logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic
Concertreviews

Kaiser Chiefs

Opwindende Kaiser Chiefs

Geschreven door

In 2005 maakten we kennis met een pak nieuwe band binnen de Britse postpunk. Samen met Franz Ferdinand debuteerde Kaiser Chiefs. ‘Employment’ klonk fris, speels en dynamisch; een toonbeeld van compromisloze melodieuze gitaarpop.

De opvolger ‘Yours truly, angry mob’ klinkt geraffineerder en is minder verrassend.

 Live heeft de band uit Leeds, onder de hyperkinetische zanger Ricky Wilson, niks ingeboet aan levendigheid. Het blijft een fuifband bij uitstek, die z’n publiek vermaakt en een fijne rock’n’roll show biedt. Kaiser Chiefs gingen op het podium fel tekeer en speelden een korte, krachtige en plezierige set.

De groep begon alvast stevig met enkele vaardige en opzwepende nummers, “Everyday I love you less and less”, “Heat dies down” en “Ruby”; Wilson werd vocaal bijgestaan door drummer Nick Hodgson. Ze lieten het publiek luidkeels meezingen en brullen op het refreinen.  “Thank you very much” (wat een  toestenpartij!) en “Na na na na na naa” behielden het frisse, speelse karakter. Ze namen gas terug op het sfeervolle “I can do without you”. “Modern way” leidden  ze in door handgeklap; het was de aanzet van een bruisend tweede deel: “Everything is average nowadays” (nieuwe single), “Highroyds”, “I predict a riot” en het oude “Take my temperature”; Wilson dook het publiek in en werd tot op de toog aan de andere kant van de zaal gedragen, dronk er een pintje en was op geen mum van tijd terug op het podium. “Retirement” refereerde door de synthi partijen naar de ‘70’s Earth & Fire en besloot de set. In de bis speelden ze nog twee opbouwende aanstekelijke songs “The angry mob” en het mooi uitgesponnen “Oh My God”, de traditionele afsluiter van de band.

Kaiser Chiefs onderscheidde zich als een bruisende wervelende live groep. Fijn avondje zo, dankjewel.

 Good Shoes maakt eveneens deel uit van de postpunk beweging. ‘Think before you speak’ is hun debuut. Ze zitten ergens tussen ‘70’s Buzzzcocks en Maxïmo Park. Het viertal had een VS laatstejaarsstudenten uitstraling en speelden een aan Weezer en Fountains Of Wayne denkende set.

 Org: FLP, Lille

 

 

Beoordeling

65daysofstatic

65daysofstatic : van lieflijk tot verbeten explosief

Geschreven door

65daysofstatic groeit uit tot een cultband binnen het postrockgenre. Een bijna volle MaZ te Brugge voor een band die maar een matige respons krijgt op de radio, maar een pak fans op de been brengt door z’n opwindende en overweldigende sound, emotievol, fris, avontuurlijk en overdonderend. Het viertal uit Noord-Engeland blaast de postrock nieuw leven in.

 Ze combineerden een fors, krachtig, fors geluid met een sfeervolle aanpak. Het recentste ‘The destruction of small ideas’ is de snedige weergave van hoe ze het  voorbije jaar live klonken: een instrumentaal filmisch dreigende sound, die gaat van lieflijk tot verbeten explosief, van muzikale chaos, botsingen tot een gecoördineerd geheel, geruggensteund door laptop voorgeprogrammeerde elektronica en piano.

In het eerste deel van de set was er veel arm-, hoofd- en gitaargezwaai op songs als “Await rescue” en “A failsafe”. De repetitieve pianotune en de elektronica boden een meerwaarde in de overwaaiende distortion gitaren en in de dynamische, opzwepende en strakke percussie. “Retreat retreat” was het enige rustige sfeervolle nummer van het goed uur durend optreden.

65daysofstatic speelde een fijne finale: “Wax futures” (wat een gitaarbrij en percussie), “Radio protector” (repeterend pianospel) en de subtiel opbouwende, “65doesn’t understand you” en “These things you can’t unlearn”.

 Ze speelden een overtuigend bezielde set, die ons even de punkpopgroepjes uit hun eigen streek deden vergeten.

