logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
The Cure
Festivalreviews

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 2

Geschreven door

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 2
Op zaterdag was de affiche minder indrukwekkend ten opzichte van de vorige dag.

We besloten dan ook na het bekijken van een voortreffelijk optreden van plaatselijke trashmetalband Lyzanxia, de persruimte backstage op te zoeken. Daar konden we contacten leggen met collega’s van over de ganse wereld.

Rond 16h00 trokken we terug de wei op om Municipal Waste te checken. Deze crossover trashband uit Virginia bracht een leuke set met uitschieters “Terror Shark”, “Beer Pressure”, “Unleash the Bastards” en “Born to Party”.

Wat we zeker van geen geld van de wereld wilden missen was het Ierse Thin Lizzy. Opgericht in 1969 (!) en waarvan de legendes Gary Moore en natuurlijk boegbeeld Phil Lynott ooit deel van uitmaakten. Jammer dat beide heren al vertrokken zijn naar de eeuwige jachtvelden. De klassiekers “Jailbreak” en “The boys are back in town” bleven mooi overeind en blijven prachtige songs. Het hoogtepunt van de set was natuurlijk meezinger “Whiskey in the jar”. Een geslaagd concert van een legendarische groep.
Daarna trokken we terug persruimte in om onze collega’s te gaan vervoegen.

Het was blijkbaar ‘trashmetal-day’, want om 20h50 stond het legendarische D.R.I. (Dirty Rotten Imbeciles) geprogrammeerd in de Terrorizertent. Wij erheen. De pioniers van de crossover trash uit Houston, opgericht in 1982, mengen hardcore punk met trashmetal invloeden en waren een inspiratiebron voor groepen als Suicidal Tendencies en Corrosion of Conformity. Ze hebben nooit een grootschalig publiek bereikt maar kunnen altijd rekenen op een trouwe schare fans. En dit was vandaag niet anders: in de overvolle tent gaven ze een crossover trashset met een grote C! Uitschieters in hun set waren: “Beneath the Wheel”, “Trashard” en “I don’t need society”.

We bleven in de buurt van de Terrorizertent want een halfuurtje nadien was het de beurt aan Terror, een hardcoreband uit Los Angeles. Ze brachten hun hardcore set zoals die gebracht moet worden: straight in the face! Er was constant commotie in de moshpit en stagediven was schering en inslag. Soms deed de band denken aan Pro-Pain. Het was één en al feest met feestvogel en boegbeeld Scott Vogel in de hoofdrol. Gezien en goedgekeurd!
Hier hun setlist: Stick Tight / One With the Underdogs / Never Alone / Betrayer / You're Caught / Push It Away / Spit My Rage / Overcome / Keep Your Mouth Shut / Keepers of the Faith.

The Scorpions sloegen we over, wegens geen interesse in deze Duitse gay-metal. We keerden terug naar onze vrienden in de backstage om er nog wat verder te keuvelen over muzikale interesses, etc. We zaten vol spanning te wachten wat hoofdact Bad Brains ervan zou bakken rond de klok van 01h00. Alles hing namelijk af van welke hoeveelheid verdovende middelen frontman H.R. tot zich genomen had. Er werden om die reden al tours afgelast of er volgde een abominabel concert. Er was al een slecht voorteken want de heren hadden hun persafspraken blijkbaar al gemist. Maar geheel tegen de verwachtingen in kregen we hét concert van de dag te zien en te horen!
H.R. bleek deze keer nog wel te weten dat hij zich op onze blauwe planeet bevond en niet ergens ver weg in ons universum. Meer nog: hij was verdomd goed bij stem! Jah zij geloofd! Er volgde een magistrale set met uitschieters “I against I”, “Banned in D.C.”, “Sailin’ on” en “Pay to cum”. Telkens onderbroken door H.R. die met zijn lijzige en een lach opwekkende stem kurkdroog het volgende nummer aankondigde. Dit meermaals met de typische buiging en dankgroet. Jah werd natuurlijk ook meermaals geprezen en geloofd en dat kwam volledig tot zijn recht in het meesterwerkje “Give thanks and praises”, waar subliem werd overgeschakeld van ranzige reggae naar hevige hardcore. H.R. had stralende ogen en zag dat het goed was. Het publiek ging volledig uit zijn dak. Dr. Know schraapte de snaren van zijn gitaar en ritmesectie Earl Hudson (drums) en Darryl Jenifer (bass) gaven er een lap op.
Dit was een uniek concert en een meer dan waardige afsluiter van deze tweede festivaldag.

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 1

Geschreven door

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 1

Het driedaagse Hellfest dat jaarlijks plaats vindt in het pittoreske dorpje Clisson nabij Nantes was dit jaar terug een schot in de roos. Dat de weergoden bij momenten van zich lieten horen, kon de pret niet bederven. Het uitverkochte openluchtfestival was terug een grandious feest voor de alternatieve muziekfans. Hieronder een beknopt sfeerverslag.

