logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (21 Items)

Pink Mountaintops

Peacock Pools

Geschreven door

Pink Mountaintops is het zijproject van Black Mountain frontman Stephen McBean.
Zijn laatste schijf met dit project 'Get Back' dateert al van 2014 ...
de recensie kun je hier nog eens nalezen.

Met 'Peacock Pools' gaat hij de meer psychedelische kant uit, maar er is zoveel te beleven op deze schijf dat de muziek in een hokje duwen Pink Mountaintops tekort doen is.
“Nervouw Breadkdown” ( een Black Flag cover) geeft al meteen een uppercut, waardoor je prompt uit je lood wordt geslagen.
Pink Mountaintops houdt van variatie. Soms neemt die psychedelische kant de bovenhand, “Muscles”, of de gevoelige zijde, “You Still Around” of het wondermooie “The Walk - song for Amy”. Pink Mountaintops trekt zelfs alle registers open op “All this death is killing me”.
Veel verandering en verrassende wendingen dus. 'Peacock Pools' toont nog eens de veelzijdigheid en het avontuurlijke karakter van Stephen McBean, binnen een psychedelische noemer .

Nervous Breakdown 02:53 Nikki Go Sudden 03:56 Blazing Eye 04:26 You Still Around 02:24 Shake The Dust 06:08 Swollen Maps 01:08 Lights of The City 04:33 Miss Sundown 02:02 Lady Inverted Cross 03:06 Muscles 03:20 All This Death Is Killing Me 02:17 The Walk - Song For Amy 05:51

Mount Kimbie

Mount Kimbie - Top concert! En onvergeeflijke keuzes…

Geschreven door

Mount Kimbie - Top concert! En onvergeeflijke keuzes…
Mount Kimbie
Ancienne Belgique
Brussel
2017-11-04
Sander Blommaert

Het werd nog eens tijd! Mount Kimbie zat een tijdje in de studio om de laatste langspeler ‘Love What Survives’ in elkaar te monteren. Een plaat die tegenover debuut ‘Crooks & Lovers’ (2010) en publieksfavoriet ‘Cold Spring Fault Less Youth’ (2013) nog meer klinkt als een volledige band dan twee techneuten aan toetsen en knoppen. ‘Love What Survives’ heeft behalve weer een samenwerking met King Krule, nu ook Micachu, Andrea Balency en James Blake in de vriendenkring getrokken. Reden genoeg om naar de AB af te struinen om te zien hoe ze dat gaan oplossen.

Het Portlandse Visible Cloaks mag het publiek warm maken met hun elektronische dekentjes. Het duo bracht dit jaar Reassemblage LP uit. Een album dat te omschrijven valt als een soort Oneohtrix Point Never, onder invloed van valium, in Tokyo. Live waren deze knapen geconcentreerd en beduidend bezig met het vormen van klanken. Meer dan hun silhouetten zagen we niet en dat stoorde een beetje. Het laagje warme elektronica spreidde zich over ons heen en bracht sommigen onder ons in trance. Toch is de grote zaal van de AB meer een praatcafé onder leiding van deze jongens dan een concertzaal.

Onder luid applaus verwelkomen we Maker en Campos. Is dat Andrea Balency die zich een beetje beschaamd achter een synthesizer plaats? Knikje naar de drummer, iedereen in de startblokken? Ze kunnen geen betere keuze maken dan te beginnen met de fantastische intro van het nieuwe album. “Four Years and One Day” brengt de gehele zaal gelijk in de sfeer. Ook Mount Kimbie is fan van silhouetten en laat ons eerst rustig kennis maken met de profielvormen van de (nu) vierkoppige band. Artiest en publiek weten nu al dat het een goede avond gaat worden.
Er is weinig contact met het publiek, maar de energie op het podium en het behoorlijke lichtwerk vergeeft het hen. Tussen elke vier nummers krijgen we een knuffelachtige ‘thanks so much’ en vragende blikken of ze het goed aan het doen zijn. Het publiek reageert met uitbundige diepkeelse uithalen en wiegend dansgedrag. We worden getrakteerd op een greep uit het oeuvre van de jongens. “Audition” wordt opgevolgd door “Marilyn” die dan weer een intermezzo krijgt van ‘Crooks and Lovers’ “Before I move Off”. Het word een festijn voor zowel de nieuwe ontdekker als de oude Mount Kimbie rot.
 ‘De onvergefelijke keuzes?’ Op zich zijn er wel een aantal opwerkingspuntjes. Het verschil tussen de vertrouwdheid van de oude nummers en die van het nieuwe album waren duidelijk aanwezig. Tijdens vertrouwde nummers stonden ze veel nonchalanter en beter op het podium terwijl ze voor de nieuwe nummers meer hun plek opzochten en hun partij speelden. Een puntje dat eigenlijk eerder als schattig gezien kan worden aan het begin van de tour, dan iets waar we resoluut kritisch over moeten zijn. Muzikaal was de uitwerking van (bijna) elk nummer volledig op punt en kon men, zowel artiest als publiek, ongestoord genieten van een fantastisch optreden.
Maar op twee punten mogen we hard zijn. (1) Als Dominic Maker denk dat hij de rol van Archy Marshall op de nummers “Blue Train Lines” en “You Took Your Time” kan invullen heeft hij het goed mis. Als je het vocaalgewijs niet haalt om dezelfde energie in de nummers te steken, kan je ze beter gewoon niet spelen. De jongens hadden op basis van vocalen in nummers soms toch beter keuzes kunnen maken. Ze hebben beide namelijk niet de beste zangstemmen.
 De mannen spelen “Delta” als laatste staaf dynamiet voor ze even lieflijk het podium verlaten als ze opkwamen. Men neemt geen genoegen met dit afscheid, terecht ook, ze mogen nog een uur spelen. Lang laten ze niet op hun terugkeer wachten. We verwachten “Made to Stray”, maar krijgen een aangename verrassing. De pianosamples van Dansende Beer favoriet “Maybes” beginnen te spelen en we voelen stiekem kippenvel onze armen al omhoog trekken. (2) TOTDAT! Ze het gehele nummer, absoluut, volledig, onverwacht, kapot maken! De subtiliteit in vocal samples en percussie is in dit nummer belangrijker dan ooit, de keuze om de vocalen er als een soep overheen te blazen maakt het dan ook tot pulp. Echte afsluiter “Made To Stray” is live de vetste steady die we al hoorden, maar troosten maar half na wat ze ”Maybes” hebben aangedaan.