 Transit, een viertal uit het Gentse, profileert zich eveneens binnen de postrockscene van Toman en Madensuyu, maar trekken niet zo fel van leer. Ze brachten vorig jaar de EP ‘Broadleaves vs conifers’ uit: zacht, intiem, sfeervol, dromerig en af en toe ietwat donkerder. Hun muzikaal decor  was alvast mooi meegenomen. Naar het eind vervoegde Chantal Acda de band: door haar breekbare stem en haar bijdrages op piano en percussie werd de emotievol, intens broeierige sound meer opengetrokken.

 

Organisatie: Cactus Club Brugge

Beoordeling

Slint

Slint performs ‘Spiderland’

Geschreven door

Slint, uit Louisville, Kentucky, werd in ’87 opgericht en bracht met de tweede cd ‘Spiderland’ (’91) , als ik even de recensie van toen nakijk, een mysterieuze plaat uit van fijn doordachte, breed uitgesponnen composities, die repetitief opbouwend waren, soms onverwachtse wendingen ondergingen en een noise injectie kregen: spannend, bedreven, donker en beeldrijk. Het Amerikaanse viertal had lang aan de cd gewerkt, en net toen deze undergroundband door z’n muzikale creativiteit kon doorbreken, hielden ze op te bestaan. De band lag aan de oorsprong van de huidige postrock, die momenteel met groepen als Mogwai, Explosions In The Sky en 65daysofstatic door een alternatief minded luisterpubliek sterk wordt onthaald.

Slint: Brian McMahan (gitaar/zang), Britt Walford (drums/zang), David Pajo (gitaar) en Todd Brashear (bas), live aangevuld met een extra gitarist, waren na de split actief in bands als King Kong, The For Carnation, Tortoise en Will Oldham. Trouwens, den Will stond in voor de fotosessie op de hoes van Slint.

De goed uur durende set  was een weergave van de plaat, die opende met het donker dreigende “Breadcrumb trial”, onder een diep ronkende bastune en McMahans rauwe fluister(zeg)zang. “Nosferatu man” klonk iets feller. Het bijna instrumentale “Don Aman”, in de verte af en toe een brabbelzang te horen, was gebaseerd op subtiel avontuurlijk gitaargetokkel. “Washer” ging van een traag meeslepende tot een fors, krachtige opbouw, bepaald door de zang van Walford. Het intens spannende repeterende “For dinner” leek een op het lijf geschreven filmsoundtrack song, waar over elke noot was nagedacht. Tenslotte “Good Morning Captain”, was de apotheose en slotstuk: een broeierige opbouw, een snedig klinkende gitaar, een vleugje distortion en noise en een strakke en opzwepende drums, waarbij McMahan eens z’n keelgat kon openzetten. De postrockhyme bij uitstek! De groep stelde nog drie instrumentals voor: “Glenn” en “Rhoda” van vóór ‘Spiderland’, tekenden voor een David Lynch avant la lettre.  Het nieuwe “Kings approach” (nieuw nummer) besloot op een overtuigende manier de reünie: een illustratie van een uitgekiend samenspel gitaar, bas en percussie.

Slint performs ‘Spiderland’ was, zonder dat we er toen bij stilstonden, z’n tijd ver vooruit; hun klasse en creativiteit werd pas een kleine tien jaar later beloond met bands als Mogwai, Tortoise, Trans Am en June Of 44, die definitief het postrocktijdperk inluidden.

Het avontuurlijke  Die! Die! Die! uit Nieuw-Zeeland opende fel en bedreven de avond: rauw snedige noisepop onder een opzwepende percussie en een aan Cedric Bixler referende scherpe zang.

Beoordeling

The Rakes

Shitdisco kaapt de prijs weg als beste groep van de avond

Geschreven door
Grand Island is een Noors vijftal, die muzikaal maar weinig affiniteit heeft met Scandinavië; ze haalden invloeden aan van Jeffrey Lee Pierce 's The Gun Club en Kyuss. Een klein half uur lang boeiende rommelige en onstuimige gitaarrock'n'roll. Dit smaakte naar meer. Een toffe kennismaking. Hun debuut `Say no tin sin' is er alvast ééntje om op de kop te tikken!

Snedige en broeierige retrogitaarrock, waarin blues is verwerkt, kregen we van het Nederlandse gezelschap Alamo Race Track. Het viertal speelde in het begin een behoorlijk aantal interessante nummers, maar vervielen naar het eind naar minder spannende melodieuze gitaarpop, wat de aandacht deed verslappen.

Shitdisco wordt geplaatst binnen de `new rave beweging' van beloftevolle bands als The Klaxons. Muzikaal profileert Shitdisco zich ergens tussen Radio 4, The Rapture , de `70s punk van The Clash en The Stranglers, en de `80's golf van Talking Heads en Gang Of Four.

