logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic
Concertreviews

The BellRays

Vlammende soulpunk versus kolkende garage-rock: The Bellrays en The Fleshtones geweldig op dreef

Geschreven door

Waar er op de albums van The Bellrays wat rustpunten te bespeuren zijn in de vorm van knappe soulnummers, is dit op een podium nauwelijks het geval. Enkel met het mooie “Have a little faith in me” ging men een beetje op de rem staan, voor de rest was de stomende set van The Bellrays een sneltrein van korte soulpunk songs die loeihard en quasi zonder adempauzes de zaal werden ingeramd. De soul zit hem vooral in de krachtige stem van Lisa Kekaula, een indrukwekkende madam met een strot die niet zelden een orkaan veroorzaakt en met een imposant afro kapsel waar een heuse nest spreeuwen zich in kan huisvesten. De solide sound van The Bellrays is een uiterst vitaal huwelijk van soul, punk, snedige gitaren en een madam met ballen. Op het podium vertaalde zich dat in vuurwerk.

De heren van The Fleshtones zijn blijkbaar dikke vriendjes met The Bellrays. Op het einde van de set van The Bellrays kwamen zij al een deuntje mee rammen en voorts speelde de drummer ook gewoon verder op hetzelfde drumstel. Het stak allemaal zo nauw niet.
Overigens geen makkelijke taak om de overweldigende prestatie van The Bellrays te evenaren, laat staan te overtreffen. The Fleshtones lieten algauw merken dat zij het perfect opgewarmde publiek niet zouden ontgoochelen. Dit via hun ophitsende mengeling van garage rock, ronkende funrock en sixties toestanden. Een geestige bende die de bruisende songs in spoedtempo aan elkaar reeg. Een zanger (Peter Zarembe) die een beetje de fleur had van New York Doll David Johansen en een gitarist (Keith Streng) die alle uithoeken van de zaal ging opzoeken om zijn potige riffs te spelen en er ondertussen een paar vlammende vocals uit te schreeuwen. De afwisseling in zang tussen de twee heren kwam de set alleen maar ten goede en ook bassist JM Pakulski mocht al eens aan de micro gaan lurken terwijl Zarembe terloops zijn smoelschuiver bovenhaalde om het zaakje nog wat meer op te vrolijken. Het typische Fleshtones orgeltje was ook meegekomen maar had vanavond toch maar een bescheiden rolletje gekregen, de nadruk lag meer op de gitaar en vettige rock’n’roll in de juiste mood. Simpel, opzwepend, rechtdooor. Een groepje als pakweg The Hives kwam ons wel eens voor de geest vanavond. Dikke fun was het.

Bijzonder geslaagde avond met twee uiterst energieke acts!

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

The Fleshtones

Vlammende soulpunk versus kolkende garage-rock: The Bellrays en The Fleshtones geweldig op dreef

Geschreven door

Waar er op de albums van The Bellrays wat rustpunten te bespeuren zijn in de vorm van knappe soulnummers, is dit op een podium nauwelijks het geval. Enkel met het mooie “Have a little faith in me” ging men een beetje op de rem staan, voor de rest was de stomende set van The Bellrays een sneltrein van korte soulpunk songs die loeihard en quasi zonder adempauzes de zaal werden ingeramd. De soul zit hem vooral in de krachtige stem van Lisa Kekaula, een indrukwekkende madam met een strot die niet zelden een orkaan veroorzaakt en met een imposant afro kapsel waar een heuse nest spreeuwen zich in kan huisvesten. De solide sound van The Bellrays is een uiterst vitaal huwelijk van soul, punk, snedige gitaren en een madam met ballen. Op het podium vertaalde zich dat in vuurwerk.