Op vrijdagochtend om 11h00 konden we al getuige zijn van een puik potje recht-door-zee rock van Valient Thorr. De Amerikanen uit North Carolina kregen maar een half uurtje om zich te bewijzen op het hoofdpodium. Hierdoor was hun set nog intenser. De bebaarde zanger Valient Himself had er duidelijk zin in en dat werkte aanstekelijk op het publiek dat volledig uit de bol ging. Krachtige versies van o.a. catchy opener “Double Crossed”, “Infinite lives”, “Mask of Sanity” en “Sleeper Awakes” deden de eerste rijen heen en weer deinen. We onthouden ook het moment dat Valient Himself een dubbele rij fans aanmaande om op de grond gaan zitten, waarna hij ertussen kwam springen om hen ter plaatse te entertainen. Het hels feestje was ingezet. Maar het bleek van korte duur want de weergoden beslisten om zich een eerste keer te mengen in het feestgedruis. Gevolg: bakken regen uit de lucht en serieuse windstoten.

We besloten wijselijk om ons terug te trekken in de backstage om er ‘in het droge’ de concerten van de legendarische The Dwarves, Dagoba (Franse versie van Fear Factory) en Maximum The Hormone (Japanse mayhem zoals alleen zij het kunnen brengen) op klein scherm mee te volgen. Jammer, want het zag er allemaal schitterend uit en het publiek zag er geen graten in om zich volledig nat te laten worden.

Het was nog lichtjes aan het regenen toen The Cult rond 17h00 het hoofdpodium betrad om er toepasselijk af te trappen met “Rain”. Er volgde een klein uur nostalgie met klassiekers “Sweet Soul Sister”, “Lil’ Devil” en het finale trio “Wild Flower”, “She sells sanctuary” en hoogtepunt en meezinger “Love Removal Machine”. Ian Astbury (duidelijk te kampen met wat overgewicht) was in goeden doen en zijn magistrale stem galmde tot in Nantes. Menig tamboerijn vloog het publiek in en na het laatste nummer vond Astbury het nodig om gehakt te maken van een groot gedeelte van het drumstel. Onder een nog naschreeuwende gitaar van Billy Duffy verlieten de Britten met opgeheven hoofd het podium. Het publiek gaf ze nog een extatisch applaus.

Het was lopen geblazen naar de Terrorizertent om nog een plaatsje te bemachtigen voor het optreden van Karma To Burn. We zagen ze al meermaals aan het werk (de heren houden van touren) en ze ontgoochelden nog nooit. Ook deze keer was het pal in de roos. Gitarist William Mecum, bassist Rich Mullins en drummer Rob Oswald gaven er een lap op. Hun typische stoner metal bracht een uit zijn voegen barstende tent tot een kookpunt. Daar hun songs allemaal getallen zijn, vind je hier de winnende cijfers in volgorde: 20-32-30-28-14.

We verlieten na nummer 14 de tent om de opener van Down niet te missen op het hoofdpodium. De supergroep rond zanger Phil Anselmo (Pantera, Superjoint Ritual), drummer Jimmy Bower (EyeHateGod), gitaristen Pepper Keenan (Corrrosion of Conformity) en Kirk Windstein (Crowbar) lieten er van de start geen twijfel over bestaan: dit werd een uurtje ‘southern sludge metal’ om U tegen te zeggen. Anselmo ging tekeer als een briesende buffel met een overdosis testosteron en de andere leden lieten hun instrumenten donderen over de volgelopen weide. Bulldozersongs “Lysergik Funeral Procession”, “New Orleans is a Dying Whore”, “Hail the leaf” en “Stone the Crow” verpletterden het publiek ‘en masse’. Kippenvelmomenten: het aan de doodgeschoten Pantera-gitarist Dimebag Darrell opgedragen “Lifer” en outro “Bury Me in Smoke” wanneer nog wat leden van EyeHateGod en C.O.C. de helden op het podium vervoegden.

Het publiek ging nu volledig plat en verpletterd trokken we richting Terrorizertent om nog een kwartiertje The Young Gods mee te pikken. Wat een contrast: van zware sludgemetal naar verfijnde elektronische rock. We konden de setlist te pakken krijgen en daaruit bleek dat voor het overgrote deel van hun set uit hun laatste – iets kalmere – album werd geput. Dit naar analogie met hun doortocht in de Botanique in Brussel enkele maanden geleden. Uitsmijters van dienst waren een verdacht kalme en bizarre versie van “Envoyé” en een magistrale en uit volle borst meegezongen “Skinflowers”.

