logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Kreator - 25/03...
Concertreviews

Phoenix

Phoenix: Over de grens op handen gedragen!

Geschreven door

Buiten de Franse dansscène zijn er maar een handvol rockbandjes van over de grens die de voorbije jaren onze aandacht trokken en de moeite waard zijn. Eentje is alvast Phoenix, vijf jonge gasten die al sinds 2001 bezig zijn. In 2004 vielen ze ons land binnen met enkele aanstekelijke popsingles “Too young”, “If I ever feel better”, “Everything is everything” en “Run run run”. Ondanks het feit dat de huidige cd een afschuwelijke titel heeft ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ vinden we ook hier puike songs terug als “Lasso”, “1901”, “Rome” en “Countdown”, die een respectvolle ‘goed’ mee krijgen.
In Frankrijk is dit eventjes anders … want Phoenix wordt daar op handen gedragen! Genoeg om U te zeggen dat we ginder bij elke noot, elke beweging en elk solopartij gillende en krijsende keelgaten horen. Menig meisjeshart bonkte toen ze het podium kwamen gelopen. Als de band nog zo’n hapklare singles produceert, komen we vervaarlijk in de buurt van Tokio Hotel. Deze maffe toestanden terzijde, beleefden we een leuke avond en overtuigde Phoenix met hun toegankelijke, sfeervolle pop dito meezingbare refreinen. Ze hadden hun broeierig, fris en intens singlepakket mooi verdeeld.
Ze begonnen alvast met vier heerlijke, zwierige hits: “Liztomania”, “Lazy distance call”, “Lasso” en “Run run run”. De synths kwamen wat meer op het voorplan op “Fences” en “Girlfriend”, wat het geheel kleurrijker maakte.
Een geslaagd waagstukje, zowel op plaat als live, was “Love like a sunset (part 1 & 2)”: een lange intro, een subtiel tokkelende gitaar, een diepe bas en zalvende synths, dan een speelse overgang en een intense opbouw, om tot slot rustig uit te deinen. Ze neigden naar de bombast van Muse op die manier. Het was de aanzet van een tweede luik poprock van “Too young”, “Rome” en “Consolidation prize”, die een fris, twinkelend gitaarspel hadden. En net zoals het jongerenbands beaamt (cfr. zie Air Traffic en Tokio Hotel), kon je niet omheen enkele akoestisch gespeelde nummers: “Everything is everything” en Air’s “Playground girl” hadden een uiterst sobere, emotievolle aanpak. De zoet binnenglijdende “If I ever feel better” en “1901” besloten na een klein anderhalf uur de set.

Per plaat beschikt Phoenix over houdertjes die er net voor zorgen dat de band zich voldoende kan openbaren in een boeiende gig. Hun succes en respons zal bij ons zal wel niet zo’n vaart lopen; desalniettemin zagen we eens een Franse popband die het gemiddelde oversteeg!

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Beoordeling

Baddies

Baddies: een uurtje stomende postpunk!

Geschreven door

Het Britse energieke kwartet Baddies zagen we als één van de openers op dag 1 van Pukkelpop. Strakke, hoekige, stevige en opwindende, frisse postpunk …Compromisloos, rechttoe-rechtaan en melodieus …We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. Ze brachten onlangs hun debuutcd ‘Battleships’ uit en stortten zich letterlijk op de clubs om de plaat optimaal te ondersteunen …

Ondanks de matige opkomst ging deze uiterst gemotiveerde band een uur lang bezield en vol overgave te werk. De heren met hun tot aan de hals geknoopt wit hemd, zwarte broek en legerboots, maakten op het podium statische bewegingen, wat refereerde aan de Devo tijd in de jaren ’80. Ook de zanger plaatste zich in de spotlights; hij kon bekkentrekken en keek soms dwars door je heen. Kortom, Baddies zorgde voor een leuke, aangename show.
We werden eerst ondergedompeld in een handvol krachtige korte rocksongs, “Tiffany I’m sorry”, “Call colin’”, “Black it out , “Open one eye” en “Hug the bomb”. Ze klonken iets breder en opbouwend op “At the party” en “Stone” … minder heftig én zonder de snedige gitaarloops en uitspattingen te verliezen!
Het geheel was best gevarieerd, waarbij ze steeds het publiek nauw bij de set betrokken. De zanger mengde zich zelfs op het eind in het publiek om de eerste rijen de refreinen te laten meezingen of -brullen, wat kleur gaf; “I’m not a machine”, “We beat our chests”, “Holler for my holiday” en de titelsong pasten aardig binnen dit concept.
Binnen de postpunk verdient deze bende het alvast een graantje te mogen meepikken. Het ontbrak hen niet van enthousiasme en dynamiek. Ze hebben een rits melodieus vaardige songs klaar en het zal even wachten zijn op die unieke single, die de definitieve doorbraak kan betekenen …

