logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

The Soft Moon – Camera - Een avondje donkere en verslavende dwangbuismuziek

De voor ons nog onbekende Duitse krautrockers van Camera zorgen voor een opwarming van formaat met hun begeesterende, zweverige en lange songs die het beste van Neu! en Spacemen 3 naar boven brengen. Het trio brengt hun sinistere en sluimerende sound in het halfdonker, met enkel wat sobere blauwe en groene spots om hun wazige spacerock nog wat meer in de verf te zetten. Een ontdekking, absoluut.


Omdat het laatste album ‘Zeros’ tamelijk indrukwekkend is en een behoorlijk verslavende werking op ons heeft, vonden wij dat wij The Soft Moon, het geesteskind van Luis Vasquez, toch live even moesten gaan uitspitten.
Blijkt dat Vasquez, die zich op het podium laat bijstaan door een bassist en drummer, die bezwerende sound op een podium niet allen weet te evenaren, maar ook nog aan kracht weet bij te zetten. Nogal wat geluiden haalt hij uit zijn machinerie, maar toch blijft het geheel echt, rauw en vooral live klinken en wordt het soms gloeiend heet. Suicide, Joy Division, een gedrogeerde Cure en een flinke portie krautrock zijn de ingrediënten en er komt een kolkend brouwsel uit die ons voortdurend weet bij de nek te vatten. Vasquez gaat volledig op in zijn songs terwijl zijn kompanen er zeer stoïcijns bij blijven. De echo’s die hij uit zijn gitaar tovert hebben een repetitief en duister eighties karakter en de sound is bezwerend, donker en bij vlagen claustrofobisch, alsof Vasquez vanuit een dwangbuis zijn demonen op de wereld loslaat. Een optreden dat aan de ribben kleeft en ons een uur lang in een wurggreep houdt.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-soft-moon-18-04-2013/ ( gig in de Trix, 18 april 2013, samen met o.m. Wolf Eyes!)

http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-soft-moon-19-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/camera-19-04-2013/

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 11 april 2013 02:00

Vanishing Point

Mudhoney waren grondleggers van de Grunge in een tijd dat het genre nog geen modeverschijnsel was. Van de commerciële restyling van het genre wou Mudhoney niet weten. Al sinds begin jaren negentig maakt de band gestaag bloedstollende plaatjes die altijd te grillig en te compromisloos zijn geweest om een groot publiek te bereiken. Terwijl de bankrekeningen van groepen als Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden uit hun voegen barstten bleven de punks van Mudhoney in de marge verder hun eigen ding doen met een handvol ongeslepen ruwe diamantjes als gevolg.
Ook de nieuwe ‘Vanishing Point’ is alweer gemaakt in de geest van de prille jaren negentig. De heren mogen dan al de middelbare leeftijd hebben bereikt, hun sound getuigt nog steeds van een onbegrensde punkspirit en hun songs klinken nog altijd vuil, gruizig, korrelig, jeugdig en wild. Het roffelt alweer een eind in alle richtingen, als het maar niet mainstream is, en de gitaren vliegen regelmatig uit de bocht.
De niet altijd toonvaste vocals van Mark Arm doen aan een jonge Iggy Pop denken in de onstuimige stroomstoten “I like it small”, “The final course”, “I don’t remember you” en “Douchebags on parade”. Als het even nog wat snediger moet dan briest Mudhoney er een snerende punksong uit als “Chardonnay” of een tegen alle muren tegelijk botsende vuile gitaarrocker als “The only son of the widow from nain”.
‘Vanishing Point’ is er al doorgeramd in 34 opgejaagde minuutjes, heerlijk. Geen band die de oorspronkelijke spirit van de grunge meer begeestert dan Mudhoney.