Springerige en levendige postpunkfunk onder een pompend beatje, fris, aanstekelijk en opzwepend. De songs van `Kingdom of Fear' speelden ze in een sneltempo. Hoogtepunten waren ?OK? en Prodigy's ?No good?. De fel, stevige, dynamische aanpak plaveit de weg naar een grootse toekomst! Verdiend een sterke respons.

The Rakes zijn een Londens kwartet, dat in de tweede linie staat van bands als The Futureheads, Franz Ferdinand en Maxïmo Park., d.w.z. frisse, energieke gitaarrock binnen de huidige postpunkbeweging.

De band, onder zanger Alan Donohoe, heeft tot nu toe twee cd's uit nl. `Capture /Release' en `Ten New Messages'. De tweede cd heeft een subtiele, meer gematigde aanpak dan hun strak kernachtig debuut. De hoekige armbewegingen van Donohoe refereerden aan Ian Curtis (Joy Division) en Paul Smith (Maxïmo Park).

De groep begon stevig en gebald met de rauw rammelende ?Terror? en ?Retreat? van de eerste plaat. De huidige single ?We dance together? kreeg kleur door een intrigerend orgeltje.

De songs volgden elkaar snel op: ?We are all animal?, ?Down with moonlight? en ?When Tom Cruz cries?. ?Binary love? was het meest sfeervolle nummer van de set, en had een schitterende finale door z'n spannende opbouw, gelinkt aan Bloc Party. De groep krikte het tempo op en bood een fijne apotheose met het memorabele ?22 Grand Job?, ?Violent? en ?Strasbourg?.

In een goede 45 minuten hadden ze een 13 tal songs gespeeld; ze hielden het tempo strak met vier songs in de bis, waarvan drie klasse songs: ?Little superstitions?, ?Work Work Work? en ?The world was a mess??; bruisende songs die een pak andere verbleekten.

The Rakes leverde een goede pittige en dynamische set af; maar sommige nummers hadden net niet genoeg draagwijdte om een uur lang de aandacht te behouden. Waardoor Shitdisco met de pluimen ging lopen als de meest overtuigende band van de avond.

Org: Botanique Brussel - Les Nuits Botanique

Beoordeling

Kinney Kevn

Staande ovatie voor singer/songwriter Kevn Kinney

Geschreven door
Tot diep in de jaren `90 was Kevn Kinney muzikaal actief als frontman van Drivin' n' Cryin', een groep die met haar combinatie van powerrock en folk weliswaar een trouwe schare fans voor zich wist te winnen doch echter nooit aansluiting heeft gevonden bij de toenmalig populaire grungescene. Een aantal van die fans kwamen afgelopen zaterdagavond ongetwijfeld ook afgezakt naar de Ha' alwaar Kinney een tweede keer op korte tijd aantrad, doch deze maal vergezeld van een volledige begeleidingsband. Parallel aan zijn D'n'C periode heeft Kinney ondertussen een al bijna even indrukwekkende solo carrière uitgebouwd, waarbij hij schijnbaar moeiteloos laveert tussen folk, country, blues en southern rock..

?Welcome to the Sun Tangled Angel Revival? uit het gelijknamige album uit 2004 leek meteen de perfecte opener. Kinney's nasale stem steeg nog net uit boven de 12-string folkchords, de gitaaruithalen van zijn jonge gitarist en de strakke ritmesectie: velen hadden meteen het gevoel dat dit een memorabele avond zou worden. Voor het samenstellen van de (overigens onvindbare) playlist werd voornamelijk geput uit Kinney's laatste twee solo albums, doch hier en daar werden de trouwe fans bedankt met a trip down memory lane zoals tijdens ?MacDougal Blues? uit diens eerste solo-album (1990) en ?When You Come Back?, een zeldzaam D'n'C nummer in de set uit hun ronduit stevigste album `Smoke' (1993). En wat dan te denken van de ruim 10 minuten durende medley die plots opdook in het midden van de set? Naast Kinney bleken plots ook de rijzige dreadlock bassist en de lijkbleke tengere drummer over vocaal talent te beschikken, en werd muzikaal eerbetoon gebracht aan achtereenvolgens John Lennon (?Working Class Hero?), The Monkees (?Steppin' Stone?) en Nirvana (?All Apologies?). Het siert Kinney dat hij ook nummers eerder ver verwijderd van zijn muzikale roots in een nieuw kleedje wil steken, maar even later verschafte hij toch tekst en uitleg over een ontmoeting met zijn ware muzikale held Johnny Cash aan wie ?The Country Song? uit Kinney's recentste album `Comin' round again' werd opgedragen. Ook Dylan en Guthrie bleven niet afzijdig tijdens het handvol akoestische nummers die Kinney solo voor de bissen speelde, en waarvan we vooral ?This town? onthouden. Kinney en band werden uiteraard voor een encore teruggeschreeuwd. De lang uitgesponnen countrytune ?This Train Don't Stop at the Millworks Anymore? werd door Kinney zelf aangekondigd als zachtaardige maatschappijkritiek, maar pas met een stomende versie van ?I Shall be Released? verdiende het optreden van Kinney & band het etiket `memorabel'. Tijdens dit laatste nummer mocht ook Mick Hart even komen meejammen, en heel even hadden we zelfs de indruk middenin een jamsessie van wijlen The Allman Brothers te zijn terechtgekomen.

