AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...
Concertreviews

Me First & The Gimme Gimmes

Me first and the gimme gimmes - Nostalgie in een punkrock jasje

Geschreven door

Iedereen heeft ze wel, jeugdhelden van de muziekwereld. De muzikanten die mee uw jeugd hebben doorstaan en gevormd, het zijn haast echte vrienden.  Apart kan ik hen onder verdelen in NOFX, No use for a name, Re-volt en Lagwagon. Samen vormen ze sinds 1995 Me first and the gimme gimmes. Vanavond staan ze in het Depot in Leuven, ik kan nog net mijn enthousiasme bedwingen en onderdruk de wil een paar Airwalks aan te trekken.  Op naar Leuven.

Twee bands verzorgen het voorprogramma. Homer, een hardcore punkband, mag de spits afbijten. Zanger  Johan Quinten doet me een kalende Max Cavalera denken, zowel van uiterlijk als stem. Dat mag dan al een groot compliment zijn.
Homer lijkt een soort schizofrene mix van Life of Agony, Iron Maiden en Sick of it all. Slecht is het zeker niet, maar ik ben meer op zoek naar het verband tussen de hoofdact en deze act. De kenners in het hardcore genre zullen er meer over kunnen vertellen vrees ik.  Gitarist Bert Quinten wist nochtans een stevige indruk op me na te laten, de man spreekt duidelijk de taal van de gitaar.

Old man Markley tourt momenteel samen met Me first door Europa en meteen na het eerste nummer snap ik ook waarom. Deze punk bluegrass band is een aangename verrassing. Tijdens hun optreden betrap ik mezelf er meer dan eens op dat ik spontaan sta te glimlachen. Ze brengen een cover van No use for a name “Feel good song of the year” en dragen dit ook expliciet op aan Tony Sly, zanger van No use die in 2012 onverwacht overleed. Een zeer emotioneel moment voor velen in de zaal, ikzelf kreeg het er ook koud en warm tegelijk van.
Behalve dat Old man Markley aangenaam verraste, kan ik ook zeggen: dit is een band om in te gaten houden, ze zijn zeker en vast de moeite waard om nogmaals te kijken en meermaals te luisteren.

“ This next song is a cover” -
We zullen het nooit beu worden, de steeds wederkerende opening van Spike Slawson (Re-volt) voor ieder nummer dat de Gimmes starten.  Opvallend en toch ook wel een beetje sneu, de afwezigheid van Fat Mike (NOFX) hij wordt deze tour vervangen door Jay Bentley (Bad Religion) toch nog een extra jeugdheld voor dezelfde prijs zullen we maar denken. Verder wel aanwezig: Chris Shiflett (ex-No use for a name, nu  Foo Fighters) Dave Raun en natuurlijk Joey Cape (Lagwagon)
De jongens starten met “I will survive” en de toon lijkt gezet. Maar zonder Fat Mike is het nooit hetzelfde, we missen de oneliners die de man altijd weet te brengen. Tijdens “Sloop John B” komen de benen toch al wat losser en de eerste crowdsurfers zijn een feit. Ik weet zelf een dansje te placeren, al komt dat vooral voort uit de overheersende nostalgische emoties en niet zozeer door de performance van vanavond. Klassiekers als “Rocketman”, “Jolene”, “Leaving on a jetplane” en “Over the rainbow” passeren de revue, elk in het typisch Me first and the gimme gimmes jasje natuurlijk en in het Depot barst een klein feestje los.
Boys will be boys’, en zo ook deze jongens, hun volgend album zal “Diva’s” heten en we krijgen enkele primeurtjes te horen. “Straight up” van Paula Abdul klinkt al knap, maar “Crazy for you” van Madonna lijkt toch onfortuinlijk gekozen.
“I believe I can fly” is de absolute meezinger, evenals “All my loving”  Nooit gedacht dit te zeggen, maar The Beatles passen wel in een punkversie.  Na de zoveelste keer te hebben gehoord dat het volgend nummer een cover zal zijn, brengt Slawson een Duitse schlager op ukele. Geen idee van wie het origineel was, maar hilarisch was het zeker.
De Gimme’s sluiten af met “End of the road” en ik ga toch voldaan terug richting huis. De performance is al beter geweest, maar het zijn en blijven jeugdhelden waardoor het hun al vlug wordt vergeven. Al weet ik wel weer waarom we vroeger altijd zeiden: Sk8rs have more fun.

