logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (21 Items)

The Chameleons (Vox)

The Chameleons - Post-punk erfenis met toekomstperspectief

Geschreven door

The Chameleons - Post-punk erfenis met toekomstperspectief

Wanneer de reikwijdte van een muzikale invloed op latere generaties omgekeerd evenredig blijkt met het commerciële succes, wordt een band al snel tot ‘cult’ bestempeld. Dat geldt ook voor de Engelse band The Chameleons die die reputatie al sinds de vroege jaren tachtig trots met zich meedragen. The Charlatans, Oasis, Smashing Pumpkins, Interpol – stuk voor stuk vermelden ze platen van deze mistroostige post-punk pioniers als life-changing albums. En zoals het echte culthelden betaamt, verliep hun parcours grillig, maar opgeven bleek nooit echt een optie. Na twee allesbehalve vriendschappelijke splits, een reeks weinig opvallende zijprojecten en zelfs een periode als eigen tribute band (ChameleonsVox), is het nu opnieuw de beurt aan The Chameleons v3.0.

Op deze druilerige herfstavond leek Kortrijk wel heel even op Manchester, de grauwe metropool waar het erfgoed van The Chameleons ooit uit de barsten en kieren van de post-industriële samenleving ontsproot. Frontman Mark Burgess is in interviews echter duidelijk: met het nieuwe album ‘Arctic Moon’ – hun eerste in ruim twee decennia  – wou zijn band nadrukkelijk géén herhalingsoefening afleveren.
Tijdens het concert in een aardig volgelopen De Kreun bleek dat voornemen stand te houden. De vijf nieuwe nummers op de setlist klonken onderling erg verschillend en verruilden het strakke post-punk keurslijf voor melodieuzere, soms lang uitgesponnen composities die uit uiteenlopende tijdsgewrichten leken te stammen. We noteerden 90ies indie rock bij opener “Where Are You?”, een subtiele knipoog naar stadsgenoten The Smiths (“Lady Strange”) en zelfs orkestrale 70’s pop (“Feels Like The End Of The World”). Degelijk comebackmateriaal, dat zeker, maar wellicht niet allemaal bestand tegen de tand des tijds. Een langere houdbaarheidsdatum lijkt weggelegd voor de bevreemdende psych-pop ode aan de Thin White Duke “David Bowie Takes My Hand” – waarbij Burgess heel even zijn trouwe bas verruilde voor een akoestische gitaar – én voor het door melomane influencers en wereldleiders aangespoorde “Saviours Are A Dangerous Thing”, dat moeiteloos het predicaat ‘vintage Chameleons’ verdient.
Maar eerlijk is eerlijk: deze ‘Arctic Moon’ tour trekt in de eerste plaats volk omdat de Engelse veteranen kunnen bogen op een muzikale erfenis om ú tegen te zeggen. Hun 42 (!) jaar oude debuut album ‘Script Of The Bridge’ blijft hierbij de onverwoestbare ruggengraat van elke Chameleons show. In Kortrijk passeerde zowat de helft van dat epos de revue, met smaakmakers als het door merg en been gaande “Pleasure And Pain”, het naar vroege U2 neigende “Second Skin” en de onvervalste post-punk evergreen “Up The Down Escalator” voorop.  Stuk voor stuk nummers die nog altijd staan als een huis, gedragen door de tegelijk onderkoelde en melancholische stem van de inmiddels 65-jarige Burgess, die de vele emotionele veldslagen in zijn working class hero bestaan moeiteloos heeft overleefd. In zijn schaduw doemde de sinds kort teruggekeerde gitarist van het eerste uur Reg Smithies op, die met hoorbare métier nog maar eens kwam bewijzen waarom hij geldt als de ware architect van het etherische Chameleons geluid.
Voor de meest indringende momenten van de avond greep de band terug naar haar laatste grote wapenfeit, ‘Strange Times’ uit 1986. Gedragen door onheilspellende percussie groeide “Soul In Isolation” uit tot een episch relaas over de moeizame zoektocht naar menselijke verbinding – een thema dat vandaag even relevant klinkt als toen. Burgess illustreerde dat treffend met een reeks citaten uit classics van Buffalo Springfield, The Doors en The Beatles, die hij ter plekke door het nummer heen weefde. Ook “Swamp Thing” riep met een eigenzinnige mix van neo-psychedelica en complexe arrangementen diezelfde grootse melancholie op die het oeuvre van The Chameleons zo tijdloos maakt.
Tijdens de encores waanden Burgess & co zich heel even opnieuw de brutale post-punk broekjes uit hun prille begindagen. Het claustrofobische, aan The Sound schatplichtige “Monkeyland” fungeerde als opmaat voor de dubbele uppercut waarmee de avond werd afgesloten: de weergaloze debuutsingle “In Shreds” en het ultieme mental support anthem “Don’t Fall”.

Ruim anderhalf uur laveerden de Engelse veteranen heen en weer tussen uiteenlopende muzikale gedaanten – van invloedrijke legacy act tot verkenners van nieuwe sonische horizonten. Juist – dáárom heten The Chameleons precies The Chameleons!

Pics homepag Anne-Marie Van Rijn

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

The Chameleons (Vox)

Saviours Are A Dangerous Thing -single-

Geschreven door

Chameleons zijn terug. Eindelijk of nog maar eens, maar deze keer wel met een veelbelovende single!
Chameleons is een Britse postpunkband die het in het eerste leven (van 1981 tot 1987) wat moeilijk had om door te breken. Ze hadden anders dan hun tijdgenoten geen doorbraaksingles. Wel hebben ze met hun drie vroegste albums indruk gemaakt, en dat beginnen de fans van het genre vandaag nog meer naar waarde te schatten. Nadat de band in 1987 een eerste keer uit elkaar ging, volgden telkens korte reünies en dan weer splits of nieuwe projectjes onder andere namen, al bleef er wel regelmatig nieuw materiaal komen. In 2018 stonden ze als Chameleons Vox op het W-Fest in Amougies.

Vandaag is er “Saviours Are A Dangerous Thing” en dat is een catchy en tegelijk intrigerende single. Met bovendien een sterke eighties-postpunk-sound. Meeslepend en niet zo doorsnee. In de bezetting vinden we vandaag behalve zanger Mark Burgess nog een tweede originele bandlid: Reg Smithies, naast drie minder originele bandleden.

In september komt het album ‘Arctic Moon’ uit bij Metropolis Records en Chameleons gaat op tournee met de Psychedelic Furs.
Op 29 oktober staan ze in De Kreun in Kortrijk en op 7 november in Aarlen.

