logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_10
Epica - 18/01/2...
Festivalreviews

Roadburn 2011 – dag 1

Roadburn 2011 – dag 1

Vooraf - Roadburn 2011 – Home off the riff – inleiding & achtergrond

We hadden vorige week het voorrecht en de eer om 4 opeenvolgende dagen deel uit te maken van een select publiek op het befaamde Roadburnfestival in het Nederlandse Tilburg. Het toonaangevende en wereldbefaamde undergroundfestival met heden een maximum capaciteit van een kleine 3000 toeschouwers, verdeeld over het 013-gebouw en het Midi Theater een eindje verderop, was terug in no time uitverkocht.
Het alternatief festival biedt elk jaar het beste uit de psychedelische, stoner, doom, sludge en avant-garde genre aan en trekt dan ook een wereldwijd publiek aan dat kosten nog moeite spaart om die 4 dagen in april aanwezig te zijn in de studentenstad. Een festival dat sinds de start bewust klein gehouden werd door de drijvende kracht en rots in de branding: de altijd sympathieke artistiek directeur en promotor Walter Hoeijmakers, bijgestaan door spitsbroeder Jurgen van den Brand (financieel en strategisch directeur, verantwoordelijke voor de audio recordings en merchandise) en spitszuster Yvonne MacClean (verantwoordelijke marketing en promotie) en niet te vergeten tientallen vrijwilligers die zich elke dag uit de naad werkten om alles in goede banen te leiden en te houden.
Een door de jaren heen goed geoliede machine met een menselijk gezicht. Samen maken ze van dit festival een droom voor elke alternatieve muziekliefhebber en voor elke band die er komt spelen. Tijdens de vier dagen zie je dan ook niets anders dan blije en lachende gezichten bij zowel crew, bandleden als bezoekers die rustig met elkaar keuvelend de gezellige sfeer van dit festival in ere houden.
Een festival dat in zijn genre zijn gelijke niet kent en aldus op handen wordt gedragen in het wereldwijde alternatieve circuit. We ontmoetten er een bont allegaartje wereldburgers (van Japanners tot Canadezen, van Zuid-Amerikanen tot Noord-Europeanen, van Australiërs tot Noord-Amerikanen, van Zuid-Europeanen tot Oost-Europeanen) die verbroederden alsof ze elkaar al jaren kenden.

Roadburn dat kleinschalig startte in 1999 en in bvb. 2001 slechts een line-up had van 3 groepen, zijnde Masters of Reality, Terra Firma en Atomic Bitchwax. Het festival verhuisde ook enkele jaren (editie 2003 en 2004) naar de Effenaar in Eindhoven om vanaf 2005 de 013 in Tilburg als vaste thuis- en uitvalbasis te behouden.
Een 013 met een grote zaal om U tegen te zeggen (capaciteit van 2200 toeschouwers en een accoustiek om van te likkebaarden) en twee kleinere zalen (Kleine Zaal met een capaciteit van 350 toeschouwers en de Stage 01 met een capaciteit van 150 toeschouwers). Daar in 2009 de hype nog groter werd, zocht men naar een bijkomende locatie: zaal V39. Deze locatie werd vorig jaar en dit jaar vervangen door het mooie Midi Theater dat zich op een vijftal minuten wandelafstand van het 013-gebouw bevindt. Deze laatste zaal biedt nog eens onderdak aan een 400-tal toeschouwers. Dat het tegenwoordig over een zéér gegeerd festival gaat, bewijst de snelheid waarmee het de laatste 3 edities de uitverkocht-status verkreeg: in 2009 was het in 45’ uitverkocht, vorig jaar in 30’ en dit jaar in een recordtijd van maar liefst 17’.

De vorige editie bleek niet vrij van pech want juist in de periode dat het festival doorging, besliste een IJslandse vulkaan met de alternatief klinkende naam Eyjajallajokul om een beetje lava in de lucht en roet in het eten van Roadburn te komen strooien door met een gigantische stofwolk het Europese luchtruim volledig te laten ontruimen waardoor menige band noodgedwongen hun kat stuurde. Maar in deze barre omstandigheden ziet men hoe sterk dit festival wel in zijn schoenen staat (niet in het minst door de bands zelf, die niets liever willen dan deel uit te maken van dit unieke feest). Het waren dan ook bands die spontaan aan de organisatoren aanboden om een dubbele set te spelen om zo de leemtes op te vullen. Ook andere bands sprongen in de bres. Met andere woorden: het festival werd uit zijn lijden gered en organisator Walter werd uit de brand geholpen door niemand minder dan de bands zelf. Dit typeert het karakter van dit festival: iedereen helpt in noodtoestanden.
Uniek in de muziek’business’, maar zo herkenbaar in het alternatieve circuit. Crew, publiek en bands: één hechte clan die voor elkaar indien de nood het hoogst is de kastanjes uit het vuur haalt. Prachtig!

Hier nog een greep uit de legendarische undergroundbands die tussen 1999 en vorig jaar het podium van Roadburn bezetten: Fu Manchu, Monster Magnet, High on Fire, Hawkwind, Neurosis, Om, Black Cobra, Blue Cheer, Melvins, Big Business, Isis, Trouble, Enslaved, Down, The Young Gods, Zeni Geva, AmenRa, Saviours, Cathedral, Saint Vitus, Colour Haze, White Hills, Baroness, Motorpsycho, Orange Goblin, Yob, Brant Bjork & the Bros, Sons of Otis, Garcia plays Kyuss, Enslaved, Shining, Karma To Burn, Totimoshi, Fatso Jetson, Jarboe, … en zo kunnen we nog enkele minuten doorgaan.

Dat de wisselwerking tussen de organisatoren en bands uniek in de wereld is, bewijst ook de invoering van een curator sinds de editie van 2009. De definitie van deze curator is dat de band een groot deel van de line-up zelf mag invullen met bands naar eigen voorkeur om deze voor te stellen aan het open-minded festivalpubliek. In 2009 viel Neurosis deze eer te beurt, vorig jaar was Triptykon de gelukkige en voor deze editie was het de beurt aan niemand minder dan het aardverschuivende, de naald op de Schaal van Richter in het rood brengende Sunn O))) dat ons mocht verblijden met hun persoonlijk gesmaakte bands. In de editie 2011 jammergenoeg twee bands die cancelden: Yob en Buzzo-ven. Maar niet getreurd en genoeg qua inleiding en achtergrond: op naar de huidige editie met een beknopt verslag van de 4 dagen van musical mayhem.

Roadburn 2011 – dag 1

THE KILIMANJARO DARKJAZZ ENSEMBLE (Midi Theater – 15:45-17:00)
Al vanaf de start van de eerste dag werden we verrast door TKDE, een Europees septet van één voor één klassiek geschoolde rasmuzikanten. Een mengeling van klassieke instrumenten (piano – Charlotte Cegarra / cello – Nina Hitz / viool – Sadie Anderson), hedendaagse instrumenten (dubbele bas – Jason Köhnen / gitaar – Eelco Bosman / trombone – Hilary Jeffery) en hypermoderne digitale breakbeats (synthesiser, electronica – Gideon Kiers) creeërden een te smaken symbiose tussen analoge en digitale klanken. Deze muteerden in prachtige soundscapes die TKDE in het verleden al meerdere malen gebruikte als soundtrack bij silent movies (Nosferatu, etc.). Voeg daar nog eens de zoetgevooisde hemelse stem van zangeres Charlotte Cegarra (denk aan de stem van Beth Gibbons van Portishead) en je krijgt het éne na het andere pareltje in de oren gefluisterd. Geen bruut geweld, maar een rustige klassieke jazzy opbouw van nummers die op zijn luidst zijn wanneer de breakbeats en samples uit hun voegen barsten. Uitsmijter “Pearls for Swine” is een perfect voorbeeld van hun aanpak: een pareltje voor de zwijnen van Roadburn. TKDE was al het eerste buitenbeentje en het festival was nog maar net gestart.
Setlist: [1] Coas Calmo – [2] Lobby – [3] Avian Lung – [4] The Nothing Changes – [5] Mephistopheles – [6] Pearls for The Swine