Me first and the gimme gimme’s zijn een avondje fun, zonder uitzondering!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/homer-24-02-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/old-man-markley-24-02-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/me-first-and-the-gimme-gimmes-24-02-2014/

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Crystal Antlers

Crystal Antlers - Neo-psychedelica voor gevorderden

Geschreven door

‘3 is the magic number’ voor vele bands: ofwel ben je als groep creatief uitgeblust tegen dat de derde schijf er ligt, ofwel verdwijnen alle voorgaande platen in het niets in vergelijking met album nummer drie. Het uit Long Beach, CA afkomstige gezelschap Crystal Antlers koos, al dan niet vrijwillig, overduidelijk voor het laatste scenario. Op de vorig jaar verschenen derdeling ‘Nothing Is Real’ dwingt de band immers voor het eerst hun onstuimige mix van garagerock, psychedelica en punk in het strakke keurslijf van echte songs met kop en staart. Op grond van wat gerust één van de beste gitaarplaten van 2013 kan worden genoemd lijkt een bescheiden doorbraak op het Europese continent niet meer dan normaal, maar aan de erg magere opkomst in een gerenommeerde club als De Kreun te oordelen liggen Kortrijk en omstreken nog niet echt wakker van deze Amerikanen.

Na een trits personeelswisselingen is het oorspronkelijke vijftal dat Crystal Antlers in 2007 boven de doopvont hield inmiddels afgeslankt tot een trio, maar op tour hebben de Californiërs wel altijd een extra organist in de rangen die erg bepalend is voor de vintage sound van de groep. Niet toevallig klonken in de opener “Pray” echo’s door van The Animals, The Doors en The Stranglers, stuk voor stuk potige bands die van een krakkemikkige orgelsound hun handelsmerk hebben gemaakt.
Crystal Antlers blijven echter niet steken in de muffe 60ies en 70ies en blijft tot nader order een bende jonge honden die niet vies is van een portie onversneden neo-psychedelische garagerock. Wanneer de groep na een relatief rustige aftrap al gauw het gaspedaal indrukt met een paar punky uppercuts uit de vorige twee platen ‘Tentacles’ (‘09) en ‘Two-Way Mirror’ (‘11) verdwijnen de subtiele orgelpartijen prompt naar de achtergrond en wordt er stevig ingehakt op de trommelvliezen. Dat het gruizige strot van frontman/bassist Jonny Bell hierbij laveert tussen de vocale power van indieveteranen Mark Arm (Mudhoney) en Paul Westerberg (The Replacements) is overigens niks minder dan een compliment.
Hoe groot hun inzet ook was, echt imponeren deden Crystal Antlers pas wanneer het tempo wat zakte en de onstuimige uppercuts het moesten afleggen tegen de meer gelaagde en melodieuze songs vanop ‘Nothing Is Real’. In ons notitieboekje stonden de meeste uitroeptekens naast het van melancholie doorwrongen “We All Gotta Die”, een wereldnummer dat in een meer rechtvaardige wereld gerust een paar maanden in De Afrekening zou kunnen kamperen. Bijna even indrukwekkend was het met machtige tempowisselingen aaneenhangende “Rattlesnake”, de vooruitgeschoven single die vorige herfst al aankondigde dat er iets bijzonders op til was in het repetitiehok van de Californiërs.
Na een opgejaagd “Better Things”, een muzikale battle van het betere soort tussen Pixies en Hüsker Dü, en het nieuwe aan hun heimat opgedragen “California” hadden Crystal Antlers nog één salvo op overschot. Enkele die-hard fans gingen prompt uit de bol toen de eerste noten van die ruim zeven minuten durende afsluiter door de speakers knalden. Na enig opzoekwerk zijn we uitgekomen op “
Parting Song For The Torn Sky”, de debuutsingle uit 2006 waarvan slechts 500 exemplaren ooit het levenslicht hebben gezien. Deze epische brok neo-psychedelica, die overigens niet zou hebben misstaan op de eerste platen van Monster Magnet, was in zowat alle betekenissen van het woord een brutale afsluiter van de avond.

