logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
The Wolf Banes ...
Concertreviews

Kyuss Lives

Kyuss Lives!... maar niet dankzij hun PA man

Geschreven door

Heimwee als drijfveer voor een muzikale reünie, het blijft risky business. Het Californische Kyuss, oftewel de moeder aller stonerrock bands, werd in ’95 ten grave gedragen aan de vooravond van een internationale doorbraak en geniet sindsdien een mythische status onder liefhebbers van epische drugrock.
Terwijl gitarist Josh Homme met Queens Of The Stone Age de cult status van Kyuss moeiteloos wist te ontgroeien hield frontman en opperstrot John Garcia zich wat afzijdig. Na een resem verdienstelijke albums met de Kyuss rip-offs Slo Burn, Unida en Hermano kreeg de heimweeman in Garcia vorig jaar dan toch de overhand. Vermomd als het weinig verhullende Garcia Plays Kyuss stak de brulboei vorig jaar de neus terug aan het venster in de Vooruit en op Pukkelpop, maar pers en publiek reageerden sterk verdeeld.
Met het nog minder verhullende Kyuss Lives! probeert Garcia het nu opnieuw, ditmaal vergezeld van zijn voormalige Kyuss maatjes Nick Olivieri (bas) en Brant Bjork (drums). En ja, de wereld zit wel degelijk te wachten op Garcia & co: op een paar uur tijd mocht de AB zowel voor de afternoon als de evening show het soldout bordje boven halen.

Het was best wel een onwaarschijnlijk sfeertje daar in en rond de AB. Rond de klok van halfvijf eisten een deugddoend lentezonnetje en een staalblauwe hemel buiten nog alle aandacht op, maar binnen in de rocktempel moesten die onverbiddelijk plaats ruimen voor de sinistere schaduw van een verloren cactus in een desolaat en verstild woestijnlandschap. Het bleek slechts stilte voor de storm, die met de epische opener “Thumb”, de orkaankracht van “Hurricane” en het oorverdovend funky “One Inch Man” ontaarde in een geluidsmuur die constant met de 100 dB grens flirtte. Stuk voor stuk klassiekers die een beetje Kyuss fan van achter naar voor kan meebrullen, maar toch was er iets of iemand die de vonk aanvankelijk niet deed overslaan. Grote schuldige van dienst bleek de PA man die het om onduidelijke reden nodig achtte om de oerkracht van Garcia’s strot vakkundig naar achter te mixen, waardoor het wel leek alsof de frontman twee straten verder door een versleten micro stond te brabbelen. Nooit gezien in een kwaliteitstent als de AB dat een PA kerel langs alle kanten met blikken vol ongeloof werd aangestaard, en zeker niet dat een fan op het podium sloop om persoonlijk aan Garcia duidelijk te maken dat hij nagenoeg onhoorbaar was. Nefast voor de feestvreugde noemen we zoiets.
Het fanincident zorgde eigenaardig genoeg wel voor een ommekeer. Garcia mocht zich even gaan bezinnen in de coulissen tijdens de instrumentale brok graniet “Asteroid”, en trad vervolgens zonder zonnebril maar met een betere vocal mix terug op het voorplan. Tijdens een lekker langgerekt “Supa Scoopa And Mighty Scoop” en persoonlijke favoriet “Tangy Zizzle” kreeg Garcia’s oerstrot ineens meer greep op onze trommelvliezen.
De Belgische fans kunnen niet weinig trots zijn dat Arsenal gitarist Bruno Fevery sinds een tijdje de nieuwe sidekick is van Garcia & co en er wonderwel in slaagt om uit de schaduw van Josh Homme te treden. Net als Kyuss zaliger is ook Kyuss Lives! echter geen clubje waar muzikanten elk om beurt de show stelen. Fevery’s wall of sound, de lange basuithalen van een opvallend cleane Olivieri en de manische drumpartijen van Brant ‘animal’ Bjork zijn gelijkwaardige ingrediënten die samen de machtige Kyuss groove uitmaken. Met het netjes tot op het eind opgespaarde “El Rodeo” bewezen de heren trouwens ook dat ze die groove van een virtuoze intro kunnen voorzien.