https://www.youtube.com/watch?v=JGnHlAxuDLk

Steve Leon & The Accusations

Louche EP

Geschreven door

Steve Michielsen heeft een verleden bij Smooth Lee, The Swinging Party en nog wat reggae en dubprojecten voor hij startte met Steve Leon & The Accusations. Eerst was het overigens Steve Leon & The Suspicions. Hun eerste EP heette ‘A Slight Hunch’ en die brachten ze in eigen beheer op cassette uit. Waar we het hier over hebben is hun tweede EP die ze deze zomer uitbrachten.
‘Louche’ herneemt twee nummers van ‘A Slight Hunch’: “Winter Garden” en “All I Can Give”, waarvan vooral “All I Can Give” een goede zet is. Met die lichte dreiging, het schuifelende ritme en die roots/americana/alt-country-sound roept dit herinneringen op aan The Triffids, Steve Wynn en Nick Cave. “Winter Ballad” is een folky ballad die weinig losmaakt.
Het rockende “Too Little Too Late” doet mij dan weer wat denken aan The Jayhawks of Thee Holy Strangers. Nog beter klinkt het op “The Restless Kind”, met echo’s van Handkerchief en Green On Red. Met die vrouwelijke backing vocals zo prominent aanwezig bovenop die banjo lijkt dit een americana-versie van “White Beauty” van The Establishment, voor wie zijn Belpop-klassiekers kent.
We hebben nog meer referenties. “Don’t Let Anyone In” is een topnummer waarop Steve Leon zingt als een zwoele, Engelstalige Guido Belcanto. En dat mag zeker als compliment tellen. Hetzelfde timbre, hetzelfde ritme, diezelfde hang naar wat over-the-top-melodrama, … En hoe die viool en die pedal steel tegen elkaar op gaan, … subliem gewoon. Super productie en arrangementen ook, op dit nummer.
Niets dan lof dan voor ‘Louche’? Als we echt streng zijn, zit hier nog wat groeimarge op. De indie-invloeden mogen nog veel meer naar voren komen in de lyrics en in de muziek. Mila mag misschien vocaal wat meer ruimte krijgen. Een externe producer die met autoriteit een ander zijn darlings killt, misschien. Maar daarmee gaan we voorbij aan het talent dat deze band hier ten toon spreidt. Deze band heeft bij de start hard moeten knokken voor wat speelkansen en erkenning. Het gebeurt zo vaak bij Belgische bands dat die erkenning er pas komt eens het buitenland voor de bijl gaat en dat is ook hier gebeurd, met dank aan een Duits label. Het is nog niet te laat om deze Steve Leon en zijn Accusations in onze armen te sluiten.

https://www.youtube.com/watch?v=N0XXVjEM5c4

The Cleopatras

Bikini Grill

Geschreven door

The Cleopatras is een 100% vrouwelijke punky garagerockband uit Toscane. De dames hebben waarschijnlijk nog goede herinneringen aan de riot grrrl-beweging van de jaren ’90 van vorige eeuw. Daarmee zou albumtitel ‘Bikini Grill’ een vette knipoog zijn naar de riot grrrl-band Bikini Kill.
‘Bikini Grill’ is een leuk album dat muzikaal wat doet denken aan Unwanted Tattoo, Shonen Knife, The Donna’s en Babes In Toyland. Ze weten hun covers te kiezen, deze Italiaanse dames. Eerder deden ze al een knappe versie van “Amoureux Solitaires”, de eighties-hit van de Belgisch-Portugese zangeres Lio, en “Can Your Pussy Do The Dog?” van The Cramps, “Walk Like An Egyptian” van the Bangles.
Op dit album krijgen we liefst drie covers: “You’re Standing On My Neck” van de Amerikaanse all female-band Splendora, “Maldito” van de Mexicaanse artieste Jessy Bulbo en “Kiss Kiss Kiss” van Yoko Ono. Het origineel van Yoko Ono heeft ons nooit zo blij gemaakt als deze guitige versie met ronkende, scheurende gitaren. Het was een goede zet om dit nummer tot single van het album te bombarderen, want geen enkele andere track heeft zoveel catchyness als “Kiss Kiss Kiss”.
In de video is er een speciale rol als John Lennon voor Dome la Muerte, een – toch in Italië – legendarische gitarist uit de punk/hardcore-scene.
Andere aangename nummers op ‘Bikini Grill’ zijn onder meer “We Don’t Play Like Men”, “Mal Di Testa” (hoofdpijn) en het muzikaal een beetje atypische “I’m Fit Like Mick Jagger”.

The Cleopatras zijn overigens een prima liveband die overal in Europa op festivalpodia gevraagd worden. Op 1 mei staan ze op Roots & Roses in Lessines.
https://www.youtube.com/watch?v=HlItxKMQ5D8

The Chameleons (Vox)

Edge Sessions (Live From The Edge)

Geschreven door

The Chameleons is niet de bandnaam die het snelst zal vallen als iemand postpunkbands opsomt, maar deze Britse band is van grote invloed geweest op pakweg Editors, Interpol en The Killers. De band bracht in de jaren ’80 drie legendarische albums uit en kende daarna wisselende bezettingen en maar weinig output inzake nieuw materiaal. Even toerde zanger/bassist Mark Burgess als ChameleonsVox.
Sinds enige tijd heeft Burgess zich herenigd met originele gitarist Reg Smithies. Tijdens de coronaperiode namen ze samen met de intussen vaste nieuwe bandleden hun album ‘Edge Sessions’ op. Daarop staan nieuwe versies van zeven Chameleons-klassiekers en – als bonus tracks - drie songs uit de ChameleonsVox-periode.

Hebben de nieuwe versies een meerwaarde ten opzichte van de originele versies? Dat is altijd een tricky vraag om stellen. De nieuwe versie van “Up The Down Escalator” kan mij net iets beter bekoren dan het als single uitgebrachte origineel, maar dat komt misschien omdat het een ijzersterke song is die in om het even welke versie overeind zal blijven. “Anyone Alive” mist dan weer de overtuigingskracht en begeestering van het origineel uit het comebackalbum van 2001. Andere tracks als “Singing Rule Brittania” zijn gewoon een degelijke nieuwe versie die in soortgelijk gewicht net hetzelfde laten optekenen als het origineel.

Als je The Chameleons gemist hebt in de jaren ’80 of je wil deze fijne postpunkband alsnog ontdekken, dan zijn deze ‘Edge Sessions’ een prima introductie. Voor wie alles van deze postpunkers al in huis heeft, is het een mooie aanvulling.

Edge Sessions (Live From The Edge)
Chameleons
Metropolis Records

Kings of Leon

When You See Yourself

Geschreven door

Het was liefst vijf jaar wachten op een nieuw album van de Kings Of Leon. Singles als “100.000 people” deden het ergste vermoeden. Zelden zo’n fut- en zoutloze ballade gehoord. “The Bandit” was een iets leukere single, maar nog lang niet het niveau van een “Sex On Fire” of “Use Somebody”. De Amerikaanse band is al sinds een paar albums op zoek naar het succes dat ze in 2008 haalden en het jongste album, ‘When You See Yourself’, zal daar niet in slagen. Maar dat maakt het nog geen slecht album.
“Echoing” is een sterke song en heel herkenbaar als Kings Of Leon-song. Hij heeft wat meer peper en zout dan “The Bandit” en zou zowel op StuBru als Radio 1 op de playlist moeten kunnen geraken. Bij een songtitel als “Stormy Weather” denken wij aan donderende drums en bliksemende gitaren. Die van Kings Of Leon denken eerder aan de stilte vóór (of na) de storm. Opnieuw geen slechte song en heel herkenbaar, maar veel te gezapig om de volle speelduur te boeien.
Wel zeker de moeite is de titeltrack ‘”When You See Yourself, Are You Far Away” omdat de band hier een beetje buiten de lijntjes durft te kleuren en vertrekkend vanuit hun eigen sound uitkomen bij een loungy, zomerse en lichtvoetige variant van Coldplay. Misschien niet waar de fans op zitten wachten, maar wel een leuke song. Ook leuk zijn het braaf-rockende “Golden Restless Age” en de melancholische Tom Petty-rocker “Time In Disguise”.
De versterkers gaan niet meer op 11 bij de Kings Of Leon. De trefwoorden voor ‘When You See Yourself’ zijn gezapig en braaf. Voor een band die een wereldhit scoorde met “Sex On Fire” liggen de verwachtingen toch ergens anders.