YEAR OF NO LIGHT (Green Room – 16:15-17:15)
Het Franse postmetalgezelschap Year of no Light had de eer om de Green Room te openen met een knal.  Dat deden ze met een compleet instrumentale set waarbij vooral het materiaal uit hun laatste, goed ontvangen langspeler ‘Ausserwelt’ de hoofdmoot vormde.  De explosieve kracht van postrock werd op ingenieuze wijze gemengd met elektronica, ambient en noise zoals genregenoten als oa. Pelican, Red Sparowes, Isis en Cult of Luna dat ook doen.  Toch was er sprake van een eigen gezicht door de interessante spanningsbogen en onverwachte wendingen en invalshoeken.  We herkenden het sombere en meeslepende tweeluik “Perséphone”, het nihilistische en beenharde “Hiérophante” en afsluiter “Abesse”, die voorzien was van een flinke portie distortion en feedback. Dit was één langgerekte epische en intrigerende trip van drie kwartier waarbij we voor de eerste maal goed wakker geschud werden.  De perfecte teaser voor wat ons nog te wachten stond.

ACID KING (Main Stage – 17:20-18:20)
Het was tijd voor het Amerikaanse powertrio ACID KING (genoemd naar de nickname van de satanische moordenaar Ricky Kasso) om het hoofdpodium onveilig te maken met hun typische en loodzware stoner/doommetal. Met de snelheid van pandabeer na het eten van een overdosis bamboe (denk aan Crowbar), blies de uit San Francisco afkomstige band met windkracht 12 aan de lopende band songs in de oren van het talrijk opgekomen publiek. Daar het hoofdpodium van de 013 nogal wat oppervlakte in beslag neemt, besloot het drietal zichzelf en hun versterkers centraal te positioneren om hun gebalde songs nog wat meer kracht bij te zetten. Frontvrouw Lori S. ratelde de powerriffs aan elkaar, terwijl de ritmesectie Mark Lamb (bas) en Joey Osbourne (drums) als een bulldozer met hun logge ondersteunende sound de eerste rijen in het publiek platwalste. Hoogtepunt van de set was een magistrale versie van “Busse Woods” uit hun gelijknamige album uit 1999. Een uppercut in het gezicht. Over en (knock)out!
Een greep uit de setlist: Electric Machine – Silent Circle – Sunshine and Sorrow – 2 Wheel Nation – Busse Woods

NAAM (Bat Cave – 18:45-19:45)
In de Bat Cave trakteerde het uit Brooklyn NY afkomstige NAAM ons op een één uur durende psychedelische spacetrip. Met hun heavy psych-rock hypnotiseerden ze het publiek zodanig dat het dacht in een hallucinerende scène van cultfilm Easy Rider te zijn beland. Een muzikale mengeling van MC5, Stooges, Loop, Can en Hawkwind stuurde ons één uur de Bat Cave uit en het universum in. De zoemende, wat nasale stem van zanger Ryan Lugger (die via zijn gitaar repetitieve, diep indringende en gigantisch vervormde riffs op het publiek losliet) werd perfect ondersteund door de strakke drumslagen van Eli Pizotto en de waaiende heavy basdreunen van John Bundy. Er hing voortdurend electriciteit in de lucht met een highvoltage gehalte in een té kleine Bat Cave. Hoogtepunt was ongetwijfeld een sublieme versie van “Kingdom” uit hun gelijknamige debuutalbum. De sound zat ook perfect dankzij de gouden handen van de uit Berlijn afkomstige sound engineer Steffen Roedel (in het milieu beter bekend onder de nickname Banana en vaste sound engineer voor Brant Bjork & the Bros). NAAM leverde een puike prestatie die zowel metalheads als stonerfans kon bekoren. Gaaf zoals ze in Nederland zeggen.

WOVENHAND (Main Stage – 20:10-21:25)
Wovenhand was op het eerste zicht misschien een ‘vreemde eend in de bijt’ tussen al het zware doom/sludge/stoner en blackmetal geweld, maar ze bewezen hun plek meer dan waard te zijn op Roadburn.  Frontman David Eugene Edwards (ex Sixteen Horsepower) werd live bijgestaan door een hardmeppende drummer en virtuoze keyboardspeler/organist. Ze gaven een stevig rockende set ten beste met gepassioneerde, venijnige en grandioze nummers  als “Elktooth”, “Tin finger”, “Sinking hands” en “Your Russia”. Hun show hield het midden tussen een bijna spirituele, religieuze ervaring en iets bezetens, hypnotiserend.  Het broeide constant, de spanning was voelbaar.  Edwards was een soort volksmenner die zijn publiek opjutte en uit was op reactie.  Daar slaagde hij ook in. De aanwezigen waren onder de indruk van het gebodene.  Enig minpunt was dat ze het na amper 40 minuten al voor bekeken hielden, terwijl ze een uur speeltijd toebedeeld kregen. Toch mogen we niet klagen, dit was een puike en (onverwachte) heavy performance van deze ‘broeders’.

BLOOD FARMERS (Green Room – 19:15-20:15)
Cultband Blood Farmers uit New York  deden tijdens hun korte Europese tournee ook Roadburn aan.  Dit trio bracht in ’95 een titelloos album uit op hét doom label van de jaren negentig, Hellhound met acts als The Obsessed, Iron Man, internal Void. De band is fan van twee genres: doom metal en horrorfilms (hun naam is ontleend aan een seventies horrorprent).  Dus combineren ze Black Sabbath, Pentagram en Saint Vitus met obscure samples en filmmateriaal. Ook live serveerden zanger/bassist Eli Brown, gitarist Dave Depraved (what’s in a name?!) en drummer Tad Leger ons uiterst genietbare midtempo doom/stonermetal met een vleugje horror en occultisme.  Songitels als “Orgy of the rats”, “Twisted brain”, “I drink your blood” en “The graveyard song” waren daar duidelijke bewijzen van.  Dit was doom waarbij we bijna happy van werden en die een glimlach op ons gezicht toverde.  Aangename ontdekking.