Tijdens de bescheiden bisronde kregen we het opnieuw wat minder warm. Vooral een precisiebommetje als “Green Machine” mocht best wel met wat meer punch worden gedropt, maar misschien zaten Garcia & co al met hun gedachten bij de evening show die luttele uren later de AB voor de tweede keer die dag tot de nok zou vullen.
Rest ons nog antwoorden te verzinnen op twee relevante vragen.
(i) Kyuss lives? Kyuss lives! (ii) Willen we deze PA man straks terugzien in Dour en Lokeren? No way!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Mogwai

Mogwai - Buitenaardse klasse

Geschreven door

Met ‘Hardcore will never die, but you will’ heeft Mogwai alweer een prachtige nieuwe plaat uit. Hoewel het geheel op en top als Mogwai klinkt is het toch geen herhalingoefening geworden en worden er weer met succes andere horizonten verkend.

Dat er gretig uit dit nieuwe album geput werd was niet verwonderlijk. Het nieuwe materiaal vond trouwens perfect zijn plaats tussen oudere parels. Wat ons doet vaststellen dat quasi alles wat Mogwai aanraakt goud is. Een song als “Death Rays” bijvoorbeeld klonk hemels ondermeer door een adembenemend vioolintermezzo waar de hele zaal stil van werd en “You’re Lionel Ritchie” en “How to be a werewolf” brachten ons evengoed in hogere sferen. Zo perfect en schitterend klonken de nieuwe songs.
Ongeacht van de opeenvolging van een pak tot de verbeelding sprekende songs ervoeren wij dit Mogwai concert toch weer vooral als een ware atmosferische totaalbeleving. Mogwai bouwde de spanning op en hield die moeiteloos aan tot het eind, ook al werd er, met uitzondering van wat vocalen die door een stemvervormer gejaagd werden, geen noot gezongen. Die vertrouwde sound van ingetogen naar uitbarstend en dan weer terug is uiteraard hun handelsmerk waar zij als geen ander op een glansrijke manier weten mee om te springen (of ja, ’t is ook nog waar, begin dit jaar Godspeed You Black Emperor gezien, qua intensiteit moesten die gasten niet onderdoen).
De ultieme Mogwai song “Mogwai Fear Satan” was zoals steeds geniaal en het overweldigende naar post metal neigende “Batcat” sloot als een bom het eerste deel af. Wij waren toen al helemaal in vervoering gebracht en kregen als toemaat een apocalyptische bisronde met onvolprezen klassiekers als “Auto rock” en “Hunted by a freak”. Het nieuwe ophitsende “Mexican Grand Prix” zorgde voor een knoert van een slot, de song eindigde in een ware geluidseruptie waar onze oren pijn gingen van doen, maar voor zo een klasbakken namen wij dat er graag bij.

Mogwai was van buitenaardse klasse. Gelieve uw ticket voor het Cactusfestival in Brugge (op zondag! Of voor het ganse weekend) al te bestellen.

Setlist : White Noise – Rano Pano – Death Rays – Christmas Steps – How to be a werewolf – San Pedro – George Square Thatcher Death Party – Mogwai Fear Satan – You’re Lional Ritchie – New Paths to Helicon, Pt 1 – 2 richts make 1 wrong – Batcat – Auto Rock – Hunted by a freak – Mexican Grand Prix

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Dwayne Dopsie & The Zydeco Hellraisers

Dwayne Dopsie & The Zydeco Hellraisers bevestigen hun glansprestatie in Peer van vorig jaar

Geschreven door

Zydeco is een soort dansmuziek die ontstaan is in Zuid-West Louisiana uit een versmelting van de muziek van de Franstalige Cajuns en de Afrikaanse ritmes van de Creolen waarin we verder ook nog invloeden terugvinden van de blues, soul, funk en tegenwoordig zelfs hiphop. Muziek die eigenlijk best door een groot publiek gesmaakt kan worden maar waarvan je zelden de kans krijgt om ze live te beleven. Ooit was er wel een cajunfestival in Essen maar dat was geen lang leven beschoren en sindsdien is het Belgium Rhythm 'n' Blues Festival in Peer zowat de enige plaats waar men een zydecoband wel eens zou kunnen aantreffen. Zoals vorig jaar waar Dwayne Dopsie (spreek uit ‘Doepsie’) & The Zydeco Hellraisers één van de hoogtepunten waren. Die wetenschap lokte toch wat volk naar de N9 en die kregen beslist waar voor hun geld.