De heren van The Fleshtones zijn blijkbaar dikke vriendjes met The Bellrays. Op het einde van de set van The Bellrays kwamen zij al een deuntje mee rammen en voorts speelde de drummer ook gewoon verder op hetzelfde drumstel. Het stak allemaal zo nauw niet.
Overigens geen makkelijke taak om de overweldigende prestatie van The Bellrays te evenaren, laat staan te overtreffen. The Fleshtones lieten algauw merken dat zij het perfect opgewarmde publiek niet zouden ontgoochelen. Dit via hun ophitsende mengeling van garage rock, ronkende funrock en sixties toestanden. Een geestige bende die de bruisende songs in spoedtempo aan elkaar reeg. Een zanger (Peter Zarembe) die een beetje de fleur had van New York Doll David Johansen en een gitarist (Keith Streng) die alle uithoeken van de zaal ging opzoeken om zijn potige riffs te spelen en er ondertussen een paar vlammende vocals uit te schreeuwen. De afwisseling in zang tussen de twee heren kwam de set alleen maar ten goede en ook bassist JM Pakulski mocht al eens aan de micro gaan lurken terwijl Zarembe terloops zijn smoelschuiver bovenhaalde om het zaakje nog wat meer op te vrolijken. Het typische Fleshtones orgeltje was ook meegekomen maar had vanavond toch maar een bescheiden rolletje gekregen, de nadruk lag meer op de gitaar en vettige rock’n’roll in de juiste mood. Simpel, opzwepend, rechtdooor. Een groepje als pakweg The Hives kwam ons wel eens voor de geest vanavond. Dikke fun was het.

Bijzonder geslaagde avond met twee uiterst energieke acts!

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Why ?

Why?: de mysterieuze leefwereld van de Wolf- broers

Geschreven door

Why? … Een apart bandje toch wel, het Amerikaanse gezelschap van de broers Wolf uit Oakland, California. Ze zijn al een kleine vijf jaar bezig en krijgen met de huidige vierde cd ‘Eskimo Snow’ voet aan de grond. Intussen zijn ze uitgegroeid tot een kwintet. Een terechte, verdiende doorbraak, want het weirde gezelschap zorgt voor een avontuurlijke, creatieve aanpak van hun leuke, hypnotiserende, bezwerende, intens opbouwende indie/rootspop/americana, die onderhuids Pink Floyd en Grandaddy psychedelica verraadt. Ze zijn niet in een hokje te duwen, die er alternative hiphop, folk en garagerock aan toevoegen. Door hun instrumenten geven ze de songs verrassende wendingen, allerlei geluidjes en bleeps, zorgen voor een kleurrijk palet en balanceren tussen doordachte subtiliteit en georchestreerde chaos.

We werden een goed uur ondergedompeld in die mysterieuze muzikale leefwereld van de Wolf broers. En de neurotische zegrap, beatbox en spastische bewegingen van Yoni maakte het nog specialer. De songs van de recente ‘Eskimo Snow’ sprongen al meteen in het oog “These hands”, “January twenty something” en “Against me”. Een opgefokte, ijsberende zanger op z’n Mark E Everett gaspelde en reeg de dwarrelende, broeierige, dromerige en sfeervolle songs aaneen. Hij leek de tussenpersoon tussen hemel en aarde, die de boodschappen van bovenaf moest meedelen aan het aardse publiek.
Uitzinnige partijen hoorden we, en sommige songs klonken op het gevoel af, lofi en gaven de indruk dat ze abrupt afgebroken werden, maar niemand die er zich aan stoorde, integendeel, het behoorde tot het Why?- concept, die een schitterende finalereeks klaarstoomde met “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback”, “Eskimo Snow” en “Gemini (birthday song)”. Het oudere materiaal van (vooral) de vorige cd ‘Alopecia’, “Good friday”, “Song of the sad assassin”, “A sky for shoeing horses under” en “By torpedo or Crohn’s” onderstreepten de aanzwellende toegankelijke opbouw, maar ook de niet-van-deze-wereld groove. Tot slot konden we niet omheen de verpletterende mokerslagen, het aanstekelijk gegoochel op drums en de sounds van “These few presidents” en “The vowels pt2” die ‘en honneur’ en overtuigend de set beëindigden. Jaknikkend moeten we besluiten dat They Might Be Giants uit de nineties een belangrijke referentie waren qua huppelende ritmes, muzikale kronkels en rapzang.