Het Belgische duo Yum, bestaande uit de Canadees/Nederlandse zanger Lennerd Busé en drummer Reinert d’Haene, kwam in de belangstelling een kleine acht jaar terug met het onvolprezen ‘Monokid’. Het duo (live met vier) geeft aan de electropop een subtiele draai, wat hen fraaie singles opleverde als “Caught alive”, “Fake”, “Dreamin’ in colour”, “Day 1” en “All she said”. De groep klonk wat onwennig, moest wat op dreef komen en was ondanks alles in het Brusselse niet echt gekend. Hun singles trokken wel de aandacht van de luisterende toehoorders en werden warm onthaald.

Organisatie : Botanique, Brussel

Beoordeling

Porcupine Tree

Porcupine Tree brengt pure genialiteit!

Geschreven door

Op de avond dat Fleetwood Mac concerteerde in het Antwerpse Sportpaleis, de indierockers van de Pixies in Vorst onveilig maakten, genoten wij van het geniale concert van Porcupine Tree in een uitverkochte Ancienne Belgique.
Een kleine twee jaar terug (22/11/2007) was de band voor het eerst in Brussel. Toen liep de AB aardig vol. Vandaag is Porcupine Tree’s populariteit duidelijk toegenomen want de zaal was uitverkocht en tot de nok gevuld. Opvallend was dat zowel jongeren en zeg maar oudere jongeren deel uitmaakten van het publiek. Een band voor alle leeftijden dus, die zowel psychedelische progrockers als metalfreaks weet in te palmen. Maar in de eerste plaats is Porcupine Tree vooral een zeer energieke live band! De perfecte akoestiek van de AB gaf de band vleugels, waardoor (alweer) een onvergetelijk concert tot stand kwam.

Voor Porcupine Tree aantrad kregen we eerst nog een halfuurtje Robert Fripp voorgeschoteld. Fripp, ondertussen reeds 63, is vooral bekend van zijn gitaarwerk bij de progressieve rockband King Crimson. Robert Fripp leverde ook wat samples en soundscapes voor Porcupine Tree’s ‘Fear Of A Blank Planet’ en nu mocht deze eigenzinnige, maar legendarische, gitarist voor de Britse band openen.
Robert Fripp startte erg vroeg (19.30) waardoor velen Fripp aan het neus zagen voorbij gaan. De afwezigen hebben echter niet veel moeten missen want de mooie, dromerige gitaarklanken en samples konden weinigen echt boeien. Meer dan een beleefdheidsapplausje kreeg de man niet.

Voor het concert van Porcupine Tree begon werden we vriendelijk verzocht om geen foto’s en geluidsopnames te maken. Ook werd er op aangedrongen geen foto’s te nemen met draagbare telefoons. Die boodschap werd niet door iedereen op evenveel enthousiasme onthaald, maar begrip kon men er wel voor opbrengen. Tijdens het optreden heb ik dan ook bijna niemand gezien die zich niet aan deze afspraak hield; wat getuigd van een grenzeloos respect voor Steve Wilson & de zijnen. Zo’n concert zonder GSM’s in de lucht en fotoflashes werkt trouwens ook heel erg bevrijdend!