Dwayne Dopsie is één brok dynamiet die de meest halsbrekende notenreeksen uit zijn accordeon wist te toveren. Hardcore zydeco noemde iemand het en daar had hij wel een punt. Dwayne en vooral washboardspeler Alex McDonald bleken over een gezonde dosis punkattitude te beschikken. Die laatste gaf regelmatig een solo die ondanks de zeer beperkte mogelijkheden van zijn ‘instrument’ toch telkens het publiek wist op te hitsen.
Een andere uitblinker in de zeskoppige groep was saxofonist Damon Sonnier, heel wat conventioneler weliswaar maar een welgekomen verrijking van de sound. Het werd een bijzonder opzwepend feestje met ongeveer halverwege een wat rustiger moment toen ze met zijn drieën (washboard, drums en accordeon) wat authentieke zydeco brachten, meteen een kippenvelmoment.
Toch werd een paar keer de bal misgeslagen door verkeerd gekozen covers als "Beast of burden" en het tenenkrullende "Let's go dancin'" van Kool & The Gang. Maar wat ze dan weer uitspookten met "Shake your body" van The Jacksons grensde aan het fenomenale. Uiteraard mocht ook de koning van de zydeco, Clifton Chenier, niet ontbreken en kreeg diens "All night long" een stevige beurt. Mooi!

Organisatie: N9, Eeklo

Beoordeling

Trans-Siberian Orchestra

Trans-Siberian Orchestra: Amerikaanse rockoperasensatie TSO voor het eerst in België

Geschreven door

Trans-Siberian Orchestra of kortweg TSO is een formatie die al vele jaren in thuisland Amerika hoge toppen scheert. Oprichter Paul O’Neill, die we kennen als manager van o.a. Savatage, had nooit durven hopen op een platenverkoop van meer dan 7 miljoen exemplaren. Bovendien zijn de legendarische TSO kerstshows in de V.S. een begrip geworden.
Mede dankzij Greenhouse Talent stond deze Amerikaanse rockoperasensatie voor het eerst op de Belgische planken. Geprogrammeerd tussen de musicals ‘Oliver’ & ‘Spamalot’ konden de schouwburgabonnees zich vergapen aan TSO’s ‘Beethoven Last Night’. Voor de talrijk opgekomen die-hard metalfreaks was het in eerste instantie wat wennen aan de luxueuze omgeving. Nochtans bleken de zeer comfortabele rode zitjes van de Antwerpse Stadsshouwburg ideaal om dit spektakel van dichtbij mee te maken.

Het meesterwerk ‘Beethoven’s Last Night’ uit 2000 werd integraal (op enkele songs na) live gebracht, aangevuld met een vijftal songs uit het recentste TSO album ‘Night Castle’ uit 2009.
Savatage boegbeeld Jon Oliva kon er om persoonlijke redenen niet bij zijn maar verder vormde de volledige Savatage line-up het kloppende hart van TSO met Jeff Plate op drums, John Lee Middleton op bas en Chris Caffery en Al Pitrelli op gitaar. Deze laatste mocht ook als bandleider fungeren. Tel daarbij nog een volledige strijkerssessie, twee keyboardspelers en een ganse reeks zangers en zangeressen en je begrijpt dat het podium aardig vol stond.
Reeds vanaf de openings “Overture”, was het duidelijk dat dit een onvergetelijke avond zou worden. In het prachtige Middeleeuwse decor werd het waanzinnige verhaal verteld van Beethoven’s laatste nacht. Dit mag je gerust ook letterlijk nemen wat naast het muzikale werk nam Bryan Hicks, als verteller, een groot deel van de avond voor zijn rekening. Aanvankelijk kwam dit erg luisterrijk over maar wat verder in de show werden de vertellingen wat minder boeiend en haalden ze de vaart uit de show. Maar het hielp natuurlijk wel om door het hele verhaal te komen en dat was best wel een stevige noot om te kraken! Het spektakel sloeg echter in als een bom. De mix tussen klassiek en rock was geniaal en benaderde de perfectie. Zelden heb ik zo’n perfect geluid gehoord. Angstaanjagend helder maar met een bijna nooit gehoorde gelaagdheid en bombast. De sterke muzikale uitvoeringen werden kracht bijgezet door een indrukwekkende laser en lichtshow (inclusief pyro en HD visuals). We kwamen werkelijk oren en ogen te kort!
Hoogtepunten waren er in overvloed. Vooral de instrumentale klassieke duels tussen gitaar en viool waarbij ‘Andre Rieu on speed’ Roddy Chong zich in de kijker speelde waren meesterlijk. Vocaal waren Jeff Scott Soto (vervanger voor Jon Oliva) als de duivel Mephistopheles en vooral ‘Broadway Musical performer’ Rob Evan als Beethoven het sterkst in hun rol.
Na meer dan twee uur viel het doek over de Beethoven rockopera en kwam er een al even overweldigende bisronde met enkele tracks uit ‘Night Castle’ en enkele twee minder bekende Savatage songs. Vooral het akoestische “Sleep”, gezongen door J.S. Soto bleek een verademing na een avond vol bombast, theatraliteit en dramatiek.