Nothing is real? Toch wel, nadat we onszelf even in de arm hebben geknepen blijkt de herinnering aan deze maandagavond levensecht. On stage lijken de uiterst gretige Crystal Antlers een muzikaal evenwicht te hebben gevonden tussen de sturm und drang uit de begindagen en hun huidige meer geraffineerde aanpak. Niet dat we de verzamelde muziekrecensenten elkaar zagen verdringen in De Kreun, maar wat ons betreft staat de poort naar de bredere erkenning wagenwijd open.

Eerder op de avond mochten The Glücks als opwarmer komen bewijzen waarom ze de laureaten van Westtalent 2013 zijn geworden. Het piepjonge Oostendse duo ging wel erg nadrukkelijk rondneuzen in de back catalogue van The Cramps, Dead Moon en The White Stripes, maar compenseerde dit gebrek aan een eigen muzikaal smoel ruimschoots met een gezonde portie Westvlaamse branie en een energieke stage performance.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-glucks-24-02-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/crystal-antlers-24-02-2014/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Beoordeling

Haim

Haim – Dé sound van het moment

Geschreven door

Sinds een paar jaar wordt door de ‘BBC The Sound Of…’ gehouden, een poll bij critici en belangrijke figuren in de muziekindustrie met als doel de meest veelbelovende acts in de schijnwerpers te zetten. Onder de laureaten zitten onder meer Ellie Goulding, Jessie J en Adele. Om maar te zeggen: geen kleine eer dus dat in 2013 de prijs in de schoot van zusjes Este, Danielle en Alana Haim viel.

Haim is een pop rock band uit Californië die pas sinds 2010 echt toegewijd aan hun muziek werkt maar op korte tijd van een groot succes kon genieten. Niet onverdiend, want de zussen slagen erin om in een door elektronisch gedomineerde muziek business eerlijke rock muziek populair te maken.

Opener van dienst op maandag was Sway Clarke II, een Canadese singer-songwriter die vanuit Berlijn de wereld wil veroveren. Hij heeft in elk geval al een goede basis: intelligente teksten en behoorlijk charisma. Nu al geloofd worden als ‘R'n'B's next big Internet stud’ is niet mis; met nog een beetje meer polish komt hij er vast wel.

Wat Haim betreft: de AB was volledig uitverkocht en had er duidelijk zin in. Toch was er jammer genoeg nooit die ontploffing die een concert van 'erg goed' naar 'fantastisch' katapulteert. Maar laten we niet al te luid klagen: Haim zette een zeer goed concert neer met uitstekende vocals, geen greintje verlegenheid om met het publiek te communiceren en een bewonderenswaardige controle over hun instrumenten. Het gebeurt niet vaak dat je een dame de ene na de andere gitaarsolo uit haar mouw ziet schudden alsof het niks is. Petje af, Danielle!

Openen deed de band met de bekende single “Falling”. Van daar kozen ze nummers uit hun (overigens uitstekende) album, ‘Days Are Gone’. De titelsong moesten we missen, maar de gespeelde nummers (o.m. “Honey & I”, “My Song 5” en “Go Slow”) maakten dat ruimschoots goed. Een schitterende cover van Fleetwood Mac's “Oh Well” was één van de hoogtepunten van de set. De jongste zus (Baby Haim, naar eigen zeggen) blonk uit in de encore tijdens “Running If You Call My Name”, en toen moest “The Wire” zelfs nog komen.

Al bij al zeker voor herhaling vatbaar, vooral omdat de dames steeds beter zullen worden en uit een steeds grotere back-catalogue zullen kunnen graaien. We kijken er alvast naar uit om Haim in de late namiddagzon (opnieuw) een relaxte set te zien spelen op één van de zomer festivals!