Net toen iedereen, de groep incluis, dacht dat het optreden afgelopen was dook Kinney beleefd doch vastberaden het publiek in om zijn allerlaatste troef uit te spelen. Spaarzaam begeleid door mondharmonica, gitaar en handgeklap van het publiek werd een traditioneel kampvuurlied vol levenswijsheid ingezet. Kinney kreeg hiervoor een `staande ovatie' van het publiek, en knikte even later goedkeurend toen zijn gesigneerde CD schijfjes gretig van eigenaar verwisselden. Tot volgend jaar, Kevn?

In het voorprogramma stond de sympathieke Australische singer-songwriter Mick Hart die zijn zopas verschenen, mooie nieuwe plaat `Finding Home' kwam voorstellen. Ondanks het feit dat hij de voorbije jaren het voorprogramma mocht verzorgen van onder meer Bob Dylan, Coldplay, Sting, Paul Weller, Zwan, The Pretenders en The John Butler Trio, verscheen hij duidelijk zenuwachtig en onder de indruk op het podium. Maar dit belette hem echter niet om vergezeld van louter een akoestische gitaar, lapsteel en mondharmonica, in zijn eentje het publiek warm en stil te maken voor zijn mix van folk, pop, roots en blues. Zijn manier van zingen en spelen roept vooral een vergelijking op met Vic Chesnutt en Ben Harper (trouwens een goede vriend van Mick), terwijl zijn coverversie van één van zijn favoriete nummers, ?Mad World? van Tears For Fears, erg dicht aanleunde bij die van Gary Jules.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

 

Beoordeling

Cat Power

Cat Power toont haar klauwen

Geschreven door

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam met een interessante bezetting naar `Les Nuits Bota'. Ze werd geruggensteund door Judah Bauer (Jon Spencer Blues Explosions), Jim White (Dirty Three), Gregg Foreman en Erik Paparozzi, onder de Dirty Delta Blues. Het Koninklijk Circus werd omgedoopt in een grootse donkere kroeg.

Cat Power kwam naar voor als zangeres en liet toetsen en piano volledig over aan Gregg Foreman. Vorig jaar bewees Chan Marshall al op scherp te staan in de AB, opnieuw had ze er zin in en vermaakte ze het publiek met haar eerlijke, puur oprechte songs, waarin haar kwetsbare ziel werd blootgelegd, onder haar hese, melancholische, wat onvaste stem; een doorleefde `americana retrorock delta bluessound', ergens tussen Velvet Underground, Black Crowes, G Love en Wilco, een `straight from lived in bars' geluid.

Ze putte rijkelijk uit het succesvolle `The greatest' cd en er waren een pak nieuwe songs, bewerkingen van andermans nummers, die in het najaar op plaat komen. Cat Power tippelde als een katje (met handschoenen!) op het podium en hield samen met haar band het publiek in haar klauwen; een sfeervolle, broeierige set die vooral in het tweede deel forser en krachtiger klonk.

NYC en Cat Power zijn onafscheidelijk, wat meteen duidelijk was in één van de eerste songs van de set. Na het intieme ?Sing to Bobby? kwam de klemtoon op Foremans bedreven pianospel op ?The greatest? en ?Living proof?. De americanablues van ?Moon?, ?Making believe? en ?don't explain? waren de ideale songs bij een nachtelijk bezoek aan een klein café na het concert waar het ruikt naar whiskey en sigaretten. Op ?Hey Arethea?, ?I `ve been lovin'? en ?Satisfaction? herleefde de southern rock'n'roll van The Black Crowes, bepaald door `70's keyboards en de gitaarsoli van Bauer.