TSO liet metal en klassiek perfect samensmelten. Het begrip rockopera kreeg een nieuwe dimensie in deze perfect georkestreerde Amerikaanse show.
Laten we hopen dat bandleider Al Pitrelli woord zal houden want dan krijgen we eind dit jaar misschien een van TSO’s legendarische kerstshows te zien.

Setlist: (Child of the Night) *Overture *Midnight *Fate *What Good This Deafness *Mephistopheles *What Is Eternal *Mozart and Memories *Vienna *Mozart / Figaro *The Dreams of Candlelight *Requiem (The Fifth) *The Dark *Für Elise *After the Fall *A Last Illusion *This Is Who You Are *Beethoven *Misery *Who Is This Child *A Final Dream

*Toccata - Carpimus Noctem *The Mountain *Sleep (Savatage cover) *Carmina Burana *Another Way You Can Die *Chance

Video Live Reports: (Videoplaylist TSO @ Antwerpen 2011: (Part 1 - Part 4)
http://www.youtube.com/view_play_list?p=F81B4970D84ADBC2
Photo Slide Show: http://www.slide.com/r/JKn4UY9S3T-auvQNScwO4TWZXTeWneil?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Greenhouse Talent

Beoordeling

Charles Aznavour

Charles Aznavour – Trip to memory lane

Geschreven door

Het moet wellicht van Adamo geleden zijn dat ik nog zoveel wandelstokken en permanents rond mij heb gezien, zaterdagavond in een afgeladen Vorst Nationaal. Toegegeven, de ticketprijzen waren aan de hoge kant maar een kenner, welke leeftijd dan ook!,  kijkt op geen frank als het op Aznavour aankomt.
De Parijse klassebak met Armeense roots - die dit jaar de gezegende leeftijd van 87 jaar bereikt – staat al, sinds hij in de jaren ’40 van vorige eeuw door ene Edith Piaf van straat werd geplukt, quasi onafgebroken op de planken. Aznavour kan gerekend worden tot de groten der aarde: hij werkte samen met Frank Sinatra en Bob Dylan, nam staande ovaties in ontvangst van New York tot in Sao Paolo, van Moskou tot in Japan, verdiende zijn strepen als acteur en regisseur, is Buitengewoon Ambassadeur van Armenië voor Zwitserland en werd in 1998 door CNN uitgeroepen als entertainer of the century… Niet mis dus voor een immigrant van amper 1m60. Dit decennium bracht Aznavour nog 6 albums uit, het laatste ‘Charles Aznavour and the Clayton Hamilton Jazz Orchestra’ dateert van 2009.