Setlist: Falling - If I Could Change Your Mind – Oh Well (Fleetwood Mac cover) - Honey & I - My Song 5 - Go Slow - Don't Save Me – Forever
Encore: Running If You Call My Name – The Wire – Let Me Go

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Beady Eye

Beady Eye - 'V' voor ‘Vedette’

Geschreven door

Beady Eye ‘Oasis zonder Noel Gallagher’ noemen is Noel oneer aandoen. Noel was de creatieve spil en is dan ook een bijzonder grote aderlating voor het geluid. We moeten echter ook niet gaan overdrijven, zonder the big mouth en Manchester attitude van zanger Liam Gallagher had Oasis nooit een gezicht gehad en hadden ze het hoogstwaarschijnlijk ook nooit zo ver geschopt.

Toch is het voortdurend vergelijken met Oasis eigenlijk misplaatst, Beady Eye is (sinds kort) een compleet andere band met ook een nieuw geluid. Zou je Liam Gallagher vroeger gevraagd waarvoor zijn ‘V’ staat zou dat hoogstwaarschijnlijk niet ‘Vooruitgang’ of ‘Verandering’ geweest zijn, maar “Fuck Off” (het peace-teken, dat NVA blijkbaar heeft gemonopoliseerd, maar dan omgekeerd).
Na ‘What’s The Story Morning Glory’ klonk ongeveer elke Oasis-plaat hetzelfde en ook de eerste van Beady Eye, ‘Different Gear, Still Speeding’ bleek die formule te volgen. Al die platen bleken ook stuk voor stuk 2 à 3 echt goede nummers te hebben en de rest gold vooral als ‘opvulling’. ‘Verandering’, ‘Vooruitgang’ en zelfs ‘Volwassenheid’ kwam er met tweede plaat ‘BE’, waarvoor ze Dave Sitek achter de knoppen plaatsten. Er werd door de fans aanvankelijk getwijfeld aan eerste singles “Flick Of The Finger” en “Second Bite Of The Apple”, maar al snel wende men aan het nieuwe geluid en beseften de meesten dat dit tot het beste behoorde wat Liam de laatste jaren heeft uitgevreten.
Afgelopen zomer hadden ze de Britpopavond op de Lokerse Feesten met Primal Scream en The Fratellis moeten afsluiten, maar ze zegden op het laatste nippertje af. Een enorme domper, gelukkig was Primal Scream die avond in bloedvorm.


Opvallend: voor een ticket dat al gauw 37 euro koste kreeg je geen voorprogramma. Wel mocht broer Paul ‘het vijfde wiel aan de wagen’ Gallagher plaatjes draaien. Voor een DJ die “Kick Out The Jams” van MC5, “New Rose” van The Damned, “Bodies” van Sex Pistols en “1969” van The Stooges draait steken wij maar al te graag onze handjes in de lucht. Daar kan onze vriend Regi nog een puntje aan zuigen.
Net zoals Oasis vroeger het eigen instrumentale “Fucking In The Bushes” als intro door de boxen knalde, gebruikt Beady Eye nu hun “White Smoke”, waarna “Flick Of The Finger” werd ingezet. Zo ongeveer de beste binnenkomer die er is. En toen Liam tijdens de spoken word outro, dat via een geluidsbandje werd afgespeeld, ongeïnteresseerd doch fucking cool voor zicht uitkeek (iets waarvan je je afvraagt of hij dat heeft uitgevonden) wist je waarvoor zijn ‘V’ stond. De ‘V’ voor ‘Vedette’. Cooler dan Liam wordt het niet. Hoe hard anderen ook mogen proberen.
Dat het wel eens stevig kon worden bewezen ze door na “Flick Of The Finger” “Face The Crowd” en “Four Letter Word” te spelen, amok in de eerste rijen, een kleine grijns op Liam’s gezicht.
Ze namen gas terug met onder andere fantastische versies van “Soul Love”, “Shine A Light” en “Second Bite Of The Apple”. Toen was het tijd voor het eerste Oasis nummer. Stoere mannen sloegen de armen omheen elkanders nek want het was tijd voor “Wonderwall”. De extra punch die Liam in tegenstelling tot broer Noel wel aan het nummer geeft maakte het een meesterlijke versie.
Klein minpuntje: stevige nummers à la “Cigarettes and Alcohol” (Oasis nummer opgedragen aan iemand met een Manchester City sjaal) en “I’m Just Saying” kwamen er niet volledig uit door het lage volume in de zaal. Gelukkig merkte je het minder tijdens meer psychedelische nummers als “Soon Come Tomorrow” en “Start Anew”. Een open kans lieten ze liggen door in plaats van te eindigen met “The Roller” en “Bring The Light” erna nog “Wigwam” te spelen, zowat het minste nummer van de avond.
Gelukkig kwamen ze terug om een ode te brengen aan The Rolling Stones door hun “Gimme Shelter” te coveren. Van The Stones blijf je af, maar Liam Gallagher lapt zulke ongeschreven regels maar wat graag aan zijn laars. En maar goed ook, het klonk niks minder dan groots.


