ergens balanceert op de grens tussen gimmick en ernst, maar in iets mindere mate dan pakweg Airbourne en The Darkness, bands waarbij men zich luidop mag afvragen of het om een grap gaat of niet.
Het gimmick gehalte wordt bij het Texaanse Scorpion Child namelijk fel aangedikt door frontman Aryn Jonathan Black die de aandacht het ganse optreden door naar zich toezuigt.  Het is een charismatische entertainer die met zijn bijna karikaturaal rock’n’roll imago ons een beetje doet denken aan acteur, komediant en fulltime seks-symbool  Russell Brand, u weet wel, de flamboyante acteur die vooral befaamd is omwille van zijn banale rolletjes waar tienermeisjes massaal voor in zwijm vallen maar die niet bepaald een te vrezen oscar-kandidaat is.
Qua looks en charisma neigt de zanger wat naar Brand, maar Aryn Jonathan Black is een echte rocker, geen poseur, hij meent wat hij doet en hij doet dat met volle overgave, présence en - waarom ook niet- een beetje theater. Hij heeft een verdomd indrukwekkend vocaal bereik, met een stem die vaak epische proporties aanneemt en zich perfect leent voor dit soort muziek. Hard-rock anthems als “Kings Highway” en “Polygon Of Eyes” , twee van de sterkste songs, worden door Black naar hogere sferen gebracht, het zijn songs die schreeuwen om grote zalen of arena’s. 
Alle tracks baden trouwens in die wat uitvergrote seventies sfeer, zo is “Liquor” een immens vette knipoog naar Led Zeppelin en wordt er elders nadrukkelijk teruggegrepen naar de hoogdagen van Deep Purple, Thin Lizzy, Rainbow en Uriah Heep. 

Maar de sound,  de songs en de riffs zijn sterk genoeg om Scorpion Child niet als gimmick te laten verder leven, wel als een beloftevolle nieuwe band die de waarden van de old school hard-rock hoog in het vaandel draagt. Bovendien wordt met hun overtuigende set van amper een uur in de sympathieke en compacte AB Club (al dromen ze gegarandeerd van grotere zalen en stadions) het genre danig opgefrist en ontdaan van overbodige en ellenlange drum- of gitaarsolo’s.
Hun voorvaders in het genre zouden in dergelijke tijdsspanne met moeite drie nummers bij mekaar gespeeld hebben. Dat is nu even anders, met dank aan Scorpion Child.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jackson-firebird-28-03-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/horisont-28-03-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/scorpion-child-28-03-2014/
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 27 maart 2014 00:00

Eagulls

Eagulls had al eerder de neus aan het venster gestoken met een gedreven debuut EP’tje met een vijftal driftige post-punk songs. Het titelloze full album is een geslaagd vervolg daarop. Eagulls delft gretig in de grondvesten van de punk en de post-punk en stoot daarbij op bij The Clash, PIL, Joy Division, Killing Joke en een ontspoorde Cure.
De jongens uit Leeds weten hun gezonde invloeden om te zetten in 10 potige en rusteloze post-punk songs die gedragen worden door angstige gitaren die vaak in duistere echo’s zijn ondergedompeld. Ze bezondigen zich nergens aan overdaad, er zit een gespannen drive in dit plaatje die de ganse tijd wordt aangehouden.
Over het kanaal wordt er nogal wat buzz gemaakt rond dit groepje, maar deze kerels zijn het meer dan waard.
Samen met al even fervente bands als Beastmilk, Ice Age, Merchandise, Holograms en Solids kunnen we hier stilaan van een indrukwekkende post-punk revival beginnen spreken.

Pagina 53 van 112