Dat het concert een trip to memory lane zou worden was geen verrassing: Aznavour werkt sinds 2007 zijn afscheidstournee getiteld ‘Charles Aznavour en toute intimité’ af. Brussel, waar hij, zoals hij zaterdag verkondigde, in zijn jonge jaren veel phrases aan te danken heeft, mocht natuurlijk niet ontbreken.
Een eenvoudige setting met een minimalistisch orkest en twee achtergrondzangeressen was het kader waarin de crooner, af en toe zittend op een barkruk, een goede twee uren het beste van zichzelf gaf. Opmerkelijk: qua stembereik en stemvastheid heeft Aznavour nog niets van zijn elan verloren! Hij trapt de avond af met Les Emigrants en de klassieker Paris au mois d’août, l’Ortographe (Je t’aime A.I.M.E.) en het bloedmooie C’est triste Venise. Aznavour wisselt up-tempo nummers zoals Mon ami, mon Judas af met diepgewrongen liefdesbalades zoals Mourir d’aimer en humoristische tussenpozen zoals de dansdemonstratie met zichzelf op de tonen van The old-fashioned way. Met zijn  dochter Katia bracht hij het mooie Je voyage én ook een nieuw nummer Tu ne m’aimes plus, wat zijn status als ultieme minnezanger definitief in zijn voordeel beslecht.
Kenmerkend voor Aznavour zijn de melancholische teksten, vaak met een nostalgisch trekje, vb. in “Hier Encore”: hier encore, j’avais vingt ans, mais j’ai perdu mon temps, à faire des folies, qui ne me laisse au fond, rient de vraiment précis, que quelques rides au front, et la peur de l’ennui.
Naast een aantal chansons in het Italiaanse, bracht Aznavour ook  het oogstrelende She, een nummer dat in 1974 op één binnenkwam in het Verenigd Koninkrijk en nog niet zo heel lang geleden gecovered werd door Elvis Costello voor de film ‘Notting Hill’.
Absoluut hoogtepunt, naar mijn mening, was het subliem gebracht Non, je n’ai rien oublié, over een ontmoeting met een oude liefde die na jaren opnieuw je pad kruist. Hier was Aznavour op zijn best, als verhalenverteller, met een perfect getimede piano en dwarsfluit die het verhaal in muziek vertaalden.

Conclusie: het was een prachtige reis door de tijd met doorwinterde muzikanten als compagnons de routes en dus zeker niet te missen nu het nog kan! Charles Aznavour tourt in 2011 nog intensief door Frankrijk.

Setlist (er zijn er een paar die ik niet herkende

Les Emigrants, Paris au mois d’aôut, Je t’aime A.I.M.E., C’est triste Venise, (Italiaans), Mourir d’aimer, Je voyage (en duo avec Katia Aznavour), Mon ami, mon judas, L’Amour c’est comme un jour, (Italiaans), Tu ne m’aimes plus, (la guerre???), Il faut savoir, Mes Emmerdes, She, Non, je n’ai rien oublié, Désormais, Ave Maria, The old-fashioned way, Hier encore, Les deux guitares, La Bohème, Emmenez-moi, Les Bons Moments

Organisatie: C-Live


Beoordeling

White Lies

White Lies - Indrukwekkend - Groots

Geschreven door

White Lies-frontman Harry McVeigh was in de bovenste wolken toen hij zag hoe ook Brussel voor de voeten viel van dit nieuw neopostpunk-wonder. Onze hoofdstad was namelijk de plek waar alles begon, de plaats waar destijds hun debuut werd ingeblikt maar gisteren betekende dat ook daar te zijn waar de toer zou eindigen. En zo was het voor Crocodiles meteen in de AB de laatste keer dat zij als voorprogramma van White Lies mochten dienen.

Crocodiles - In undergroundkringen is de band uit Californië al tamelijk bekend omdat ze één van de vele groepen waren die het shoegazegenre nieuw leven inbliezen en dit het liefst, net als landgenoten A Place To Bury Strangers, met de nodige portie noise. Hun laatste cd ‘Sleep Forever’ bracht echter een nieuw geluid teweeg want ze gingen minder en minder als Ride klinken maar wel meer en meer als een psychedelische versie van MC5.
En dat merkte je ook, ook al mocht de groep slechts zo’n zeven nummers brengen bezaten ze wel allemaal een hoog rock ’n rollgehalte waarbij het bijhorende orgeltje ons deed denken aan dingen die Sonic Boom destijds met zijn Spacemen 3 deed. Dertig minuten speeltijd blijft kort om een groep op zijn volle waarde te schatten maar het smaakte in ieder geval naar meer.