Om 21h00 was het tijd voor pioniers Iggy & The Stooges om ons nog eens te tonen hoe het echt moet en hoe je – ondanks het feit dat je al in de zestig bent – er nog altijd staat als een huis. Iggy sprong weer alle kanten op, strak geondersteund door ritmesectie Mike Watt en Scott Asheton en geflankeerd door gitarist James Williamson en saxofonist Steve Mackay. De klassiekers vlogen ons letterlijk om de oren. En een optreden van Iggy en the Stooges moet je niet beschrijven: je moet er gewoon bij zijn.
Hier de setlist:
Raw Power / Search and destroy / Gimme Danger / Shake Appeal / 1970 / Fun House / Open Up And Bleed / L.A Blues / Beyond the Law / Penetration / I Got a Right / I Wanna Be Your Dog / No Fun. Van het begin tot het einde een klasse concert; of had je iets anders verwacht.

Toen we dachten dat we alles al meegemaakt hadden, kregen we de verrassing van de avond direct erna voorgeschoteld: Clutch gaf direct na The Stooges een gedenkwaardig optreden. In een volgestouwde tent kregen we een klein uur les in hoe aanstekelijke bluesy stoner rock gebracht moet worden. Dat ze – opgericht in 1990 – meer gerijpt zijn, konden we in levenden lijve ondervinden. Zanger-gitarist en boegbeeld Neil Fallon heeft een stem als een klok en maakte hier dan ook dankbaar gebruik van. Het werd een uitzinnig optreden met een publiek dat volledig uit de bol ging. Vooral tijdens “Electric Worry”. Pure klasse. Dat ze maar vlug eens onze contreien komen opzoeken.
Hier de setlist: The Mob Goes Wild / Profits of Doom / 50,000 Unstoppable Watts / Mice and Gods / Gravel Road / Struck Down / Freakonomics / Cypress Grove / Electric Worry / One Eye $.

Ze bleken de ideale opwarmer voor The Melvins, die de decibelmeter nog meer in het rood joegen. Wie The Melvins niet kent, heeft een serieus gat in zijn cultuur. Het was aanstekelijk om te zien hoe de mannen van Down “totally bezerk” gingen in de volgepakte sidestage van de Terrorizertent. Sinds het toevoegen van de twee leden van Big Business (Jared Warren op bass en Coady Willis op drums) zijn The Melvins er alleen maar hechter en nog sterker uitgekomen. Vooral het gebruik van een tweede drumstel versterkt hun typische oersound. Mooi om zien is het bijna perfect synchroon drummen van zowel Willis als Dale Crover. En dit dan nog in spiegelbeeld (Coady Willis is linkshandig). Het werd terug een memorabel concert met in de hoofdrol zanger-gitarist Buzz Osborne (met zijn typische kapsel, cfr. Sideshow Bob uit The Simpsons). Halverwege de set was er zelfs plaats voor wat covers: “Second Coming” en “Ballad of Dwight Fry”.
Het hoogtepunt van de show was ongetwijfeld “Night Goat”, toen Jimmy Bower van Down zelf plaats mocht nemen achter het drumstel van Crover, die Buzzo’s plaats achter de microfoon innam. Hard en luid was het, met andere woorden: typisch Melvins!
Hier de setlist: Roman Bird Dog / The Water Glass / Evil New War God / It’s Shoved / Anaconda / Queen / Second Coming / Ballad of Dwight Fry / Sacrifice / Hooch / Honey Bucket / With Teeth / Sweet Willy Rollbar / Revolve / Night Goat.

Afsluiter van de avond was Monster Magnet. En ook hier niets te klagen. Dave Wyndorf is dan misschien wel een opgeblazen versie van vroeger (obesitas extremus); dit doet niets af van zijn typische stem. Omgeven door een bende langharige bloeddorstige wolven gaf hij het beste en nog meer van zichzelf.
Wie dacht dat Monster Magnet afgeschreven was, moest op Hellfest toegeven dat ze nog even goed klonken als in de begindagen. Het werd een naar een climax opgebouwde set die uitmondde in de klassiekers “Powertrip” en “Space Lord”. Een set waar niets op aan te merken was.
Hier vind je de setlist: Nod Scene / Tractor / Dopes To Infinity / Hallucination Bomb / Dig That Hole / Medicine / Look to Your Orb for the Warning / Crop Circle / Powertrip / Space Lord.

Een eerste zéér geslaagde dag was ons ten deel en deze zou de volgende twee festivaldagen ruimschoots compenseren.