PENTAGRAM (Main Stage – 20:10-21:25)
Het was tijd voor de grondleggers van de doom: het in 1971(!) opgerichte PENTAGRAM! Terwijl hun tijdsgeestgenoten BLACK SABBATH wereldbekend werden, bleef deze ondergewaardeerde groep altijd een beetje in de schaduw hangen. Onterecht, PENTAGRAM was toen blijkbaar niet de juiste groep op de juiste plaats op het juiste moment… geluk is niet voor iedereen weggelegd in deze wrede wereld
L… misschien lag het wel aan de psychische problemen van de ondertussen 57-jarige zanger Bobby Liebling die hierdoor zwaar in de drugs dook, waardoor de release van hun eerste album op zich liet wachten tot 1985 (dat kan tellen natuurlijk!).
Een onbetrouwbare zanger geeft soms tegenvallende concerten als resultaat of zelfs concerten die moeten afgezegd worden wegens het niet komen opdagen van Liebling. Door de jaren heen met veel ups maar vooral veel downs staat Bobby nog altijd op de planken terwijl iedereen vroeg af laat dacht dat een overlijdensbericht het enige laatste bericht zou zijn dat we van Bobby Liebling zouden ter ore komen. Het was echter een geschenk uit de hemel dat juist op tijd nederdaalde om Bobby letterlijk uit de goot te komen halen: zijn meer dan 30 jaar jongere vrouw Hallie (geboren in 1986!) . Sindsdien gaat het toch iets beter met Bobby, die met vrouw als steun en toeverlaat tracht overeind te blijven. Dat Bobby slechts een schim is van wat hij ooit was, konden we al merken in de vooravond bij een korte meet & greet aan de backstage van het festival. Hij is een tenger oud mannetje geworden dat zich moeizaam rechthoudt in deze barre tijden.
En dat was ook te merken tijdens het toch meer dan schitterend optreden. Vanaf de eerste noten bij opener “Day of Reckoning” zit het snor: excellent geluid dankzij een voortreffelijke PA, gitarist Victor Griffin (die ook op vrijdag geprogrammeerd staat met zijn eigen band Place of Skulls) in topvorm. De ritmesectie van de dag (varieert met het tempo van de gemoedstoestanden van Bobby) mag er ook zijn. Wat volgt zijn schitterende versies van het oudere werk (“Relentless”, “Evil Seed”, etc.) die probleemloos worden afgewisseld met het nieuwste werk uit het recent uitgebrachte album ‘Last Rites’ (“Into The Ground”, “Call The Man” en “Nothing Left”).
Het was echter zielig om te zien hoe Bobby zich krampachtig op zijn hoge hakken moest vasthouden aan de meer charismatische gitarist. Griffin stal dan ook meer de show, terwijl de schuifelvoetende en niet goed bij stem zijnde Liebling bij menigeen op de lachspieren werkte. Jammer wat overmatig drugsgebruik bij een mens kan doen. (laten we maar geen vergelijking maken met de frontman van Black Sabbath, die er vandaag nog erger aan toe is). Gelukkig stoorde dit niet echt veel in het voor de rest voortreffelijke optreden van deze culthelden!
Doom on, Pentagram!
Setlist: [1] Day of Reckoning – [2] Forever My Queen – [3] The Ghoul – [4] Into The Ground – [5] The Deist – [6] Evil Seed – [7] Call The Man – [8] Relentless – [9] Nothing Left – [10] All Your Sins / Encores: [11] 20 Buck Spin – [12] Sign of The Wolf – [13] When The Screams Come

TODAY IS THE DAY (Green Room – 20:45-21:45)
Today is the Day uit Nashville, Tennessee geldt al jarenlang als één van de meest intense, muzikaal getalenteerste, invloedrijkste en meest vernieuwende acts binnen de metalcommunity en extreme muziek. Hun geëxperimenteer met geluid en stijl gaande van filmsamples, akoestische instrumenten tot synthesizers/electronica, metal, progressieve rock, grindcore, hardcore en deathmetal is als vrij uniek en excentriek te bestempelen. En ook live richtten zanger/brulboei/gitarist Steve Austin en zijn kompanen Ryan Jones (bas) en drummonster Curran Reynolds een waar slagveld aan. Wat een intensiteit, drive en passie. Hier werd flink tekeer gaan zonder het muzikale aspect uit het oog te verliezen, puur vakmanschap. Wie grensverleggende en eigenwijze muziek hoog in het vaandel draagt en weet te waarderen was hier op zijn plaats.
Spijtig genoeg was het na veertig minuutjes afgelopen, maar met dit soort agressieve en emotionele muziek kunnen we dat begrijpen. Toch kunnen we besluiten dat dit een memorabel en bijzonder straf optreden was en ongetwijfeld één van de absolute hoogtepunten van de eerste festivaldag en misschien van het hele festival. See you back next year!

GODFLESH (Main Stage – 21:55-23:25)
Afsluiter van de eerste avond waren industrial-pioniers Godflesh. Het duo bestaande uit zanger/gitarist en tevens drumprogrammeur Justin K. Broadrick en bassist G Christian Green werd opgericht in Birmingham in ’88 en worden gezien als één van de grondleggers van de industrial metal. Ze stonden voor een uniek mix van drumcomputers en slepende krachtige soms haast dissonante gitaarklanken.  Later in hun carrière maakten ze gebruik van ‘echte’ drummers, zoals Brian “Brain” Mantia (Primus, Guns ‘n’ Roses) en Ted Parsons (oa. Prong, Swans, Jesu) en werden er elektronische, drum ‘n’ bass en dubinvloeden in hun totaalgeluid gemixt. Na veertien jaar en zes platen gaven ze er in 2002 de brui aan.
Tot ze vorig jaar acte de présence gaven op Hellfest in Frankrijk en Supersonic in het Verenigd Koninkrijk.  Op verzoek van de Roadburn-organisatie werd een integrale versie van de industrial blauwdruk “Streetcleaner” (’89) aangevuld met de ‘Tiny Tears’-ep. Dus van het loodzware, krachtige en zwaarmoedige ‘Like rats’ tot het hypnotiserende en bezwerende ‘Junction’. De haast anarchistische en logge gitaarriffs van Justin in combinatie met de lome, korzelige baspartijen van Christian en de rammende, sobere drumbeats gaven ons een uppercut van jewelste. Het dodelijke gegrom en de teksten die bulken van onvrede en verontwaardiging mistten nu ook hun effect en velen onder ons waanden zich terug in ’89 toen ze voor het eerst deze splinterbom hoorden.  Ook de gitzwarte en apocalyptische backdropbeelden droegen bij tot de sfeer. Dit was een indrukwekkend en niet te versmaden oerritueel.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roadburn, Nederland

Karma Hotel 2011: Muzikale zeebries van Pop en Dance

Voor de vierde keer konden we terecht in het Kursaal van Oostende voor een rijk gevulde en gevarieerde affiche van Karma Hotel. En geen stofwolk zoals vorig jaar kon de line-up door elkaar schudden …
Net als de voorbijgaande jaren is het aanbod erg gevarieerd, zo was er live muziek van zowel aanstormend talent als de al gevestigde waarden.
Ook stonden er heel wat DJ’s geprogrammeerd die heel wat verschillende muziekstijlen combineerden van electro, dubstep, drum&bass, pop, rock, reggae, hiphop, house, …
Kortom, hier viel veel te ontdekken…

De Bruggelingen Jason Dousselaere en Dijf Sanders die met “Miami” een supercatchy popsong uit hun mouw schudden, werden al vrij snel door StuBru opgepikt zodat Teddiedrum uitgroeide tot één van de hotste bands van het voorjaar. De heren die we nog kennen van The Violent Husbands gooien het nu over een totaal andere boeg. Waar ze vroeger meer een pop/rock groepje genoemd werden die het ook wel aandurfde om Nederlandstalige nummers te brengen, kiezen ze er nu voor dansbaarder materiaal te maken.
Een goed voorbeeld is hun single “Miami” dat zeer vrolijk en zomers klinkt. Hun set openden ze door een lange intro waarbij lustig met lasers gespeeld werd; ook viel hun drum met teddyberen onmiddellijk op. Gedurende heel hun optreden slaagden ze er in om met vrolijke popsongs de mensen te boeien en lieten ze zien dat ze heel wat in hun mars hadden. Teddiedrum houden we in het oog!

Voor de Aalsterse jongelui van Intergalactic Lovers gaat het tegenwoordig erg hard, nadat ze vorig jaar het Oost-Vlaams Rockconcours en De Beloften op hun naam schreven, namen ze ruim de tijd om een eerste album op te nemen. Uit dat album, ‘Greetings & Salutations’ stootte hun eerste single “Delay” meteen door naar de top van StuBru’s Afrekening. Voor hun optreden op Karma Hotel konden ze niet anders dan materiaal uit hun debuutalbum brengen. Ondanks het vroege uur en de niet altijd even goed gekende nieuwe nummers, konden ze toch al op aardig wat belangstelling rekenen.
De ietwat verlegen zangeres Lara Chedraoui boeide de menigte met haar warme, verleidelijke, scherpe stem waarbij het af en toe heerlijk wegdromen was. Een betoverende stem trouwens.
Hun erg sterk optreden sloten ze af met hun vorige single “Fade Away”, die net zoals hun huidige single “Delay” op het meeste gejuich kon rekenen.
Intergalactic Lovers is een steengoede band met erg goed op elkaar ingespeelde muzikanten; de zangeres staat nog iets of wat onwennig op het podium, maar ze heeft een meer dan fantastische stem, die haar ver zal brengen.