Na het optreden spookten de woorden die Alex Turner van Arctic Monkeys gebruikte tijdens zijn speech op de Brit Awards door het hoofd: “That rock 'n'roll, eh? That rock'n'roll, it just won't go away

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/beady-eye-24-02-2014/
Pics @ Damon De Backer – Indiestyle.be

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Bootsy Collins

Bootsy Collins: One nation under a groove

Geschreven door

Bootsy Collins. Je moet hem maar één keer in je leven gezien of gehoord hebben en de man maakt een blijvende indruk achter. De extravagante look met de gekke hoeden, zonnebrillen en kleren om nog maar te zwijgen van zijn typische, stervormige basgitaar maar ook zijn atypische basklank, overladen met effecten en geen noot die niet funky gespeeld wordt. Zijn zwoele stem en relaxte levensvisie daarbovenop maakt van de man een levende legende. Het lijstje artiesten waarmee Bootsy heeft samengewerkt is dan ook ronduit indrukwekkend te noemen. Artiesten als George Clinton, James Brown en Snoop Dogg zijn maar enkele voorbeelden.

Zondag in de AB komt eerst de begeleidingsband van Bootsy het podium op in ruimtepakken, volledig volgens het spacy imago van Bootsy. Zij warmen het publiek op voor de komst van de grootmeester, wiens naam reeds luidkeels gescandeerd wordt. Boot-sy, Boot-sy!
Hij komt op bij het nummer “The Name Is Bootsy” en blijft enkele nummers grooven tot na “Pinnochio Theory” waar het publiek eindelijk de kans krijgt om uitgebreid te applaudisseren. Terecht. “Hollywood Squares” dat bombastisch en theatraal opent, valt snel terug naar de groovende formule na iedereen even terug wakker geschud te hebben. Alsof het nodig was. Bootsy laat het publiek meeroepen met uitspraken als ‘Do you give a funk?’ en ‘We love to funkenstein’ bij “Mothership Connection”, een cover van George Clinton waarnaar wordt gerefereerd als ‘The Mothership Captain’. Qua publieksinteractie een dikke pluim.
Bootsy verdwijnt van het podium en de band zet “Groove Is In The Heart” van Dee-Lite in. Toch jammer dat Bootsy niet aanwezig is bij misschien wel de grootste hit van de avond. Het feest wordt er gelukkig niet minder op. Bootsy blijft ook nog even weg bij “Don’t Take My Funk Away” waar de band vrijheid krijgt om onder andere wat spacy keyboard-solo’s in te zetten. Even later horen we de melodie van De La Soul’s “Me, Myself and I” terugkomen. Die blijken het nummer “Knee Deep” van Funkadelic, waarbij Bootsy in de jaren 70 onder andere bas en drums speelde, gesampled te hebben.
Bootsy komt terug in een andere, minstens even glitterende outfit en laat het publiek weer participeren door ‘Funk: making something out of nothing’ mee te laten scanderen. De combinatie van deze mooie levensvisie en de naar gewoonte geweldige begeleiding van de band doet mij en ongetwijfeld vele anderen rond me even wegdromen. ‘Genoeg!’, denkt Bootsy, en hij laat zijn basgitaar nog even zwaar rocken op “Roto Rooter”.
Daarna komt er terug een rustpunt met het downtempo “I’d Rather Be With You”. Alle achtergrondzangers en zangeressen -vier in totaal- krijgen één voor één de kans om hun kunnen te laten zien. Bootsy bouwt op met een lange bassolo die nét niet verveelt.  Bootsy verlaat het podium maar weer eens en de band brengt “Them Changes” van Buddy Miles en “Stretchin’ Out”, mede geschreven door George Clinton. De muzikanten krijgen weer wat solo momenten. Ook de bassist, die het grootste deel van de tijd de ondersteunende rol voor Bootsy speelt, mag even het beste van zichzelf geven vooraan het podium.
Bij “Touch” komt Bootsy het podium terug op met een indrukwekkende led-verlichting op zijn basgitaar die hij enkele momenten voor zich laat spreken en duikt wat later het publiek in waar hij zich duidelijk op zijn gemak voelt want hij klimt pas een hele tijd later het podium weer op.
Afsluiten doet de band met de à capella tekst “It’s official. Family approved. One nation. Under a groove.”

