logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Gavin Friday - ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 30 mei 2013 02:00

Abra Kadavar

Als u denkt dat u hier naar de nieuwe Black Sabbath zit te luisteren zullen we u dat heus niet kwalijk nemen, want meer retro dan dit kan je uw hard rock niet krijgen dezer dagen. Zelfs de hoesfoto lijkt te zijn genomen 40 jaar geleden, de langharige Duitsers Kadavar presenteren zich hierop als hard-rock neanderthalers die in de jaren zeventig zijn blijven hangen. En zo klinken ze ook, hun titelloze debuutplaat van vorig jaar zat al stevig verankerd in de prille seventies, deze ‘Abra Kadavar’ is gewoon het logische vervolg erop. Riffs uit het stenen tijperk, solo’s uit vervlogen tijden, psychedelische acid uitstapjes, wijde broekspijpen, lang sluikhaar en baarden waar een familie spreeuwen zich kan in huisvesten. Een sound die men dezer dagen ook kan horen bij Graveyard, Rival Sons en Radio Moscow, retro als de pest maar uiterst aangenaam vertier.
De heren mogen dan al met een knoert van een seventies fixatie zitten (met Black Sabbath en Pentagram als voornaamste ijkpunten), ze zijn verdomd goed in wat ze doen, dit is oerdegelijke prehistorische rock die teruggrijpt naar een tijd dat men de term metal er nog niet voor uitgevonden had.
We hebben de nieuwe Sabbath nog niet gehoord, maar we twijfelen er sterk aan of die even sterk zal zijn als ‘Abra Kadavar’. En nu gaan we ons haar laten groeien.

donderdag 30 mei 2013 02:00

Floating Coffin

Wie Thee Oh Sees al eens live uit hun dak heeft zien gaan, weet hoe moeilijk het moet zijn voor die gasten om de intensiteit van die live optredens op plaat te zetten. Toch zijn ze daar met ‘Floating Coffin’ in geslaagd. Het is een album geworden die al de fijne en gepeperde ingrediënten van Thee Oh Sees in zich draagt, wilde fuzzy pop en onstuimige garagerock met ongeveilde psychedelische randjes en uit de bocht scheurende gitaren. Er is weer flink wat koffiegruis tussen de gitaarpartijen geslopen, de keyboards zijn in een vuile sixties waas gehuld en er wordt wederom naarstig buiten de lijntjes gekleurd. Dat maakt het geheel net als op hun vorige platen fris, zeer levendig en avontuurlijk.
Er wordt gestuiterd en hard doorgerockt in “I come from the mountain”, “Maze Fancier” en “Tunnel Time” en het is heerlijk uitfreaken op “Toe cutter/Thumb buster”, “Night Crawler” en “Sweets Helicopter”. Na al het smerige gitaargeraas is het wiegeliedje “Minotaur” een welgekomen afsluiter van een alweer bijzonder en geweldig Thee Oh Sees album.

donderdag 30 mei 2013 02:00

Desperate Ground

Bij The Thermals kennen ze maar één richting en ‘t is dezelfde van The Ramones, rechtdoor. ‘Desperate Ground’ is 26 minuutjes ongecompliceerde punkrock verpakt in 10 potige uppercuts met een knipoog naar The Buzzcocks. Nog beter nieuws is dat de plaat terug in de buurt komt van die eerste twee rauwe werkstukjes ‘More Parts per Million” en “Fuckin A”. Een paar keer wordt het tempo gedrukt maar de mot komt er nooit in te zitten.
Frontman Hutch Harris houdt er vocaal steeds de vaart en melodie in en de songs zijn met zijn allen even efficiënt als ze simpel zijn. Kortom, The Thermals zoals we ze graag hebben. En zoals we ze zullen bezig zien op Boomtown op 24/07.