Niet veel bands met gitaren op Karma Hotel. Maar A Brand bracht het rockgehalte naar een hoger niveau. Netjes naast elkaar, in wit maatpak, met de drummer in het midden, stonden ze opgesteld. Melodieus strak, snedig, ruig en fris  gitaarwerk met elektronica en swingende drums zorgden voor spektakel. De leuke choreografie en danspasjes namen we er tijdens de gig graag bij. A Brand profileert zich meer en meer als een ‘best of’ met een handvol herkenbare songs. Hun grote hits zoals “ Time”, “Beauty booty killerqueen”, “Hammerhead”, “Riding your ghost” en het recente “The mud” ontbraken niet. Ze werden sterk onthaald; Handjes gingen in de lucht en refreinen werden moeiteloos meegezongen. Duidelijk was wel dat het nieuwe materiaal van ‘Future You’ minder aanstekelijk is en raakt, bijgevolg bleek het voor de volle zaal lichtjes onbekend. Handig was de vondst om een mix van “Yeah yeah yeah” en “Daft punk is playing in my house”  van LCD soundsystem tussenin te spelen.

Na het reggae feestje van Clinton Fearon  & Boogie Brown Band was het de beurt aan
Foreign Beggars
in de pittoreske Delvaux zaal. Met een DJ die dubstep draaide en de 2 MC’s zat de sfeer er al snel  in. De MC’s palmden hun publiek in door de opzwepende raps. Naast het eigen werk van o.m “Contact” werd de dubstep-hit van Chase and Status “Eastern Jam” en andere herkenbare tunes mooi in elkaar gemixt. Naar het einde toe klonken ze nog krachtiger en steviger en integreerden ze metaltunes en dubstep bassen om het publiek volledig in vervoering te brengen.

Dat The Subs de voorbije jaren uitgegroeid zijn tot één van de populairste Belgische live dance-acts werd vorig jaar nog maar eens duidelijk toen ze samen met de Partyharders de monsterhit “The Pope Of Dope” scoorden. Na het succes van debuutplaat ‘Subculture’ werkte het Gents trio aan een tweede plaat ‘Decontrol’ waarvan de eerste single “Face Of The Planet” meteen tot hotshot gebombardeerd werd op StuBru.
Na hun try-out in de Kreun en hun eerste grote concert in de AB, waren we uitermate benieuwd hoe ze hun nieuwe live show met nummers uit de recente plaat ten berde zouden brengen.
De Gentenaren kwamen op met een soort monnikscape over het hoofd. De kappen verdwenen echter zeer snel en dan merkten we op dat frontman Jeroen De Pessemier het driehoekige band logo in zwarte tape op zijn buik gekleefd had.
The Subs slaagden er wonderwel in om zeer goed te doseren en hun pompende beats steeds op te bouwen, dan stil te laten vallen om dan opnieuw alles uit de kast te halen. Op de eerste tonen van “Bang Bang Bang” klauterde Jeroen langs de lichtbrug naar boven om van daaruit het publiek aan te porren om luidkeels mee te brullen. De sfeer zat er toen volledig in en zette al enkele mensen aan tot het crowdsurfen. Tijdens “Fuck That Shit” dook frontman/entertainer Jeroen De Pessemier het publiek in om dan, op handen gedragen, het nummer af te werken. Met “The Pope Of Dope” als bisnummer kwam er een einde aan een meer dan vet feestje dat liet zien dat The Subs er terug klaar voor zijn!

Ook de 2MC’s en de DJ van
Buraka Som Sistema
gaven nog wat kleur aan het dance concept. Hun losgeslagen mix van reggae, dancehall, ragga, electro, drum’n’bass, house, trance, Brasil en Cariben klonk in de beperkte bezetting bijna even aanstekelijk, broeierig en opwindend als op Pukkelpop, twee jaar terug. In deze bezetting verzorgden ze ook nog een fijn Pias-nites feestje. Vanavond zetten ze het dansfeest verder na The Subs op de Mainstage. Het prachtig zangerig Portugees, de rapsalvo’s en het harde, pompende ritme, de beats en de onverwachtse wendingen werkten in op de dansspieren . Hun ‘kuduro’ stijl was geslaagd om het jonge volkje voor zich te winnen …

The Others
, een dj-duo mocht de échte dubstep liefhebber plezieren en gaf er zware basstunes op … de ideale overgang naar Netsky …

De nieuwe modetrend/hype van het afgelopen jaar is/was dubstep en drum&bass, met in de hoofdrol onze eigen Belgische Netsky. Deze jonge drum&bass producer en DJ bracht vorig jaar zijn eerste album uit waaruit single “Moving With You” regelrecht naar de top van menig hitparades stormde. Netsky joeg met zijn vette beats en groovie sound de temperatuur fors de hoogte in. Ook showde hij zijn draaikunsten en vermaakte hij de zaal met zijn unieke frisse sound, op een mengelmoes van drum&bass, dubstep en ‘liquid’ funk; hij zorgde ervoor dat heel de zaal loos kon gaan.

Netsky knipte het lint door om de afterparty nog meer gestalte te geven …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen

Geschreven door

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen
Domino 2011 - José González & The Göteborg String Theory

In februari van dit jaar bleven onze muziekgevoelige oren noodgedwongen verstoken van een gepland concert van het Zweedse Junip in De Kreun, Kortrijk. Deze groep bestaande uit het trio Tobias Winterkorn (keyboards), Elias Araya (drums) en José González (zang en gitaar) diende namelijk verstek te laten gaan voor haar Europese tour ingevolge oververmoeidheid bij González.

Gelukkig hebben de curatieve maatregelen hun uitwerking niet gemist en de reeks afgelastingen impliceerde geen afstel doch louter uitstel want intussen werd voor ons land Junip aan de affiche van het komende Brugse Cactusfestival toegevoegd en ook de AB liet zich niet onbetuigd want zij besloten om – de présence van de Japanse noisegod Merzbow in de Club eventjes buiten beschouwing gelaten - José González als afsluiter van de 15de en tevens allerlaatste editie van het Domino festival te laten fungeren. Als kers op de taart zou hij daarbij bijgestaan worden door het ensemble The Göteborg String Theory.

Om de avond passend in te leiden, werd het publiek afgelopen dinsdag getrakteerd op de vertoning van ‘The Extraordinary Life Of José González’, een mooie documentaire in een regie van Mikel Cee Karlsson en Frederik Egerstrand die gebruik makend van videodagboeken, animaties en studio-, thuis- en concertopnames een inkijk biedt in het leven, werk en denken van de mens/artiest González. Treffend was te zien hoe groot en confronterend het contrast is tussen de extase en drukte van optredens tegenover het veelal  eenzame bestaan van een muzikant die twijfelend en vol verwondering op zoek blijft gaan naar de nodige creativiteit.

Ook eenzaam en alleen maar dan op de planken van de AB, verscheen daarna Little Scream of het alter ego van de Canadese zangeres en liedjesschrijfster Laurel Sprengelmeyer. Met een zopas uitgebracht eerste album genaamd ‘The Golden Record’ op haar actief en een gitaar onder de arm bracht ze een korte set die slingerde tussen nerveuze en uitbundige rock (“Cannon”) en intieme luisterliedjes (het folkgetinte “The Heron And The Fox”). Daarbij bleek de muziek van Sprengelmeyer thuis te horen in het lijstje vrouwelijke artiesten als daar zijn Lisa Germano, Joan Wasser, Leslie Feist, St. Vincent en PJ Harvey.
Tijdens de opnames van de plaat kon Sprengelmeyer rekenen op de medewerking van leden van onder meer Thee Silver Mount Zion, Stars, Arcade Fire alsook van The National en in de AB misten we vooral tijdens de zachtere nummers deze omkadering. Tevens ging de vaart er geregeld uit doordat er ter plaatse heel wat gegoocheld en geknutseld (en soms ook gestunteld) werd bij het vinden van de juiste akkoorden, het toevoegen van vocale effecten en het in de maat ritmisch voetstampen.
Veel werd dan weer goedgemaakt door het ontwapende die uitging van de attitude van Sprengelmeyer én van het feit dat zij bleek te beschikken over heel wat zelfrelativerende humor. Zo stelde ze haar metgezel Casio SK1, een polyfonische synthesizer die één luttele sample in het geheugen kan opslaan en die in het jargon ook wel eens als de ‘arme man sampler’ door het leven gaat, voor als ‘the smallest band of the World’. Het al talrijk aanwezige publiek dat duidelijk het zachtgevooisde van de muziek van González doortrok in haar respons kon dit alles wel appreciëren en trakteerde (het optreden van) Little Scream op een uitbundig en ondersteunend applaus.