Een bisronde spelen ze niet meer, maar als je zo hard groovet dat je een volledige zaal dwingt meer dan twee uur lang mee te knikken op de muziek, dan heb je een geweldig optreden gegeven. Boot-sy! Boot-sy! Boot-sy!

Organisatie: Greenhouse Talent + Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club – Rock ’n ‘roll staat op uit de doden

Geschreven door

Rock ’n roll is zoals u allen weet dood, of doodverklaard, wie zal het zeggen, maar dat zeiden ze van God ook ooit. Om het tegendeel toch voor de avond te bewijzen was de Kreun afgeladen vol met lang niet allemaal oude en lelijke mannen, het doelpubliek van rock ’n roll, nee, die oude en lelijke mannen hebben tegenwoordig koters die enigszins volgroeid beginnen te zijn en dat betekende dat het drummen en wringen was om nog maar gewoon aan je pintje te raken, laat staan om headbangendgewijs de eerste rijen te vervoegen zonder het risico op handgemeen, wat natuurlijk altijd heel rock ’n roll is.

De reden voor dit spektakel waren de Amerikaanse vuile rockers Black Rebel Motorcycle Club die als ik het goed heb deel uitmaken van de al weer ter ziele gegane revival van de garagerock begin anno 2000. Dat deden ze met het nog altijd onvolprezen ‘B.M.R.C.’ uit welja, 2000. Rock was het toen, garagerock, waar hun nog altijd hun grootste hits op stonden, maar intussen zijn ze muzikaal behoorlijk sterk geëvolueerd naar eerder introspectieve lullaby’s die je al indertijd op ‘Howl’ kon horen, een sound die ze voor een deel ook meenamen naar hun laatste creatieve worp, ‘Specter at the Feast’ van vorig jaar, maar die bevat ook nog meer dan vaak genoeg de af en forse uithaal van een rechttoe-rechtaan rocker. Naast die garagesound hebben ze ook wat men dan blijkbaar tegenwoordig dreampop noemt, die heel wat invloeden heeft van jaren 90 Britse psychedelische rock als pakweg Spiritualized. Nu ja, die gasten komen niet voor niets uit de Bay Area.

Dat alles kon je ook horen in hun concert dat daardoor mij soms een beetje vaart miste. Introspectieve trage nummers van hun laatste platen, zo zagen we dacht ik ondermeer “Lullaby” en “Firewalker” passeren. Heel intimistisch en het gaf toch wel een andere kant van de band te zien dan wat ik van hen gewend ben. De leeftijd zal het vast zijn, en naar ik aanneem zal ook het overlijden van de vader van Robert Been er voor iets tussenzitten.  Zoals te verwachten was er op het einde tijd voor het hardere werk, waar het publiek ook wel voor gekomen was, met een opzwepend “Spread Your Love”, en bij de bisnummers raar genoeg dan in het begin weer een paar akoestische nummers, die door het wel langzaamaan flink aangeschoten publiek werden verstoord. Beetje rommelig kwam het over en ook niet helemaal geslaagd, maar daarna mocht het dak er weer af met een stomend, u had het al geraden, “Whatever Happened to My Rock ’n Roll”.