Leonard Cohen

You want it darker

Geschreven door

Leonard Cohen leverde net als Bowie (‘Blackstar’) met ‘You want it darker’ een schitterende zwanenzang af . Hij was een sing/songwritertalent , die kort na de release op 83 jarige leeftijd overleed . Een knap schrijver van in de jaren 60 actief met een eigen scherpe kijk op de maatschappij en de dagdagelijkse zaken . Hij kwam duister , cynisch uit de hoek . Al jaren zingt de Canadees niet meer , nee, hij bromt zijn  teksten met krakerige basstem over de muziek heen . Die bartonzang is prachtig en is ingebed op de subtiel uitgewerkte, sfeervolle , donkere nummers .
“You want it darker” kan niet beter de plaat openen , het heeft een zwaarmoedige inhoud en een sterke klankkleur door een fijn  instrumentarium van keys , percussie , viool, cello  en de vrouwelijke achtergrondkoortjes .
Vijftig jaar lang heeft hij ons geboeid , geïntrigeerd , wat hem een enorme status heeft gegeven . “You want it darker , if you are the dealer , i’m out of the game . I’m ready my lord” . Opvallend genoeg als je dit goorde, om je zorgen te maken … Een levende legende is niet meer …

Kaleo

Kaleo - Een happy meal, maar zonder speeltje

Geschreven door

Intro - IJsland heeft een mooie waslijst aan topartiesten. Zo kennen we Björk, Sigur Rós, Of Monsters and Men, Ólafur Arnalds, … En sinds kort is er een nieuwe speler op de markt die een plaats op deze lijst probeert te veroveren. Ik heb het over Kaleo, een vierkoppige rock groep wiens muziek reikt van garage rock met een vleugje country tot indie rock met een streepje folk. Met hun 2de album ‘A/B’, gereleased 10 juni 2016, scoorde Kaleo een hit met de track “Way Down We Go”. Een meeslepend nummer met een donker kantje. Ik ben benieuwd of Kaleo dit donker kantje gaat tonen, tijdens hun debuut optreden in België.

Voorprogramma - Belgische klasse! Dat kan je zeggen over Jacle Bow. De kerels die we zagen in de ‘Nieuwe Lichting’ zijn ondertussen geëvolueerd in echte podiumbeesten. Jacle Bow staat vanavond in stijl op het podium en weet de AB warm te krijgen voor de IJslanders.

Er is maar één God - Kaleo verschijnt als een team op het podium, maar al snel is het een ‘one man show’. Zoals een actueel thema ons zegt ‘er is maar één God’ en dat is vanavond JJ Julius Son (gitaar/zang). De rol van frontman vervult hij op een timide manier.  Zo bedankt hij regelmatig het publiek en vraagt hij om mee te klappen en te zingen. Een heel optreden lang is hij het middelpunt van de belangstelling en staat enkel hij in de spotlight. Af en toe krijgt zijn collega, Rubin Pollock (gitaar), ook een beetje licht wanneer hij soleert. Maar de echte ‘God’, in mijn ogen, staat vanavond niet in die spotlight. Het is de bassist, Daniel Kristjansson, die in het donker het beste van zichzelf geeft. Continu moedigt hij het publiek aan en zelf staat hij geen seconde stil. Vanavond zag ik geen band op het podium, maar eerder vier individuen.

Tot in de puntjes - Kaleo live is hetzelfde als Kaleo op CD. De sound is opperbest en JJ Julius Son zijn stem klinkt grauw, ruw en donker zoals het hoort. Werkelijk een prachtige stem die hij juist weet te gebruiken. De show is tot in de puntjes verzorgd! Ook mijn complimenten aan de man van het licht!
Hoogtepunten - Een cover van “Bang Bang” die melodramatisch wordt ingezet, maar beetje bij beetje uitdraait in geschreeuw van gitaren, was voor mij het hoogtepunt. Dit nummer liet je haren eerst rechtop staan en daarna meebewegen met het geschud van je hoofd. Voor het publiek was ook “Way Down We Go” en feitelijk alle nummers van de nieuwe plaat een schot in de roos.

Een happy meal, maar zonder speeltje - Kaleo stelt zijn publiek niet teleur. De groep geeft waarvoor de fans betaalt hebben. Een mooie show, goede klank en hun beste nummers. Ben je een grote fan? Dan moedig ik je zeker aan om ze te gaan kijken. Maar ik mis toch iets. Het element van verrassing of eerder spontaniteit? Beiden heb ik niet ervaren tijdens de show. Het leek wel een happy meal, maar zonder speeltje.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/kaleo-25-01-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jacle-bow-25-01-2017/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Kings of Leon

Walls

Geschreven door

Begonnen als beloftevol en driftig garagerockbandje (met zinderende plaatjes ‘Youth and Young Manhood’ en ‘A-ha Shake Heartbreak’) en uitgegroeid tot miljoenenverkopende pompeuze stadionrockers (alles vanaf ‘Only By The Night’), uit commercieel oogpunt from the bottom to the top, artistiek gezien from the top to the bottom. Dat is kort gezegd het reeds het afgelegde parcours van Kings Of Leon. Eén wereldhit “Sex On Fire” heeft hun carrière voorgoed in twee helften opgesplitst. Wij vonden hen zeer sterk spelen in de eerste helft en hebben na de rust de tribunes verlaten. Nooit spijt van gehad.
‘Walls’ is het logische en voorspelbare vervolg in het Kings Of Leon verhaal. Kassa moet rinkelen, stadions moeten gevuld worden, platenbazen mogen niet ontgoocheld zijn, niemand mag schrikken. Hier zal wel ergens weer een hitje uit gehaald worden, het klinkt immers allemaal zeer radiovriendelijk (lees ongevaarlijk). Bij StuBru mogen ze opgelucht ademhalen, wij zetten als tegengif nog eens de nieuwe Swans op.

Leo Welch

Leo ‘Bud’ Welch - De laatste van de Mississippi Delta bluesmannen?

Geschreven door


Saddle For Sale, een kwartet uit Oostende, waarvan de leden gezegend zijn met welluidende namen als Slim Fab Schweiger (gitaar), KK Country Louis (bas), Jailbird Gene (drums en een met allerhande belletjes uitgerust washboard) en Damn Damn Vandam (gitaar/vocals), had de eer de avond te mogen openen. Ik werd aangenaam verrast door hun broeierige mix van roots en zwalpende country waarin de sterke zang van Damn Damn en de twangende gitaar van Schweiger het meest opvielen. Een cover van Hank Williams (“Mind your own business”) kon uiteraard niet ontbreken en ook “16 tons” (Tennessee Ernie Ford) was niet geheel onvoorspelbaar, maar je hoort mij niet klagen. Hank Williams kan trouwens nooit genoeg gecoverd worden terwijl eigen nummers als “Death row” en “Ol’ no 7” absoluut niet verbleekten naast die monumenten.