Ook de support I might be wrong intrigeerde …genoemd naar een album van Radiohead. Het kwintet met zangeres Lisa von Billerbeck is toe aan de tweede cd ‘Circle the yes’. De band uit Berlijn integreert invloeden van hun grote voorbeeld, maar haalt elementen Notwist en Lali Puna aan; sfeervolle zweverige indiedroompop onder een licht klaaglijke, zacht zalvende vrouwstem. Net als bij Why? stonden de bassist en de gitarist op de tweede rij op het podium, en ook hier kwam de klemtoon op de toetsen/piano/synths/drums en de zangstijl. We hoorden broeierige songs, die een betoverende melodie en boeiende opbouw hadden. Zij kregen de kans zich te profileren, want ze speelden een ruime set en kregen een warm onthaal. Chique wat de jonge band presteerde en een ontdekking waard. De bedeesde zangeres namen we er bij .

Tot slot was er nog ruimte voor werk van de eigen Why?-stal van één van de broertjes Wolf. Inderdaad, drummer Josiah Wolf kan naast drums ook gitaar spelen en zingen; begin 2010 bracht hij ‘The trailer & the truck’ uit; hij deed het met enkele in Mississippi gedrenkte akoestische ‘desertblues’ songs, die sober, ingetogen en spaarzaal begeleid werden, gedragen door opvallende goede vocals. Hij ontpopte zich als een multi-instrumentalist. U weze gewaarschuwd van het diverse en afwisselende werk van de Wolf-brothers …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Gabriel Rios

Rios – Neve – Proesmans:1+1+1=4

Geschreven door

Wat was dat! In uitroepvorm, niet met een vraagteken erachter aan. We willen de ingebeelde vraag ook niet beantwoorden. Het bakmengsel Rios – Neve - Proesmans rijst en knabbelt zo lekker dat je amper beseft dat je manna binnen gelepeld krijgt. Van een goed recept wil je de ingrediënten wel kennen, maar een chef op zijn plaats geeft die niet. Sorry voor de superlatieven, maar Rios – Neve - Proesmans: wat was dat !?