Goed concert zonder meer, en het mag de volgende keer nog net iets vuiler.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-rebel-motorcycle-club-22-02-2014/

Organisatie: Kreun, Kortrijk

 

Beoordeling

The Jazzoline Orchestra

The Jazzoline Orchestra - Swingende jazz en bigband

Geschreven door

Het moeten niet altijd beats of rockgitaren zijn. Vanavond staat The Jazzoline Orchestra op het programma. Koper- en houtblazers die het beste van zichzelf geven.

Met 18 muzikanten en een zangeres mag Jazzoline met recht en reden als een 'bigband' worden omschreven. Ook hun gevarieerde repertoire gaat in dezelfde richting en de referenties heten jazz, funk en soul.
In een zo goed als uitverkochte zaal is het eerste wat ons opvalt dat er zitplaatsen zijn voorzien. Gezien de aard van het concert is dit wel een jammerlijk gekozen detail, hoge tafels en sfeervolle verlichting waren wellicht de betere optie geweest. Maar, flexibel als we zijn, passen we ons aan en zoeken naar een lege stoel. Dansvoetjes komen ook zittend tot beweging.
Jazzoline brengt nummers van alle grootheden zoals Ray Charles, Cab Calloway, Etta James, Duke Ellington en Nat King Cole. We worden getrakteerd op enkele solo’s gespeeld op trombone of saxofoon.  Toch nog even melden, het geluid van de saxofoon herinnert ons er weer aan waarom jazz nog altijd leeft. Heerlijk instrument.
Puur muzikaal gezien verwachten we haast Etta James herself uit de coulissen te zien verschijnen, maar de zangeres kan jammer genoeg niet aan onze verwachtingen voldoen. Hoewel de zang juist was, bracht het niet echt een meerwaarde. Het miste de zekere ‘zsa zsa zsu’ of ‘je ne sais quoi’, die een jazz stem net zo aantrekkelijk maakt, waardoor we toch een beetje op onze honger blijven zitten.

Tijdens de pauze wordt er hier en daar gefluisterd dat de tweede act verschillende verrassingen in petto heeft.

Belgian bluesman PC (Patrick Cuyvers) vervoegt de rangen en bespeelt, tot ons aller plezier, de Hammond. Door een klein technisch probleem gaat zijn eerste nummer een beetje de mist in, waardoor hij twee maal moet herbeginnen. Maar zijn diepe soulstem en natuurlijk ook de Hammond maken dit ruimschoots goed. De meerwaarde waar we in de eerste helft een beetje wanhopig op wachtten is nu duidelijk wel aanwezig.
Een paar duetten verder begint “I just want to make love to you” , het wel bekend nummer van Etta James, dat halverwege de jaren ’90 een nieuwe boost kreeg door Cola light. En net als in de reclame verschijnt er een bouwvakker (een van de muzikanten) en is er volop ambiance in de zaal. Wat animatie betreft is Jazzoline er in geslaagd hier iets onvergetelijk van te maken.
“Minnie the moocher” van Cab Calloway was nog zo een hoogtepunt. En ook zeer opvallend, men gebruikte op de achtergrond de beelden van het gebande Betty Boop filmpje dat bij deze song hoort. We krijgen nog een bigband versie van Queens’ “Crazy little thing called love” en sluiten de avond af met “Zoot suit riot” van Cherry poppin’ daddies.