Erg lang moesten we niet wachten op Porcupine Tree want onverwacht gaf de band al om 20u20 de aftrap.
De bombastische intro van “Occam’s Razor” diende als opener en de band werd onmiddellijk begeleid door bijpassende, synchrone videoprojecties. Bijzonder knappe videoanimaties, gecreëerd door de Deense grafische artiest Lassie Hoile, versterkten visueel de songs gedurende het grootste deel van het optreden.
Dit was de start van “The Incident”, het nieuwe conceptalbum van de band. Bij “Great Expectations” ging het helemaal fout en was de bassound van Colin Edwin zo ernstig verstoord, dat de band na het ophelderen van het technische euvel, de song gewoon hernam. “We willen immers niet zoals Spinal Tap klinken”, gekscheerde Wilson nog. Zoals verwacht speelde de band het ganse nieuwe conceptalbum live. Het werd een opwindende, hallucinerende progressieve rocktrip gebracht door een onvermoeibare band. Hoogtepunten uit deel 1 waren het gedreven “Drawing The Line”, het sublieme “Time Flies” (nu al een echte Porcupine Tree klassieker) en afsluiter “I Drive The Hearse”, waarin de bekoorlijke harmonieuze zanglijnen van Wilson & Wesley nog eens voorop stonden. Na het spelen van het nieuwe conceptalbum ging de band onder een oorverdovend applaus voor 10 minuten de coulissen in. Een countdownklok hield ons bij de les. Niet echt een drank- en plaspauze maar eerder een symbolische break om twee aparte delen te creëren in het liveoptreden. “10, 9, 8, 7……..3,2,1”…..en
Steven Wilson, Richard Barbieri, Colin Edwin, Gavin Harrison en John Wesley stonden er weer voor deel 2.
Dat werd een setlistje vol met oldies. De start was alvast fenomenaal met het wondermooie “Start Of Something Beautiful” en het bijzonder knappe, psychedelische “Stars Die”, welke een tourpremière was. Het lange “Anesthetize” werd ingekort tot de essentie en bracht de zaal in vuur en vlam. Wat een energie en creativiteit! Misschien wel het hoogtepunt van de avond. Vanwege de belachelijke vroege ‘curfew’ van 22.30 verdween “Lazarus” van de setlist en werd naar het einde toe iets teveel de metal-kaart getrokken. Bissen deed mijn dan weer iets te voorspelbaar. Ik had ook de indruk dat Steve niet helemaal tevreden was met die avondklok die hem achterna zat. Ondanks de voorspelbaarheid is het toch altijd mooi om “The Sound Of Muzak” en “Trains” te horen.
Porcupine Tree bevestigde opnieuw waardoor ik, iedereen die open-minded is en iets meer wil dan hedendaagse radiomuziek, deze band dan ook heel erg sterk kan aanbevelen! Geen enkele keer heeft Porcupine Tree mij live teleurgesteld en hun ongekende dynamische creativiteit bezorgt mij live steeds weer een constante opwinding. Absoluut pluspunt is de perfecte geluidsbalans die de band keer op keer neerzet. Ga ze dus zien als je de kans krijgt…je zal er geen spijt van hebben.

Setlist: *Occam’s Razor *The Blind House *Great Expectations *Kneel And Disconnect *
Drawing The Line *The Incident *Your Unpleasant Family *The Yellow Windows Of The Evening Train *Time Flies *Degree Zero Of Liberty *Octane Twisted *The Séance *Circle Of Manias *I Drive The Hearse
*Start Of Something Beautiful *Stars Die *Anesthetize *Remember Me Lover *Strip The Soul *.3 *Mother And Child Divided
*The Sound Of Muzak *Trains

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel


Beoordeling

Pixies

Pixies – ‘Doolittle’: Een briljante pot nostalgie

Geschreven door

Vorst Nationaal was volgelopen voor deze lekker eigenzinnige band die eind jaren tachtig en begin jaren negentig vier magistrale en essentiële platen afleverde en er daarna prompt mee ophield.