donderdag 11 april 2013 02:00

Anxiety

De zogenaamde hippe critici zullen u komen vertellen dat Autre Ne Veut (alter ego van knoppendraaier Arthur Ashin) de nieuwste belofte is in popland. Maar dan zijn wij er gelukkig nog altijd om hen de mond te snoeren. Autre Ne veut is gewoon de zoveelste synthpop- of R&B act die met behulp van knopjes, laptops en drumcomputers een steriel geluid voortbrengt. Hij probeert via wat elektronisch gepruts om artistiek te klinken en tracht in het voetspoor te treden van Jamie Lidell, TV On The Radio en Yeasayer, maar dat lukt langs geen kanten. Waarom niet ? Omdat je gewoon hoort dat dit kunstmatige zielloze pop is die uit allerlei machientjes komt. Laptop gezwets zonder enige vorm van emotie, laat staan kloten. Hier en daar een soulvolle stem kan het zootje ook niet redden.
Een artiest om in de gaten te houden ? Ja, in een groot gat (een septische put of zo), en dan dicht metsen die handel.

donderdag 11 april 2013 02:00

Meir

Hoe hard, luid en extreem ze ook mogen klinken, de meeste metalbands kunnen ons niet echt bekoren omdat ze met zijn allen steeds in dezelfde onvruchtbare vijver zitten te vissen en maar zelden met een goede vangst naar boven komen.
Hier en daar komt er bij wijze van uitzondering toch wel eens opwindende band aan de oppervlakte. Het Noorse Kvelertak (Noors voor ‘wurggreep’, what’s in a name?) is er zo eentje, en wel omdat ze een tomeloze energie tentoonspreiden. Die gasten klinken echt boos en rammen hun ophitsende metal dwars een hardcore muur. De zanger bedient zich niet van de gebruikelijke geforceerde metal grom, maar hij kotst zijn vocals eruit met een ongehoorde agressie. We verstaan geen jota van dat Noors, maar we horen wel dat hij kwaad is. Het doet denken aan die gek van het geniale hardcore combo Fucked Up.
Achter het lawaai en de sneltreinvaart zit er vernuftige metal verscholen met mokerslagdrums, gortige riffs, vinnig soleerwerk en hier en daar zelfs een fijne akoestische gitaar. Dit alles verpakt in compacte en vaak korte songs met verrassende tempowisselingen en steeds met een brutale gedrevenheid. Anthems als “Bruane Brenn” en “Kvelertak” zullen luidkeels en met gebalde vuisten worden meegekeeld op menig festival, daar kan je van op aan.
In het tweede deel van de plaat zijn de tracks wat langer en wordt meteen duidelijk dat er naast het brute geweld een pak muzikale hoogstandjes te bespeuren zijn (“Nekrokosmos”, “Undertro” en het pronkstuk van 9 minuten “Tordenbrak”).
Hard, wild, meedogenloos en bijzonder opwindend.

Wij kunnen zo wel enkele redenen bedenken waarom het concert van Counting Crows, ooit toch wel een grote groep, bijlange niet was uitverkocht. Hun laatste twee platen werden straal genegeerd door de Europese pers en media, hoewel ‘Saturday Nights & Sunday Mornings’ uit 2008 tot hun allerbeste werk behoort, een hit hebben ze in eeuwen niet meer gehad en airplay op zenders als Studio Brussel was er de laatste jaren al helemaal niet.

Het publiek bestond vanavond uit overwegend dertigers en veertigers die de glorieperiode van Counting Crows in de jaren negentig van dichtbij meemaakten, ondermeer een paar legendarische passages in Werchter.
Vandaag mochten we vaststellen dat er nog geen sleet zat op de Crows, dat de heren bijzonder goed musiceerden, maar dat er helaas ook te weinig scherpe kantjes aan hingen. De band klonk soms te gelikt en speelde af en toe op automatische piloot, met een paar aangename uitzonderingen zoals ondermeer een scherp en strak “Catapult”. Zonder Adam Duritz zou dit eigenlijk maar een doordeweeks Amerikaans groepje zijn. Het was immers weer Duritz die met zijn fantastische stem, zijn imposante afro kapsel, zijn hoog entertainmentgehalte en zijn nonchalante maar uiterst sympathieke présence de groep naar een hoger niveau tilde. Zeer voorspelbaar, maar alweer bijzonder indrukwekkend, was nog maar eens zijn moment suprème “Round Here”, de song waar iedereen zat op te wachten. Ontelbare keren moeten Counting Crows die song al gespeeld hebben, maar telkens legt een bezielde Duritz er zoveel emotie in dat hij de song na al die jaren nog steeds boven zichzelf doet uitgroeien. Ook vanavond weer was “Round Here” het absolute hoogtepunt.
Duritz schitterde overigens ook nog in “Rain King” en in “Goodnight LA” waarin hij op zijn eentje achter de piano postvatte en meteen de gans Lotto Arena muisstil kreeg, de song vloeide over in een begeesterend “Long December”, nog zo een klassieker uit de gloriedagen.
Amper één song uit de nochtans schitterende plaat ‘Saturday Nights & Sunday Mornings” kregen we, het mooie en ingetogen “Le Ballet d’Or”. Jammer vonden wij dat, die plaat zal blijkbaar voor altijd een verborgen pareltje blijven. Bovendien staan er ook een paar snedige rocksongs op, en net die verbeten rock waartoe de Crows zeker in staat zijn (we hebben het hen al eerder zien doen), mistten wij vanavond een beetje.
Bij momenten was de magie van de betere dagen wel nog aanwezig, maar die momenten waren schaars. Toch was het uiterst aangenaam te mogen vaststellen dat de groep er zichtbaar echt kon van genieten. Het speelplezier droop er af en de band liet de reacties van het steeds enthousiaster wordende publiek graag op zich afkomen.
Als we er even hun setlists van de laatste dagen op nagaan, dan zien we trouwens dat ze elke avond voor een pak andere songs kiezen, zo houden ze zichzelf scherp en houden ze de spanning er in.