Een omgekeerde beweging qua podiumbezetting maakte José González. De in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Meer dan een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij niet nodig om zijn nummers te laten schitteren. Getuige zijn albums ‘Veneer’ (2003) en ‘In Our Nature’ (2007), de aanwezigheid op talrijke compilaties, alsook het succes dat hij – mede door een Sony reclamefilmpje - boekte met een totaal uitgeklede akoestische versie van “Heartbeats”, oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.

Momenteel laat González het solowerk even voor wat het is en doet enkele Europese zalen aan waarbij hij zich laat omringen en begeleiden door The Göteborg String Theory. Dit twintigkoppige ensemble wordt hoofdzakelijk gevormd door muzikanten uit de thuisbasis van González maar telt daarnaast ook nog Berlijners in de rangen.
Het concert in de AB ving met “Hints” wél aan zoals we van González gewoon zijn: solo uitgevoerd in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar. Bij “In Our Nature” kwamen er druppelsgewijs enkele groepsleden hem vervoegen om vervolgens vanaf “Far Away” volledig geruggensteund te worden door het voltallige ensemble.
Meteen vielen enkele kenmerken op die de rest van de avond het concert zouden typeren: lange filmische, opbouwende intro’s (wat zeker het zonet vermeldde “Far Away” een extra cachet gaf omdat dit nummer exclusief werd gemaakt voor het in 2010 uitgebrachte en fel bejubelde western videospel ‘Red Dead Redemption’) werden opgevolgd door subtiele instrumentale inkleuringen die allen vakkundig gedirigeerd werden door een enthousiaste Nackt (die ook samen met Ben Lauber and Nils Tegen instond voor de composities en arrangementen). En wat eigenlijk nog het belangrijkste was: bijna nimmer kwam de zang en het gitarenspel van González in de verdrukking maar versmolten deze mooi en passend als één geheel samen met de laagjes instrumentatie die er over gedrapeerd werden.
Hoe verder de set vorderde hoe meer het deels zittend publiek op het puntje van de stoelen ging plaatsnemen en hoe meer de eerste rijen rechtstaande aanwezigen mee opgezogen werden in de fraaie wisselwerkingen.
Bij ieder nummer vielen er diverse instrumenten te bespeuren die detaillistisch bepalend (xylofoon in combinatie met strijkers in “How Low” en dwarsfluit, klarinet en trompet tijdens de aan Jaga Jazzist en Tortoise aanverwante instrumentale intro tot “Broken Arrows”) of richtinggevend (een streepje electronica bij “Crosses”) waren, dan weer – in positieve zin weliswaar – hun weerbarstige aard boven haalden en het geheel een ietwat scherper randje meegaven (trompet bij “Down The Line”).
Hoogtepunten waren wat ons betreft terug te vinden tijdens uitvoeringen van “Abram” (met een fraaie mix van akoestische gitaar, percussie, cello, violen en bleeps) en “Cycling Trivialities” (waar de stemmen van de twee achtergrondzangeressen crescendo meegingen met de snaarinstrumenten).
De Kylie Minogue cover “Hand On Your Heart”  werd dan weer van een Stock, Aitken en Waterman luchtbelletje uit 1989 getransformeerd tot een sprankelend juweeltje, terwijl omgekeerd het bij Massive Attack uitgeleende “Teardrop” nu net door de toegevoegde extra’s aan impact diende in te boeten.
Als toegift kwam het solo uitgevoerde “Fold” aan bod om uiteindelijk af te sluiten met het onvermijdelijke “Heartbeats” waarbij The Göteborg String Theory voltallig maar qua klank spaarzaam González nog eens kwam vervoegen.
Veel bindteksten of interactieve momenten met het publiek vielen er niet aan te treffen maar dat hoefde ook niet. De muziek sprak voor zich en met heel wat symfonie tussen de oren en een euforie op het gelaat trokken de aanwezigen de deur van de AB en deze van het Dominofestival jaargang 15 achter zich dicht.

Jammer dat het meteen ook de allerlaatste editie ooit was. Eén troost: via deze keurig gestreken muzikale vertoning van José González en The Göteborg String Theory kan de formule in schoonheid definitief opgeborgen worden om later dit jaar plaats te maken voor andere projecten die – als we Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB, mogen citeren – “op hun beurt weer zullen uitgroeien tot iets moois en mogelijk even groots”. Musiczine houdt zich nu al klaar.

Setlist: Hints, In Our Nature, Far Away, How Low, Crosses, The Nest, Abram, Hand On Your Heart, Göteborg String Theory Instrumental, Broken Arrows, Cycling Trivialities, Teardrop, Down The Line
Fold, Heartbeats

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)


Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen

Geschreven door

Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen
De zesde dag van het Domino festival koos volop voor het experiment en zette vanavond drie totaal verschillende artiesten op hetzelfde podium, waarbij de enige constante was dat alle drie een totaal uniek geluid ontwikkelen, dat met vrijwel geen enkele andere artiest te vergelijken valt.

Oneohtrix Point Never, aka Daniel Lopatin, is een laptop artiest, die naast video projecties, grossierde in drones, eclectische electronica and soundscapes, maar we zagen dit eerlijk gezegd al veel beter uitgevoerd door mannen zoals Pantha Du Prince of Four Tet.

Dan Deacon, een nerd met een veel te grote bril, speelt liever tussen de mensen dan op het podium, dus had hij zijn draaitafel maar op de vloer gezet, net voor het podium, zodat behalve de eerste twintig mensen, niemand meer zag dan de fluogroene schedel met discolampen die boven die tafel uitkwam. Dan Deacon speelde met het publiek, liet het aftellen van tien tot een, en wou dan meteen een feestje opstarten, wat gezien het vroege uur (acht uur ’s avonds), niet evident was. De man heeft een heel eigen soort dansgenre ontwikkeld, wat je nog het best kan omschrijven als volgt: geef Daniel Johnston de opdracht aan de slag te gaan  met “Go” van Moby, en programmeer enkel breakcore beats in de keyboards: we kregen kinderlijke, naieve stemmetjes, Oosterse gamelans en breakcore beats, qua attitude wel te vergelijken met Justice, maar dan zonder één enkel element van de vuile electro sound die we ondertussen meer dan beu gehoord zijn.
Dan Deacon liet de zaal een danswedstrijd houden, en tot onze grote verbazing, werd er rond halfnegen zowaar gecrowdsurfd in de AB Box. Het kwam echter niet tot een volledig dansfeestje, omdat de set er om negen uur al op zat, en we per slot van rekening ook nog maar maandagavond waren.