Tegendraads zijn de Pixies altijd een beetje geweest en ook vanavond startten ze, om het publiek een beetje te plagen, met een viertal obscure b-kantjes. Daarna ontplofte de boel en kwam het publiek ten volle wakker met de integrale vertolking van de klassieker ‘Doolittle’, na 20 jaar nog steeds een mijlpaal in de geschiedenis der rockmuziek. Dat deze plaat van de eerste tot de laatste snik absoluut prachtig is wist iedereen al lang, daarvoor waren ze tenslotte ook gekomen. De songs staan als een huis, en dat was hier niet anders, dus was het ook echt genieten. Tussen de nummers door werd er soms iets te lang getalmd, maar de bevallige Kim Deal maakte er gebruik van om de interactie met het publiek toch een beetje aan te houden, want brompot Frank Black hield als gewoonlijk de lippen stijf op elkaar.
Moet het nog gezegd, de volledige ‘Doolittle’ werd prachtig gebracht, in het tweede deel was de band nog een stuk beter op dreef, onze favorieten van de avond waren dan ook de felle punker “Crackity Jones” en heerlijke versies van “Hey”, “Mr Grieves” en “Number 13 baby”. Kim Deal maakte meer dan duideljik hoe onmisbaar haar geniale basloopjes zijn voor het geluid van de Pixies, Frank Black’s vlijmscherpe strot is intact gebleven en Joey Santiago haalde alweer de meeste splijtende klanken uit zijn gitaar. Bovendien kreeg het sowieso al fantastische ‘Doolittle’ een uiterst gesmaakte meerwaarde in de vorm van originele en indrukwekkende visuals. Bijzonder knap en met een gezonde dosis humor.
Het publiek werd alsmaar uitbundiger en na het geweldige “Gouge away”, dat ‘Doolittle’ op magistrale wijze afsloot, joelde, krijste en stampte men om meer.
Pixies kwamen terug het podium op voor nog enkele b-kantjes met o.a. de fijne slow motion versie van “Wave of mutilation” en, het meest naar onze strot grijpend, een sluipend en volledig in rookwolken gehuld “Into the white” met een ijle Kim Deal in de hoofdrol.
Na wel een beetje lang wachten, was het in een volgende bisronde de beurt aan de prijsbeesten van ‘Surfer Rosa’. Met de zaallichten aan brachten de wervelende Pixies met uitstekende versies van “Vamos” (jaaaaaa !!) , “Gigantic” en absolute kraker “Where is my mind” de zaal in volle extase.

Heerlijk concert van een groep die in de annalen van de rockmuziek echt geschiedenis heeft geschreven, meer nog dan Nirvana of U2.
Het volledige concert is te verkrijgen via pixies.sandbag.uk.com. U kan het bestellen als dubbel cd, USB polsband of digitale download, uiteraard tegen betaling. Doen!

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Mudhoney

Mudhoney: Punkrock van het betere allooi

Geschreven door

Mudhoney stond begin jaren 90 samen met Nirvana aan de wieg van de grunge scene in Seattle. Beide bands waren even belangrijk voor de grunge beweging, maar Mudhoney is in de underground scene blijven circuleren terwijl Nirvana ondermeer door toedoen van geldruikende businesslui tot wereldact werd gebombardeerd en nu letterlijk onder de grond zit.
In tegenstelling tot verwante bands als Pearl Jam en Soundgarden, wiens sound eerder gericht was op de oer-rock van Led Zeppelin en Black Sabbath, lagen de roots van Nirvana en Mudhoney duidelijk in de punkrock. Tot op vandaag is Mudhoney aan dat rauwe geluid trouw gebleven. De groep is gestaag de clubs blijven afschuimen en bleef ver weg van stadions en mega zalen. Ook op de festivals vond je Mudhoney steevast terug op de kleinere nevenpodia, daar stond je dan welgemutst met uw kop te schudden tussen de echte liefhebbers, die kerel links van u met een Melvins t-shirt, die rechts met één van Dead Moon.
Moet het gezegd dat Mudhoney zich thuisvoelt in een zaaltje als Minnemeers waar de toog zich op enkele meters van het podium bevindt en waar het bier van de muren druipt ?