En hoeveel meer kunnen die kerels van White Lies eigenlijk nog? Leken ze twee jaar geleden nog wanhopig op zoek naar de succesformule die Editors en Interpol reeds lang gevonden hadden, dan prijkt nu hun tweede album ‘Rituals’ overal bovenaan de hitparadelijsten waarbij hitsingle “Bigger than us” niet meer weg te branden van is van TMF. ‘Rituals’ is jammer genoeg ook een album die met gemengde gevoelens onthaald werd want hoe klasse vol de songs ook mogen zijn, blijft het een album die gebukt gaat onder een makke productie.

Wie daar gisteren schrik van had, kon echter met een blij gemoed de zaal verlaten want White Lies klonken vanavond als een band met ballen aan hun lijf en waar de zelfzekerheid (zonder enige vorm van arrogantie) van afdroop.
Meteen bij opener “A place to hide” wisten we dat het snor zat want Harry McVeigh is misschien niet de grootste als het op gestalte aankomt, diens stem is dat wel. Meteen daarna werd “Holy Ghost” gespeeld en eigenlijk meteen het startschot van een set die grotendeels uit de tweede cd bleek te bestaan, ook al ontplofte de zaal bij “Farewell to the fairground” die van hun debuut de gedroomde bestseller makte.
Uit het nieuwe album kregen we ook heel wat  indrukwekkende versies te horen waarbij plots “Strangers” door de 80’s-synths niet zo ver afstond van Duran Duran, ook al werd het als een punksingle aangekondigd. De synthetische geluidjes hoorde je ook in “The power and the glory” of in de majestueuze albumopener die “Bad love” is.
Visueel is White Lies niet bepaald de opwindendste band die er rondloopt maar ze weten dit door een geluidsmuur mooi te camoufleren waarbij zowel gretig gebruik wordt gemaakt van de new wave en de new romance-invloeden van vergane gloriën.
Het lijkt misschien goedkoop maar het publiek onthaalde hun gisteren als helden en van ons mogen ze gerust plaats nemen op de hoogste troon van de neopostpunkbeweging. Nu alleen maar hopen dat ze begrepen hebben dat voor hun derde album dat het af en toe gepermitteerd  is om de producer een schop onder zijn kont te verkopen.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Jools Holland & His Rhythm And Blues Orchestra

Jools Rules!

Geschreven door

Na zijn overigens sublieme passage enkele jaren geleden in de Handelsbeurs in Gent verwachtte ik veel van onze Jools. Hij heeft alle verwachtingen overtroffen.

We kregen als voorgerechtje ene Sarrah Perri voorgeschoteld. Deze Vlaamse Italiaanse had voor de gelegenheid haar zeskoppig bandje niet meegebracht, maar wel haar zus als tweede stem en een gitarist Jan die zichzelf her en der ‘loopte’. Sarrah heeft een heel mooie stem (denk aan een betere Dani Klein versie), zingt ook in die richting. Het geheel heeft echter een ‘arty farty’ sfeertje en zou niet misstaan in een of andere jazzkroeg, bevolkt door een Knacklezend pseudo-intellectueel publiekje. In Brugge mocht ze slecht enkele beleefdheidsapplausjes ontvangen.

Stipt op tijd werd door de puike organisatie het grote feest aangekondigd.  Jools Holland and his rhythm and blues orchestra hebben maar een boodschap: Muziek is feest. Punt. Jools had naast enkele gastzangeressen een slordige negentien muzikanten mee van alle rassen, leeftijden en kledingstijlen. Wat op het eerste zicht overkomt als een bont allegaartje, blijkt dan wel een stel stuk voor stuk professionele muzikanten te zijn: 12 blazers, 2 toetsenisten (Jools incluis), 1 drum (Gilson Lavis), 1 bassist, 1 gitarist en 2 besjes van zangeresjes.