Nog voor de band op het podium kwam, wist je wie vanavond de hoofdact was: het iconische cymbaal stak zo een anderhalve meter boven het Tamadrumstel uit, en ook de batterij van keyboards en effectpedalen was zo van de hoes van ‘Mirrored’ naar het podium van de AB verplaatst.Toch waren er net een paar keyboards minder te zien: Tyondai Braxton, de zanger met de woeste haardos en de rare voornaam, besloot in 2010 Battles te verlaten om een solo-album uit te brengen.
Blijkbaar zit er een serieus haar in de boter, want Battles zou vanavond geen enkel nummer uit ‘Mirrored’ spelen, maar zijn volledige set opbouwen rond het nog in juni te verschijnen nieuwe album ‘Gloss Drop’.
Het wegvallen van de zanger, heeft Battles op die nog te verschijnen plaat opgevangen door gastzangers uit te nodigen, zoals Kazu Makino van Blonde Redhead, Matias Aguayo, de Chileense minimal artiest, of zelfs new wave veteraan Gary Numan. Die touren niet mee, dus werden die zangers op twee schermen achter de band geprojecteerd. Dit had natuurlijk als beperking dat de band in die nummers in het keurslijf van de videoprojecties moest spelen.
Nu heeft Battles nog meer dan genoeg instrumentale nummers waar het zich vol overtuiging in kan geven, maar dat was net het probleem vanavond: ok, John Stanier mepte er als vanouds op los, maar gitarist Dave Konopka  stond ofwel met zijn rug naar het publiek, of zat op de knieen bij zijn effectpedalen terwijl Ian Williams voortdurend aan knopjes draaide, waardoor je meer de indruk had dat je in een geluidslaboratorium naar drie gasten stond te kijken die rare geluidjes aan het zoeken waren, dan dat je naar een echte liveshow gekomen was.
Ook met de songs was er iets mis, moeilijke ritmes zaten er zeker in, maar je kon niet zeggen dat de nummers openbloeiden of dat ze subtiel evolueerden, op een of andere manier zaten er niet genoeg ideeen in de individuele nummers.
In het tweede deel van de set werd het beter, toen Ian Williams mee ging drummen, en het nummer naar het einde van de set, met Gary Numan op zang, was veruit het beste van de avond. Het applaus van het publiek was al bij al vrij lauw, en ook de bisronde kon niet echt overtuigen.

Misschien dat Battles zijn nieuwe nummers nog moet laten evolueren, maar toch lijkt het of de leemte die Tyondai Braxton liet, door Battles nog niet ingevuld is. Battles heeft blijkbaar besloten op hetzelfde pad verder te gaan zonder hem, maar dit lijkt een doodlopend straatje. Vers bloed en nieuwe ideeen lijken aangewezen: James Blake zou misschien een goeie match zijn …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)

Domino 2011 – Belle & Sebastian – lachen, dansen genieten

Geschreven door

Domino 2011 – Belle & Sebastian – lachen, dansen, genieten
Belle & Sebastian is een band die je niet al te vaak op een Belgisch podium aantreft. Zo was toch al weer bijna 5 jaar geleden was dat we ‘Glasgow’s finest’ in de AB aan het werk zagen. Niettemin bleek frontman Stuart Murdoch zich nog goed te herinneren dat het die bewuste avond mooi zomerweer was in Brussel. Muzikaal heeft Belle & Sebastian altijd al blijk gegeven van een bijzonder scherp observatievermogen van het alledaagse leven, en het zou ons dus ook niet verwonderen dat ze er stiekem ook een weerdagboekje op nahouden. Het was alleszins slechts één van de vele subtiele anekdotes waarmee ze erin slaagden om het publiek volledig in te pakken. 

Het nieuwe album ‘Write About Love’ mag dan niet echt vernieuwend klinken, tegelijk staat er weer geen enkel nummer op die afbraak doet aan hun schitterende oeuvre aan gevoelige, nostalgische popsongs die ze sinds 1996 verpakt in de mooiste platenhoezen op ons loslaten. 
Gevolg: een in een mum van tijd uitverkochte zaal dat barstte van de sfeer vóór, tijdens én na het concert, en dat voor een groep die nog steeds schandalig over het hoofd gezien op de meeste radiozenders, een occasionele nachtuitzending op Radio 1 niet te na gesproken. Ja, er bestaat dus nog muzikale gerechtigheid!
Van bij het begin deden de zangerige gitaar riedels op “I’m a Cuckoo” de lentekriebels direct opborrelen en tijdens het daar op volgende, aan T. Rex schatplichtige glam rock uitstapje “The Blues Are Still Blue” en “Sukie In The Graveyard” was stilstaan al even min een optie.
Tot groot jolijt van het publiek beloofde de spraakzame Stuart Murdoch niet enkel ‘nieuwe’ (“I Want The World To Stop”, “I Didn’t See It Coming”,…) maar ook ‘iets oudere’ en zelfs ‘oude’ songs te spelen, en het was uit die middencategorie dat het verborgen pareltje “Piazza, New York Catcher”  op het ‘Dear Catastrophy Waitress’ album uitgroeide tot een eerste hoogtepunt.
Bij ontstentenis van het juiste antwoord draaide het hengelen naar een eerste verzoeknummer noodgedwongen uit op een quizvraagje: “welk nummer wordt steevast iedere avond aangevraagd tijdens deze toer, behalve vanavond in Brussel?” Waarop vervolgens “This Is Just A Modern Rock Song” voorzichtig en ingetogen ingezet werd, om vervolgens uit te groeien naar een climax waarop alle muzikale registers (strijkerskwartet, trompet, orgel,…) wijd opengetrokken werden. Verwondering en ontroering alom in de zaal, en reken “Dogs On Wheels” daar ook maar bij.
Er mocht ook gelachen worden, was het niet met Stuart’s klungelachtige maar complexloze manier van dansen, dan wel tijdens het voortijdig afgebroken “Stairway To Heaven”, waarbij hij mijmerde dat dit best wel een aardig nummer is zolang het niet gespeeld wordt door Led Zeppelin.
Wanneer naar het einde toe enkele uitverkoren uit het publiek op “The Boy With The Arab Strap” hun danskunsten mochten komen demonstreren, de ene al wat uitbundiger en ‘in de maat’ dan de andere, was het hek helemaal van de dam. Dat uitgerekend de minst elegante danser achteraf bij de uitreiking van de dansmedailles op het meeste applaus kon rekenen was illustrerend: samen met The Smiths koesteren Belle and Sebastian en hun fans de anti held, die authenticiteit verkiest boven pose, saaie weekends meemaakt in plaats van opwindende en eigenlijk liever thee dan bier drinkt.
Alleen al voor het extatisch onthaalde “The State I Am In” uit de ‘Tigermilk’ debuut LP in de bisronde komen wij over 5 jaar graag terug (als ‘t God belieft), maar het mag deze keer ook iets eerder zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics – rubriek concerts Ancienne Belgique -

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011


Cool Soul Festival 2011 Een avondje rock’n’roll heet van de naald

Geschreven door

Cool Soul Festival 2011 - Een avondje rock’n’roll heet van de naald
Cool Soul Festival 2011 – The Bellrays, The Jim Jones Revue, The Legendary Tiger Man

Aangename kennismaking met de Portugese The Legendary Tiger Man, de one man band van Paulo Furtado, een zeer bedrijvige muzikant die de fijnste bluesakkoorden uit zijn gitaar haalt terwijl hij met zijn voeten het drumstel bedient. Zijn songs zijn gedrenkt in de blues en in de boogie en hebben steeds een aardige drive in zich. De covers die hij speelt zoals “These boots are made oro walking” of “Fever”, waarin hij bijgetreden wordt door de bevallige Portugese chanteuse Rita Redshoes, weet hij op een originele manier naar zijn hand te zetten. In het soulvolle “The saddest thing to say” krijgt hij dan nog eens vocale steun van Lisa Kekaula die eens te meer bewijst dat zij niet alleen hevig kan rocken, maar dat de soul haar ook met het bloed werd meegegeven.

Op naar het kleine podium, waar de twee half geschifte Texanen van Restavrant luide rammelblues uit hun gammele instrumenten halen. Het drumstel (nou ja…, drumstel) is samengesteld uit een olieton, een metalen plaat, een houten kist en twee Amerikaanse nummerplaten. De gitaren hangen met pleisters aaneen en hebben zo te zien al een paar orkanen doorstaan, maar er komt vettige en smerige bluesrock uit. Meer garage dan dit kan het echt niet zijn.