Het concert kwam een beetje moeilijk op gang. De band putte voor de eerste vijf songs uit hun nieuwste -en wat ons betreft voortreffelijke-  album ‘The Lucky Ones’ en dat was niet bepaald waar de zaal zat op te wachten. Niet slecht maar een beetje braaf, dachten wij zo. Het bleek maar een opwarmingsronde.
Vanaf nummer zes, een ferm “You got it” (uit de prille beginperiode, toen ze hun haren nog niet wasten), plugde ook zanger Mark Arm zijn gitaar in en de groep was vanaf dan goed vertrokken voor een wervelend uurtje punkrock van het betere allooi, gevuld met een mooie greep uit hun 9 platen. Fel en verbeten waren de bloedende kronkel “Sweet young thing ain’t sweet no more” en de publiekslieveling “Touch me I’m sick”, die er met het elan van de vroege jaren keihard doorgeramd werd, punkrock it is.
Mark Arm ging heviger en agressiever zingen naarmate de set vorderde en dat resulteerde in een knallende finale. Helemaal op het eind blies Mudhoney er met een geweldige kwak “In and out of grace “ en “Hate the police “ door, twee uiterst gemene lappen uit hun klassieker van 1990 ‘Superfuzz bigmuff’ (rode draad doorheen dit optreden en dit jaar heruitgebracht, u weet wat u te doen staat), waarmee ze meteen een vettig punt zetten achter een fijn concertje. 

In het voorprogramma mochten de Gentse straathonden Kapitan Korsakov hun nieuwe cd komen voorstellen (het kreng was helaas na de persing in Duitsland blijven steken waardoor ze het niet konden verkopen aan de toog, balen is dat). Ze deden hun ding met veel power, energie, geschreeuw (echt gezongen werd er niet) en korte gemene harde stroomstoten van songs. Tamelijk luidruchtig, maar er zat iets in.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Sophia

Sophia: gelouterde ziel maakt van de Minnemeers een knusse huiskamer

Geschreven door

Welkom in de droefgeestige leefwereld van Robin Proper-Sheppard. De man overtuigt in giftig en pittig donker songmateriaal over de dramatiek in z’n ‘lief en leed’- relaties. De autobiografische pijn weet ons te pakken …”It hurt writing these fucking songs” .. en ‘de fucks’ vlogen ons tussen de nummers om de oren … de ’terneure’ stemming is z’n inspiratiebron, hij put er energie uit en het is z’n broodwinning. Gelukkig beschikt hij nog nét over die zelfrelativering in z’n zwaarmoedige teksten door een dosis luchtigheid aan de dag te leggen (waaronder vanavond met de Belgisch melocakes). Robin Proper-Sheppard houdt van z’n Belgisch publiek door een bijna twee uur durende set, waarbij hij putte uit de vijf herfstplaten; op het eind bracht hij ons in ontroering door een handvol intieme songs naakt, puur en oprecht te spelen op akoestische gitaar en een vervlogen strijker.

Heerlijk somber materiaal konden we dus horen, bepaald door (slide) gitaartokkels, steelpedal, piano, een spaarzame percussie, het strijkerensemble The Sophia Quartet en gedragen door mans emotievolle diep stem. Proper-Sheppard dompelde de anders zo rockende Minnemeers zaal om tot een knusse huiskamer om die broeierig sfeervolle songs optimaal tot hun recht te laten komen. De laatste jaren zijn de strijkers een constante factor geworden en zorgen in de set voor extra draagkracht door de mooie, aanzwellende partijen. Met negenen waren ze on stage.
In een intiem donker decor openden de dromerige “The sea” en “Swept back”. “Signs” werd gekenmerkt door een intense opbouw en een iets forsere aanpak. Je hoorde op het uiterst breekbare en sober gehouden “Ship in the sand” haast een speld vallen. Hier ontbrak een kamerlamp en een kaars nog … “Storm clouds” bood haast letterlijk het beeld golven en het klotsende water.
Het aandachtige publiek in een haast uitverkochte Minnemeers onthaalde onze gelouterde songwriter en z’n band erg warm. Sophia ging iets breder in een uitgesponnen “Desert song”, “Pace”, “Dreamin’” en “I left you”. De laatste twee ging naadloos in elkaar over. Toch durfde hij en z’n band krachtiger klinken, zoals op “Oh my love” en “obvious”. Traditiegetrouw besloot het broeierig opbouwende “The river song”, z’n eerbetoon aan z’n overleden soulmate Fernandez van The God Machine, na meer dan een uur de set.
Wat we in de ruime bis te horen kregen, was om te likkebaarden, ondanks de verlieservaringen en zelfbeklag, die hij probeerde te relativeren. Solo bracht hij beklemmende versies van “Lost en “Something”, met z’n band o.a. “If only” en tot slot haalde hij van onder het stof met een strijker op de achtergrond “Holidays are nice” en “Directionless” (voor z’n puber-ende dochter!).