Het hoeft geen betoog dat deze band er meteen invloog met een heerlijke boogie woogie en het overigens zeer verscheiden publiek meteen volgde en na enkele nummers uiteraard niet meer kon stilzitten. Wat kan die Jools spelen, man! ‘Eat your heart out Jerry en co’. En wat zo heerlijk is: het warm water wordt niet heruitgevonden en speelplezier troef. In die mate dat Jools blijkbaar niets verkeerd kan doen en dat zelfs zijn scheten worden onthaald op applaus.
Met het derde nummer, Muddy Waters’ “Mojo”, kwam de eerste gastzangeres Rosin May ons kippenvel bezorgen met een bloedstollende versie. Vervolgens alweer een portie van wat Jools voor de gelegenheid “Bruges Woogie” noemde, waarbij iedereen eens mocht tonen hoe goed ze wel konden spelen. Resultaat: Het publiek begint zowat aan het plafond te hangen.
Jools schuift zich dan achter zijn Fender Rhodes en laat ons met onvervalste jaren vijftig blues met tweede gastzangeres Louise Marchal gedurende een drie tal nummers de nekharen rijzen. Dan trakteert de waanzinnige drummer Lavis (Squeeze) ons zo maar even op een drumsolo zoals het hoort: perfect, niet te veel en retestrak. De prettig gestoorde schuiftrompettist Rico Rodrigues maakt van “What A Wonderfull World” een loepzuivere reggae.
Onze Jules kan ook een aardig handje weg met de gitaar en zorgt ervoor dat blijven zitten (toch jammer dat er stoelen stonden) onmogelijk blijkt. Tijd dan maar voor de ultieme gast. Een brok (ook letterlijk) Boogie Woogie Queen: Ruby Turner. Deze rondborstige uiteraard zwarte lady heeft meer soul, blues en boogie woogie in haar kleine teen dan haar naamgenote Tina. CC rider “Cry me a river en een handvol andere klassiekers passeren door deze misthoorn.

En zo gaat het feest lekker stomend door tot de obligate climax in de bisronde. Is er dan geen enkele kritische noot? Neen. Ze spelen inderdaad reeds geschreven nummers, soms eigen nummers, we horen her en der van die clichés – je weet wel: “Do you feel ok?’, ‘oh my soul!” – en de obligate solo’s waarbij iedereen eens zijn ding mag doen,  bijster origineel zijn ze niet, maar alles gebeurt met zo’n enthousiasme en ongeforceerd speelplezier. Ze voelen zich geen gram beter dan hun publiek, en dat is het hem nu net wat zo aanstekelijk werkt. Vijf sterren dus.

Cultuurcentrum Brugge, Brugge


Beoordeling

Gang Of Four

Gang Of Four: wie betaalt krijgt waar voor zijn geld

Geschreven door

Wat typeert een invloedrijke band? Dat pers en publiek in de loop van de muziekgeschiedenis steevast met hetzelfde selecte kransje namen dwepen is natuurlijk mooi meegenomen, maar de referenties die er pas echt toe doen zijn toch wel deze van collega’s artiesten. Neem nu het geval van de Engelse postpunk legende Gang Of Four. De liner notes van hun heruitgegeven mijlpalen ‘Entertainment’ (’79) en ‘Solid Gold’ (‘81) liegen er alvast niet om: als we de lyrische getuigenissen van Flea, Michael Stipe, Michael Hutchence en Page Hamilton mogen geloven dan zou een planeet zonder Gang Of Four wellicht ook Red Hot Chili Peppers, R.E.M., INXS en Helmet op de missing species list hebben staan. Of wat te denken van LCD Soundsystem, The Rapture en Radio 4 die na een overdosis Gang Of Four New York terug omtoverden tot de hipste muziektent ter wereld?

De veteranen uit Leeds bleven er al die tijd stoïcijns kalm bij, tot in 2005 een verzamelaar met heropgenomen oudjes verscheen en de groep zich ook live liet opmerken in het betere nostalgie circuit. Zo kon het Vlaamse Gang Of Four fanlegioen reeds op Sinner’s Day ’09 en de Lokerse Feesten ’10 vaststellen dat hun helden geen schrik moeten hebben van het jonge grut dat notabene bij hen de mosterd haalde.
Maar nog waren de fans niet tevreden en klonk het verzoek om een echt nieuw album almaar luider, zo luid zelfs dat bepaalde fans er grof geld veil voor hadden. Het nagelnieuwe ‘Content’ album is dan ook in verschillende opzichten opzienbarend. Het consolideert niet enkel de terugkeer van één van de meest cruciale bands uit de eerste postpunk golf, maar is uniek in zijn soort omdat het voor een groot deel werd gefinancierd met fandonaties. Of de inhoud van ‘Content’ ook werkelijk de verpakking waard is gingen we afgelopen zaterdag zelf ondervinden in de Brusselse Botanique.