Hoewel, vooral, het laatste puntje zeer zwaar op onze maag ligt, gaf Mount Kimbie een absoluut topconcert! Prachtige muzikaliteit met een goede duiding voor variatie. Lieflijk contact met het publiek en daarbij ook een publiek om van te smullen (dat lieten ze ons ook weten). We zullen geen moment twijfelen om aanwezig te zijn bij hun volgende podium drang, maar misschien met een iets voorzichtere toenadering.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Mount Kimbie

Love What Survives

Geschreven door

Doorgaans hebben we het niet zo voor laptopknoeiers die hun elektronisch gefriemel als kunst trachten te slijten. Dergelijk hautain gepruts klinkt ons vaak drammerig en irritant in de oren en meestal zetten we het dan al na vijf minuten op een lopen. Er zijn echter uitzonderingen. Voor ‘Migration’ van Bonobo bijvoorbeeld gaan wij met plezier achterover leunen en ook Mount Kimbie weet op het aangename en gevarieerde ‘Love What Survives’ onze aandacht vast te houden.
Net als Bonobo jaagt Mount Kimbie zijn elektronica niet als een terreuraanval onze trommelvliezen in, hij heeft echt wel oog voor melodie. Dit is immers het soort elektronica die je thuis al eens wat luider mag zetten zonder dat uw hamster een epileptische aanval krijgt of dat uw buurvrouw naar de flikken belt. Hier zit muziek en sfeer in. De meeste klanken mogen dan al uit een batterij computers komen, het geheel klinkt nergens koel of steriel. Mount Kimbie creëert een warme atmosfeer en draait Oosterse klanken, subtiele piano’s, eighties ritmes en Joy Division baslijntjes in de mix. Zelfs een streepje nachtelijke jazz is hem niet vreemd. Ook de gastzangers King Krule en James Blake dringen zich niet te zeer op en stellen zich volledig ten dienste van de songs en van de vaak heerlijk glooiende lijnen die Mount Kimbie heeft uitgezet.
Wij zweren nochtans bij gitaren, maar op tijd en stond kan een borrelend elektroplaatje als dit ons ook wel bekoren.

Mount & Soon

Awe & Wonder EP

Geschreven door

Na hun welverdiende en prachtige passage op Gent Jazz was ik er als de kippen bij om hun eerste EP  aan te schaffen. Frontman Nick en co verstaan als geen andere de kunst om rootsy indie americana rock toch dat typische Belgisch geluid of vibes mee te geven. Onze lokale Bon Iver laat ook nog ruimte voor intieme akoestische momenten. Hun EP werd opgenomen met Koen Gisen (An Pierlé, Flying Horseman, Dans Dans, ...)
Opener “Awe & Wonder” zet meteen de toon en vat Mount Soon perfect samen. Beheerste instrumenten, een klok van een stem en heel professioneel gebracht. Als was het dat je op een vulkaan zit die op het punt staat te exploderen, maar het net niet doet. “Treasure Island” begint met vioolwerk en bewijst hoe intens en intiem akoestische nummers kunnen zijn. “Run To Slow” gaat de zelfde weg op en doet de luisteraar likkebaarden van het subtiele  gitaarwerk en de licht ontvlambare outro. “Beware the End” zie ik als een oer Vlaamse interpretatie van de betere Radiohead. “Highway” wordt perfect geparfumeerd met steelguitar. Loepzuivere materie dus. Afsluiter “I’ve been dreaming” is ook heel sfeervol en doet je effectief dromen. Dromen van de grote doorbraak. Mount Soon is er meer dan klaar voor.
Bekijk overigens ook de prachtige klip door Lara Gasparotto.
https://www.youtube.com/watch?v=TmecObTIFaI