Leo ‘Bud’ Welch is een geval apart, dat is wel het minste wat je van de man kan zeggen. Hij debuteerde twee maanden voor zijn 82ste verjaardag met ‘Sabougla voices’. Een jaar later volgde reeds een tweede plaat (‘I don’t prefer no blues’) en nu was hij, na een eerste keer in 2014, opnieuw in Europa, dit keer mét een stop in België. Het heeft dus even geduurd maar nu heeft hij alle remmen los gegooid. Die hoge leeftijd lijkt hem daarbij niet te hinderen want hij oogde verrassend vitaal in de 4AD.
Na een uitgebreide aankondiging door zijn manager, Vencie Varnado, schuifelde hij, al spelend op zijn gitaar, het podium over om aan de andere kant zijn stoel te vinden. Meteen volgde één van de hoogtepunten van de avond : “Praise his name”, een als een opzwepende mantra klinkende gospel waarin Varnado, die het ganse optreden het vuur uit de sloffen zou lopen voor Leo, voor de tweede stem zorgde. Na dit kippenvelmoment liet hij de gospel links liggen en koos resoluut voor de blues. Mooi maar de songkeuze met enkele te vaak gehoorde klassiekers als “I got my mojo working” en “Sweet home Chicago” was niet altijd even gelukkig. Maar laat ik vooral daarover niet zeuren want dit was zo authentiek, eerlijk, recht uit het hart en ook wel uniek. Want dit zou wel eens de laatste van de Mississippi Delta bluesmannen kunnen zijn. De kans dat je er ginds nu nog eentje ontdekt, spelend op een porch, lijkt me vrijwel onbestaande. Maar goed, hier zat er nog één op het podium, die trouwens uitstekend werd bijgestaan door de charmante Dixie Street op drums en dat moesten we koesteren.
Hij leek wel onvermoeibaar, presteerde het zelfs om een dansje te maken met Vencie Vernado (dat is ook de man die hem introduceerde bij ‘Big Legal Mess Records’) en nam zeer ruim de tijd om kennis te maken met het publiek, zowel tijdens de pauze als na het concert. Het bleef nagelbijtend wachten tot helemaal op het einde vooraleer hij de twee beste nummers uit zijn laatste plaat, “Girl in the holler” en “I don’t know her name” prijsgaf. Na die mooie finale wou hij toch nog eindigen met een sereen slot waarvoor hij teruggreep naar zijn gospelperiode met een verfijnd “A long journey”.

Zat er dan helemaal geen sleet op deze 84-jarige knar? Toch een beetje. Zo had hij wat problemen om zijn gitaar gestemd te krijgen en “I woke up” zong hij zowel voor als na de pauze. Maar niemand die zich daaraan een buil viel.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

The Chameleons (Vox)

Chameleons Vox – The Chameleons fonkelt, schittert nog even sterk als toen

Geschreven door

Chameleons Vox – The Chameleons fonkelt, schittert nog even sterk als toen
Chameleons Vox en Flesh & Fell
Kreun
Kortrijk
2016-04-23
Johan Meurisse

Chameleons Vox
 - Er zijn zo van die verborgen pareltjes in de wave die kunnen en mogen schitteren . The Chameleons rond Mark Burgess is er zo eentje van … “Up the down escalator” nemen we als uitgangsbord, ze tekenen voor snedig gedreven , intense, meeslepende waverock met een vleugje galm in de beste zin van het woord , van onmiskenbare invloed op die ‘00’s revival. Hij speelt sinds 2009 onder de naam Chameleons Vox met enkele andere muzikanten.
Een goed gevulde Kreun van 45 plussers , sommigen het zwartje jasje boven gehaald, droegen Burgess en C° een warm hart toe , en konden hier genieten van het afwisselende materiaal. Het doet de band enorm veel deugd , dertig jaar na datum van de songs , dat ze nog steeds erg goed ontvangen en gesmaakt worden …

Even situeren misschien? In hun thuisstad Manchester behoorden The Chameleons midden de jaren ’80 tot de meest bepalende groepen en deden de toen vermaarde Hacienda club louter op basis van mond tot mond reclame in een mum van tijd uitverkopen. Maar buiten die grenzen bleven ze een vrij goed bewaard geheim en dienden ze het te stellen met een cultstatus. Ook al brachten ze met
'Script Of The Bridge' (1983), 'What Does Anything Mean?' (1985) en 'Strange Times' (1986) drie prachtige, door critici lovend onthaalde albums uit, ze konden de kwaliteit niet verzilveren in een globaal commercieel succes. Een vergelijking met de bevriende formatie The Sound ligt voor de hand en samen met o.m. een Bauhaus werden ze gerespecteerd . Hedendaagse groepen als Editors, Interpol en White Lies hebben nu net die Chameleons als voorname inspiratie en kregen intussen enorm veel bijval met die ‘80s waverockende revival .
Meteen werden we  in die kenmerkende sfeer ondergedompeld met “Don’t fall” , “Monkeyland” en “Pleasure & pain” uit het debuut , die iedereen meteen in optimale stemming brachten. “Looking inwardly” en “Perfume garden” van de tweede volgden , die door hun warme, donkere melancholie en galmende stroomstootjes sterk aanvoelden. Postpunk avant la lettre prevelde men naast me. Nostalgie die eigentijds klinkt .
Inderdaad , een bezielde aanpak , een rockende intensiteit, een amicale uitstraling en extravertie en ingenomenheid door de gitaren en de drumslagen. “Thursday’s child” tintelde, schitterde. Daarna werd het pedaal wat minder ingedrukt en kregen we meer meeslepend materiaal , wat de broeierige spanning deed afnemen.
Een absolute climax werd bereikt met “Soul in isolation” (wat een intro!) , het opbouwende “Second skin” en “Singing Rule Brittania” waar flarden tekst uit “Transmission” van Joy Division verweven werden.
Letterlijk wuifde de band ons uit met “Up the down escalator”, samen met het poppy “Denims & curls” en een slepende “Nostalgia”; die terug werden opgehoest .

Chameleons Vox zagen we eerste keer een handvol jaar terug met het Easter rewind Fest in Gent , verder waren ze nog in het Depot . Ik zie nu nog steeds een band op scherp. Terecht fonkelden de sterretjes …


Flesh & Fell kennen we van drie songs waarmee ze de eighties in ons landje hielpen kleuren . “Emma” , “The hunger” en “The wind” , die dertig jaar later wat werden herwerkt. De combinatie van donkere electrorock , new beat, EBM en gothrock is mooi verweven bij het drietal. Even meegeven dat van het oorspronkelijke duo Pierre Goudesone en Cathérine Vanhoucke enkel de mannelijke helft nog over blijft. In de zangeres Laurence Castelain en gitarist Laurent Stelleman heeft Goudesone intussen twee nieuwe muzikale trawanten gevonden .
De sound was duidelijk verankerd met de 80s en nummers als  “The devil in me”, “Something in between”, “Tipsy” en hun drie vooraanstaande nummers konden rekenen op een warme respons.
Toegegeven , rondom een “Emma” kun je niet heen , maar de Gainsbourgs en de Birkins keken om de hoek bij een nummer als “E-rotica”. Tot slot een schurende , scheurende “Perfectcompanion” , die de set besloot met een ietwat ontstemde zang van Goudesone . Kortom, Flesh & Fell pikt nog steeds een graantje mee van die dark entries …

Organisatie Purple Moon Productions ism Kreun, Kortrijk

Leo Welch

I Don’t Prefer No Blues

Geschreven door

How blue can you get ? Leo Welch, een ‘nieuwe’ naam in de blueswereld, maakte twee jaar geleden zijn debuut plaat ‘Sabougla Voices’, een werkje die diep in de gospel gedrenkt was, op een gezegende 82 jarige leeftijd. Hiermee vergeleken is zelfs Seasick Steve een snotneus.

Welch komt nu aanzetten met een authentieke en doorleefde bluesplaat die wederom door geen enkele kuisploeg werd aangeraakt, denk aan de ongewassen platen van Junior Kimbrough, T Model Ford en R.L. Burnside.