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Les Nuits Botanique 2011 – dEUS - Klaar voor de zomer

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – dEUS - Klaar voor de zomer
Les Nuits Botanique werden met een dagje verlengd voor dEUS, die in de Chapiteau een generale repetitie kwamen spelen voor hun festivaltournee die hen ook naar Pukkelpop brengt. Pas op 20 september komt hun nieuwe album uit,’Keep you close’ …Het was dus afwachten of we veel nieuwe nummers zouden krijgen vanavond.
Het was prachtig zomerweer, dus zat een groot deel van het publiek te genieten van de avondzon op de trappen van de Botanique, en ook de bandleden waren heel relaxt, zo stonden Klaas Janszoons en Mauro een kwartier voor ze op moesten nog gemoedelijk met de fans te praten.

Om negen uur was het showtime in een snikhete Chapiteau. Een groezelige rif en de mantra van Janszoons’ viool en we waren vertrokken met de nachttrein van dEUS. Wel een beetje jammer dat op die manier “Sun Ra” moest dienen om het geluid af te regelen, zodat mijn favoriet nummer minder ontplofte dan het normaal doet. Vanaf “Fell of the floor, man” zat het geluid perfect, maar toch zou het even duren voor het publiek bewoog: “The Architect” knalde wel retestrak uit de boxen, maar ofwel was het de hitte in de tent, ofwel zat iedereen reikhalzend uit te kijken naar de nieuwe nummers, maar in ieder geval was de publieksreactie het eerste halfuur, eerder aandachtig dan dolenthousiast.
In twee talen kondigde Barman het eerste nieuwe nummer aan, “Second Nature” en dat klonk beter dan driekwart van de nummers van ‘Vantage Point’, wat voor mij toch wel het minste geslaagde album van dEUS is.
Vreemd genoeg werken die nummers van ‘Vantage Point’ dan weer wel perfect in een live set, “The Architect” is gemaakt voor de festivals (waarom zou Clement Peerens anders met een parodie gekomen zijn), en de dynamiek en samenzang van “Slow” was vanavond een mooie aanloop naar het eerste rustpunt in de set, “The real sugar”, dat figuurlijk dan toch, een koele bries door de tent liet waaien.
Toen Barman in “Instant Street” zijn akoestische gitaar ruilde voor zijn elektrische exemplaar, schoot de set plots in vijfde versnelling, de outtro van dit nummer is van het beste wat de dEUS live op een podium brengt: sinds de nieuwe bezetting is dit nummer live enorm gegroeid.
Misschien  ligt dat aan de Herman Van Rompuy van de band, Mauro Pawlovski, die in dEUS een voor hem onkarakteristieke dienende rol inneemt, en met een soort rustige vastheid de songs samen houdt zodat Barman en de anderen ruimte krijgen om risico’s te nemen, zonder dat het geheel grandioos op zijn gat valt, zoals vroeger nog eens het geval kon zijn.
“Theme from Turnpike” toonde dan weer aan dat intro’s ook een van de sterktes van ons Tommeke is, het gitaarloopje viel ongenadig in, en Mauro zette op het einde zijn schuur open met de overtuiging zoals je die ook bij black metal zangers ziet: geen bloed op het podium echter, enkel zweet, alhoewel Barman bijna over zijn gitaar struikelde toen hij een snelle rookpauze inlaste tijdens de nummers. Met zijn donderende drumbeat, ietwat op de beat van Faith no More’s “Midlife crisis” lijkend “Dark sets in”, was het derde nieuwe nummer van de avond het meest overtuigende, en heeft het de potentie om uit te groeien tot een anthem als “Roses” dat net daarna volgde en de reguliere set prachtig afsloot.
Een simpel slide-loopje, meer had Mauro niet nodig om de rest van de band aan te vuren in “Bad timing”, het nummer versnelde, werd tot stilstand gebracht door Barman, en laaide dan weer feller dan ooit tevoren op om steeds hoger en hoger te reiken. Naast “Instant Street”, was dit zeker het hoogtepunt van de avond.
We vonden het dan ook niet zo erg toen het aansluitende lounge-niemendalletje “Nothing really ends” na een halve minuut stilgelegd werd door Barman, toen er iets misliep met de synthesizer partij: het liet ons net genoeg tijd om op adem te komen voor “Morticiachair”, waarin Mauro de zanglijnen zo perfect bracht dat het leek of hij dit nummer geschreven had.
Afsluiten met een kers op de taart: een onwerelds afgestemde viool van Janszoons zette “Suds & Soda” in: de tent ging uit zijn dak, Barman bedankte zijn publiek in de twee landstalen, en nodigde iedereen uit aan de bar.

Als generale repetitie was dit zeker een geslaagd concert: het duurde een beetje voor het op gang kwam, en had zeker niet de intensiteit van de dubbele set twee jaar terug op Pukkelpop, maar dEUS is klaar voor de zomer. 