Black Mountain

IV

Geschreven door

Het Canadese Black Mountain rond Stephen McBean en Amber Webber neemt de tijd te werken aan nieuw materiaal .Allerhande projecten doorkruisen dikwijls het schema in de eigen songs .
‘In the future’ was een kleine tien jaar terug de doorbraak en was een pareltje , ‘The wilderness’ had een afgelijnder concept en als we de soundtrack niet meerekenen van ‘Year zero’, is dit na ruim vijf jaar de opvolger .
Tja, Ze brengen met regelmaat van de klok een nieuwe plaat uit dus , en ook met deze zitten we goed als we de uitgesponnen tracks beluisteren. “Mothers of the sun”, “Over & over the chain” en “Space to Bakersfield” klokken boven de acht minuten ,  en ervaren we als een hypnotiserende trip door die grandioze opbouw , gitaarsolo’s en de ruimte voor keys. Zweverigheid vindt z’n weg en de beheerste vocals dwarrelen onder de nummers . Een filmisch decor in onvervalste retro/stoner/pop , met een psychedelische tune en 60s invloed . Hier kruisen Hawkwind , Pink Floyd , Led Zeppelin , Swans en Sunn o))) elkaar . Nergens te zwaar , maar ook niet te licht … “Defector” en “You can dream” boksen tegen deze langgerekte tracks aan . In de andere nummers ervaren we een gemoedelijkheid door het sfeervolle karakter . Die rustpunten komen altijd wel in hun platen voor , maar zitten netjes gevangen in die zinderende spanning.
Black Mountain heeft een technisch vernuftig album uit . Sterk!

Great Mountain Fire

Sundogs

Geschreven door

Die Brusselse scene houden we maar best in het oog hier in Vlaanderen . Een nieuwe lichting als Robbing Millions , BRNS en deze Great Mountain Fire , komt na Ghinzu en Girls In Hawaii .
‘Canopy’ was een uiterst gevarieerd , fris aanstekelijk plaatje, de opvolger legt de klemtoon op de psychedelica , zoals die al sterk doorsijpelde bij een Tame Impala. Zij hellen niet over naar de electrokitsch , maar onderhouden een stuwende funkende groove op “5-step fever” en “Four-poster ride” .
Het materiaal op de nieuwe zit dus meer in de sferen van de psychepop, kan een feestelijke kleur hebben , valt op door de subtiele melodietjes, en intrigeert door de verrassende wendingen en de broeierige spanning.
Kortom , deze ‘Sundogs’ is opnieuw sterk!

Black Mountain

Black Mountain – Hun ‘Future is ‘Retro’

Geschreven door

Heel productief kan men ze niet noemen : het Canadese kwintet Black Mountain: Amper drie full CD's in 10 jaar, waarvan de laatste alweer een 5 jaartjes oud is. Zonder nieuw werk op de planken is de band momenteel dan maar op de hort in Europa ter promotie van de re-release van hun titelloze debuut uit 2005. Een expanded version weliswaar, incl. de 4 tracks van de vroege EP 'Druganout' + nog een 4-tal onuitgegeven bonus tracks.

Waar de band in 2005 op dat debuut nog zoekende was en laveerde tussen indie rock en een rauwere psychedelische jaren 60/70 rocksound, viel de balans op meesterwerk 'In the future' uit 2008 duidelijk uit in het voordeel van dat laatste. “Tyrants” en “Stormy high” -2 songs van die plaat- getuigden hier vanavond van Black Mountain's voorliefde voor die heavy psychedelische rock. “Wucan” is dan weer een anders pareltje van diezelfde plaat, ééntje dat we vanavond niet wilden missen en gelukkig ook niet moesten missen : Een lekker voortkabbelende song gedragen door een lekkere groove met daar bovenop een subtiele keyboardlijn en het geheel ten gepaste tijde voorzien van een goed geplaatst gitaarexplosietje. 
Verrassend genoeg moest de Botanique het stellen zonder ook maar iets uit de 3e plaat 'Wilderness heart' (2010), maar enkele stevige nieuwe songs waren hopelijk wel de voorbode van nieuw plaatwerk.
Verder werd vanavond vooral geput uit die heruitgebrachte debuutplaat : Opener “Modern Music” was zo een indie-rock exploot hieruit, maar daarna was het vet rocken geblazen met een bijtend “Don't run our hearts around” en idem dito “Set us free”. In die soms lang (maar nooit te lang) uitgesponnen slepende psych rock voelde frontman en gitarist Stephen McBean zich thuis tot en met en waande zich een 40-tal jaren 'back in time'.
Doorheen de hele show was het ook vooral de heldere prachtige stem van Amber Webber die een aangename tegenpool vormde voor het brute snarengeweld van McBean. En laat ons gerust stellen dat het vooral Webber's stem is die mee die typische eigen sound van Black Mountain bepaalt, en die deze band onderscheidt van andere bands in het genre!. “No hits” bleek één van de toppers vanavond : Op plaat een vrij a-typisch -zowaar dansbaar- nummer in hun repertoire, hier omgebouwd tot een bijna 20 minuten durend lekker psychedelisch gitaar keyboard jam monstertje. Indrukwekkend !!
Afsluiter was “No Satisfaction”, niet de Stones classic, maar hun eigen 60's 'pop' song, sterk schatplichtig aan The Velvet Underground. Niet meteen hun 'pièce d'oeuvre', er was nog sterker materiaal over om eruit te gaan met een knal. Maar laat ons niet gaan miereneuken over details, in onze muzikale hersenpan zit alweer een meer dan geslaagd concertje bij opgeslagen.
En dat de heren en dame maar snel met nieuw materiaal komen aandraven, ons geheugen is bijlange nog niet vol!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-mountain-12-06-2015/
Organisatie: Botanique , Brussel