donderdag 30 mei 2013 02:00

Silence Yourself

Vier gedreven meiden die met een indrukwekkend stuk post-punk solliciteren naar de titel ‘plaat van het jaar’, het is ongetwijfeld één van de belangrijkste muzikale feiten van het jaar.
De dames menen het en ze zullen er verdomd niet ver naast zitten, want dit is een broeiend, spannend en opwindend album. Het viertal wist ons al te overtuigen met hun fenomenale live set tijdens Les Nuits Botaniques, een legendarisch concertje dat wij niet gauw zullen vergeten, de plaat grijpt ons al even hard bij het nekvel.
Tot vervelens toe wordt deze meidengroep telkens weer in één adem genoemd met Siouxsie & The Banshees, en dat komt voornamelijk door de ingrijpende en frontale vocals van de voormalige Franse actrice Camille Berthomier. Maar wij kunnen ons geen Siouxsie album voorstellen, met uitzondering dan misschien van ‘The Scream’, die even doortastend en krachtig is als deze ‘Silence Yourself’.
Madame Berthomier heeft verder trouwens de overtuigingskracht van Patti Smith, een grote dame die wij een heel stuk hoger inschatten dan Siouxsie. Het uiterst intense “Husbands” is een ferme knipoog naar Smiths geweldige statement “ Horses”.
De plaat bruist echter over gans de lijn, er is geen inzinking te bespeuren. Er gaat voortdurend dreiging en zinderende spanning van uit, soms luid, kwaad en agressief (“Shut Up”, “City’s Full”, “No Face” en de punk opdonder “Hit Me”) en elders dan weer onderhuids en sluimerend (“Waiting for a sign”, “Marshall Dear”).
Er zitten eighties echoes in de gitaren en in de diepe en donkere bastonen (Joy Division komt al eens om de hoek luren), maar dit is toch vooral een zeer eigentijdse plaat van een stel straffe meiden die maar al te goed weten waar ze naartoe willen.
Een kopstoot van een plaat.

donderdag 30 mei 2013 02:00

Water On Mars


Purling Hiss is de band achter gitarist/songwriter Mike Polizze. ‘Water On Mars’ is reeds hun vierde worp, en ’t is er eentje van goudwaarde, een rijk gevarieerd fuzzrock gitaarplaatje met enkele welgekomen rustpunten. Het schijfje klokt af op amper 33 minuutjes en dat heeft zo zijn effect, u zal geen enkel ogenblik door verveling overmand worden, integendeel, dit smaakt naar meer.
Het is al meteen prijs met de furieuze opener “Lolita”, een snerende song met ware Nirvana allures. Mike Polizze heeft zo nog een paar indrukwekkende grote voorbeelden : The Lemonheads en Dinosaur Jr. waaien rond in “Mercury Retrograde”, The Pixies zijn binnengeslopen in “The Harrowing Wind” en er zit een Velvet Underground angel in het zeven minuten durende “Water On Mars”.
Door een licht psychedelische toets en de freaky gitaren heeft Purling Hiss wel wat raakpunten met de nieuwe lichting fuzzy garagerockers als Mikal Cronin, Ty Segall en Thee Oh Sees. Als het even wat rustiger en zweverig wordt (“She calms me down” en “Mery Bumble Bee”) dan komen ook de Allah-Las in de buurt. Allemaal heerlijke bandjes, en wij zijn maar wat blij om Purling Hiss aan dat lijstje toe te voegen.