Ze probeerden - nee, deden het - twee jaar geleden al. Dat het muziekwereldje eerder kruisbestuivend dan kruisbedruipend is, is geweten. Toen Rios en Neve na de Zamu Awards enkele jaren geleden het idee opperden om eens samen wat te jammen, ontsproot er al een tournee die overal volle zalen lokte en om een vervolg smeekte. En Proesmans, die was al langer een handlanger van Rios, zorgde al meermaals voor de slag op een aantal Rios-platen. Het muzikaal triootje lag voor de hand.
Drie artiesten op gelijke hoogte – zoals op het podium duidelijk blijkt – van verschillende komaf en strekking, dat kan vonken geven. Dat deed het twee jaar geleden al, maar deel 2 – de cd is af en ligt eerstdaags in de winkel – sublimeert het vorige. Nu, zoveel verschillen de heren ook weer niet. Ze staan alle drie even open voor…van alles. Proesmans studeerde in Havana (Cuba) – vandaar zijn meezingmoment als backing vocal in de Spaanstalige nummers - en ondersteunde of collaboreerde in het verleden al met heren of groepen van stand als Arno, dEUS, El Tattoo del Tigre en Zita Zwoon.
De breedte van het publiek is ruim dus, net als bij maatje Rios. Nu hadden wij het persoonlijk zelf niet zo voor het bakviszwijmgehalte van de Puertoricaans Belg, maar met Jef Neve (sinds kort ook publiekgewijs steeds breder uitdeinend) en Proesmans wilden we nog eens proberen. Het feit dat de zalentournee schouwburgen aandoet én vol doet lopen, zegt iets over de toegankelijkheid van de muziek. En voorwaar, de mensen komen terug. De hele centiboutique is nu al uitverkocht. Rios is op weg om niet enkel zestienjarige meisjes kreetjes te laten slaken. Op weg? Nee, hij is er al. Als een groot muzikant. Zo kenden we hem niet.
De Puertoricaan – in stevig kostuum - leidt de dans, zowel latino als intiem. Neve kijkt naar Rios en volgt. Neemt zelfs over. En Proesmans – misschien het meest genegeerd on stage – is eigenlijk de draad door het filmische verhaal dat ze schrijven. Eigen nummers, oude Puertoricaanse ballads als “El Raton”, een aantal uitgeboorde nummers van Rios zelf. Het combineert en slaat aan.
Achteraf hoorden we dat de versterking van Rios niet optimaal afgesteld stond, maar geen kat die het hoorde, laat staan zich eraan stoorde. Integendeel, het was fijn te merken dat het geen concert van Rios was met wat ondersteuning. Het waren drie muzikanten die hun eigen instrumenten ook op gelijke geluidshoogte plaatsten. Zo moest het ook.
Soms jazzy-bluesy, soms fluisterrockerig akoestisch, soms strak maar kleurrijk licht en zonnig, soms ludieke uitstapjes met orgeltjes en getingeling. Het heel heterogene publiek genoot en deinde mee, deed zelfs mee. En vooral ook omdat ze het enthousiasme, het plezier, de pretoogjes van alle drie de heren merkten. Gekoppeld aan vakmanschap. ,Ik heb nu al vier albums uitgebracht, maar ik ben zo blij dat ik dit heb’, voegde Rios er overbodig aan toe. “Ik weet niet wat ik met mijn energie zou doen zonder dit”. 
”You gonna get the album?” vroeg hij luidop. “Wel, je krijgt het voor niets. Download het maar, het kan me niets schelen. Als je maar blijft terugkeren als we weer eens in de buurt zijn. En koop af en toe eens een t-shirt”.
Rios-Neve-Proesmans: 1+1+1 = 4 !

Neem gerust een kijkje naar de pics.

Organisatie: Cultuurcentrum, Kortrijk

Beoordeling

The Neon Judgement

The Neon Judgement, niet te stoppen !!

Geschreven door

Dirk DaDavo en TB Frank stichtten The Neon Judgement in Leuven en schudden in 1980 de wereld wakker met hun eerste bommen “Suffering”, “TV Treated” en “Factory Walk”. Dit eerste werk was gedomineerd door synthesizers en drummachines en geïnspireerd door de elektronische muziek van Kraftwerk en Suicide. Daarna kwamen er meer gitaar- en rockinvloeden in meespelen, maar de elektronische beats bleven toonaangevend. Samen met Front 242 stonden ze aan de wieg van een nieuw geluid in dance; EBM of Electrowave. In 1998 hield The Neon Judgement er mee op, maar zowat 10 jaar later herlanceerden ze zich met (een) ‘Smack’ en toeren ze weer met succes. Deze legendarische grondleggers van de Elektrowave of EBM kwamen, zagen (weliswaar weinig door hun zonnebrillen) en walsten de Balzaal van de Gentse Vooruit plat.

Vooraleer we echter aan The Neon Judgement toe kwamen, werden de oren opgewarmd door de vlotte beats van Radical G. Een soloproject van Glenn Keteleer, die begin dit jaar zijn eerste volwaardige album ‘Unleashed’ op de scène losliet. Uit torens vol elektronica, versterkers en keyboards tovert hij een aanstekelijke mix van hedendaagse beats, jaren ’80 melodieën en teksten die lang blijven na zinderen. “Move your hipps honey, don’t be shy…” De bijpassende lichtshow toverde de ruimte om in een ware Balzaal.