 

Pink Mountaintops

Get back

Geschreven door

Pink Mountaintops is het zusterproject van Black Mountain frontman Stephen McBean. De Canadees heeft er al evenveel platen mee uit als van de stonerpop van Black Mountain. Beide bands zijn ook muzikaal nauw met elkaar verbonden.
Eigenlijk is het een verkapte groep, gezien McBean beroep deed op een reeks gasten. Muzikaal proeft hij van rauw rockende ‘90s grunge op z’n Dinosaurs; niet voor niks hielp
J. Mascis een handje in het gitaarspel en er zit Britpop op z’n Babyshambles verweven .
We krijgen een reeks fijne, broeierige  indie grunge rock’n’rollende Britpop nummers dus, waarbij met “Ambumance city” en “The second summer of love” meteen de toon wordt gezet. Met Annie Hardy (Giant drag) , “North Hollywood drag” , hebben we een prachtige litanie/zwanezang . Een nummer als “New teenage mutilation” is op z’n beurt dan poppy. Meesterlijk zet Pink Mountaintops zich naast een Black Mountain …

Pink Mountaintops

Pink Mountaintops - Hoezo, nevenprojectje?

Geschreven door

Wij dachten altijd dat dit het nevenprojectje was van Stephen McBean, maar ‘Get Back’ is inmiddels het vierde album van Pink Mountaintops, terwijl hij er met Black Mountain nog maar drie uit zijn stoner-mouw heeft geschud, dus wat is nu eigenlijk het nevenproject ?

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit, als hij op deze manier muziek blijft maken zit het goed. Terwijl McBean met Black Mountain eerder de stoner richting uit gaat, zitten The Pink Mountaintops wat meer in indie-rock land, en met de sterke nieuwe plaat ‘Get Back’ hebben ze daar ook nog een krautrock sausje over gegoten.
De keyboards die toch wel duidelijk aanwezig zijn op ‘Get Back’ hebben het niet gehaald tot op het podium, het krautrock sausje lag er deze keer dus niet zo dik op. De songs van ‘Get Back’ kregen een eerder back to basics benadering, maar dat kleedje paste hen wel. Bij “Trough All the Worry” gingen Pink Mountaintops wat aanleunen bij  Neil Young & Crazy Horse, elders hing er dan wel een eighties geurtje in de lucht. Wij onthouden toch vooral bruisende versies van de sterkhouders van die nieuwe plaat, songs als “The Second Summer of Love”, “Ambulance City” en “The Last Dance”.

Met Pink Mountaintops heeft McBean  een kloeke band rond zich verzameld die hier een aardige pot indie-rock stond te spelen. Niet zomaar een zijsprongetje dus. Wij kijken toch al graag uit naar McBean’s volgende passage in onze contreien, en dan met met Black Mountain, waar hij de stoner knop van zijn gitaar volledig kan opendraaien.
Maar met Pink Mountaintops heeft hij ons ook al bijzonder tevreden gesteld.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pink-mountaintops-06-06-2014/

Organisatie: Democrazy, Gent

Mount Kimbie

Mount Kimbie – ongelofelijke live ervaring!

Geschreven door

Mount Kimbie speelde zich in de kijker op het afgelopen Pukkelpopfestival en slaagde er moeiteloos in om de brug te slaan tussen elektronische sounds , soundscapes en sing/songwriting . Het is aangenaam te zien dat live instrumenten gitaar , bas , drums en de regelmatige toevoeging van zang en hiphoprhymes de elektronica ondersteunen .
Mount Kimboe zweert de vlakke ‘boemboem’ elektronica af , en zorgt voor een ‘andere boem’ , een voller , percussief geluidstapijt, dat aanstekelijk werkt op de dansspieren . Tja, ze zijn ergens tussen Boards of canada en Caribou te plaatsen

Een uitverkochte Grand Mix en een eerder uitverkochte Bota … De elektronica van het Londense duo  Dominic Maker en Kai Campos van Mount Kimbie zit duidelijk in de lift . Ze  bieden een boeiend concept door de opbouw, de bezwerende groove, de donkere duistere sounds, de filmische soundscapes en de onverwachtse wendingen. Twee gewone jonge gasten, die graag van apparatuur switchen, bas en gitaar aanvullen en over een percussionist als derde man beschikken . Dit is dansmuziek voor in de huiskamer , poppy geïnjecteerd, en regelmatig ondersteund van een zalvende zang . En op een optreden mag het dan wat krachtiger en harder klinken .
Het trio werd sterk onthaald en die warme respons deed deugd . Ze bouwden hun set op naar een sterke closing final . Ze begonnen met de fijne achtergrondmuziek van een lounge “Carbonated” en “Before I move off”, die aanzwollen, werden uitgediept en forsere beats hadden , zonder hun identiteit te verliezen . Iets verderop hetzelfde met het prachtige “Fallout”, letterlijk op z’n Boards of canada gestart met ‘bleep’ soundscapes, die dan door percussie , gitaar en basloops wat meer dynamiek krijgen.
“Home recordings” zette de eerste zangpartij in en vanaf “Blood & forms” kreeg je de klemtoon op de ritmiek en op aantrekkelijke , aanstekelijke,  dansbare elektronische grooves. Ze serveerden een ongelofelijke live ervaring met “So many times, so many ways”, “Made to stray”, en oudjes “Field” en “Mayor”, die elan kregen door lichteffects en stroboscoops .