We hadden te maken met intens doorleefde, hartbrekende songs. Proper-Sheppard schrijft z’n pijngevoelen van zich af; ze zijn nét de juiste impulsen om richting te geven aan z’n leven. We mogen dus blij zijn dat hij het op die manier kan doen, of we waren de man al (lang) kwijt gespeeld … Kortom, een kalm en sfeervol optreden om te koesteren …

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Masters Of Reality

Masters Of Reality: Goss & co vegen alle stonerrock clichés van tafel

Geschreven door

Wie of wat was er eerst: de kip of het ei, God of de mens, Chris Goss of stonerrock? Als bezieler en enige constante factor van Masters Of Reality wordt zanger, gitarist en meesterproducer Goss tegen wil en dank opgevoerd als één van de founding fathers van de zogenaamde woestijnrock, terwijl zijn muzikale smaak heel wat verder reikt dan slepende gitaarrifs, diepe bassen en logge drums. Zo blijkt de inmiddels 50-jarige Amerikaan immers een fervente aanhanger van Cream’s psychedelische powerblues, heeft hij zijn bewondering voor The Beatles (met name John Lennon) nooit onder stoelen of banken gestoken, en is hij dikke maatjes met UNKLE brein James Lavelle met wie hij in 2007 het onbegrepen post-triphop meesterwerk ‘War Stories’ opnam. Masters of Reality is ontegensprekelijk het prototype cult band: ze worden op de voet gevolgd door een hondstrouwe aanhang, produceren tijdloze albums die verder voor geen meter verkopen en kunnen dus op weinig tot geen radio airplay rekenen. Op twee decennia tijd heeft de figuur van Chris Goss lichtjes mytische proporties aangenomen, een gevoel dat enkel maar wordt versterkt doordat het aantal optredens van Masters Of Reality op Belgische bodem gemakkelijk op één hand te tellen is. Het moet intussen van die ijskoude decemberdag in 2001 geleden zijn dat we Masters Of Reality nog eens aan het werk zagen in de inkomhal van het Gentse S.M.A.K.. Ter gelegenheid van de release van het zesde Masters Of Reality studioalbum ‘Pine/Cross Dover’ verkoos Goss ook deze keer Gent als locatie voor hun enige Belgische optreden wat De Vooruit afgelopen zondagavond aardig deed vollopen.

Het late night concert werd ruim na 23u op gang getrapt met “Absinthe Jim And Me” en “Dreamtime Stomp”, twee uitstekende nummers uit het jongste album die boven alles een onheilspellende en psychedelische sfeer uitademen. Het publiek bleef aanvankelijk wat onberoerd bij dit nieuwe materiaal en leek vooral onder de indruk van de imposante verschijning van Goss. Pas toen “The Blue Garden” brutaal werd ingezet kon het feest der herkenning echt beginnen. Dit nummer uit het inmiddels niet meer in de reguliere handel te verkrijgen Masters Of Reality debuut (’88) kan met zijn bombastische openingsrif en vocal harmonies gemakkelijk doorgaan voor de missing link tussen Black Sabbath en The Beatles, en prijkt als publiekslieveling al sinds jaar en dag op de live setlist van de groep. Goss bleef hierna de evergreens uit de Masters Of Reality catalogus kwistig in het rond strooien: het repetitieve “Deep In The Hole” kreeg een symfonische intro aangemeten, het tekstuele niemendalletje “V.H.V.” werd verheven tot een slepende bluesstandaard en “Third Man On The Moon” is nog steeds het beste nummer dat Led Zeppelin vergat te maken.
De innemende Goss leek zijn rol van retrorock peetvader overigens vrij ernstig te nemen. Hij zocht slechts met mondjesmaat contact met het publiek en liet vooral tijdens de meer complexe nummers uit ‘Pine/Cross Dover,’ zoals het psychedelische dub experiment “Worm In The Silk”, een heel geconcentreerde indruk. Vanwege hun laag instant classic gehalte haalden deze nieuwe nummers wat de vaart uit het optreden, maar fraaie versies van de oudjes “Doraldina’s Prophecies” en “Rabbit One” maakten dat de aandacht echter nooit lang verslapte. Midden in de set ging Goss zelfs helemaal op de rem staan tijdens een akoestisch intermezzo. Hierbij werd hij enkel begeleid door soulmate en drummer John Leamy, die voor de gelegenheid overschakelde op keyboards, en beide heren dwongen het publiek zonder veel moeite tot een bijna ijzige stilte. Met breekbare vertolkingen van “Lover’s Sky” en vooral “Hey Diana” kregen de verstokte Masters Of Reality adepten eindelijk ook eens een nummer te horen uit de minder bekende albums ‘Welcome To The Western Lodge’ (‘99) en ‘Give Us Barabas’ (’04).
De finale van de avond werd ingezet met “High Noon Amsterdam”, dat ook zonder het vocale gezelschap van de melancholische opperbrombeer Mark Lanegan moeiteloos overeind bleef. Goss kreeg vervolgens een akoestische 12-string in zijn magische handen gestopt, verloor zichzelf heel even in wat percussie gestoei met zijn maats, maar zette net op tijd de beginakkoorden in van “John Brown”. Indien er één nummer uit de Masters Of Reality catalogus als dronkemanslied kan worden bestempeld dan is dit het wel, en ook het publiek had dit begrepen en scandeerde vrolijk mee met Goss: “Holiday, holiday, I declare a holiday, no matter what the doctors say”.