Setlist: Sun Ra, Fell of the floor man, The Architect, Second Nature, Slow, The real sugar, Constant now, Instant street, If you don’t get what you want, Theme from turnpike, Smokers reflect, Dark sets in, Roses
Bad timing, Nothing really ends , Morticiachair, Suds & Soda

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Esben & The Witch (Orangerie), een trio uit Brighton, zette live alle registers op , waardoor het traag slepende , beklemmende songmateriaal binnen de etherische gothic pop, nogal fors overstelpt werd met overstuurd gitaargeweld, elektronica-effects en noise. Het trio overdonderde het publiek. De vocals waaiden over de sound heen.
Ze prikkelden alvast met “Argyria”, “Marching song”, “Warpath” en “Eumenides”. Dolenthousiast gingen ze te werk. Live waren ze nauwelijks herkenbaar, maar de suspense van de plaat behielden ze live.

De hype rond het Brooklynse Twin Shadow (Orangerie) van eind vorig jaar was duidelijk nog niet uitgewerkt op Les Nuits Botanique, getuige daarvan het bosje schoon vrouwvolk dat rond zanger George Lewis Jr. samentroepte in de cafetaria vóór het optreden. De gelijkenis met de jonge Lionel Richie, inclusief borsthaar, was frappant en het Khadhaffi hoofddekseltje dat op zijn weelderige donkere haardos als gegoten zat vermenigvuldigde zijn ‘cool factor’ moeiteloos met vijf. Qua présence een 10 op 10 dus, maar wij waren wel voor de muziek gekomen.
Live klonk dat alleszins een pak gespierder dan op het debuutalbum ‘Forget’, al bleef het typerende subtiele synth geluid gelukkig wel overeind. “Castles in the Snow”, “When We’re Dancing”, “Tyrant Destroyed” en “Yellow Balloon” waren allen doordrenkt met 80’s invloeden van de betere soort. Denk vooral aan Roxy Music en David Bowie, maar ook aan Talk Talk en de rusteloze gitaarrifs van Talking Heads. En blies daar niet even de filmsounds door van Giorgi Moroder en Flash Gordon…?!
Dat het geheel echter niet beter was dan de som van deze delen had vooral te maken met het feit dat Twin Shadow momenteel net niet voldoende kwaliteitnummers in huis heeft om een gans optreden te blijven boeien. Al rechtvaardigde dit optreden de groep wel een status om te blijven volgen.

Over naar de ingetogen pracht van Nive Nielsen & The Dear Children (GS). Nielsen komt uit Groenland, en kon naast haar eigen meegebrachte band op enkele aertiesten van hier rekenen, waaronder Tom Pintens. Ingetogen pracht die durfde crescendo te gaan en subtiele melodieën en sounds door een breed instrumentarium van piano, toetsen, contrabas, steelpedal, zingende zaag, blazers en ukulele. Sferisch warme pop en een ijskoude bries …

The Crookes (Rotonde): veelbelovend Brits bandje die melodieus toegankelijke, frisse, sprankelende en dromerige popsongs bracht in de beste Britse traditie, ergens tussen The Smiths, Morrissey, The Housemartins, The LA’s en Aztec Camera. Rinkelpop, energiek en bruisend; een dynamisch optreden  van een super enthousiast kwartet!

Tijdens hun eerste optreden op Belgische bodem bleken de New Yorkers van Holy Ghost! (Orangerie) al op zeer jonge leeftijd de kneepjes van de betere dansmuziek in de vingers te hebben. “Do It Again” en “It’s not Over“ hebben de potentie om ook nonkels en tantes op de dansvloer te krijgen, en zijn dat niet de beste dansnummers? Zo moet New Order geklonken hebben mochten ze niet vanuit het kille Manchester maar vanuit exotischer oorden opereren. Na verloop van tijd begonnen de trage, repetitieve beats en positieve vibes steeds meer verslavend te werken en stond vrijwel niemand in de zaal nog langer stil, en dat voor een late zondagavond waarop de volgende werkdag al begint te wenken! Afgaande op dit geslaagde optreden heeft Holy Ghost! de potentie om niet alleen de dansvloer maar ook de hitlijsten te bestormen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)


Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie
Een aangenaam weerzien met dit fijne trio. Hoewel niet heel de wereld zat te wachten op een reünie van Grant Lee Buffalo vonden wij dat we dit hoegenaamd niet mochten missen. De band werd in de nineties de hemel in geprezen door de critici, maar de echte erkenning bleef uit. Vier prachtplaten hebben ze tussen ’93 en ’96 in elkaar gebokst. In die tijd stond de band zelfs twee keer op Torhout Werchter (’94 en ’96) maar echt rijk zijn ze er nooit van geworden en kort daarna was het liedje al uit. Frontman Grant Lee Philips ging de solotour op en heeft ondertussen al zes bescheiden juweeltjes gemaakt die weliswaar ook zonder veel poeha aan de wereld zijn voorbijgegaan.