Mount Kimbie – elektronicatechneuten die de brug slaan met warme popsounds, de dansspieren aanspreken en er een ongelofelijk live ervaring van maken . Sjiek!

Organisatie: Grand Mix Tourcoing

Mount Kimbie

Cold spring fault less youth

Geschreven door
Het Britse elektronica duo Mount Kimbie van Dominic Maker en Kai Campos zijn aan hun tweede cd toe . Mount Kimbie slaat graag een brug tussen hun elektronische sounds,  soundscapes en sing/songwriting door een live instrumetarium van gitaar , bas en drums en de regelmatige toevoeging van zang en hiphoprhymes. Inderdaad , het biedt een voller, percussief geluid.

Een boeiend concept biedt het duo door de opbouw, de bezwerende groove, de donkere duistere sounds en de onverwachtse wendingen.
Tja , hier ergens tussen Boards of canada en Caribou te plaatsen en songs als “Home recording” , “Made to stray” en “So many times, so many ways” overtuigen sterk.
Mount Kimbie creëert ruimte  voor fijne achtergrondmuziek!

Great Mountain Fire

Canopy

Geschreven door

‘Canopy’  is een gevarieerd plaatje van onze Franstalige vrienden, die vroeger als Nestor! door het leven gingen . Een nieuwe naam  & een nieuwe frisse wind van het kwintet die hun referenties Metronomy, Klaxons, The Rapture, Friendly Fires, Morning Parade, Franz Ferdinand , Phoenix  laten vervoegen met Air, KLF en het Brusselse Telex , en het lekker door elkaar halen in de elf songs . Van alles horen we dus wel iets in die swingende  , sfeervolle songs.
Ze houden van charmante, frisse, aanstekelijke electrorock met een vleugje discokitsch , eenvoudig, treffend en origineel; postpunk, punkfunk en pop versmelten.
Ze hopen alvast op een toekomst zoals die voor Intergalactic Lovers in het afgelopen jaar was weggelegd! Een band met vele gezichten. Op die manier slalom je doorheen de afwisseling van “Late nights”, “Cinderella”, “Crooked head” , “It’s allright” , “Swans” en de instrumentale psychedelische afsluiter “Antiparos” . Maw hier is sprake van een beloftevol bandje!

Great Mountain Fire

Great Mountain Fire – Brussel Feest!

Geschreven door

Great Mountain Fire – Brussel Feest!
Great Mountain Fire en Brns
Botanique (Orangerie)
Brussel
2011-12-02
Johan Meurisse

Brussel Feest! met twee opkomende bands , Brns en Great Mountain Fire

Great Mountain Fire ging vroeger door het leven als Nestor! Aan dynamiek en optimisme heeft het kwintet niks ingeboet . Ze houden van charmante, frisse, aanstekelijke electrorock met een vleugje discokitsch , eenvoudig, treffend en origineel; postpunk, punkfunk en pop versmelten. Referenties: Metronomy, Klaxons, The Rapture, Friendly Fires, Morning Parade, Franz Ferdinand en Phoenix  en een knipoog naar de KLF en het Brusselse Telex . De cd ‘Canopy’ moet de definitieve doorbraak betekenen, en moet een insteek zijn naar Vlaanderen. Tja, ze hopen alvast op een toekomst zoals die voor Intergalactic Lovers in het afgelopen jaar was weggelegd! In de zomer was de band al op Les Ardentes en op Dour en in de Botanique speelden ze een thuismatch, want de zaal zat afgeladen vol om hen en hun muzikale vriendjes Brns aan het werk te zien .

Een ontvlambare show wilden ze presenteren, en dat werd het ook! De groep toonde een sfeervolle, bitterzoete kant en  kon prettig gestoord klinken, met opzwepende ritmes. Er werd lustig heen en weer geswitcht. Onze Franstalige vrienden droeg de leden een warm hart toe, wat hen een tandje deed bijsteken …
De broeierige “Swans” , “Breakfast” en “If a kid” borrelden en de synths vulden mooi het indierockende geluid aan . De single “It’s allright”  en “Jeopardise” ( btw een oud nummer voor hen!) zijn  toegankelijk en klonken sfeervol , zweverig en psychedelisch. Een band met vele gezichten, want na een ingetogen versie van “Late light” trokken ze in het tweede deel van de set de kaart van een poppy punkfunk party . “Rrose sélary”, “Sudden hush” en de bijdrages van enkele guests (o.m. Alke, Les Japonaises, Dan Laxman en JP) op de opzwepende versie van “Late light”, “Devo”(?) en Telex’ “Moskow Diskow” . “The ark” kon dan concurreren met een Goose nummer door de swingende, gestoorde, neurotische synthloops . Een hoop attributen staken gaven nog wat meer show.