The Neon Judgement betrad het podium met droog “Boe!” en trok direct de juiste sfeer op met ‘Smack’, gevolgd door zowaar nieuw werk. Daarna draaiden ze de tijd terug naar ‘Cockeril Sombre’ uit 1982 met “The Fashion Party” en “One Jump Ahead” en naar 1987 met “Chinese Black”, oorspronkelijk van op de 12” ‘A man ain't no man when he ain't got no horse, man’. Even snel katapulteerden ze zich terug naar het heden met “We Are Confused” van op ‘Smack’ uit 2009. Daarna ging het volume en het tempo de lucht in met een snoeihard “Nion” dat het publiek luidkeels mee scandeerde en “Concrete” uit 1981. Ondertussen werd datzelfde publiek getrakteerd op een lichtspektakel, felle stroboscopen en een reeks bijpassende projecties.
De set werd met een pompend “TV Treated” afgesloten om het feestje compleet te maken. Of toch niet, want na een outfit switch van TB Frank verwende The Neon Judgement het publiek met maar liefst vier ‘encores’, waaronder “Leash” en natuurlijk “Tomorrow In The Papers”. Een volmaakte ’80’s avond die nog lang zal na daveren!!

Organisatie: Amusez-Vous

Beoordeling

Jacques Dutronc

Jacques Dutronc: tegendraadse charmante gastheer

Geschreven door

Vorst Nationaal liep vrijdagavond aardig vol voor de komst van de Franse chansonnier/rockster Jacques Dutronc, die sinds het begin van dit jaar met zijn best-of tour door Frankrijk en België trekt. Mogelijk is dit ook zijn laatste ooit, want Dutronc is geen écht podiumbeest: zijn laatste optreden dateert van 1993 en toen was het reeds twintig jaar geleden dat hij nog live aan het werk te zien was. Dutronc, 66 jaar ondertussen, trekt zich liever terug op het eiland Corsica waar hij klusjes opknapt voor zijn eega Françoise Hardy (Tous les garçons et les filles…) en geniet van het paradijselijke dolce far niente met zijn Corsicaanse vrienden.
Geen doorgedreven muzikaal parcours dus, maar Dutronc profileert zich sinds begin jaren ’70 wel als acteur. Hij heeft reeds 39 films op zijn palmares en werd daarvoor ook bekroond met een César. Zelf minimaliseert Dutronc zijn succes, op zijn gekende nonchalante manier: zanger worden was geen grote ambitie en acteur worden al evenmin. Zijn volledige carrière zou hij te danken hebben aan toevalligheden en veel chance. We wisten dus niet goed wat te verwachten van zijn deze avond…