donderdag 23 mei 2013 02:00

Ready To Die

The Stooges zijn legendarisch geworden omwille van drie platen ‘The Stooges’, ‘Funhouse’ en ‘Raw Power’, drie essentiële lappen rockgeschiedenis die met de jaren zo een icoonstatus hebben verworven dat ze nooit meer te evenaren zijn. De reïncarnatie van The Stooges heeft vooral een paar interessante live registraties opgeleverd die eveneens onmisbaar zijn, want alle live opnames uit de seventies zijn van een zodanig erbarmelijke geluidskwaliteit dat er nauwelijks naar te luisteren valt. U bent dus beter af met de vastlegging op CD en DVD van de legendarische passage in 2005 op de Lokerse Feesten dan met bijvoorbeeld de krakkemikkige bootlegsound van ‘Metallic K.O’.
Nieuw Stooges werk is echter iets waar een mens zijn vingers aan verbrandt, zeker wanneer men dat afweegt tegen die 3 rauwe brokken oerkracht van meer dan 40 jaar geleden.
‘The Weirdness’ was al een bedenkelijk plaatje waarbij we meermaals de wenkbrauwen fronsten, ‘Ready to Die’ is in hetzelfde bedje ziek als zijn eerder overbodige voorganger. Wat wil zeggen dat The Stooges nog wel steeds een potente sound afleveren, en dan niet in het minst gitarist James Williamson, maar dat de songs alweer te licht uitvallen. Er zit gewoon geen song meer van het kaliber “No Fun”, “Search & Destroy” of “I wanna be your Dog” in Iggy’s zwaar geteisterde brein. Kunnen we ’t hem nog kwalijk nemen ? ’t is al een wonder dat de man überhaupt nog leeft.
We zullen het u gemakkelijk maken, zet een viertal songs op uw ipod en de rest mag bij het huisvuil. De stevige opener “Burn”en zeker “Job” zijn smerige lappen rock die de naam Stooges waardig zijn, de titelsong drijft op een bronstige gitaarlick en “Dirty Deal” is een potige en heftige rock’n’roll song. Voor de rest varieert het van banale rockers die de grijze middelmaat niet overschrijden (“Gun”, “DD’s” , “Sex and Money”) tot schaamteloos slechte crooner escapades (“Unfriendly World”, “Beat that guy” en het afschuwelijke “The Departed”) waarmee Iggy zich regelrecht belachelijk maakt. Met zijn laatste abominabele solo uitstapjes als ‘Preliminaires’ en ‘Après’ in gedachten hadden we eigenlijk al zo iets gevreesd.

Ondanks alles blijven we onvoorwaardelijk fan van Iggy & The Stooges, al was het alleen maar omwille van de uiterst dynamische en immer explosieve live gigs, zo ook op de komende Lokerse Feesten op 3 augustus.

Al meteen een geslaagde opening van de avond was de vunzige garagerock van Nightbeats. Deed een beetje denken aan The Black Angels, maar dan zonder de zweem van psychedelica en met een zwaardere voet op het gaspedaal. Vooral de gitaar van Lee Blackwell zorgde voor het nodige venijn.

Ook de heerlijke no-nonsens rock van The Intelligence mocht op onze goedkeuring rekenen. De Band van Lars Finberg hing ergens tussen punk, garagerock, surf en postpunk en vloeide daarbij vlotjes van het een in het ander. Uiterst korte punky kopstoten (dikwijls van amper een minuutje) wisselden af met postpunk die al eens naar Wire en Devo neigde. Een aardige kennismaking met deze band die niet toevallig is ondergebracht op het ‘In The Red’ label.