Opener “Poor Boy” is een gospel die nog enigszins in het verlengde ligt van zijn eerste plaat, maar daarna gaat onherroepelijk de rauwe blueskraan open. In “Goin’ Down Slow”  en “Sweet Black Angel” hangt de geest van Muddy Waters rond, “Too Much Wine” neigt naar de gekheid van Andre Williams en elders stoten we geregeld op Hound Dog Taylor en Howlin’ Wolf. Eeuwen oud en onverslijtbaar dus, dit is recht van de straat geplukt. Ruwer en groezeliger kan u dezer dagen uw blues niet meer krijgen.

 

The Chameleons (Vox)

The Chameleons Vox - Burgess vs Kompany

Geschreven door

Mark Burgess is een van de belangrijkste singer/songwriters/dichters in de rock-geschiedenis (en één van mijn 'helden'). Met zijn band, The Chameleons, bracht hij een reeks juweeltjes in de stijl psychedelische postpunk, zoals ‘Script of the Bridge’ of ‘Strange Times’in de jaren '80. Helaas ging de band uit elkaar na de dood van hun manager Tony Fletcher, in 1987.
Daarnaast probeerde Mark een aantal projecten, hetzij solo hetzij met andere muzikanten (The Sun And The Moon, Invincible, ...).  In 2000 besloot hij zijn oorspronkelijke band terug op poten te zetten onder de « Chameleons Vox », met de originele drummer John Lever en andere muzikanten.

Op het programma van het concert in het Depot in Leuven werd het eerste album van The Chameleons « Script of the Bridge » volledig gespeeld, hun beste LP weliswaar , die dateert uit 1983.
Over de middag, had ik de kans om Mark Burgess te interviewen. Hij is een zeer sympathieke en briljante man, met typisch Britse humor. Hij sprak over zijn jeugd in Manchester, de Beatles, T. Rex, de opname van ‘Script ...’ , zijn projecten, enz ... maar ook over zijn interesse in UFO's , bijna-doodservaringen en paranormale verschijnselen in het algemeen. Dit interview zal in de komende dagen gepubliceerd worden … Stay tuned !

Maar we focussen ons nu op het concert. Het Depot , in een 'box-configuratie' vanavond, gezien de Chameleons Vox geen grote menigte trekt , maar een publiek is van echte fans, veertigers, die opnieuw een uniek moment wensen te beleven.
Vanaf het eerste nummer, « Don't Fall », is de toon gezet. De band speelt het oorspronkelijke nummer  tot in de perfectie. Nu dat hij opnieuw bas op het podium speelt , heeft Burgess bijna 100% de looks die hij in de jaren '80 had. Wat ook opvalt is het uitstekende werk van de twee gitaristen, die evenzeer perfect slagen in die vroegere complexe gitaareffects, vol reverbs en echo. Ook het geluid is goed. De uitstekende geluidstechnicus Thomas ‘Mixmeister’ (Tnproductions) staat achter de knoppen en is hier verantwoordelijk voor !
Na "Here Today" komt "Monkeyland" al, een eerste hoogtepunt. Het begint zachtjes maar bij het refrein explodeert het en iedereen schreeuwt : "It's just a trick of the light !". Burgess gaat door met "Second Skin", een van mijn 10 favoriete songs. Zeven minuten puur genot. Je voelt Burgess’ inspiratie, met wortels uit de jaren '60 , zoals blijkt uit zijn verwijzing naar "Please, Please Me", van  The Beatles, in het midden van de song.
In het tweede meer psychedelische deel, worden we in een andere wereld gekatapulteerd, aan de grond genageld met gesloten ogen door de hypnotiserende schoonheid van de muziek.
De volgende nummers vormen een opeenvolging van tijdloze klassiekers, van de energetische « Up The Down Escalator » tot de zeer sociologische « A Person Isn't Safe Anywhere These Days ». "Paper Tigers" zorgt voor een temperatuursstijging en de band sluit de set af met het  schitterende "View From A Hill".
Terug op het podium voor de encores, zingt Mark Burgess a capella het liedje dat de fans van Manchester City, zijn favoriete club, ter ere van onze nationale Vincent Kompany zingen, op de melodie van Mrs Robinson : "And here's to you, Vincent Kompany..." : een knipoog die ten zeerste door de kenners gewaardeerd werd! Dan speelt de band "Looking Inwardly", uit de tweede elpee van Chameleons, ‘What does anything mean? Basically’.
En dan is er een nieuwe 'tour de force', met "Soul in Isolation". Deze zeer complexe compositie duurt wel 9 minuten en zoals gebruikelijk, geeft Burgess zich hier over aan 'song dropping' door het plaatsen van een paar fragmenten uit "The End" (The Doors) en "Eleanor Rigby" (The Beatles). "Singing Rule Britannia (While the Walls Close In)" wordt voorgesteld als een nummer ‘Made in Manchester’ en hier introduceert Burgess ook een muzikale toespeling, deze keer naar "Transmission" (Joy Division).
Na een tweede pauze komt Chameleons Vox terug op het podium voor de funky "Swamp Thing" en de solide "Return of the Roughnecks ».

Conclusie : Behalve het relatieve gebrek aan interactie tussen de musici op het podium, was het een perfect concert op alle niveau's. Het toonde het ongelofelijke spectrum  van The Chameleons aan: muziek die tegelijkertijd sterk en zeer verfijnd is, gekoppeld aan zeer poëtische, zelfs filosofische teksten, die een unieke kijk onthullen op onze gemeenschap en de menselijke interacties .
We kijken uit naar de nieuwe composities die Mark Burgess voorlopig aan het voorbereiden is en die op een nieuwe elpee doen hopen …

In het eerste deel kwam Reiziger, een band uit Leuven en Limburg, energieke power-rock met accenten van Sonic Youth / Fugazi / Girls Against Boys. Hun album 'Station Kodiak' werd recent door Berk & Bezem / [ PIAS ] uitgebracht.

Setlist : Don't Fall - Here Today – Monkeyland - Second Skin - Up the Down Escalator - Less Than Human - Pleasure and Pain - Thursday's Child - As High As You Can Go - A Person Isn't Safe Anywhere These Days - Paper Tigers - View From a Hill
Encore 1: Looking Inwardly - Soul in Isolation - Singing Rule Britannia (While the Walls Close In)
Encore 2: Swamp Thing - Return of the Roughnecks

Philippe Blackmarquis vertaling : Philippe Blackmarquis - Johan Meurisse

Organisatie: Het Depot, Leuven

Kings of Leon

Mechanical Bull

Geschreven door

Even, héél even, dachten wij dat Kings Of Leon het stadionjuk van zich afgegooid hadden en een verhoopte terugkeer naar de sympathieke rommeligheid van hun eerste twee platen hadden gepleegd. Wij zijn dwazen.
Waarom dachten wij dat ? Omdat wij overdonderd werden door de geweldige song “Don’t matter”, een werkelijk fantastisch gitaaropdondertje van drie minuutjes. Helaas blijken dit de enige drie minuten die de moeite waard zijn op dit nieuwe album (hun zesde al, en het derde overbodige). De rest is meer van het soort kwark dat ook al overvloedig stond te stinken op de vorige twee platen. Bombast, stroop, misplaatste pathos en op de hitparade gerichte melodietjes.
Een te duchten concurrent voor ‘The Weight of your Love ‘ van Editors in de categorie slijmplaat van het jaar.

Leonard Cohen

Leonard Cohen –– Een onkreukbare live-reputatie met oude ideeën

Geschreven door

Toen na een afwezigheid van 15 jaar de Canadese zanger-liedjesschrijver, bard, troubadour en poëet Leonard Cohen in 2008 brak met het voornemen om nooit meer op te treden en aankondigde opnieuw te gaan touren, was dit ingegeven door dwingende noodzaak omdat zijn toenmalige manager Kelley Lynch er met zijn fortuin vandoor was en hij aldus zijn pensioenkas diende te spijzen. In tijden van aanhoudende dalende platenverkoop leek het geven van concerten de enige optie op een gegarandeerde positieve return te zijn.