Na een korte break verscheen de groep opnieuw voor één enkel bisnummer, maar wat voor één! Het retestrakke “She’s Got Me (When She’s Got Her Dress On)” werd ingeleid door een opzwepende jamsessie, en voor het eerst op de avond ontpopte de anders zo serene Goss zich warempel als volleerd publieksmenner. Het bleek een waardig slotakkoord van een ruim twee uur durende retrotrip waar moddervette blues, psychedelica, vintage Beatles en hardrock hand in hand gingen ... de stonerrock ver voorbij dus!

Het publiek werd eerder op de avond opgewarmd door een uitgelezen selectie local celebraties. Tussen de optredens door graaiden de als het DJ duo Janssen & Janssen vermomde Dewaele broertjes gretig in de stoffige platenbakken van papa Zaki. Het leverde een geslaagde trip down memory lane op die spijtig genoeg werd ontsierd door een overdosis aan decibels.

Diezelfde decibels waren er ook in overvloed tijdens de set van Drums Are For Parades, een Gents trio dat door Chris Goss wordt bestempeld als zijn favoriete Belgische band van het moment en dus maar wat graag in diens voorprogramma wou opduiken. De drie heren met baarden beschikken over een monsterachtige sound die op een goeie dag zelfs de Lange Wapper brug tot schroot kan herleiden, en daar ligt precies ook de zwakte van dit gezelschap. Vervaarlijk ogend en snoeihard, dat wel, maar achter hun granieten muur van stonerrock met verankeringen in noise en crossover schuilen momenteel te weinig beklijvende songs om behalve wat pijnlijke oorsuizingen echt indruk te kunnen maken op onze trommelvliezen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Beoordeling

Under Byen

Underbyen - Danish Night - Underbyen, Our Broken Garden en Mads Langer

Geschreven door

’Eigenzinnigheid en experiment troef op Deense nacht’

Denemarken staat al jarenlang garant voor een van de meest inventieve en verfrissende muziekscènes binnen Europa. Beperkt door een kleine thuismarkt slaagt dit land er bovendien in om haar meest belovende bands succesvol te exporteren naar het buitenland. Zo strijkt op 26 november 2009 al voor het derde jaar op rij een rits veelbelovende Deense groepen neer in de Ancienne Belgique in het kader van ‘Spot On Denmark’. De ‘Danish Night’ in de Botanique bleek méér dan een opwarmertje te zijn.