Samen met bevriende acts Ty Segall en Mikal Cronin zijn Thee Oh Sees verantwoordelijk voor een nieuwe frisse wind in de wereld van de garagerock. Hier en daar hadden we al iets vernomen van de fameuze live reputatie van de band van John Dwyer. Daar wilden we dus wel even het fijne van weten, zeker nadat we het nieuwste album ‘Floatin’ Coffin’ al meteen tot één van onze jaarfavorieten gebombardeerd hadden. En of Thee Oh Sees hun reputatie nakwamen, dit bruiste en kolkte dat de stukken uit de muren vlogen. Op het moment dat een allesvernietigende tornado over hun thuisland trok, stormden Thee Oh Sees met dezelfde kracht doorheen de Antwerpse Trix.
De fans waren duidelijk een halve orkaan verwachtende, want al van bij de eerste noten van het uiterst explosieve “The dream” stond het kot op zijn kop. Het bier gutste over de hoofden, de halve zaal begon te pogoën en de skydivers zweefden door de lucht. Die briljante nieuwe single “Toe Cutter / Thumb Buster” stak de vlam nog wat meer aan en het vuur werd alsmaar verder aangewakkerd met adrenalinestoten van songs als “I come from the mountain”, “Strawberries one & two”, “Tunnel Time” en de stampende funrocker “I was denied”.
Veel van dat vuurwerk had te maken met de intensiteit die de uiterst energieke frontman John Dwyer voortbracht. De man raasde (in korte broek nota bene) met forse kracht en met volle goesting door zijn songs en speelde ondertussen een spetterend potje gitaar. Dit mondde uit in de meest zinderende garagerock die men dezer dagen kan meemaken, met hier en daar wat psychedelica en met een pure punkspirit en dito dynamiek. Enkel het fraaie rustpuntje “Minotaur” kon net voor de bisronde de gemoederen wat bedaren, maar daarna ging het dak er onherroepelijk terug af voor een broeiende finale.

Zowel op het podium als ervoor zorgde een ongebreideld enthousiasme voor uiterst wilde taferelen die van dit concert een legendarisch gebeuren maakte die elke aanwezige nog lang zal bijblijven. Sommigen zullen er dan ook niet zonder builen of blutsen uitgekomen zijn, maar dat namen ze er graag bij. Dit zal voor eeuwig in de annalen van de Trix geboekstaafd staan als een memorabel moment. Ook voor ons was dit één van de meest opwindende concerten of all times. Wetende dat onze concertteller na al die jaren zowat de 1000 stuks moet naderen, kan dit wel tellen.

De geweldige Thee Oh Sees zijn deze zomer nog te bewonderen op de slotdag van het Dour Festival (21/07), het perfecte moment om uw laatste krachten er uit te persen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/night-beats-20-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-intelligence-20-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/thee-oh-sees-20-05-2013/

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix Antwerpen)

donderdag 09 mei 2013 02:00

Now What?!

De ouwe hardrockers van Deep Purple (of wat er nog van overschiet) hebben 8 jaar na het te verwaarlozen ‘Rapture of the deep’ nog eens een nieuwe studio plaat gemaakt. Geen mens die er zat op te wachten maar iemand vond het blijkbaar toch verantwoord. Laten we niet vergeten dat Purple, samen met Zep en Sabbath, mee de basisstenen legde van een genre dat men vroeger hard rock noemde en dat later geëvolueerd is tot metal, en nog later tot allerlei extreme (en veelal belachelijke) varianten ervan. Begin jaren 70 was Deep Purple van het hardste wat er in muzikale kringen te beleven viel, nu is het in vergelijking met vele huidige metalacts een softrock band.
‘Now What?!’ is een rockplaat geworden die nog net de groepsnaam waardig is, maar die nergens kan tippen aan klassiekers als ‘In Rock’, ‘Machine Head’ en ‘Fireball’. Daarvoor staan er te weinig onvergetelijke songs op. Vandaar waarschijnlijk dat Purple zonodig meende het een en ander te moeten opfleuren met overtollig bombast waardoor ze al eens op het terrein van AOR rock komen. Dit is misschien goed voor de Amerikaanse markt, maar wij krijgen er puisten van. In de afsluiter “Vincent Price” komt er zelfs een koor aan te pas, hou uw kotszakje toch maar bij de hand.
Deep Purple is met gerenommeerd producer Bob Ezrin in zee gegaan, maar volgens ons hadden ze beter Rick Rubin gebeld, luister naar de laatste ZZ Top en u zal ons wel verstaan.
Oudgediende Ian Gillan weet nog wel een aardig potje te zingen, maar nergens klinkt hij echt gevaarlijk. De macho gitarist Steve Morse (een indringer, wegens geen lid van de originele bezetting ten tijde van de eerder vermelde klassiekers) doet het ook nog behoorlijk, maar hij is Blackmore niet, hé. Vooral de keyboards van Don Airey  (eigenlijk ook een bastaard, maar zat wel bij Rainbow) klinken bijwijlen vintage Deep Purple (o.m. in de degelijke rocker “Après Vous”), en dat is dan weer goed nieuws. Eén van de opflakkeringen is bijvoorbeeld “Body Line”, een funky beestje dat wel het tweelingbroertje lijkt van “No One Came” uit ‘Fireball’.
Over de ganse plaat zijn er zo nog wel flarden van de vroegere Purple die boven water komen, maar we zouden u toch aanraden om vóór uw bezoekje aan de komende Lokerse Feesten eerst even een drietal keer ‘Machine Head’ pokkenluid door uw boxen te jagen in plaats van deze ‘Now What?!’.
Voor de fans zal dit nieuwe album echter geen tegenvaller zijn, en dat is al heel wat.