Een spot vestigt de aandacht op Jacques Dutronc zittend in een leren zetel, volledig in het zwart uitgedost, inclusief leren vest en zonnebril (never change a winning team…). Na een kort intermezzo waarin hij met plezier zijn terugkomst naar België benadrukt, zet hij de tonen in van het aanstekelijke Et moi, et moi et moi, titelsong van zijn eerste plaat uit 1966. Het eerste wat opvalt: de stem van Dutronc klinkt nog net zo krachtig en standvastig als 40 jaar geleden! De whisky’s en sigaren (Dutronc staat bijna altijd afgebeeld met sigaar in de mond) hebben duidelijk geen schade toegebracht. De eerste nummers, o.a. On nous cache tout, on nous dit rien en La fille du père noël  zijn simpelweg ouderwetse rocknummers met zware baslijn, obligate gitaarsolo’s en achtergrondzangeressen. Naïef en gedateerd misschien in deze postmoderne tijden, maar niemand blijft onberoerd bij zoveel ritme en melodie en de zaal danst gewillig mee. Niet vergeten dat deze Franse rockabilly-muziek erg populair was in de jaren ‘60 (zie ook Johnny Halliday en Eddy Mitchell) en het net deze muziek was waarmee Dutronc zijn eerste muzikale stappen zette (zijn eerste EP bracht hij uit met een groep genaamd El Toro et Les Cyclones, vrij gebaseerd op The Shadows…).
Dutronc schuwt in zijn muziek humor en zelfspot niet, zoals in L’Opportuniste en de schlager Gentleman cambrioleur en L'hymne à l'amour (moi l'nœud). Aan het laatste nummer schreef ook Serge Gainsbourg mee. De Franse zanger en producer Etienne Daho was voor de gelegenheid afgezakt naar Vorst om het duet Tous les goûts sont dans ma nature luister bij zetten, een nummer dat in 1995 werd opgenomen voor de cd Brèves Rencontres waaraan ook Dutronc’s zoon Thomas meewerkte (deze is zelf ook een succesvol artiest, zijn laatste album verkocht 400.000 exemplaren).
Het eerste hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld de ballad J’aime les filles, uit luide borst meegezongen door het publiek. Een aantal koppels waagt zich zelfs aan een slow voor het podium, zodat we het gevoel krijgen deel te hebben aan een t dansant. Het nummer wordt onderbroken door een in een rood avondkleed gehulde vrouwelijke dwerg die, provocatief zoals Dutronc is, een aantal flauwe Belgenmoppen komt vertellen (dit tegen de zin van het publiek die de moppen blijkbaar maar matig kan appreciëren…). Zijn liefde voor l’île de beauté bewijst Dutronc wanneer de vrouw hem een Corsicaanse vlag aanreikt én een Belgisch bier, waarop Dutronc repliceert dat hij toch een voorkeur heeft voor het Corsicaanse bier (waarop het publiek alom weer begint te rommelen).
Maar Dutronc zou Dutronc niet zijn als hij hierop niet al zijn charmes in de strijd gooit: hij breidt voort op J’aime les filles en past het refrein aan in J’aime les filles de Bruxelles; hij gaat op dit élan door met Les Playboys. Dutronc toont zich ook een ware crooner met het nummer Le petit Jardin, en kan gemakkelijk naast Tony Bennett staan (het idee is ooit gegroeid, maar nooit uitgevoerd, om met Tony Bennett een cd op te nemen). Twee gitaren en een fluit begeleiden Dutronc bij Paris s’éveille, waarschijnlijk zijn meest gekende nummer en tweede hoogtepunt van de avond. Nooit is de ochtendlijke bedrijvigheid in een stad zo mooi beschreven en bezongen als in Parijs….
Dutronc sluit af met een bombastisch Merde in France (Capaboum), waarin ook een tapdanser figureert. Hij komt nog eens terug en brengt, om één of andere reden andermaal, Et moi, et moi, et moi, aanvankelijk solo op gitaar, vervolgens komt de ganse band het nog eens overdoen, wat het naar het einde toe net iets te langdradig maakt.

Jacques Dutronc deed dus wat er van hem verwacht werd: hij bracht, als tegendraadse maar toch charmante gastheer, met overtuiging zijn grootste hits (quasi alle uit zijn beginjaren), met een professionele, perfect op elkaar ingespeelde band. Jammer dat  er sommige klassiekers ontbraken (o.a. Mini, mini, mini) en Dutronc geen meer intimistisch moment inlaste met zijn gitaar (hij is zelf ook een begenadigd muzikant).
Ps: voor de afwezigen … Jacques Dutronc kan je nog eens aan het werk zien in Vorst Nationaal op 21 mei 2010.