Terug in de grote zaal zorgen The Bellrays voor een ware orkaan. Luid, hard, wild en snel volgen de korte songs elkaar. De ongelooflijke strot van forse frontvrouw Lisa Kekaula jaagt de songs naar uitzinnige hoogtes. Die volle stem barst van de soul, dit wordt nog eens benadrukt in een middenstuk waar heel even wat gas wordt teruggenomen en waar Kekaula een knappe hoofdrol opeist. Nadien wordt de gas weer volop opengedraaid en barsten nieuwe songs als “Black Lightning” (ook de naam van die heerlijke nieuwe cd) , “Hell on earth” en “On top” volledig uit hun voegen. Wervelende show, superhete straight in your face rock.

In de club komt daarna Scott H. Biram in zijn eentje opdraven met een portie onversneden rauwe blues in de trant van T Model Ford. De man, die eruit ziet alsof hij rechtstreeks met zijn tractor naar de set is gekomen, gaat tamelijk fel tekeer op zijn gitaar en mag hierbij op redelijk wat appreciatie van het publiek rekenen. Origineel is het allemaal niet, spontaan des te meer.

Als spetterende finale krijgen we de meest vuile, gortige, smerige, luide en opgejaagde rock’n’roll die u dezer dagen op een podium kan aanschouwen, de geweldige razernij van The Jim Jones Revue.
Jim Jones is met het rock’n’roll virus geboren. Het is een hyperkinetisch rockbeest die raast, vlamt en roept en ondertussen met pure Jon Spencer attitude het publiek entertaint.
De bandleden zijn al even geschift en gedreven, vooral de pianist molesteert met ware vernielingsdrift zijn instrument. The Jim Jones Revue razen als een rock’n’roll sneltrein doorheen loeiende mokerslagen van songs als “Cement mixer”, “High horse”, “Elemental” en “Rock ‘n’ roll psychosis” (een song die volledig de lading dekt).
Een werkelijk gloeiende afsluiter van een geslaagd festivalletje met de nadruk op pure rock’n’roll, heet van de naald.


Enkel een eerder magere opkomst kan de pret wat drukken. Aan de bands zal het zeer zeker niet liggen.

Organisatie: Aéronef, Lille

Novarock 2011 - Festivalzomer stevig op gang getrokken

Met Novarock trok Kortrijk alweer de festivalzomer op gang. De tiende editie was het, maar een super jubileum werd het – door omstandigheden – niet echt. Niet uitverkocht (iets meer dan 4.000 man) en niet de groepen van hét moment, maar het publiek genoot en we vonden toch enkele (stevige) hoogtepunten en verrassingen. De aanzet voor een muzikale zomer.

Traditioneel programmeert het indoorfestival Novarock een line-up die streekgebonden is. Van de opwarmers We are Lions tot (bijna) afsluiter DJ Wim Opbrouck, zo’n 70 procent van de performers hadden er op hun kilometerteller tot aan de Kortrijk Xpo nog geen veertig kilometer op zitten.

Silent Disco Room
Vier zalen, waarvan je er twee een sidekick kon noemen en die ook beiden grappig waren. Of toch die bedoeling hadden. De Silent Disco Room, waar de meute koptelefoons op heeft en twee DJ’s tegen elkaar in meezweep-dance draaiden, gaf een olijke aanblik. En de jeugd bulderde het bij momenten uit. Weinig ‘Silent’ dus. Maar grappig om als buitenstaander naar te kijken. En te luisteren.

Dat was ook de bedoeling van de comedy stage met Youssef, Steven Mahieu en een flink stuk later David Galle. West-Vlaming Steven Mahieu, de inmiddels naar Gent uitgeweken comedian en winnaar van o.a. Humorologie, bracht zopas z'n eerste zaalshow 'Mahieustieus' uit en mocht in een halfuur tonen wat hij waard was.

Door wat herschikkingen in de zaal bleek de comedyruimte een pak groter geworden en was het niet evident om de intimiteit en sfeer van een echte comedyshow te benaderen. Maar Mahieu kweet zich behoorlijk van z'n taak en met stukken uit z'n eerste zaalshow in combinatie met actuele items kon hij het aanzwellende publiek bekoren en naarmate de set vorderde bleek duidelijk dat hij de ‘coming man’ is uit het comedymilieu.

Iets wat van z'n voorganger op de comedystage Youssef  niet kon gezegd worden, maar hij had een geldig excuus, want de Marokkaan gaf er na een 10-tal minuten de brui aan daar de soundcheck van de 'Discoveryzone' te storend was om z'n act duidelijk te brengen. Jammer.

Novarockrally
Het tweede podium kreeg de naam de Nova Discover Zone en dat zegt genoeg. Naar goeie gewoonte organiseert Novarock ook een concours voor beginnende (streek)groepen. Matador, King Sigh en Daytona dongen mee naar de titel die hen op de volgende editie– net zoals Adyssa vorig jaar – meteen een plaatsje in de line-up verzekeren.

Matador - met twee gitaristen en een knopjesman op een rij en de drummer achterin - bracht een tweetal echt goeie nummers, maar ze hadden wat problemen met de mix en de klank was niet je dat. En dat hebben ze net nodig voor hun dancepop met ballen.

King Sigh brengt instrumentale postrock. Geestig (met een leuke cover van de ‘Miami Vice’ - tune), maar nogal onregelmatig in hun set. De sound was goed, maar de nummers iets te repetitief.

Toen moest Daytona nog komen en al na de eerste gitaarsneren werd duidelijk dat de twee andere bands eraan waren voor de moeite. «Merci om niet naar Mintzkov te gaan en naar ons te komen luisteren», klonk het uit de frontman van het vijftal Kenneth Chambaere, Jasper Depoortere, Jelle Demeulemeester, Wannes Desramault en Jeroen Termote. De thuismatch werd een makkie. De Wevelgemnaars kaapten de eer van Novarockrally 2011 terecht weg.

Intussen waren er in de Main Hall al drie gigs gepasseerd. We are lions is een Kortrijkse groep, ontsproten uit Captain Compost. Stevig en catchy, zoals ze aangekondigd werden en ondanks het vroege uur (14u40) was er al behoorlijk wat volk opgedaagd. «Stukken meer dan de vijftig man die we vooraf gevreesd hadden. En dat was meegenomen», zo klonk het na hun eerste live sessie. Poprock met punkinvloeden, het beviel wel.

De Afrekening
Amatorski mocht hen opvolgen en dat was risky. Dat besefte ook zangeres-componiste Inne Eysermans. «Ik had dit niet zo groots verwacht en ook de klank viel niet echt mee. Ik weet dat festivals moeilijk liggen voor ons. We zullen toch voor iets anders zorgen de volgende keer». Moeilijker was het inderdaad voor het intimistische, bijna breekbare repertoire dat opgevoerd wordt met een reeks fijne instrumenten als daar zijn saxofoon, xylofoon en contrabas die ze onder elkaar zelfs afwisselden. Toch kreeg het fabelachtige geluid de babbelende jongeren bijwijlen stil, zeker als ze “Come home” en “The King” ten berde brachten.

Minder fabelachtig, minder mysterieus, maar gewoon rechttoe - rechtaan, dat is Mintzkov, heel (te?) herkenbaar. Ze snakken duidelijk naar (nog) grotere herkenning, want frontman Philip Bosschaerts kondigde hun nieuwe single aan met de smeekbede voor de jonge garde om die – net als “Opening Fire” (uit hun derde en laatste cd ‘Rising Sun, Setting Sun’) – in de Afrekening van Studio Brussel (omhoog) te stemmen. Na een halfuur trokken we naar Daytona in de hoop op meer variatie. Een goeie zet, zo bleek (zie hoger).