Minder cynisch is Cohen door de penibele omstandigheden niet geworden maar op een of andere manier gaf het zijn populariteit een extra boost. Overal waar hij sindsdien aantreedt, gebeurt dit voor uitverkochte zalen en aan dat succes lijkt vooralsnog geen einde te komen. Zijn vorig jaar verschenen album ‘Old Ideas’ prijkte in heel wat landen op de eerste plaats en de daaraan gekoppelde tournee met telkenmale sets van nooit minder dan drie uur, mocht opnieuw rekenen op alom lovende recensies waarbij de vraag naar tickets het aanbod menigmaal overtrof.

Qua concerten werden de Belgische fans van Cohen de voorbije maanden enorm in de watten gelegd. Zo viel vorige zomer de eer te beurt aan Gent om de première van de ‘Old Ideas World Tour’ te verzorgen. Waar het aanvankelijk de bedoeling was twee openluchtconcerten te laten plaatsvinden in het fraaie kader van het Sint-Pietersplein, werden het er uiteindelijk vijf (!) nadat de tickets voor de eerste twee avonden binnen enkele minuten de deur uitgingen. Wie er bij was, zal het zich nog lang heugen en de mond-op-mond reclame begon zelfs mythische vormen aan te nemen. Gelukkig dus dat amper tien maanden later Cohen tijdens het tweede luik van de tournee ons land opnieuw verblijdde met twee concerten, namelijk in het Antwerpse Sportpaleis (23/06) en Vorst Nationaal (30/06), zodat degenen die toen geen stoeltje in de Arteveldestad konden bemachtigen, niet al te lang dienden te treuren en zelf konden checken  binnen welk niveau de waarheid zich situeerde.
En de honger naar beschikbare tickets bleek nog steeds verre van gestild want ook deze twee avonden waren - enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten - in sneltempo uitverkocht.

Dat het sfeervolle en gezellige Sint-Pietersplein deze keer moest plaatsmaken voor de kille aanblik van betonnen constructies leek op papier een nadeel maar dit voorbehoud verdween afgelopen zondag in Vorst Nationaal onmiddellijk bij het doven van de lichten en bij het inzetten van de opener van de set, « Dance Me To The End Of Love ». Meteen werd duidelijk dat waar het merendeel van de artiesten hun tanden stukbijten op vervelende echo’s en holle klanken in deze muziektempel, dit geen obstakel bleek te zijn voor Cohen en zijn team. Hij beschikt over technici op topniveau want zij slaagden er in om alles loepzuiver te laten klinken. Iedere zucht, iedere aangeslagen gitaarsnaar of ingedrukt klavier van het orgel kon men als toeschouwer onmetelijk gedetailleerd horen alsof men zich op het podium naast de muzikanten bevond. Voorwaar een huzarenstuk.
Maar ook de negen ervaren muzikanten die Cohen sinds enkele jaren in min of meer vaste bezetting begeleiden, lieten zich niet onbetuigd en onderstreepten nogmaals uiterst getalenteerd te zijn. Ze zetten een vlekkeloze, tot in de puntjes verzorgde instrumentatie neer.
Geregeld kregen ze ook de mogelijkheid aangeboden om zich solo in de kijker te spelen en werden ze – ook fysisch - in de schijnwerpers geplaatst (waarbij Cohen zich in alle bescheidenheid terugtrok in een donker plekje op het podium). Gitarist Mitch Watkins mocht aan « The Future » een extra bluesy cachet geven waarbij hij zijn gitaar deed klinken alsof Robert Cray plots was opgedoken. Ook « Bird On A Wire » dompelde hij onder in de blues waarbij de Hammond B3 van Neil Larsen en de vocalen van de zangeressen Sharon Robinson en Charley en Hattis Webb (The Webb Sisters) net als tijdens « Everybody Knows » voor een mooie aanvulling zorgden. Javier Mas voorzag via luit « Who By Fire » van een uitgebreide prachtige Spaanse intro en mede door het verfijnde drum- en baswerk van respectievelijk Rafael Gayol en Roscoe Beck toonde « Darkness » een nauwe verwantschap met het latere werk van Nick Cave die overigens nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat Cohen een belangrijke inspiratiebron voor hem is geweest (zie onder meer hoe hij ooit « Avalanche » naar zijn hand zette op zijn album ‘From Her To Eternity’). De schitterende vioolvirtuoos Alexandru Bublitchi tenslotte slaagde er in om via « Lover, Lover, Lover » (het enige moment trouwens waarop Cohen de indruk gaf te worstelen met het hogere ritme en dito vocalen) een zomerse bries door de zaal te laten waaien.
Hoewel met het verstrijken van de jaren Cohen’s stem grommend en nóg donkerder geworden is en aldus meer en meer geschikt lijkt voor ‘spoken word’ (tijdens zijn voordracht uit het poëtische « A Thousand Kisses Deep », louter met behulp van spaarzame en sferische klanken bijgestaan door Neil Larsen, kon men bijvoorbeeld een speld horen vallen in de zaal) gaf dit nooit aanleiding tot eentonigheid mede omdat Cohen zo uitgekiend is om de vocalen van de drie zangeressen als tegengewicht te gebruiken voor de zijne en dit met elkaar te laten correleren. Bovendien kregen ook de drie vrouwen in het gezelschap hun gloriemomenten toebedeeld. Robinson mocht bij « Alexandra Leaving » de hoofdrol voor haar rekening nemen en The Webb Sisters stuwden « If It Will Be Your Will » met hun engelenstemmen en zichzelf louter begeleidend op akoestische gitaar en harp, tot eenzame hoogte.
Zelden of nooit hebben wij een wereldster met een muzikale erfenis als Cohen trouwens zo uitvoerig zijn muzikanten en crew (inclusief geluids- en lichttechnici, webdesigner, e.d.m.) zien danken. Hij nam meermaals letterlijk en figuurlijk zijn hoedje (een fedora) voor hen af of maakte daarbij een knieval. Ook het aandachtige, respectvolle tot zelfs adorerende publiek werd geregeld in deze dankbetuiging betrokken.
Zoals te verwachten vielen er tijdens het concert geen verrassingen te noteren – of het zou het Franstalige « La Manic », een cover van Georges Dor, moeten zijn.
Cohen heeft nog steeds lak aan voorprogramma’s of speciale effecten. Meer dan een gordijn op de achtergrond en twee beeldschermen aan de zijkant van het podium waren er in dat opzicht niet te bespeuren. Het spektakel moet van hemzelf en zijn begeleidingsgroep komen.