Cat Power bood een afwisselende set. Ze huppelde als een ballerina op het sfeervol donkere ?Where is my love?. ?Angelitos negros? was het meest avontuurlijk bezwerende nummer en ?Lived in bars? was het sleutelnummer van de avond, de groep werd uitgebreid voorgesteld en kon rekenen op minutenlang applaus.

In de bis trakteerde ze ons op drie songs, wat een twee uur durende set opleverde van een fijne barband, die Marshall tot volle ontplooiing liet komen.

We hoorden wisselende meningen over het optreden. Eén raad: sta stil bij de stabiele dame, die steeds opnieuw de paden verkent op het terrein van de americana bluesrock, wat zorgt voor verrassende bewerkingen van eigen en andermans nummers!

Org: Botanique, Brussel - Les Nuits Botanique

Beoordeling

Magnolia Electric Co.

Music On the road again

Geschreven door
Songs: Ohia begroef z'n muzikaal dromerig, weemoedig avontuur,enkele jaren terug. Spil van de band, Jason Molina, liet het in één van de afsluitende platen `Magnolia Electric Co' al horen: een vaardige Steve Wynn/Dan Stuart aanpak, bezielde Gutterball americanapop, onder z'n breekbare Neil Young stem.

Molina deed beroep op praktisch dezelfde leden van z'n vroegere band, die goed op elkaar waren ingespeeld.

Route 66 `On the road music', met Molina aan het stuur. ?Astrabel? en ?What comes around? gaven alvast een pittige start: stevig, bedreven en enkele fijne gitaarsoli. Af en toe nam de vaart wat af, maar het was een uur dik genieten van de intens doorleefde en broeierige sound op songs als ?Lonesome valley?, ?Hard to love a man? en ?Here comes the night?. Molina en de zijnen waren al voor de derde maal in de 4AD. Een geliefkoosd plekje en vaste afspraak voor de fans, die Molina's sound van tristesse, hartenpijn en verbittering ondergingen.

I Do I Do, een viertal uit Tielt, strikte Jeff Goddard van ex Karate. Ze speelden een afwisselende set van doorsnee snedige gitaarrock tot americana en een vleugje postrock. I Do I Do bracht fijngevoelige en potige rock samen!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Roger Waters

The Dark Side Of The Moon Live

Geschreven door
Ook in 2007 blijft de band Pink Floyd tot de verbeelding spreken. Nog steeds is de band een inspiratie voor vele jonge muzikanten. Opmerkelijk toch, want de band bracht sinds mensenheugenis geen nieuw album uit. Na ettelijke conflicten viel de band midden jaren tachtig uiteen. Roger Waters ging solo, Pink Floyd werd de volgende twintig jaar het troetelkind van boegbeeld David Gilmour. In 2005 kregen de vele trouwe fans opnieuw hoop toen de vier originele leden samen op het Live 8 podium stonden. Helaas slechts voor 4 songs. Een echte Pink Floyd reünie werd het niet. Gelukkig neemt Pink Floyd oprichter Roger Waters zijn verantwoordelijkheid op en toert hij de laatste jaren de wereld rond om de vele fans live te plezieren met zijn magistrale Pink Floyd shows. Veel meer dan David Gilmour (die de voorbije jaren slechts sporadisch live te zien was) is Roger Waters de man die de Pink Floyd erfenis hoog in het vaandel draagt. Waters zagen we ook al vorig jaar toen hij op meesterlijke wijze het Arrow Rock Festival 2006 afsloot. Eerder waren we ook nog getuige van zijn optreden in Antwerpen, tijdens de `In The Flesh' wereldtournee. Deze keer stond dit optreden volledig in het teken van het album `The Dark Side Of The Moon' uit 1973. We mochten dus rekenen op een integrale live versie van deze klassieker, net zoals tijdens zijn passage op het Arrow Rock Festival.



Om 20.00 uur stipt begon een leuke video introtape te lopen. Een originele projectie van een fles whisky en een oude radio. Veel leuke, oude songs op die radio en hierbij was het bijzonder grappig dat bij de liedjes van Abba naar een andere radiofrequentie werd gezocht. De whiskyfles geraakte meer leeg, het Sportpaleis liep steeds voller.

