Puppy and The Hand Jobs - Trash rock-'n-roll in een pamper
Eerst mochten we kennismaken met een nieuwe Antwerpse sensatie, Sportweekend geheten, waarvan de leden hun sporen reeds verdienden bij groepen als Penus, Toxic Shock en Condor Gruppe.
Het viertal zette meteen alle zeilen bij met een turbo offensief dat op gang getrokken werd door de toxische bas van Maarten De With die hiervoor inspiratie leek gevonden te hebben bij "The witch" van The Sonics. Het resultaat was een verschroeiende, van de testosteron barstende punk song.
Die bas zou trouwens de hele set prominent aanwezig blijven, maar de aantrekkingspool was toch zanger Yves, die we nog kenden van Penus. Gehuld in een shortje waarvan je je afvraagt waar hij dat ooit gevonden heeft en het gebronsde lichaam vol getatoeëerd, ging hij zowel vocaal als fysiek tot het uiterste. Optreden staat bij hem duidelijk synoniem voor een uitputtingsslag leveren. De eerste nummers klonken nog behoorlijk punk maar daarna zwenkte Sportweekend alsmaar verder richting noiserock met een steeds impressionanter klinkende gitaar van Kris Delacourt waarbij ze me tijdens dat ene magistrale nummer, ongeveer halverwege de set, aan The Jesus Lizard herinnerden.
Daarna leek de zanger plots alle tijdsbesef verloren en kondigde hij tot vier, misschien zelfs vijf keer toe, het laatste nummer aan. De groep landde uiteindelijk met een repetitief klinkend gewrocht waarbij Yves onverdroten zijn fitnessprogramma leek af te werken, zowel op het podium, de toog als de vloer tussen het volk. Haalden ze daar misschien hun inspiratie voor die toch wat knullige groepsnaam? Desondanks een revelatie!
Puppy and The Hand Jobs (uit Phoenix, Arizona) is het geesteskind van Jaimee Paul Lamb. De man is sinds midden jaren '90 actief. Eerst bij Van Buren Wheels, later bij talloze garagerock- en punkbandjes maar toch is hij het meest gekend om zijn vele nummers op ‘We're loud’, de alom geprezen compilatie dubbel LP op Slovenly Recordings. Als Puppy maakte hij 3 EP's met de spraakmakende titels: ‘I eat abortions’ (2018), ‘I hate everything’ (2019) en ‘I don't care about anything’ (2025).
Terwijl de ouders, Suzy en Bobby Handjob, zich wat aan het opwarmen waren, werd Puppy, enkel gehuld in een oversized pamper, aan de ketting naar het podium geleid. Het was niet echt een fraai zicht: een man van middelbare leeftijd in een pamper, een maalslot bungelend om zijn hals en een witte zonnebril, waardoor hij waarschijnlijk amper iets zag want hij moest hem telkens afzetten toen hij de setlist wou naslaan, op de neus.
Dan zagen de Handjobs er, ondanks hun naam, vrij convenabel uit. Hoewel, de bassist leek eerder op een verfomfaaide tante Sidonia terwijl de keurig in het pak met das gehesen drummer, een Johnny Hallyday lookalike wiens flegmatieke stijl verder deed denken aan Charlie Watts, ook al geen alledaagse verschijning was in een keet als The Pit's.
De muziek dan: rammelende lo-fi punk waarvan de teksten al even provocerend waren als hun podiumact. Ongefilterde absurditeit verpakt in ultrakorte songs die nooit boven de twee minuten afklokten. Die nummers, waarvan vooral "I think I'm gay" en "Killing Spree" me zijn bijgebleven, waren verrassend sterk en hadden een hoog meezing-gehalte.
Puppy kun je bezwaarlijk een virtuoos gitarist noemen maar zijn rammelende snarengepluk werkte behoorlijk aanstekelijk terwijl we hier eindelijk nog eens een zanger hadden die echt kon zingen.
Eindigen deden ze na een goed halfuur met "I eat abortions" waarna er nog één bis volgde: het toepasselijke getitelde "Trash rock-n-roll".
Organisatie: Pit’s, Kortrijk