Nineties nostalgie was vanavond de essentie. Philips liet zijn solowerk volledig achterwege en concentreerde zich volledig op vooral de eerste twee GLB platen ‘Fuzzy’ uit ’93 en ‘Mighty Joe Moon’ uit 94’.
Een horde trouwe fans waren afgezakt naar het Koninklijk Circus en die mochten met zijn allen netjes gaan zitten. Hadden we niet echt verwacht bij deze band, maar goed, zo konden we ons volkomen op de muziek concentreren. En die was meteen een schot in de roos. Kleppers als “The shining Hour” en het machtige “Jupiter and teardrop” zaten al heel vroeg in de set, waarmee het vuur er al goed in zat. Het trio had er duidelijk zin in en genoot van ieder moment. Dit was geen fake, het speelplezier was echt en gemeend
Philips, die nog steeds met een prachtige stem gezegend is, ging bij vlagen nogal tekeer op zijn gitaar, maar haalde er evengoed subtiele klanken uit op juweeltjes als “Mockingbirds”, “Demon called deception” en “Honey don’t think”. Als vreemde eend in de bijt zat het ingetogen opbouwende “Betlehem Steel” (samen met “Homespun” het enige nummer uit ‘Copperopolis’) mooi in het midden.
De bedrijvige bassist en multi instrumentalist Paul Kimble ging hiervoor even achter de toetsen zitten en bracht zo wat extra dramatiek in de set. Ook drummer Joey Peters genoot van elk moment en haalde om de haverklap zijn fototoestel boven om het enthousiaste publiek en de fijne locatie te vereeuwigen voor zijn fotocollectie, altijd leuk voor de kleinkinderen.
Vooral de overgang van rustig naar fel zat vanavond op de juiste plaats. Zo scheurde een verbeten “America snoring” de boel volledig open na een reeks ingehouden prachtsongs als “Sing along”, “Drag” en “It’s the life”. Die energiestoot werd meteen gevolgd door een werkelijk fenomenaal “Fuzzy”, een song waarvan we al lang wisten dat het een 18 karaats pareltje was, maar zo mooi als vanavond hadden we hem nog nooit ervaren.
Daarna was de bisronde ook om van te smullen met bronstige gitaren in een furieus en almachtig “Grace” gevolgd door een gedreven “Homespun”. Daarna werd er nog even subliem gas teruggenomen met het wondermooie “The hook” en het ultieme kippenvelmoment “You just have to be crazy”. Met de finale genadestoot “Lone star song” werd de elektriciteit weer volop ingeplugd, een geweldig en scheurend einde van een werkelijk schitterend optreden.

Minpuntje ? Wij vonden het gewoon doodjammer dat “Dixie drugstore” nergens te bespeuren was, de enige song trouwens van ’Fuzzy’ die de avond niet heeft gehaald. Ook de voortreffelijke vierde plaat ‘Jubilee’ werd straal genegeerd, maar dat zal wel te maken hebben met het feit dat Paul Kimble destijds voor de opnames van die plaat al het hazenpad had gekozen.

Setlist : The shining hour – Wish you well – Jupiter and teardrop – Demon called deception – Lady Godiva and me – Soft wolf tread – Stars n’ stripes – Betlehem steel – Honey don’t think – Mockingbirds – Happiness – Sing along – Drag – It’s the life – America snoring – Fuzzy
Bis : Grace – Homespun – The hook – You just have to be crazy – Lone star song

Organisatie: Botanique, Brussel, (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts
Perfume Genius aka Mike Hadreas debuteerde vorig jaar met ‘Learning’, een plaat aangrijpende, rakende, kwetsbare songs op piano, live gevat en gepast aangevuld met keys, strijkeraandoende partijen en soundcapes. De fragiele, voorzichtige stempracht van Hadreas werd aangevuld door tweede man Alan Wyffels.

Een uur lang hielden ze de aandacht close en slaagden ze erin de zaal muisstil te krijgen; het muzikale leed en de traumatische verwerkingen zijn gebaad in een donker, melancholisch sfeertje. Vol respect stond men tegenover deze twee die een rits ingehouden songs speelden, vooral nieuw materiaal, die eerder nog onafgewerkte schetsen waren, gezien ze eerder abrupt stopten. Soms kon Hadreas hoog uithalen op z’n Antony’s of op z’n This Mortal Coils. In z’n totaliteit had dit z’n charme!
En toch scheen een sprankeltje hoop door; de verlegen, overgevoelige jonge gast doorprikte dit regelmatig, gezien hij tussenin graag wel eens giechelde, grapte en het publiek bedankte voor het warme onthaal.
De twee pareltjes “Lookout lookout” en de titelong “Learning”, - ergens middenin de set toen beiden aan dezelfde piano plaats namen, en elkaar aanvulden op zang -, zorgden voor variatie, intensiteit en diepgang. Toegegeven, het zijn termen die eigenlijk wel de ganse set op z’n plaats waren door de sterke ontroering. Solo kwam hij terug en overtuigde nog door een ingenomen, intieme “Never did”.