Even later kwam de echte aftrap met het superbombastische ?In The Flesh?, uit het meesterwerk `The Wall'. Alle registers werden meteen opengetrokken. Massa's vuurwerk samen met de marcherende hamers (uit de film `The Wall') op de videowall, zorgden voor een indrukwekkende start. Het daaropvolgende akoestische ?Mother? zorgde voor een sterk contrast. Met het dreigende en imposante ?Set The Controls For The Heart Of The Sun? doken we pas echt de geschiedenis in. ?Shine On You Crazy Diamond? zette het uitverkochte Sportpaleis een eerste keer in vuur en vlam. Puur genieten was het van Water's begeleidingsband die ook deze keer bestond uit: Graham Broad (drums), Andy Fairweather-Low (gitaar), Dave Kilminster (gitaar), Snowy White (gitaar), Jon Carin (keyboards), Harry Waters (keyboards), Ian Ritchie (Saxofoon) en de 3 `leading lady's on backings': Carol Kenyon, Katie Kissoon en PP Arnold. Evenzeer was het genieten met twee tracks uit het sterk ondergewaardeerde Pink Floyd album `The Final Cut'. Aan het einde van het eerste deel bracht Waters het enige solowerk van de avond. We kregen een overdreven opgeschroefde uitvoering van ?Perfect Sense Part 1 & 2?. Even nam het quadrafonische geluidssysteem een loopje met de realiteit want toen de onderzeeër op het filmpje zijn torpedo's afvuurde was het alsof het Sportpaleis zelf gebombardeerd werd. Wel leuk was de overvliegende astronaut! Verrassend was ?Leaving Beirut? dat voorzien werd van leuke stripbeelden en een aanklacht werd tegen het politieke geweld van Bush & co. Deel één eindigde met ?Sheep? waarbij het reuzen opblaaszwijn ook nog eens zijn opwachting mocht maken. Spektakel tot en met.

Na een korte pauze was het de tijd voor deel 2, dat een integrale uitvoering werd van het album `The Dark Side Of The Moon'. Dit album werd nu al meer dan 1500 weken genoteerd in de Amerikaanse hitlijst (US Top 200) en ging al meer dan 40 miljoen keer over de toonbank. Gigantische cijfers maar het is dan ook één van de allerbekendste klassiekers aller tijden. Ook live wist Waters een zeer authentieke versie neer te zetten. Zeer professioneel eiste hij niet steeds de hoofdrol op, maar liet waar nodig (want zijn stem heeft natuurlijk z'n beperkingen) de kans aan zijn bandleden om het originele Pink Floyd geluid te benaderen. Naast de vele sfeervolle en intrigerende projecties was er ook een spectaculaire lasershow aan het einde van het tweede deel. Een door de lucht vliegend prisma zorgde voor een zeer kleurrijke finale.

De `encores' kwamen allen uit `The Wall', met als absoluut hoogtepunt het slotstuk ?Comfortably Numb?. Voor het ronddraaiende en vuurspuwende rad (zoals op Arrow 2006) was er echter indoor geen plaats.

Waters speelde dus tijdens dit optreden identiek dezelfde set als tijdens zijn optreden op het Arrow Rock Festval. Hij slaagde er perfect in om de ganse show ook in zaal te brengen. Nieuwe projecties, licht- en vuurshow zorgden ook visueel voor een waar schouwspel (naar de hand van ontwerper Mark Fisher) dat nooit verveelde. Muzikaal is hij meer Pink Floyd dan Pink Floyd zelf was nadat hij de band verliet. Dit was een schitterend retro feestje dat ongetwijfeld nog lang zal nazinderen. Wie deze uitverkochte show niet kon bijwonen heeft één kleine troost. Op 7 juli is Waters ook op televisie te zien. Dan is hij immers één van de artiesten die zal optreden tijdens het Live Earth evenement.

Setlist: *In The Flesh *Mother *Set The Controls For The Heart Of The Sun *Shine On You Crazy Diamond *Have A Cigar *Wish You Were Here *Southampton Dock *The Fletcher Memorial Home *Perfect Sense Part 1 en 2 *Leaving Beirut *Sheep

*Speak To Me *Breathe *On The Run *Time *The Great Gig In The Sky *Money *Us And Them *Any Colour You Like *Brain Damage *Eclipse

*The Happiest Days Of Our Lives *Another Brick In The Wall Part 2 *Vera

*Bring The Boys Back Home *Comfortably Numb

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 386 van 389