Het is nu al een slordige 20 jaar geleden dat Mark Knopfler de stekker uit Dire Straits trok. Dat was toen ook geen minuut te vroeg, want de band was zo mega en bombastisch geworden dat het niet meer gezond was.
Knopfler keerde terug naar de essentie en de roots van de muziek, wat zich vertaalde in een handvol soundtracks en een pak soloplaten waarin hij vooral zijn goesting deed, ver weg van alle gangbare trends.
Zijn laatste soloplaat ‘Privateering’ is wat dat betreft een mooi staaltje pure muziek, een plaat waarop een bedreven singer/songwriter zich ingraaft in een wereld van Keltische bronnen en geregeld ook flirt met die goede ouwe vriend de blues.

De folky en bluesy geest van ‘Privateering’ was ook het opzet voor zijn passage in een zo goed als uitverkocht Sportpaleis. Het was een sobere terugkeer naar de roots zonder een imposante podiumopstelling, flashy lichtshow of allerhande mega uitspattingen. De muziek stond op de eerste plaats, en als die goed genoeg is dan hoeft die geen spektakelshow als omkleding. Misschien kwamen de op nostalgie uit zijnde Dire Straits fans hier wat bedrogen uit omdat Knopfler en zijn bandleden zich beperkten tot amper vier Dire Straits songs waarvan er dan nog twee een beetje overbodig klonken (een eerder ongeïnspireerd “Romeo and Juliette” en in de bisronde “So Far Away”, sowieso al één van de zwakste Dire Straits nummers). 
Het was vooral het minder gekende waarmee de band uitblonk. Het sierde Knopfler dat hij in alle bescheidenheid gewoon een resem knappe songs bracht die, volledig ontdaan van enige vorm van bombast, overliepen van muzikaal meesterschap. Hij mag dan al miljoenen platen verkocht hebben, van sterallures was hier hoegenaamd geen sprake (voor Knopfler geen rood wc papier of geen nieuwe bril na elke kakbeurt). Hier stond geen ego op het podium, wel een fraaie gitarist begeleid door een schare rasmuzikanten. Knopfler’s geniaal gitaarwerk was uiteraard te bewonderen, maar het stelde zich niet boven het vakmanschap van zijn muzikanten. Het gezelschap klonk als een hechte band waarin iedereen van even groot belang was.
Vooral de folky instrumenten als fiddle, dwarsfluit en zelfs een doedelzak schitterden. Een Keltische ondertoon werd prachtig benadrukt in “Privateering”, “Father and Son”, “Hauled Away”, “Piper to the end” en het briljante en lange “Marbletown” dat zich kroonde tot hoogtepunt van de avond, hoewel de song verstoord werd door een bende idioten in het publiek die meenden te moeten in de handjes klappen tijdens de meest intieme momenten. Dit soort concertgangers zouden ze moeten ze verbannen (naar een concert van One Direction bijvoorbeeld).
In de heerlijke bluessongs “Corned Beef City”, “I used to could” en “Gator Blood” was eens te meer te merken dat J.J. Cale nog steeds één van Knopfler’s grote voorbeelden is. Knopfler en de zijnen speelden hun blues in die typische laid back stijl waarvoor wij de grootmeester J.J. Cale altijd al bewonderd hebben.
Tijdens het Zuiders klinkende en luchtige “Postcards from Paraguay” nam Knopfler de tijd om zijn voortreffelijke band voor te stellen. De song die in zijn oorspronkelijke zomerse vorm te bewonderen is op ‘Shangri-La’ kreeg hier een feelgood folky bewerking waarmee de ervaren muzikanten nog eens in de schijnwerpers werden gezet.
Wat betreft de Dire Straits momenten, het onvermijdelijke “Sultans of Swing” was fenomenaal maar de staande ovatie was nog uitbundiger na het werkelijk sublieme “Telegraph Road”, waarin het gitaarvernuft van Knopfler in al zijn glorie werd tentoongesteld zonder dat de man zich liet verleiden tot allerlei ‘kijk eens wat ik allemaal kan’ uitspattingen.
Maar mocht Knopfler het Dire Straits blik volledig dichtgelaten hebben, dan nog spraken we hier van een subliem concert, sierlijk in al zijn eenvoud.