Verder waren alle vertrouwde ingrediënten aanwezig: Cohen met fedora op het hoofd stak in een onberispelijk grijs pak (net als de rest van de crew); de setlijst bleek in vergelijking met voorbije jaren opnieuw nauwelijks of niet gewijzigd en bevatte een afwisseling tussen klassiekers en nieuwer werk; de inhoud van de bindteksten bleef nog steeds intact en werd op dezelfde momenten uitgesproken (met de woorden “Thank your for climbing so high” verwelkomde hij de toeschouwers in de nok van de zaak, bij de opening van het tweede deel van de set begroette hij het publiek met “Thank you for coming back” en haalde hij tot grote hilariteit bij « Tower Of Song » wat grapjes uit door schijnbaar onbeholpen op de synthesizer te tokkelen). Alles is sinds jaren vooraf duidelijk ingestudeerd en wordt volgens een strak schema uitgevoerd.
Daartegenover staat dan weer dat het gebodene van een zodanige kwaliteit is dat het nooit minder dan prachtig of subliem is. Hoogtepunten opsommen heeft in dit geval dan ook geen nut maar wat ons betreft, gingen de ereprijzen tijdens de twee reguliere delen van de set behalve naar de eerder vermelde  « Who By Fire » en  « Darkness », ook naar « Suzanne », « Sisters Of Mercy » (waarbij Cohen de akoestische gitaar ter hand nam en een verwijzing maakte naar zijn folkverleden) en zijn bewerking van het verzetslied « The Partisan » (dat  ook na ruim vier decennia van een absolute klasse getuigt). « Hallelujah » toonde dan weer aan dat ongeacht de vele coverversies, het patent om een dergelijk nummer te schrijven en componeren louter bij Cohen zelf berust.

Ook de toegiften verdeeld over drie rondes, waren stuk voor stuk om van te smullen.
Het massaal meegezongen « So Long, Marianne » bleek opnieuw dé publiekslieveling (waarbij Cohen de toehoorders dankte met de woorden “Thanks for the help”), het (zelf)relativerende « Going Home » uit het nieuwe album (waarbij God Cohen aanspreekt als een “Lazy bastard living in a suit”) ontpopte zich door mooie samenzang en een extra instrumentale invulling tot mogelijke klassieker in wording terwijl met « First We Take Manhattan » stevig en uptempo werd uitgepakt.
De tweede bisronde met « Famous Blue Raincoat » (Cohen op akoestische gitaar), het eerder vermelde « If It Be Your Will »  en een gezwind en ritmisch « Closing Time », was misschien zelfs nóg beter met drie voltreffers op rij.
Toen hij er nog maar eens een sprintje richting podium uitperste, hadden er al diverse toeschouwers de zaal verlaten om nog tijdig met het openbaar vervoer thuis te kunnen geraken maar de nog aanwezigen konden hun glimlach niet inhouden toen hij de openingswoorden van « I Tried To Leave You » zong (intussen liep de klok namelijk al tegen halftwaalf aan). En nog was het niet voldoende want het sluitstuk van deze avond werd gereserveerd voor het door Doc Pomus en Mort Shuman neergepende « Save The Last Dance For Me » (oorspronkelijk vertolkt door The Drifters in 1960).

Hoewel hij volgende september 79 jaar wordt, oogde Cohen bijzonder fit en vitaal (telkens hij het podium betrad of verliet, ging dit in huppel- of zelfs looppas en hij zong ook diverse nummers op zijn knieën). Of dit dan ook zijn allerlaatste tournee wordt, daar zal moeder natuur nog wel over oordelen maar wij hopen dat hij eindelijk met een voldaan gevoel van zijn welverdiend pensioen kan genieten.
Hoe het ook uitdraait, iedere aanwezige in Vorst Nationaal kon afgelopen zondagavond na een marathonsessie van ruim drie en een half uur (inclusief twintig minuten pauze tussen deel een en twee van de show) terugblikken op een prachtig concert dat ingetogen, geconcentreerd en met oog voor detail werd gebracht.
En dat allemaal ‘dankzij’ een te inhalige ex-manager …

Setlist :
Dance Me To The End Of Love / The Future / Bird On The Wire / Everybody Knows / Who By Fire / The Darkness / Amen / Come Healing / Lover, Lover, Lover / A Thousand Kisses Deep (voordracht) / Anthem
Tower Of Song / Suzanne / Sisters Of Mercy / Heart With No Companion / La Manic / The Partisan / Alexandra Leaving / I’m Your Man / Hallelujah / Take This Waltz
So Long, Marianne / Going Home / First We Take Manhattan
Famous Blue Raincoat / If It Be Your Will / Closing Time
I Tried To Leave You / Save The Last Dance For Me

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/leonard-cohen-30-06-2013/
Organisatie: Greenhouse Talent

Leonard Cohen

Old Ideas

Geschreven door

Eén van de levende legendes , intussen de 77 voorbij, is dichter Cohen . Sinds dat hij in 2005 ontdekte dat hij werd bedrogen door zijn manager en zijn geld kwijt was , keerde hij terug op de podia. Een wereldtournee van wel 250 shows in 31 landen , werd een groot succes en zorgde ervoor dat de kas gespijzigd werd. De sing/songwriter van een ‘See a darkness’ heeft een nieuwe plaat uit , ‘Old ideas’. Tien doorleefde , warme , sfeervolle songs met een donker kantje over dood , religie , liefde , lust en de donkere kanten van relaties , zoals we dat goed kennen van Cohen . Klankkleur krijgt het materiaal door een toegevoegd instrumentarium en harmonieën van vrouwenkoortjes van o.m. Jennifer Warnes , Sharon Robinson, The Webb Sisters en zijn partner Anjani Thomas.
Een meeslepend album met o.m. een intrigerende versie van “Amen” … zover is hij bijlange nog niet .
Binnenkort terug in het land voor een reeks concerten van een neverending worldtour …

Kings of Leon

Come Around Sundown

Geschreven door

Het zal Kings Of Leon worst wezen dat critici hun nieuwste cd maar niets vinden, het ding is het logische vervolg op ‘Only By The Night’ en zal bijgevolg wel een paar miljoen keer over de toonbank gaan. De groep heeft duidelijk gekozen voor de weg van de epische stadionrock met galmende gitaren en een sound die naar de sterren tracht te reiken. Het is hun volste recht, maar ‘t is niet echt ons ding. Wij blijven zweren bij de charmante rommeligheid van ‘Youth and young manhood’ van de tijd waarin het beloftevolle nieuwe bandje nog binnengehaald werd als de nieuwe Strokes. Ook ‘Aha shake heartbreak’ en ‘Because of the times’ hebben nog steeds een vooraanstaand plaatsje in onze collectie, maar vanaf ‘Only by the night’ begonnen wij al enige argwaan te krijgen, ook al stonden er een paar regelrechte krakers op dat album.
Aanvankelijk werkt de weidse aanpak wel. De band schiet verrassend goed uit de startblokken met het heerlijk voorbijglijdende “The end”. De inmiddels vertrouwd rollende single “Radioactive” trekt geslaagd de lijn door gevolgd door het frisse “Pyro”, het tintelende “Mary” en het verdomd pakkende en meeslepende “The face”. Maar dan is het definitief gedaan en vervalt de plaat in vervelend geneuzel en ondermaatse songs ontdaan van elke vorm van inspiratie of emotie. Als u niet wil in slaap vallen mag u de tracks 6 tot 12 overslaan en meteen skippen naar nummertje 13 “No Money”, een lekker stampende rocker die zo op één van de eerste twee platen had gekund.
6 op 13, da’s een buis wat ons betreft maar de charts zullen daar wel anders over oordelen.
Aan u de keuze.

Leonard Cohen

Leonard Cohen zorgt voor magie

Geschreven door

De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Naast optredens in het Minnewaterpark in Brugge, was hij nu voor de derde keer te gast in een grote zaal. De wereldtournee (z’n laatste?), wat tegen wil en dank opgestart, is succesvol te noemen. Net als bij z’n vorige concerten, konden we ook in het Sportpaleis spreken van een memorabel innemend concert … (zie ook concertreview Minnewaterpark in Brugge, juli 2008).
Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s.