The Jazzoline Orchestra zorgde voor een zeer swingende avond, al mogen ze volgend jaar de zitplaatsen achterwege laten.  Terwijl we de zaal verlaten, blijven volgende woorden toch hangen:
“shoo-doo-shoo-bee-ooo-bee-doo-bee-doo”

Organisatie: CC Poorthuis, Peer

Beoordeling

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club – Rock ‘n’ Roll (zoals het hoort)

Geschreven door

Woensdagavond was James Vincent McMorrow nog te bewonderen in de Botanique, vrijdag was het alweer tijd voor de rockers van Black Rebel Motorcycle Club. Het overwegend hipsterachtige jongerenpubliek werd vervangen door mannen met leren jacks en zwarte band T-shirts, aangevuld door enkele wijven met ballen. Wat het optreden betreft, het was simpelweg indrukwekkend.

BRMC trapte af met twee loeiers van platen van hun nieuwste album, “Specter at the Feast”, met “Beat the Devil’s Tattoo” als aanvuller. “Hate the Taste” en “Rival” waren zo ruig als maar kan en kunnen natuurlijk wel tellen als binnenkomers. Robert Levon Been en Peter Hayes maakten het publiek wild met hun gitaargebulder, terwijl ze zelf van een ongelimiteerde coolness getuigden.
Fans van het oudere werk konden gelukkig hun hartje ophalen, deze set was geen echte voorstelling van de nieuwe plaat. “Ain’t No Easy Way” krijgt altijd zo’n heerlijk blues en country toon terwijl de mondharmonica eroverheen dartelt, ook in andere nummers meesterlijk bespeeld door Hayes. Dat nummer werd dan weer gevolgd door “Berlin”, nog zo’n fantastische song. En kijk, waar andere artiesten dan bijna in de helft van het optreden zitten, heeft BRMC er nog een stuk of twintig klaar zitten. Wat zelfs sterker is, deze rockers gaven zich telkens volledig.
Maar eerlijk gezegd mochten er misschien een paar nummers uit. “Returning” en “River Styx” zijn natuurlijk geen slechte nummers, maar zorgden ervoor dat de aandacht af en toe verslapte. De keuze voor “Lose Yourself” als een soort rockballad na een hevig nummer zoals “Teenage Disease” is bovendien een beetje vreemd. Aan de andere kant was het misschien een mooie kans voor een welgekomen rustpauze in de set. “Teenage Disease” werd door support act Dead Combo nog straffer en pakte het publiek bij zijn nekvel, zo oerend hard was het. Daarmee was de eerste finale helemaal ingezet, met moshen en al. De fotografen vluchtten alle kanten uit met hun camera’s. “Red Eyes  and Tears”, “Six Barrel Shotgun” en “Spread your Love” waren stuk voor stuk geniaal. Niemand kon ontsnappen aan de storm gitaargedonder die onze kant uitkwam. Mensen werden van het podium gehaald, er werd gebruld en deze rock ‘n’ roll vanuit de onderbuik zorgde voor een meer dan geslaagd optreden.
En dan was het tijd voor de tweede finale. Ze lieten wat op zich wachten maar uiteindelijk kregen we nog vier (!) bisnummers. Eerst kregen we een mooie akoestische cover van “Cool Water” van Hank Williams, jammer genoeg kon het opgefokte publiek zich niet stilhouden en leek er zelfs een beetje lacherig gedaan door sommigen. Heel onterecht natuurlijk, want we willen altijd nog eens aan Johnny Cash terugdenken. Daarna speelde BRMC een sterke akoestische versie van “Shuffle your Feet”. Drumster Leah Shapiro kon even in de coulissen blijven staan, want Hayes en Been bleven maar gaan. Voor “Whatever Happened To My Rock ‘n’ Roll” en “Sell It” kwam ze wel weer tevoorschijn. Een meer dan sterke bonus, dreunende bassen met jankende gitaarriffs erbij, wat wil een mens nog meer.

Daarmee sloot BRMC zijn concert in de Botanique af, we konden eindelijk uitgeput maar voldaan huiswaarts keren. Dit was nog eens zo’n optreden met echte rock ‘n’ roll, zoals hij hoort te zijn. Hopelijk zien we deze band nog vaak terug in België, want dit is een echte must see voor alle rockliefhebbers.

Neerm gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-rebel-motorcycle-club-21-02-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 225 van 386