De muzikale worstelingen terzijde gelaten, leverde de jonge beloftevolle sing/songschrijver moeiteloos een sobere set af, een donker wolkendek op deze zomerse avond.

We moesten even aanpassen om ons te concentreren op de tweede gig van de avond, The Wild Beasts. De belangvolle indieband klinkt op de recente derde cd ‘Smother’ subtieler, intenser, sensueler en persoonlijker. De songs zijn met finesse uitgewerkt, hebben verrassende wendingen en stralen een lichte dreiging en mysterie uit zonder hun melodieuze gevoeligheid te verliezen; op die manier worden ze live sterk gebracht.
Fraaie, heerlijke, warme (opbouwende) songs, waarin een grotere rol is weggelegd voor toetsen en elektronica en die bepaald worden door de zangmelodieën van het duo Thorpe – Fleming, dromerig, verleidelijk, eigenzinnig en intelligent.
De fijne set had een ongehoorde finale van minutieus uitgewerkte gitaarmotiefjes en synthmelodieën, die door elkaar kronkelden en door de opvallende stukjes percussie je verder in hun muzikale leefwereld trokken. Jawel, langzaam maar zeker pakten ze je compleet in!

De Wild Beasts klinken als gevaarlijke wolven in schaapskleren. Een niet te missen buitenbeentje met een overtuigende muzikale boodschap!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota) 

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Tonight’s the night’ voor de doorwinterde elektronica liefheffer want er was de Third Eye Foundation Night, waarbij de vier artiesten eerst elk hun ding deden om tot slot een schitterende laptop/soundscape/klankenspectrum finale los te laten in de Orangerie. Verder kon je in de Bota terecht voor gitaarrock in de Chapiteau met o.m. Pigeon Detectives en één van de opkomende Belgische talenten, Intergalactic Lovers. Maar het addertje onder het gras, was het beloftevolle Amerikaanse Dark Dark Dark in de Grand Salon …

Goed op elkaar zijn ze ingespeeld, dit niet te onderschatten Amerikaans bandje Dark Dark Dark (GS). Het kwintet, een beetje uit alle uithoeken van de VS, zorgt voor dramatiek en speelsheid in de songs bepaald door de warme stem van de imposante Nona Marie Invie. Met een instrumentarium van piano, accordeon, akoestische en elektrische gitaar, een ingehouden drumpartij en soms mooi aangevuld met hobo, trompet, wordt sober en krachtiger een cabaresk sfeertje gecreëerd van het kwintet, dat neigt naar het vroegere Dresden Dolls. Melancholie en tristesse sijpelen door bij deze Amerikanen …

Een mooie toekomst is ook weggelegd voor het O-Vlaamse Intergalactic Lovers (Chapiteau). Bij ons in Vlaanderen hoeven ze zich niet meer te bewijzen. Het debuut ‘Greetings & Salutations' leverde al twee puike singles op nl “Fade away” en “Delay”… Eerder hadden ze al het O-Vlaams rockconcours en de Beloften op hun naam geschreven.
Onze Franstalige vrienden moeten wel nog wat overtuigd worden , vandaar dat de programmatie tijdens Les Nuits Bota mooi meegenomen was. Het kwartet brengt broeierige, vernuftig in elkaar gestoken poprock, met een toegankelijk en grillig, donker randje, ondersteund van synthloops en een emotievolle zang van Lara Chadraoui (Libanese roots), die live terecht referenties oproept van Feist en Cat Power. “She wolf” en “Howl” onderstreepten de gelaagde gitaarpop, “Drive” een spannende opbouw en “Bruises” was de gedroomde popsong, die elan kreeg door steelpedal en Lisa's zang. De twee singles ontbraken niet. Deze band stond er, kon op aardig wat belangstelling rekenen en werd alvast goed onthaald. De festivalzomer lacht hen toe …

We proefden even de frisse, catchy en luchtige electropop van het jonge beloftevolle Canadese Young Empires (Chapiteau), die opzwepende punkfunk ritmes van een Friendly Fires toevoegt en een zang die refereerde aan Andy McCluskey van OMD.