Adyssa mocht Daytona opvolgen. Over de winnaar van de Novarockrally van de vorige editie  schreven we een jaar geleden dit: ‘Een boeket van episch-symfonische rock, een vleugje Coldplay erin, maar in elk geval krachtig en met een zanger vol overgave. Présence en grappig. Een terechte winnaar, al was het close’.
Veel is er niet veranderd bij Adyssa. Niet hun werk (al brachten ze intussen hun eerste single «State of Flux» uit), maar gelukkig ook niet hun gedrevenheid op het podium. Al was het choreografietje halverwege een beetje erover, de sfeer zat er wel in. Mede door de luide bende groupies die alles op commando meezongen. Het werkte dus wel, maar bij momenten hadden we toch het gevoel dat het in een jaar tijd ‘net niet (beter)’ was geworden.

Intussen was De Jeugd van Tegenwoordig al vlotjes aan het lullen en het jonge publiek jumpte aardig op en neer. Gesmaakt feestje van het Nederlandse viertal, al ging de decibelmeter constant vet in het rood. Met een piek van 112. Zelfs de walls of sound van Drums are for parades en Steak nr 8 hielden het (gelukkig) beschaafder.

Maar voor het Gentse Drums are for Parades keken we uit naar de komst van ‘Buzze’ aka Serge Buyse van 't Hof Van Commerce, op de 'Discoveryzone' onder de noemer Buyse en met z'n verse debuutplaat 'Buyse' onder de arm. Het album in een productie van ...Flip Kowlier is wellicht een opwarmertje voor de nieuwe ’t Hof-plaat die in het najaar verschijnt. In deze bezetting met DJ Black Frank achter de decks en Riemeloare (ex-Nihilisten) als partners in crime kregen we meer de old skool hiphop te horen, al ontdekten we bijwijlen ook een light versie van het bovenvermeld Izegems trio. Dit was slechts het tweede optreden van de band en dat was te merken aan enkele schoonheidsfoutjes – de try-out in Ardooie de dag ervoor ten spijt - maar dit kon de pret niet drukken.
Met af en toe hilarische rhymes en een gedreven inzet kon het toegestroomde publiek dit zeker appreciëren en tracks zoals “ De busn van Borneo” en nieuwe single 'Oerepoeper' bleken absolute voltreffers.

Stevig en ruig
Inmiddels waren The Van Jets in de Main Hall hun set op gang getrokken. Strak in het pak en met een gedreven Johannes Verschaeve als orkestmeester is dit viertal de jongste jaren als een komeet naar de hoogte van de vaderlandse pop/rockscene geschoten.
Met keer op keer schitterende albums en een ijzersterke livereputatie palmden ze op hun kenmerkend manier moeiteloos de zaal in. De Jets - momenteel weer druk aan het werk aan nieuwe nummers - spelen slechts een handvol optredens dit jaar en deze doortocht mocht alvast gezien worden. Het werd een 'Greatest Hits' set met o.a. “The Future”, “What's going on”, “Down below “ en “Our love = strong” die luidkeels meegezongen werden, zelfs met een eigenzinnige versie van Bowies «Fashion».

Het Gentse Drums Are For Parades maakte de laatste maanden brokken met hun debuut 'Master'. Live maakten ze deel uit van de ‘Soulwasmass Tour’ en stonden ze vorige week nog in het voorprogramma van Slayer en Megadeth in Vorst.
Met hun vuile mix van noise/metal/punk en stonerrock grepen de baardmannen ook nu iedereen direct bij de keel en creëerden ze een geluidsmuur die niet meer zou geëvenaard worden die avond. We kregen een zeer explosieve en vette set onder leiding van de broers Reygaert met duivelse vertolkingen van “The Law”, “Another kind of bad” en “The Beast”. Menig circle- en moshpits ontstond en in een hels tempo werd hun debuut-cd door de speakers geblazen. Zonder veel tierlantijntjes maakten ze hun livereputatie waar en deelden ze een uppercut uit die nog lang bleef nazinderen. Met veel tegenlicht in de zaal, waar een pak pogo’ers op risico van eigen lijf en leden zelfs probeerden te crowdsurfen. «Nog geen bloed?», klonk het van op het podium, «dan doen we er nog wat bij». ‘Battle Music’ van het zuiverste soort.

Het pad was geëffend voor de jongste Humo’s Rockrally-winnaars ooit: Steak Number Eight, die even later dezelfde bühne bestegen. Hun debuut-cd verscheen een maand geleden en werd opgenomen in de States onder leiding van Matt Bayles (Isis, Pearl Jam).
De vier jonkies hadden wel zin in deze thuismatch en na een onheilspellende intro trokken ze direct hard van leer. Opener “Dickhead” zette de toon voor een uurtje sludge/doom/postrock met enerzijds beukende, loodzware riffs in combinatie met sfeervolle, meeslepende melodieuze stukken.
Ook “Pyromaniac” en “Stargazing” waren rauwe, logge meesterwerkjes waarin frontman Vanneste meermaals met z'n oerschreeuw uitpakte en waarin flarden Amen Ra en Mastodon nooit ver weg waren. De wervelstorm was niet te stoppen en kreeg een absoluut hoogtepunt met “The sea is dying”. Klasse!

Moe maar voldaan
Tussen de twee heavy’s in de Discovery Zone door had Arid een aardig volgelopen Main Hall voor de voeten. Jasper Steverlinck duwde direct enkele hits in de kelen van de toehoorders, te beginnen met “Broken Dancer”. Hij had er duidelijk zin in en maakte een meezingstonde van “Too late”. Het werd een pretentieloos concert dat menigeen plezierde.

Tom Van Laere en de zijnen werden als headliner uitgespeeld op de mainstage. Admiral Freebee - voor het eerst op Novarock - legde de nadruk op z'n laatste album ‘The honey and the knife’ waaruit o.a. “Look at what love has done” en “My hippie ain't hip” vertolkt werden.
Flip Kowlier tokkelde terug als een gek op z'n bas en de band zette met veel variatie een warme, emotievolle en bijwijlen stevig rockende performance neer. Een dik uur werd nieuw werk afgewisseld met krakers “Einstein Brain”, “Oh darkness” en “Lucky one”.
Lucky ones, dat waren de aanwezigen want die zagen een zeer strakke en geoliede machine met de immer geschifte Van Laere als uitmuntend entertainer.


Sound of Stereo en Mumbai Science sloten af in de Main Hall, terwijl streekman Wim Opbrouck als DJ met Jim Tonic ook een pak volk naar de Discovery Zone lokte. Het feest duurde - ondanks de invoering van het zomeruur – nog ettelijke uurtjes.

Het rookverbod – dat al bij al behoorlijk werd opgevolgd - mede dankzij attentvolle stewards – moest er wel steeds vaker aan geloven. Novarock liep moe maar voldaan naar zijn einde en dat moet de organisatoren een goed gevoel gegeven hebben. Eerder die avond hadden ze al negatieve geruchten in de pers omtrent de toekomst de kop in geslagen door meteen de volgende editie aan te kondigen op 17 maart 2012 !
We’ll be there ! Met identiteitskaart, want die had je nodig om binnen te geraken. Een initiatief om amokmakers buiten te houden. En ook dat was een succes.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder de rubriek ‘festivals’

Organisatie: Novarock, Kortrijk

Pias Nites 2011 – Experience Music differently

Geschreven door

Pias Nites 2011 – Experience Music differently
Neem gerust een kijkje naar de pics van Trigger Thief , die er die avond bij was … onder de rubriek ‘festivals’

Pias Nites – vrijdag 25 maart 2011
Cassius, Buraka Som Sistema,  The Jim Jones Revue, Matt & Kim, Aeroplane, The Van Jets, Mustang, Crystal Fighters
Cassius was headliner
Matt & Kim , Crystal Fighters – sensaties
Buraka Som Sistema, Aeroplane, Mustang waren de injecties om de nacht door te komen

Pias Nites – zaterdag 26 maart 2011
Faithless + Junior Jack & Kidcreme, Kid Noize
Faithless – last concert in Belgium
Junior Jack & Kid Creme besloten de Pias Nites … Kid Noiz warmde op …

INFO http://www.piasnites.com

Pagina 115 van 143