Gemengde gevoelens dus. Counting Crows zijn nog niet afgeschreven, maar een nieuwe vlam zou geen kwaad kunnen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/counting-crows-17-04-2014/

Organisatie: Live Nation

donderdag 04 april 2013 02:00

Chelsea Light Moving

Chesea Light Moving is het post Sonic Youth groepje van Thurston Moore en klinkt als euh… Sonic Youth. Nu goed, de man heeft die gruizige gitaarsound voor een groot deel zelf uitgevonden, waarom zou hij er dan niet mogen op verder borduren. Bovendien vonden wij die laatste solo plaat van Lee Ranaldo ook niet echt iets om over naar huis te schrijven en hetgeen Kim Gordon dezer dagen uitspookt in de ondergrond van de avant garde noise doet pijn aan onze oren.
Moore heeft trouwens zelf al eerder andere paden verkend, zijn singer songwriter uitstapjes ‘Trees outside the academy’ en ‘Demolished thoughts’ waren meer dan verdienstelijke platen, maar toch vinden wij het helemaal niet erg dat hij de distortion knoppen op zijn gitaren terug overuren laat draaien. En als dat dan klinkt als Sonic Youth, so be it, geen mens die het beter doet dan hem.

Moore zijn gitaar vuurt bij momenten heavy riffs af die zelfs al eens neigen naar de machtige stonerrock van Karma To Burn (in “Sleeping where I fall” en het lange imposante gitaarmonster “Alighted”) en in het tegendraadse punkertje “Lip” lijkt het alsof Mike Watt en zijn Minutemen hier een potje meespelen. Voor de rest is dit een plaat die eigenlijk alle ingrediënten van het betere Sonic Youth album in zich draagt. Het knarst, scheurt, is voorzien van de nodige stoorzenders en gaat geregeld uit de bocht maar bij momenten is het heel integer en breekbaar.
De plaat eindigt met een venijnig bommetje, afsluiter “Communist Eyes” is een korte brok snerende lo-fi punk die de jeugdige driften van een rebellerende Thurston Moore nog eens onderstreept.
In een post Sonic Youth tijdperk is dit het beste wat uit die nog smeulende resten is herrezen.