Setlist
Et moi et moi et moi, Onnous cache tout, onnous dit rien, Commentellesdorment, Qui se soucie de nous, La Fille du Père Noël, L'Opportuniste, Gentleman cambrioleur, L'Hymne a l'amour (moil'noeud), Le plus difficile, Sur unenappe de restaurant, Tous les goûtssont dans ma nature, J'aime les filles, Les Playboys, Fais pas ci, fais pas ça, Madame l'Existence, Les cactus, Le Petit Jardin, Il est cinqheures, Paris s'éveille, La Compapade, Merde in France
BIS: Et moi et moi et mo

Organisatie: C-Live, Lux

Beoordeling

Katzenjammer

Het is altijd lente met … Katzenjammer

Geschreven door

De vier Noorse deernes uit Oslo, Katzenjammer en de organisatie van Folkdranouter hebben een mooi pact gesloten. Drie keer op 1 jaar tijd wordt de leuke, vrouwelijke bende gecontacteerd! Katzenjammer debuteerde met een wonderlijk frisse, sprankelende en pakkende plaat ‘Le Pop’ en bepaalde vorig jaar mee de feestvreugde op het Festival.
Hun zaalconcert zorgde voor een eerste lenteprik en eind april kunnen ze nog de zandkorrels doen opwaaien met hun concert op Dranouter-aan-zee. De vier vrolijke meiden in de roodwitte bloemetjes- en spikkeljurkjes dompelden, in een stemmenpracht, hun eigenwijze en gevoelige folkloristische Scandinavische muziek onder in een onstuimige mix van klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek en bluegrass.
Hun kattengejank is iets aparts … een sound van huppelende melodieën, cabaretier en jaren ’30 vaudeville door een divers, afwisselend instrumentarium van accordeon, banjo, mandoline, trompet, balalaikabas, klokkenspel, drums, piano en toetsen. Soms zijn het zeemansliederen, in whisky gedrenkte folk, cowcountrypunk of druipt de dramatiek ervan af. Katzenjammer brengt Kaizers Orchestra, Dresden Dolls, Tunng, Pogues en Tom Waits tesamen.

Ze speelden meer dan anderhalf uur lang een set van verschillende sfeerscheppingen. De dames zijn multi-instrumentalisten, wisselden van instrument alsof het een peulenschil was en straalden een enorm enthousiasme uit.
Meteen zat de sfeer erin met aanstekelijke, trippende, dansbare, zwierige nummers, “Der kapitan”, “Le pop” en “Tea with cinnamin”, dé triggers die inwerken op de dansspieren. De vaardige nummers gaven een soort French Can Can gevoel. Probleemloos veranderden ze van instrument, of speelden ze twee instrumenten tegelijk (waaronder de gitaar, trompet en drums), boden elkaar vocale ruimte of nét vloeiden hun stemmen in elkaar over. “Mother Superior” deed ons zelfs hollen naar een plaatselijk circus van een zigeunerbende.
Katzenjammer toonde ook z’n andere kant …een gevoelsmatige sfeer hadden we met “Virginia Clemm”, “Lady Marlene” en “Wading in deeper”, die intiem en intens sfeervol klonken door de warme klanken, de spaarzame begeleiding, het klokkenspel en de vocale pracht.
Ze trokken richting Antwerpse kaai/ cabaret / vaudeville en hadden onderhuids iets van de Andrew Sisters in “Shephards song”, “Cherry pee” en “Play my darling, play”. “Hey ho on the devil’s back”, later in de set, bracht de broeierige intensiteit van het Katzenjammer Kabaret ten top en was nauw verwant aan Amanda Palmers Dresden Dolls. De frivole dames stonden dicht bij elkaar en gaven de songs een handige verrassende draai door het getokkel op mandoline, banjo, akoestische gitaar en die speciale bas. En tot slot overladen ze ons met hun blijdschap in de uptempo meezingliederen “Demon Kitty rag”, “To the sea”, een pastiche op Genesis “Land of confusion” vs ‘Zorba de Griek’en het nieuwe “Listening”.
Zo zie je maar hoe origineel, gevat en creatief ze te werk gingen op hun instrumenten en hoe ze hun publiek (verleidelijk) entertainden. Het donker bezwerende, gospelneigende “God’s great” breidde er nog een leuk staartje aan.