Oh ja, als u in het Sportpaleis meer show wil zien in plaats van goede muziek, ga dan kijken naar dat verwaand nest Beyoncé, die al meer faam heeft verworven met haar gouden kont en gefotoshopte bikini lijn dan met haar muzikale capaciteiten. En check dan al gauw even de kleur van het wc papier.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/mark-knopfler-12-05-2013-3/

Organisatie: Live Nation

 

donderdag 02 mei 2013 02:00

Pearl Mystic

Het is haast niet meer bij te houden hoeveel bandjes zich dezer dagen nestelen in de psychedelica en krautrock (The Soft Moon, Lumerians, Camera, Blaak Het Shujaa, Follakzoid, Moon Duo, Wooden Shjips, Psychic Ills,…). Ook het Britse Hookworms is serieuze potten mosterd gaan halen bij Hawkwind, Neu! en, iets dichter in de geschiedenis, bij The Warlocks (waar hangen die tegenwoordig eigenlijk uit?).
Met een ferme scheut shoegaze, een vleug punk en het ganse oeuvre van Primal Scream zijn ze aan het klussen geslagen en hebben ze het wonderlijke en geestesverruimende Pearl Mystic in elkaar gebokst, een knoert van een plaat die gaten dichtmetselt met mortel die samengesteld is uit vreemde plantenextracten, verdachte paddestoelen en verboden tabaksvruchten.
‘Pearl Mystic’ zet aan met een paar zwaar verslavende moordsongs als “Away/Towards” en het op adrenaline doorrazende “Form & Function”, twee lange loeiers die de toon zetten voor een vlijmscherpe en alles verzwelgende trip.
Jim Morrison en Syd Barret dwalen door duistere gangen met ongekende eindbestemming in “Since we have changed”, overstuurde gitaren snijden tergend hard door de ruimte in “Preservation” en half verdoofde onweerswolken hangen uiteengereten in drie stukken (“i”, “ii” en “iii”) overheen het album.
‘Pearl Mystic’ is een bedwelmende en formidabele plaat die zich ferm in onze kuiten vastbijt. Als dat maar goed komt, want we hebben het even opgezocht, hookworms (haakwormen) zijn genadeloze bloedzuigende parasieten die zich vastzetten in de huid en dan langzaam het hart en de darmen binnendringen om daar lelijk huis te houden, met mogelijke fatale gevolgen. Aartsgevaarlijk plaatje, dus.

Pagina 62 van 111