De andere single “Cinderela” en een meeslepende “Temporarty secretary”, op z’n beurt lekker uitgesponnen, kleurden de leuke, fijne set. Brussel  en Wallonië zijn alvast gewonnen … Het kriebelt alvast over de taalgrens …

Het Brusselse feestje kwam op gang met Brns , spreek uit Brains , met twee percussionisten. Een harmonieuze samenzang sierde de stevige, dansbare indierock  met tropische beats , catchy hooks, gepresenteerd met een zekere spontaniteit en coolness . Ook zij hebben een handvol optredens klaar in Vlaanderen en verdienen door te breken aan de andere kant van de taalgrens !

Neem gerust een kijkje naar de pics van Great Mountain Fire  (en deze van Brns)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/great-mountain-fire-02-12-2011/

Organisatie: Botanique, Brussel


Black Mountain

Black Mountain - Eenzame klasse

Geschreven door

De Zwerver liep, een beetje tegen de verwachtingen in misschien, niet helemaal vol voor Black Mountain. Maar deze groep uit Vancouver rijgt hun tournees dan ook aan een waanzinnig tempo aaneen. Om nog te zwijgen over de concurrentie die avond van Justin B. in Antwerpen.

Als sparringpartner had Black Mountain dit keer gekozen voor het mij tot dan toe onbekende Spindrift uit Los Angeles. De vier heren en dame omschrijven zichzelf als ‘psychedelic spaghetti western pioneers’ en die vlag dekt de lading volledig. Ze zagen eruit als een stelletje stoffige cowboys terwijl de bassist (op dubbele hals gitaar : bariton gitaar en bas) zo leek weggelopen uit een morsige seventies softpornofilm. Hun muziek leek gemaakt voor al dan niet denkbeeldige westerns. Simpele, meestal trage tunes die voortdurend deden denken aan Ennio Morricone en Calexico maar toch iets te mager waren om echt te blijven boeien. Instrumentaal kon het er nog mee door maar wanneer er gezongen werd (gelukkig niet veel en meestal beperkt tot wat ‘ooh's’ en ‘aah's’) kwam de pijngrens soms akelig dichtbij. Tot plots, toen er al veel volk naar de bar was gesukkeld, er een, naar eigen zeggen, nagelnieuw nummer werd gespeeld die wel aan de ribben hield. Een simpel eindeloos herhaald toetsenmotiefje waarrond de gitaar slissend meanderde en de lapsteel behoorlijk creepy klonk. Als dit de richting is die Spindrift uitwil dan komt alles nog goed met deze verlopen cowboys.

Dit was reeds de zesde keer dat ik Black Mountain aan het werk zag. De verrassing is er dus al een tijdje vanaf maar toch blijft een optreden van hen steeds een belevenis waar ik naar uitkijk. De groep heeft een uit duizenden herkenbare sound die moeilijk te plaatsen is. We horen duidelijk invloeden uit de seventies progrock, Black Sabbath verwante riffs en breed uitgesmeerde toetsenpartijen die we bij om het even welke andere groep schabouwelijk zouden vinden maar hier perfect passen. Dit alles weet Black Mountain een eigentijdse draai te geven zodat men haast zou geloven dat ze met totaal iets nieuws op de proppen komen.
In Leffinge gaven ze hiervan nog maar eens een demonstratie, op hun sloffen want imagebuilding of visuele hoogstandjes laten hen Siberisch koud.
Reeds zeer vroeg in de set werden we op een fantastisch en misschien wel HET hoogtepunt getrakteerd met het wonderlijke "Wucan". Een complexe song van een sprookjesachtige schoonheid waarin het sirenengezang van Amber Webber me koude rillingen bezorgde. Ok, veel uitstraling heeft ze niet, nu toch al iets meer dan een natte dweil. Een rockdiva zal ze nooit worden maar wat een stem! Hopelijk doet ze daar ooit nog iets mee in haar nevenproject Lightning Dust.
Halverwege de set werd flink wat gas teruggenomen en volgden enkele rustiger, meer folkgetinte nummers. Misschien net ééntje teveel want bij deze groep horen we het liefst die voortjakkerende gitaar van Stephen McBean die strak in het gareel gehouden wordt door bassist Matt Camirand en drummer Josh Wells, twee schitterende muzikanten die van cruciaal belang zijn bij Black Mountain.
Na die meer ingetogen passage werd het tempo systematisch opgedreven en werd er vakkundig naar een spetterende finale toegewerkt om uitbundig te eindigen met "Don't run our hearts around", een song uit hun prille beginperiode. Hun allerbeste optreden was het niet maar toch kwam het einde weer veel te vroeg. Hier krijg ik nooit genoeg van!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Vzw De Zwerver, Leffinge