Zoals we wel konden verwachten, werden de dames op handen gedragen en hoorden we nog een snedige, gedreven bis van een tweetal cowcountry/folkpunknummers, “Gypsy flee” en “A bar in A’dam”, waarmee het kwartet vorig jaar de aandacht trok binnen onze regionen.
Katzenjammer was een schot in de roos, de aanstekelijke trigger om er nu eens een mooie lente van te maken …

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Beoordeling

The Four Tops vs The Temptations

The Four Tops – The Temptations: memorabel duoconcert van Tamla Motownlegendes

Geschreven door

Op vrijdagavond 12 maart zat het Kursaal van Oostende tot de nok gevuld voor een spetterende Tamla Motownshow. Stipt om 20.00 u kregen we The Four Tops te horen en na de pauze was het de beurt aan The Temptations. Het was drie jaar geleden dat beide groepen België aandeden en de lovende kritieken van de vorige passage hadden er voor gezorgd dat het concert uitverkocht was.

Deze twee legendarische groepen voorstellen hoeft haast niet. Ze waren allebei op hun manier uiterst succesvolle componenten van de Tamla Motown hitmachine in de zestiger en zeventiger jaren. De vraag was of zij deze reputatie ook zouden kunnen waarmaken op het podium: van beide groepen is namelijk slechts maar één origineel lid meer overgebleven. Vooral voor The Four Tops betekent dit een handicap: ze slaagden er bijna vier decennia in met dezelfde samenstelling op te treden, en het is waar: zonder het zo specifieke stemgeluid van de overleden leadzanger Levi Stubbs klinkt de groep toch wel even anders. Maar desalniettemin slaagde de huidige bezetting er in het originele geluid goed te benaderen, zij het dat we de opzwepende Motown snaredrum moesten missen.

Bij
The Temptations wisselde de samenstelling nogal eens over de jaren heen, maar men bleef de “legacy” trouw door dezelfde arrangementen, dezelfde danspasjes en dezelfde gimmicks te gebruiken als jaren geleden. En baszanger Joe Herndon wist met zijn bijdrage de imitatie van het typische Temptations-geluid op verbluffende wijze te vervolmaken. 

Beide groepen werden begeleid door een tiental topmuzikanten die alles van de partituur afspeelden. De blazers klonken heel zuiver en goed georchestreerd. Er was hier duidelijk niet beknibbeld op het budget ten koste van de kwaliteit. Het viel mij wel op dat de meeste muzikanten blank waren. Een beetje vreemd voor het optreden van twee zwarte groepen...
Maar beide shows sloten heel goed bij mekaar aan en zelfs de setlists leken op mekaar afgestemd: er werd telkens een “greatest hits”- revue ten gehore gebracht, afgewisseld met enkele bekende ballads, om daarna naar een denderende climax toe te werken. Wat mij wel stoorde waren de flauwe prestaties van de zangers tijdens de eerste nummers. Onvoldoende gesoundchecked, of gewoon een slecht afgeregelde klankbalans ? Wie zal het zeggen? Feit is dat alles uiteindelijk telkens goed kwam vanaf de tweede helft van beide shows. De synchronisatie van de bewegingen van The Four Tops was niet zo goed: op sommige momenten stond iedereen zo maar wat te bewegen en met de handjes te wapperen. The Temptations hadden hun danspasjes duidelijk beter ingeoefend en dat kon het publiek warm appreciëren.

Al bij al dient gezegd dat het twee geslaagde optredens werden, perfect opgebouwd, met prachtige gepolijste stemgeluiden en goed uitgekiende en ingestudeerde danspassen. De kostumering was in orde, met alle nodige glitter die past bij zo’n soort concert. En ja: de meezingmomenten voor de zaal en het GSM gezwaai waren voorspelbaar. Maar dat neem je er graag bij, zeker als je een vol Kursaal spontaan ziet rechtspringen om “My girl” uit volle borst mee te zingen…
Wat een schril contrast met de fake playbackshow van Demis Roussos enkele maanden geleden in hetzelfde Kursaal!

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Beoordeling

Pagina 334 van 389