donderdag 04 april 2013 14:25

American Twilight

Na een winterslaap van meer dan 22 jaar zijn de vleermuizen van Crime and The City Solution terug aan de oppervlakte gekomen. De band van Simon Bonney is destijds geboren uit de assen van The Birthday Party en put zijn energie nog altijd uit dezelfde desolate voedingbodem, ergens in de omtrek van de spelonken waar ook andere Australische gruizige holbewoners als The Scientists, Hugo Race, The Drones, Grinderman en Beasts Of Bourbon zich schuilhouden.
De gejaagde grilligheid van “Goddess” en “Riven Man” contrasteert perfect met het sluipende onheil in de donkere ballads “Domino” en “The Colonel”. De bariton van Bonney bepaalt de donkere sfeer van het album en in het verslavende titelnummer dringt hij zich op als een declamerende preacher die het onkuise evangelie van Iggy Pop en Jim Morrison verkondigt.
Bronwyn Adams (violiste, tevens Madame Bonney) en gitarist Alexander Hacke zijn de andere overgebleven krijgers van de vorige generatie. Ondermeer Dave Eugene Edwards komt hier een handje toesteken en dat komt de sound van Crime zeer goed uit.
Crime and The City Solution klinkt nog even grimmig en indringend als vroeger. ‘American Twilight’ is dan ook een plaat die wederom sterk tot de verbeelding spreekt en die ons even hard kan raken als ‘Room of Lights’ uit ‘86.
Een come back plaat die nu al tot hun beste werk behoort.

donderdag 04 april 2013 02:00

King Of Conflict

Ze komen uit Manchester maar Britpop is niet hun ding, The Virginmarys maken compromisloze no-nonsens rock, hard, wild, grungy en zonder veel omwegen. We zouden hen eerder een mooie toekomst voorspellen in de States, hun muziek leunt veel dichter aan tegen Foo Fighters en de betere (lees eerste) platen van Buckcherry dan tegen pakweg Kaiser Chiefs of Arctic Monkeys. De rauwe rasperige stem van Ally Dickaty zit de rechttoe-rechtaan rocksongs als gegoten, het helpt immers altijd als je wat schuurpapier in combinatie met een flinke scheut whisky naar binnen werkt vooraleer je aan het zingen slaat. De gitaren en de beukende ritmesectie doen de rest, namelijk wild om zich heen schoppen en ondertussen een paar rake klappen van songs uitdelen als “Dead man’s shoes”, “My little girl” en, het venijn zit in de staart, de geweldige afsluiter “Ends don’t mend”.
The Virginmarys gaan met ‘King Of Conflict’ niet de prijs der originaliteit winnen, maar ze rocken een flink eind rechtdoor, en veel meer moet dat soms niet zijn.

donderdag 28 maart 2013 01:00

Comedown Machine

Het is nu al de vierde keer in 10 jaar dat ze ons dit lappen. Telkens als we een nieuw Strokes album in onze handen krijgen vragen we ons verbijsterd af : Is dat dezelfde band die in 2001  het legendarische ‘Is this it’ op de wereld heeft gezet ?
Nu is het echt wel genoeg geweest, we nemen één song mee (“80s Comedown Machine”), trekken de deur resoluut achter ons dicht en laten The Strokes voorgoed stikken.
Een groep die het orgeldeuntje van “Take on Me” van het belachelijke boysbandje A-Ha jat en dat dan nog als single uitbrengt (“One way trigger”), kunnen we echt niet meer serieus nemen, zeker als de rest van het album al even belabberd is. De songs zijn zo mager dat ze elke vorm van leven ontberen. Geen emotie, geen kracht, geen inspiratie, geen hersenen, geen ziel, geen passie. Niets, gewoon niets.
Als The Strokes dit menen dan is er iets heel ergs met hen aan de hand. Als het om te lachen is dan is dit de flauwste grap voor 1 april, die we in jaren gehoord hebben.

donderdag 28 maart 2013 01:00

Beaten Borders

‘Beaten Borders’, de derde van de Rhythm Junks onderscheidt zich wederom door variatie en veelzijdigheid. Het is een moderne rootsplaat die getuigt van ritme, speelsheid, melancholie en muzikale hoogstandjes. Jazz, blues, americana, world music en pop worden in een bruisend stoofpotje gegoten en er komen fijne dingen uit als “Offline Land” en het op een prachtig deuntje gebouwde “Some people”. Vooral de alweer virtuoze mondharmonica van Steven De Bruyn maakt het verschil, het ding blaast leven, passie en avontuur in de songs. Enkel hij en de kloeke opa Toots Thielemans kunnen zoveel emotie in dat kleine blaasinstrumentje leggen.
Het is de betrachting geweest van The Rhythm Junks om met deze plaat een eigen smoel te krijgen en daarin zijn ze bijzonder goed geslaagd. Het album verkent verschillende richtingen maar vormt toch een hecht sfeerscheppend geheel. Als de lente nu nog mee wil, zijn we er.

Pagina 64 van 112