Black Mountain

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Black Mountain

Wilderness Heart

Geschreven door

Een kanjer van een plaat als ‘In the future’ evenaren, laat staan overtreffen, is quasi een onmogelijke opdracht geworden voor Black Mountain. En, u raadt het al, met ‘Wilderness heart’ heeft de groep een meer dan behoorlijke opvolger afgeleverd die -hoe kan het ook anders- toch een tikkeltje ondermaats is aan zijn superieure voorganger. Feit is dat de heren (en dame) zichzelf wat hebben ingetoomd. De songs klokken allemaal netjes af binnen de vijf minuten. Dit zorgt ervoor dat we aan de ene kant nogal een hecht en compact album krijgen maar anderzijds missen we toch wel een beetje de lange psychedelische uitspinsels. Het is op deze ‘Wilderness heart’ bijvoorbeeld vergeefs zoeken naar een wervelwind van een song als “Bright lights”.
Maar goed, er is nog genoeg om van te smullen. “Old Fangs”, de song die het album voorafging en die ons naarstig deed watertanden naar meer is een heerlijke rocker met al het goede van de seventies in vier minuten gebald. Als de groep echt heavy wil klinken dan doen ze dat ook met overtuiging in “Wilderness heart” en “Rollercoaster” met de zware gitaren naar goede stoner-gewoonte nogal laaggestemd. In het bijtende, snelle en onstuimige “Let spirits ride” barst het boeltje zelfs volledig uit zijn voegen, een buffelstoot van een song die even gevaarlijk is als de witte haai die op de cover pronkt.
Elders worden er andere en soms meer folky horizonten verkend, “The hair song” en “Radiant hearts” zijn knipoogjes naar Led Zeppelin III (het fenomenale album waarop Page nogal wat akoestische dingetjes deed). Een mooi en overwegend akoestisch rustpunt is “Buried by the blues” met zwevende keyboards en fijne overgang van de stemmen van Amber Webber en Stephen Mc Bean. Webber’s stem broeit overigens het ganse album ergens tussen PJ Harvey, Patti Smith en Grace Slick en in combinatie met de vaak gruizige vocals van Mc Bean geeft dit vaak vonken.
Maar het is niet allemaal even fantastisch, want de plaat eindigt een beetje in mineur. De ballad “The space of your mind”, die maar op een half idee is gebouwd, valt een beetje licht uit en ook afsluiter “Sadie” komt, ondanks de dreiging die in de song schuilt, nooit echt uit zijn schulp.
Eindbalans : sterke plaat, maar geen ‘In the future’.

Paramount Styles

Paramount Styles: een ‘Unplugged’ G vs B

Geschreven door

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Paramount Styles

Paramount Styles: een unplugged Girls Against Boys

Geschreven door

Scott McCloud, de (ex)spil van het New Yorkse Girls Against Boys, heeft een nieuw muzikaal project op poten: Paramount Styles. Hij behoudt op de soloplaat ‘Failure American Style‘ z’n handelsmerk van een donker, intens broeierig sound; met z’n ingehouden zacht krakende, kreunende, hese vocals dompelt hij de songs gevat onder in dit sfeertje.
Samen met twee vaste leden (bassist/toetsenist en drummer) en twee Belgen (gitarist en cellist) onderneemt hij een kleine clubtournee. Trouwens, het was al vijf jaar geleden dat McCloud met Girls Against Boys te zien was. Hoogst interessant dus om kennis te maken met z’n Paramount Styles.

Het publiek hoorde een sfeervol snedige set; de songs kregen meer ademruimte door een samenspel van akoestische gitaar, cello en toetsen. Een gemoedelijk en kaler unplugged Girls Against Boys. McCloud zat op z’n flightcase, dicht bij z’n publiek, en maakte af en toe een cynische opmerking. Het sobere “Drunx” opende. “All eyes”, “Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you” hadden een steviger popgehalte. McCloud wisselde ze af met ingetogener werk:  “Race ya till tomorrow”, “Crazy years”, “Starry nights”, “Paradise happens” en “More than alive”, die de set besloot.
Het warme onthaal bood z’n vernieuwende aanpak een hart onder de riem. In de bis gaf hij nog één nummer prijs …geluid en tekst à l’improviste …een artiest, mans songschrijven en een band, op dezelfde golflengte.
Paramount Styles speelde verslavend, beklijvend songmateriaal. Scott McCloud heeft een volgende stap gezet in z’n oeuvre.
.
Het Belgische Dead Souls kroop twee jaar terug in de huid van Joy Division’s Ian Curtis. Deze live coverband , die vaste support was van Monza, deed de voorliefde van het icoon van de new wave in Vlaanderen heropleven.
Hun debuut ‘Cognac & coffee’ heeft een eigen geluid binnen de waverock, die we voldoende kennen onder Editors en Interpol. Een energieke live band, die gretig gedurende zo’n vijfenveertig het nieuwe materiaal voorstelde: “Peter Chriss”, “Trying in crying”, “Boxoffice waiters”, “Smash your guitar” en de titelsong klonken overtuigend. Band met een mooie toekomst!