Our Broken Garden
Bij onze aankomst in de Orangerie stierven juist de laatste woorden van singer songwriter Mads Langer weg. Het publiek in de zaal applaudisseerde beleefd en langdurig, waardoor we ons voor de zoveelste keer voornamen om de volgende keer toch wat vroeger te vertrekken thuis.
Crisis of niet, ieder jaar staat Denemarken bovenaan het lijstje van meest ontwikkelde landen in de wereld. Maar zoals Our Broken Garden klonk moet het leven er geen lachertje zijn. Reden daarvoor waren de prominente, melancholische cello en orgel die door ieder nummer spookten.  Bovendien wist ook gitarist Sören Bigum weinig vrolijke noten uit zijn treurig galmende instrument te toveren.
Nu, een gezonde dosis melancholie en zwaarmoedigheid is op zich geen enkel probleem. Sommigen durven er zich zelfs graag in wentelen, zeker wanneer de bladeren van de bomen beginnen te vallen. Een plaat als ( ) van Sigur Rós tovert ook niet direct een glimlach op je gezicht. Maar terwijl de nummers van deze IJslanders er stuk voor stuk in slagen om te overdonderen en te overrompelen, bleven die van hun voormalige kolonisatoren hopeloos in het luchtledige zweven. Enkel “When Your Blackening Shows” van het gelijknamige debuutalbum (verschenen op het uitstekende “Bella Union” label) wist echt te beklijven.
’Traag’ lijkt nog het beste woord om dit optreden te omschreven. Niet voor niets proberen platenverkopers deze groep aan de man te brengen onder het hokje ‘slowcore’. Drums of enige vorm van percussie waren nauwelijks aanwezig in de set, zodat het optreden futloos voortkabbelde naar het einde. Dat leek ook zangeres Anna Brönsted te beseffen. Tot twee keer toe verliet de frontvrouw met haar etherisch stemgeluid de piano om een draagbare drumcomputer te omgorden teneinde wat extra ritme en schwung in de set te pompen. Maar in combinatie met haar ABBA-achtig blauw mantelpakje, mikte dit eerder op de lachspieren dan op de heupen. Nog een geluk dat ze er ook zelf konden om lachen.

Under Byen
Een pak snediger en gevarieerder ging het er aan toe tijdens Under Byen (spreek uit: ‘Oh’nah Boon’, betekenis: ‘Below The City’). Geniet deze 8-koppige, multi-instrumentele band in thuisland Denemarken een ware cultstatus, dan blijft Under Byen in België tot op vandaag nog steeds een goed bewaard geheim.
Met ieder nummer dat verstreek werd steeds duidelijker hoe jammer dit wel is. Bijna anderhalf uur lang musiceerde Under Byen op het scherpst van de snee, waarbij geen enkel nummer klonk als het voorgaande. Een genrenaam, laat staan muzikale invloeden, op deze muziek plakken lijkt onbegonnen werk, al komt een kruisbestuiving van Tortoise, Motorpsycho, Mercury Rev en Björk misschien nog het dichtst in de buurt.
Under Byen stond op het podium met de attitude van een experimenteel jazzcombo, maar was er niet vies van om haar nummers op sleeptouw te laten nemen door een stuiterende hiphop beat of donkere oorden op te zoeken aan de hand van een huilende elektrische zaag of dreigende violen. Maar, die ingebakken hunker naar experiment zat een goede melodie nooit in de weg, wel in tegendeel!
Percussioniste Stine Sörensen mepte tijdens “Den her sang handler om at få det bedste ud af det” en  “Af samme stof som stof” op een smeedwerk van metalen buizen en ketels als betrof het een toegangsexamen voor plaatslager in de hoogovens van Arcelor Mittal. Voeg daar nog de bedwelmende, poëtische lyrics van zangeres Henriette Sennenvalt aan toe en je begrijpt dat het moeilijk was om niet overstag te gaan voor deze eigenzinnige band. Vraag ons trouwens niet wat de songtitels betekenen, bijdragen tot de ongrijpbaarheid van de muziek deden ze alleszins.
Het concert is de Botanique was het laatste van een Belgisch vijfluik in verschillende cultuurcentra. De kans dat Under Byen volgende keer met haar binnenkort te verschijnen nieuw album voor uitverkochte stadia speelt in ons land lijkt eerder klein. Daar was het concert te grillig en te eigenzinnig voor. Maar ons hoor je niet klagen. Dit is een band die je liefst wil koesteren en niet met teveel mensen wilt delen. En die je vooral zo vlug mogelijk opnieuw aan het werk wilt zien.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 342 van 386