Alhoewel groepsleden van het eerste uur Jon King en Andy Gill de middelbare leeftijd reeds geruime tijd hebben bereikt bleek van meet af aan dat de heren niet bepaald naar de overvolle Orangerie waren afgezakt voor een gezondheidswandelingetje. De forse nieuwe single “You’ll Never Pay For The Farm” gevolgd door de dubbele uppercut “Not Great Men” en “Ether” uit het must-have debuut ‘Entertainment!’ konden wat dat betreft wel tellen als openingssalvo. King eiste van meet af aan de rol van angry old man op en spuwde zijn cryptische maatschappijkritiek uit in één van de vele microfoons langs de frontlinie van het podium. De hyperkinetische frontman liet er alvast geen twijfel over bestaan dat hij en de al even opgefokte gitarist Andy Gill anno 2011 nog steeds de creatieve spil en het kloppend hart van de groep vormen. Voor hun jonge ritmesectie Thomas McNeice (bas) en Mark Heany (drums) lijkt het nog wat wennen aan zoveel 50+ geweld, en eigenlijk mochten beide jonkies al blij zijn dat ze vlotjes bij de les konden blijven.
Het publiek moest toch wel wat naar adem happen na een ronduit verschroeiende start. Met de slepende funk van “Paralysed”, met Gill in de rol van spoken word artiest, en het nieuwe verdraaide reggaedeuntje “A Fruitfly In A Beehive” was de groep dan ook meer dan verdiend toe aan een relatieve rustpauze. Het bleek tevens de voorbode van één van de absolute hoogtepunten van de set. Ja, het moet wat geweest zijn toen in ’79 Gang Of Four een nummer als “Anthrax” op het nog prille postpunk publiek los liet. Ingeleid door een dissonante gitaareruptie en drijvend op het weinig verhullend chorus “Love Will Get You Like A Case Of Anthrax” vormt deze dreigende lap postpunk het epische sluitstuk van hun eerste album. Ruim drie decennia later slaagt Gill er wonderwel in om even geloofwaardig als toen dezelfde dreiging uit zijn gitaar te knijpen, al is schoppen wellicht een beter werkwoord om diens kunstjes op het podium te beschrijven. Alsof dat nog niet genoeg was haalde King op zijn beurt een vocoder boven voor “It Was Never Gonna Turn Out Too Good”, met voorsprong het meest experimentele nummer uit ‘Content’. Op dat nieuwe album staan nochthans een pak andere meer hapklare brokken, maar het typeert de eigenzinnigheid van de groep om nu en dan de vaart uit het optreden te halen zonder dat er ook maar iets aan live vibe verloren gaat. Trouwens, van tempo gesproken: de verslavende beat van het punkfunk anthem “To Hell With Poverty” kreeg tegen het einde van de set zelfs het gros van de aanwezige grijze/kale (schrappen wat niet past) vijftigers aan het swingen.

De postpunk veteranen bleken hun energie netjes te hebben gedoseerd en hadden nog wat lekkers opgespaard voor de twee encore rondes. Na een puntig “At Home He’s A Tourist” stal King opnieuw de show door tijdens “He’d Send In The Army” een zelf ineengeknutselde percussiebox te mishandelen totdat de splinters in het rond vlogen. In schril contrast hiermee stond het verplichte nummer “I Love A Man In A Uniform”, het enige Gang Of Four anthem dat in het collectieve geheugen is blijven hangen maar eigenlijk niet paste in een set die het in de eerste plaats van metalige gitaren, averechtse baslijnen en hakkende drums moest hebben. Maar ach, na een okselfrisse versie van afsluiter “Damaged Goods” waren we die kleine smet op een voor de rest voortreffelijk optreden al lang vergeten.

De vier heren namen beleefd afscheid van de Orangerie met een diepe buiging daar waar ze zelf eigenlijk een staande ovatie verdienden. Want laat er over één ding vooral geen twijfel bestaan: Gang Of Four slaagt er net als generatiegenoten Killing Joke nog steeds in om na dertig jaar het heilige vuur brandend te houden. En ja, ik weet het, het staat wat haaks op de politieke ideologie van de groep, maar de eerlijkheid gebied ons om hier zelfs een dankwoordje richten tot de kapitaalkrachtige fans…

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 303 van 386