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

Leonard Cohen

Leonard Cohen: Innemende maestro Cohen imponeert in verstild Minnewaterpark

Geschreven door

Het begrip ‘levende legende’ wordt door rockjournalisten te pas en te onpas wel eens gebruikt om de muzikale impact van zijn of haar favoriete band of artiest te beklemtonen. Doorgaans betreft het hier muzikale pioniers op gezegende leeftijd, eigenzinnig artistiek talent met een bewogen levenswandel of performers die ondanks matig commercieel succes en sporadische live optredens toch een ware cult status hebben verworven. De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen beantwoordt aan zowat elk van deze definities, en wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Van Cale tot Cave en van U2 tot Sisters of Mercy, allen hebben ze hun bewondering voor de mens en de artiest in Cohen nooit onder stoelen of banken gestoken. Bij zijn terugkeer uit een Zenboeddhistisch klooster in ’99, en een matige muzikale come-back met het album ‘Ten New Songs’ twee jaar later, werd Cohen persoonlijk geconfronteerd met de inhaligheid van de mensheid, een thema dat notabene in verschillende van zijn songs wel eens opduikt. Wanneer blijkt dat een voormalige manager diens zuurverdiende pensioenkas vakkundig heeft leeggeplunderd moet de oude grijze vos tegen wil en dank terug op zoek naar een plaats onder de spotlights. Cohen brengt voor het eerst in meer dan 20 jaar een poëziebundel uit, ‘Book of Longing’, waaruit gedichten later op muziek worden gezet door Philip Glass. Hierdoor wordt zijn eerlange kandidatuur voor een plaats in de Rock and Roll Hall of Fame in maart van dit jaar eindelijk realiteit, en breekt hij bovendien met zijn oude voornemen om nooit meer op te treden door zowaar op wereldtournee te vertrekken. Het serene middeleeuwse kader van het reeds maanden op voorhand uitverkochte Minnewaterpark vormde afgelopen donderdag, aan de vooravond van het Cactus festival, een ideaal decor voor de Belgische halte op Cohen’s (laatste?) Europese doortocht.

Onder het toeziend oog van een hoofdzakelijk grijzend/grijs en kalend/kaal publiek werd de set afgetrapt met twee klassiekers uit Cohen’s poppy en toegankelijk 80ies oeuvre, “Dance Me to the End of Love” en “Ain’t no Cure for Love”. Wel ja, aftrappen is misschien niet de juiste omschrijving voor de tengere gentleman die in zwart maatpak en kenmerkende hoed voorzichtig over het podium schoof en uiterst dankbaar elk applaus in ontvangst nam. De ‘spoken words’ van de intussen 73-jarige troubadour klonken echter even donker, broos en gebiedend als op plaat, en ook diens zeer gedisciplineerde en uitstekend musicerende begeleidingsgroep eiste doorheen gans de set een hoofdrol op. Cohen bood tijdens de lange nummers dan ook ruimschoots de tijd aan klassemuzikanten zoals Neil Larsen (keyboard en orgel) en Dino Soldo (saxofoon) om afwisselend een solo te scoren. Vocaal werd de grijze vos bijgestaan door zijn co-writer Sharon Robinson, een imposante leading lady die vooral in de meer recente minimale softsoul nummers zoals “In My Secret Life” uit ‘Ten New Songs’ bewees over een indrukwekkend koppel stembanden te beschikken.
De fundamenten van Cohen’s muzikale reputatie werden in de late 60ies en vroege 70ies gelegd, en het mag dan ook geen wonder heten dat klassiekers als “Bird on a Wire” (‘69) en “Who by the Fire” (‘74) op het meeste herkenningsapplaus werden onthaald. In tegenstelling tot het eerder serene eerste deel van de set maakte een goed geluimde Cohen na de pauze ruimte voor enige humor tijdens het lang uitgesponnen “Tower of Song”, en bovenal, voor meer wereldsongs uit zijn eerste albums. Tijdens het onvolprezen duo “Suzanne” en “Hallejulah” daalde een bijna ijselijke stilte neer over het Minnewaterpark; het 8000-man sterke publiek verstilde wanneer de oude meester tijdens deze nummers dramatiek en melancholie op onnavolgbare wijze met elkaar verzoende. Enkel die ene “Bird in a tree” verscholen in de kruin van het Minnewaterpark stoorde zich hier niet aan, wat de soundtrack bij deze surrealistische zonsondergang compleet maakte. Melig werd het echter nooit, want Cohen zou Cohen niet zijn als hij tussendoor met het zowaar bijna opgewekte “Democracy (is Coming to the USA)” zachtaardig doch trefzeker uithaalde naar Bush & co. De tweede generatie Cohen adepten leerden de Canadese bard vooral kennen via de commerciële voltreffer ‘I’m Your Man’ (’88), en in de setlist doken maar liefst zes nummers uit dat album op. De grootmeester nam een eerste keer afscheid met het titelnummer en het orkestrale “Take This Waltz” waarop menig koppel uit het publiek een walsje uitprobeerde.
Innemend en dankbaar verscheen Cohen opnieuw op het podium om zijn ‘best of’ set gewoonweg verder te zetten. Decennia na hun release blijken “So Long Marianne” (’68) en “First We Take Manhattan” (’88) te zijn uitgegroeid tot evergreens uit het tijdloze oeuvre van de Canadese maestro, meezingbare lappen poëzie die verschillende generaties liefhebbers van Het Grote Lied aanspreken. De folkie in Cohen, inclusief akoustische gitaar, kreeg vervolgens de hoofdrol tijdens het donkere “Sisters of Mercy”, en wat ons betrof was “Closing Time” een ideale afsluiter geweest van een set die, zonder echt lyrisch te worden, gerust als begeesterend kan worden omschreven. De oude meester had het tijdens de uitgebreide bisronde echter meer dan duidelijk naar zijn zin en declameerde vervolgens ook nog “I Tried to Leave You” uit ‘New Skin for the Old Ceremony’ (’74), waarmee hij leek aan te geven oprecht spijt te hebben om van het enthousiaste publiek afscheid te moeten nemen.

Leonard Cohen nam letterlijk en figuurlijk meermaals zijn hoed af voor zijn voortreffelijke band, de dankbare toehoorders en het sfeervolle Brugge. Zelden stond een singer-songwriter dichter bij een festivalpubliek als vanavond, en met een welgemeend “Thank you for keeping my songs alive” was dat ook de grijze vos zelf niet ontgaan. En dan te bedenken dat we deze onvergetelijke momenten allemaal hebben te danken aan een hebberige manager... de cynicus in Cohen kan met een voldaan gevoel op retraite om te genieten van een welverdiend pensioen.

Organisatie Greenhouse Talent Gent ism Cactus Club, Brugge

Kings of Leon

Because of the times

Geschreven door

’Because of the times’ is de derde cd van de muzikale familie Followill, drie broers en een neef, die doorleefde emotievolle rock’n’roll spelen. De groep brengt ‘niet meer van hetzelfde’, nee de songs zijn meer uitgediept dan op de voorbije cd’s. De groep is duidelijk gegroeid in hun retro/americana. Een begeesterend samenspel van het viertal onder de rauw raspende, krijsende vocals van Caleb.
Ze namen rustig de tijd te werken aan ‘Because of the times’ en hebben een fijne, afwisselende plaat uit. Hun broeierig materiaal intrigeert, is spannend en meeslepend met “On call” en “Fans” als hoogtepunten. “Knocked up”, “MC Fearless” en “True love way” hebben een schitterende opbouw en nestelen zich in je hersenen; “The runner” en “Trunk” zijn de twee meest sfeervolle songs. En de rechttoe-rechtaan rock’n’roll zijn ze niet verleerd, luister maar naar “Charmer”, “Black thumbnail” en “Camaro”. Charmante plaat!