Organisatie: Cactus Club Brugge

Black Mountain

In the future (2)

Geschreven door

De Canadese band was met hun debuut drie jaar terug aan ons voorbij gegaan, maar vorig jaar waren we sterk onder de indruk van hun optreden, die de tweede cd ‘In the future’ voorafging.
Black Mountain intrigeerde door die mixmax van retrorock, stoner, ’70’s psychedelica, americana en postrock, waarbij sprake is van begeesterende gitarsoli, een bezwerende, zweverige zang en bedwelmende toetsen.
De groep laveert ergens tussen Black Sabbath, Led Zeppelin, Pavlov’s Dog, Hawkwind en Pink Floyd.
Live klinkt de band adembenemend en overweldigend, op plaat gematigder. Het zijn net de lange, soms uitgesponnen, songs die overtuigen en al die verschillende stijlen samenpersen: “Tyrants”, “Wucan”, “Queens will play” en “Bright lights”; niet-van-deze-wereld muziek, dynamisch, slepend en opbouwend met onverwachtse wendingen.
De andere songs zitten melodieuzer in elkaar, waarbij de band de klemtoon legt op americana en stoner. De zang van Stephen McBean en Amber Webber past mooi in het plaatje van deze hippe alternatieve band.

Black Mountain

In the future

Geschreven door

Ik weet het, het jaar is nog pril, maar toch zouden we hier wel eens met het album van het jaar te kunnen maken hebben. ‘In the future’ is, beste mensen, een beest van een plaat, een briljante trip doorheen een woestijn van stoner rock, psychedelica, alt rock, folk en americana. Het is een plaat die zijn fantastische titelloze voorganger zelfs overtreft. Na Black Mountain hun weergaloze passage in de Trix te Antwerpen konden wij al niet meer wachten tot de release van de nieuwe plaat, en nu blijkt dat onze stoutste verwachtingen nog zijn overtroffen. De term stoner rock is te nauw om deze bende hun sound te omvatten. Het is veel meer dan dat. Uiteraard is het retro, maar zeker geen oubollige rock.  Het is Led Zeppelin, Black Sabbath, Hawkwind, vroege Pink Floyd, Velvet Underground, Jefferson Airplane en Neil Young, het varieert van sonische space rock (“Queens will play”) tot mooie akoestische folk rock (“Stay free”).
Maar denk in geen geval dat we hier met een stel ouwe hippies te doen hebben. Black Mountain brouwt een eigen sound uit het beste van vroeger en nu en geeft er een formidabele lap op. Lange songs als het machtige “Tyrant” kolken en broeien op een laag van loodzware gitaren en slepende keyboards. De verdeelde zangpartijen van Amber Webber en Stephen Mc Bean vormen een mooi contrast, de ijle stem van Webber vult de eerder stonede vocals van Mc Bean goed aan.
De moordende gitaarrifs van Mc Bean doen songs als “Stormy high” en “Evil ways” volledig openscheuren en de volop aanwezige ‘70’s klinkende keyboards zetten de retro sound nog een stuk meer in de verf. Een korte folk- rock song als “Wild wind” zweemt naar Bowie.
En dan is er de 16 minuten lang durende trip “Bright lights”, een song die alles in zich heeft, bezwerende vocals, sluimerende psychedelica, openbarstende gitaren, hevige acid stoner rock. Op het einde van de song worden nog eens alle registers opengetrokken, wij blijven compleet murw achter.
’In the future’ is een moordplaat, donker, hard, stomend en onheilspellend.

Black Mountain

Black Mountain: overrompelend

Geschreven door

Het Canadese Miracle Fortress had 2 drummers (staand !) in hun rangen die er enthousiast op los mepten. Het geluid van deze band is niet in een vakje te steken, het varieert van licht psychedelisch naar berekende noise met de zang wat naar achteren gemixt, een beetje zoals bij vergeten bands The Pale Saints of The Rain Parade.
In hun korte set speelde dit vijftal enkele vernuftig in elkaar gestoken songs voor een vrij enthousiast publiek. Voorwaar een aangename kennismaking met een bandje die ons totaal onbekend was.

Een bijzonder uiteenlopend publiek was gekomen voor Black Mountain, variërend van metalfans tot hippe alternatievelingen. Wat ons ook niet verwonderde, want Black Mountain spreekt verschillende muziekliefhebbers aan met hun mix van stonerrock, lo-fi, zweverige pop, psychedelica en krachtige americana. Wij waren vooral naar hier gekomen omdat we begin dit jaar sterk onder de indruk waren van hun fantastische titelloze debuutalbum waaruit hier amper twee songs werden gespeeld, het furieuze “Don’t run our hearts around” en het dreigende “Drugonaut”.
Voor de rest was de set volledig gevuld  met materiaal van het nieuwe album dat in februari moet verschijnen. En, beste mensen, bestel al maar een exemplaar, want het nieuwe werk klonk zo overweldigend dat we er nu nog niet goed van zijn. Die prachtige zweverige stem van Amber Webber ! die lekkere groovy keyboards ! die openbarstende gitaren ! Die bezwerende songs ! Alles was aanwezig.
Black Mountain ontpopte zich de ene keer als een donkere stoner rock groep, de andere keer als een Americana band met tweeledige zang (denk My Morning Jacket,) nog elders als een psychedelische kosmische trip.
Hun slotnummer van zowat 15 minuten bracht ons in hogere sferen. Het was de apocalyps  van een indrukwekkend, stevig en overrompelend concert. Wij waren high zonder dat we aan het stuff hadden moeten zitten.

Verder nog een flinke pluim op de hoed van de plaatselijke dj die tussen de optredens door de meest fantastische stonerrock en de meest weirde sixties muziek met elkaar in het huwelijk deed treden, uiterst groovy.  Een welgemeende thank you.

Organisatie: Trix, Antwerpen