De postpunk van The Pigeon Detectives (Chapiteau), die na drie jaar terug zijn, trokken fel van leer met hun broeierige, strakke, bruisende rock. Toch niet steeds overtuigend, daarvoor zijn de songs een beetje teveel van hetzelfde, maar ze zijn nog steeds een groep die er live staat en een 70’s Clash attitude uitstraalden …

Een speciale avond was het in de Orangerie om de release van het vijfde album van The Third Eye Foundation te vieren, het project van Matt Elliott, die in ’96 debuteerde na Flyer Saucer Attack en samen met Coldcut aardig wat laptops op de livegigs toevoegt. Na het gekende ‘Little Lost Soul’, tien jaar geleden verschenen, en  vijf jaar na de laatste release  komt Matt Elliott met ‘The Dark’ terug, een plaat waar hij al zijn talenten bij elkaar heeft geschraapt, en wordt bijgestaan door Chris Cole (Manyfingers), Chris Adams (Bracken / Hood) en Chapelier Fou.
Bijna anderhalf uur werden we ondergedompeld in een web van abstracte elektronica, (laptop/soundscape/ambient), klankenspectrum, stoorzendergeluidjes en electro, aangevuld met een dwarrelende gitaar, cello en viool. Het kwartet liet veel aan de verbeelding over, maar klonk door de mistige sounds soms pittig, onheilspellend, dreigend en spooky. Deze elektronicatechneuten gingen op die manier minder zalvend dan een Boards of Canada te werk en klonken minder toegankelijk dan de huidige Mouse On Mars.

Eerder speelde elk bandlid een soloset: Elliott zelf beperkte zich grotendeels tot een akoestische set en wat sounds, Manyfingers aka Chris Cole stoeide met geluiden en bleek achterna meest bezig met experimentjes. Hij haalde allerlei filmorkestraties aan in dit grillig elektronicaweb en bood avontuurlijke wendingen. Gepassioneerd en gedreven was hij bezig en voegde er soms nog een drumpartijtje en een cello aan toe.
Bracken hield van sferische soundscapes in de traditie van de Boards of Canada en Future Sound Of London, maar hij is met z’n tijd mee en voegde er dubstep/drum’n’bass aan toe en met een donker Ed Rush & Optical kantje ...

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set van Animal Collective

Animal Collective is de overtreffende trap van bands zoals Yeasayer en MGMT: elektronica gemengd met psychedelica, maar in tegenstelling tot die andere bands neemt bij A.C. het experiment het voortouw op de melodie. Weinig kans dat er een remix van Animal Collective op een DeMax verzamelaar terecht komt. Hun laatste album, ‘Merriweather Post Pavillion’, was een langgerekte, vloeibare LSD-trip, en het was wellicht op basis van de reputatie van dat album, dat het Koninklijk Circus vanavond aardig volgelopen was.

Animal Collective houdt er van om in het halfduister te spelen, met op de achtergrond psychedelische projecties, en dit was ook vanavond het geval. Ze hebben ook de reputatie om live vooral nieuwe nummers te spelen, en dit was ook zo in het Koninklijk Circus. Na het psychedelische “Merriweather Post Pavillion”, is de band duidelijk op zoek naar een nieuw geluid: de elektronica was minder prominent vanavond, gitaren, keyboards en drums vormden de basis van de nieuwe nummers, zodat je een geluid kreeg dat dichter bij Battles zat dan bij pakweg MGMT.
Avey Tare, ofte David  Portner nam de meeste zanglijnen voor zijn rekening, maar zijn stem kon mij maar matig charmeren: hij klonk ruw en bijwijlen schreeuwerig. In een aantal nummers nam drummer Josh Dib de zang over, en toen schoot het niveau direct omhoog: hij heeft een ijle stem, die gewoon veel beter bij de muziek past, en het psychedelisch effect nog versterkt.
In een aantal nummers  kon Animal Collective het publiek op een trip meevoeren, maar soms had je ook het gevoel dat je net iets teveel gedronken had: de zaal draaide rond, en het draaien wou niet stoppen en je wou dat het ophield. Het experiment staat duidelijk voorop bij deze band, ze zingen wel in het Engels, maar het klinkt als een exotische taal, en ook in de muziek zitten er af en toe wel wereldmuziek-invloeden, al zal je deze band natuurlijk nooit op Couleur Cafe zien staan.

Heel even kreeg Animal Collective de zaal volledig mee, in het op een Braziliaanse beat gebouwde “Brothersport”, dat heel erg aan Buscemi deed denken, en tegen het einde van de set in “Summertime Clothes”, waarbij de zang aan Vampire Weekend deed denken. De bis was dan weer volledig experimenteel, zodat we toch met een ietwat onbevredigd gevoel naar huis gingen.

Animal Collective is zo een band die een straat vooruit loopt op negentig procent van zijn publiek, en ik vrees dat ik bij die negentig procent zit.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Pagina 117 van 147